This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51995PC0723
Proposal for a Council Decision with a view to accession by the European Community to the 1958 Revised Agreement concerning the adoption of uniform conditions of approval and reciprocal recognition of approval for motor vehicle equipment and parts
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de herziene overeenkomst van 1958 betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de herziene overeenkomst van 1958 betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen
/* COM/95/0723 DEF - AVC 96/0006 */
PB C 69 van 7.3.1996, pp. 4–8
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de herziene overeenkomst van 1958 betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen /* COM/95/0723 DEF - AVC 96/0006 */
Publicatieblad Nr. C 069 van 07/03/1996 blz. 0004
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de herziene overeenkomst van 1958 betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen (96/C 69/05) COM(95) 723 def. - 96/0006(AVC) (Door de Commissie ingediend op 15 januari 1996) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, in samenhang met artikel 228, lid 2, eerste zin, lid 3, tweede alinea, en lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien de instemming van het Europees Parlement, Overwegende dat de Raad bij besluit van 23 oktober 1990 de Commissie had gemachtigd deel te nemen aan onderhandelingen over de herziening van de overeenkomst van 1958 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (ECE) betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen (hierna te noemen "herziene overeenkomst"); Overwegende dat naar aanleiding van deze onderhandelingen de Europese Gemeenschap de mogelijkheid heeft partij bij de herziene overeenkomst te worden als regionale organisatie voor economische integratie waaraan de Lid-Staten bevoegdheden op het onder de overeenkomst vallende gebied hebben overgedragen; Overwegende dat de toetreding tot deze overeenkomst past in een doelstelling van de gemeenschappelijke handelspolitiek, overeenkomstig artikel 113 van het Verdrag, die is gericht op de opheffing van technische handelsbelemmeringen voor motorvoertuigen tussen de partijen bij de overeenkomst; dat de deelneming van de Gemeenschap meer gewicht zal verlenen aan de in het kader van deze overeenkomst verrichte harmonisatiewerkzaamheden en aldus de toegang tot markten in derde landen kan vergemakkelijken; dat deze deelneming een samenhang teweeg moet brengen tussen de in het kader van de herziene overeenkomst vastgestelde "reglementen" en de communautaire wetgeving ter zake; Overwegende dat de typegoedkeuring van motorvoertuigen en de technische harmonisatie plaatsvinden op basis van richtlijnen betreffende systemen, onderdelen en technische eenheden van voertuigen, waarvoor de juridische grondslag wordt gevormd door artikel 100 A, dat de totstandbrenging en de werking van de interne markt beoogt, en dat met ingang van 1 januari 1996 voor voertuigen van categorie M1 de harmonisatie een totaal en verplicht karakter zal hebben op grond van Kaderrichtlijn 70/156/EEG en de bijzondere richtlijnen voor deze categorie voertuigen; Overwegende dat het sluiten van de overeenkomst door de Europese Gemeenschap met zich meebrengt dat besluiten die volgens de procedure van artikel 189 B zijn vastgesteld, moeten worden gewijzigd; dat bijgevolg het advies van het Europees Parlement is vereist; Overwegende dat de zogenaamde "reglementen", die binnen de instanties van de overeenkomst zijn vastgesteld, voor de Gemeenschap een bindend karakter zullen krijgen na het verstrijken van een termijn van zes maanden vanaf de kennisgeving daarvan, voor zover de Gemeenschap daartegen geen bezwaar heeft aangetekend; dat er derhalve in dient te worden voorzien dat de stemming van de Gemeenschap met betrekking tot dergelijke besluiten, voor zover deze geen eenvoudige aanpassing aan de technische vooruitgang vormen, wordt voorafgegaan door een besluit dat wordt vastgesteld volgens dezelfde procedure die voor het sluiten van de overeenkomst geldt; Overwegende evenwel dat, indien de vaststelling van een dergelijk reglement slechts een aanpassing aan de technische vooruitgang vormt, de stem van de Gemeenschap kan worden uitgebracht door de Commissie, bijgestaan door een comité dat uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten is samengesteld; Overwegende dat, gezien de technische aard, het Gemeenschapsstandpunt voor de opstelling van "reglementen" door de Commissie kan worden bepaald; Overwegende dat de overeenkomst voor een wijziging daarvan in een vereenvoudigde procedure