This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0305
Commission Delegated Regulation (EU) 2026/305 of 29 October 2025 supplementing Regulation (EU) No 648/2012 of the European Parliament and of the Council with regard to regulatory technical standards specifying the operational conditions, the representativeness obligation and the reporting requirements related to the active account requirement
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/305 van de Commissie van 29 oktober 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de operationele voorwaarden, de representativiteitsverplichting en de rapportagevereisten met betrekking tot het actieve-rekeningvereiste
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/305 van de Commissie van 29 oktober 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de operationele voorwaarden, de representativiteitsverplichting en de rapportagevereisten met betrekking tot het actieve-rekeningvereiste
C/2025/7124
PB L, 2026/305, 6.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/305/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/305 |
6.2.2026 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/305 VAN DE COMMISSIE
van 29 oktober 2025
tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de operationele voorwaarden, de representativiteitsverplichting en de rapportagevereisten met betrekking tot het actieve-rekeningvereiste
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 7 bis, lid 8, vijfde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Artikel 7 ter van Verordening (EU) nr. 648/2012 schrijft voor dat tegenpartijen die een actieve rekening moeten aanhouden op grond van artikel 7 bis van die verordening, om de zes maanden aan hun bevoegde autoriteiten de informatie verschaffen die nodig is om te beoordelen of die tegenpartijen de verplichtingen van artikel 7 bis nakomen. Die verplichtingen zijn onder meer vastgesteld in artikel 7 bis, lid 3, punten a) tot en met d), van die verordening. De verplichtingen uit artikel 7 bis, lid 3, punten a), b) en c), zijn operationeel van aard, terwijl de verplichting uit artikel 7 bis, lid 3, punt d), vereist dat de transacties die via de actieve rekening worden gecleard, representatief zijn voor de rentederivatencontracten die in euro of Poolse zloty luiden, of voor in euro luidende korte-rentederivaten (STIR-derivaten), en dat deze worden gecleard via een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat tegenpartijen met meerdere transacties in hun portefeuilles onderworpen zijn aan strengere operationele voorwaarden en rapportagevereisten dan tegenpartijen met minder transacties, voorziet deze verordening in een verschillende behandeling van tegenpartijen wat betreft de verplichtingen van artikel 7 bis, lid 3, punt d), van Verordening (EU) nr. 648/2012. Artikel 7 bis, lid 3, punten a) en c), van die verordening stellen vereisten vast die in de onderhavige verordening nader worden gepreciseerd. Gezien echter het universele karakter van die vereisten, zou het niet passend zijn om daartussen te differentiëren wat betreft de omvang van de portefeuilles van verschillende tegenpartijen. Ten aanzien van artikel 7 bis, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 en de rapportagevereisten van artikel 7 ter van die verordening, stelt deze verordening minimumnormen vast die voor alle tegenpartijen zouden moeten gelden. Het zou onevenredig zijn om een strengere behandeling te eisen voor tegenpartijen met meer transacties. |
|
(3) |
De operationele verplichting van artikel 7 bis, lid 3, punt a), van Verordening (EU) nr. 648/2012 vereist dat de actieve rekening permanent functioneel is. Daartoe moeten de betrokken tegenpartijen over de nodige juridische en technische regelingen beschikken. Om nodeloze kosten en lasten voor deze tegenpartijen te vermijden, moeten zij aan hun bevoegde autoriteiten de documentatie rapporteren die hun naleving van de operationele voorwaarden bewijst — direct of indirect via hun clearingleden — beoordeeld in het kader van hun due-diligencecontroles en hun procedures voor onboarding (acceptatie) bij het openen van nieuwe clearingaccounts. |
|
(4) |
