Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51996AP0399

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussden de visbestanden en de exploitatie daarvan (COM(96)0237 C4-0438/96 96/0142(CNS))

PB C 20 van 20.1.1997, p. 372 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51996AP0399

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussden de visbestanden en de exploitatie daarvan (COM(96)0237 C4-0438/96 96/0142(CNS))

Publicatieblad Nr. C 020 van 20/01/1997 blz. 0372


A4-0399/96

Voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan (COM(96)0237 - C4-0438/96 - 96/0142(CNS))

Dit voorstel wordt goedgekeurd met de volgende wijzigingen:

(Amendement 1)

Titel

>Oorspronkelijke tekst>

Voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan,

>Tekst na stemming van het EP>

Voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1999, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan,

(Deze wijziging is van toepassing op de gehele tekst)

(Amendement 2)

Eerste visum

>Oorspronkelijke tekst>

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

>Tekst na stemming van het EP>

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

(Amendement 3)

Vóór de eerste overweging, nieuwe overweging

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de visserijsector geherstructureerd moet worden en dat voor een beter beheer van de bestanden een versterking van het algemene communautaire beleid ten aanzien van de diverse aspecten van het GVB vereist is: een zekere capaciteitsvermindering, een zekere vermindering van de visserij-activiteiten, doeltreffender controles - mede via satelliet -, steeds selectiever vistuig, de bescherming van jonge vis (zogeheten technische maatregelen), de heroriëntering van een deel van de vloot op nieuwe soorten, nieuwe visgronden en polyvalentie; een doeltreffend marktbeleid met regels die vastgesteld en toegepast worden om ongerechtvaardigde prijsinzakkingen te voorkomen,

(Amendement 4)

Eerste overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat de visserijsector in de Gemeenschap zodanig moet worden geherstructureerd dat rekening wordt gehouden met de beschikbare en toegankelijke visbestanden en dat daarom, gelet op de kenmerken van elke visserijtak, de doelstellingen en de bepalingen voor de herstructurering van de communautaire vissersvloot moeten worden vastgesteld per vlootsegment en in samenhang met een bestand of een groep bestanden;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de visserijsector in de Gemeenschap zodanig moet worden geherstructureerd dat rekening wordt gehouden met de beschikbare en toegankelijke visbestanden en dat daarom, gelet op de kenmerken van elke visserijtak, de doelstellingen en de bepalingen voor de herstructurering van de communautaire vissersvloot moeten worden vastgesteld per vlootsegment en in samenhang met een bestand of een groep bestanden, met inachtneming van de beperkingen die samenhangen met de multispecifieke visserij en de polyvalente vloten, daarbij rekening houdend met de sociaal-economische gevolgen die de herstructurering voor de visserijsector met zich mee zal brengen;

(Amendement 5)

Eerste overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende evenwel dat deze segmentering geen kenmerken mag hebben die de toepassing ervan moeilijk en buitensporig ingewikkeld maken;

(Amendement 6)

Tweede overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat de Raad op basis van de vaststelling dat de algemene situatie van de visbestanden waarop door de communautaire vissersvaartuigen mag worden gevist verontrustend is - welke vaststelling nog eens is bevestigd in een rapport van onafhankelijke deskundigen dat de Commissie op 22 april 1996 aan de Raad heeft overhandigd -, is overeengekomen, voor een periode die lang genoeg is voor een echte oplossing van de situatie, nauwkeurige richtsnoeren vast te stellen voor de aanpassing van de capaciteit en de visserijinspanning voor de verschillende segmenten van de vloot van de Gemeenschap volgens een programma dat rekening houdt met de situatie van de verschillende visbestanden of groepen visbestanden en waarbij ervoor wordt gezorgd dat aan de lid-staten niet wordt belet, de feitelijke beschikbare quota op te vissen;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de Raad op basis van de vaststelling dat de algemene situatie van de visbestanden waarop door de communautaire vissersvaartuigen mag worden gevist verontrustend is - welke vaststelling voor wat betreft een aantal gevallen nog eens is bevestigd in een rapport van onafhankelijke deskundigen dat de Commissie op 22 april 1996 aan de Raad heeft overhandigd -, is overeengekomen, voor een periode die lang genoeg is voor een echte oplossing van de situatie, nauwkeurige richtsnoeren vast te stellen voor de aanpassing van de capaciteit en de visserijinspanning voor de verschillende segmenten van de vloot van de Gemeenschap volgens een programma dat rekening houdt met de situatie van de verschillende visbestanden of groepen visbestanden en waarbij ervoor wordt gezorgd dat aan de lid-staten niet wordt belet, de feitelijke beschikbare quota op te vissen;

