Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32025R2184

Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/2184 van de Commissie van 10 september 2025 tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2016/232 en (EU) 2017/891 wat betreft bepaalde voorschriften betreffende producentenorganisaties, meldingsverplichtingen voor producentenprijzen en de invoering van bepaalde invoerregelingen in de sector groenten en fruit

C/2025/6092

PB L, 2025/2184, 4.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/2184/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/2184/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2184

4.12.2025

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2025/2184 VAN DE COMMISSIE

van 10 september 2025

tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2016/232 en (EU) 2017/891 wat betreft bepaalde voorschriften betreffende producentenorganisaties, meldingsverplichtingen voor producentenprijzen en de invoering van bepaalde invoerregelingen in de sector groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 173, lid 1, punten a) tot en met d) en punt j), artikel 181, lid 2, en artikel 223, lid 2, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie (2) is een aanvulling op Verordening (EU) nr. 1308/2013 wat betreft de erkenning van producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties en de melding van producentenprijzen en van de waarden en hoeveelheden van bepaalde ingevoerde producten door de lidstaten in de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit.

(2)

Teneinde meer duidelijkheid te verschaffen en de governance van de producentenorganisaties te harmoniseren en vereenvoudigen, moeten de definities van “transnationale producentenorganisatie” en “transnationale unie van producentenorganisaties” worden afgestemd op de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 van de Commissie (3) opgenomen horizontale definities van deze termen. Voorts moet worden verduidelijkt dat voor erkenningsdoeleinden voor producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties dezelfde voorschriften gelden als voor de transnationale samenstellingen daarvan.

(3)

Verduidelijkt moet worden dat een producentenorganisatie die erkend is voor producten die uitsluitend voor verwerking zijn bestemd, die producten zelf, in haar eigen installaties of die van een dochteronderneming, kan verwerken of deze aan een externe verwerkingsinrichting kan leveren.

(4)

De waarde van de afgezette productie is een van de vereisten voor de erkenning van een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties. Aangezien de berekening van de waarde van de afgezette productie is geregeld in Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (4), moet de verwijzing in de rechtshandelingen naar de geldige methode voor het berekenen van de waarde van de afgezette productie, die is neergelegd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie (5), worden bijgewerkt. Evenzo moet de verwijzing in de rechtshandelingen naar de methode voor het berekenen van de waarde van de afgezette productie van transnationale producentenorganisaties en unies van transnationale producentenorganisaties worden bijgewerkt. Voorts moeten de voorschriften voor de goedkeuring van operationele programma’s van transnationale producentenorganisaties en unies van transnationale producentenorganisaties uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 worden geschrapt, aangezien die worden beheerst door Verordening (EU) 2021/2115.

(5)

Het toenemende aantal extreme gebeurtenissen, zoals natuurrampen, klimaatgebeurtenissen, plantenziekten en plagen, kan tot gevolg hebben dat de productie van de leden van een producentenorganisatie aanzienlijk daalt. Wanneer de producentenorganisatie ook producten verkoopt van niet bij de organisatie aangesloten producenten, kan de inachtneming van het toegestane aandeel van de waarde van die activiteit in de waarde van de afgezette productie van de leden, de totale economische activiteit van de producentenorganisatie buitensporig beperken en haar erkenning in gevaar brengen. Teneinde de stabiliteit van de activiteiten van erkende producentenorganisaties te waarborgen, is het derhalve noodzakelijk dat in bedoelde extreme omstandigheden voor deze organisaties wordt afgeweken van de methode voor het berekenen van de waarde van de afgezette productie.

(6)

Het hoofddoel van erkende producentenorganisaties is concentratie van het aanbod. Eén manier om dit te bereiken, is door middel van fusies. In het geval van een fusie moeten de bepalingen die zien op de toewijzing van een nummer voor de toepassing van het systeem van unieke identificatie, de lidstaten, met het oog op vereenvoudiging, de keuze bieden tussen hetzij behoud van een van de bestaande identificatienummers voor de producentenorganisatie die uit de fusie is voortgekomen hetzij toewijzing van een nieuw nummer.

