Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51995PC0573

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake een communautair actieprogramma ter ondersteuning van niet gouvernementele organisaties die voornamelijk werkzaam zijn op het gebied van milieubescherming

/* COM/95/573 def. - SYN 95/0336 */

PB C 104 van 3.4.1997, pp. 11–14 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51995PC0573

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake een communautair actieprogramma ter ondersteuning van niet gouvernementele organisaties die voornamelijk werkzaam zijn op het gebied van milieubescherming /* COM/95/573 DEF - SYN 95/0336 */

Publicatieblad Nr. C 104 van 03/04/1997 blz. 0011


Voorstel voor een besluit van de Raad inzake een communautair actieprogramma ter ondersteuning van niet-gouvernementele organisaties die voornamelijk werkzaam zijn op het gebied van milieubescherming (97/C 104/07) (Voor de EER relevante tekst) COM(95) 573 def. - 95/0336(SYN)

(Door de Commissie ingediend op 6 februari 1997)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

In samenwerking met het Europees Parlement,

Overwegende dat het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorziet in de totstandkoming en tenuitvoerlegging van een communautair milieubeleid en de doelstellingen en beginselen aangeeft die als richtsnoeren voor een dergelijk beleid moeten dienen;

Overwegende dat bij de resolutie van de Raad en van de Vertegenwoordigers van de lidstaten van 1 februari 1993 een communautair programma is opgezet betreffende een beleidsplan en actieprogramma inzake het milieu en duurzame ontwikkeling - het vijfde milieu-actieprogramma (1);

Overwegende dat volgens de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 30 juni 1982 betreffende verschillende maatregelen ter verzekering van een beter verloop van de begrotingsprocedure (2) een juridisch instrument moet worden goedgekeurd alvorens kredieten voor wezenlijke nieuwe communautaire acties die in de begroting zijn opgenomen, kunnen worden besteed;

Overwegende dat de Commissie in haar mededeling aan de begrotingsautoriteit betreffende de rechtsgrond en de maximumbedragen de toezegging heeft gedaan een rechtsgrond voor te stellen voor subsidies die worden toegekend uit hoofde van begrotingsartikel B4-306 - bewustmaking en subsidies (3);

Overwegende dat bij de tenuitvoerlegging van de verordening van de Raad inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (4) en van het besluit van de Commissie betreffende de instelling van een algemeen raadgevend forum milieuzaken (5) de deelname van representatieve Europese milieu-organisaties vereist is;

Overwegende dat de niet-gouvernementele organisaties die werkzaam zijn op het gebied van milieubescherming een bijdrage kunnen leveren tot het milieubeleid van de Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 130 R van het Verdrag;

Overwegende dat de werkzaamheden van dergelijke organisaties op het gebied van milieubescherming en hun inspanningen om het publiek meer bewust te maken van de noodzaak van milieubescherming moeten worden bevorderd;

Overwegende dat de mogelijkheden voor nationale, regionale en plaatselijke niet-gouvernementele organisaties om standpunten, problemen en mogelijke oplossingen met betrekking tot milieuproblemen van een communautaire omvang uit te wisselen, dienen te worden verruimd;

Overwegende dat in het vijfde milieu-actieprogramma wordt erkend dat alle betrokken partijen die in samenwerkingsverbanden opereren, met inbegrip van de Commissie en de milieu-organisaties, gezamenlijk werkzaamheden moeten ondernemen en de verantwoordelijkheid voor het verwezenlijken van duurzame ontwikkeling moeten delen;

Overwegende dat de Europese milieu-organisaties van wezenlijk belang zijn voor het coördineren en doorspelen naar de Commissie van informatie over en visies op nieuwe en toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van natuurbescherming en grensoverschrijdende milieuproblemen; dat een en ander door de lidstaten of op lager niveau niet kan worden gedaan of niet optimaal wordt gedaan;

Overwegende dat derhalve overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel een actieprogramma moet worden opgezet om de werkzaamheden van de Europese milieu-organisaties te bevorderen;

Overwegende dat het belangrijk is de prioritaire actiegebieden die door het communautaire programma kunnen worden gesteund vast te stellen, een en ander met inachtneming van het beginsel dat de vervuiler betaalt en het subsidiariteitsbeginsel;

