Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32025R1288

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1288 van de Commissie van 27 juni 2025 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op cholinechloride van oorsprong uit de Volksrepubliek China

C/2025/4015

PB L, 2025/1288, 30.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1288/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 30/06/2025

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1288/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1288

30.6.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1288 VAN DE COMMISSIE

van 27 juni 2025

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op cholinechloride van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 7,

Na raadpleging van de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Inleiding

(1)

Op 31 oktober 2024 heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) op grond van artikel 5 van de basisverordening een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer van cholinechloride van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land” of “de VRC”). Zij heeft daartoe een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) (“het bericht van inleiding”).

(2)

De Commissie opende het onderzoek naar aanleiding van klacht die op 17 september 2024 was ingediend door Balchem Italia Srl and Taminco BV (“de klagers”). De klacht is ingediend door de bedrijfstak van de Unie voor cholinechloride in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om een onderzoek te openen.

1.2.   Registratie

(3)

De Commissie heeft de invoer van het betrokken product bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/92 (3) (“de registratieverordening”) aan registratie onderworpen.

1.3.   Belanghebbenden

(4)

In het bericht van inleiding werden de belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de klagers, andere potentiële producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs en de autoriteiten van de VRC, de haar bekende importeurs, leveranciers en gebruikers, handelaren, alsmede de haar bekende betrokken verenigingen expliciet op de hoogte gesteld van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(5)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen over de opening van het onderzoek te maken en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

1.4.   Opmerkingen over de opening van het onderzoek

(6)

Van Eeghen Functional Ingredients BV (“Van Eeghen”) voerde aan dat de twee klagers niet actief zijn als producenten in de Unie op de markt voor cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit en dat zij daarom niet het marktaandeel van 25 % zouden bereiken dat nodig is om een onderzoek naar de invoer van cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit te openen.

(7)

Met betrekking tot de in artikel 5, lid 4, van de basisverordening genoemde drempelwaarde van 25 % die nodig is om een onderzoek te openen, heeft de Commissie verduidelijkt dat deze niet het marktaandeel betreft, maar de productie in de Unie, waarbij de producenten in de Unie die de klacht uitdrukkelijk steunen, ten minste 25 % van de totale productie van het soortgelijke product voor hun rekening nemen. Zoals vermeld in overweging 14 zijn de twee klagers goed voor meer dan 80 % van de productie van het soortgelijke product in de Unie en is deze drempel dus ruimschoots bereikt.

(8)

Zoals verduidelijkt in de overwegingen 33 en 34 worden chlorinechloride van levensmiddelenkwaliteit en chlorinechloride van voederkwaliteit als twee soorten van het onderzochte product beschouwd.

(9)

De Chinese Kamer van Koophandel voor de in- en uitvoer van levensmiddelen, inheemse producten en dierlijke bijproducten (China Chamber of Commerce for Import/Export of Foodstuffs, Native Produce and Animal By-products — “CFNA”) (4) voerde aan dat ondernemingen die zich bezighouden met het drogen van het onderzochte product (“drogers”) als producenten moeten worden aangemerkt en dat zij daarom in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling van de vereisten van ontvankelijkheid en representativiteit van de bedrijfstak van de Unie. De CFNA voerde verder aan dat de klagers mogelijk gelieerd waren met de Chinese producenten-exporteurs van het betrokken product.

(10)

Het argument met betrekking tot de drogers komt aan de orde in overweging 160.

(11)

Wat betreft het argument van de CFNA dat de twee klagers mogelijk gelieerd waren met Chinese producenten-exporteurs, heeft de Commissie met betrekking tot de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs gecontroleerd en bevestigd dat er geen sprake was van dergelijke relaties. Hoe dan ook werd dit argument afgewezen omdat het niet was gestaafd met bewijsmateriaal.

(12)

De CFNA voerde aan dat in de klacht onvoldoende inlichtingen bekend waren gemaakt, waardoor het recht van verdediging van de belanghebbenden werd ondermijnd, en verzocht de Commissie om de klagers te verplichten tot volledige bekendmaking overeenkomstig de toepasselijke regels. De Commissie merkte op dat de CFNA niet had aangegeven op welk punt er in de klacht onvoldoende inlichtingen zouden zijn verstrekt. De Commissie was van oordeel dat de niet-vertrouwelijke versie van de klacht voldeed aan de toepasselijke normen van de basisverordening, die vereisen dat de niet-vertrouwelijke versie van de klacht voldoende gedetailleerd is om belanghebbenden een redelijk inzicht in de wezenlijke inhoud van alle als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen te verschaffen. Daarom wordt het argument inzake procedurele kwesties afgewezen.

1.5.   Samenstelling van een steekproef

(13)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie aangekondigd dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

Steekproef van producenten in de Unie

(14)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Door middel van een mededeling in het dossier (5) deelde de Commissie de belanghebbenden echter mee dat zij afzag van de steekproef aangezien alleen de twee klagers de vragen inzak ontvankelijkheid hadden beantwoord. Deze twee producenten in de Unie vertegenwoordigden meer dan 80 % van de geschatte productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd opmerkingen te maken. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over haar besluit om van de steekproef af te zien. De twee ondernemingen waren representatief voor de bedrijfstak van de Unie.

Steekproef van niet-verbonden importeurs

(15)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Eén niet-verbonden importeur verstrekte de gevraagde informatie en stemde ermee in om in de steekproef te worden opgenomen. Er was bijgevolg geen steekproef nodig van niet-verbonden importeurs.

Steekproef van producenten-exporteurs

(16)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, is alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(17)

Zeven producenten-exporteurs uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van twee producenten-exporteurs samengesteld op basis van het grootste representatieve uitvoervolume naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. De in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vertegenwoordigden 57 % van de totale uitvoer naar de Unie van cholinechloride zoals aangegeven door de meewerkende producenten-exporteurs. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over de samenstelling van de steekproef.

1.6.   Antwoorden op de vragenlijsten en controlebezoeken

(18)

De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC.

(19)

De Commissie heeft vragenlijsten toegezonden aan de producenten in de Unie, de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en de meewerkende niet-verbonden importeur. Dezelfde vragenlijsten, alsook een vragenlijst voor de gebruikers van het onderzochte product, werden op de dag van de opening van het onderzoek online beschikbaar gesteld (6).

(20)

De Commissie heeft antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van de twee producenten in de Unie, één gebruiker, één niet-verbonden importeur en de twee in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs.

(21)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, daardoor veroorzaakte schade en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening werden controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:

 

Producenten in de Unie:

Balchem Italia Srl, Italië;

Taminco BV, België.

 

Producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China:

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd, Liaocheng, provincie Shandong, VRC;

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd, Binzhou, provincie Shandong, VRC (“SFY”);

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd, Zouping, provincie Shandong, VRC (leverancier-producent van SFY, “SYB”).

1.7.   Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode

(22)

Het onderzoek naar de dumping en de schade had betrekking op de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 (“het onderzoektijdvak”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het onderzoektijdvak (“de beoordelingsperiode”).

2.   ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(23)

Het onderzochte product is cholinechloride, in alle vormen en zuiverheden, al dan niet op een drager, en preparaten met een minimumcholinechloridegehalte van 30 gewichtsprocent, met uitzondering van calciumfosforylcholinechloride-tetra-hydraat met CAS-nummer 72556-74-2.

(24)

Cholinechloride is een organische verbinding en een quaternair ammoniumzout. De molecuulformule van zuiver cholinechloride is [(CH3)3NCH2CH2OH]+Cl– en zijn molecuulgewicht is 139,62 g/mol. Cholinechloride komt voor als oplossing in water en in gekristalliseerde vorm. In water opgelost is cholinechloride kleurloos en kan het in een vaste vorm worden gebracht door verdamping van het water, waardoor een wit, kristallijn zout wordt verkregen.

(25)

Cholinechloride wordt vaak als additief in diervoeder gebruikt. Het is een essentiële voedingsstof voor de groei, ontwikkeling en goede gezondheid van veel diersoorten, met name in de pluimvee- en vleesmarkten. Cholinechloride wordt ook gebruikt in menselijke voeding en als nutraceuticum. Cholinechloride wordt met name toegevoegd aan zuigelingenvoeding en prenatale voedingssupplementen omdat het de ontwikkeling en activiteit van de hersenen ondersteunt. Cholinechloride is ook een kleistabilisator voor fractureringsvloeistoffen in de olie- en gasindustrie.

(26)

Cholinechloride wordt geproduceerd door middel van drie opeenvolgende reactieprocessen. Ten eerste reageert methanol met ammoniak waarbij trimethylamine (“TMA”) ontstaat. TMA reageert vervolgens met zoutzuur (“HCl”) waarbij het zout trimethylamine-hydrochloride ontstaat. Tot slot wordt uit de reactie tussen trimethylaminehydrochloride en ethyleenoxide vloeibaar cholinechloride verkregen. De processen verbruiken energie, bv. aardgas en elektriciteit, maar brengen geen ander bijproduct voort dan water.

(27)

De concentratie van het eindproduct cholinechloride wordt verkregen tijdens het zuiveringsproces door de verwijdering van water. Om cholinechloride op een drager aan te brengen, wordt het cholinechloride door grondig sproeien gemengd met de drager, zoals maisspil, suikerbietenpulp en siliciumdioxide, en wordt het vervolgens gedroogd om het vochtgehalte te verlagen en de gewenste concentratie cholinechloride te verkrijgen. Het droogproces wordt hetzij uitgevoerd door de producent van vloeibaar cholinechloride, hetzij door andere exploitanten (drogers). Deze laatsten kopen vloeibaar cholinechloride in en brengen het op een drager aan om het vervolgens met een drager gemengde afgewerkte cholinechloride aan handelaren en gebruikers te verkopen.

2.2.   Betrokken product

(28)

Het betrokken product is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC, dat momenteel is ingedeeld onder de GN-codes ex 2923 10 00 , ex 2309 90 31 , ex 2309 90 96 , ex 2106 en 3824 99 96 (en op het moment van opening ingedeeld onder de aanvullende Taric-code 89ID). Momenteel is het product ingedeeld onder de GN-codes ex 2923 10 00 , ex 2309 90 31 , ex 2309 90 96 , ex 2106 en 3824 99 96 (aanvullende Taric-codes codes 89RB, 89RC, 89RD, 89RE, 89RF, 89RG, 89RH en 89YY).

2.3.   Soortgelijk product

(29)

Uit het onderzoek is gebleken dat de vo3lgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;

het onderzochte product dat in de VRC wordt geproduceerd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht, en

het onderzochte product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd en aldaar wordt verkocht.

(30)

De Commissie heeft in dit stadium beslist dat die producten derhalve soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.4.   Argumenten betreffende de productomschrijving

(31)

Van Eeghen en de CFNA stelden dat cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit van het onderzoek zou moeten worden uitgesloten. Zij voerden aan dat cholinechloride dat voor diervoeder wordt gebruikt, aanzienlijk verschilt van het voor menselijke voeding gebruikte cholinechloride wat betreft het zuiverheidsniveau, de wettelijke vereisten, de prestaties en het gebruik van het product, de prijs en de marktdynamiek.

(32)

Kirsch Pharma GmbH (“Kirsch Pharma”) voerde aan dat cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit niet aan de instelling van antidumpingrechten mag worden onderworpen omdat de productie in de EU van deze soort van het onderzochte product niet toereikend is om aan de vraag op de markt van de Unie te voldoen, en vreesde voor een tekort aan aanbod indien maatregelen zouden worden ingesteld ten aanzien van cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit.

(33)

Wat de productie in de Unie van cholinechloride voor de levensmiddelenmarkt betreft, heeft de Commissie ten eerste bevestigd dat cholinechloride voor menselijke consumptie momenteel niet door de klagers wordt geproduceerd. De levensmiddelenmarkt is relatief klein en is naar schatting goed voor ten hoogste 5 % van de markt van de Unie. Gezien de moeilijke marktomstandigheden die in punt 4.4 van deze verordening worden beschreven, is de bedrijfstak van de Unie dan ook gericht op het behoud van marktaandelen op de grotere diervoedermarkt. De klagers stelden ook dat het momenteel economisch niet interessant is om toe te treden tot deze kleine markt, die volgens hen sterk wordt gedomineerd door de invoer uit de VRC, maar dat zij zouden kunnen toetreden tot die markt indien er maatregelen zouden bestaan. Cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit wordt echter nog steeds geproduceerd door de derde producent in de Unie, wiens gegevens zijn opgenomen in de klacht en in de macrogegevens die in deze verordening worden vermeld. Deze partij, Algry Química, voerde aan dat zij te lijden had onder schadeveroorzakende dumping op de levensmiddelenmarkt en dat cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit derhalve onder het onderzoek moest vallen.