(7)

De lidstaten moeten de in artikel 222 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 gespecificeerde gegevens verzamelen en melden. Teneinde duidelijkheid te verschaffen over de te melden gegevens, moet worden bepaald van welke groenten en van welk fruit de typen of variëteiten, verpakkingsformaten en producentenprijzen moeten worden gemeld. Om te waarborgen dat de methode voor het verzamelen van de prijzen die moeten worden gemeld, in de hele toeleveringsketen, van boerderij tot detailhandel, dezelfde is, is afstemming nodig op de methode beschreven in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (6).

(8)

Aangezien de financiering van operationele programma’s van erkende producentenorganisaties binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2021/2115 valt, moet worden verduidelijkt welke betalingen kunnen worden opgeschort of teruggevorderd wanneer een producentenorganisatie de erkenningscriteria niet naleeft.

(9)

Hoewel de lidstaten producenten van biologische productie moeten uitsluiten wanneer zij met het oog op de uitbreiding van de voorschriften de representativiteit van producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties bepalen, moet organische productie worden meegenomen wanneer bedoelde uitbreiding van de voorschriften ook uitdrukkelijk en specifiek geldt voor producenten, organisaties van producenten en unies van organisaties van producenten van biologische productie.

(10)

De voorschriften voor kennisgevingen uit hoofde van artikel 164, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van besluiten tot uitbreiding van de voorschriften die de lidstaten hebben genomen, worden beheerst door artikel 5, lid 2 bis, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232, waarin de termijnen zijn vastgesteld en de informatie die moet worden verstrekt. De lidstaten moeten de Commissie ook op grond van artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 informatie melden over de uitbreiding van de voorschriften in de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit. Om dubbele kennisgeving te voorkomen, moet de verplichting tot het melden van informatie over de uitbreiding van de voorschriften uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 worden geschrapt.

(11)

Op grond van artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 moeten de lidstaten het economisch gebied of de economische gebieden melden waarin de uitbreiding van de voorschriften zal gelden. Het melden van die informatie is niet vereist op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232. Gezien de specifieke kenmerken van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit, waarin de mogelijkheid tot uitbreiding van de voorschriften regelmatig wordt gebruikt voor specifieke regio’s of productiegebieden, maar niet nationaal, moet in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 de verplichting worden opgenomen om het economisch gebied of de economische gebieden te melden waarin de uitbreiding van de voorschriften betreffende die sectoren zal gelden.

(12)

De lidstaten moeten de prijzen en hoeveelheden van bepaalde ingevoerde groenten en fruit melden — op basis van de noteringen op de representatieve invoermarkten — indien de invoer meer dan tien ton bedraagt. Vanwege veranderingen in de marktdynamiek en de ontwikkeling van handelsstromen moeten de meldingsvoorschriften zo worden verbeterd dat die veranderingen daarin worden weerspiegeld en moet worden voorzien in alternatieve methoden voor het verzamelen van gegevens voor het geval dat de lidstaten geen representatieve invoermarkten aanwijzen. Om de administratieve lasten en het aantal meldingen te verminderen, en tegelijkertijd de robuustheid van het systeem te vergroten, moeten de meldingen wekelijks worden gedaan. Ook is het noodzakelijk om in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 een definitie van “marktweek” op te nemen.

(13)

Artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vormt de grondslag voor het vaststellen van het invoerprijssysteem voor bepaalde producten van de sector groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit. Wanneer voor de in bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 genoemde groenten en fruit de douanewaarde wordt toegepast en aan de voorwaarden van artikel 75 van die gedelegeerde verordening is voldaan, moet de importeur een zekerheid stellen. Het is bijgevolg noodzakelijk om duidelijk aan te geven voor welke toepassingsperioden de door de importeur te stellen zekerheid is vereist.

(14)

Om duidelijkheid te verschaffen over de lijst van producten voor de toepassing van het invoerprijssysteem, moeten de codes in bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 worden weergegeven en bijgewerkt overeenkomstig de geldige gecombineerde nomenclatuur.

(15)

Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2016/232 en (EU) 2017/891 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 5, lid 2 bis, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Voor de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit omvat de gemelde informatie ook het economisch gebied of de economische gebieden waarin de uitbreiding van de regels van toepassing is.”.

