This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0687
Regulation (EU) 2026/687 of the European Parliament and of the Council of 11 March 2026 implementing the bilateral safeguard clauses of the EU-Mercosur Partnership Agreement and the EU-Mercosur Interim Trade Agreement for agricultural products
Verordening (EU) 2026/687 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2026 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de Partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de Interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten
Verordening (EU) 2026/687 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2026 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de Partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de Interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten
PE/56/2025/REV/1
PB L, 2026/687, 19.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/687/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/687 |
19.3.2026 |
VERORDENING (EU) 2026/687 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 11 maart 2026
tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de Partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de Interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de Partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur (de “partnerschapsovereenkomst”) en de Interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur (de “interim-handelsovereenkomst”) wordt aan producten van oorsprong uit of bestemd voor Mercosur-landen een preferentiële behandeling toegekend en zijn bilaterale vrijwaringsclausules opgenomen voor de tijdelijke intrekking van tariefpreferenties. De specifieke kenmerken van sommige landbouwproducten die onder die overeenkomsten vallen (de “overeenkomsten”) en de kwetsbare situatie van de ultraperifere gebieden van de Unie als bedoeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) maken ad-hocbepalingen noodzakelijk. |
|
(2) |
De partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst hebben tot doel de producenten in de Unie van gevoelige producten in de landbouwsector te beschermen door de preferenties tot tariefcontingenten te beperken. |
|
(3) |
De Unie handhaaft haar recht om algemene vrijwaringsmaatregelen te nemen in overeenstemming met de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en met de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst. |
|
(4) |
De Unie is vastbesloten snel en doeltreffend gebruik te maken van de bilaterale vrijwaringsclausules om mogelijke negatieve gevolgen van de tariefverlagingen op grond van de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst tegen te gaan; dit geldt ook voor producten waarvan de markttoegang wordt beperkt door de beperkingen vervat in tariefcontingenten. |
|
(5) |
Er moeten procedures worden vastgesteld om de doeltreffende uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules voor landbouwproducten te waarborgen. |
|
(6) |
Een vertraging bij de toepassing van gerechtvaardigde vrijwaringsmaatregelen kan landbouwers van de Unie in een of meer lidstaten schade berokkenen die moeilijk te herstellen is. |
|
(7) |
Daarom moeten in overeenstemming met de overeenkomsten specifieke procedures worden vastgesteld om een tijdige uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst met betrekking tot bepaalde gevoelige landbouwproducten te waarborgen. |
|
(8) |
Vrijwaringsmaatregelen moeten alleen worden overwogen in gevallen waarin het betrokken product in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de productie in de Unie, en onder zodanige voorwaarden in de Unie wordt ingevoerd dat de producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten hierdoor ernstige schade ondervinden of dreigen te ondervinden. De vorm van de vrijwaringsmaatregelen moet overeenkomen met een van de in de overeenkomsten genoemde mogelijkheden. |
|
(9) |
De follow-up en evaluatie van de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst, het uitvoeren van onderzoeken en het waar nodig opleggen van vrijwaringsmaatregelen moeten op zo transparant mogelijke wijze worden uitgevoerd. |
|
(10) |
De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van alle trends op het gebied van de invoer die het opleggen van vrijwaringsmaatregelen zouden kunnen vereisen. |
|
(11) |
Betrouwbare statistieken in verband met alle invoer uit de betrokken landen naar de Unie zijn van cruciaal belang bij het bepalen of aan de voorwaarden voor het opleggen van vrijwaringsmaatregelen is voldaan. |
|
(12) |
Nauw toezicht op gevoelige producten zou tijdige besluiten met betrekking tot de mogelijke opening van onderzoeken en het daaropvolgend opleggen van vrijwaringsmaatregelen moeten vergemakkelijken. Daarom moet de Commissie vanaf de datum van inwerkingtreding van de partnerschapsovereenkomst of de interim-handelsovereenkomst voortdurend en proactief toezicht houden op de invoer van gevoelige producten. Dat toezicht moet worden uitgebreid tot andere producten of sectoren indien de betrokken bedrijfstak van de Unie daartoe een naar behoren gemotiveerd verzoek indient bij de Commissie. De Commissie moet ten minste om de zes maanden een toezichtsverslag indienen met haar beoordeling van de gevolgen van de invoer van gevoelige producten die in het kader van de overeenkomsten preferentiële markttoegang genieten, met onder meer gegevens over invoervolumes en -prijzen voor alle gevoelige producten. |
|
(13) |
Tevens moeten termijnen worden vastgesteld om onderzoeken in te stellen en om vast te stellen of vrijwaringsmaatregelen wenselijk zijn, zodat de wenselijkheid van zulke maatregelen snel wordt vastgesteld en de rechtszekerheid voor de betrokken marktdeelnemers vergroot. |
|
(14) |
In kritieke omstandigheden moet de Commissie snel voorlopige vrijwaringsmaatregelen instellen. |
|
(15) |
Vrijwaringsmaatregelen mogen enkel worden toegepast voor zover en zo lang zij noodzakelijk zijn om ernstige schade te voorkomen en aanpassingen te vergemakkelijken. Er moet een maximumduur voor vrijwaringsmaatregelen worden bepaald en er moeten specifieke bepalingen inzake de verlenging en evaluatie van die maatregelen worden vastgesteld. |
