This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51994PC0344
Proposal for COUNCIL REGULATION (EC) amending Regulation (EEC) No 3763/91 introducing specific measures in respect of certain agricultural products for the benefit of the French overseas departments
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3763/91 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Franse overzeese departementen
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3763/91 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Franse overzeese departementen
/* COM/94/344 def. - CNS 94/0195 */
PB C 290 van 18.10.1994, pp. 4–9
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3763/91 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Franse overzeese departementen /* COM/94/344 DEF - CNS 94/0195 */
Publicatieblad Nr. C 290 van 18/10/1994 blz. 0004
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3763/91 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Franse overzeese departementen (94/C 290/03) COM(94) 344 def. - 94/0195(CNS) (Door de Commissie ingediend op 3 oktober 1994) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gezien het voorstel van Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overwegende dat de Commissie overeenkomstig titel V van Besluit 89/687/EEG van de Raad van 22 december 1989 tot vaststelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van de Franse overzeese departementen afgestemde maatregelen (Poseidom) (1), en overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 3763/91 van de Raad (2), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3714/92 van de Commissie (3), een Verslag 1992-1993 over de uitvoering van het Poseidom-programma en de in voornoemde verordening vermelde maatregelen heeft voorgelegd; Overwegende dat op grond van de evaluatie in het verslag van de Commissie en met name gelet op de in de verslagjaren 1992 en 1993 geconstateerde moeilijkheden, enerzijds, en van de door de Franse autoriteiten in het kader van de partnerschapsprocedure ingediende verzoeken, anderzijds, een aantal aanpassingen van Verordening (EEG) nr. 3763/91 noodzakelijk zijn gebleken; Overwegende dat de herziening van de regeling het mogelijk moet maken om de technische en redactionele aanpassingen aan te brengen die noodzakelijk zijn geworden door de vaststelling en de inwerkingtreding van het programma Poseican voor de Canarische eilanden en van het programma Poseima voor de Azoren en Madeira; Overwegende dat in verband met de vertraging die bij de tenuitvoerlegging van de specifieke voorzieningsregeling is opgelopen, verlenging dienstig is van de toepassingstermijn van de maatregelen om in de behoeften van het departement Guyana aan samengestelde veevoeders te voorzien tot de daadwerkelijke inbedrijfstelling aldaar van installaties voor de fabricage van deze produkten; Overwegende dat de omvang van de rijstproduktie van Guyana, waarvan de afzet in Guadeloupe en Martinique wordt gesubsidieerd, ten behoeve van de economische rentabiliteit moet worden vergroot; dat een beperkte hoeveelheid van deze produktie eveneens elders in de Gemeenschap moet kunnen worden afgezet; Overwegende dat de specifieke voorzieningsregeling tot bepaalde andere produkten moet worden uitgebreid om in de behoeften van de verwerkende bedrijven die in de Franse overzeese departementen, hierna "DOM" genoemd, zijn gevestigd en in de verbruiksbehoeften van de bevolking aldaar te voorzien; Overwegende dat, wat de maatregelen om de ontwikkeling van de veeteelt te bevorderen betreft, eerst en vooral de toepassingstermijn van de specifieke regeling voor de voorziening met runderen die voor vetmesting in de DOM en voor de consumptie aldaar zijn bestemd, dient te worden verlengd, ten einde rekening te houden met de bij de tenuitvoerlegging van die regeling opgelopen achterstand; dat het voorts, gelet op de doelstelling om de thans nog zeer lage zelfvoorzieningsgraad van deze departementen op het stuk van volwassen runderen en zoogkoeien te verhogen, verantwoord is om in het kader van Poseidom af te wijken van de toepassing van de bepalingen van de gemeenschappelijke marktordening, en met name van de