Overwegende dat de te verrichten prioritaire werkzaamheden ten laatste op 30 september van elk jaar voor het daarop volgende jaar moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat het noodzakelijk is de regels voor communautaire steun in het kader van het programma nader te bepalen;

Overwegende dat moet worden voorzien in een voortzetting van het programma na voltooiing van de eerste fase ervan op 31 december 1999;

Overwegende dat er een procedure moet worden ingesteld om de communautaire steun te kunnen aanpassen aan de bijzondere kenmerken van de te steunen werkzaamheden;

Overwegende dat het noodzakelijk is gebruik te maken van doeltreffende methoden voor controle, beoordeling en evaluatie, alsmede om te zorgen voor voldoende informatie voor mogelijke begunstigden en voor het publiek;

Overwegende dat, in het licht van de ervaring die wordt opgedaan tijdens de eerste drie jaar van uitvoering, de werking van het programma moet worden geëvalueerd alvorens over voortzetting ervan te besluiten,

BESLUIT:

Artikel 1

Hierbij wordt een communautair actieprogramma vastgesteld ter ondersteuning van niet-gouvernementele milieu-organisaties. De algemene doelstelling van dit programma is de totstandbrenging en tenuitvoerlegging van communautair milieubeleid en communautaire milieuwetgeving te bevorderen door de milieubeschermingsactiviteiten van niet-gouvernementele organisaties die op Europees vlak werkzaam zijn te ondersteunen.

Artikel 2

1. De werkterreinen die voor communautaire financiële steun in aanmerking komen, worden vermeld in de bijlage.

2. Financiële steun van de Gemeenschap kan worden verstrekt voor werkzaamheden die van communautair belang zijn, een wezenlijke bijdrage leveren tot de tenuitvoerlegging van communautair milieubeleid en voldoen aan de beginselen die ten grondslag liggen aan het vijfde milieu-actieprogramma.

Deze steun wordt met name verleend voor bewustmakingscampagnes en -acties, infrastructuur voor informatie en documentatie, demonstratieprojecten en coördinerende werkzaamheden van niet-gouvernementele organisaties.

Artikel 3

1. De Commissie stelt de prioritaire werkzaamheden vast die op de in de bijlage vermelde werkterreinen moeten worden uitgevoerd.

2. De Commissie zal de aanvullende criteria voor de selectie van de te steunen werkzaamheden nader bepalen.

Artikel 4

De financiële steun kan de vorm aannemen van medefinanciering van werkzaamheden en/of van subsidies aan niet-gouvernementele organisaties.

Artikel 5

De Commissie zorgt voor de samenhang, verenigbaarheid en complementariteit tussen de communautaire werkzaamheden en projecten die in het kader van het onderhavige programma worden uitgevoerd en andere communautaire programma's en initiatieven.

Artikel 6

1. De communautaire steun bedraagt in beginsel maximaal 40 % van de begroting voor operationele en administratieve uitgaven van de begunstigde.

2. Subsidies voor administratieve uitgaven worden in beginsel voor maximaal drie jaar verstrekt.

3. De communautaire steun is bedoeld voor werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kalenderjaar waarin de steun wordt toegekend of een daarop volgend jaar.

Artikel 7

1. De Commissie publiceert een mededeling in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen waarin de voor financiële steun in aanmerking komende prioritaire werkzaamheden en de selectie- en toewijzingscriteria, alsmede de aanvraag- en goedkeuringsprocedure worden beschreven. Deze mededeling wordt uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidies worden toegekend gepubliceerd.

2. Voorstellen betreffende te financieren werkzaamheden moeten bij de Commissie worden ingediend door niet-gouvernementele organisaties die op Europees vlak werkzaam zijn en maatregelen op het gebied van milieubescherming bevorderen welke van bijzonder belang zijn voor de Gemeenschap.

3. Werkzaamheden in het kader van dit programma worden goedgekeurd na een beoordeling van de voorstellen die uiterlijk op 30 april van elk jaar moet zijn voltooid en worden vastgelegd in een met de voor de tenuitvoerlegging verantwoordelijke begunstigden te sluiten overeenkomst waarin de rechten en verplichtingen van de partijen worden geregeld.