(Amendement 7)

Tweede overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat in elk geval rekening moet worden gehouden met de noodzaak de communautaire structuurfondsen in te zetten bij de maatregelen tot aanpassing van de visserijinspanning en dat het tijdsbestek gedurende hetwelk de MOP IV daadwerkelijk van toepassing zijn en waarnaar in bovenstaande overweging wordt verwezen, niet verder mag gaan dan de periode waarop verordening EEG 3699/93 van toepassing is,

(Amendement 8)

Tweede overweging ter (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de concrete beoordeling van de stand van achteruitgang van de bestanden afhankelijk is van de regelmatige uitvoering van permanente en een alomvattende wetenschappelijke studies;

(Amendement 9)

Tweede overweging quater (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de beschikbare informatie ondanks de vooruitgang die op lange termijn is geboekt nog steeds schaars en weinig betrouwbaar is en dat de instrumenten voor de observatie/analyse en de wiskundige modellen gekenmerkt worden door belangrijke fouten waardoor met name de beoordeling van de staat van de relatieve verslechtering van de bestanden een belangrijke mate van onzekerheid vertoont;

(Amendement 10)

Vijfde overweging quinquies (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat het voor een rationele en verantwoorde exploitatie van de visbestanden noodzakelijk is dat voortdurend en permanent studies worden verricht naar de biologische kenmerken, het gedrag en de interdependentie van de soorten en dat deze begeleiding des te noodzakelijker is naarmate de toestand van de bestanden verslechtert;

(Amendement 11)

Derde overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat moet worden erkend dat de toestand van bepaalde visbestanden kritiek is en dat bijgevolg wegens de dringendheid van maatregelen voor deze bestanden de capaciteit van de betrokken vlootsegmenten in het begin van het programma sneller moet worden teruggebracht dan aan het einde ervan;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat moet worden erkend dat de toestand van bepaalde visbestanden kritiek is en dat bijgevolg wegens de dringendheid van maatregelen voor deze bestanden de capaciteit van de vlootsegmenten die deze bestanden exploiteren sneller moet worden teruggebracht;

(Amendement 12)

Derde overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat deze kritieke situatie van de visbestanden zeker niet uitsluitend kan worden toegeschreven aan de visserij-inspanningen van de vloten van de lid-staten van de Gemeenschap en dat het noodzakelijk is te beoordelen in welke mate de exploitatie van de bestanden beïnvloed wordt door de visserij- activiteiten van schepen van derde landen en door de mens veroorzaakte verontreiniging;

(Amendement 13)

Derde overweging ter (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de visserij-inspanning moet worden gerationaliseerd en aangepast aan de omvang van de visbestanden, onder meer door middel van maatregelen van diverse aard zoals:

- het stimuleren van het gebruik van selectievere technieken waardoor het terugwerpen van gevangen vis in zee minder kan worden;

- het experimenteren met het beheer van visbestanden door de vissers zelf, mede in overleg met derde landen;

- satellietcontroles;

- voortdurende administratieve controle op de kenmerken van de vloten;

(Amendement 14)

Vierde overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat de doelstellingen en de bepalingen ter herstructurering rekening moeten houden met het type visserij en de vismethode, alsmede met het effect daarvan op de visbestanden en op het mariene milieu, en dat bijgevolg een duidelijk onderscheid tussen gesleept vistuig en staand vistuig moet worden gemaakt;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de doelstellingen en de bepalingen ter herstructurering rekening moeten houden met het type visserij en de vismethode, alsmede met het proportionele effect daarvan op de visbestanden en op het mariene milieu, en dat het bijgevolg dienstig is daarbij zowel gesleept vistuig als staand vistuig te betrekken, naar een nader te bepalen rato;

