This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026D0571
Council Decision (EU) 2026/571 of 16 March 2026 on the position to be taken on behalf of the European Union in the Preparatory Commission and at the first Conference of the Parties to the Agreement under the United Nations Convention on the Law of the Sea on the conservation and sustainable use of marine biological diversity of areas beyond national jurisdiction
Besluit (EU) 2026/571 van de Raad van 16 maart 2026 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de voorbereidende commissie en op de eerste Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
Besluit (EU) 2026/571 van de Raad van 16 maart 2026 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de voorbereidende commissie en op de eerste Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
ST/6684/2026/INIT
PB L, 2026/571, 16.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/571/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/571 |
16.3.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/571 VAN DE RAAD
van 16 maart 2026
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de voorbereidende commissie en op de eerste Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens Besluit 98/392/EG van de Raad (1) heeft de Europese Gemeenschap het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 (“Unclos”) en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 goedgekeurd. |
|
(2) |
Krachtens Besluit (EU) 2024/1830 van de Raad (2) heeft de Unie de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (de “overeenkomst”) goedgekeurd. De overeenkomst is op 17 januari 2026 in werking getreden. |
|
(3) |
Op grond van artikel 66 van de overeenkomst moet de overeenkomst worden bekrachtigd, goedgekeurd of aanvaard door staten en regionale organisaties voor economische integratie, zoals de Unie. |
|
(4) |
De Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst (de “Conferentie van de Partijen”) is opgericht bij artikel 47, lid 1, van de overeenkomst. Op grond van artikel 47, lid 4, van de overeenkomst moet de Conferentie van de Partijen tijdens haar eerste vergadering bij consensus een reglement van orde voor zichzelf (het “reglement van orde”) vaststellen, alsmede de financiële regels voor haar financiering en voor de financiering van het secretariaat en van eventuele hulporganen (de “financiële regels”). |
|
(5) |
In Resolutie 78/272 (3) van 24 april 2024 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) besloten een voorbereidende commissie (de “voorbereidende commissie”) in te stellen ter voorbereiding van de inwerkingtreding van de overeenkomst en ter voorbereiding van de bijeenroeping van de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst, na afloop waarvan de voorbereidende commissie zal ophouden te bestaan. |
|
(6) |
Op grond van punt 9 van Resolutie 78/272 van de AVVN wordt beoogd dat de voorbereidende commissie tijdens haar laatste vergadering besluiten moet nemen over aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen inzake het reglement van orde en inzake de financiële regels. |
|
(7) |
Op basis van de gedane aanbevelingen zal de voorbereidende commissie de door de Conferentie van de Partijen vast te stellen besluiten voorbereiden die rechtsgevolgen zullen hebben in de zin van artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezien de vaststelling van het reglement van orde en de financiële regels juridisch bindend zullen zijn voor de Unie. De aanbevelingen van de voorbereidende commissie zullen mee de inhoud en het toepassingsgebied bepalen van de mogelijke toekomstige besluiten die de Conferentie van de Partijen zal nemen en die rechtsgevolgen zullen hebben. Aangezien de inhoudelijke en specifieke elementen van de toekomstige besluiten van de Conferentie van de Partijen reeds in een vroeg stadium zullen worden bepaald aan de hand van de aanbevelingen die de voorbereidende commissie tijdens haar laatste vergadering zal aannemen, moeten die aanbevelingen ook onder dit besluit van de Raad vallen. |
|
(8) |
