Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0133

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/133 van de Commissie van 20 januari 2026 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 wat betreft regels voor het verkeer binnen de Unie van gehouden honden, katten, fretten en andere carnivoren

C/2026/22

PB L, 2026/133, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/133/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/133/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/133

27.3.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/133 VAN DE COMMISSIE

van 20 januari 2026

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 wat betreft regels voor het verkeer binnen de Unie van gehouden honden, katten, fretten en andere carnivoren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 3, lid 5, tweede alinea, artikel 136, lid 2, en artikel 140, punt a), i),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/429 zijn regels vastgesteld met betrekking tot de preventie en bestrijding van dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, waaronder regels voor de verplaatsing binnen de Unie van gehouden landdieren.

(2)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (2) vormt een aanvulling op de regels voor de preventie en bestrijding van de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, wat betreft de verplaatsing binnen de Unie van gehouden landdieren, waaronder honden, katten, fretten en andere carnivoren.

(3)

Met het oog op verplaatsingen binnen de Unie moeten exploitanten er op grond van artikel 53 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voor zorgen dat honden, katten en fretten, voordat zij worden verplaatst, voldoen aan bepaalde voorschriften, waaronder de voorschriften dat zij individueel geïdentificeerd moeten zijn met een injecteerbare transponder overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie (3) en vergezeld moeten gaan van een identificatiedocument zoals bedoeld in die gedelegeerde verordening. Zij moeten er ook voor zorgen dat de dieren naar behoren tegen rabiës zijn gevaccineerd en, in het geval van honden die worden verplaatst naar lidstaten die de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis hebben, naar behoren tegen infectie daarmee zijn behandeld.

(4)

Wanneer niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten niet kan worden uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 245, lid 2, of artikel 246, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2016/429, mogen houders van gezelschapsdieren gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten alleen verplaatsen als die dieren aan de identificatie- en risicobeperkingsmaatregelen van artikel 55 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoen.

(5)

Artikel 58 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 bevat de diergezondheidsvoorschriften voor de verplaatsing van andere carnivoren naar een andere lidstaat. In dat artikel is bepaald dat exploitanten Canidae alleen naar lidstaten met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis mogen verplaatsen als zij naar behoren tegen die parasiet zijn behandeld. In dat artikel is ook bepaald dat exploitanten andere carnivoren alleen mogen verplaatsen als zij zijn onderworpen aan risicobeperkingsmaatregelen voor andere ziekten dan infectie met het rabiësvirus en infectie met Echinococcus multilocularis.

(6)

In artikel 65 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 is bepaald dat exploitanten van reizende circussen en dierennummers honden, katten en fretten alleen mogen verplaatsen als het individuele identificatiedocument voor elke hond, kat en fret naar behoren is ingevuld met de informatie waaruit blijkt dat aan de regels van artikel 53 van die gedelegeerde verordening is voldaan.

(7)

De nadere voorschriften inzake de in de artikelen 53, 55, 58 en 65 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 bedoelde risicobeperkingsmaatregelen, waaronder die met betrekking tot de geldigheidsduur van de vaccinatie tegen rabiës voor honden, katten, fretten en andere carnivoren en de preventiemaatregelen voor Echinococcus multilocularis, zijn momenteel in bijlage VII bij die gedelegeerde verordening vastgesteld door middel van kruisverwijzingen naar Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 van de Commissie (5) en Uitvoeringsverordening (EU) 2018/878 van de Commissie (6).

(8)

Verordening (EU) nr. 576/2013, waarin de regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn vastgesteld, is bij artikel 270, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 ingetrokken met ingang van 21 april 2021. In artikel 277 van Verordening (EU) 2016/429 is echter bepaald dat Verordening (EU) nr. 576/2013, niettegenstaande die intrekking, tot en met 21 april 2026 op niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren van toepassing blijft in plaats van deel VI van Verordening (EU) 2016/429.