|
(16) |
Om de bijlage bij deze verordening te kunnen wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van het wijzigen van de lijst van gevoelige producten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (2). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
|
(17) |
Voor de uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules en het instellen van transparante criteria voor de tijdelijke opschorting van tariefpreferenties waarin de overeenkomsten voorzien, zijn uniforme voorwaarden vereist wat betreft de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, het opleggen van voorafgaande toezichtmaatregelen, de beëindiging van een onderzoek zonder maatregelen en de tijdelijke opschorting van de tariefpreferenties. |
|
(18) |
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(19) |
Voor de vaststelling van voorafgaande toezichtmaatregelen en voorlopige vrijwaringsmaatregelen moet, gelet op de effecten van die maatregelen en de sequentiële logica ervan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen, de raadplegingsprocedure worden toegepast. Voor het instellen van definitieve vrijwaringsmaatregelen en voor de evaluatie van die maatregelen moet de onderzoeksprocedure worden toegepast. |
|
(20) |
De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer dit om dwingende redenen van urgentie noodzakelijk is, indien, in naar behoren gemotiveerde gevallen, een vertraging bij het opleggen van voorlopige vrijwaringsmaatregelen moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken of om negatieve gevolgen voor de markt van de Unie wegens een toename van de invoer te voorkomen. |
|
(21) |
Er moeten bepalingen betreffende de vertrouwelijke behandeling van informatie worden vastgesteld om de openbaarmaking van bedrijfsgeheimen te voorkomen. |
|
(22) |
De Commissie moet bij het Europees Parlement en bij de Raad jaarlijks een verslag indienen over de toepassing van de vrijwaringsmaatregelen, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening worden bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de Partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur (de “partnerschapsovereenkomst”) en de Interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur (de “interim-handelsovereenkomst”) met betrekking tot landbouwproducten.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“overeenkomst”: de interim-handelsovereenkomst en, na de inwerkingtreding ervan, de partnerschapsovereenkomst; |
|
2) |
“bilaterale vrijwaringsclausule”: een in het hoofdstuk over bilaterale vrijwaringsmaatregelen van de overeenkomst vermelde bepaling inzake de tijdelijke opschorting van tariefpreferenties; |
|
3) |
“belanghebbenden”: partijen die gevolgen ondervinden van de invoer van het product, waaronder:
|
|
4) |
“bedrijfstak van de Unie”: hetzij de gezamenlijke producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten die actief zijn op het grondgebied van de Unie, hetzij de gezamenlijke producenten in de Unie van wie de gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten gewoonlijk meer dan 50 %, en in uitzonderlijke omstandigheden niet minder dan 25 %, van de totale productie van dat product bedraagt; |
|
5) |
“ernstige schade”: een aanmerkelijke algemene achteruitgang van de situatie van de bedrijfstak van de Unie; |
|
6) |
“dreiging van ernstige schade”: ernstige schade die, op basis van feiten en niet louter van beweringen, vermoedens of vage mogelijkheden, duidelijk ophanden is; |
|
7) |
“producten”: landbouwproducten die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en waarvoor een verbintenis tot tariefverlaging geldt zoals aangegeven in aanhangsel 10-A-1 (tijdschema voor tariefafschaffing voor de Europese Unie) van de partnerschapsovereenkomst en aanhangsel 2-A-1 (tijdschema voor tariefafschaffing voor de Europese Unie) van de interim-handelsovereenkomst; |
|
8) |
“gevoelige producten”: de in de bijlage bij deze verordening vermelde producten; |
|
9) |
“soortgelijk of rechtstreeks concurrerend product”:
Deze lijst van factoren is niet limitatief, noch zijn een of meer van deze factoren noodzakelijkerwijs doorslaggevend; |
|
10) |
“overgangsperiode”:
|
|
11) |
“betrokken land”: de Mercosur als enige entiteit of een of meer Mercosur-staten die partij zijn bij de overeenkomst. |
Artikel 3
Beginselen
1. Een vrijwaringsmaatregel kan in overeenstemming met deze verordening worden opgelegd wanneer een product van oorsprong uit een betrokken land in de Unie wordt ingevoerd:
|
a) |
in zodanig toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de productie of het verbruik in de Unie, en |
|
b) |
onder zodanige voorwaarden dat ernstige schade wordt of dreigt te worden veroorzaakt voor de bedrijfstak van de Unie, en |
|
c) |
waarbij de toename van de invoer voortkomt uit de gevolgen van verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, met inbegrip van de verlaging of de afschaffing van de douanerechten op dat product. |
2. Een vrijwaringsmaatregel kan bestaan in:
|
a) |
een opschorting van de verdere verlaging van het douanerecht op het betrokken product zoals voorzien in bijlage 10-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de partnerschapsovereenkomst en bijlage 2-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de interim-handelsovereenkomst met het betrokken land; |
|
b) |
een verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot maximaal het laagste van de volgende rechten:
|
Artikel 4
Toezicht
1. De Commissie houdt voortdurend en proactief toezicht op de markt van de Unie voor gevoelige producten, met name wat betreft de invoer- en uitvoertrends en de ontwikkelingen op het gebied van de productie en de prijzen, en wordt hierbij ondersteund door de bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Uniemarktwaarnemingsposten. Daartoe werkt de Commissie op regelmatige basis samen met de lidstaten, het Europees Parlement en de bedrijfstak van de Unie en wisselt zij op gezette tijden informatie met hen uit.
