Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0482

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/482 van de Commissie van 24 november 2025 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 wat betreft de bepaling van wat een liquide markt voor eigenvermogensinstrumenten is, de verplichting om marktdata tegen redelijke commerciële voorwaarden te verschaffen, de specifieke omvang van het instrument ten behoeve van verplichtingen voor systematische internaliseerders, en de definitie en openbaarmaking voor post-trade risk reduction services

C/2025/7810

PB L, 2026/482, 27.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/482/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/482/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/482

27.2.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/482 VAN DE COMMISSIE

van 24 november 2025

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 wat betreft de bepaling van wat een liquide markt voor eigenvermogensinstrumenten is, de verplichting om marktdata tegen redelijke commerciële voorwaarden te verschaffen, de specifieke omvang van het instrument ten behoeve van verplichtingen voor systematische internaliseerders, en de definitie en openbaarmaking voor post-trade risk reduction services

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 2, lid 2, en artikel 31, lid 4, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2024/791 van het Europees Parlement en de Raad (2) heeft artikel 2, lid 1, punt 17) b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 gewijzigd wat betreft de criteria om te bepalen wat een “liquide markt” vormt voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14 van die laatste verordening — door het “freefloat”-criterium te vervangen door het “marktkapitalisatie”-criterium. Om die wijziging tot uiting te brengen, moeten daarom de overeenkomstige bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 van de Commissie (3) worden gewijzigd. Daarbij is het van belang om consistentie te verzekeren met de uitkomsten van de liquiditeitsbeoordeling in termen van aantal liquide aandelen, omzetpercentage voor liquide aandelen en het aantal transacties in liquide aandelen zoals die tot dusver werden verkregen door het freefloatcriterium toe te passen. Het bepalen van wat een “liquide markt” voor aandelen vormt voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14 van Verordening (EU) nr. 600/2014, moet dus berusten op een drempel van 100 miljoen EUR markkapitalisatie. Om coherentie te verzekeren met de methode die tot dusver werd toegepast voor het berekenen van de freefloat voor aandelen die uitsluitend op een multilaterale handelsfaciliteit worden verhandeld, moet de markkapitalisatie van een aandeel worden berekend door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de koers per aandeel. Aangezien voor representatieve certificaten (“depository receipts”), beursverhandelde fondsen (exchange traded funds — “ETF’s”) en certificaten de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 beschreven methode voor het berekenen van de freefloat reeds is afgestemd op de methode voor het berekenen van de markkapitalisatie, moeten voor die financiële instrumenten de drempels om te bepalen wat liquide markten zijn, ongewijzigd blijven, terwijl de vermeldingen van “freefloat” door “markkapitalisatie” moeten worden vervangen.

(2)

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, punten b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 schrijven voor dat, ten behoeve van de liquiditeitsbeoordelingen van eigenvermogensinstrumenten, de gemiddelde dagelijkse omzet (average daily turnover — “ADT”) en het gemiddelde dagelijkse aantal transacties (average daily number of transactions — “ADNTE”) worden berekend aan de hand van, respectievelijk, de totale omzet behaald in de Unie en het totale aantal in de Unie uitgevoerde transacties. Dit betekent dat, voor de berekening van de ADT en de ADNTE, de teller transacties in een financieel instrument omvat die zowel op een handelsplatform als buiten een handelsplatform worden uitgevoerd. Artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 preciseert echter niet hoe de noemer moet worden bepaald. Het is noodzakelijk om rechtszekerheid te bieden en coherentie te verzekeren met de methode die in artikel 7, lid 10, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587 (4) is vastgesteld om de post-trade drempel voor aanzienlijke omvang (“large in scale”) te bepalen. Daarom moet worden gepreciseerd dat, bij het berekenen van de ADT en het ADNTE, de noemer het aantal dagen moet zijn dat het financiële instrument voor trading beschikbaar was op de in termen van liquiditeit meest relevante markt, als bedoeld in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587, en dat die markt open was. Diezelfde benadering moet ook worden toegepast om de noemer te bepalen voor het beoordelen van de vraag of een financieel instrument dagelijks wordt verhandeld.