(34)

In het licht van het argument in overweging 31 heeft de Commissie onderzocht of cholinechloride voor menselijke consumptie (van levensmiddelenkwaliteit) en cholinechloride voor toepassingen in diervoeder dezelfde fysische, technische en/of chemische basiskenmerken hebben. De Commissie stelde vast dat cholinechloride voor menselijke consumptie en cholinechloride voor toepassingen in diervoeder als twee verschillende subsoorten van hetzelfde betrokken product kunnen worden beschouwd. Zij worden op dezelfde wijze vervaardigd, hebben in wezen dezelfde chemische samenstelling en hebben dezelfde fysische basiskenmerken. Cholinechloride dat aan de levensmiddelenindustrie wordt verkocht, is onderworpen aan hogere testnormen en moet vergezeld gaan van specifieke testcertificaten, hetgeen niet het geval is voor cholinechloride voor toepassingen in diervoeder. Deze aanvullende regelgevingsvereisten veranderen het product als zodanig echter niet en houden geen verband met een verschil in kwaliteit of zuiverheid van cholinechloride voor menselijke consumptie. De omstandigheid dat cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit tegen hogere prijzen kan worden verkocht omdat het als nicheproduct wordt beschouwd in vergelijking met cholinechloride voor toepassingen in diervoeder, doet op zich geen afbreuk aan de homogeniteit van de productomschrijving in dit onderzoek. De Commissie merkte verder op dat een eventueel prijsverschil tussen cholinechloride voor de levensmiddelenmarkt tegenover de diervoedermarkt geen invloed heeft op de berekening van de schade, aangezien deze subsoorten van het product verschillende productcontrolenummers hebben en dus niet met elkaar worden vergeleken.

(35)

Algry Química wees eveneens op het risico van ontwijking van de maatregelen indien cholinechloride voor menselijke consumptie zou worden uitgesloten, aangezien het product op deze wijze zou kunnen worden ingevoerd voor menselijk gebruik en vervolgens, eenmaal op de markt van de Unie, worden doorgeleid naar gebruikers in de diervoedersector.

(36)

Gezien het bovenstaande werd het argument om cholinechloride van levensmiddelenkwaliteit uit te sluiten van de productomschrijving van het onderzoek voorlopig van de hand gewezen.

3.   DUMPING

3.1.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(37)

Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening met betrekking tot de VRC, achtte de Commissie het passend om met betrekking tot de producenten-exporteurs uit dit land het onderzoek te openen uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(38)

Om de benodigde gegevens voor de mogelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te verzamelen, heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van inleiding alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht informatie over de basisproducten voor de vervaardiging van cholinechloride te verstrekken. Acht producenten-exporteurs hebben de desbetreffende informatie verstrekt.

(39)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek naar de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van inleiding alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(40)

Van de Chinese overheid is geen antwoord op de vragenlijst ontvangen. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid er op 18 december 2024 van in kennis gesteld dat zij voornemens was overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens te gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. De Commissie heeft naar aanleiding van deze kennisgeving geen opmerkingen van de Chinese overheid ontvangen. De toepassing van artikel 18 voor de vaststelling van het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC wordt derhalve bevestigd.

(41)

In punt 5.3.2 van het bericht van inleiding heeft de Commissie ook vermeld dat Mexico, gezien het beschikbare bewijs, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening een passend representatief land zou kunnen zijn voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie merkte verder op dat zij andere mogelijk passende representatieve landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.

(42)

Op 20 december 2024 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling in het dossier (“de eerste mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie, die worden gebruikt voor de productie van cholinechloride. Bovendien heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, Mexico, Thailand, Brazilië en Maleisië als mogelijke representatieve landen aangemerkt.

(43)

De Commissie heeft opmerkingen over de eerste mededeling ontvangen van de klager en van één van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs.

(44)

Op 28 februari 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een tweede mededeling (“de tweede mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Brazilië als het representatieve land. Zij heeft de belanghebbenden ook meegedeeld dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de onmiddellijk beschikbare financiële gegevens van twee Braziliaanse ondernemingen, te weten Dexxos Participações S.A. and Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen met betrekking tot het voorgenomen gebruik van deze gegevens. In de tweede mededeling is de Commissie ook ingegaan op de opmerkingen die zij van de belanghebbenden had ontvangen over de eerste mededeling.

3.2.   Normale waarde

(45)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt, voor zover hier van belang, het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.”

(46)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt echter, voor zover hier van belang, het volgende: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (hierna wordt naar “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” verwezen met “VAA-kosten”).

(47)

Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.2.1.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(48)

In recente onderzoeken betreffende de chemische sector in de VRC (7) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening.

(49)

In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er in de VRC sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen, wat leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen volgens marktbeginselen (8). De Commissie concludeerde met name dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de chemische sector in handen heeft als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (9), maar zich ook kan mengen in de prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in bedrijven zoals bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (10). De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en inputs, een extra verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn aangemerkt, in plaats van dat de toewijzing overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (11). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (12). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de chemische sector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (13), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (14).

(50)

Net als in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de chemische sector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in de klacht, en in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken (15) (“het rapport”), dat op openbaar beschikbare bronnen is gebaseerd. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC aan te tonen, zoals die ook in het kader van haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld.

(51)

In de klacht werd gesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de Chinese sector cholinechloride. In de klacht werd verwezen naar het rapport en met name naar het economische systeem van de VRC als een “socialistische markteconomie” en de actieve rol van de CCP in zowel de publieke als de particuliere sector in de VRC.

(52)

Meer in het bijzonder werd gewezen op het volgende:

De Chinese sector cholinechloride is gekenmerkt door staatseigendom en een hoge mate van staatscontrole/-inmenging. Verschillende producenten van cholinechloride hebben nauwe banden met de Chinese overheid en regionale of lokale overheden, hetzij rechtstreeks, hetzij via verenigingen. Zo was een Chinese producent van cholinechloride, Liaoning Biochem, voorheen een staatsonderneming onder het Chinese ministerie van Landbouw. Een andere cholinechlorideproducent, Jining Choline Factory, is volledig in handen van de lokale overheid (namelijk de lokale overheid van Nanzang Village) (16).

De Chinese overheid en de Chinese CCP houden vast aan structuren waarmee hun voortdurende inmenging in en zeggenschap over ondernemingen, met name staatsondernemingen, wordt verzekerd. In het algemeen is de Chinese overheid actief betrokken bij de formulering van het algemene economische beleid en het toezicht op de uitvoering ervan door individuele ondernemingen en neemt zij deel aan de operationele besluitvorming door middel van de roulatie van personeel tussen overheidsinstanties en ondernemingen, de aanwezigheid van CCP-leden in uitvoerende organen en door vorm te geven aan de bedrijfsstructuur. Zo heeft de oprichter en voorzitter van de Chinese cholinechlorideproducent Arshine Group nauwe banden met de Chinese overheid via zijn lidmaatschap van de politieke partij. Daarnaast is bekend dat cholinechlorideproducenten zoals de GHW International Group, de Tai’an Havay Group Co., Ltd en de Arshine Group, delegaties van de CCP in hun kantoren hebben ontvangen De Chinese overheid oefent ook invloed uit op cholinechlorideproducenten door zogenaamde CPP-cellen te introduceren in individuele ondernemingen en via representatieve brancheorganisaties, zoals de China Petrochemical and Chemical Industry Federation (“CPCIF”) en de China Chemical Enterprise Management Association. Als zodanig zijn zowel publieke als particuliere ondernemingen in de sector cholinechloride in de VRC onderworpen aan beleidstoezicht en -advies, waardoor deze ondernemingen niet onder marktvoorwaarden kunnen opereren (17).

Chinese cholinechlorideproducenten ontvangen subsidies en financiering van overheidsinstanties op verschillende niveaus, hebben preferentiële toegang tot financiering en productiefactoren en worden beschermd tegen concurrentie. Met name worden verschillende Chinese producenten van cholinechloride erkend als in hightech en in nieuwe technologieën gespecialiseerde ondernemingen (bv. de NB Group, Shandong Aocter, Shandong Yinfeng en Hangzhou Donglou), waardoor zij recht hebben op ruime subsidies in de vorm van preferentiële leningen, belastingvoordelen en preferentiële toegang tot grond (18).

Er zijn overheidsbeleidslijnen of -maatregelen die van toepassing zijn op de Chinese sector cholinechloride en die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden. Meer bepaald wordt de chemische industrie door de Chinese overheid als een strategische bedrijfstak beschouwd, zoals uiteengezet in het 14e vijfjarenplan. De chemische industrie wordt ook beschouwd als een belangrijke bedrijfstak in het kader van de “Made in China 2025”-routekaart, die Chinese producenten toegang geeft tot strategische ondersteuningsmechanismen. Andere plannen of maatregelen ter ondersteuning van de Chinese sector cholinechloride zijn onder meer de Catalogus met richtsnoeren voor buitenlandse investeringssectoren (editie 2022), de Catalogus met richtsnoeren voor de structurele aanpassing van de industrie (editie 2019), het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de petrochemische en chemische industrie, en de Richtsnoeren van de Staatsraad inzake de bevordering van de technologische transformatie van het bedrijfsleven (2012). De Chinese overheid voert dergelijke overheidsbeleidslijnen of -maatregelen ook uit op provinciaal of lokaal niveau. Zo voorziet het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de chemische industrie van Shandong in voordelen voor cholinechlorideproducenten in de provincie Shandong, waar de meeste bekende cholinechlorideproducenten zijn gevestigd. Soortgelijke plannen werden goedgekeurd door de provincies Jiangsu en Jiangxi en de provincies Hebei en Zhejiang hebben industriezones ingesteld met een preferentieel beleid ter ondersteuning van chemische ondernemingen, waaronder cholinechlorideproducenten (19).

De kosten van in wezen alle productiefactoren van cholinechloride zijn in de VRC verstoord en als zodanig worden de Chinese kosten en prijzen niet bepaald door marktwerking. Verschillende grondstoffen voor de productie van cholinechloride, waaronder ethyleenoxide, methanol, ammoniak en zoutzuur, zijn chemische grondstoffen die onderhevig zijn aan dezelfde verstoringen als de sector cholinechloride zelf. Daarnaast mengt de Chinese overheid zich in hoge mate en systematisch in de Chinese energiemarkt, zodat ook de energieprijzen zijn verstoord. Het overheidsbeleid verlaagt eveneens de kosten van uitrusting en machines voor bevorderde bedrijfstakken, zoals de chemische industrie, met inbegrip van de sector cholinechloride. De Chinese overheid dekt daarnaast vaak de kosten van onderzoek en ontwikkeling in de chemische sector door middel van beleidsregelingen. Tot slot zijn chemische producenten in het algemeen onderhevig aan verstoringen van bovenaf als gevolg van de discriminerende toepassing van eigendomswetgeving en loonkosten in de VRC. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de Chinese overheid aanzienlijke invloed uitoefent op de prijsstelling in en de ontwikkeling van de sector cholinechloride in de VRC (20).

Toegang tot financiering en kapitaal in de chemische industrie, met inbegrip van de sector cholinechloride, wordt in de VRC verleend door instellingen, vaak in staatsbezit, die doelstellingen van overheidsbeleid uitvoeren of anderszins niet onafhankelijk van de staat handelen. Obligaties en kredietratings zijn vaak vertekend en de kredietkosten worden kunstmatig laag gehouden om de groei van investeringen te stimuleren. Tot slot wordt de Chinese faillissementswetgeving niet strikt gehandhaafd in de chemische sector, waartoe de sector cholinechloride behoort, waarbij verstoringen ontstaan doordat insolvente ondernemingen op de been worden gehouden (21).