4. De hoogte van de financiële steun, de financiële procedures en controlemaatregelen, alsmede alle technische voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor toewijzing van de steun worden bepaald naargelang de aard en de vorm van de goedgekeurde werkzaamheid en worden vastgelegd in de overeenkomst die met de begunstigden wordt gesloten.

Artikel 8

1. Om een succesvolle uitvoering van de werkzaamheden door de begunstigden van communautaire financiële steun te waarborgen, neemt de Commissie de noodzakelijke maatregelen om:

- te controleren of de door de Gemeenschap voorgestelde werkzaamheden op de juiste wijze zijn uitgevoerd;

- onregelmatigheden te voorkomen en te bestrijden;

- bedragen terug te vorderen die als gevolg van misbruik of nalatigheid onrechtmatig zijn ontvangen.

2. Onverminderd de controles van de rekeningen die door de Rekenkamer worden uitgevoerd uit hoofde van artikel 188 C van het Verdrag of controles uit hoofde van artikel 209, onder c), van het Verdrag, kunnen ambtenaren en andere personeelsleden van de Commissie ter plaatse controles uitvoeren, met inbegrip van steekproeven, op werkzaamheden die in het kader van dit programma worden gesteund.

De Commissie stelt de begunstigde van te voren op de hoogte van de controle ter plaatse, behalve indien er goede redenen zijn voor verdenking van fraude en/of oneigenlijk gebruik.

3. De begunstigde van financiële steun houdt alle bewijsstukken met betrekking tot uitgaven voor een werkzaamheid gedurende een periode van vijf jaar na de laatste betaling voor deze werkzaamheid ter beschikking van de Commissie.

Artikel 9

1. De Commissie kan de voor een werkzaamheid toegekende financiële steun verminderen, opschorten of terugvorderen indien zij onregelmatigheden aantreft of indien blijkt dat de werkzaamheid, zonder toestemming van de Commissie, een belangrijke wijziging heeft ondergaan die strijdig is met de voorwaarden die aan de tenuitvoerlegging ervan waren gesteld.

2. Indien de gestelde termijnen niet in acht worden genomen of indien de voortgang bij de tenuitvoerlegging van een werkzaamheid slechts een gedeelte van de toegekende financiële steun rechtvaardigt, verzoekt de Commissie de begunstigde om binnen een bepaalde periode opmerkingen in te dienen. Indien de begunstigde geen bevredigend antwoord geeft, kan de Commissie de resterende financiële steun annuleren en onmiddellijke terugbetaling van reeds betaalde bedragen eisen.

3. Iedere ten onrechte ontvangen betaling moet aan de Commissie worden terugbetaald. Bedragen die niet tijdig worden terugbetaald kunnen worden verhoogd met rente. De Commissie stelt uitgebreide regels op ter uitvoering van dit lid.

Artikel 10

1. De Commissie zorgt voor doeltreffend toezicht op de tenuitvoerlegging van werkzaamheden die door de Gemeenschap worden gefinancierd. Dit toezicht wordt verricht door middel van verslagen overeenkomstig de procedures die door de Commissie en de begunstigde zijn overeengekomen en eveneens door middel van steekproeven.

2. De begunstigde moet voor iedere werkzaamheid een verslag indienen bij de Commissie binnen een periode van drie maanden na voltooiing ervan. De Commissie bepaalt de vorm en inhoud van deze verslagen.

Artikel 11

Jaarlijks wordt een lijst van werkzaamheden die in het kader van dit programma worden gesteund bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 12

Uiterlijk op 30 juni 1999 legt de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van dit programma in de eerste drie jaar en doet zij voorstellen betreffende eventuele noodzakelijke aanpassingen met het oog op voortzetting van het programma na voltooiing van de eerste fase ervan.

De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de daaropvolgende fase die start op 1 januari 2000.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996 en geldt voor een periode van vier jaar.

(1) PB nr. C 138 van 17. 5. 1993, blz. 1.

(2) PB nr. C 194 van 28. 7. 1982, blz. 1.

(3) SEC(94) 1106 def. van 6. 7. 1994.

(4) PB nr. L 99 van 11. 4. 1992, blz. 1.

(5) PB nr. L 328 van 29. 12. 1993, blz. 53.

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top