(3)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 bevat geen parameters om te bepalen wat voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14 van Verordening (EU) nr. 600/2014 een “liquide markt” is voor financiële instrumenten vergelijkbaar met aandelen, representatieve certificaten, ETF’s of certificaten (“andere vergelijkbare financiële instrumenten”). Om rechtszekerheid te garanderen, moet worden gepreciseerd dat andere vergelijkbare financiële instrumenten gedurende de hele looptijd dat deze worden verhandeld, geacht worden niet-liquide te zijn.

(4)

Artikel 13, lid 2, en artikel 15, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014 machtigden de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen die verduidelijken wat redelijke commerciële voorwaarden zijn om informatie publiek te maken overeenkomstig, respectievelijk, artikel 13, lid 1, en artikel 15, lid 1, hetgeen de Commissie heeft gedaan in hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567. Artikel 1, punt 12), van Verordening (EU) 2024/791 heeft een nieuw artikel 13 ingevoegd in Verordening (EU) nr. 600/2014. Dat nieuwe artikel 13 verlangt van marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, van goedgekeurde publicatieregelingen (approved publication arrangements — “APA’s”), van verstrekkers van consolidated tape en van systematische internaliseerders dat zij de informatie die overeenkomstig de artikelen 3, 4, 6 tot en met 11 bis, 14, 20, 21, 27 octies en 27 novies van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt gepubliceerd, tegen “redelijke commerciële voorwaarden” publiek beschikbaar stellen. Dat nieuwe artikel 13 machtigt de ESMA en de Commissie ook om verder te preciseren wat “redelijke commerciële voorwaarden” zijn. De Commissie heeft van die machtiging gebruikgemaakt om Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 van de Commissie (5) vast te stellen. Uit dit alles volgt dat hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 moet worden geschrapt.

(5)

Verordening (EU) 2024/791 wijzigde Verordening (EU) nr. 600/2014 door het schrappen van de artikelen 18 en 19 van die verordening, die voor systematische internaliseerders vereisten inzake pre-trade transparantie bevatten met betrekking tot andere dan eigenvermogensinstrumenten wanneer zij aan hun cliënten vaste of indicatieve koersen verstrekken. Als gevolg daarvan heeft Verordening (EU) 2024/791 ook de (in artikel 18, lid 6, van Verordening (EU) nr. 600/2014 vastgestelde) verplichting voor systematische internaliseerders geschrapt om toe te zeggen met cliënten transacties in andere dan eigenvermogensinstrumenten tegen de openbaar gemaakte voorwaarden af te sluiten wanneer de noteringsomvang gelijk is aan of kleiner dan de voor het financiële instrument specifieke omvang. Hieruit volgt dat artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567, dat de voor het financiële instrument specifieke omvang bepaalt ten behoeve van de vereisten die voor systematische internaliseerders gelden ten aanzien van andere dan eigenvermogensinstrumenten, moet worden geschrapt.

(6)

Verordening (EU) 2024/791 wijzigde artikel 31 van Verordening (EU) 600/2014 door de reikwijdte van post-trade risk reduction services (“PTRR-services) (posttransactionele risicobeperkingsdiensten) die transacties in otc-derivaten vormen en vaststellen en zijn vrijgesteld van verplichtingen inzake pre- en post-trade transparantie, de handelsverplichting en “best execution”-verplichtingen, verder te verruimen dan portefeuillecompressiediensten. Verordening (EU) 2024/791 machtigde de Commissie om te preciseren wat PTRR-services voor de toepassing van artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 zijn en welke transacties door PTRR-service providers krachtens artikel 31, lid 4, van die laatste verordening moeten worden vastgelegd. Om transacties in otc-derivaten te kunnen vrijstellen van vereisten inzake pre- en post-trade transparantie, van de handelsverplichting en van “best execution”-vereisten, moeten PTRR-services die deze transacties vormen en vaststellen, aan een aantal voorwaarden voldoen. Zij moeten worden geleverd door een externe service provider op basis van vooraf bepaalde niet-discretionaire regels; de deelnemers aan de PTRR-exercitie mogen niet kunnen kiezen welke transacties zij uitvoeren; PTRR-services moeten dienen om een risicovermindering te verwezenlijken in elk van de portefeuilles die voor de PTRR-exercitie wordt ingediend door de tegenpartijen bij de derivatentransacties of door een partij die namens hen handelt; zij moeten marktrisiconeutraal zijn; en de uit de PTRR-exercitie resulterende transacties mogen niet bijdragen tot koersvorming. Tegenpartijen bij de derivatentransactie kunnen beperkte risicotoleranties bepalen, mits marktrisiconeutraliteit al bij al verzekerd is. Om rechtszekerheid te garanderen, moet Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 worden gewijzigd om te preciseren dat, voor de toepassing van artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014, PTRR-services compressie, herbalancering en basisrisico-optimalisatie omvatten.