criteria inzake veebezetting, die ter beperking van de intensieve veehouderij elders in de Gemeenschap zijn vastgesteld; dat ten slotte voor een overgangsperiode in een bijdrage aan de financiering van regionale, in nauwe samenwerking met de meest representatieve sectorale organisaties op te stellen en uit te voeren programma's voor het ondersteunen, op Martinique en op Réunion, van de produktie en de afzet van plaatselijke veeteelt- en zuivelprodukten dient te worden voorzien; Overwegende dat de ongunstige omstandigheden voor de voorziening van de plaatselijke markt van de DOM met verse zuivelprodukten, welke voorziening thans hoofdzakelijk met ingevoerde produkten gebeurt, moeten worden verholpen; dat dit doel kan worden bereikt door, enerzijds, de consumptiesteunregeling, waarvan is gebleken dat zij niet aan de situatie is aangepast, te vervangen door een steunregeling voor de ontwikkeling van de koemelkproduktie binnen de grenzen van de plaatselijke consumptiebehoeften die periodiek in het kader van een balans zullen worden geraamd, en, anderzijds, door niet-toepassing van de regeling inzake de extra heffing ten laste van de koemelkproducenten, die bij Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1883/94 (5), is vastgesteld; dat immers de ongunstige voorzieningsomstandigheden, die voor deze ultraperifere gebieden kenmerkend zijn en die volledig van die welke elders in de Gemeenschap heersen, verschillen, en de noodzaak om met behulp van aansporingen de plaatselijke produktie te helpen ontwikkelen, deze afwijking rechtvaardigen; Overwegende dat, wat de maatregelen voor het ondersteunen van de plaatselijke produktie betreft, de regeling voor het verlenen van steun per hectare voor verse groenten en fruit ondoeltreffend is gebleken, met name doordat de toegekende bedragen ontoereikend waren en niet naar gelang van de teelten waren gedifferentieerd; dat een steun voor de afzet van deze produkten, uitsluitend ten behoeve van de voorziening van de markt van de DOM, die wordt verleend voor kwaliteitsprodukten en in het kader van leveringscontracten op middellange termijn met ondernemers uit de distributie- en de horecasector en met gemeenschappen, en waarvan het bedrag zal worden vastgesteld op grond van de gemiddelde waarde van de betrokken produkten, beter met de situatie van de DOM overeenkomt; Overwegende dat, voor nader te bepalen hoeveelheden, ook maatregelen moeten worden genomen om, enerzijds, de produktie van bepaalde traditionele gewassen zoals vanille, geranium of vetiver te ondersteunen en, anderzijds, om de verwerking van bepaalde soorten ter plaatse geoogste groenten en fruit tot ontwikkeling te brengen en om in het kader van de bestaande regelingen de afzet van deze produkten te bevorderen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3763/91 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van titel I komt te luiden: "Maatregelen ter bevordering van de voorziening van de DOM, ter ontwikkeling van de veehouderij aldaar en ter ontwikkeling van de rijstteelt in Guyana". 2. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: a) lid 1 komt te luiden: "1. Jaarlijks worden ramingsbalansen opgesteld voor de voorziening met de in dit artikel en in de bijlage genoemde landbouwprodukten die voor de menselijke consumptie en voor de verwerkende industrie van essentieel belang zijn. Deze balansen kunnen naar gelang van de ontwikkeling van de behoeften van de DOM, in de loop van het verkoopseizoen worden herzien."; b) in lid 2, eerste alinea, worden de woorden "artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (2)" vervangen door de woorden "artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad (*) (*) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.". c) de leden 3 tot en met 6 komen te luiden: "3. Onverminderd het bepaalde in lid 2 en in artikel 3, lid 1, met betrekking tot de produkten van de sector granen, wordt bij invoer in de DOM van de in de bijlage vermelde produkten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling geldt en wanneer deze van oorsprong zijn uit ontwikkelingslanden, binnen de grenzen van de in lid 1 bedoelde voorzieningsbalansen vastgestelde hoeveelheden geen enkel recht toegepast. Indien zich bij de voorziening uitzonderlijke moeilijkheden voordoen, kan de vrijstelling van rechten evenwel tot produkten van oorsprong uit andere derde landen worden uitgebreid. 