(Amendement 15)

Vijfde overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat motorvermogen en tonnage adequate parameters zijn voor de vangstcapaciteit van vissersvloten die met gesleept vistuig of ringzegens vissen, maar veel minder adequate parameters voor vissersvloten die met staand vistuig vissen; dat voor laatstgenoemd vistuig, naast de bepalingen van deze beschikking, in het kader van de technische maatregelen bepalingen moeten worden vastgesteld betreffende de sterfte door visserij waarvoor dit vistuig verantwoordelijk is;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat motorvermogen en tonnage adequate parameters zijn voor de vangstcapaciteit van vissersvloten die met gesleept vistuig of ringzegens vissen, maar veel minder adequate parameters voor vissersvloten die met staand vistuig vissen; dat voor laatstgenoemd vistuig, naast de bepalingen van deze beschikking, in het kader van de technische maatregelen bepalingen moeten worden vastgesteld betreffende de sterfte door visserij waarvoor dit vistuig rechtstreeks verantwoordelijk is;

(Amendement 16)

Zesde overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat voor staand vistuig de uitgangssituatie van lid-staat tot lid- staat varieert en dat een regeling moet worden vastgesteld die aangepast is aan de specifieke situaties in de onderscheiden lid-staten;

>Tekst na stemming van het EP>

Schrappen.

(Amendement 17)

Zevende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat rekening moet worden gehouden met een stijging, alleen als gevolg van de technische vooruitgang van de vangstdoelmatigheid van de hele vloot van de Gemeenschap met, naar algemeen wordt geschat, ongeveer 2% per jaar;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat toezicht moet worden gehouden op de toeneming van de visserijinspanning als gevolg van de technische vooruitgang die zou kunnen worden vastgesteld in het geval van schepen die in de moderniseringsprogramma's zijn opgenomen vanaf de inwerkingtreding van deze beschikking, en dat daarmee niet op algemene wijze, maar per vlootsegment rekening moet worden gehouden;

(Amendement 18)

Zevende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de Commissie bijgevolg een onafhankelijke groep van deskundigen moet belasten met een wetenschappelijk verantwoorde beoordeling van de mate waarin deze vooruitgang van invloed is op de visserijinspanning van de hele vloot van de Gemeenschap;

(Amendement 19)

Achtste overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat de Commissie van september 1995 tot en met maart 1996 op regionaal en Europees vlak 35 hoorzittingen heeft gehouden met de beroepsorganisaties en de plaatselijke overheden die het meest bij de ontwikkeling van de visserij zijn betrokken en dat uit deze brede raadpleging is gebleken dat de herstructurering van de visserijsector, hoe noodzakelijk ook, maatschappelijke gevolgen zou kunnen hebben in de betrokken werkgelegenheidsgebieden, met name op korte termijn, alsook consequenties voor de werkgelegenheid aan boord van de vissersvaartuigen, en dat daarom, voor zover mogelijk, naast de begeleidende sociaal-economische maatregelen waarin de communautaire regelingen voorzien, de effecten van de herstructurering moeten worden vezacht door de uitvoering van de maatregelen voor de herstructurering van de sector in de tijd te spreiden;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de Commissie van september 1995 tot en met maart 1996 op regionaal en Europees vlak 35 hoorzittingen heeft gehouden met de beroepsorganisaties en de plaatselijke overheden die het meest bij de ontwikkeling van de visserij zijn betrokken en dat uit deze brede raadpleging is gebleken dat de herstructurering van de visserijsector, hoe noodzakelijk ook, maatschappelijke gevolgen zal hebben in de betrokken werkgelegenheidsgebieden, met name op korte termijn voor de werkgelegenheid aan boord van de vissersvaartuigen en aan de wal, en dat daarom, voor zover mogelijk, naast de begeleidende sociaal-economische maatregelen waarin de communautaire regelingen voorzien en die moeten worden versterkt, de effecten van de herstructurering zoveel mogelijk moeten worden verzacht door begeleidende sociale maatregelen in samenhang met de MOP IV;

(Amendement 20)

Negende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat, in de gevallen waarin de situatie van de visbestanden zo kritiek is dat dringende oplossingen nodig zijn, een dergelijke spreiding niet dienstig zou zijn;

>Tekst na stemming van het EP>

Schrappen.