(7)

Verordening (EU) 2024/791 wijzigde artikel 31 van Verordening (EU) nr. 600/2014 door voor beleggingsondernemingen en marktexploitanten die portefeuillecompressie aanbieden, de verplichting te schrappen om via APA de volumes van transacties met portefeuillecompressie en het tijdstip waarop deze zijn afgesloten, bekend te maken. Dit betekent dat artikel 18 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567, dat bekendmakingsvereisten voor portefeuillecompressie preciseert, moet worden geschrapt.

(8)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Voor marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, APA’s en systematische internaliseerders die vóór 23 november 2025 over een vergunning beschikten, zal Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 vanaf 23 augustus 2026 van toepassing zijn. Daarom moet hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 met ingang van 23 augustus 2026 worden geschrapt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De artikelen 1 tot en met 4 worden vervangen door:

“Artikel 1

Bepaling van liquide markten voor aandelen

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt een dagelijks verhandeld aandeel geacht een liquide markt te hebben indien aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de marktkapitalisatie van het aandeel bedraagt ten minste 100 miljoen EUR;

b)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in het aandeel bedraagt ten minste 250;

c)

de gemiddelde dagelijkse omzet voor het aandeel bedraagt ten minste 1 miljoen EUR.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt a), wordt de marktkapitalisatie van een aandeel berekend door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de koers per aandeel.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), wordt de dagelijkse omzet van een aandeel berekend als de som van de producten van de vermenigvuldiging, voor elke transactie die tijdens een handelsdag is uitgevoerd, van het aantal tussen de koper en de verkoper uitgewisselde aandelen met de koers per aandeel.

4.   Tijdens de periode van zes weken die aanvangt op de eerste handelsdag na de eerste toelating van een aandeel tot de handel op een gereglementeerde markt of een MTF, wordt dat aandeel geacht een liquide markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 te hebben wanneer het product van de vermenigvuldiging van het aantal uitstaande aandelen met de koers van het aandeel bij het begin van de eerste handelsdag op ten minste 100 miljoen EUR wordt geschat en wanneer, volgens de voor die periode geschatte data, de in lid 1, punten b) en c), vastgestelde voorwaarden vervuld zijn.

5.   Wanneer minder dan vijf op de handelsplatformen van een lidstaat verhandelde aandelen die voor het eerst tot de handel in die lidstaat zijn toegelaten, worden geacht een liquide markt te hebben als bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van die lidstaat een of meer voor het eerst tot de handel op die handelsplatformen toegelaten aandelen aanwijzen als aandelen die worden geacht een liquide markt te hebben, mits het totale aantal aandelen dat voor het eerst tot de handel in die lidstaat is toegelaten en wordt geacht een liquide markt te hebben, niet meer dan vijf bedraagt.

Artikel 2

Bepaling van liquide markten voor representatieve certificaten

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt een dagelijks verhandeld representatief certificaat geacht een liquide markt te hebben indien aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de marktkapitalisatie bedraagt ten minste 100 miljoen EUR;

b)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in het representatieve certificaat bedraagt ten minste 250;

c)

de gemiddelde dagelijkse omzet voor het representatieve certificaat bedraagt ten minste 1 miljoen EUR.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt a), wordt de marktkapitalisatie van een representatief certificaat berekend door het aantal uitstaande eenheden van het representatieve certificaat te vermenigvuldigen met de prijs per eenheid.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), wordt de dagelijkse omzet van een representatief certificaat berekend als de som van de producten van de vermenigvuldiging, voor elke transactie die tijdens een handelsdag is uitgevoerd, van het aantal tussen de koper en de verkoper uitgewisselde eenheden van het representatieve certificaat met de prijs per eenheid.