2. De Commissie maakt een snelle beoordeling van de marktsituatie op basis van het in lid 1 bedoelde toezicht, door een mogelijke toename van de invoer van de betrokken gevoelige producten in verband te brengen met de ontwikkeling van de productie of het verbruik, de prijs en het marktaandeel op de markt van de Unie, evenals met de uitvoer uit de Unie.
3. Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken bedrijfstak van de Unie kan de Commissie het toepassingsgebied van het in lid 1 bedoelde toezicht uitbreiden naar andere producten dan die welke in de bijlage zijn vermeld.
4. De samenwerking en informatie-uitwisseling gebeuren zowel verticaal, tussen de Commissie en de lidstaten, als horizontaal, tussen de lidstaten onderling.
5. Uiterlijk één maand voor de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst stelt de Commissie de lidstaten de technische parameters en soorten gegevens ter beschikking waarop toezicht kan worden gehouden in de markten op nationaal niveau.
6. De Commissie dient ten minste om de zes maanden bij het Europees Parlement en de Raad een toezichtsverslag in met haar beoordeling van de gevolgen van de invoer van gevoelige producten die in het kader van de overeenkomst preferentiële markttoegang genieten. Dat verslag bestrijkt de markt van de Unie en, indien relevant, ook de specifieke situatie in een of meer lidstaten.
Artikel 5
Opening van een onderzoek
1. Op verzoek van een lidstaat, van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, of van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, wordt door de Commissie een onderzoek geopend wanneer er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is van ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de bedrijfstak van de Unie, zoals vastgesteld op basis van de in artikel 7, lid 5, vermelde factoren.
2. Verzoeken tot opening van een onderzoek bevatten de volgende informatie:
|
a) |
de naam en omschrijving van het ingevoerde betrokken product, de tariefpost en de geldende tariefbehandeling, alsmede de naam en de omschrijving van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product; |
|
b) |
de namen en adressen van de producenten of verenigingen die het verzoek indienen, indien van toepassing; |
|
c) |
indien redelijkerwijs beschikbaar, een lijst van alle bekende producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product; |
|
d) |
het productievolume van de verzoekende of in het verzoek vertegenwoordigde producenten, en een raming van de productie van andere bekende producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product; |
|
e) |
het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product, in absolute en relatieve termen, gedurende ten minste 36 maanden voorafgaand aan de datum van indiening van een verzoek om een onderzoek te openen, waarvoor informatie beschikbaar is; |
|
f) |
het niveau van de invoerprijzen in dezelfde periode en de prijzen van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, en |
|
g) |
het aandeel dat de toegenomen invoer vertegenwoordigt op de interne markt, alsmede de veranderingen voor de bedrijfstak van de Unie wat betreft het niveau van de verkoop op de interne markt, de productie, de voorraden, de prijzen voor de markt van de Unie, de productiviteit, de bezettingsgraad, de winst en het verlies, en de werkgelegenheid gedurende ten minste 36 maanden voorafgaand aan de datum van indiening van het verzoek, waarvoor informatie beschikbaar is. |
3. De aan een onderzoek onderworpen productomschrijving kan, afhankelijk van de specifieke marktomstandigheden, een of meer tariefposten of een of meer onderverdelingen van een of meer tariefposten daarvan omvatten, of kan een productsegmentatie volgen die in de bedrijfstak van de Unie algemeen wordt toegepast.
4. Een onderzoek kan ook worden geopend wanneer de toename van de invoer geconcentreerd is in een of meer lidstaten, op voorwaarde dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is van ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de bedrijfstak van de Unie, zoals vastgesteld op basis van de in artikel 7, lid 5, vermelde factoren.
5. Voordat zij een onderzoek opent, verstrekt de Commissie de lidstaten het afschrift van het verzoek tot opening van het onderzoek.
6. Wanneer het de Commissie duidelijk is dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om het openen van een onderzoek te rechtvaardigen, opent de Commissie het onderzoek en maakt zij daartoe een bericht van opening van het onderzoek (het “bericht van opening”) bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie opent het onderzoek binnen één maand vanaf de datum waarop zij het verzoek op grond van lid 1 ontvangt.