(Amendement 21)

Tiende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat ermee rekening moet worden gehouden dat de sector in van de visserij afhankelijke gebieden werkgelegenheid schept en dat het gerechtvaardigd is een speciale behandeling toe te passen in het geval van de kleinschalige kustvisserij die met staand vistuig vist, omdat deze visserij een hoge rechtstreekse werkgelegenheid verschaft bij een verhoudingsgewijze lage visvangst;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat het grote aantal arbeidsplaatsen dat door de sector wordt gecreëerd in van de ambachtelijke kustvisserij afhankelijke gebieden een speciale behandeling rechtvaardigt;

(Amendement 22)

Tiende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat rekening moet worden gehouden met de arbeidsplaatsen die door de visserijindustrie worden gecreëerd en dat daar nog een groot aantal rechtstreeks aanverwante arbeidsplaatsen bijkomt, zodat een speciale behandeling gerechtvaardigd is;

(Amendement 23)

Elfde overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende dat het, in situaties waarin zulks door de economische omstandigheden waaronder de exploitatie van bepaalde vlootsegmenten plaatsvindt en door de specifieke aard van bepaalde visserijactiviteiten, gerechtvaardigd is, de als gevolg van de situatie van de visbestanden vereiste verminderingen van de visserijinspanning mogen worden verkregen door, in plaats van de capaciteit, de visserijactiviteit van de genoemde vlootsegmenten te verminderen, mits de betrokken lid-staat aantoont in staat te zijn regelingen inzake de visserijinspanningen per visserijtak in te voeren en te beheren;

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat het, in situaties waarin zulks door de economische omstandigheden waaronder de exploitatie van bepaalde vlootsegmenten plaatsvindt en door de specifieke aard van bepaalde visserijactiviteiten, gerechtvaardigd is, de als gevolg van de situatie van de visbestanden vereiste verminderingen van de visserijinspanning moeten worden verkregen door, in plaats van de capaciteit, de visserijactiviteit van de genoemde vlootsegmenten te verminderen, mits de betrokken lid-staat aantoont in staat te zijn regelingen inzake de visserijinspanningen per visserijtak in te voeren en te beheren;

(Amendement 24)

Elfde overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat bepaalde pelagische soorten gevoelig zijn voor bijzondere klimatologische omstandigheden waardoor de samenstelling van de desbetreffende bestanden los van het vraagstuk van het menselijk beheer wordt gewijzigd, en dat moet worden onderkend dat deze situaties moeten worden rechtgetrokken door de vermindering van de visserij-inspanning, vergezeld van de nodige compenserende maatregelen ten behoeve van de vissers en de sector in het algemeen;

(Amendement 25)

Veertiende overweging

>Oorspronkelijke tekst>

overwegende evenwel dat deze termijn niet een voldoende lange periode voor een toereikende herstructurering van de sector is en dat bijgevolg verdere maatregelen moeten worden genomen in een tweede etappe, die tenminste gelijk is aan de eerste; dat met deze beschikking niet wordt vooruitgelopen op financiële besluiten van de Gemeenschap ter begeleiding van de herstructurering van de visserijsector in de periode na 31 december 1999;

>Tekst na stemming van het EP>

Schrappen.

(Amendement 26)

Vijftiende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat het pakket voorstellen een vertrouwensovereenkomst tussen de vissers en de Europese Unie vormen en dat de medewerking van de betrokken beroepsgroepen onontbeerlijk is voor het welslagen van welke herstructurering dan ook;

(Amendement 27)

Zestiende overweging bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

overwegende dat de uitvoerings- en toepassingsniveaus van de MOP III zeer uiteenlopend zijn;

(Amendement 28)

Artikel 1, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. De capaciteit der segmenten van de vissersvloot van elke lid-staat wordt binnen de in de bijlage bij deze beschikking vermelde termijnen verminderd overeenkomstig het in die bijlage voorgeschreven percentage voor vermindering van de visserijinspanning per visbestand of groep visbestanden.