4.   Tijdens de periode van zes weken die aanvangt op de eerste handelsdag na de eerste toelating van een representatief certificaat tot de handel op een handelsplatform, wordt dat representatieve certificaat geacht een liquide markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 te hebben wanneer de geschatte marktkapitalisatie bij de aanvang van de eerste handelsdag ten minste 100 miljoen EUR bedraagt en wanneer, volgens de voor die periode geschatte data, de in lid 1, punten b) en c), vastgestelde voorwaarden vervuld zijn.

5.   Wanneer minder dan vijf op de handelsplatformen van een lidstaat verhandelde representatieve certificaten die voor het eerst tot de handel in die lidstaat zijn toegelaten, worden geacht een liquide markt te hebben als bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van die lidstaat een of meer voor het eerst tot de handel op die handelsplatformen toegelaten representatieve certificaten aanwijzen als representatieve certificaten die worden geacht een liquide markt te hebben, mits het totale aantal representatieve certificaten dat voor het eerst tot de handel in die lidstaat is toegelaten en wordt geacht een liquide markt te hebben, niet meer dan vijf bedraagt.

Artikel 3

Bepaling van liquide markten voor beursverhandelde fondsen

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17),b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt een dagelijks verhandeld beursverhandeld fonds (ETF) geacht een liquide markt te hebben indien aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de marktkapitalisatie bedraagt ten minste 100 eenheden;

b)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in het beursverhandelde fonds bedraagt ten minstens 10;

c)

de gemiddelde dagelijkse omzet voor het beursverhandelde fonds bedraagt ten minste 500 000 EUR.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt a), is de marktkapitalisatie van een beursverhandeld fonds het aantal eenheden dat voor handel is uitgegeven.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), wordt de dagelijkse omzet van een beursverhandeld fonds berekend als de som van de producten van de vermenigvuldiging, voor elke transactie die tijdens een handelsdag is uitgevoerd, van het aantal tussen de koper en de verkoper uitgewisselde eenheden van het beursverhandelde fonds met de prijs per eenheid.

4.   Tijdens de periode van zes weken die aanvangt op de eerste handelsdag na de eerste toelating van een beursverhandeld fonds tot de handel op een handelsplatform, wordt dat beursverhandelde fonds geacht een liquide markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 te hebben wanneer de geschatte marktkapitalisatie bij het begin van de eerste handelsdag ten minste 100 eenheden bedraagt en wanneer, volgens de voor die periode geschatte data, de in lid 1, punten b) en c), vastgestelde voorwaarden vervuld zijn.

5.   Wanneer minder dan vijf op de handelsplatformen van een lidstaat verhandelde beursverhandelde fondsen die voor het eerst tot de handel in die lidstaat zijn toegelaten, worden geacht een liquide markt te hebben als bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van die lidstaat een of meer voor het eerst tot de handel op die handelsplatformen toegelaten beursverhandelde fondsen aanwijzen als beursverhandelde fondsen die worden wordt geacht een liquide markt te hebben, mits het totale aantal beursverhandelde fondsen dat voor het eerst tot de handel in die lidstaat is toegelaten en dat wordt geacht een liquide markt te hebben, niet meer dan vijf bedraagt.

Artikel 4

Bepaling van liquide markten voor certificaten

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt een dagelijks verhandeld certificaat geacht een liquide markt te hebben indien aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de marktkapitalisatie bedraagt ten minste 1 miljoen EUR;

b)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in het certificaat bedraagt ten minste 20;

c)

de gemiddelde dagelijkse omzet voor het certificaat bedraagt ten minste 500 000 EUR.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt a), is de marktkapitalisatie van een certificaat de omvang van de uitgifte, ongeacht het aantal uitgegeven eenheden.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), wordt de dagelijkse omzet voor het certificaat berekend als de som van de producten van de vermenigvuldiging, voor elke transactie die tijdens een handelsdag is uitgevoerd, van het aantal tussen de koper en de verkoper uitgewisselde eenheden van het certificaat met de prijs per eenheid.

4.   Tijdens de periode van zes weken die aanvangt op de eerste handelsdag na de eerste toelating van een certificaat tot de handel op een handelsplatform, wordt dat certificaat geacht een liquide markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt 17, punt b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 te hebben wanneer de geschatte marktkapitalisatie bij de aanvang van de eerste handelsdag ten minste 1 miljoen EUR bedraagt en wanneer, volgens de voor die periode geschatte data, de in lid 1, punten b) en c), vastgestelde voorwaarden vervuld zijn.