(53)

Concluderend werd in de klacht het standpunt ingenomen dat de prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand komen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Op grond daarvan is het volgens de klacht in dit geval niet passend om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten.

(54)

De Commissie heeft onderzocht of het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Bij deze analyse werd niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de desbetreffende sector, met inbegrip van het betrokken product.

(55)

In dit verband heeft de Commissie eerst beoordeeld of de sector cholinechloride in de VRC voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese autoriteiten, waarover zij zeggenschap hebben, waarop zij beleidstoezicht uitoefenen of waarvoor zij beleidsadvies geven, in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening. De sector van het betrokken product wordt bediend door zowel particuliere ondernemingen, zoals de Aocter Group (22), de Tai’an Hanwei Group (eigendom van de GHW International Group) (23) en Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd (24), als door staatsondernemingen zoals de Sinochem Group (25) en de Sinopec Group (26). De exacte verhouding tussen particuliere en staatsproducenten op de cholinechloridemarkt kon niet worden bepaald. De Commissie stelde echter vast dat verschillende producenten rechtstreeks onder zeggenschap van de staat staan. Voorbeelden hiervan zijn Tianli Energy (27), die onder zeggenschap staat van de Shandong Kechuang Group (28), die volledig in handen van de staat is. Bovendien produceren de Sinochem Group (29) en de Sinopec Group (30), beide centrale ondernemingen die onder zeggenschap staan van de Commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva van de Staatsraad (“SASAC”) (31), ethyleenoxide, een basisproduct voor de productie van cholinechloride. Daarnaast is Shandong Hualu Huasheng Chemical Co., Ltd (32), waarvan 32,08 % van de aandelen in handen van de staat is (33), de grootste Chinese binnenlandse producent (34) van trimethylamine, een ander voor de productie van cholinechloride gebruikt basisproduct.

(56)

Interventies van de CCP in de operationele besluitvorming zijn bovendien de norm geworden, niet alleen in staatsondernemingen, maar ook in particuliere ondernemingen (35), waarbij de CCP een leidende rol opeist ten aanzien van vrijwel elk aspect van de economie van het land. De invloed van de staat door middel van CCP-structuren binnen ondernemingen leidt er feitelijk toe dat marktdeelnemers onder zeggenschap en beleidstoezicht van de overheid staan, gezien de mate waarin de staats- en partijstructuren in de VRC zijn vervlochten.

(57)

Uit het onderzoek is gebleken dat de nationale brancheorganisatie voor de chemische sector de CPCIF is. De CPCIF onderschrijft het algemene leiderschap van de CCP, verricht partijactiviteiten en schept de nodige voorwaarden voor de activiteiten van partijorganisaties (36). Bovendien is de “registratie- en beheerautoriteit van de vereniging het ministerie van Burgerzaken” (37) en moet men om vertegenwoordiger van de CPCIF te kunnen worden onder meer “het leiderschap van de CCP erkennen, het socialisme met Chinese kenmerken ondersteunen, de lijn, de beginselen en het beleid van de partij vastberaden uitvoeren en goede politieke kwaliteiten bezitten” (38).

(58)

De Sinochem Group en de Sinopec Group zijn lid van de CPCIF (39).

(59)

Meer in het bijzonder is de China Feed Industry Association (“CFIA”) (40) de nationale brancheorganisatie die de cholinechlorideproducenten vertegenwoordigt. In artikel 3 van de statuten van de CFIA (41) is het volgende uiteengezet: “[h]et doel van de CFIA is […] het vaandel van het socialisme met Chinese kenmerken hoog te houden, aan de hand van de theorie van Deng Xiaoping […] om de beginselen en het beleid van de partij en de staat uit te voeren, […] en de alomvattende, gecoördineerde en duurzame ontwikkeling van de Chinese diervoederindustrie te bevorderen.” Daarnaast is in artikel 4 bepaald dat “de CFIA gehoor geeft aan de zakelijke richtsnoeren en het toezicht van het ministerie van Burgerzaken en het ministerie van Landbouw van de Volksrepubliek China”. Tot de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de functie van “voorzitter, vicevoorzitter en secretaris-generaal van [CFIA]” moet men onder meer “[d]e lijn, de beginselen en het beleid van de partij erkennen en goede politieke kwaliteiten bezitten”.

(60)

De Shandong Aocter Group is lid van de raad van bestuur van de CFIA (42).

(61)

Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de chemische sector staan onder beleidstoezicht en krijgen beleidsadvies. De meest recente Chinese beleidsdocumenten met betrekking tot de chemische en petrochemische sector bevestigen dat de Chinese overheid belang blijft hechten aan de sector en voornemens is in de sector in te grijpen om deze vorm te geven in overeenstemming met het overheidsbeleid. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van het 14e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling en de vooruitzichten voor 2035, volgens welke de Chinese overheid voornemens is “de transformatie en modernisering van belangrijke sectoren zoals de chemische industrie te versnellen” (43).

(62)

Daarnaast is in het richtinggevende advies over de bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de petrochemische en chemische industrieën tijdens het 14e vijfjarenplan (44) (“het richtinggevende advies”) ook bepaald dat de Chinese overheid “de transformatie en modernisering van belangrijke sectoren zoals de chemische industrie [zal] versnellen, nieuwe chemische materialen en fijnchemicaliën daadkrachtig [zal] ontwikkelen, […] en China’s overgang van een groot petrochemisch en chemisch land naar een sterke petrochemische en chemische macht [zal] bevorderen. […] Tegen 2025 […] zal de concentratie van de productie van chemische bulkproducten verder worden verbeterd en zal de bezettingsgraad meer dan 80 % bedragen; de voorzieningszekerheid van ethyleenequivalent zal aanzienlijk worden verbeterd en de voorzieningszekerheid van nieuwe chemische materialen zal meer dan 75 % bedragen.” (45) Ook zal de Chinese overheid “[d]e aanpassing van de industriële structuur bevorderen: specifieke maatregelen versterken en de omvang van de sector wetenschappelijk reguleren” (46).

(63)

Op provincieniveau kunnen vergelijkbare voorbeelden worden waargenomen van het voornemen van de Chinese autoriteiten om de ontwikkeling van de sector te controleren en aan te sturen, zoals in het 14e vijfjarenplan van Shandong voor de ontwikkeling van de chemische industrie, waarmee wordt beoogd “[d]e modernisering van de industriële basis en de modernisering van de industriële keten te bevorderen, de uitfasering van verouderde en inefficiënte productiecapaciteit te versnellen, en de ontwikkeling van chemische producten in de richting van functionalisering, verfijning en differentiatie te bevorderen. Ondernemingen te begeleiden bij fusies en reorganisaties, de toewijzing van middelen en de structuur van de industriële keten te optimaliseren, en de efficiëntie en winstgevendheid van de productie te verbeteren.” (47)

(64)

Dit 14e vijfjarenplan van Shandong werd later aangevuld met de beheersmaatregelen van Shandong die van toepassing zijn op diervoeder en diervoederadditieven (48), waarin is bepaald dat “[d]e overheid op of boven provincieniveau het leiderschap van de ontwikkeling van de diervoederindustrie moet versterken […], de diervoederindustrie moet integreren in het lokale nationale economische en sociale ontwikkelingsplan, [en] de oplossing van belangrijke kwesties in de ontwikkeling van de diervoederindustrie moet coördineren” (49).

(65)

Wat betreft het feit dat de Chinese overheid zich via overheidsaanwezigheid in ondernemingen in de prijzen en kosten kan mengen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, stelde de Commissie vast dat “de voorbeeld- en leidende rol van de partijafdelingen van toonaangevende ondernemingen zoals de Aocter Group” (50) wordt genoemd als een voorbeeld dat door andere steden in de provincie Shandong moet worden gevolgd.

(66)

De voorzitter van de Shandong Kechuang Group is ook secretaris van het partijcomité (51).

(67)

De voorzitter van de raad van bestuur van de Sinochem Group treedt op als secretaris van het partijcomité, en verschillende leden van de raad van bestuur fungeren als adjunct-secretarissen van het partijcomité (52). De Sinochem Group presenteert zichzelf bovendien als een onderneming die “zich aan de richtsnoeren van het gedachtegoed van Xi Jinping over het socialisme met Chinese kenmerken voor een nieuw tijdperk houdt, het algemene leiderschap van de partij ten aanzien van de onderneming effectief versterkt, de partijopbouw verstevigt en alle ruimte geeft aan de rol van partijorganisaties op alle niveaus” (53).

(68)

Evenzo treedt de voorzitter van de raad van bestuur van de Sinopec Group op als secretaris van het partijcomité, en fungeren verschillende leden van de raad van bestuur als adjunct-secretarissen van het partijcomité (54). De Sinopec Group gaf aan dat zij van plan is “zich te richten op de nieuwe missie en de nieuwe taken van de onderneming op het nieuwe traject, de zelfrevolutionaire geest van de partij uit te dragen, het leiderschap van de partij en de partijopbouw op globale en geïntegreerde wijze te versterken, en het alomvattende en strikte bestuur door de partij systematisch te bevorderen om een sterke garantie te bieden dat een nieuw hoofdstuk zal worden geschreven in de moderne petrochemische sector van de VRC” (55).

(69)

Het was niet mogelijk om systematisch het bestaan van persoonlijke banden tussen alle Chinese producenten van cholinechloride en de CCP vast te stellen. Aangezien het onderzochte product echter een subsector van de chemische sector vormt, was de Commissie van oordeel dat de informatie die werd vergaard in de recente onderzoeken met betrekking tot de chemische sector, zoals vermeld in overweging 49, ook relevant is voor het onderzochte product.

(70)

Verder wordt in de sector cholinechloride een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat anderszins de markt beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening. De Commissie heeft verschillende documenten geïdentificeerd waaruit blijkt dat de sector cholinechloride profiteert van richtsnoeren en ingrijpen van de overheid in de chemische sector, aangezien cholinechloride een subsector van de chemische sector is.

(71)

De Chinese overheid beschouwt de chemische sector consequent als een sleutelsector (56). Dit wordt bevestigd in de talrijke op chemische stoffen toegespitste plannen, richtlijnen en andere documenten die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden uitgevaardigd. In het kader van het 14e vijfjarenplan heeft de Chinese overheid de chemische sector aangewezen voor optimalisering en modernisering (57). Evenzo is in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie bepaald dat de Chinese overheid “de organisatiestructuur [zal] optimaliseren: om toonaangevende ondernemingen groter en sterker te maken. […] [O]ndernemingen [zal] ondersteunen om regio-overschrijdende en eigendomoverschrijdende fusies en reorganisaties te versnellen, industriële concentratie te vergroten en internationale activiteiten uit te voeren. In de petrochemische, chemische, staal-, non-ferrometaal- en bouwmateriaalsector en andere sectoren een groep toonaangevende ondernemingen in de industriële keten [zal] promoten, met een ecologische dominantie en een groot concurrentievermogen.” (58)

(72)

Meer in het bijzonder maakte de Tai’an Hanwei Group tweemaal deel uit van de top 50 van toonaangevende ondernemingen in de industrie. “Na selectie ontvangen [ondernemingen] prioritaire steun van het gemeentelijke partijcomité, de gemeenteraad en de betrokken departementen ter versterking van het maatschappelijk aanzien en ter ondersteuning van groei, financiële fondssteun, grond- en elektriciteitsgaranties, steun op het gebied van talenten en intellectuele ondersteuning, bevordering en opbouw van het merk, ondersteuning van beleidsbescherming, stimulansen voor projectinvesteringen, teamopbouw voor ondernemers en optimalisering van het dienstenklimaat.” (59)

(73)

Daarnaast werd aan de Tai’an Hanwei Group “de titel van nationaal beste onderneming op het gebied van productie, nationaal gespecialiseerde “kleine grote” onderneming en nationale groene fabriek toegekend. Met de zorg en steun van partijcomités en overheden op alle niveaus wordt de bouw van het industriegebied Hanwei versneld, met een totale investering van 2 miljard RMB en een gepland landoppervlak van meer dan 400 acres. Fase I van het project is voltooid en in productie genomen. Fase II zal in de tweede helft van dit jaar worden opgebouwd en fase III het jaar daarna. De productiewaarde zal naar verwachting meer dan 10 miljard RMB bedragen nadat zij allemaal in productie zijn genomen.” (60)