Om te verzekeren dat de eerste operationele voorwaarde is vervuld en dat de actieve rekening permanent functioneel is, moet van tegenpartijen worden geëist dat zij aantonen dat zij over de juridische en technische regelingen beschikken voor het ondersteunen van het aanbieden van clearingdiensten in de betrokken derivatencontracten met een EU-CTP — direct of via een clearinglid. Deze tegenpartijen moeten aan hun bevoegde autoriteiten de documentatie rapporteren die hun naleving van de operationele voorwaarden bewijst — direct of indirect via hun clearingleden — als onderdeel van hun normale due-diligencecontroles en hun onboardingprocedures bij het openen van nieuwe clearingaccounts, om te vermijden dat onnodige kosten en lasten voor de tegenpartijen ontstaan. |
|
(5) |
Artikel 7 bis, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 eist dat tegenpartijen beschikken over systemen en middelen om operationeel in staat te zijn de actieve rekening, zelfs op korte termijn, te gebruiken voor grote volumes derivatencontracten. Artikel 7 bis, lid 3, punt c), van die verordening eist dat alle nieuwe transacties van de derivatencontracten te allen tijde via de actieve rekening kunnen worden gecleard. Daarom moeten tegenpartijen beschikken over de nodige interne systemen en specifieke hulpbronnen voor het monitoren van hun blootstellingen en over de interne regelingen voor het gebruik van de rekening wanneer de clearingvolumes toenemen, onder meer de mogelijkheid om potentiële juridische of operationele barrières te beoordelen die hen kunnen beletten of hun mogelijkheden beperken om een significant aantal additionele transacties te onboarden. |
|
(6) |
Artikel 7 bis, lid 4, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 eist dat naleving van de vereisten van artikel 7 bis, lid 3, punten a), b) en c), van die verordening ten minste eenmaal per jaar aan stresstests wordt onderworpen. Daartoe moeten tegenpartijen technische en functionele tests uitvoeren op hun IT-connectiviteit met de vergunninghoudende CTP, of met hun clearingleden en cliënten die clearingdiensten voor cliënten aanbieden. Om de operationele capaciteit van hun actieve rekening, en het vermogen ervan om op korte termijn het hoofd te bieden aan grote volumes op korte termijn, te bevestigen, moeten tegenpartijen ten genoegen van hun bevoegde autoriteit aantonen dat zij deze technische en functionele tests hebben uitgevoerd. |
|
(7) |
Artikel 7 bis, lid 3, punt d), van Verordening (EU) nr. 648/2012 schrijft voor dat tegenpartijen ervoor zorgen dat transacties die via de actieve rekening worden gecleard, representatief zijn voor de rentederivatencontracten die in euro of Poolse zloty luiden, of voor in euro luidende korte-rentederivaten, en dat deze worden gecleard via een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang. Overeenkomstig artikel 7 bis, lid 8, tweede alinea, moet de ESMA die representativiteit garanderen door maximaal drie verschillende klassen derivatencontracten te selecteren, met een limiet van vier looptijdbandbreedtes, en door de verschillende transactievolumebandbreedtes te preciseren, met een limiet van drie transactievolumebandbreedtes. De selectie van klassen derivatencontracten moet ervoor zorgen dat de betrokken actieve rekeningen een maximumaantal klassen rentederivaten in beeld brengen waarvoor de clearingverplichting reeds geldt. Voorts moet hiermee worden vermeden dat derivaten geaggregeerd worden in categorieën die geen gemeenschappelijke en wezenlijke kenmerken delen, terwijl tegelijk de mogelijkheid wordt gelaten om de betrokken representativiteit van de via de actieve rekeningen geclearde transactie beter op elke specifieke markt af te stemmen, rekening houdende met de omvang, liquiditeit, groei ervan en het activiteitenniveau van elke clearingdienst die van substantieel systeemrelevant belang wordt geacht vergeleken met activiteiten van CTP’s uit de Unie. Ten slotte moet de methode voor het selecteren van klassen derivatencontracten flexibel en toekomstbestendig zijn, doordat zij ruimte biedt voor marktontwikkelingen en aanpassingen aan de evolutie van de mate van systemisch belang van CTP’s uit derde landen en ervoor zorgt dat de betrokken risico’s voor de financiële stabiliteit voor de Unie of voor een of meer van haar lidstaten voldoende wordt gemitigeerd. Daarom moeten, rekening houdende met de derivatenklassen waarvoor al de clearingverplichting geldt en met hun respectieve liquiditeit en relatief belang, drie klassen worden gedefinieerd voor in euro luidende otc-rentederivaten, twee klassen voor in Poolse zloty luidende otc-derivaten en twee klassen voor in euro luidende korte-rentederivaten. |