5.   Wanneer minder dan vijf op de handelsplatformen van een lidstaat verhandelde certificaten die voor het eerst tot de handel in die lidstaat zijn toegelaten, worden geacht een liquide markt te hebben als bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van die lidstaat een of meer voor het eerst tot de handel op die handelsplatformen toegelaten certificaten aanwijzen als certificaten die worden geacht een liquide markt te hebben, mits het totale aantal certificaten dat voor het eerst tot de handel in die lidstaat is toegelaten en wordt geacht een liquide markt te hebben, niet meer dan vijf bedraagt.”

.

2)

Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 4 bis

Bepaling van liquide markten voor andere vergelijkbare financiële instrumenten

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 worden andere vergelijkbare financiële instrumenten geacht geen liquide markt te hebben gedurende de hele periode dat daarin kan worden gehandeld.”

.

3)

Artikel 5 wordt vervangen door:

“Artikel 5

Beoordeling van de liquiditeit van eigenvermogensinstrumenten door de bevoegde autoriteiten

(Artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   De bevoegde autoriteit van de in termen van liquiditeit meest relevante markt, zoals gespecificeerd in artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie (*1), beoordeelt, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 4 van deze verordening, of een aandeel, een representatief certificaat, een beursverhandeld fonds of een certificaat een liquide markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt 17), b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 heeft, in elk van de hiernavolgende scenario’s:

a)

voordat het financiële instrument voor het eerst op het handelsplatform wordt verhandeld, zoals gepreciseerd in artikel 1, lid 4, artikel 2, lid 4, artikel 3, lid 4, en artikel 4, lid 4;

b)

tussen het einde van de eerste vier weken handel en het einde van de eerste zes weken handel in het financiële instrument;

c)

tussen het einde van elk kalenderjaar en vóór 1 maart van het volgende jaar voor financiële instrumenten die vóór 1 december van het betrokken kalenderjaar op een handelsplatform worden verhandeld;

d)

onmiddellijk na het tijdstip waarop een eerdere beoordeling na een corporate action is veranderd.

Voor de toepassing van punt b) wordt de beoordeling gebaseerd op de marktkapitalisatie op de laatste handelsdag van de eerste vier weken handel, het gemiddelde dagelijkse aantal transacties en de gemiddelde dagelijkse omzet, waarbij alle transacties die in de Unie voor dat financiële instrument tijdens de eerste vier weken handel zijn uitgevoerd, in aanmerking worden genomen. Ten behoeve van die beoordeling is de noemer het aantal dagen dat het financiële instrument voor handel beschikbaar was op de in termen van liquiditeit meest relevante markt, als bedoeld in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587, en dat die markt open was.

Voor de toepassing van punt c) is de beoordeling gebaseerd op de marktkapitalisatie op de laatste handelsdag van het betrokken kalenderjaar, het gemiddelde dagelijkse aantal transacties en de gemiddelde dagelijkse omzet, waarbij alle transacties die in de Unie voor dat financiële instrument in dat jaar zijn uitgevoerd, in aanmerking worden genomen. Ten behoeve van die beoordeling is de noemer het aantal dagen dat het financiële instrument voor handel beschikbaar was op de in termen van liquiditeit meest relevante markt, als bedoeld in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587, en dat die markt open was.

De bevoegde autoriteiten maken het resultaat van hun beoordeling onmiddellijk na afloop van de beoordeling bekend.

2.   De bevoegde autoriteiten, marktexploitanten en beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, gebruiken de overeenkomstig lid 1 bekendgemaakte informatie:

a)

voor een periode van zes weken die aanvangt op de eerste dag van handel in het financiële instrument, wanneer de beoordeling overeenkomstig lid 1, punt a), van dit artikel is verricht;

b)

voor een periode die aanvangt zes weken na de eerste dag van handel in dat financiële instrument en eindigt op de eerste maandag van april van het jaar van bekendmaking van de informatie overeenkomstig lid 1, punt c), wanneer de beoordeling overeenkomstig lid 1, punt b), is verricht;

c)

voor een periode van één jaar die aanvangt op de eerste maandag van april na de datum van bekendmaking, wanneer de beoordeling overeenkomstig lid 1, punt c), is verricht.