4. Om te waarborgen dat zowel wat hoeveelheid als wat prijs en kwaliteit betreft in de overeenkomstig artikel 1 bepaalde behoeften wordt voorzien, worden aan de DOM ook communautaire produkten uit openbare interventievoorraden of produkten die op de markt van de Gemeenschap beschikbaar zijn, geleverd op voorwaarden die voor de eindgebruiker een even groot voordeel opleveren als hetgeen wordt verkregen door de produkten van oorsprong uit derde landen van invoerrechten vrij te stellen. Bij de vaststelling van deze leveringsvoorwaarden worden de kosten van levering uit de verschillende bevoorradingsbronnen en de prijzen bij uitvoer naar derde landen in aanmerking genomen. 5. De in dit artikel en in artikel 3, lid 1, bedoelde voorzieningsregeling wordt slechts toegepast als het uit de vrijstelling van het invoerrecht of uit de communautaire steun bij levering van elders uit de Gemeenschap voortvloeiende economische voordeel daadwerkelijk aan de eindgebruiker wordt doorgegeven. 6. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 of van de overeenkomstige artikelen in de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sectoren. Deze bepalingen omvatten met name: - de vaststelling en de eventuele herziening van de balansen; - de vaststelling van de steun voor leveranties van elders uit de Gemeenschap; - de eventuele toepassing van het bepaalde in de tweede alinea van de leden 2 en 3; - maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegekende voordelen daadwerkelijk aan de eindgebruiker worden doorgegeven en, indien nodig, een stelsel van invoercertificaten.". 3. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: a) lid 1, eerste alinea, komt te luiden: "Voor de produkten van de GN-codes 2309 90 31, 2309 90 33, 2309 90 41, 2309 90 43, 2309 90 51 en 2309 90 53 die in het departement Guyana voor de diervoeding worden gebruikt, geldt, tot de effectieve inbedrijfstelling van installaties voor het vervaardigen van dergelijke produkten in dat departement, de voorzieningsregeling op de in dit lid en in artikel 2, leden 1 en 3 tot en met 6, bepaalde voorwaarden."; b) in lid 1, tweede alinea, worden de woorden "artikel 14, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2727/75" vervangen door de woorden "artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1766/92"; c) aan lid 1 wordt de volgende vierde alinea toegevoegd: "De constatering dat de in de eerste alinea vermelde installaties in bedrijf zijn genomen en de schorsing van de in dit lid bedoelde voorzieningsregeling gebeuren volgens de in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 bedoelde procedure."; d) lid 3 komt te luiden: "3. Er wordt voor voor één verkoopseizoen gesloten contracten die betrekking hebben op de afzet en het in de handel brengen in Guadeloupe en Martinique en elders in de Gemeenschap van in Guyana geoogste rijst, communautaire steun verleend voor een jaarlijkse maximumhoeveelheid van 12 000 ton volwitte-rijstequivalent. Voor de afzet en het in de handel brengen elders in de Gemeenschap wordt de steun voor een maximumhoeveelheid van 4 000 ton verleend. De contracten worden gesloten tussen producenten in Guyana, enerzijds, en naar gelang van het geval in Guadeloupe, in Martinique of elders in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen, anderzijds. De steun bedraagt 10 % van de waarde van de verhandelde produkten die in Guadeloupe, Martinique of elders in de Gemeenschap worden verkocht en geldt voor goederen af-eerste haven van lossing. Dit percentage wordt tot 13 % verhoogd wanneer de contractant voor de producenten een producentengroepering of -unie is. De steun wordt uitbetaald aan de koper die de produkten in de handel brengt in het kader van voor één verkoopseizoen gesloten contracten."; e) in lid 4 worden de woorden "artikel 14, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2727/75" vervangen door de woorden "de artikelen 10 en 11 van Verordening (EEG) nr. 1766/92"; f) in lid 5, worden de woorden "artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75" vervangen door de woorden "artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92". 