De vast te stellen besluiten zullen zowel gebieden bestrijken die onder de bevoegdheid van de Unie vallen als gebieden die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen. Daarom is het, wat betreft aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Unie vallen, passend het namens de Unie in te nemen standpunt vast te stellen tijdens de laatste vergadering van de voorbereidende commissie en de eerste Conferentie van de Partijen om de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst te waarborgen. De Unie moet een reglement van orde steunen dat voorziet in de efficiënte, kosteneffectieve, transparante en ordelijke werking en organisatie van vergaderingen van de Conferentie van de Partijen, en dat de volledige deelname van de Unie als partij overeenkomstig de overeenkomst mogelijk maakt. |
|
(9) |
Om ervoor te zorgen dat de werking en de uitvoering van de overeenkomst correct worden gefinancierd, moet de Unie de vaststelling van financiële regels en de operationalisering van een financieel mechanisme steunen die een eerlijk en transparant proces tot stand brengen dat op de omstandigheden van elke partij is afgestemd, om ervoor te zorgen dat elke partij bij de overeenkomst bijdraagt aan de financiële duurzaamheid van de overeenkomst en de uitvoering ervan op een wijze die billijk is en strookt met het vermogen van elke partij om bij te dragen. De operationalisering van het bij de overeenkomst ingestelde financiële mechanisme moet er ook voor zorgen dat aan ontwikkelingslanden die partij zijn bijstand wordt verleend voor hun inspanningen ter uitvoering van de overeenkomst. |
|
(10) |
Dit besluit kan niet zodanig worden opgevat dat het op enige wijze afbreuk doet aan de respectieve bevoegdheden van de Unie en haar lidstaten. Het mag niet aldus worden uitgelegd als zou gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van de Unie om haar externe bevoegdheid uit te oefenen met betrekking tot gebieden waarop de overeenkomst betrekking heeft en die onder gedeelde bevoegdheid vallen. Op het gebied van gedeelde bevoegdheden behouden de lidstaten hun bevoegdheid voor zover de overeenkomst geen gevolgen heeft voor gemeenschappelijke regels noch de strekking daarvan wijzigt, met inbegrip van de verwachte ontwikkeling ervan. |
|
(11) |
Voor zover de inhoud van de onderhandelingen onder de bevoegdheden van de Unie en de lidstaten valt, moeten de Commissie en de lidstaten gedurende de onderhandelingen intensief samenwerken teneinde te zorgen voor eenheid van de externe vertegenwoordiging van de Unie en haar lidstaten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in te nemen standpunt tijdens de laatste vergadering van de voorbereidende commissie en de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (de “overeenkomst”), luidt als volgt:
|
1) |
de Unie steunt de vaststelling van een reglement van orde dat voorziet in de efficiënte, kosteneffectieve, transparante en ordelijke werking en organisatie van vergaderingen van de Conferentie van Partijen bij de overeenkomst, en dat de volledige deelname van de Unie als partij overeenkomstig de overeenkomst mogelijk maakt; |
|
2) |
de Unie steunt de vaststelling van financiële regels en de operationalisering van een financieel mechanisme die een eerlijk en transparant proces tot stand brengen dat op de omstandigheden van elke partij bij de overeenkomst is afgestemd, om ervoor te zorgen dat elke partij bijdraagt aan de financiële duurzaamheid van de overeenkomst en de uitvoering ervan op een wijze die billijk is en strookt met het vermogen van elke partij om bij te dragen, en die ook waarborgt dat aan ontwikkelingslanden die partij zijn bijstand wordt verleend voor hun inspanningen ter uitvoering van de overeenkomst. |
Artikel 2
De Commissie en de lidstaten werken nauw samen tijdens de laatste vergadering van de voorbereidende commissie en in de periode tussen die vergadering en de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst om de eenheid in de externe vertegenwoordiging van de Unie en haar lidstaten te waarborgen. Het standpunt van de Unie is in overeenstemming met het in dit besluit vastgelegde standpunt en met de beginselen die eraan ten grondslag liggen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 16 maart 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
K. KALLAS
(1) Besluit 98/392/EG van de Raad van 23 maart 1998 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1998/392/oj).
(2) Besluit (EU) 2024/1830 van de Raad van 17 juni 2024 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (PB L, 2024/1830, 19.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1830/oj).
(3) Resolutie 78/272 van de AVVN van 24 april 2024 betreffende de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/571/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)