Wanneer de in dit lid bedoelde informatie overeenkomstig lid 1, punt d), door nieuwe informatie wordt vervangen, gebruiken de bevoegde autoriteiten, marktexploitanten en beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, die nieuwe informatie voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 17, punt b), van Verordening (EU) nr. 600/2014.

3.   Voor de toepassing van lid 1 dienen de handelsplatformen bij de bevoegde autoriteiten de in de bijlage vastgestelde informatie in binnen de hiernavolgende termijnen:

a)

voor financiële instrumenten die voor het eerst tot de handel zijn toegelaten: vóór de dag waarop het financiële instrument voor het eerst wordt verhandeld;

b)

voor reeds tot de handel toegelaten financiële instrumenten binnen alle hiernavolgende termijnen:

i)

uiterlijk drie dagen na het einde van de eerste vier weken handel;

ii)

na het einde van elk kalenderjaar maar uiterlijk op 3 januari van het volgende jaar;

iii)

onmiddellijk na het tijdstip waarop de informatie die voordien bij de bevoegde autoriteit was ingediend, na een corporate action is veranderd.

(*1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie van 28 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de melding van transacties aan de bevoegde autoriteiten (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 449, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/590/oj).”."

4)

Hoofdstuk II wordt geschrapt.

5)

Artikel 16 wordt geschrapt.

6)

Het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 16 bis

Post-trade risk reduction services

(Artikel 31, lid 4, punt b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor de toepassing van artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 voldoen post-trade risk reduction services (PTRR-services) aan alle hiernavolgende voorwaarden:

a)

zij worden geleverd door een externe service provider op basis van vooraf bepaalde niet-discretionaire regels;

b)

de post-trade risk reduction-exercitie wordt volledig geaccepteerd en, als gevolg daarvan, kunnen de deelnemers aan die exercitie niet kiezen welke transacties zij uitvoeren in het kader van de post-trade risk reduction-exercitie;

c)

zij hebben tot doel een risicovermindering te verwezenlijken in elke derivatenportefeuille die bij de post-trade risk reduction-exercitie wordt ingediend door de tegenpartijen bij de derivatentransacties;

d)

zij zijn marktrisiconeutraal, binnen de toleranties bepaald door de partijen bij de voor de post-trade risk reduction-exercitie ingediende derivatentransacties;

e)

transacties die voortvloeien uit een post-trade risk reduction-exercitie, dragen niet bij aan koersvorming.

2.   Voor de toepassing van artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 omvatten post-trade risk reduction services compressiediensten, herbalanceringsdiensten en optimalisatiediensten voor basisrisico.”

.

7)

Artikel 18 wordt geschrapt.

8)

De bijlage wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, punt 4), is van toepassing met ingang van 23 augustus 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 november 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj.

(2)  Verordening (EU) 2024/791 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 600/2014 wat betreft het vergroten van de transparantie van gegevens, het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van consolidated tapes, het optimaliseren van de handelsverplichtingen en het verbod op het ontvangen van betalingen voor orderstromen (PB L, 2024/791, 8.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/791/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot definities, transparantie, portefeuillecompressie en toezichtmaatregelen voor productinterventie en voor posities (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 90, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/567/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten met technische reguleringsnormen inzake transparantievereisten voor handelsplatformen en beleggingsondernemingen met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, beursverhandelde fondsen, certificaten en andere soortgelijke financiële instrumenten en inzake de verplichting tot uitvoering van transacties in bepaalde aandelen op een handelsplatform of door een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 387, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/587/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 van de Commissie van 12 juni 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verplichting om marktdata tegen redelijke commerciële voorwaarden publiek beschikbaar te stellen (PB L, 2025/1156, 3.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1156/oj).


BIJLAGE

De bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/567 wordt vervangen door:

“BIJLAGE

Voor de bepaling van een liquide markt voor aandelen, representatieve certificaten, beursverhandelde fondsen, certificaten en andere met eigenvermogensinstrumenten vergelijkbare financiële instrumenten te verstrekken data

Tabel 1

Tabel met symbolen

Symbool

Soort data

Definitie

{ALPHANUM-n}

Maximaal n alfanumerieke tekens

Veld voor vrije tekst.