4. Artikel 5 komt te luiden: "Artikel 5 1. In de rundvleessector wordt, binnen de grenzen van de in het kader van een periodieke balans geraamde consumptiebehoeften van de DOM, voor de traditionele rundvleesproduktie en voor de verbetering van de kwaliteit van rundvlees aanvullende steun als bedoeld onder a) en b) verleend. Bij de opstelling van de balans wordt ook rekening gehouden met de op grond van artikel 4 geleverde fokdieren en met de dieren waarvoor de in artikel 7 bedoelde voorzieningsregeling geldt. a) Aan de producent van rundvlees wordt een toeslag op de speciale premie voor het mesten van volwassen mannelijke runderen, als bedoeld in artikel 4 ter van Verordening (EEG) nr. 805/68, verleend. Deze toeslag bedraagt 40 ecu per dier. b) Aan de producenten van rundvlees wordt een toeslag op de premie voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand, als bedoeld in artikel 4 quinquies van Verordening (EEG) nr. 805/68, verleend. Deze toeslag bedraagt 40 ecu per door de producent gehouden zoogkoe. 2. De bepalingen inzake a) het bij artikel 4 ter van Verordening (EEG) nr. 805/68 ingestelde regionale maximum voor de speciale basispremie, b) het bij artikel 4 quinquies van voornoemde verordening ingestelde individuele maximum voor de op het bedrijf gehouden dieren, voor wat de basiszoogkoeienpremie betreft, c) het bij artikel 4 octies van voornoemde verordening ingestelde veebezettingsgetal van het bedrijf, wat de speciale basispremie en de basis-zoogkoeienpremie betreft, gelden niet in de DOM, noch voor de speciale basispremie, noch voor de basis-zoogkoeienpremie, noch voor de in lid 1, onder a) en b), bedoelde aanvullende premies. 3. De in lid 2 vermelde basis- en aanvullende premies worden elk jaar voor maximaal 15 000 mannelijke runderen en 45 000 zoogkoeien toegekend. Deze maxima en de in lid 1 bedoelde balans kunnen evenwel op grond van de ontwikkeling van de behoeften volgens de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad (*) of van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68 worden herzien. Volgens dezelfde procedure kunnen voor de verlening van aanvullende premies bijkomende voorwaarden worden vastgesteld. (*) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.". 5. Artikel 6 komt te luiden: "Artikel 6 1. Er wordt steun verleend voor de ontwikkeling van de koemelkproduktie, tot maximaal de hoeveelheid die overeenkomt met de plaatselijke consumptiebehoefte van de DOM aan zuivelprodukten, die in het kader van een telkens voor één verkoopseizoen vastgestelde periodieke balans wordt bepaald. Deze steun wordt niet verleend voor de vervaardiging van magere-melkpoeder. Deze steun wordt aan producenten en producentengroeperingen toegekend voor de aan de melkfabrieken geleverde hoeveelheden. Zij wordt uitgekeerd door bemiddeling van de melkfabrieken. De steun bedraagt 7 ecu per 100 kilogram volle melk. De balans kan in de loop van het verkoopseizoen, op grond van de ontwikkeling van de behoeften, volgens de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 worden herzien. 2. De bij Verordening (EEG) nr. 3950/92 (*) ingestelde regeling inzake de extra heffing ten laste van de koemelkproducenten, is met ingang van 1 april 1994 niet in de DOM van toepassing. (*) PB nr. L 405 van 31. 12. 1992, blz. 1.". 6. Artikel 7 komt te luiden: "Artikel 7 In de verkoopseizoenen 1991/1992 tot en met 1996/1997 1. worden de in de sector rundvlees geldende invoerrechten als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 805/68 niet toegepast bij invoer in de DOM van voor plaatselijke consumptie bestemde mestrunderen uit derde landen; 2. wordt steun toegekend voor de levering, onder gelijkwaardige voorwaarden ten aanzien van de voorziening, van dieren als bedoeld in punt 1, die van oorsprong zijn van elders uit de Gemeenschap. Om rekening te houden met de ontwikkeling van de plaatselijke produktie worden de in de eerste alinea bedoelde maatregelen toegepast voor een degressief aantal dieren dat op basis van de in artikel 5 bedoelde balans wordt bepaald. Dit aantal en het bedrag van de in de eerste alinea in punt 2 bedoelde steun worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68.". 