Artikel 2

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt d) wordt vervangen door:

“d)

“transnationale producentenorganisatie” en “transnationale unie van producentenorganisaties”: een producentenorganisatie en een unie van producentenorganisaties die voldoen aan de definities van respectievelijk artikel 2, punt a), en artikel 2, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 van de Commissie (*1);

(*1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 van de Commissie van 15 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde aspecten van samenwerking tussen producenten (PB L 44 van 19.2.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/232/oj).”;"

b)

punt e) wordt geschrapt;

c)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

“Tenzij anders bepaald, omvat de verwijzing in deze verordening naar producentenorganisaties ook transnationale producentenorganisaties en de verwijzing naar unies van producentenorganisaties ook transnationale unies van producentenorganisaties.”.

2)

In artikel 4 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Met betrekking tot uitsluitend voor verwerking bestemde producten of groepen producten erkennen de lidstaten producentenorganisaties wanneer deze organisaties kunnen waarborgen dat deze producten hetzij door henzelf of een dochteronderneming worden verwerkt, hetzij voor verwerking worden geleverd via een systeem van leveringscontracten.”

.

3)

In artikel 8 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Voor het vaststellen van de grootte van de producentenorganisatie overeenkomstig artikel 154, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt de waarde of het volume van de afzetbare productie berekend op dezelfde basis als de in de artikelen 30 en 31 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie (*2) beschreven waarde van de afgezette productie.

(*2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 52, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/126/oj).”."

4)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Een producentenorganisatie mag producten van niet bij de producentenorganisatie of bij een unie van producentenorganisaties aangesloten producenten verkopen, indien zij voor die producten is erkend en indien de economische waarde van die activiteit lager ligt dan de overeenkomstig artikel 31 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 berekende waarde van de afgezette productie van die producentenorganisatie.

Indien de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie in een bepaald jaar echter met 35 % of meer daalt ten opzichte van het gemiddelde van de drie voorgaande referentieperioden van twaalf maanden als gevolg van natuurrampen, klimaatgebeurtenissen, plantenziekten of plagen waarvoor de producentenorganisatie niet verantwoordelijk is en waarop zij geen vat heeft, wordt er, voor de vaststelling van de economische waarde van de in de eerste alinea bedoelde activiteit, van uitgegaan dat de waarde van de afgezette productie 85 % van de gemiddelde waarde van de afgezette productie in de drie voorgaande referentieperioden van twaalf maanden bedraagt.

De producentenorganisatie die wordt getroffen door de in de tweede alinea bedoelde gebeurtenissen en die betrokken is bij de verkoop van producten van niet bij die producentenorganisatie aangesloten producenten, toont aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat aan dat zij niet verantwoordelijk was voor de waardevermindering van de afgezette productie en daarop geen vat had.”

;

b)

in lid 4 wordt “artikel 22, lid 8” vervangen door “artikel 31, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126”;

5)

In artikel 13, lid 2, tweede alinea, wordt “artikel 22, lid 8” vervangen door “artikel 31, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126”.

6)

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een transnationale producentenorganisatie heeft haar hoofdzetel in de lidstaat waar de transnationale producentenorganisatie het grootste deel van de overeenkomstig de artikelen 31 en 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 berekende waarde van de afgezette productie realiseert.”;

b)

in lid 3 wordt punt b) geschrapt.

7)

In artikel 15, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

“Bij fusies van producentenorganisaties neemt de producentenorganisatie die uit de fusie voortkomt, de rechten en plichten van de afzonderlijke gefuseerde producentenorganisaties over. De lidstaat zorgt ervoor dat de uit de fusie voortkomende producentenorganisatie aan alle erkenningscriteria voldoet, en dat deze één van de bestaande nummers behoudt of een nieuw nummer krijgt toegewezen voor de toepassing van het systeem van unieke identificatie bedoeld in artikel 22 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892.”.

8)

In artikel 21, lid 3, wordt punt b) geschrapt.

9)

Artikel 55 wordt vervangen door:

“Artikel 55

Melding van producentenprijzen van groenten en fruit op de interne markt

1.   De lidstaten melden elke woensdag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) aan de Commissie welke producentenprijzen in de voorgaande week op representatieve markten in het productiegebied van de betrokken groenten en fruit zijn genoteerd, wanneer er gegevens beschikbaar zijn, en wel als volgt:

a)

voor groenten en fruit die onder de in bijlage I, deel A, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2429 van de Commissie (*3) vermelde algemene handelsnorm vallen, de prijs van de producten die aan die norm voldoen;

b)

voor producten die onder de in bijlage I, deel B, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2429 vermelde algemene handelsnorm vallen, de prijs van de producten van klasse I.