(74)

Bovendien profiteerde de Tai’an Hanwei Group ook van preferentiële belastingregelingen: “Het vermogen van het bedrijf om snel de transformatie van wetenschappelijke onderzoeksresultaten tot stand te brengen en vlot de binnenlandse en buitenlandse markten te betreden, is onlosmakelijk verbonden met de krachtige steun van de belastingdienst. De belastingdienst heeft niet alleen de preferentiële belastingregelingen nauwkeurig en snel uitgevoerd, maar ook hoogwaardige, efficiënte en weloverwogen diensten geleverd, wat een stevige steun vormt voor onze snelle ontwikkeling.” (61)

(75)

Voorts heeft de Sinochem Group in 2025 een overeenkomst inzake strategische samenwerking met de gemeente Shanghai ondertekend, die tot doel heeft “de opbouw van een nieuwe ontwikkelingskoers beter te ondersteunen en Sinochem te stimuleren een innovatieve en complete chemische onderneming van wereldklasse op te bouwen (62). Ook bedankte een vertegenwoordiger van de Sinochem Group het gemeentelijk partijcomité en de gemeenteraad van Shanghai voor hun sterke langdurige steun en hulp aan Sinochem, en lichtte de investerings- en bedrijfsstructuur van Sinochem in Shanghai toe. De vertegenwoordiger deelde mee dat Sinochem de verantwoordelijkheid en de missie heeft om de hoogwaardige ontwikkeling van de landbouw te ondersteunen en tekortkomingen van nieuwe chemische materialen te verhelpen, en dat de onderneming volledig in lijn is met de richting van de industriële ontwikkeling van Shanghai op het gebied van landbouwtechnologie, fijnchemicaliën en andere aspecten.” (63)

(76)

Op soortgelijke wijze ondertekende Shandong Hualu Huasheng Chemical Co., Ltd een samenwerkingsovereenkomst met het filiaal van de staatsbank van de VRC in Shandong, inzake “belangrijke industriële investerings- en financieringsprojecten” (64).

(77)

Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van het onderzochte product. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.

(78)

Uit dit onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetten overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de chemische sector geen gevolgen zou hebben voor de fabrikanten van het onderzochte product.

(79)

Het onderzochte product wordt daarnaast ook beïnvloed door verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals vermeld in overweging 49. Die verstoringen zijn zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste basisproducten ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn) van invloed op de sector (65).

(80)

Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector cholinechloride niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening. Dit soort overheidsingrijpen wordt ook zeer goed geïllustreerd in het eerdergenoemde richtinggevend advies, waarin ertoe wordt opgeroepen om “het ondersteunend beleid te verbeteren, de coördinatie tussen fiscaal, financieel, regionaal, investerings- en in- en uitvoer- […] beleid en het industrieel beleid te versterken [om] het nationale platform voor samenwerking tussen industrie en de financiële sector ten volle te benutten en [om] de banden tussen ondernemingen en banken te stimuleren” (66). Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(81)

Tot slot herinnert de Commissie eraan dat voor de productie van het onderzochte product een aantal inputs nodig is. Wanneer de producenten van het onderzochte product deze inputs aankopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als hun kosten worden geregistreerd), duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is.

(82)

Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor inputs (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming daarvan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz.

(83)

Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, grond, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren.

3.2.2.   Argumenten van belanghebbenden

(84)

De Chinese overheid heeft geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport en het door de klager verstrekte aanvullende bewijsmateriaal, over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

(85)

De Commissie heeft van Shandong FY Feed Technology Co., Ltd en de CFNA opmerkingen ontvangen over de verstoringen van betekenis die van invloed zijn op de sector cholinechloride.

(86)

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd voerde aan dat de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening onverenigbaar is met artikel 2.2 van de antidumpingovereenkomst van de WTO (Anti-Dumping Agreement, “ADA”). Met name voerde de onderneming aan dat in artikel 2.2 van de antidumpingovereenkomst van de WTO het begrip verstoringen van betekenis niet wordt erkend, en zelfs als het begrip binnen de werkingssfeer van artikel 2.2 van de ADA zou vallen, moet de berekening door de Unie van de normale waarde in overeenstemming zijn met artikel 2.2.1.1 van de ADA en met de uitlegging daarvan door de Beroepsinstantie, zoals bepaald in de zaak EU — Biodiesel (Argentina). Hieruit volgt dat de normale waarde alleen kan worden berekend indien er geen verkoop in het kader van normale handelstransacties heeft plaatsgevonden of indien er sprake is van een bijzondere marktsituatie, wat in dit onderzoek niet van toepassing lijkt te zijn.

(87)

Bovendien bevat de ADA volgens Shandong FY Feed Technology Co., Ltd geen bepaling op grond waarvan gegevens uit een derde land mogen worden gebruikt, die geen juiste weergave bieden van de prijzen of het kostenniveau van het land van uitvoer. De onderneming verwijst naar het panelverslag in de zaak EU — Cost Adjustment Methodologies and Certain Anti-Dumping Measures on Imports from Russia, en argumenteert dat de normale waarde alleen kan worden berekend op basis van de verkoopgegevens of productiekostenfactoren van de producenten-exporteurs in het land van oorsprong. Als zodanig mag de Commissie artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening niet in het onderhavige onderzoek toepassen, maar zou zij de gegevens van de producenten-exporteurs van cholinechloride in de VRC moeten gebruiken om de normale waarde te berekenen.

(88)

Tot slot was Shandong FY Feed Technology Co., Ltd ook van mening dat het bewijsmateriaal in de klacht over het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC ontoereikend is. De onderneming verwees naar de bewijslast die op de onderzoekende autoriteit rust met betrekking tot vermeende prijsverstoringen in het land van uitvoer, zoals bevestigd door de Beroepsinstantie in de zaak US — Countervailing Measures (21.5 — China), op grond waarvan de Commissie feitelijke gegevens en een gedetailleerde analyse van het overheidsingrijpen dat rechtstreeks van invloed is op de Chinese sector cholinechloride over zou moeten leggen. Zij voert aan dat loutere verwijzingen naar “plannen” van de Chinese overheid, “richtinggevende adviezen” of andere Chinese beleidsinitiatieven niet kunnen worden gelijkgesteld met daadwerkelijk overheidsingrijpen op de markt dat rechtstreeks van invloed is op de prijsstelling van producten door de producenten ervan.

(89)

De Commissie is van oordeel dat de bepalingen van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening volledig in overeenstemming zijn met de WTO-verplichtingen van de Europese Unie en de hierboven aangehaalde jurisprudentie. Om te beginnen merkt de Commissie op dat het WTO-verslag in de zaak EU — Biodiesel geen betrekking had op de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, maar op een specifieke bepaling van artikel 2, lid 5, van de basisverordening. Het WTO-recht, zoals uitgelegd door het WTO-panel en de Beroepsinstantie in EU — Biodiesel, staat het hoe dan ook toe dat gegevens uit een derde land worden gebruikt, die naar behoren zijn gecorrigeerd indien een dergelijke correctie noodzakelijk en onderbouwd is. Het bestaan van verstoringen van betekenis maakt de kosten en prijzen in het land van uitvoer ongeschikt voor de berekening van de normale waarde. In deze omstandigheden voorziet artikel 2, lid 6 bis, in de berekening van productie- en verkoopkosten aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, waaronder die in een geschikt representatief land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau als het land van uitvoer. De argumenten van Shandong FY Feed Technology Co., Ltd over de onverenigbaarheid van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening met de ADA werden derhalve afgewezen.

(90)

Met betrekking tot de verwijzingen van Shandong FY Feed Technology Co., Ltd naar EU — Cost Adjustments, herinnert de Commissie eraan dat zowel de EU als de Russische Federatie beroep heeft aangetekend tegen de bevindingen van het panel, die niet definitief zijn en derhalve, volgens vaste rechtspraak van de WTO, geen juridische status hebben in het WTO-systeem, aangezien zij niet door besluiten van WTO-leden zijn bekrachtigd. In elk geval werd in het panelverslag van dit geschil specifiek geoordeeld dat de bepalingen van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening buiten het kader van het geschil vielen. Het argument werd derhalve afgewezen.

(91)

Ten tweede, in antwoord op de argumenten inzake voldoende bewijsmateriaal in de openingsfase, herinnert de Commissie eraan dat in punt 3 van het bericht van inleiding werd verwezen naar een aantal voorlopige elementen op de Chinese cholinechloridemarkt om te onderbouwen dat de markt werd beïnvloed door verstoringen in de gehele waardeketen van cholinechloride in de VRC. De Commissie was van mening dat het bewijsmateriaal in het bericht van inleiding voldoende was om de opening van een onderzoek op basis van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te rechtvaardigen. Immers, hoewel de vaststelling van het bestaan van verstoringen van betekenis en het daaruit voortvloeiende gebruik van de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), voorgeschreven methode pas gebeurt op het moment van de voorlopige en/of definitieve mededeling, voorziet artikel 2, lid 6 bis, punt e), in de verplichting om de gegevens te verzamelen die nodig zijn voor de toepassing van deze methode wanneer het onderzoek op deze basis is geopend. In dit geval achtte de Commissie het door de klager overgelegde voorlopige bewijsmateriaal over de verstoringen van betekenis voldoende om het onderzoek op deze basis te openen. In overeenstemming met de verplichting van artikel 2, lid 6 bis, punt e), van de basisverordening werd dit in punt 3 van het bericht van inleiding duidelijk vermeld. Daarom heeft de Commissie de nodige stappen ondernomen om haar in staat te stellen de methode van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen indien het bestaan van verstoringen van betekenis tijdens het onderzoek zou worden bevestigd. Het argument van Shandong FY Feed Technology Co., Ltd werd derhalve afgewezen.

(92)

De Commissie herinnert er verder aan dat de zaak US — Countervailing Measures geen betrekking had op de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, dat in het onderhavige onderzoek de relevante rechtsgrondslag voor de vaststelling van de normale waarde vormt, en zelfs in het geheel geen verband hield met dumping. Dat geschil had betrekking op een andere feitelijke situatie en betrof de uitlegging van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, niet de ADA. Hoe dan ook houdt het aangedragen bewijsmateriaal, zoals hierboven toegelicht, duidelijk verband met de Chinese markt voor cholinechloride en dus met het onderzochte product in het onderhavige geval. Bovendien is in het onderzoek van de Commissie, zoals nader toegelicht in punt 3.2.1, in dit stadium bewijs gevonden van verstoringen van betekenis die gevolgen hebben voor de Chinese sector cholinechloride, waardoor de toepassing van de methode van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de berekening van de normale waarde gerechtvaardigd is. Dit argument werd derhalve afgewezen.

(93)

De CFNA heeft opmerkingen ingediend over de verstoringen van betekenis in de Chinese sector cholinechloride. Zij voerde aan dat de in de klacht genoemde documenten niet uitwijzen dat de vermeende verstoringen van de Chinese sector cholinechloride zich hebben voorgedaan. In dit verband gaf de CFNA aan dat de meeste grote producenten van cholinechloride in de VRC particuliere en dus geen staatsondernemingen zijn. Voor zover de Chinese overheid aandelen in producenten van cholinechloride bezit, geven deze alleen recht op investeringsrechten (zoals dividenden), maar maken zij geen rechtstreekse deelname aan de activiteiten van de onderneming mogelijk. Zij voerde ook aan dat de Chinese overheid niet heeft deelgenomen of steun heeft verleend aan de sector cholinechloride en dat uit de klacht niet blijkt dat er sprake is van verstoringen van betekenis in de Chinese sector cholinechloride.