voorziet; dat op communautair niveau voor een besluitvorming dient te worden gezorgd die rekening houdt met de verplichtingen van deze procedure; Overwegende dat overeenkomstig het bepaalde in de herziene overeenkomst iedere nieuwe partij bij de overeenkomst de mogelijkheid heeft om bij het neerleggen van de toetredingsakten tegelijkertijd te verklaren dat zij niet wenst te zijn gebonden door bepaalde, door haar nader aan te geven ECE/VN-reglementen; dat de Gemeenschap gebruik wenst te maken van deze bepaling teneinde zich enerzijds onmiddellijk aan te sluiten bij de lijst van reglementen die essentieel worden geacht voor de goede werking van het typegoedkeuringssysteem voor motorvoertuigen, zoals reeds vastgesteld in Richtlijn 92/53/EEG (1), en anderzijds voor elk geval afzonderlijk de mogelijkheid te onderzoeken om zich later bij de overige reglementen aan te sluiten, afhankelijk van het belang daarvan met betrekking tot de typegoedkeuring van motorvoertuigen op communautair en tevens op internationaal niveau; Overwegende dat deze toetreding geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om de reglementen van de door de Gemeenschap aangenomen lijst op te zeggen, overeenkomstig artikel 1, punt 6, van de herziene overeenkomst; Overwegende dat, in zoverre de Gemeenschap niet toetreedt tot alle ECE/VN-reglementen maar tot een welbepaalde lijst van reglementen die essentieel worden geacht voor de goede werking van de typegoedkeuringsprocedure voor motorvoertuigen, de Lid-Staten die reglementen hebben ondertekend waar de Gemeenschap zich niet bij aansluit, in staat dienen te worden gesteld verder te zorgen voor het beheer en de ontwikkeling daarvan, met inachtneming van een procedure van voorafgaande kennisgeving aan de Commissie, teneinde de verenigbaarheid met het communautaire typegoedkeuringssysteem voor motorvoertuigen te waarborgen; Overwegende dat overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag de Lid-Staten zich ervan moeten vergewissen dat er geen onverenigbaarheid bestaat tussen reeds ondertekende ECE/VN-reglementen waar de Gemeenschap zich niet bij aansluit en de huidige desbetreffende communautaire regelgeving, BESLUIT: Artikel 1 De Europese Gemeenschap treedt toe tot de herziene overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties van 1958 betreffende de vaststelling van uniforme voorwaarden voor de goedkeuring en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en onderdelen van motorvoertuigen. De tekst van de herziene overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die de bevoegdheid heeft om de toetredingsakte neder te leggen overeenkomstig artikel 6, punt 3, van de herziene overeenkomst na de vankrachtwording van deze overeenkomst. Artikel 3 1. Overeenkomstig artikel 1, punt 5, van de herziene overeenkomst verklaart de Europese Gemeenschap haar toetreding te beperken tot de toepassing van de ECE/VN-reglementen waarvan de lijst in de bijlage bij dit besluit is opgenomen. 2. Overeenkomstig artikel 1, punt 6, van de herziene overeenkomst kan de Gemeenschap, krachtens het bepaalde in artikel 113 van het Verdrag, besluiten een eerder door haar aangenomen ECE/VN-reglement op te zeggen. Artikel 4 1. Het standpunt van de Gemeenschap voor de opstelling van ECE/VN-reglementen wordt door de Commissie bepaald. 2. De Gemeenschap stemt vóór de vaststelling van een ontwerp van ECE/VN-reglement of voor een ontwerp-wijziging van een reglement - indien, bij aanpassing van een bestaand reglement aan de technische vooruitgang, het ontwerp is goedgekeurd overeenkomstig de procedure van artikel 13 van Richtlijn 70/156/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 92/53/EEG; - in de overige gevallen, indien op voorstel van de Commissie en met instemming van het Europees Parlement de Raad het ontwerp met gekwalificeerde meerderheid van stemmen heeft goedgekeurd. 3. Indien de Gemeenschap stemt vóór een reglement of een wijziging van een reglement, wordt in het besluit eveneens bepaald of dit reglement of deze wijziging binnen de Europese Unie een verplicht dan wel facultatief karakter heeft, naar gelang van de categorie voertuigen waarop het van toepassing is. 4. De Commissie zal dienovereenkomstig de betreffende wijziging aanbrengen in bijlage IV van Richtlijn 70/156/EEG, alsook in de betrokken bijzondere richtlijnen. Artikel 5 1. Over voorstellen voor wijzigingen van de overeenkomst die namens de Gemeenschap aan de partijen bij de overeenkomst worden voorgelegd, neemt de Raad op voorstel van de Commissie en na advies van het Europees Parlement een besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. 