De lidstaten melden enkel de prijzen van op hun grondgebied geproduceerde groenten en fruit. De prijzen hebben betrekking op conventionele, niet-biologische groenten en fruit bestemd voor de verse markt.

2.   Met betrekking tot het in lid 1 bedoelde vereiste melden de lidstaten voor elk product de gewogen gemiddelde prijs, de typen, variëteiten en grootteklassen of presentatievormen bedoeld in bijlage VI bij deze verordening, indien van toepassing. Daarnaast wordt voor prijzen die naar type, variëteit en, voor zover van toepassing, grootteklasse en presentatievormen worden gemeld, per product, behalve voor tomaten, ook een nationale gewogen gemiddelde prijs gemeld. Wanneer de genoteerde prijzen betrekking hebben op andere typen, variëteiten, grootteklassen of presentatievormen dan die vermeld in bijlage VI, melden de lidstaten aan de Commissie de typen, variëteiten, grootteklassen en presentatievormen van de betrokken producten.

3.   De gemelde prijzen zijn af verpakkingsstation van gesorteerde, verpakte en eventueel op pallets aangeboden producten, uitgedrukt in EUR per 100 kg nettogewicht.

4.   De lidstaten kunnen op vrijwillig basis de prijs melden, zoals gespecificeerd in lid 2, van andere groenten en fruit en de variëteiten daarvan, dan die welke in bijlage VI zijn vermeld.

5.   De lidstaten stellen de Commissie binnen zes maanden na de datum van de melding in kennis van de methode die is gebruikt om de in lid 2 bedoelde prijzen vast te stellen, inclusief de representatieve markten en de gewichten daarvan, alsook van een eventuele wijziging van die methode.

(*3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2429 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen voor de sector groenten en fruit, bepaalde verwerkte groente- en fruitproducten en de sector bananen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1666/1999 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 543/2011 en (EU) nr. 1333/2011 van de Commissie (PB L, 2023/2429, 3.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/2429/oj).”."

10)

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Indien een lidstaat niet-naleving door een producentenorganisatie van een van de erkenningscriteria in verband met de vereisten van de artikelen 5 en 7, artikel 11, leden 1 en 2, en artikel 17 heeft vastgesteld, zendt hij de betrokken producentenorganisatie uiterlijk twee maanden na de vaststelling van de niet-naleving een aangetekende aanmaningsbrief waarin de geconstateerde tekortkoming en de vereiste corrigerende maatregelen worden vermeld, alsook de termijnen waarbinnen die maatregelen moeten worden genomen, met een maximum van vier maanden. Zodra een niet-naleving is vastgesteld, schorten de lidstaten de steunbetalingen die aan producentenorganisaties voor groenten en fruit zijn toegekend voor de uitvoering van de operationele programma’s bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (*4) of in artikel 5, lid 6, eerste alinea, punt c), van Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad (*5) op totdat bevredigende corrigerende maatregelen zijn genomen.

(*4)  Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj)."

(*5)  Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 262, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2117/oj).”;"

b)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Indien de in lid 4 bedoelde corrigerende maatregelen niet binnen de door de lidstaat vastgestelde termijn zijn genomen, worden de steunbetalingen die aan producentenorganisaties voor groenten en fruit zijn toegekend voor de uitvoering van de operationele programma’s bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) 2021/2115 of in artikel 5, lid 6, eerste alinea, punt c), van Verordening (EU) 2021/2117 geschorst en wordt het jaarlijkse steunbedrag verlaagd met 1 % voor elke volledige maand of gedeelte daarvan na het verstrijken van die termijn. Dit doet geen afbreuk aan de toepassing van horizontale nationale wetgeving die eventueel voorziet in de opschorting van de erkenning nadat een gerechtelijke procedure is ingeleid.”

.

11)

In artikel 69, lid 2, wordt punt d) vervangen door:

“d)

producenten of productie van biologische producten die onder Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (*6) vallen, tenzij de uitbreiding van de voorschriften overeenkomstig artikel 164 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 uitdrukkelijk en specifiek betrekking heeft op bedoelde producenten of producten.