|
(8) |
Om een evenwichtige verdeling van transacties te verzekeren, moeten de looptijdbandbreedtes en de transactievolumebandbreedtes van de meest relevante subcategorieën per derivatenklasse, het aantal meest relevante subcategorieën en de duur van de referentieperiode per van substantieel belang geachte clearingdienst worden gebaseerd op de respectieve liquiditeit en typische distributie onder marktdeelnemers. Gezien het feit dat het scala aan typische transacties significant verschilt tussen de betrokken derivatenklassen, is het passend om tegenpartijen op te dragen om vijf meest relevant subcategorieën te selecteren voor elk van de drie geselecteerde klassen in euro luidende rentederivaten, één meest relevante subcategorie voor elk van de twee geselecteerde klassen in Poolse zloty luidende rentederivaten en vier meest relevante subcategorieën voor elk van de twee geselecteerde in euro luidende klassen korte-rentederivaten. |
|
(9) |
Om te vermijden dat tegenpartijen worden gedwongen om in de Unie bepaalde derivatenproducten te clearen die zij niet clearen bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang, moeten de tegenpartijen de meest relevante subcategorieën per klasse derivatencontracten bepalen afhankelijk van hun clearingactiviteit binnen elke derivatenklasse die onder de actieve rekening valt. |
|
(10) |
Om te verzekeren dat bevoegde autoriteiten over de nodige informatie beschikken om zich ervan te vergewissen dat het actieve-rekeningvereiste (Active Account Requirement — AAR) van artikel 7 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012 in acht wordt genomen, moeten tegenpartijen hun activiteiten en risicoblootstellingen in de betrokken derivatencategorieën berekenen en hun bevoegde autoriteit geaggregeerde data over die categorieën aanleveren, met inbegrip van een uitsplitsing naar CTP. Die rapportage moet ook informatie bevatten die de bevoegde autoriteit in staat stelt te beoordelen hoe de tegenpartijen voldoen aan de operationele voorwaarden en aan de representativiteitsverplichting van het actieve-rekeningvereiste, met inbegrip van het aantal via de actieve rekeningen van de tegenpartijen geclearde transacties en de geselecteerde subcategorieën. |
|
(11) |
Krachtens artikel 7 ter van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten tegenpartijen aan hun bevoegde autoriteit de informatie rapporteren die nodig is om de inachtneming van die verplichting na te leven en moeten zij dat om de zes maanden doen. Om evenwel te verzekeren dat bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of de betrokken tegenpartijen vanaf de aanvang van hun activiteiten aan het vereiste van een actieve rekening voldoen, moet de eerste rapportage de periode betreffen vanaf wanneer de tegenpartijen voor het eerst aan de rapportageverplichtingen voor de actieve rekening onderworpen zijn tot aan de volgende rapportagedatum. |
|
(12) |
Om effectieve rapportage te verzekeren, moeten templates voor die rapportage worden vastgesteld. |
|
(13) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) bij de Commissie heeft ingediend. |
|
(14) |
Voordat de ESMA het ontwerp van technische normen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft ingediend, heeft zij de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa), het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) en de leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) geraadpleegd. De ESMA heeft open publieke consultaties over die ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, de potentiële kosten en baten ervan geanalyseerd, rekening houdende met de overkoepelende vereenvoudigingsagenda van de Commissie, en met name wat betreft rapportageverplichtingen, en heeft het advies ingewonnen van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
OPERATIONELE VOORWAARDEN
Artikel 1
Vereisten voor de contractuele regelingen, gedragsregels en procedures en de IT-connectiviteit
Tegenpartijen die aan de verplichting van artikel 7 bis, lid 3, punt a), van Verordening (EU) nr. 648/2012 onderworpen zijn, tonen ten genoegen van hun bevoegde autoriteiten aan dat zij beschikken over:
|
a) |
een contractuele regeling, die nader bepaalt hoe toegang kan worden verkregen tot en gebruikgemaakt van een actieve rekening bij een vergunninghoudende CTP, ook wat betreft geldrekeningen en rekeningen betreffende zekerheden, direct, via een clearinglid of via een cliënt die clearingdiensten voor cliënten aanbiedt voor de in artikel 7 bis, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde categorieën derivatencontracten; |
|
b) |
interne gedragsregels en procedures met betrekking tot de in punt a) bedoelde contractuele regelingen; |
|
c) |
een IT-omgeving die toereikend is om een verbinding tot stand te brengen met de actieve rekening, hetzij direct met een vergunninghoudende CTP, hetzij via een clearinglid of een cliënt die clearingdiensten voor cliënten aanbiedt, en die de door die verordening voorgeschreven volumes aankan. |
Artikel 2
Vereisten voor de operationele capaciteit van de tegenpartij voor het ondersteunen van een grote toename in clearingactiviteiten en een grote stroom transacties op korte tijd
1. Tegenpartijen die aan de verplichting van artikel 7 bis, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 onderworpen zijn, tonen ten genoegen van hun bevoegde autoriteiten aan dat zij beschikken over:
|
a) |
interne systemen die de blootstellingen van de tegenpartij monitoren; |
|
b) |
interne regelingen om een grote stroom transacties te ondersteunen van posities aangehouden in een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, van Verordening (EU) nr. 648/2012 in verschillende scenario’s, waarbij een beoordeling wordt gemaakt van potentiële juridische en operationele barrières die zouden beletten dat die posities worden overgedragen; |
|
c) |
de nodige menselijke hulpbronnen om het correcte functioneren van de clearingregelingen te allen tijde te ondersteunen, ook wanneer de rekening het volgende moet ondersteunen:
|
|
d) |
een schriftelijke verklaring van de CTP, het clearinglid of de aanbieder van clearingdiensten voor cliënten, die bevestigt dat de CTP over de operationele capaciteit beschikt om een van deze beide te clearen:
|
|
e) |
een schriftelijke verklaring van de tegenpartij die bevestigt dat de tegenpartij zelf of haar aanbieder van clearingdiensten over de operationele capaciteit beschikt om een van deze beide te clearen:
|
Artikel 3
Stresstests van de operationele voorwaarden van de actieve rekening
De in artikel 7 bis, lid 4, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde stresstests omvatten technische en functionele tests voor het verifiëren van de operationele capaciteit en het functioneren van de IT-connectiviteit met de CTP — direct of indirect — met het clearinglid of de cliënt die clearingdiensten voor cliënten aanbiedt, overeenkomstig artikel 1.
Die technische en functionele tests tonen ten genoegen van de bevoegde autoriteit aan dat de rekening van de tegenpartij een substantiële toename van clearingactiviteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten d) en e), aankan.
De tests vinden jaarlijks plaats.
HOOFDSTUK II
REPRESENTATIVITEITSVERPLICHTING
Artikel 4
Representativiteitsverplichting voor in euro luidende otc-rentederivaten
1. Tegenpartijen die aan de verplichting van artikel 7 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 onderworpen zijn en die in euro luidende otc-rentederivaten clearen, clearen ten minste het vereiste minimumaantal transacties als bepaald in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 in elk van de vijf meest relevante subcategorieën bij een vergunninghoudende CTP voor elke in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205 van de Commissie (3) genoemde klasse in euro luidende derivaten.
2. Voor elke in lid 1 van dit artikel bedoelde derivatenklasse identificeren in dat lid bedoelde tegenpartijen de vijf meest relevante subcategorieën waarin zij de meeste transacties clearen bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, van Verordening (EU) nr. 648/2012. Voor elke in lid 1 van dit artikel bedoelde derivatenklasse worden de vijf meest relevante subcategorieën geselecteerd uit de subcategorieën in, respectievelijk, tabel 1, tabel 2 en tabel 3 van bijlage I bij deze verordening, en over de in lid 3 bedoelde referentieperiode.