(94)

De CFNA voerde tevens aan dat de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening op de sector cholinechloride in de VRC niet verenigbaar is met de ADA en de jurisprudentie van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO. Met name wordt in de ADA niet verwezen naar het begrip “verstoringen van betekenis”. Artikel 2.2 van de ADA, dat voorziet in alternatieve methoden voor de berekening van de normale waarden onder beperkte voorwaarden en dat geen “verstoringen van betekenis” omvat, staat alleen toe dat gebruik wordt gemaakt van de productiekosten in het land van oorsprong plus een redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst. Artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening is derhalve in strijd met artikel 2.2 van de ADA omdat het de Commissie toestaat de productie- en verkoopkosten in het land van uitvoer buiten beschouwing te laten en in plaats daarvan dergelijke gegevens van producenten uit derde landen te gebruiken.

(95)

Daarnaast voerde de CNFA aan dat de klacht en het bericht van inleiding geen bewijsmateriaal bevatten om de “verstoringen van betekenis” in verband met de sector cholinechloride aan te tonen. Beide steunden sterk op het rapport, dat niet voldoet aan de normen van onpartijdig en objectief bewijsmateriaal en bewijsmateriaal met voldoende bewijskracht. Bovendien heeft het rapport geen betrekking op de Chinese sector cholinechloride als zodanig. Het verwijst alleen naar de verstoringen in de Chinese chemische sector, een upstreamsector van de sector cholinechloride. De CNFA wees erop dat de Chinese sector cholinechloride een marktgerichte bedrijfstak is en dat de meeste producenten in particuliere handen zijn.

(96)

Tot slot verzocht de CNFA de Commissie om de beoordeling van de kwestie van “verstoringen van betekenis” voor elke Chinese producent-exporteur afzonderlijk uit te voeren. De Commissie zou per geval moeten nagaan: i) of de verstoringen van betekenis betrekking hebben op elke in de steekproef opgenomen producent; ii) of alle door deze specifieke producent gerapporteerde basisproducten en productiefactoren verstoord zijn en derhalve moeten worden vervangen door gegevens uit een andere bron, en iii) waarom de gegevens uit een andere bron met betrekking tot alle basisproducten of productiefactoren als niet-verstoord worden beschouwd. Volgens de CNFA kan de Commissie niet overgaan tot de vaststelling van verstoringen van betekenis voor een geheel land of een gehele bedrijfstak.

(97)

In het licht van het bovenstaande heeft de CNFA geconcludeerd dat artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening niet van toepassing mag zijn op dit onderzoek en dat de Commissie de door de meewerkende Chinese producenten van cholinechloride gerapporteerde binnenlandse prijzen en kosten moet aanvaarden.

(98)

Wat ten eerste het argument van de CNFA betreft dat de klacht en het bericht van inleiding onvoldoende bewijsmateriaal bevatten om de bevindingen van “verstoringen van betekenis” in de Chinese sector cholinechloride te rechtvaardigen, was de Commissie van oordeel dat het door de klager ingediende voorlopige bewijsmateriaal over de verstoringen van betekenis, dat in het bericht van inleiding was vermeld, toereikend was om de opening van een onderzoek op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te rechtvaardigen, zoals ook in punt 3.2.1 nader is toegelicht.

(99)

Met betrekking tot de bewijskracht van het rapport herinnerde de Commissie er bovendien aan dat dit een veelomvattend document is dat stoelt op uitgebreid objectief bewijsmateriaal, met inbegrip van wetgeving, verordeningen en andere officiële door de Chinese overheid gepubliceerde beleidsdocumenten, rapporten van derden zoals internationale organisaties, wetenschappelijke studies en artikelen van wetenschappers, en andere betrouwbare onafhankelijke bronnen. Het rapport werd voor het eerst gepubliceerd in december 2017 en grondig geactualiseerd in april 2024. Alle partijen hebben overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening ruimschoots de gelegenheid gehad om het rapport te ontkrachten, aan te vullen of opmerkingen in te dienen, maar de Commissie heeft geen opmerkingen of bewijsmateriaal ontvangen waaruit bleek dat het rapport ongeldig zou zijn.

(100)

Daarnaast herinnerde de Commissie eraan dat de aanwezigheid van de verstoringen van betekenis die tot de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening hebben geleid, geen verband houdt met de aanwezigheid, in het rapport, van een specifiek sectoraal hoofdstuk of informatie over een specifieke markt waaronder het onderzochte product valt, of over specifieke ondernemingen. Het rapport beschrijft verschillende soorten in de VRC voorkomende verstoringen die van toepassing zijn op de gehele Chinese economie (67) en de prijzen en/of grondstoffen en productiekosten van het onderzochte product beïnvloeden (68). Daarnaast bevat het rapport een hoofdstuk over de chemische industrie, dat relevant is voor de beoordeling door de Commissie van de sector cholinechloride, een subsector van de chemische sector. Bovendien is het rapport niet de enige bron van bewijs die de Commissie voor haar vaststelling heeft gebruikt, aangezien zij daartoe ook verdere bewijselementen heeft gebruikt. Zoals uiteengezet in punt 3.1.2 is de sector cholinechloride onderworpen aan een aantal overheidsinterventies (zoals de aanwezigheid van de overheid in belangrijke actoren uit de sector en het toezicht hierop (69), de opneming ervan in vijfjarenplannen en andere documenten (70), en het ingrijpen in de financiële sector (71)), die ook van invloed zijn op de productiekosten van cholinechloride, met inbegrip van grondstoffen, energie, grond, kapitaal en arbeid. Dit argument werd derhalve afgewezen.

(101)

Wat ten tweede het argument van de CNFA betreft over de onverenigbaarheid van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening met de verplichtingen van de Unie uit hoofde van de WTO, was de Commissie van oordeel dat de bepalingen van artikel 2, lid 6 bis, volledig in overeenstemming zijn met de WTO-verplichtingen van de Europese Unie en de jurisprudentie van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO, zoals nader toegelicht in punt 3.2.1 De Commissie herinnerde er ook aan dat de basisverordening, met inbegrip van artikel 2, lid 6 bis, een handeling van secundair Unierecht is in de zin van artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het recht van de Unie vereist niet dat de bronnen ervan, met inbegrip van secundaire wetgeving zoals verordeningen, gebaseerd zijn op internationaal recht of gekoppeld zijn aan verplichtingen die voortvloeien uit het internationaal recht, zoals de ADA.

(102)

Wat tot slot het argument van de CNFA betreft dat de beoordeling van verstoringen van betekenis voor elke in de steekproef opgenomen producent-exporteur afzonderlijk moet worden uitgevoerd, herinnerde de Commissie eraan dat zodra is vastgesteld dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in het land van uitvoer overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening niet passend is om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in het land van uitvoer, de normale waarde voor elke producent-exporteur wordt berekend aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks in een geschikt representatief land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), mogen binnenlandse kosten uitsluitend worden gebruikt als duidelijk is vastgesteld dat zij niet verstoord zijn. Op grond van het beschikbare bewijsmateriaal over de productiefactoren van individuele producenten-exporteurs konden echter geen productie- en verkoopkosten van het onderzochte product als niet-verstoord worden vastgesteld. Het argument van de CNFA werd daarom afgewezen.

3.2.3.   Conclusie

(103)

In het licht van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt.

3.2.4.   Representatief land

3.2.4.1.   Algemene opmerkingen

(104)

De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC (72);

productie van het onderzochte product in dat land;

de aanwezigheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land;

wanneer er sprake was van meer dan één mogelijk representatief land, werd in voorkomend geval de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(105)

Zoals toegelicht in de overwegingen 37 tot en met 44, heeft de Commissie in het dossier twee mededelingen aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In deze mededelingen werden de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die aan de relevante criteria ten grondslag liggen en werd ingegaan op de opmerkingen die van de partijen over deze elementen en de relevante bronnen waren ontvangen. In de tweede mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Brazilië in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd.

3.2.4.2.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC waar cholinechloride wordt geproduceerd

(106)

In de eerste mededeling heeft de Commissie Brazilië, Maleisië, Mexico en Thailand aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” zijn ingedeeld, waarvan bekend is dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd.

(107)

Er zijn geen opmerkingen ontvangen over de in die mededeling genoemde landen.

3.2.4.3.   Aanwezigheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land

(108)

Zoals in de tweede mededeling is vermeld, kon de Commissie geen producenten van het onderzochte product in Thailand en Maleisië identificeren. Wat Mexico betreft, was de Commissie van oordeel dat de financiële informatie voor het jaar 2023 die onmiddellijk beschikbaar is voor de Mexicaanse onderneming Petroleos Mexicanos (“PEMEX”), een petrochemische producent die onder meer ethyleenoxide vervaardigt, een van de geïdentificeerde productiefactoren die nodig zijn om het onderzochte product te produceren, in principe geschikt voor gebruik zou zijn. Overigens konden in geen van de vier potentieel representatieve landen (Brazilië, Maleisië, Mexico en Thailand) cholinechlorideproducenten worden geïdentificeerd.

(109)

Bovendien heeft de Commissie, zoals vermeld in overweging 44, onmiddellijk beschikbare financiële gegevens gevonden van twee Braziliaanse chemische ondernemingen die werkzaam zijn in de bredere chemische sector, te weten Dexxos Participações S.A. en Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A. Al met al achtte de Commissie de financiële gegevens van deze twee bedrijven het meest volledig en geschikt, niet in de laatste plaats omdat ze gebaseerd waren op de gegevens van twee ondernemingen en niet van slechts één onderneming, zoals in Mexico.

(110)

Wat de beschikbaarheid van invoerstatistieken voor de belangrijkste geïdentificeerde productiefactoren betreft, heeft de Commissie in de eerste en tweede mededeling uitgelegd dat Mexico tijdens het onderzoektijdvak geen invoer van trimethylamine heeft gemeld volgens de GTA-databank. De kosten van trimethylamine maken overigens [30-45 %] van de totale productiekosten van het betrokken product uit.

(111)

In het licht van bovenstaande overwegingen heeft de Commissie de belanghebbenden bij de tweede mededeling geïnformeerd dat zij voornemens was Brazilië als passend representatief land en de onmiddellijk beschikbare financiële gegevens van Dexxos Participações S.A. en Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A. te gebruiken overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening om de niet-verstoorde productie- en verkoopkosten vast te stellen voor de berekening van de normale waarde.

(112)

De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen te maken over de geschiktheid van Brazilië als representatief land en over het gebruik van de gegevens van Dexxos Participações S.A. en Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over het gebruik van de gegevens van deze ondernemingen. Met betrekking tot het gebruik van benchmarks voor de geïdentificeerde productiefactoren die op Braziliaanse invoergegevens waren gebaseerd, hebben SYB en SFY verschillende opmerkingen ingediend, die in punt 3.2.5.1 worden behandeld.

3.2.4.4.   Niveau van sociale en milieubescherming

(113)

Aangezien was vastgesteld dat Brazilië op grond van alle voornoemde factoren het enige passende representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

3.2.4.5.   Conclusie

(114)

Gezien bovenstaande analyse voldeed Brazilië aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd.

3.2.5.   Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten

(115)

In de eerste mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals grondstoffen, energie en arbeid, waarvan de producenten-exporteurs bij de productie van het onderzochte product gebruikmaken, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en openbaar beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren.

(116)

Vervolgens heeft de Commissie in de tweede mededeling verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Daarnaast verklaarde de Commissie dat zij de statistieken van de Internationale Arbeidsorganisatie (“IAO”) zou gebruiken om niet-verstoorde arbeidskosten vast te stellen (73) en nationale statistieken van Brazilië om niet-verstoorde energiekosten (met name voor elektriciteit en gas) vast te stellen (74).

(117)

In de tweede mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden ook meegedeeld dat als gevolg van het verwaarloosbare aandeel van stoom als productiefactor in de totale productiekosten, stoom was opgenomen onder “verbruiksgoederen”. Bovendien heeft de Commissie meegedeeld dat zij het percentage van de verbruiksgoederen in het totaal van de grondstofkosten zal berekenen, en dat percentage zal toepassen op de herberekende grondstofkosten wanneer zij gebruikmaakt van de vastgestelde niet-verstoorde benchmarks in het geschikte representatieve land.

(118)

Naar aanleiding van de tweede mededeling merkten SFY en SYB op dat stoom niet als verbruiksmateriaal moet worden beschouwd, aangezien stoom een van de primaire energiebronnen voor de productie van afgewerkte cholinechloride is.