7. Conform de overeenkomst bevat het bericht van opening de volgende informatie:
|
a) |
de naam van de aanvrager; |
|
b) |
de volledige beschrijving van het ingevoerde onderzochte product en de indeling ervan volgens het geharmoniseerd systeem; |
|
c) |
de uiterste datum voor het indienen van een verzoek om hoorzittingen; |
|
d) |
de termijnen voor registratie als belanghebbende en voor de indiening van informatie, verklaringen en andere documenten; |
|
e) |
het adres waar het verzoek en de andere documenten in verband met het onderzoek kunnen worden ingezien; |
|
f) |
naam, adres en e-mailadres of telefoon- of faxnummer van de instelling die nadere inlichtingen kan verstrekken, en |
|
g) |
een samenvatting van de feiten waarop de opening van het onderzoek was gebaseerd, met inbegrip van gegevens over de invoer die in absolute of relatieve cijfers ten opzichte van de totale productie zou zijn gestegen, en een analyse van de situatie van de bedrijfstak van de Unie op basis van alle elementen die in het verzoek naar voren zijn gebracht. |
Artikel 6
Opening van een onderzoek met betrekking tot gevoelige producten
1. Onverminderd artikel 5 opent de Commissie onverwijld een onderzoek met betrekking tot gevoelige producten wanneer er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is, bijvoorbeeld verkregen door middel van het toezicht op en de beoordeling van de marktsituatie, zoals bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2, voor ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de bedrijfstak van de Unie, ook wanneer deze geografisch geconcentreerd zou zijn in een of meer lidstaten.
2. De Commissie onderzoekt met voorrang of voorlopig bewijsmateriaal als bedoeld in lid 1 voorhanden is in gevallen waarin er sprake is van een plotselinge sterke stijging van de invoer of een daling van de binnenlandse prijzen die geconcentreerd is in een of meer lidstaten, of wanneer er sprake is van een plotselinge sterke stijging van de invoer of een daling van de prijs van een product en de producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten overwegend in een of meer lidstaten gevestigd zijn.
3. Onder voorbehoud van andersluidende aanwijzingen behandelt de Commissie een toename van het volume met meer dan 5 % ten opzichte van het driejarig gemiddelde van een bepaald product uit een betrokken land dat tegen preferentiële voorwaarden wordt ingevoerd, in de regel als voorlopig bewijsmateriaal voor ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de bedrijfstak van de Unie, indien tegelijkertijd de gemiddelde invoerprijs voor die invoer uit een betrokken land, in de regel, ten minste 5 % lager is dan de relevante gemiddelde binnenlandse prijs van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in dezelfde periode, op basis van de beschikbare gegevens.
4. Onder voorbehoud van andersluidende aanwijzingen behandelt de Commissie een daling met meer dan 5 % ten opzichte van het driejarig gemiddelde van de gemiddelde invoerprijs van een bepaald product uit een betrokken land dat tegen preferentiële voorwaarden in de Unie wordt ingevoerd, in de regel als voorlopig bewijsmateriaal voor ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de bedrijfstak van de Unie, indien tegelijkertijd de gemiddelde invoerprijs voor dat product uit een betrokken land, in de regel, ten minste 5 % lager is dan de relevante gemiddelde binnenlandse prijs van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in dezelfde periode, op basis van de beschikbare gegevens.
5. De Commissie is bij het vaststellen van voorlopig bewijsmateriaal voor ernstige schade niet gebonden aan de in dit artikel vastgestelde kwantitatieve drempels. Duidelijke aanwijzingen voor een verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak, in de hele Unie of op het niveau van de lidstaten, waaronder een aanhoudende daling van de binnenlandse prijzen, kunnen volstaan als voorlopig bewijsmateriaal voor ernstige schade en kunnen aanleiding geven tot het openen van een onderzoek.
Artikel 7
Uitvoering van het onderzoek
1. Na de bekendmaking van het bericht van opening overeenkomstig artikel 5, leden 6 en 7, opent de Commissie een onderzoek.
2. De Commissie kan de lidstaten verzoeken informatie te verstrekken en de lidstaten nemen alle nodige maatregelen om aan dergelijke verzoeken te voldoen. Als de gevraagde informatie van algemeen belang is en als zij niet vertrouwelijk is in de zin van artikel 13, wordt zij toegevoegd aan het niet-vertrouwelijke dossier als bepaald in lid 9 van dit artikel.
3. Het onderzoek wordt zo mogelijk afgesloten binnen zes maanden na de dag waarop het bericht van opening in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld bij de betrokkenheid van een ongewoon hoog aantal belanghebbenden of complexe marktsituaties, kan deze termijn met drie maanden worden verlengd. In dat geval informeert de Commissie alle belanghebbenden over de verlenging en zet zij de redenen daarvoor uiteen. Wanneer een onderzoek betrekking heeft op gevoelige producten, rondt de Commissie het onderzoek zo spoedig mogelijk af, teneinde binnen vier maanden na de bekendmaking van het bericht van opening in het Publicatieblad van de Europese Unie tot een definitief besluit te komen.