(*6)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/848/oj).”."

12)

Artikel 70 wordt geschrapt.

13)

Aan artikel 73 wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

“marktweek”: de periode van maandag tot en met vrijdag van de week die voorafgaat aan de uiterste datum voor de melding door de lidstaten aan de Commissie overeenkomstig artikel 74;”.

14)

Artikel 74 wordt vervangen door:

“Artikel 74

Melding van gewogen gemiddelde representatieve prijzen en hoeveelheden van ingevoerde producten

1.   Voor elk van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten en perioden melden de lidstaten voor elke marktweek en oorsprong uiterlijk maandag om 18.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) aan de Commissie de hoeveelheid en de gemiddelde representatieve prijs van de ingevoerde producten die in de voorgaande marktweek in de lidstaten zijn verkocht.

Voor de producten waarvoor de in bijlage VII, deel A, vermelde toepassingsperiode niet het volledige jaar bestrijkt, is de eerste marktweek waarvoor de prijzen worden gemeld, de tweede week vóór het begin van de toepassingsperiode. Voor die producten is de laatste marktweek waarvoor de prijzen worden gemeld, de week die voorafgaat aan de einddatum van de toepassingsperiode.

2.   De in lid 1, eerste alinea, bedoelde prijs wordt voor alle beschikbare variëteiten en grootteklassen en voor elke invoermarkt geregistreerd in het stadium importeur/groothandelaar of, wanneer in dat stadium geen noteringen beschikbaar zijn, in het stadium groothandelaar/detailhandelaar.

Bedoelde prijs wordt geregistreerd voor elke invoermarkt die door de lidstaten representatief wordt geacht en omvat ten minste Milaan, Perpignan en Rungis; wanneer de lidstaten geen invoermarkten afbakenen, wordt de gewogen gemiddelde representatieve prijs op nationaal niveau geregistreerd.

Wanneer de gewogen gemiddelde representatieve prijs in het stadium groothandelaar/detailhandelaar wordt vastgesteld, wordt deze verminderd met:

a)

9 % om rekening te houden met de handelsmarge van de groothandelaar, en

b)

0,7245 EUR per 100 kg in verband met de kosten van de handling van goederen, marktgeld en marktbelastingen.

3.   De gewogen gemiddelde representatieve prijzen worden verminderd met de volgende bedragen:

a)

een handelsmarge van 15 % voor de handelscentra Milaan en Rungis en van 8 % voor de andere handelscentra, en

b)

de kosten van vervoer en verzekering binnen het douanegebied van de Unie.

4.   Voor de overeenkomstig lid 3, punt b), in mindering te brengen vervoers- en verzekeringskosten kunnen de lidstaten standaardbedragen vaststellen. Deze standaardbedragen en de methoden voor de berekening ervan, alsook een eventuele wijziging van die methoden, worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de Commissie.

5.   Voor in bijlage VII, deel A, vermelde producten waarvoor een specifieke handelsnorm geldt, zijn de representatieve prijzen het gewogen gemiddelde van de klassen I en II van elk betrokken product, tenzij de producten van één klasse ten minste 90 % van de totale afgezette hoeveelheden uitmaken, in welk geval alleen de noteringen voor die klasse in aanmerking worden genomen.

Voor in bijlage VII, deel A, vermelde producten waarvoor geen specifieke handelsnorm geldt, worden de productprijzen die aan de algemene handelsnorm voldoen, als representatief beschouwd.

6.   Wanneer de in lid 1, eerste alinea, bedoelde hoeveelheid van een product minder is dan tien ton per marktweek, wordt de overeenkomstige gewogen gemiddelde representatieve prijs niet aan de Commissie gemeld. De drempel van tien ton is bedoeld als het cumulatieve volume over de hele marktweek. Wanneer de marktweek minder dan vijf werkdagen telt, passen de lidstaten op die drempel een evenredige verlaging van twee ton per niet-werkdag toe.”

.