(9)

De in Verordening (EU) nr. 576/2013 vastgestelde regels inzake de geldigheidsvoorschriften voor vaccinatie tegen rabiës en de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 vastgestelde risicobeperkingsmaatregelen voor Echinococcus multilocularis zijn doeltreffend gebleken om het risico op de verspreiding van in de lijst opgenomen ziekten als gevolg van het verkeer van honden, katten en fretten tot een minimum te beperken. De belangrijkste bepalingen van die regels moeten daarom in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, zoals gewijzigd bij deze verordening, worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de praktische ervaring die de lidstaten bij de toepassing ervan hebben opgedaan. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 moet daarom bij deze verordening worden gewijzigd om te voorzien in nadere regels voor de geldigheid van de vaccinatie tegen rabiës voor honden, katten, fretten en andere carnivoren en voor de risicobeperkingsmaatregelen voor Echinococcus multilocularis wanneer die dieren naar een andere lidstaat worden verplaatst.

(10)

Aangezien er voor de verplaatsing van andere carnivoren naar een andere lidstaat nog geen risicobeperkingsmaatregelen voor andere ziekten dan infectie met het rabiësvirus en infectie met Echinococcus multilocularis zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429, is het omwille van de zekerheid en de duidelijkheid passend artikel 58, lid 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te schrappen.

(11)

De in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 vastgestelde regels voor de identificatie van honden, katten en fretten en voor de documenten waarvan die dieren vergezeld moeten gaan wanneer zij tussen lidstaten worden verplaatst, zijn gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/132 van de Commissie (7). De artikelen 53, 55 en 65 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

In artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 is bepaald dat exploitanten die bepaalde gehouden landdieren, waaronder honden, katten en fretten, verplaatsen ervoor moeten zorgen dat die dieren vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat. Dit voorschrift moet ook van toepassing zijn op het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten die door houders van gezelschapsdieren als gezelschapsdier in huishoudens worden gehouden, dat niet kan worden uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden van artikel 245, lid 2, of artikel 246, lid 1 of 2, van Verordening (EU) 2016/429. Omwille van de duidelijkheid moet artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

Aangezien de overgangsperiode in verband met de intrekking van Verordening (EU) nr. 576/2013 op 21 april 2026 afloopt, moet deze verordening met spoed in werking treden en met ingang van 22 april 2026 van toepassing zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 53 wordt vervangen door:

“Artikel 53

Voorschriften voor de verplaatsing van honden, katten en fretten naar andere lidstaten

Exploitanten verplaatsen honden, katten en fretten alleen naar een andere lidstaat als aan de volgende voorschriften is voldaan:

a)

de dieren zijn individueel geïdentificeerd:

i)

met behulp van een injecteerbare transponder die is geïmplanteerd overeenkomstig artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 en die voldoet aan de voorschriften van artikel 70 bis van die gedelegeerde verordening,

of

ii)

aan de hand van een duidelijk leesbare tatoeage die voor 3 juli 2011 is aangebracht;

b)

de dieren zijn afkomstig van inrichtingen waar in de 30 dagen voor de datum van verzending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren;

c)

de dieren hebben ten minste 21 dagen voor de datum van verplaatsing een volledige primaire vaccinatie tegen rabiës ontvangen of zijn opnieuw tegen rabiës gevaccineerd overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van deel 1 van bijlage VII; dit voorschrift is echter niet van toepassing op honden, katten en fretten die overeenkomstig artikel 54, leden 1 en 2, worden verplaatst;

d)

honden die naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van infectie met Echinococcus multilocularis worden verplaatst, zijn vóór binnenkomst in die lidstaat of zone aan de risicobeperkingsmaatregelen voor infectie met Echinococcus multilocularis zoals vastgesteld in deel 2, punt 1, van bijlage VII onderworpen binnen de vereiste periode zoals vastgesteld in deel 2, punt 2, van die bijlage; dit voorschrift is echter niet van toepassing op honden die overeenkomstig artikel 54, lid 2, worden verplaatst;

e)

de dieren gaan individueel vergezeld van een identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 waarin de naleving van de voorschriften van de punten c) en d) is gedocumenteerd en gecertificeerd;

f)

dieren die na het verlaten van de inrichting van oorsprong worden verzameld, worden verzameld in verzamelcentra voor honden, katten en fretten die overeenkomstig artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 zijn erkend.”