7. Aan artikel 8 worden de volgende alinea's toegevoegd: "Bij uitvoer uit de DOM van de in de eerste alinea genoemde produkten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling geldt, en van de door verwerking daarvan verkregen produkten, wordt geen restitutie toegekend. Nadere bepalingen ter toepassing van dit artikel worden, voor zover nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 of van die van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sectoren.". 8. Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd: "Artikel 9 bis 1. Gedurende een vijfjarige periode, die de jaren 1995 tot en met 1999 omvat, wordt jaarlijks steun verleend voor de uitvoering in elk van de DOM van Martinique en La Réunion van een algemeen programma ter ondersteuning van de produktie en het in de handel brengen van plaatselijke produkten van de sectoren veeteelt en zuivelprodukten. Dit programma wordt opgesteld en uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen, enerzijds, de door de Lid-Staat aangewezen bevoegde instanties en, anderzijds, de op 1 juli 1994 bestaande sectorale organisaties die voor de betrokken economische sectoren het meest representatief zijn. 2. Het ontwerp van het jaarlijks programma wordt elk jaar vóór 1 juli door de bevoegde instanties bij de Commissie ingediend. Het wordt goedgekeurd volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68. Zes maanden vóór het einde van de vijfjarige periode dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een evaluatieverslag in over de toepassing van de in dit artikel bedoelde maatregel en laat dit eventueel vergezeld gaan van passende voorstellen.". 9. Artikel 13 komt te luiden: "Artikel 13 1. Er wordt een steun toegekend voor fruit, groenten, bloemen en levende planten van de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, voor pepers van GN-code 0904 en specerijen van GN-code 0910, die uitsluitend bestemd zijn voor de markt van de DOM. Deze steun wordt niet verleend voor andere bananen dan 'plantain`-bananen van GN-code 0803 00 11. Deze steun wordt verleend voor produkten die beantwoorden aan de bij de communautaire regelgeving vastgestelde gemeenschappelijke normen of aan specificaties die in de leveringscontracten zijn opgenomen. De steun wordt slechts toegekend voor zover voor de duur van een of meer verkoopseizoenen leveringscontracten zijn gesloten tussen, enerzijds, individuele producenten of overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 1035/72 van de Raad (*) of Verordening (EEG) nr. 1360/78 erkende producentenorganisaties of -groeperingen en, anderzijds, ondernemers uit de distributiesector, ondernemingen uit de horecasector of gemeenschappen. De steun wordt verleend voor maximaal de jaarlijks per categorie produkten vastgestelde hoeveelheden. Het bedrag van de steun wordt voor elk van de nader te bepalen categorieën produkten forfaitair vastgesteld op grond van de gemiddelde waarde van de betrokken produkten. Dit steunbedrag wordt met 5 % verhoogd voor de contracten die door erkende producentenorganisaties of -groeperingen of door samenwerkingsverbanden of unies daarvan worden gesloten. De steun wordt aan de producenten, respectievelijk aan producentengroeperingen of -verenigingen uitgekeerd. 2. Er wordt een steun van 5 ecu per kilogram verleend voor de produktie van groene vanille van GN-code ex 0905, bestemd voor de produktie van gedroogde (zwarte) vanille of van vanille-extracten. Deze steun wordt uitgekeerd voor maximaal 75 ton per jaar. 3. Er wordt een steun van 37 ecu per kilogram verleend voor de produktie van etherische olie van geranium en van vetiver van de GN-codes 3301 21 tot en met 3301 90 90. Deze steun wordt toegekend voor maximaal 30 ton geraniumolie en 5 ton vetiverolie. 4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 1035/72. Volgens dezelfde procedure worden de in lid 1 bedoelde categorieën van produkten en de steunbedragen, alsmede de in lid 3 bedoelde maximumhoeveelheden vastgesteld. (*) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1.". 