4. De Commissie wint alle informatie in die zij nodig acht om te bepalen of de in artikel 3, lid 1, bedoelde omstandigheden zich voordoen en controleert deze informatie indien nodig.
5. De Commissie evalueert alle ter zake doende economische indicatoren en factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de situatie van de bedrijfstak van de Unie, met name de snelheid en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers, het door de toegenomen invoer veroverde deel van de binnenlandse markt en de wijzigingen met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie in verband met de omvang van de verkoop, met inbegrip van prijzen, productie, productiviteit, bezettingsgraad, winst- en verliescijfers en werkgelegenheid. Deze lijst is niet uitputtend en de Commissie kan bij haar beoordeling van het bestaan van ernstige schade of een dreiging van ernstige schade ook rekening houden met andere relevante factoren zoals voorraden, rendement van geïnvesteerd vermogen, kasstromen, het marktaandeel en andere factoren die de bedrijfstak van de Unie ernstige schade toebrengen, kunnen hebben toegebracht of dreigen toe te brengen.
6. Belanghebbenden die op grond van artikel 5, lid 7, punt d), informatie hebben ingediend, en vertegenwoordigers van het betrokken land kunnen op schriftelijk verzoek inzage krijgen in alle informatie die de Commissie in het kader van het onderzoek heeft verkregen, met uitzondering van door de autoriteiten van de Unie of de autoriteiten van de lidstaten opgestelde interne documenten, voor zover deze informatie relevant is voor de presentatie van hun dossier, niet vertrouwelijk is in de zin van artikel 13 en door de Commissie bij het onderzoek wordt gebruikt. Belanghebbenden kunnen eveneens hun standpunt over deze informatie kenbaar maken. Als die standpunten met voldoende voorlopig bewijsmateriaal worden onderbouwd, neemt de Commissie die in aanmerking.
7. De Commissie draagt er zorg voor dat alle gegevens en statistieken die voor het onderzoek worden gebruikt, representatief, beschikbaar, begrijpelijk, transparant en verifieerbaar zijn.
8. Zodra het noodzakelijke technische kader voorhanden is, zorgt de Commissie voor een met een wachtwoord beveiligde onlinetoegang tot het niet-vertrouwelijke dossier (het “onlineplatform”), die zij beheert en met behulp waarvan alle relevante niet-vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 13 wordt verspreid. Aan belanghebbenden, lidstaten en het Europees Parlement wordt toegang tot het onlineplatform verleend.
9. De Commissie hoort belanghebbenden, met name indien zij binnen de in het bericht van opening dat is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, genoemde termijn hierom schriftelijk hebben verzocht en daarbij hebben aangetoond dat het resultaat van het onderzoek waarschijnlijk gevolgen voor hen zal hebben en dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. De Commissie hoort belanghebbenden bij andere gelegenheden als daarvoor bijzondere redenen zijn.
10. De Commissie bevordert de toegang tot het onderzoek voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken, die merendeels bestaan uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s, ook wel “mkb” of “midden- en kleinbedrijf” genoemd), via een specifieke helpdesk voor kmo’s, bijvoorbeeld door bewustmaking, door algemene informatie te verstrekken, uitleg over procedures te geven en aan te geven hoe verzoeken kunnen worden ingediend, door standaardvragenlijsten in alle officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen en door algemene, niet-zaakgebonden vragen te beantwoorden. De helpdesk voor kmo’s stelt standaardformulieren beschikbaar voor met het oog op de beoordeling van de representativiteit in te dienen statistieken en voor de vragenlijsten.
11. Als de informatie niet binnen de door de Commissie gestelde termijn wordt verstrekt, of als het onderzoek ernstig wordt belemmerd, kan de Commissie tot een besluit komen aan de hand van de beschikbare gegevens. Als de Commissie constateert dat een belanghebbende of een derde haar onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, laat zij deze informatie buiten beschouwing en kan zij gebruikmaken van de beschikbare gegevens.
12. De Commissie stelt het ambt in van raadadviseur-auditeur, wiens bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden omschreven in een door de Commissie vastgesteld mandaat en die erop toeziet dat de procedurele rechten van de belanghebbenden daadwerkelijk worden gewaarborgd.
13. De Commissie stelt het betrokken land schriftelijk in kennis van de opening van een onderzoek.
Artikel 8
Voorafgaande toezichtmaatregelen
1. De Commissie kan voorafgaande toezichtmaatregelen met betrekking tot de invoer van een product uit een betrokken land vaststellen als de invoer van dat product zich dusdanig ontwikkelt dat een van de situaties als bedoeld in de artikelen 3, 5 en 6 zou kunnen ontstaan. Die voorafgaande toezichtmaatregelen worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
2. Voorafgaande toezichtmaatregelen gelden gedurende beperkte tijd. Behoudens andersluidende bepalingen vervallen die maatregelen aan het einde van de tweede periode van zes maanden volgende op de periode van zes maanden waarin zij werden ingesteld.