>Tekst na stemming van het EP>

1. Na raadpleging van het Wetenschappelijke, Technische en Economische Comité voor de Visserij legt de Commissie de Raad zeer gedetailleerde voorstellen voor betreffende de vermindering van de capaciteit van de vissersvlootsegmenten van elke lid-staat, met inachtneming van:

- de toestand van het bestand of de groep bestanden zoals die blijkt uit een permanente en algemene evaluatie;

- de mate waarin de doelstellingen van de MOP III zijn verwezenlijkt;

- het specifieke karakter van de multispecifieke en polyvalente visserij.

(Amendement 29)

Artikel 1, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. Wanneer met een vlootsegment op meer dan één bestand of meer dan één groep bestanden wordt gevist, wordt de capaciteitsvermindering bepaald aan de hand van het hoogste percentage voor vermindering van de visserijinspanning voor het meest kwetsbare visbestand.

>Tekst na stemming van het EP>

Schrappen.

(Amendement 30)

Artikel 1 bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

Artikel 1 bis

De vermindering van de visserijinspanning dient, gezien de werkgelegenheidsgevolgen en de sociaal-economische impact in de visserijsector en de aanverwante bedrijfstakken, gepaard te gaan met nieuwe, buitengewone maatregelen waarmee behoud van de werkgelegenheid en een waardig inkomen voor de betrokken werknemers en werkneemsters en hun gezinnen worden gewaarborgd. Daarbij wordt als basisbeginsel gehanteerd dat er voor de vissers een automatische inkomenscompensatie komt die in verhouding staat tot het beperkingspercentage van de visserij-inspanning; een en ander moet tot stand worden gebracht middels een Buitengewoon Plan voor de Europese Visserij waarin met name:

>Tekst na stemming van het EP>

1. wordt vastgesteld in welke gebieden van de EU de visserijactiviteit een dalende lijn vertoont; deze gebieden worden opgenomen in de regio's van doelstelling 2 van het Europees Sociaal Fonds;

>Tekst na stemming van het EP>

2. een speciaal programma wordt vastgesteld, "Leader-zee" genoemd, voor de gebieden waar de visserijactiviteit en de bij de desbetreffende activiteiten betrokken personen moeten worden opgewaardeerd;

3. kwetsbare zones worden aangewezen waarvoor een absoluut visverbod of een biologische rustperiode wordt ingesteld, met gewaarborgde inkomens voor de vissers;

4. wordt bepaald tot omschakeling, middels een specifiek programma, van grote naar kleine visserij, waarbij cooeperaties van werknemers en werkneemsters in de sector worden begunstigd;

5. steun wordt verleend aan de gedeeltelijke of gehele omschakeling van de visserijactiviteiten, met stimulerings-maatregelen voor de aquacultuur, bij- en herscholingsprogramma's voor de vissers, en steun voor uit maatschappelijk oogpunt nuttige aanvullende activiteiten zoals sanering van het mariene milieu;

6. bijzondere maatregelen ten behoeve van de afzet en het aanboren van nieuwe markten middels significante maatregelen zoals erkenning van typische kwaliteitsprodukten van de visserij en steun aan marketingsactiviteiten door de producentenorganisaties zelf.