15)

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Wanneer de douanewaarde van de producten vermeld in bijlage VII, deel A, bij deze verordening wordt bepaald overeenkomstig artikel 70 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en die douanewaarde meer dan 8 % hoger is dan het door de Commissie als standaardinvoerwaarde berekende forfaitaire tarief op het tijdstip van de aangifte van de producten voor het vrije verkeer, moet de importeur overeenkomstig artikel 148 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (*7) een zekerheid stellen. De zekerheid geldt voor de duur van de toepassingsperiode die in bijlage VII bij deze verordening voor elk product is vastgesteld. Het op de in bijlage VII, deel A, bij deze verordening vermelde producten toe te passen invoerrecht is gelijk aan het bedrag van de rechten die de importeur zou hebben betaald wanneer de betrokken producten op basis van de standaardinvoerwaarde waren ingedeeld.

(*7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).”;"

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Wanneer de douanewaarde van de in bijlage VII, deel A, bij deze verordening vermelde producten wordt berekend overeenkomstig artikel 74, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013, worden de rechten in mindering gebracht overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892. In dat geval stelt de importeur, voor de toepassingsperiode die in bijlage VII bij deze verordening voor elk product is vastgesteld, een zekerheid die gelijk is aan het bedrag van de rechten die hij zou hebben betaald indien de producten waren ingedeeld op basis van de geldende standaardinvoerwaarde.”

.

16)

Bijlage VII wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 september 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie (PB L 138 van 25.5.2017, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/891/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 van de Commissie van 15 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde aspecten van samenwerking tussen producenten (PB L 44 van 19.2.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/232/oj).

(4)  Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 52, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/126/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/1185/oj).


BIJLAGE

“BIJLAGE VII

Lijst van producten voor de toepassing van het invoerprijssysteem van titel III

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de producten als louter indicatief beschouwd. Voor de toepassing van deze bijlage wordt de werkingssfeer van de regelingen van titel III bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan. Wanneer de GN-code wordt voorafgegaan door “ex”, wordt de werkingssfeer van de aanvullende rechten zowel door de draagwijdte van de GN-code en de omschrijving van de producten als door de corresponderende periode van toepassing bepaald.

DEEL A

GN-code

Omschrijving

Toepassingsperiode

0702 00 10 ,

0702 00 91 ,

0702 00 99

Hele tomaten waarvan de grootste diameter minder dan 47 mm is,

andere tomaten in trossen,

andere tomaten

1 januari t/m 31 december

ex 0707 00 05

Komkommers die niet bestemd zijn om te worden verwerkt

1 januari t/m 31 december

ex 0709 91 00

Artisjokken

1 november t/m 30 juni

0709 93 10

Kleine pompoenen (zogenaamde courgettes)

1 januari t/m 31 december

ex 0805 10 22 ,

ex 0805 10 24 ,

ex 0805 10 28

Navelsinaasappelen,

blonde sinaasappelen,

overige andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen)

1 december t/m 31 mei

ex 0805 22 00

Clementines, vers

1 november tot eind februari

ex 0805 21 10 ,

ex 0805 21 90 ,

ex 0805 29 00

Satsuma’s, vers

Mandarijnen en tangerines, vers

Wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, andere dan tangerines, satsuma’s en clementines, vers

1 november tot eind februari

ex 0805 50 10

Citroenen (Citrus limon, Citrus limonum), vers

1 juni t/m 31 mei

ex 0806 10 10

Druiven voor tafelgebruik

21 juli t/m 20 november

ex 0808 10 80

Appelen

1 juli t/m 30 juni

ex 0808 30 90

Peren

1 juli t/m 30 april

ex 0809 10 00

Abrikozen

1 juni t/m 31 juli

ex 0809 29 00

Kersen, andere dan zure kersen

21 mei t/m 10 augustus

ex 0809 30 20 ,

ex 0809 30 30 ,

ex 0809 30 80

Platte perziken (Prunus persica var. platycarpa) en platte nectarines (Prunus persica var. platerina),

nectarines,

andere perziken

11 juni t/m 30 september

ex 0809 40 05

Pruimen

11 juni t/m 30 september

DEEL B

GN-code

Omschrijving

Toepassingsperiode

ex 0707 00 05

Komkommers die bestemd zijn om te worden verwerkt

1 mei t/m 31 oktober

ex 0809 21 00

Zure kersen (Prunus cerasus)

21 mei t/m 10 augustus

”

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/2184/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top