3. Voor in euro luidende otc-rentederivaten bedraagt de in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde referentieperiode:
|
a) |
één maand voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van meer dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten; |
|
b) |
zes maanden voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van minder dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten. |
4. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 zijn tegenpartijen in staat om ten genoegen van de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat er voor gemiddelde transactievolumes en -looptijden geen systematische of materiële verschillen zijn tussen de door een vergunninghoudende CTP geclearde derivaten en derivaten die worden gecleard bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang.
Artikel 5
Representativiteitsverplichting voor in Poolse zloty luidende otc-rentederivaten
1. Tegenpartijen die aan de verplichting van artikel 7 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 onderworpen zijn en die in Poolse zloty luidende otc-rentederivaten clearen, clearen ten minste het vereiste minimumaantal transacties als bepaald in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 in de meest relevante subcategorie bij een vergunninghoudende CTP voor elke in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 van de Commissie (4) genoemde klasse in Poolse zloty luidende derivaten.
2. Voor elke in lid 1 bedoelde derivatenklasse identificeren in dat lid bedoelde tegenpartijen de meest relevante subcategorie waarin zij de meeste transacties clearen bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, van Verordening (EU) nr. 648/2012. Voor elke in lid 1 bedoelde derivatenklasse wordt de meest relevante subcategorie geselecteerd uit de subcategorieën in, respectievelijk, tabel 4 en tabel 5 van bijlage I bij deze verordening, en over de in lid 3 bedoelde referentieperiode.
3. Voor in Poolse zloty luidende otc-rentederivaten beloopt de in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde referentieperiode twaalf maanden.
4. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 zijn tegenpartijen in staat om ten genoegen van de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat er voor gemiddelde transactievolumes en -looptijden geen systematische of materiële verschillen zijn tussen de door een vergunninghoudende CTP geclearde derivaten en derivaten die worden gecleard bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang.
Artikel 6
Representativiteitsverplichting voor in euro luidende korte-rentederivaten
1. Tegenpartijen die aan de verplichting van artikel 7 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 onderworpen zijn en die in euro luidende korte-rentederivaten (STIR-derivaten) clearen, clearen ten minste het vereiste minimumaantal transacties als bepaald in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 in elk van de vier meest relevante subcategorieën bij een vergunninghoudende CTP voor elke in tabel 6 van bijlage I bij deze verordening genoemde derivatenklasse.
2. Voor elke in tabel 6 van bijlage I bij deze verordening genoemde derivatenklasse identificeren in lid 1 van dit artikel bedoelde tegenpartijen de vier meest relevante subcategorieën waarin zij de meeste transacties clearen bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, van Verordening (EU) nr. 648/2012. Voor elke in tabel 6 van bijlage I bij deze verordening genoemde derivatenklasse worden de vier meest relevante subcategorieën geselecteerd uit de in tabel 7 van bijlage I bij deze verordening genoemde subcategorieën voor derivaten met de Euribor als referentierente over de in lid 3 bedoelde referentieperiode en uit de in tabel 8 van bijlage I bij deze verordening genoemde subcategorie voor derivaten met de Euro Short-Term Rate (EURSTR) als referentierente over de in lid 4 bedoelde referentieperiode.
3. Voor in euro luidende korte-rentederivaten met de Euro Interbank Offered Rate (Euribor) als referentierente bedraagt de in artikel 7 bis, lid 4, vijfde alinea, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde referentieperiode:
|
a) |
één maand voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van meer dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten; |
|
b) |
zes maanden voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van minder dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten. |
4. Voor korte-rentederivaten met de Euro Short-Term Rate (EURSTR) als referentierente bedraagt de referentieperiode:
|
a) |
zes maanden voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van meer dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten; |
|
b) |
twaalf maanden voor tegenpartijen met een uitstaand notioneel clearingvolume van minder dan 100 miljard EUR aan derivatencontracten. |
5. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 zijn tegenpartijen in staat om ten genoegen van de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat er voor gemiddelde transactievolumes en -looptijden geen systematische of materiële verschillen zijn tussen de door een vergunninghoudende CTP geclearde producten en producten die worden gecleard bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang.