Artikel 9
Instelling van voorlopige vrijwaringsmaatregelen
1. In kritieke omstandigheden waarin bij vertraging waarschijnlijk moeilijk te herstellen schade zou ontstaan en onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn, stelt de Commissie voorlopige vrijwaringsmaatregelen vast op grond van een door haar gedane voorlopige vaststelling op basis van de in artikel 7, lid 5, vermelde factoren dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal voorhanden is waaruit blijkt dat een product van oorsprong uit het betrokken land wordt ingevoerd:
|
a) |
in zodanig toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de productie in de Unie, en |
|
b) |
onder zodanige voorwaarden dat ernstige schade wordt of dreigt te worden veroorzaakt voor de bedrijfstak van de Unie, en |
|
c) |
waarbij de toename van de invoer het gevolg is van de verlaging of de afschaffing van de douanerechten op dat product. |
2. Die voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
3. In het geval van gevoelige producten worden volgens de in artikel 19, lid 4, bedoelde procedure onverwijld en in ieder geval binnen 21 dagen na de opening van het onderzoek voorlopige vrijwaringsmaatregelen vastgesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie schade lijdt die moeilijk te herstellen zou zijn, ook wanneer die schade geografisch geconcentreerd zou zijn in een of meer lidstaten.
4. Wegens naar behoren gemotiveerde dwingende urgentie stelt de Commissie, als een lidstaat om een onmiddellijk optreden van de Commissie verzoekt en aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel is voldaan, volgens de in artikel 19, lid 4, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek neemt de Commissie een besluit.
5. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn niet langer dan tweehonderd kalenderdagen van toepassing.
6. Wanneer de voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden ingetrokken omdat uit het onderzoek blijkt dat niet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, is voldaan, worden de douanerechten die uit hoofde van die voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn geïnd, onverwijld terugbetaald.
7. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing op elk product dat na de datum van inwerkingtreding van die maatregelen in het vrije verkeer wordt gebracht. Die maatregelen vormen evenwel geen belemmering voor het in het vrije verkeer brengen van producten die reeds op weg zijn naar de Unie en waarvan de bestemming niet kan worden gewijzigd.
8. Indien de Commissie vaststelt dat een voorlopige vrijwaringsmaatregel van toepassing is op de Mercosur als enige entiteit, wordt Paraguay vrijgesteld van de toepassing van de maatregel, tenzij uit een onderzoek blijkt dat het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade ook wordt veroorzaakt door de invoer onder preferentiële voorwaarden van producten uit Paraguay.
Artikel 10
Beëindiging van onderzoeken en procedures zonder maatregelen
1. Als uit een onderzoek blijkt dat niet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, is voldaan, maakt de Commissie volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure een besluit bekend waarmee het onderzoek en de procedure worden beëindigd.
2. De Commissie publiceert een verslag met haar bevindingen en gemotiveerde conclusies over alle relevante feitelijke en juridische kwesties, waarbij zij terdege rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 13.
Artikel 11
Instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen
1. Als uit een onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, is voldaan, kan de Commissie volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure definitieve vrijwaringsmaatregelen vaststellen.
2. De Commissie publiceert een verslag met een samenvatting van de voor de vaststelling relevante concrete feiten en overwegingen, waarbij zij terdege rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 13.
3. De Commissie mag na het verstrijken van de overgangsperiode geen bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen, verlengen of handhaven.
4. Indien de Commissie vaststelt dat een maatregel van toepassing is op de Mercosur als enige entiteit, wordt Paraguay vrijgesteld van de toepassing van de maatregel, tenzij uit een onderzoek blijkt dat het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade ook wordt veroorzaakt door de invoer onder preferentiële voorwaarden van producten uit Paraguay.
Artikel 12
Duur en evaluatie van vrijwaringsmaatregelen
1. Een vrijwaringsmaatregel blijft niet langer van kracht dan nodig is om ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie te voorkomen of te verhelpen en de bedrijfstak van de Unie te helpen zich aan te passen. De maatregel mag niet langer dan twee jaar van kracht zijn, tenzij deze termijn overeenkomstig lid 2 wordt verlengd.
2. De in lid 1 vermelde oorspronkelijke duur van een vrijwaringsmaatregel kan met maximaal twee jaar worden verlengd, mits de maatregel nodig blijft om ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie te voorkomen of te verhelpen en er bewijzen zijn dat de bedrijfstak van de Unie zich aan het aanpassen is. In het geval van gevoelige producten wordt een vrijwaringsmaatregel met maximaal twee jaar verlengd, mits deze noodzakelijk blijft om ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie te voorkomen of te verhelpen.
3. Vrijwaringsmaatregelen worden niet opnieuw toegepast op de invoer van een onder bijlage 10-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de partnerschapsovereenkomst en bijlage 2-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de interim-handelsovereenkomst vallend product waarop een dergelijke maatregel van toepassing is, tenzij een periode die gelijk is aan de helft van de totale duur van de vorige vrijwaringsmaatregel is verstreken.