10. Artikel 14 komt te luiden: "Artikel 14 1. Er wordt steun verleend voor de produktie van verwerkte groenten en fruit die zijn verkregen uit in de DOM geoogste produkten. De produktiesteun wordt toegekend aan het verwerkende bedrijf dat in het kader van contracten tussen, enerzijds, producenten, erkende producentenorganisaties of unies daarvan en, anderzijds, verwerkende bedrijven, respectievelijk wettelijk opgerichte verenigingen of unies van die bedrijven, voor het basisprodukt aan de producent een prijs heeft betaald die ten minste gelijk is aan de minimumprijs. De Lid-Staat stelt voor het basisprodukt op grond van de produktiekosten van dat basisprodukt een minimumprijs vast. 2. Het steunbedrag wordt op basis van de prijzen van de gebruikte plaatselijke basisprodukten en van die van dezelfde basisprodukten bij invoer voor elk van de nader te bepalen categorieën produkten forfaitair vastgesteld. 3. De steun wordt uitgekeerd voor maximaal de jaarlijks per categorie produkten vastgestelde hoeveelheden. 4. De lijst van de verwerkte produkten waarvoor steun wordt verleend en de uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 426/86 van de Raad (*). Volgens dezelfde procedure worden de in lid 2 bedoelde categorieën van produkten en de steunbedragen en de in lid 3 bedoelde maximumhoeveelheden vastgesteld. (*) PB nr. L 49 van 27. 2. 1986, blz. 1.". 11. Aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd: "5. De in dit artikel bedoelde steun wordt, op de in de leden 1 tot en met 4 bepaalde voorwaarden, eveneens toegekend voor: - de verwerkte produkten die uit in de DOM geoogste groenten en fruit zijn vervaardigd, - de etherische oliën van geranium en vetiver, van de GN-codes 3301 21 tot en met 3301 90 90, - gedroogde (zwarte) vanille van GN-code ex 0905 en voor vanille-extracten van GN-code 3301 90 90, waarvoor voor het betrokken verkoopseizoen contracten voor de afzet en het in de handel brengen zijn gesloten.". 12. Artikel 18 komt te luiden: "Artikel 18 1. Er wordt steun verleend voor de directe verwerking van in de DOM geteeld suikerriet tot suikerstroop of tot 'rhum agricole` als omschreven in artikel 1, lid 4, onder a), punt 2, van Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad (*). De steun wordt aan de fabrikant van de suikerstroop of aan de distillateur uitgekeerd op voorwaarde dat deze aan de suikerrietproducent een nader te bepalen minimumprijs betaalt. 2. De steun wordt uitgekeerd - voor wat de produktie van suikerstroop betreft, voor een jaarlijkse hoeveelheid van maximaal 250 ton, - voor wat de produktie van 'rhum agricole` betreft, voor een totale hoeveelheid die maximaal overeenkomt met de gemiddelde hoeveelheid 'rhum agricole` die in de drie verkoopseizoenen 1987/1988, 1988/1989 en 1989/1990 is afgezet. (*) PB nr. L 160 van 12. 6. 1989, blz. 1.". 13. Het volgende artikel 22 bis wordt ingevoegd: "Artikel 22 bis De technische aanpassingen die in de bepalingen van de onderhavige verordening zullen moeten worden aangebracht om rekening te houden met de door de Raad vastgestelde wijzigingen in de regelgeving, geschieden volgens de procedure die is bepaald in, naar gelang van het geval, artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92, de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sectoren en artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 4253/88.". 14. De bijlage bij deze verordening wordt als bijlage toegevoegd. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. (1) PB nr. L 399 van 30. 12. 1989, blz. 39. (2) PB nr. L 356 van 24. 12. 1991, blz. 1. (3) PB nr. L 378 van 23. 12. 1992, blz. 23. (4) PB nr. L 405 van 31. 12. 1992, blz. 1. (5) PB nr. L 197 van 30. 7. 1994, blz. 25. BIJLAGE "BIJLAGE Produkten waarvoor de in de artikelen 2 en 3 bedoelde voorzieningsregeling geldt Granen en graanprodukten voor de diervoeding en voor menselijke consumptie. Hop. Aardappelpootgoed. Plantaardige oliën bestemd voor de verwerkende industrie. Pulp, moes en geconcentreerd sap van vruchten, andere dan die waarvoor de in artikel 14 bedoelde verwerkingssteun wordt verleend."