;

2)

artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt a), i), wordt vervangen door:

“i)

met behulp van een injecteerbare transponder die is geïmplanteerd overeenkomstig artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 en die voldoet aan de voorschriften van artikel 70 bis van die gedelegeerde verordening,”;

b)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

elk dier gaat vergezeld van een individueel identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, waarin is gedocumenteerd dat:

i)

het dier ten minste 21 dagen voor de datum van verplaatsing een volledige primaire vaccinatie tegen rabiës heeft ontvangen of opnieuw tegen rabiës is gevaccineerd overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van deel 1 van bijlage VII; dit voorschrift is echter niet van toepassing op honden, katten en fretten die overeenkomstig artikel 56 worden verplaatst;

ii)

honden die naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis worden verplaatst, vóór binnenkomst in die lidstaat of zone aan de risicobeperkingsmaatregelen voor infectie met Echinococcus multilocularis zoals vastgesteld in deel 2, punt 1, van bijlage VII zijn onderworpen binnen de vereiste periode zoals vastgesteld in deel 2, punt 2, van die bijlage.”;

3)

in artikel 58 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)

punt d) wordt vervangen door:

“d)

Canidae die naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis worden verplaatst, zijn vóór binnenkomst in die lidstaat of zone aan de risicobeperkingsmaatregelen voor infectie met Echinococcus multilocularis zoals vastgesteld in deel 2, punt 3, van bijlage VII bij deze verordening onderworpen binnen de vereiste periode zoals vastgesteld in dat deel.”;

b)

punt e) wordt geschrapt;

4)

in artikel 65, lid 1, punt b), wordt punt i) vervangen door:

“i)

het individueel identificatiedocument voor elke te verplaatsen hond, kat en fret zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, is naar behoren ingevuld met de in artikel 53, punten b), c) en d), van deze verordening bedoelde informatie;”;

5)

in artikel 71 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Exploitanten of, in voorkomend geval, houders van gezelschapsdieren verplaatsen in gevangenschap levende vogels met uitzondering van wedstrijdduiven die naar sportevenementen worden verplaatst, honingbijen, hommels met uitzondering van hommels uit erkende van de omgeving geïsoleerde productie-inrichtingen, primaten, honden, katten, fretten of andere carnivoren alleen naar een andere lidstaat als zij vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong.”

;

6)

bijlage VII wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 22 april 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/688/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/2035/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/576/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 van de Commissie van 21 november 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake preventieve gezondheidsmaatregelen voor de bestrijding van infecties met Echinococcus multilocularis bij honden en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1152/2011 (PB L 130 van 28.5.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2018/772/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/878 van de Commissie van 18 juni 2018 tot vaststelling van een lijst van lidstaten of delen van het grondgebied van lidstaten die voldoen aan de voorschriften voor indeling overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 betreffende de toepassing van preventieve gezondheidsmaatregelen voor de bestrijding van infecties met Echinococcus multilocularis bij honden (PB L 155 van 19.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/878/oj).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/132 van de Commissie van 20 januari 2026 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 wat betreft regels voor de traceerbaarheid van gehouden honden, katten en fretten (PB L, 2026/132, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/132/oj).


BIJLAGE

“BIJLAGE VII

GELDIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR VACCINATIES TEGEN RABIËS EN RISICOBEPERKINGSMAATREGELEN VOOR ANDERE ZIEKTEN DAN RABIËS

Deel 1

Geldigheidsvoorschriften voor vaccinaties tegen rabiës voor honden, katten, fretten en andere carnivoren

1.