{ISIN}

12 alfanumerieke tekens

ISIN-code volgens ISO 6166

{MIC}

4 alfanumerieke tekens

Marktidentificatiecode volgens ISO 10383

{DATEFORMAT}

Datumformaat volgens ISO 8601

Datums worden weergegeven in het volgende formaat:

JJJJ-MM-DD

{DECIMAL-n/m}

Decimaal getal van maximaal n cijfers in totaal, waarvan maximaal m cijfers decimalen kunnen zijn.

Numeriek veld voor zowel positieve als negatieve waarden:

—

het decimaalteken is “.” (punt);

—

negatieve getallen worden voorafgegaan door “–” (minus).

—

waarden worden afgerond, niet afgebroken.


Tabel 2

Details van de voor de bepaling van een liquide markt voor aandelen, representatieve certificaten, beursverhandelde fondsen, certificaten en andere met eigenvermogensinstrumenten vergelijkbare financiële instrumenten te verstrekken data

#

Veld

Te rapporteren details

Formaat en normen voor rapportage

Type berekeningen waarvoor deze informatie moet worden gerapporteerd

1

Identificatiecode instrument

Voor het identificeren van het financieel instrument gebruikte code

{ISIN}

Alle

2

Volledige naam instrument

Volledige naam financiële instrument

{ALPHANUM-350}

Alle

3

Handelsplatform

Segment-MIC voor het handelsplatform (voor zover beschikbaar, anders operating-MIC)

{MIC}

Alle

4

MiFIR-identificatiecode

Identificatie eigenvermogensinstrumenten

Aandelen als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 44), a), van Richtlijn 2014/65/EU

Representatieve certificaten zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 45), van Richtlijn 2014/65/EU

Beursverhandeld fonds (ETF) zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 46), van Richtlijn 2014/65/EU

Certificaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 27), van Verordening (EU) nr. 600/2014

Andere met eigenvermogensinstrumenten vergelijkbare financiële instrumenten (equity-like) zoals gedefinieerd in tabel 2 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587

Financiële eigenvermogensinstrumenten

“SHRS” = aandelen

“DPRS” = representatieve certificaten

“ETFS” = ETF’s

“CRFT” = certificaten

“OTHR” = andere met eigenvermogensinstrumenten vergelijkbare financiële instrumenten

Alle

5

Rapportagedag

Datum waarvoor de data worden verstrekt

Data moeten ten minste voor de volgende datums worden verstrekt:

—

geval 1: de dag die overeenstemt met de datum van toelating tot de handel of eerste handelsdag in de zin van artikel 5, lid 3, punt a)

—

geval 2: de laatste dag van de periode van vier weken die aanvangt op de datum van toelating tot de handel of eerste handelsdag in de zin van artikel 5, lid 3, punt b), i)

—

geval 3: de laatste handelsdag van elk kalenderjaar in de zin van artikel 5, lid 3, punt b), ii)

—

geval 4: de dag waarop een corporate action ingaat in de zin van artikel 5, lid 3, punt b), iii)

{DATEFORMAT}

Alle

6

Aantal uitstaande instrumenten

Voor aandelen en representatieve certificaten

Het totale aantal uitstaande instrumenten

Voor ETF’s

Aantal eenheden dat voor handel is uitgegeven

{DECIMAL-18/5}

Alle

7

Koers van het instrument

Alleen voor aandelen en representatieve certificaten

De koers van het instrument aan het einde van de rapportagedag

De koers moet in euro luiden

{DECIMAL-18/13}

Alle

8

Omvang uitgifte

Alleen voor certificaten

De omvang van de uitgifte van het certificaat, uitgedrukt in euro

{DECIMAL-18/5}

Alle

9

Aantal handelsdagen in de periode

Het totale aantal handelsdagen waarvoor de data worden verstrekt

{DECIMAL-18/5}

Alleen schattingen

10

Totale omzet

De totale omzet voor de periode

{DECIMAL-18/5}

Alleen schattingen

11

Totale aantal transacties

Het totale aantal transacties voor de periode

{DECIMAL-18/5}

Alleen schattingen

”

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/482/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top