HOOFDSTUK III
RAPPORTAGE-EISEN
Artikel 7
Rapportage over geaggregeerde drempels ten behoeve van de beoordeling van de naleving van het actieve-rekeningvereiste
1. Om de zes maanden rapporteren tegenpartijen aan hun bevoegde autoriteit de in tabel 1 en tabel 2 van bijlage II bij deze verordening bedoelde informatie.
2. De in tabel 2 van bijlage II bij deze verordening bedoelde informatie wordt op het niveau van de tegenpartij gerapporteerd. Wanneer de tegenpartij echter deel uitmaakt van een groep die onderworpen is aan geconsolideerd toezicht in de Unie als bedoeld in artikel 7 bis, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012, wordt de in tabel 2 van bijlage II bij deze verordening ook gerapporteerd op het niveau van eventuele dochterondernemingen, binnen en buiten de Unie.
Artikel 8
Rapportage over de operationele voorwaarden van de actieve rekening
1. Om de zes maanden verstrekken tegenpartijen aan hun bevoegde autoriteit een schriftelijke verklaring die bevestigt dat zij de artikelen 1, 2 en 3 van deze verordening in acht nemen.
2. De in lid 1 bedoelde tegenpartijen houden de nodige documentatie ter beschikking van hun bevoegde autoriteit die aantoont dat de tegenpartijen de artikelen 1, 2 en 3 van deze verordening in acht nemen.
Artikel 9
Rapportage over de representativiteitsverplichting
1. Om de zes maanden rapporteren tegenpartijen aan de bevoegde autoriteit:
|
a) |
de meest relevante subcategorieën, als bedoeld in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, van deze verordening; |
|
b) |
het aantal geclearde transacties, in elk van de in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, bedoelde meest relevante subcategorie, per klasse derivatencontracten en per referentieperiode bij clearingdiensten van substantieel systeemrelevant belang zoals gespecificeerd overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, van Verordening (EU) nr. 648/2012; |
|
c) |
het aantal geclearde transacties, op basis van het gemiddelde voor de voorafgaande twaalf maanden, in elk van de in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, bedoelde meest relevante subcategorie, per klasse derivatencontracten en per referentieperiode bij een vergunninghoudende CTP; |
|
d) |
de duur van in artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, en artikel 6, leden 3 en 4, bedoelde referentieperiode. |
2. Tegenpartijen rapporteren aan de bevoegde autoriteit wanneer het aantal transacties dat in een in artikel 7 bis, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde subcategorie derivatencontracten wordt gecleard, hoger is dan de helft van de totale transacties van die tegenpartij in de voorafgaande twaalf maanden;
3. Voor de toepassing van lid 1 maken tegenpartijen voor elke derivatenklasse gebruik van de tabellen in bijlage III bij deze verordening, voor zover passend.
Artikel 10
Regelingen voor tegenpartijen inzake de rapportage aan bevoegde autoriteiten
1. Onverminderd de mogelijkheid voor bevoegde autoriteiten om frequentere rapportage te verlangen overeenkomstig artikel 7 ter, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012, rapporteren tegenpartijen jaarlijks op de laatste dag van januari en de laatste dag van juli aan bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de templates in de bijlagen II en III bij deze verordening. Elke rapportage bevat de informatie met betrekking tot de voorafgaande twaalf maanden.
2. In afwijking van lid 1 worden data die in overeenstemming zijn met de templates in de bijlage II en III, voor het eerst aangeleverd op de eerste rapportagedatum die niet eerder valt dan zes maanden vanaf 26 februari 2026. De data bevatten informatie met betrekking tot de volledige periode die loopt vanaf die datum tot en met de rapportagedatum.
Artikel 11
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 oktober 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/648/oj.
(2) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1095/oj).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205 van de Commissie van 6 augustus 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de clearingverplichting (PB L 314 van 1.12.2015, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2205/oj).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 van de Commissie van 10 juni 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de clearingverplichting (PB L 195 van 20.7.2016, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/1178/oj).