(Amendement 31)

Artikel 2, punt 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. wordt de capaciteit van vlootsegmenten die bestaan uit vaartuigen die vissen met gesleept vistuig en ringzegens tenminste opgegeven in tonnage GT en in totaal geïnstalleerd vermogen in kW;

>Tekst na stemming van het EP>

1. wordt de capaciteit van vlootsegmenten die bestaan uit vaartuigen die vissen met gesleept vistuig en ringzegens tenminste opgegeven in tonnage GT en in totaal geïnstalleerd vermogen in kW. Gezien het feit dat twee verschillende factoren van toepassing zijn bij de vaststelling van de capaciteit hebben de lid-staten de mogelijkheid voor de vaststelling van de reële verminderingen rekening te houden met het gewogen gemiddelde van het tonnage GT en het in totaal geïnstalleerd vermogen in kW, door de Commissie vast te stellen in het kader van de in artikel 1, lid 1 bedoelde voorstellen;

(Amendement 32)

Artikel 2, punt 3

>Oorspronkelijke tekst>

3. wordt de capaciteit van polyvalente vlootsegmenten, die bestaan uit vaartuigen die afwisselend met gesleept of staand vistuig vissen, tenminste opgegeven in tonnage GT, totaal geïnstalleerd vermogen in kW en aantal vaartuigen.

>Tekst na stemming van het EP>

3. wordt de capaciteit van polyvalente vlootsegmenten, die bestaan uit vaartuigen die afwisselend met gesleept of staand vistuig vissen, tenminste opgegeven in tonnage GT, totaal geïnstalleerd vermogen in kW en aantal vaartuigen. De lid-staten hebben de mogelijkheid voor de vaststelling van de reële verminderingen rekening te houden met het gewogen gemiddelde van het tonnage GT en het in totaal geïnstalleerd vermogen in kW. door de Commissie vast te stellen in het kader van de in het eerste artikel bedoelde voorstellen.

(Amendement 33)

Artikel 2, punt 3 bis (nieuw)

>Tekst na stemming van het EP>

3 bis. wordt, bij de aanpassing van de capaciteit, rekening gehouden met de leeftijd en efficiëntie van schepen en bemanning.

(Amendement 34)

Artikel 3

>Oorspronkelijke tekst>

Het bepaalde in artikel 1 geldt niet voor het vlootsegment van elke lid-staat dat bestaat uit vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 7 m die niet zijn uitgerust voor de visserij met gesleept vistuig. Iedere verhoging van de capaciteit van dit vlootsegment, uitgedrukt in tonnage GT en in aantal vaartuigen overeenkomstig de volgens verordening (EG) nr. 109/94 verzamelde gegevens, is van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002 verboden.

>Tekst na stemming van het EP>

Het bepaalde in artikel 1 geldt niet voor het vlootsegment van elke lid-staat dat bestaat uit vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 12 m die niet zijn uitgerust voor de visserij met gesleept vistuig. Iedere verhoging van de capaciteit van dit vlootsegment, uitgedrukt in tonnage GT en in aantal vaartuigen overeenkomstig de volgens verordening (EG) nr. 109/94 verzamelde gegevens, is van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1999 verboden. Elke capaciteitsvermindering in dit segment zal echter worden meegeteld teneinde een algehele berekening te verkrijgen van de daaruit voortvloeiende vermindering van de visserijinspanning ten aanzien van de bestanden waarop dit segment betrekking heeft.

(Amendement 35)

Artikel 4, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. Iedere lid-staat stelt de nodige maatregelen vast om de ontwikkeling van de visserijinspanning, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder f) van verordening (EEG) nr. 3760/92, van de met staand vistuig vissende vlootsegmenten binnen de in de bijlage bij deze beschikking vastgestelde termijnen en grenzen te houden. De voorgestelde maatregelen, die ertoe moeten leiden dat de vereiste capaciteitsverminderingen tot een dienovereenkomstige vermindering van de visserijinspanning leidt, moet uiterlijk op 30 juni 1997 voor goedkeuring aan de Commissie worden voorgelegd.

>Tekst na stemming van het EP>

1. Iedere lid-staat stelt de nodige maatregelen vast om de ontwikkeling van de visserijinspanning, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder f) van verordening (EEG) nr. 3760/92, van de met staand vistuig vissende vlootsegmenten binnen grenzen te houden. De voorgestelde maatregelen, die ertoe moeten leiden dat de vereiste capaciteitsverminderingen tot een dienovereenkomstige vermindering van de visserijinspanning leidt, moet uiterlijk op 30 juni 1997 voor goedkeuring aan de Commissie worden voorgelegd.