2. Het besluit om al dan niet bezwaar aan te tekenen tegen door andere partijen ingediende voorstellen voor wijzigingen van de overeenkomst wordt genomen overeenkomstig de procedure voor het sluiten van deze overeenkomst. Indien deze procedure één week voor het verstrijken van de termijn zoals bedoeld in artikel 13, lid 2, van de overeenkomst, niet is beëindigd, tekent de Commissie namens de Gemeenschap vóór het verstrijken van de termijn bezwaar aan tegen de wijziging. Artikel 6 1. Lid-Staten die reglementen hebben ondertekend waar de Gemeenschap zich niet bij aansluit, kunnen verder zorgen voor het beheer en de ontwikkeling daarvan door het aannemen van wijzigingen naar gelang van de ontwikkeling van de technische vooruitgang. De Lid-Staten zullen evenwel daarvan voorafgaande kennisgeving moeten doen aan de Commissie die zich zal vergewissen van de verenigbaarheid met het communautaire typegoedkeuringsstelsel alsook met de communautaire doelstellingen ter zake op langere termijn. In dat geval zal de Commissie, binnen een termijn van zes maanden na kennisgeving van deze informatie en volgens de procedure van artikel 13 van Richtlijn 92/53/EEG, kunnen besluiten de deelneming van deze Lid-Staten aan de lopende werkzaamheden voor het (de) betrokken reglement(en) op te schorten. 2. Op dezelfde wijze geldt voor een ontwerp waarbij een Lid-Staat voor het eerst besluit tot aanneming van een reglement waar de Gemeenschap zich niet bij heeft aangesloten, een verplichting tot voorafgaande kennisgeving aan de Commissie, die binnen een termijn van zes maanden kan besluiten dit ontwerp te blokkeren overeenkomstig de procedure van artikel 13 van Richtlijn 92/53/EEG. (1) Bijlage IV, deel II, van Richtlijn 92/53/EEG (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 1). BIJLAGE 1. Op het gebied van motorvoertuigen wenst de Europese Gemeenschap haar toetreding tot de herziene overeenkomst van 1958 te beperken tot de erkenning en aanneming van ECE/VN-reglementen die in de onderstaande lijst zijn vermeld. >RUIMTE VOOR DE TABEL> De hierboven genoemde ECE/VN-reglementen, met uitzondering van die betreffende verontreinigende uitstoot en geluidsniveau, vervangen de technische bijlagen van de overeenkomstige bijzondere EG-richtlijnen, indien deze laatste hetzelfde toepassingsgebied hebben. De aanvullende bepalingen van de richtlijnen, zoals voorschriften inzake installatie of typegoedkeuringsprocedure, blijven evenwel van toepassing voor zover deze verenigbaar zijn met het bepaalde in de ECE/VN-reglementen. De in de bovenstaande lijst vermelde ECE/VN-reglementen zijn met ingang van 1 januari 1996 verplicht van toepassing voor voertuigen van categorie M1 overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 70/156/EEG. De toepassing van ECE/VN-reglementen betreffende verontreinigende uitstoot en geluidsniveau blijft binnen de Europese Unie facultatief. De Gemeenschap verbindt zich ertoe een voertuig dat uit een derde land afkomstig is en aan deze reglementen voldoet, te aanvaarden, maar de communautaire richtlijnen betreffende verontreinigende uitstoot en geluidsniveau blijven de enige regelgeving die door de Lid-Staten moet worden toegepast bij het verlenen van desbetreffende goedkeuringen. Het is bovendien duidelijk dat, ingeval ECE/VN-reglementen afwijken van de overeenkomstige richtlijnen, de Gemeenschap kan besluiten zich te bevrijden van haar verplichting tot wederzijdse erkenning op dit gebied door opzegging van het (de) betrokken ECE/VN-reglement(en) overeenkomstig artikel 1, punt 6, van de herziene overeenkomst en artikel 3, lid 2, van dit besluit. 2. Op het gebied van twee- en driewielige motorvoertuigen beperkt de Gemeenschap haar toetreding tot de volgende ECE/VN-reglementen in de versie die na de opeenvolgende wijzigingen op het tijdstip van toetreding van de Gemeenschap van kracht is: - reglement nr. 53 betreffende de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen, - reglement nr. 60 betreffende bedieningsorganen voor de bestuurder, met inbegrip van de identificatie van bedieningsorganen, verklikkers en meters, - reglement nr. 74 betreffende de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen, - reglement nr. 78 betreffende voertuigen van categorie L wat de reminrichting betreft. Deze reglementen vervangen de technische bijlagen van de overeenkomstige bijzondere EG-richtlijnen, indien deze laatste hetzelfde toepassingsgebied hebben. De aanvullende bepalingen van de richtlijnen, zoals voorschriften inzake installatie of typegoedkeuringsprocedure, blijven evenwel van toepassing voor zover deze verenigbaar zijn met het bepaalde in de ECE/VN-reglementen.