BIJLAGE I
Voor de representativiteitsverplichting relevante derivatenklassen en subcategorieën
Tabel 1
Subcategorieën voor EUR Fixed-to-float
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||
|
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-50M] |
(50M+] |
|
[0-5J] |
|
|
|
|
(5J-10J] |
|
|
|
|
(10J-15J] |
|
|
|
|
(15J+] |
|
|
|
Tabel 2
Subcategorieën voor EUR OIS
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||
|
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-100M] |
(100M+] |
|
[0-1J] |
|
|
|
|
(1J-2J] |
|
|
|
|
(2J-5J] |
|
|
|
|
(5J+] |
|
|
|
Tabel 3
Subcategorieën voor EUR FRA
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||
|
Looptijd |
[0-75M] |
(75M-200M] |
(200M+] |
|
[0-6M] |
|
|
|
|
(6M-12M] |
|
|
|
|
(12M-18M] |
|
|
|
|
(18M+] |
|
|
|
Tabel 4
Subcategorieën voor PLN Fixed-to-float
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
Alle looptijden |
|
Tabel 5
Subcategorieën voor PLN FRA
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
Alle looptijden |
|
Tabel 6
Derivatenklassen voor EUR STIR
|
Uitvoering |
Onderliggende |
Referentie-index |
Afwikkelingsvaluta |
Type afwikkelingsvaluta |
Optionaliteit |
|
Beurs EU of derde land |
3-maands rente |
Euribor |
EUR |
Op basis van één valuta |
Uitgesloten |
|
Beurs EU of derde land |
3-maands rente |
EURSTR |
EUR |
Op basis van één valuta |
Uitgesloten |
Tabel 7
Subcategorieën voor EUR STIR met Euribor als referentierente
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
[0-6M] |
|
|
(6M-12M] |
|
|
(12M-24M] |
|
|
(24M+] |
|
Tabel 8
Subcategorieën voor EUR STIR met EURSTR als referentierente
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
[0-6M] |
|
|
(6M-12M] |
|
|
(12M-24M] |
|
|
(24M+] |
|
BIJLAGE II
In artikel 7 bedoelde templates
Tabel 1
Informatie over tegenpartij
|
|
Veld |
Te rapporteren details |
|
1 |
Rapportagedatum |
Datum indiening rapportage bij bevoegde autoriteit |
|
2 |
Tegenpartij onderworpen aan AAR |
De identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) van de tegenpartij bij een derivatentransactie die met de betrokken rapportage haar rapportageverplichting vervult. In het geval van een toegewezen derivatentransactie die door een fondsbeheerder namens een fonds wordt uitgevoerd, wordt het fonds — en niet de fondsbeheerder — als tegenpartij gerapporteerd. |
|
3 |
Aard van de tegenpartij |
Vermeld of de tegenpartij een CTP, een financiële tegenpartij of een niet-financiële tegenpartij is, zoals gedefinieerd in artikel 2, punten 1, 8 en 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012, of een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 5, van die verordening. |
|
4 |
Entiteiten binnen de groep |
Een lijst van de identificatiecodes voor juridische entiteiten (LEI’s) van de entiteiten binnen de groep. |
|
5 |
Uiteindelijke moedermaatschappij |
De identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de uiteindelijke moedermaatschappij van de groep. |
|
6 |
Clearinglid |
De identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van het clearinglid. |
Tabel 2
Activiteiten en risicoblootstellingen
|
|
Veld |
Te rapporteren details |
Totaal |
||||||||
|
1 |
Uitstaand bruto notioneel bedrag van de geaggregeerde gemiddelde positie aan het eind van de maand voor de voorafgaande twaalf maanden in de categorieën geclearde derivatencontracten op grond van artikel 7 bis, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012. |
De geaggregeerde som van het notionele bedrag van leg 1 en, in voorkomend geval, het notionele bedrag van leg 2, voor de derivaten binnen de scope van deze rapportage, als bedoeld in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1855 van de Commissie (1). |
|
||||||||
|
2 |
Dimensie 1 — Uitsplitsing totaal naar categorie derivaten |
EUR OTC IRD |
PLN OTC ORD |
EUR STIR |
|||||||
|
|
|
|
|||||||||
|
3 |
Dimensie 2 — Uitsplitsing naar CTP (EU/Tier 2/Tier 1) (rapportage op LEI-niveau CTP) |
CTP1 |
CTP2 |
… |
CTP1 |
CTP2 |
… |
CTP1 |
CTP2 |
… |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||
(1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1855 van de Commissie van 10 juni 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de minimale mate van gedetailleerdheid van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens en het te gebruiken rapportagetype (PB L 262 van 7.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/1855/oj).