(119)

Na verdere analyse kwam de Commissie tot de conclusie dat het aandeel van de totale kosten van stoom, hoewel verwaarloosbaar, even belangrijk was als dat van gas of elektriciteit, en was zij het daarom eens met SFY en SYB. Als zodanig berekende de Commissie een afzonderlijke benchmark voor stoom, zoals aangegeven in onderstaande tabel 1.

3.2.5.1.   Productiefactoren

(120)

Aan de hand van alle door de belanghebbenden verstrekte en tijdens de controlebezoeken verzamelde gegevens zijn voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen daarvan in kaart gebracht:

Tabel 1

Productiefactoren van het onderzochte product

Productiefactor

Goederencode

Niet-verstoorde waarde

Meeteenheid

Grondstoffen

Cholinechloride, 50 % vloeibaar

2923 10

19,28

kilogram

Trimethylamine (TMA)

2921 11

10,22

kilogram

Ethyleenoxide

2910 10

16,53

kilogram

Siliciumdioxide

2811 22

17,26

kilogram

Maisspil in poedervorm

2308 00

4,54

kilogram

Waterstofchloride

2806 10

1,70

kilogram

Verbruiksgoederen

Arbeid

Arbeid

N.v.t.

97,98

loonkosten per uur

Energie

Aardgas

2711 11

0,65

kWh

Elektriciteit

[N.v.t.]

0,73

kWh

Stoom

[N.v.t.]

586,62

ton

(121)

De Commissie heeft een waarde voor de overhead-productiekosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. Om dit bedrag vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gecontroleerde gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en heeft zij de kosten voor onderzoek en ontwikkeling toegevoegd, aangezien deze door de producenten-exporteurs waren gemaakt en geboekt.

3.2.5.1.1.   Grondstoffen

(122)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten en vervoerskosten werden opgeteld. De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (75) genoemde derde landen. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in de punten 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen.

(123)

Met betrekking tot de door de Commissie vastgestelde grondstoffen merkten SYB en SYB naar aanleiding van de tweede mededeling op dat de invoerprijzen van trimethylamine en ethyleenoxide onredelijk hoog waren en zelfs hoger dan de eenheidsprijzen die in het handelsverkeer tussen de lidstaten op de interne markt van de Unie werden betaald.

(124)

De Commissie heeft verduidelijkt dat de prijzen op de interne markt van de Unie niet onder een van de drie streepjes van de tweede alinea van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vielen. Niettemin was de Commissie het ermee eens dat de op basis van Braziliaanse statistieken vastgestelde benchmarkprijs voor trimethylamine onredelijk hoog leek vanwege de uiterst geringe invoervolumes, die tijdens het onderzoektijdvak iets meer dan 22 000 kg bedroegen. Met een dergelijk volume kon minder dan 1 % van de Chinese uitvoer naar de EU worden geproduceerd. Daarom was de Commissie van oordeel dat het invoervolume van trimethylamine in Brazilië niet representatief was en veranderde zij derhalve de voor trimethylamine gebruikte bron van de Braziliaanse invoerprijs per eenheid (volgens het geharmoniseerd systeem) in een internationale benchmark voor alle invoer die werd gerapporteerd door alle handelspartners, met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 vermelde derde landen (76). Om de benchmarkprijs voor ethyleenoxide vast te stellen, heeft de Commissie de gebruikte bron van de Braziliaanse invoerprijs per eenheid (volgens het geharmoniseerd systeem) veranderd in de door Mexico gerapporteerde invoerprijs per eenheid volgens de toepasselijke achtcijferige douanecode. De Commissie trof voor Mexico veel representatievere invoervolumes aan dan voor Brazilië, die zeer laag waren en daarom niet als betrouwbare bron werden beschouwd voor de vaststelling van een benchmarkprijs.

(125)

Met betrekking tot maisspil in poedervorm voerden SFY en SYB aan dat de Braziliaanse invoerprijs die door de Commissie werd gebruikt, mogelijk verstoord was door het bestaan van subsidies aan de Braziliaanse maisindustrie. Dit argument werd niet door enig bewijs onderbouwd. De voor Brazilië gerapporteerde invoervolumes van maisspil in poedervorm waren echten zeer laag en werden daarom niet beschouwd als een betrouwbare bron voor de vaststelling van een benchmarkprijs. Als zodanig heeft de Commissie de voor de benchmark voor maisspil in poedervorm gebruikte bron gewijzigd in de eenheidsprijs voor uitvoer uit Brazilië van alle materialen die zijn opgenomen in de achtcijferige tarieflijn die ook maisspil in poedervorm omvat.

(126)

Voor een aantal productiefactoren vertegenwoordigden de door de meewerkende producenten-exporteurs werkelijk gemaakte kosten een verwaarloosbaar percentage van de totale grondstofkosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Aangezien de voor die factoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie die kosten op te nemen bij de kosten van verbruiksgoederen, zoals toegelicht in overwegingen 117, 118 en 119.

(127)

Wanneer de toegepaste benchmarks zijn gebaseerd op de invoerprijzen uit respectievelijk Brazilië en Mexico, zijn de invoerrechten opgenomen in de in tabel 1 vermelde benchmarkwaarden.

(128)

De Commissie heeft de vervoerskosten van de meewerkende producenten-exporteurs voor de levering van grondstoffen uitgedrukt als een percentage van de werkelijke kosten van dergelijke grondstoffen, en heeft vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen, teneinde de niet-verstoorde vervoerskosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, in het kader van dit onderzoek, de ratio tussen de grondstoffen van de producent-exporteur en de gerapporteerde vervoerskosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde vervoerskosten van grondstoffen bij levering aan de fabriek van de onderneming.

3.2.5.1.2.   Arbeid

(129)

De Internationale Arbeidsorganisatie publiceert gedetailleerde informatie over lonen in de industriële sector als geheel in Brazilië. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare statistieken over het jaar 2022 voor de gemiddelde loonkosten in de chemische sector in Brazilië (77).

3.2.5.1.3.   Elektriciteit

(130)

De prijs voor elektriciteit voor ondernemingen (industriële afnemers) in Brazilië wordt gepubliceerd door Global Petrol Prices. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de elektriciteitsprijzen voor de industrie in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in CNY/kWh, die zijn gepubliceerd in juni 2024.

3.2.5.1.4.   Aardgas

(131)

De prijs voor aardgas voor ondernemingen (industriële afnemers) in Brazilië wordt gepubliceerd door Global Petrol Prices. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de aardgasprijzen voor de industrie in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in CNY/kWh, die zijn gepubliceerd in juni 2024.

3.2.5.1.5.   Stoom

(132)

De benchmark voor stoom werd beoordeeld aan de hand van de kosten van aardgas uitgedrukt in kWh (zie overweging 131) en de hoeveelheid gas uitgedrukt in kWh die nodig is om 1 ton stoom te produceren. Om deze reden ging de Commissie ervan uit dat de stoom die de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs van externe leveranciers hadden gekocht, was geproduceerd op basis van aardgas.

3.2.5.1.6.   Algemene productiekosten, VAA-kosten en winst

(133)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de vaste productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(134)

De vaste productiekosten van de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs werden uitgedrukt als aandeel van de werkelijke productiekosten van deze producenten-exporteurs. Zoals vermeld in overweging 121, heeft de Commissie de kosten voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de vaste productiekosten. Het verkregen percentage is toegepast op de niet-verstoorde productiekosten.

(135)

Om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en winst vast te stellen, heeft de Commissie zich gebaseerd op de financiële gegevens voor het jaar 2023 voor Dexxos Participações S.A. en Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A., die zij uit Orbis haalde.

(136)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(137)

Ten eerste heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten bepaald. De Commissie heeft de niet-verstoorde kosten per eenheid toegepast op het werkelijke verbruik van de individuele productiefactoren van de meewerkende producent-exporteur. Dit verbruik werd in het kader van de controle geverifieerd. De Commissie vermenigvuldigde de gebruiksfactoren met de niet-verstoorde kosten per eenheid in het representatieve land, zoals weergegeven in tabel 1.

(138)

Toen de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, telde de Commissie de vaste productiekosten op bij de niet-verstoorde productiekosten, zoals toegelicht in overweging 134, om tot de niet-verstoorde productiekosten te komen.

(139)

Vervolgens heeft de Commissie de VAA-kosten en de winstpercentages toegepast, zoals vermeld in overweging 140. Deze werden vastgesteld op basis van de jaarrekeningen van de ondernemingen Dexxos Participações S.A. en Prox Do Brasil Produtos Quimicos S.A., zoals verduidelijkt in de overwegingen 111 en 112.

(140)

De VAA-kosten, uitgedrukt als percentage van de kosten van verkochte goederen en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 6,65 %. De winst, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroeg 14,62 %.

(141)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

3.3.   Uitvoerprijs

(142)

De uitvoer naar de Unie door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vond plaats hetzij rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers, hetzij via verbonden ondernemingen die optraden als handelaren.

(143)

In de gevallen waarin de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs het betrokken product rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie hadden uitgevoerd, was de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening de voor het betrokken product met het oog op uitvoer naar de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(144)

Voor de producenten-exporteurs die het betrokken product via als handelaar optredende verbonden ondernemingen naar de Unie hadden uitgevoerd, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening vastgesteld op basis van de prijs waartegen het ingevoerde product voor het eerst aan onafhankelijke afnemers in de Unie werd doorverkocht.

(145)

In dit verband wordt in vaste rechtspraak verduidelijkt dat correcties op grond van artikel 2, lid 9, van de basisverordening ook kosten omvatten die zijn gemaakt door een entiteit buiten de Europese Unie, mits deze entiteit kennelijk is geassocieerd met de importeur of exporteur en de kosten in kwestie gewoonlijk door een importeur zouden worden gedragen (78). De soorten kosten waarvoor op grond van deze bepaling correcties kunnen worden toegepast, worden in de rechtspraak gelijkgesteld aan kosten in verband met verkoopactiviteiten van dochterondernemingen, voor zover deze kosten het door de producent-exporteur ontvangen bedrag verminderen en gewoonlijk door de importeur worden gedragen (79). Het Gerecht was het in de zaak Azot inderdaad met de Commissie eens dat “er gevallen kunnen zijn waarin kosten die door tussenpersonen vóór de invoer zijn gemaakt, deel uitmaken van de werkelijk betaalde uitvoerprijs. Anders zouden producenten-exporteurs gebruik kunnen maken van verschillende verbonden tussenpersonen die buiten de Europese Unie zijn gevestigd om de uitvoerprijzen kunstmatig op te drijven.” (80) Deze benadering werd bevestigd door het Hof van Justitie, teneinde de doelstelling van artikel 2, lid 9, van de basisverordening te verwezenlijken. Volgens het Hof van Justitie zou die doelstelling niet worden bereikt indien een producent-exporteur zijn verkoop eenvoudigweg zodanig zou kunnen structureren dat vóór de invoer van het betrokken product in de Europese Unie een met hem geassocieerde tussenpersoon wordt ingeschakeld die de kosten op zich neemt die gewoonlijk door een importeur worden gedragen, teneinde de door de importeur daadwerkelijk betaalde uitvoerprijs te verhogen (81).

(146)

In het licht van het bovenstaande merkte de Commissie op dat met de uitvoerende producenten verbonden handelaren in de VRC of in derde landen, “verantwoordelijk waren voor de kosten […] die gewoonlijk door een importeur worden gedragen, in de zin van artikel 2, lid 9, van de basisverordening, hetgeen een correctie in dit verband rechtvaardigt” (82). Bovendien maken deze kosten deel uit van de werkelijk betaalde uitvoerprijs en verhogen deze dus.

(147)

De voor de correctie gebruikte VAA-kosten waren gebaseerd op de door de verbonden partijen verstrekte gegevens. Wat de correctie voor winst betreft, konden om redenen van vertrouwelijkheid alleen aan de betrokken onderneming nadere gegevens over de beoordeling van de toegepaste winstmarge worden verstrekt.

