Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51996AC1384

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake samenwerking voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de Donau"

PB C 66 van 3.3.1997, pp. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51996AC1384

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake samenwerking voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de Donau"

Publicatieblad Nr. C 066 van 03/03/1997 blz. 0001


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake samenwerking voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de Donau"

(97/C 66/01)

De Raad heeft op 2 augustus 1996 besloten, overeenkomstig artikel 130 S van het EG-Verdrag bij het Economisch en Sociaal Comité een advies aan te vragen over het voornoemde voorstel.

De Afdeling voor milieu, volksgezondheid en consumentenvraagstukken, die met de voorbereiding van de werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 8 november 1996 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Strasser.

Het advies heeft tijdens zijn 340e Zitting (vergadering van 27 november 1996) het volgende advies uitgebracht, dat met 94 stemmen vóór, 4 stemmen tegen, bij 2 onthoudingen is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. Tijdens de vervolgconferentie van de CVSE over milieu (1989) zijn de oeverstaten van de Donau overeengekomen, de Donauverklaring van Boekarest uit 1985 door een efficiënter en bindender instrument te vervangen en de inhoud aanmerkelijk uit te breiden. Oostenrijk heeft grote invloed op dit initiatief uitgeoefend en heeft in belangrijke mate tot de voorbereidingen van de onderhandelingen (geopend in 1992 en afgesloten in maart 1994) over het Verdrag inzake bescherming van de Donau bijgedragen. Bij dit Verdrag zijn volgens de huidige stand twaalf partijen (incl. de EU) aangesloten, waarvan zes partijen het Verdrag inmiddels hebben geratificeerd.

1.2. Het Donauverdrag kan op wezenlijke punten worden beschouwd als verdere uitbouw van het internationaal milieurecht. Dit verdrag, dat direct na afsluiting van het ECE-Verdrag over bescherming van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren werd opgesteld, sluit op belangrijke onderdelen bij dit raamverdrag aan. Het verdrag beantwoordt ook aan de eisen die in de paragrafen 5.4 en 6.3 van het ESC-advies voor de "Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Het waterbeleid van de Europese Gemeenschap" () worden gesteld.

1.3. In het Donauverdrag zijn voor het Donaugebied gedetailleerde regels voor een op de eisen van de tijd afgestemde bescherming van water opgenomen. Deze regels dienen door de verdragspartijen zelf in nationaal recht te worden omgezet, maar naar het voorbeeld van de internationale samenwerking bij andere Europese riviersystemen (b.v. Rijn en Elbe), ook door een internationale commissie ter bescherming van de Donau. In de bilaterale overeenkomst tussen Spanje en Portugal over de rivier de Duero is een soortgelijke procedure gevolgd.

1.4. Het Donauverdrag omvat de volgende fundamentele onderwerpen:

- voorkómen, bestrijden en terugdringen van grensoverschrijdende vervuiling;

- invoering van controleprogramma's met betrekking tot de toestand van grensoverschrijdende waterlopen en meren;

- oriëntatie aan de criteria van duurzame waterhuishouding en een milieuvriendelijke ontwikkeling, in het bijzonder met het oog op de kwaliteit van het bestaan, bescherming van reserves, bescherming van eco-systemen en het voorkómen van milieuschade;

- samenwerking bij onderzoek naar en ontwikkeling van efficiënte procédés inzake voorkómen, bestrijden en terugdringen van grensoverschrijdend milieubederf;

- bi- en multilaterale samenwerking op grond van gelijke rechten en wederkerigheid, vooral door oprichting van gemeenschappelijke organen, zonder daarbij af te doen aan reeds bestaande overeenkomsten of afspraken op dit gebied;

- verplichting tot voorlichting van de bevolking over de toestand van grensoverschrijdende waterlopen en meren.

Verder zijn in het verdrag geregeld de uitwisseling van informatie tussen de oeverstaten en de verplichting onverwijld te waarschuwen in geval van kritieke situaties (invoering van waarschuwings- en alarmsystemen). Verwacht mag worden dat de materiële voorschriften van het verdrag een harmoniserende uitwerking op toekomstige nationale wetgeving van de Oost-Europese Donaulanden zullen hebben, hetgeen een moderne waterbescherming ten goede komt.

1.5. Sinds het Donauverdrag in juni 1994 werd ondertekend, is met de op een verklaring van ministers voortbouwende voorlopige uitvoering van het Verdrag reeds grote vooruitgang geboekt, met name waar het gaat om het opzetten van bestuurlijke structuren en een organisatie. De internationale Donaucommissie heeft reeds haar procedureregels overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte statuut uitgewerkt.

2. Opmerkingen

2.1. Het Comité is het met de Commissie eens dat een spoedige inwerkingtreding van het Donauverdrag uitermate wenselijk is, en is er daarom voorstander van dat dit verdrag spoedig door de EU wordt geratificeerd. Het Verdrag is van grote betekenis voor de buitenlandse en de economische politiek, alsook het milieubeleid. Het levert een belangrijke bijdrage tot de Europese integratie en komt ook de ontwikkeling van een duurzame economie, alsook de bescherming van natuur en milieu in het Donaugebied ten goede.

3. Vervolgopmerkingen

3.1. Het Comité attendeert erop dat de toenemende achteruitgang van de waterkwaliteit in de benedenloop van de Donau, d.w.z. in de Donaumonding, een bijzonder ernstig probleem vormt. Een van de voornaamste oorzaken is dat afvalwater vaak ongereinigd in de Donau wordt geloosd. Prioriteit heeft dan ook de bouw van waterzuiveringsinstallaties. Het in 1991 van start gegane internationale programma voor het Donaumilieu heeft daarbij een belangrijke functie.

3.2. Met ondersteuning van de EU werd in 1994 een strategisch actieprogramma uitgewerkt, waarmee beoogd wordt de uitvoering van het Donauverdrag te bevorderen. Bij de financiering van noodzakelijke maatregelen spelen naast het Phare-programma van de EU de Global Environment Facility (GEF), de Wereldbank en de Oost-Europa Bank een rol van belang.

3.3. Om de vervuiling van de Donau zo spoedig mogelijk sterk terug te dringen, dienen volgens het Comité de bestaande steuninstrumenten optimaal te worden ingezet en, waar nodig, nieuwe instrumenten te worden toegevoegd, zodat de bouw van concrete installaties voor waterzuivering kan worden bekostigd. Daarbij dient te worden beseft dat zes Donaulanden tot de EU wensen toe te treden.

3.4. Het Comité acht het zinvol, het internationale milieuprogramma voor de Donau zo spoedig mogelijk in het Donauverdrag op te nemen.

Brussel, 27 november 1996.

De voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité

T. JENKINS

() CES 1069/96 van 25. 9. 1996.

Top