(Amendement 36)

Artikel 4, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. Iedere lid-staat kan, volgens de procedure van artikel 4 van verordening (EG) nr. 109/94, voor de in artikel 2 van deze beschikking bedoelde vlootsegmenten een programma tot beperking van de visserijinspanning voorstellen, dat wettelijke maatregelen met betrekking tot de visserijactiviteit omvat. Ingeval de Commissie een dergelijk programma besluit te aanvaarden, bepaalt zij in de desbetreffende beschikking in welke mate en op welke voorwaarden de uitvoering van dit programma ertoe leidt dat de verplichtingen van de betrokken lid-staat inzake capaciteitsvermindering in het kader van de beschikkingen bedoeld in artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 3699/93 kunnen worden versoepeld.

>Tekst na stemming van het EP>

2. Uiterlijk drie maanden vóór de in het vorige lid genoemde datum stelt de Commissie de criteria vast op basis waarvan de lid-staten die de doelstellingen van de MOP III hebben bereikt de in het kader van de MOP IV te verwezenlijken doelstellingen kunnen versoepelen, zonder dat deze criteria mogen leiden tot een discriminatie tussen de vloten of vlootsegmenten. In overleg met de Commissie kan iedere lid-staat, volgens de procedure van artikel 4 van verordening (EG) nr. 109/94, voor de in artikel 2 van deze beschikking bedoelde vlootsegmenten een programma tot beperking van de visserijinspanning voorstellen, dat wettelijke maatregelen met betrekking tot de visserijactiviteit omvat. Ingeval de Commissie en de Raad een dergelijk programma besluiten te aanvaarden, bepalen zij in welke mate en op welke voorwaarden de uitvoering van dit programma ertoe leidt dat de verplichtingen van de betrokken lid-staat inzake capaciteitsvermindering in het kader van de beschikkingen bedoeld in artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 3699/93 kunnen worden versoepeld. Ingeval de Commissie een dergelijk programma niet aanvaardt, moet zij het desbetreffende besluit met overtuigende argumenten rechtvaardigen.

(Amendement 37)

Artikel 5

>Oorspronkelijke tekst>

De vlootsegmenten waarvoor door de Gemeenschap of de lid-staten goedgekeurde aanbevelingen voor visserijbeheer van internationale organisaties gelden en, zonodig, de vlootsegmenten bedoeld in de visserij-overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen, worden nader bepaald en de capaciteit ervan wordt door de Commissie in het kader van haar op grond van deze beschikking gegeven beschikkingen aangepast overeenkomstig de in genoemde aanbevelingen vastgestelde doelstellingen en de in genoemde overeenkomsten vastgestelde vangst- mogelijkheden.

>Tekst na stemming van het EP>

In geval van internationale visserijorganisaties waarbij de Europese Gemeenschap of haar lid-staten zijn aangesloten, wordt gehandeld overeenkomstig de aanbevelingen van deze organisaties, onverminderd de eventuele inzet van eenzelfde vlootsegment in andere internationale zones of in derde landen.

(Amendement 38)

Artikel 6, lid 1

>Oorspronkelijke tekst>

1. De Commissie zorgt er in het kader van artikel 5 van verordening (EG) nr. 3699/93 met betrekking tot de meerjarige oriëntatieprogramma's voor de visservloot voor dat de in deze beschikking bedoelde doelstellingen en bepalingen in twee etappes worden uitgevoerd, waarvan de eerste loopt van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1999. In dat kader wordt de indeling van de vloot in segmenten vastgelegd alsmede de wijze waarop, rekening houdende met de doelstellingen uit de voorgaande programma's, de doelstellingen per vlootsegement worden vastgesteld.