BIJLAGE III
Rapportage voor de representativiteitsverplichting
[Hier het aantal transacties invullen per subcategorie per klasse derivatencontract en per toepasselijke referentieperiode]
Tabel 1
Subcategorieën voor EUR Fixed-to-float
|
Referentieperiode |
|
||||||
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
||||||
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||||
|
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-50M] |
(50M+] |
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-50M] |
(50M+] |
|
[0-5J] |
|
|
|
[0-5J] |
|
|
|
|
(5J-10J] |
|
|
|
(5J-10J] |
|
|
|
|
(10J-15J] |
|
|
|
(10J-15J] |
|
|
|
|
(15J+] |
|
|
|
(15J+] |
|
|
|
Tabel 2
Subcategorieën voor EUR OIS
|
Referentieperiode |
|
||||||
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
||||||
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||||
|
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-100M] |
(100M+] |
Looptijd |
[0-25M] |
(25M-100M] |
(100M+] |
|
[0-1J] |
|
|
|
[0-1J] |
|
|
|
|
(1J-2J] |
|
|
|
(1J-2J] |
|
|
|
|
(2J-5J] |
|
|
|
(2J-5J] |
|
|
|
|
(5J+] |
|
|
|
(5J+] |
|
|
|
Tabel 3
Subcategorieën voor EUR FRA
|
Referentieperiode |
|
||||||
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
||||||
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
||||
|
Looptijd |
[0-75M] |
(75M-200M] |
(200M+] |
Looptijd |
[0-75M] |
(75M-200M] |
(200M+] |
|
[0-6M] |
|
|
|
[0-6M] |
|
|
|
|
(6M-12M] |
|
|
|
(6M-12M] |
|
|
|
|
(12M-18M] |
|
|
|
(12M-18M] |
|
|
|
|
(18M+] |
|
|
|
(18M+] |
|
|
|
Tabel 4
Subcategorieën voor PLN Fixed-to-float
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
||
|
|
Omvang transacties (in miljoen PLN) |
|
Omvang transacties (in miljoen PLN) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
Alle looptijden |
|
Alle looptijden |
|
Tabel 5
Subcategorieën voor PLN FRA
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
||
|
|
Omvang transacties (in miljoen PLN) |
|
Omvang transacties (in miljoen PLN) |
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
Alle looptijden |
|
Alle looptijden |
|
Tabel 6
Subcategorieën voor EUR STIR met Euribor als referentierente
|
Referentieperiode |
|
|||
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
|||
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
|
[0-6M] |
|
[0-6M] |
|
|
|
(6M-12M] |
|
(6M-12M] |
|
|
|
(12M-24M] |
|
(12M-24M] |
|
|
|
(24M+] |
|
(24M+] |
|
|
Tabel 7
Subcategorieën voor EUR STIR met EURSTR als referentierente
|
Referentieperiode |
|
|||
|
Clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang (artikel 25, lid 2 quater) |
CTP met vergunning op grond van artikel 14 |
|||
|
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
Omvang transacties (in miljoen EUR) |
|
|
Looptijd |
Transacties alle omvang |
Looptijd |
Transacties alle omvang |
|
|
[0-6M] |
|
[0-6M] |
|
|
|
(6M-12M] |
|
(6M-12M] |
|
|
|
(12M-24M] |
|
(12M-24M] |
|
|
|
(24M+] |
|
(24M+] |
|
|
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/305/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)