4. Elke lidstaat, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, en elke vereniging die zelf geen rechtspersoonlijkheid heeft en die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, kan om een verlenging als bedoeld in lid 2 van dit artikel verzoeken. In dat geval doet de Commissie voor zij een besluit neemt over de verlenging, een evaluatie om te onderzoeken of aan de in lid 2 van dit artikel neergelegde voorwaarden is voldaan, gezien de in artikel 7, lid 5, bedoelde factoren. De Commissie kan op eigen initiatief een dergelijke evaluatie doen op voorwaarde dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal voorhanden is dat aan de in lid 2 van dit artikel neergelegde voorwaarden is voldaan. De vrijwaringsmaatregel blijft van kracht in afwachting van de resultaten van die evaluatie.
5. Het bericht van opening van de evaluatie bedoeld in lid 4 van dit artikel wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 5, leden 6 en 7. De evaluatie wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 7.
6. Besluiten over verlenging op grond van lid 2 van dit artikel worden genomen in overeenstemming met de artikelen 10 en 11.
7. De totale duur van een vrijwaringsmaatregel bedraagt maximaal vier jaar, met inbegrip van de periode waarin een eventuele voorlopige vrijwaringsmaatregel van toepassing is, de oorspronkelijke toepassingsduur en de eventuele verlenging daarvan.
Artikel 13
Vertrouwelijkheid
1. De op grond van deze verordening ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd.
2. Informatie van vertrouwelijke aard of op vertrouwelijke basis verstrekte informatie, die op grond van deze verordening is ontvangen, wordt niet bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt.
3. Bij elk verzoek om vertrouwelijke behandeling wordt aangegeven waarom de informatie vertrouwelijk zou moeten zijn. Belanghebbenden die vertrouwelijke informatie verstrekken, dienen daarvan een niet-vertrouwelijke samenvatting in. Die samenvatting moet voldoende gedetailleerd zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de vertrouwelijke informatie. In buitengewone omstandigheden kunnen belanghebbenden aangeven dat deze informatie niet kan worden samengevat. In dergelijke gevallen moeten de belanghebbenden aangeven waarom het niet mogelijk is de informatie samen te vatten. Wanneer echter blijkt dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gerechtvaardigd is en wanneer diegene die de informatie heeft verstrekt, deze noch openbaar wil maken noch toestemming wil geven tot bekendmaking ervan in algemene termen of in samengevatte vorm, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
4. Indien informatie over de productie, de productiecapaciteit, de werkgelegenheid, de lonen, het volume en de waarde van de binnenlandse verkoop of de gemiddelde prijs op vertrouwelijke basis wordt gepresenteerd, zorgt de Commissie ervoor dat zinvolle niet-vertrouwelijke samenvattingen worden ingediend die ten minste geaggregeerde gegevens bevatten of, in gevallen waarin de openbaarmaking van geaggregeerde gegevens de vertrouwelijkheid van de gegevens van de onderneming in gevaar zou brengen, indexen voor elke onderzochte periode van twaalf maanden, teneinde het passende recht van verweer van de belanghebbenden te waarborgen. In dit verband moeten verzoeken om vertrouwelijkheid in aanmerking worden genomen in situaties waarin een bepaalde structuur van de markt of de bedrijfstak van de Unie dit rechtvaardigt. Deze bepaling verhindert niet de presentatie van meer gedetailleerde niet-vertrouwelijke samenvattingen.
5. Verzoeken om vertrouwelijkheid zijn niet gerechtvaardigd met betrekking tot informatie over fundamentele technische en kwaliteitsnormen of het gebruik van het betrokken product. Verzoeken om vertrouwelijkheid met betrekking tot informatie over de identiteit van de aanvragers en andere bekende productiebedrijven die geen deel uitmaken van het verzoek, zijn alleen gerechtvaardigd in uitzonderlijke omstandigheden, die door de Commissie naar behoren moeten worden gemotiveerd. In dat verband volstaan loutere beweringen niet om verzoeken om vertrouwelijke behandeling te rechtvaardigen. Indien de identiteit van de aanvragers niet kan worden bekendgemaakt, maakt de Commissie het totale aantal producenten in de bedrijfstak van de Unie en het aandeel dat de aanvragers vertegenwoordigen in de totale productie van de bedrijfstak van de Unie bekend.
6. Informatie wordt in elk geval als vertrouwelijk beschouwd wanneer de bekendmaking daarvan ernstige nadelige gevolgen kan hebben voor degene die de informatie heeft verstrekt of van wie de informatie afkomstig is.
7. De leden 1 tot en met 6 laten het recht van de autoriteiten van de Unie om algemene informatie te vermelden, en in het bijzonder te verwijzen naar de motivering van de op grond van deze verordening genomen besluiten, onverlet. De autoriteiten van de Unie houden echter rekening met het rechtmatige belang dat de betrokken natuurlijke en rechtspersonen erbij hebben dat hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt.