3.4.   Vergelijking

(148)

Artikel 2, lid 10, van de basisverordening verplicht de Commissie een billijke vergelijking te maken tussen de normale waarde en de uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium en om correcties toe te passen voor verschillen tussen factoren die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. In het onderhavige geval heeft de Commissie ervoor gekozen de normale waarde en de uitvoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs te vergelijken in het handelsstadium af fabriek. Zoals hieronder verder wordt toegelicht, werden de normale waarde en de uitvoerprijs waar nodig aangepast om: i) deze terug te rekenen tot het stadium af fabriek, en ii) correcties toe te passen voor verschillen tussen factoren waarvan werd beweerd en aangetoond dat zij van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.

3.4.1.   Correcties op de normale waarde

(149)

Zoals uiteengezet in overweging 46, werd de normale waarde in het handelsstadium af fabriek vastgesteld door gebruik te maken van de productiekosten, samen met de bedragen voor de VAA-kosten en de winst, die voor dat handelsstadium redelijk werden geacht. Daarom waren er geen correcties nodig om de normale waarde terug te rekenen tot het stadium af fabriek.

3.4.2.   Correcties op de uitvoerprijs

(150)

Om de uitvoerprijs terug te rekenen tot het handelsstadium af fabriek, zijn er correcties toegepast voor vervoer, verzekering, lading, overlading en aanverwante kosten, en andere kosten, waaronder kosten voor het testen van producten en douaneafhandeling.

(151)

Bovendien zijn er correcties toegepast voor de volgende factoren die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen: kredietkosten en bankkosten.

3.5.   Dumpingmarges

(152)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie voor de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product.

(153)

Op grond hiervan bedragen de voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge (%)

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd

211,5

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd

558,2

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd

558,2

(154)

Voor de meewerkende producenten-exporteurs die niet in de steekproef zijn opgenomen, heeft de Commissie de gewogen gemiddelde dumpingmarge berekend op grond van artikel 9, lid 6, van de basisverordening. Die marge is derhalve vastgesteld op basis van de marges van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs.

(155)

Dit leidt voor de meewerkende producenten-exporteurs die geen deel uitmaken van de steekproef tot een voorlopige dumpingmarge van 392,3 %.

(156)

De mate van medewerking is in dit geval hoog, aangezien de uitvoer van de meewerkende producenten-exporteurs goed was voor meer dan 95 % van de totale invoer tijdens het onderzoektijdvak. Op basis hiervan heeft de Commissie besloten de dumpingmarge voor niet-meewerkende producenten-exporteurs vast te stellen op het niveau van de meewerkende individueel onderzochte onderneming met de hoogste dumpingmarge.

(157)

De voorlopige dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, zijn als volgt:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge (%)

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd

211,5

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd

558,2

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd

558,2

Andere meewerkende ondernemingen

392,3

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

558,2

4.   SCHADE

4.1.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie

(158)

Het soortgelijke product werd in het onderzoektijdvak vervaardigd door drie producenten in de Unie. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(159)

De totale productie in de Unie in het onderzoektijdvak werd bepaald op [60 000-65 000] ton. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van de gecontroleerde gegevens in de antwoorden van de klagers op de vragenlijst en het antwoord op de macro-economische vragenlijst van de wettelijke vertegenwoordigers van de klagers, waarin ook de relevante gegevens van de derde producent in de Unie, Algry Química, waren opgenomen. Om de in overweging 183 vermelde redenen heeft de Commissie een marge aangehouden.

(160)

De CFNA voerde aan dat onafhankelijke drogers als cholinechlorideproducenten moeten worden beschouwd, omdat het droogproces een wezenlijk onderdeel van de productie is.

(161)

De Commissie verwerpt het argument om de volgende redenen. Ten eerste merkte de Commissie op dat de twee bekende drogers vóór de opening van het onderzoek niet hadden geantwoord op het vaste formulier dat de Commissie aan alle haar bekende producenten en drogers had toegezonden. Toen de Commissie in de openingsfase opnieuw contact opnam met de haar bekende onafhankelijke drogers, heeft bovendien slechts één van hen zich zeer laat gemeld en als belanghebbende geregistreerd. Deze droger heeft geen echter verdere medewerking verleend aan het onderzoek. Deze partij verklaarde zichzelf als gebruiker te beschouwen.

(162)

Ten tweede is, zoals aangegeven in de klacht en bevestigd door het onderzoek, de beslissende productiefase waarin het gebruik van de grondstoffen van cholinechloride definitief wordt en waar zij hun specifieke kwaliteiten verkrijgen, de fase die in overweging 26 is uiteengezet en leidt tot de productie van vloeibaar cholinechloride. Het in overweging 27 beschreven droogproces bestaat er daarentegen in om vloeibaar cholinechloride om te zetten in vast cholinechloride. Het droogproces is dus veel eenvoudiger en mechanischer en leidt niet tot (betekenisvolle) veranderingen in de chemische samenstelling of het gebruik van het cholinechloride. Drogers zetten het onderzochte product daarom om van de ene productvorm in een andere.

(163)

Ten derde bestaan de drie producenten die de bedrijfstak van de Unie vormen uit twee volledig geïntegreerde producenten die zowel vloeibaar als vast cholinechloride vervaardigen, en één producent die alleen vloeibaar cholinechloride vervaardigt. Zelfs als de onafhankelijke drogers van de producenten in de Unie zouden kopen en uit de VRC zouden invoeren, zouden hun verkoopgegevens dus reeds vallen onder het vastgestelde totale verbruik en zou de aanvullende opname ervan leiden tot een probleem van dubbeltelling met betrekking tot capaciteit, productie en verkoopvolumes, terwijl de opname ervan de werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie alleen maar zou doen toenemen. Zelfs wanneer de drogers als deel van de bedrijfstak van de Unie zouden worden beschouwd, zouden de schade-indicatoren dus niet significant verschillen als gevolg van het marginale effect van de onafhankelijke drogers op die indicatoren.

(164)

De CFNA voerde ook aan dat de Commissie een gesegmenteerde schadeanalyse van vloeibaar en vast cholinechloride moest uitvoeren, aangezien zij van mening was dat een gezamenlijke beoordeling van deze verschillende productcategorieën de werkelijke dumpingsituatie van elk van deze categorieën niet nauwkeurig kan weergeven.

(165)

De Commissie merkte op dat een gesegmenteerde schadeanalyse nodig kan zijn wanneer: a) de betrokken producten niet “voldoende onderling uitwisselbaar” zijn; b) “er een bijzondere situatie is waarin er sprake is van een sterke concentratie van de binnenlandse verkoop en de invoer met dumping in onderscheiden segmenten alsook van aanzienlijke prijsverschillen tussen deze segmenten”, en c) de invoer “overwegend geconcentreerd is in een van de marktsegmenten” (83).

(166)

In dit verband heeft de Commissie in het onderhavige onderzoek vastgesteld dat de prijzen van cholinechloride in vloeibare en vaste vorm vergelijkbaar zijn en dat consumenten het onderzochte product zowel in vloeibare als in vaste vorm kunnen kopen, afhankelijk van hun zakelijke behoeften en rekening houdend met markttrends en -ontwikkelingen, wat erop wijst dat de twee soorten cholinechloride voldoende onderling uitwisselbaar zijn. Op grond van bovenstaande overwegingen heeft de Commissie het argument van de CFNA afgewezen.

4.2.   Verbruik in de Unie

(167)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de verkoopgegevens van de Unie met betrekking tot cholinechloride, die zijn opgenomen in een marktgegevensverslag in de klacht (84), geactualiseerd met de gecontroleerde verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie, en gebruikmakend van invoercijfers van Eurostat. De gedetailleerde methode wordt toegelicht in een mededeling in het dossier (85).

(168)

Het totale verbruik van de Unie, evenals de marktaandelen en verkoopvolumes in de onderstaande tabellen, wordt weergegeven in marges om de redenen die worden uiteengezet in overweging 183.

(169)

Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (ton)

 

2021

2022

2023

OT

Totaal verbruik in de Unie

[70 300 -76 300 ]

[72 900 -78 900 ]

[60 900 -66 900 ]

[61 225 -67 225 ]

Index

100

102

87

88

Bron:

Klacht, bedrijfstak van de Unie, Eurostat.

(170)

Het verbruik in de Unie steeg van 2021 op 2022 na het herstel van de COVID-19-pandemie, daalde vervolgens in 2023 en nam in het onderzoektijdvak licht toe.

4.3.   Invoer uit het betrokken land

4.3.1.   Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land

(171)

Cholinechloride wordt ingevoerd onder verschillende GN-codes, waarvan sommige ook andere producten omvatten. Het Chinese aandeel in de totale invoer van cholinechloride onder de relevante douanecodes werd vastgesteld op basis van het aandeel ervan in de invoer onder Taric-code 2923 10 00 90, aangezien deze Taric-code alleen betrekking op cholinechloride heeft (86).

(172)

Op basis daarvan heeft de invoer in de Unie uit het betrokken land zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Volume en marktaandeel van de invoer

 

2021

2022

2023

OT

Volume van de invoer uit het betrokken land (ton)

18 078

14 088

20 024

22 626

Index

100

78

111

125

Marktaandeel (%)

[23 -26 ]

[17 -20 ]

[29 -33 ]

[32 -37 ]

Index

100

76

128

142

Bron:

Eurostat.

(173)

De invoer uit de VRC daalde in 2022 ten opzichte van het voorgaande jaar met 4 000 ton, maar steeg in 2023 sterk met 6 000 ton. In de beoordelingsperiode steeg het marktaandeel van de Chinese uitvoer met [6-14] procentpunt in 2022 van [23-26 %] tot [32-37 %].

4.3.2.   Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsonderbieding

(174)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer uit het betrokken land vastgesteld op basis van de prijzen van de invoer onder Taric-code 2923 10 00 90, de enige douanecode die alleen het onderzochte product omvat. De prijsonderbieding van de invoer werd vastgesteld op basis van de gecontroleerde gegevens die waren verstrekt door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC en de twee klagers.

(175)

De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit het betrokken land heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoerprijzen (EUR/ton)

 

2021

2022

2023

OT

VRC

1 047

2 057

1 029

959

Index

100

197

98

92

Bron:

Eurostat.

(176)

De prijzen van invoer uit de VRC zijn in 2022 bijna verdubbeld als gevolg van de hoge vervoerskosten, waardoor het invoervolume uit het betrokken land aanzienlijk is gedaald. Dankzij deze tijdelijke omstandigheid en de gunstige marktvoorwaarden kon de bedrijfstak van de Unie zijn marktaandeel in 2022 verdedigen. In 2023 daalde de invoerprijs met de helft ten opzichte van het voorgaande jaar, tot iets onder het niveau van 2021. De dalende trend zette zich tijdens het onderzoektijdvak voort, waarbij de invoerprijs met nog eens 7 % daalde ten opzichte van het voorgaande jaar. Een dergelijke daling kan worden verklaard door de agressieve marktstrategie van de Chinese exporteurs.

(177)

De Chinese eindprijs van de invoer bleef gedurende de gehele beoordelingsperiode onder de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, behalve in 2022, toen de VRC werd getroffen door binnenlandse energiecrises en COVID-19-beperkingen, en de uitvoer van cholinechloride naar de Unie daalde.

(178)

De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:

1)

de gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort die door de in de steekproef opgenomen meewerkende Chinese producenten aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie werden berekend, op cif-basis, met de nodige correcties voor douanerechten en kosten na invoer, en

2)

de overeenkomstige gewogen gemiddelde verkoopprijzen per productsoort van de klagers voor niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek.

(179)

De prijzen werden vergeleken per productsoort voor transacties in hetzelfde handelsstadium, zo nodig na correctie, en met aftrek van kortingen en rabatten. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als percentage van de theoretische omzet van de klagers tijdens het onderzoektijdvak. Daaruit bleek een gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge tussen 35 % en 41 % van de invoer uit het betrokken land op de markt van de Unie.