Het vaccin tegen rabiës moet voldoen aan de volgende voorschriften:

a)

het is een ander vaccin dan een gemodificeerd levend vaccin dat onder een van de volgende categorieën valt:

i)

een geïnactiveerd vaccin met ten minste één antigeneenheid per dosis, of

ii)

een recombinant vaccin dat de immuniserende glycoproteïne van het rabiësvirus in een levende virusvector tot expressie brengt;

b)

wanneer het wordt toegediend:

i)

in een lidstaat, is er overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (1) een vergunning voor het in de handel brengen voor verleend;

ii)

in een derde land of gebied, is er een goedkeuring of een licentie van de bevoegde autoriteit voor afgegeven en voldoet het ten minste aan de voorschriften die zijn vastgesteld in het relevante deel van het hoofdstuk betreffende rabiës in het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH).

2.

Een vaccinatie tegen rabiës moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

het vaccin is toegediend door een officiële dierenarts of een gemachtigde dierenarts zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie (2), naargelang het besluit van de bevoegde autoriteit;

b)

het dier was ten tijde van de primaire vaccinatie ten minste twaalf weken oud;

c)

de datum van toediening van het vaccin is door een dierenarts zoals bedoeld in punt a) genoteerd in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;

d)

de in punt c) bedoelde datum van toediening valt niet voor de datum van identificatie of de datum van (uit)lezing van het identificatiemiddel dat wordt vermeld in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;

e)

de geldigheidsduur van de vaccinatie gaat in vanaf de vaststelling van de beschermende immuniteit, die niet minder dan 21 dagen na de voltooiing van het door de producent voor de primaire vaccinatie vereiste vaccinatieprotocol plaatsvindt, en loopt door tot het einde van de periode van beschermende immuniteit, zoals voorgeschreven in de technische specificaties van de in punt 1, b), i), bedoelde vergunning voor het in de handel brengen of de in punt 1, b), ii), bedoelde goedkeuring of licentie voor het vaccin tegen rabiës in de lidstaat of het derde land of gebied waar het vaccin wordt toegediend.

De geldigheidsduur van de vaccinatie wordt door een dierenarts zoals bedoeld in punt a) genoteerd in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;

f)

een herhalingsvaccinatie moet als een primaire vaccinatie worden beschouwd indien deze niet binnen de in punt e) bedoelde geldigheidsduur van de eerdere vaccinatie is uitgevoerd.

Deel 2

Risicobeperkingsmaatregelen voor infectie met Echinococcus multilocularis

1.

De in artikel 53, punt d), en artikel 55, punt b), ii), bedoelde behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis wordt uitgevoerd door een dierenarts en bestaat uit toediening van een diergeneesmiddel:

a)

dat de geschikte dosis bevat van:

i)

praziquantel, of

ii)

andere farmacologisch werkzame stoffen waarvan is aangetoond dat zij, zelfstandig of in combinatie, ten minste even doeltreffend zijn als praziquantel voor het verminderen van de belasting van larvale en volwassen intestinale vormen van Echinococcus multilocularis in honden, en

b)

waarvoor:

i)

overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, of

ii)

een goedkeuring of licentie is afgegeven door de bevoegde autoriteit in een derde land.

2.

De in punt 1 bedoelde behandeling is niet meer dan 120 uur en niet minder dan 24 uur vóór de datum van de geplande binnenkomst in een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis uitgevoerd.

3.

Voor andere Canidae dan honden bestaat de in artikel 58, lid 1, punt d), bedoelde behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis uit een diergeneesmiddel zoals bedoeld in punt 1 en is die behandeling niet eerder dan 48 uur voor de binnenkomst in een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis uitgevoerd.
”.

(1)  Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/6/oj).

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie van 20 januari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/131, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/131/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/133/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top