Artikel 14
Verslag
1. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag in over de toepassing, uitvoering en naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
2. Het verslag omvat onder meer informatie over de toepassing van alle voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, voorafgaande toezichtmaatregelen, regionale toezichtmaatregelen en vrijwaringsmaatregelen, en eventuele gevallen waarin onderzoeken of procedures zonder instelling van maatregelen zijn beëindigd.
3. Het verslag bevat een samenvatting van de statistieken en beschrijft de ontwikkeling van de handel met elk betrokken land waarvoor de vrijwaringsmaatregel van kracht is.
4. Het Europees Parlement kan de Commissie binnen twee maanden nadat deze haar verslag heeft ingediend, op een vergadering van zijn bevoegde commissie uitnodigen om alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
5. Uiterlijk drie maanden na de indiening van haar verslag bij het Europees Parlement en de Raad maakt de Commissie het verslag openbaar.
Artikel 15
Ultraperifere gebieden van de Europese Unie
1. Indien een product van oorsprong uit het betrokken land onder preferentiële voorwaarden in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige voorwaarden op het grondgebied van een of meer ultraperifere gebieden van de Europese Unie wordt ingevoerd dat de economische situatie van de ultraperifere gebieden van de Europese Unie ernstig verslechtert of dreigt te verslechteren, kan de Commissie bij wijze van uitzondering vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot het grondgebied van de betrokken ultraperifere gebieden, tenzij een wederzijds bevredigende oplossing wordt gevonden.
2. Onverminderd lid 1 zijn andere in deze verordening vastgestelde regels die van toepassing zijn op vrijwaringsmaatregelen ook van toepassing op elke uit hoofde van dit artikel vastgestelde vrijwaringsmaatregel.
3. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder “ernstige verslechtering” verstaan grote moeilijkheden in een economische bedrijfstak die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt. Een ernstige verslechtering wordt vastgesteld op basis van objectieve factoren, met inbegrip van het volgende:
|
a) |
de toename van de omvang van de invoer, hetzij absoluut, hetzij ten opzichte van de interne productie en de invoer uit andere landen, en |
|
b) |
het effect van die invoer op de situatie van de desbetreffende bedrijfstak of de betrokken economische sector, met inbegrip van het effect op de verkoop, de productie, de financiële situatie en de werkgelegenheid. |
Artikel 16
Maatregelen tegen omzeiling
Indien de Commissie vaststelt dat vrijwaringsmaatregelen worden omzeild door wijzigingen in handelsroutes, met inbegrip van invoer uit partijen die vrijgesteld zijn van de vrijwaringsmaatregelen waarin deze verordening voorziet, stelt zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten daarvan in kennis om op die manier de douanesamenwerking met de Mercosur-landen te versterken met betrekking tot het verifiëren van de naleving van de oorsprongsregels waarin de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst voorzien en het waarborgen van de volledige naleving van die regels.
Artikel 17
Gedelegeerde handelingen
De Commissie is bevoegd om, op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken bedrijfstak van de Unie of op eigen initiatief, overeenkomstig artikel 18 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage met betrekking tot de lijst van gevoelige producten.
Artikel 18
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 17 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van 18 jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 17 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een op grond van artikel 17 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 19
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad (5). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 in samenhang met artikel 4 van die verordening van toepassing.
Artikel 20
Toepassing van deze verordening op de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst
1. Deze verordening is op de interim-handelsovereenkomst van toepassing vanaf de datum van de inwerkingtreding van de interim-handelsovereenkomst tot de datum van inwerkingtreding van de partnerschapsovereenkomst. Zodra de partnerschapsovereenkomst in werking treedt en de interim-handelsovereenkomst geen rechtsgevolgen meer heeft, is deze verordening van toepassing op de partnerschapsovereenkomst.
2. De verhouding tussen de partnerschapsovereenkomst en de interim-handelsovereenkomst wordt geregeld in artikel 3.2, leden 3 tot en met 8, van de partnerschapsovereenkomst.
Artikel 21
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 11 maart 2026.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
M. RAOUNA
(1) Standpunt van het Europees Parlement van 10 februari 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 5 maart 2026.
(2) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.
(3) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(4) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj).
(5) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/478/oj).
BIJLAGE
GEVOELIGE PRODUCTEN
|
I. |
De volgende producten waarvoor tariefcontingenten van de Europese Unie gelden op grond van afdeling B van bijlage 10-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de partnerschapsovereenkomst en afdeling B van bijlage 2-A (tijdschema voor tariefafschaffing) bij de interim-handelsovereenkomst:
|
|
II. |
Producten die vallen onder de volgende tariefposten: Citrusvruchten: sinaasappelen, citroenen en mandarijnen: 0805 10 20 , 0805 10 80 , 0805 20 10 , 0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 , 0805 40 00 , 0805 50 10 , 0805 50 90 , 0805 90 00 |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/687/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)