Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32025R1523

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1523 van de Commissie van 28 juli 2025 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

C/2025/5011

PB L, 2025/1523, 29.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1523/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1523/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1523

29.7.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1523 VAN DE COMMISSIE

van 28 juli 2025

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 26 november 2024 (2) geconcludeerd dat het gebruik van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 veilig is voor de doelsoorten, de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel niet irriterend is voor de huid maar wel irriterend is voor de ogen, dat het als mogelijk huid- en inhalatieallergeen moet worden beschouwd en dat alle vormen van blootstelling via de huid en de luchtwegen als een risico worden gezien. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 bij de voorgestelde gebruiksvoorwaarden werkzaam is als inkuiltoevoegingsmiddel. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van dat preparaat moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.

(2)   EFSA Journal, 23(1), e9144, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2025.9144.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel voor diervoeding

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Kve/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen

1k20723

Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 met ten minste 5 × 1010 kve/g toevoegingsmiddel.

Vaste vorm

—————————

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094

—————————

Analysemethode  (1)

Identificatie van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094:

DNA-sequentiemethoden of pulsed-field-gelelektroforese (PFGE) — CEN/TS 17697.

Kwantificering van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094:

spreidplaat- (of gietplaat)methode op MRS-agar (EN 15787)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden worden vermeld.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gebruikt in combinatie met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddelen: 1 × 109 kve/kg vers plantaardige materiaal.

3.

Cryoprotectanten die worden gebruikt in het preparaat van Lactiplantibacillus plantarum NCIMB 30094 kunnen onder andere omvatten:

glycine ≤ 18 %

natriumerythorbaat ≤ 18 %

4.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen om de mogelijke risico’s bij het gebruik ervan te ondervangen. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de huid en de ogen worden gebruikt.

18 augustus 2035


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1523/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top