>Tekst na stemming van het EP>

1. De Commissie zorgt er in het kader van artikel 5 van verordening (EG) nr. 3699/93 met betrekking tot de meerjarige oriëntatieprogramma's voor de visservloot voor dat de in deze beschikking bedoelde doelstellingen en bepalingen worden uitgevoerd tussen 1 januari 1997 en 31 december 1999. In dat kader wordt de indeling van de vloot in segmenten vastgelegd alsmede de wijze waarop, rekening houdende met de doelstellingen uit de voorgaande programma's, de doelstellingen per vlootsegement worden vastgesteld, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de mogelijkheden voor de lid-staten die de in deze voorgaande programma's vastgestelde doelstellingen hebben bereikt of overschreden, om soepeler maatregelen te nemen.

(Amendement 39)

Artikel 6, lid 2

>Oorspronkelijke tekst>

2. De overeenkomstig de in de bijlage vermelde percentages voor etappe I (1997- 1999) vastgestelde doelstellingen voor vermindering van de capaciteit per vlootsegment moeten uiterlijk op 31 december 1999 zijn bereikt.

>Tekst na stemming van het EP>

2. De op basis van deze beschikking vastgestelde doelstellingen voor vermindering van de capaciteit per vlootsegment moeten uiterlijk op 31 december 1999 zijn bereikt.

(Amendement 40)

Artikel 6, lid 3

>Oorspronkelijke tekst>

3. De overeenkomstig de in de bijlage vermelde percentages voor etappe II (2000- 2002) vastgestelde doelstellingen voor vermindering van de capaciteit per vlootsegment moeten uiterlijk op 31 december 2002 zijn bereikt. Hiertoe verstrekken de lid-staten de Commissie, uiterlijke op 1 januari 1999, de gegevens bedoeld in bijlage II bij verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad, zoals aangepast voor de periode 1999-2002.

Het bij artikel 16 van verordening (EEG) nr. 3760/92 ingestelde Wetenschappelijke, Technische en Economische Comité voor de Visserij brengt uiterlijk op 1 januari 1999 een verslag uit over de ontwikkeling van de situatie van de visbestanden en de visserijtakken.

Aan de hand van die gegevens kan de Raad, volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag, besluiten tot herziening van de richtsnoeren die hij in deze beschikking heeft vastgesteld.

>Tekst na stemming van het EP>

3. Het bij artikel 16 van verordening (EEG) nr. 3760/92 ingestelde Wetenschappelijke, Technische en Economische Comité voor de Visserij stelt uiterlijk op 1 januari 1999 een verslag op over de ontwikkeling van de situatie van de visbestanden en de visserijtakken.

De desbetreffende doelstellingen kunnen worden aangepast op basis van een jaarlijks verslag over de visserij met recente gegevens over de bestanden, de vangstcapaciteit per vlootsegment en de visserijinspanning, over welk verslag de Raad en het Europees Parlement worden geraadpleegd.

(Amendement 41)

Artikel 7

>Oorspronkelijke tekst>

Voor de periode na 31 december 2002 zullen de doelstellingen en bepalingen zoals bedoeld in artikel 11 van verordening (EEG) nr. 3760/92 uiterlijk op 30 juni 2002 door de Raad worden vastgesteld.

>Tekst na stemming van het EP>

Voor de periode na 31 december 1999 zullen de doelstellingen en bepalingen zoals bedoeld in artikel 11 van verordening (EEG) nr. 3760/92 uiterlijk op 30 juni 1999 door de Raad, na raadpleging van het Europees Parlement, worden vastgesteld.

(Amendement 42)

Bijlage

>Tekst na stemming van het EP>

De bijlage wordt geschrapt

Wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een beschikking van de Raad inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2002, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussden de visbestanden en de exploitatie daarvan (COM(96)0237 - C4-0438/96 - 96/0142(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

- gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(96)0237 - 96/0142(CNS)) ((PB C 259 van 6.9.1996, blz. 6.)),

- geraadpleegd door de Raad (C4-0438/96),

- gelet op artikel 58 van zijn Reglement,

- gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie juridische zaken en rechten van de burger (A4-0399/96),

1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie zoals gewijzigd door het Parlement;

2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 189 A, lid 2, van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4. wenst dat de overlegprocedure wordt ingeleid ingeval de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;

5. wenst opnieuw te worden geraagdpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

6. verzoekt zijn Voorzitter dit advies te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Top