(180)

De Commissie heeft tevens andere prijseffecten in aanmerking genomen, met name het bestaan van een aanzienlijke mate van verhindering van prijsverhogingen. Zoals vermeld in de overwegingen 191 en 201 had de bedrijfstak van de Unie na 2021 te kampen met een duidelijke stijging van zijn productiekosten per eenheid, met name als gevolg van een sterke stijging van de energiekosten en hogere vaste kosten per eenheid als gevolg van een lagere bezettingsgraad. Voor en tijdens het onderzoektijdvak daalde de prijs van de invoer uit de VRC aanzienlijk, terwijl de desbetreffende volumes sterk toenamen, zodat de bedrijfstak van de Unie zijn verkoopprijs niet kon verhogen om zijn productiekosten te dekken. Deze verhindering van prijsverhoging leidde in het onderzoektijdvak tot een verlies aan winstgevendheid voor de bedrijfstak van de Unie.

4.4.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.4.1.   Algemene opmerkingen

(181)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(182)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren.

(183)

De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens in de antwoorden op de macro-economische vragenlijst. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. De macro-economische gegevens worden in orden van grootte weergegeven, aangezien er slechts drie producenten van het soortgelijke product in de Unie zijn en de derde producent zeer klein is in vergelijking met de twee klagers. Die partij, Algry Química S.L., heeft de vragenlijst niet beantwoord, maar wel de vereiste gegevens verstrekt voor het antwoord van de bedrijfstak van de Unie als geheel op de macro-economische vragenlijst. Het verstrekken van de exacte macrogegevens zou elk van de klagers namelijk een zeer goed beeld geven van de activiteiten van zijn directe concurrenten.

(184)

De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit de antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(185)

Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(186)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.

(187)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

4.4.2.   Macro-economische indicatoren

4.4.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(188)

De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode ontwikkeld als volgt:

Tabel 5

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2021

2022

2023

OT

Productievolume (ton)

[87 500 -92 500 ]

[87 500 -92 500 ]

[65 000 -70 000 ]

[60 000 -65 000 ]

Index

100

102

74

71

Productiecapaciteit (ton)

[125 000 -135 000 ]

[125 000 -135 000 ]

[125 000 -135 000 ]

[125 000 -135 000 ]

Index

100

100

100

100

Bezettingsgraad (%)

[65 -70 ]

[65 -70 ]

[50 -55 ]

[45 -50 ]

Index

100

102

74

71

Bron:

Antwoorden op de macro-economische vragenlijst.

(189)

Tijdens de beoordelingsperiode bleef de totale productie in de Unie in 2021 en 2022 stabiel. Vervolgens daalde zij in 2023 aanzienlijk met meer dan 25 % en bleef zij gedurende het onderzoektijdvak dalen. De productiecapaciteit van de bedrijfstak op het gebied van cholinechloride van de Unie bleef tijdens de beoordelingsperiode stabiel.

(190)

Als gevolg van de scherpe daling van de productie en een ongewijzigde productiecapaciteit, volgde de bezettingsgraad hetzelfde dalende patroon als de productie.

(191)

Als rechtstreeks gevolg van de punten in de overwegingen 189 en 190 stegen de productiekosten per eenheid aanzienlijk, met een totale stijging van [20-35 %] in de beoordelingsperiode.

4.4.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(192)

De verkoophoeveelheid en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2021

2022

2023

OT

Totale verkochte hoeveelheid op de markt van de Unie (ton)

[48 000 -54 000 ]

[49 000 -55 000 ]

[39 000 -45 000 ]

[38 000 -44 000 ]

Index

100

101

78

77

Marktaandeel (%)

[65 -70 ]

[64 -69 ]

[58 -64 ]

[56 -62 ]

Bron:

Antwoorden op macro-economische vragenlijst, Eurostat.

(193)

Tijdens de beoordelingsperiode bleef het verkoopvolume in de Unie in het eerste jaar stabiel, met een stijging van 1 % in 2022. In 2023 daalde het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie drastisch met 22 % ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze daling viel samen met een sterke stijging van de Chinese invoer met 6 000 ton en een daling van het verbruik van 15 %. Bijgevolg daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie snel van [65-70 %] in 2021 tot [58-64 %] in 2023. In het onderzoektijdvak bleef de bedrijfstak van de Unie aan verkoopvolumes en marktaandeel verliezen.

4.4.2.3.   Groei

(194)

Het verbruik in de Unie daalde in de beoordelingsperiode met 15 % en het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie daalde met [3-14] procentpunt, terwijl de invoer uit de VRC met meer dan 4 500 ton of 42 % steeg.

4.4.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(195)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2021

2022

2023

OT

Aantal werknemers (vte)

[160 -175 ]

[165 -180 ]

[165 -180 ]

[160 -175 ]

Index

100

102

102

99

Productiviteit (ton/vte)

[520 -550 ]

[520 -550 ]

[370 -400 ]

[370 -400 ]

Index

100

100

72

72

Bron:

Antwoorden op de macro-economische vragenlijst.

(196)

Het personeelsbestand van de bedrijfstak van de Unie is stabiel gebleven, met een lichte stijging in 2023 en een lichte daling in het onderzoektijdvak. Deze ontwikkeling weerspiegelt de ontwikkeling van de productie en de verkoop in het voorgaande jaar, aangezien tijdelijke werknemers een vaste aanstelling kregen na de positieve trend van de productie en verkoop in 2022.

(197)

De productiviteit volgde de daling van het geproduceerde volume, terwijl de werkgelegenheid stabiel bleef; dit leidde tot een drastische daling van de productiviteit, die in de beoordelingsperiode met 32 % daalde.

4.4.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(198)

Alle dumpingmarges lagen significant boven het minimale niveau. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien de omvang en de prijzen van de invoer uit het betrokken land.

(199)

Dit is het eerste antidumpingonderzoek ten aanzien van het betrokken product. Daarom waren er geen gegevens beschikbaar om de gevolgen van mogelijke dumping in het verleden vast te stellen.

4.4.3.   Micro-economische indicatoren

4.4.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(200)

De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de klagers voor niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Verkoopprijzen in de Unie

 

2021

2022

2023

OT

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt (EUR/ton)

[975 -1 120 ]

[1 365 -1 670 ]

[1 195 -1 465 ]

[970 -1 190 ]

Index

100

139

122

99

Productiekosten per eenheid (EUR/ton)

[860 -1 060 ]

[1 150 -1 410 ]

[1 110 -1 360 ]

[1 080 -1 325 ]

Index

100

133

129

125

Bron:

Antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(201)

In 2022 stegen de productiekosten met 33 % ten opzichte van het voorgaande jaar als gevolg van de sterke stijging van de energieprijzen, waarbij de bedrijfstak van de Unie deze kostenstijging kon doorberekenen in zijn verkoopprijzen, die met 39 % stegen. In 2023 en het onderzoektijdvak daalden de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie echter met 29 % ten opzichte van 2022, terwijl zijn productiekosten aanzienlijk minder daalden, namelijk met 6 %. De verslechtering vanaf 2023 was het gevolg van een sterke stijging van de laaggeprijsde Chinese invoer na een vertraging in 2022 (met name als gevolg van hoge vervoerkosten), en die toename van de Chinese invoer leidde uiteindelijk tot verhindering van prijsverhogingen, die in 2023 begon en tijdens het onderzoektijdvak verergerde.

4.4.3.2.   Loonkosten

(202)

De gemiddelde loonkosten van de klagers hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2021

2022

2023

OT

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

[74 550 -77 590 ]

[82 335 -85 700 ]

[90 120 -93 800 ]

[91 580 -95 320 ]

Index

100

110

121

123

Bron:

Antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(203)

In de beoordelingsperiode zijn de gemiddelde loonkosten per werknemer met 23 % gestegen. De stijging is het gevolg van de daling van de productiviteit, terwijl het personeelsbestand stabiel bleef, zoals uiteengezet in de overwegingen 196 en 197.

4.4.3.3.   Voorraden

(204)

De voorraden van de klagers hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Voorraden

 

2021

2022

2023

OT

Eindvoorraad (ton)

[2 845 -3 480 ]

[4 320 -5 285 ]

[3 825 -4 675 ]

[2 545 -3 110 ]

Index

100

152

134

89

Eindvoorraad als percentage van de productie (%)

[3,2 -4 ]

[5 -5,8 ]

[6,2 -7 ]

[4,2 -5 ]

Index

100

150

183

127

Bron:

Antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(205)

In de beoordelingsperiode daalde het niveau van de voorraden met 11 % en volgde de algemene dalende trend van de productie. De eindvoorraad als percentage van de productie vertoonde een aanzienlijke stijging in 2023, toen de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie daalden na de sterke toename van de invoer uit de VRC en de verzwakking van de vraag.

4.4.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(206)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de klagers hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen

 

2021

2022

2023

OT

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van de omzet)

[8 -9 ]

[13 -16 ]

[6 -7 ]

[–11 - –13 ]

Index

100

171

76

– 139

Kasstroom (EUR)

[3 600 000 -4 000 000 ]

[14 000 000 -17 300 000 ]

[3 200 000 -4 000 000 ]

[–7 100 000 - –8 800 000 ]

Index

100

389

90

– 198

Investeringen (EUR)

[2 140 000 -2 630 000 ]

[2 410 000 -2 955 000 ]

[1 315 800 -1 610 000 ]

[2 077 750 -2 540 000 ]

Index

100

112

61

97

Rendement van investeringen

[13 -16 ]

[67 -82 ]

[8 -10 ]

[–47 - –57 ]

Index

100

500

63

– 351

Bron:

Antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(207)

De Commissie stelde de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie vast door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de omzet. Na het piekjaar 2022 verslechterde de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie snel en in het onderzoektijdvak was de bedrijfstak van de Unie zwaar verliesgevend geworden. De daling van de winstgevendheid en de andere belangrijke financiële indicatoren die hieronder worden behandeld, deden zich tegelijkertijd voor met de toename van de laaggeprijsde invoer uit de VRC en de daaruitvolgende verhindering van prijsverhogingen.

(208)

De nettokasstroom is het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. De nettokasstroom maakte een vergelijkbare negatieve ontwikkeling door als de winstgevendheid en begon in 2023 scherp te dalen, waarna het onmogelijk werd om activiteiten in het onderzoektijdvak zelf te financieren, met een negatieve kasstroom die met 98 procentpunt daalde.

(209)

De netto-investeringen schommelden gedurende het grootste deel van de beoordelingsperiode overeenkomstig het productie- en verkoopniveau, behalve in het onderzoektijdvak, toen zij ondanks lagere verkoopvolumes stegen. Een aanzienlijk deel van de investeringen in het onderzoektijdvak hield verband met de geplande vervanging en rationalisering van de uitrusting die voor de productie van het onderzochte product werd gebruikt.

(210)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het ontwikkelde zich volgens de trend van de verkoop en de winstgevendheid, met goede prestaties in 2022 en een aanzienlijke verslechtering in 2023, met een daling van 87 %. In het onderzoektijdvak werd het rendement van investeringen negatief, met een verlies van 351 procentpunt gedurende de gehele beoordelingsperiode.

(211)

Het vermogen van de klagers om kapitaal aan te trekken werd negatief beïnvloed door de aanzienlijke verslechtering van de kasstroom en winstgevendheid tijdens de beoordelingsperiode.

4.5.   Conclusie inzake schade

(212)

Alle belangrijkste schade-indicatoren vertoonden vanaf 2023 een negatieve trend en de bedrijfstak van de Unie leed in het onderzoektijdvak schade.

(213)

De productie van de bedrijfstak van de Unie daalde met 29 % en de verkoop in de Unie daalde met 23 %, waarmee de daling van het verbruik ruimschoots werd overschreden met 12 %. Tegelijkertijd werd de bedrijfstak van de Unie geconfronteerd met een stijging van zijn productiekosten met [20-35 %] en was de bedrijfstak in het onderzoektijdvak zelfs niet in staat om een deel van die kostenstijging in zijn verkoopprijzen door te berekenen. Bijgevolg was de bedrijfstak van de Unie zwaar verliesgevend geworden en werd de sterke verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie, met name vanaf 2023, ook weerspiegeld in de ontwikkeling van andere belangrijke indicatoren, zoals marktaandeel, productiviteit en bezettingsgraad.

(214)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(215)

Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit het betrokken land aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit het betrokken land, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren zijn: invoer uit andere derde landen, uitvoerprestaties van de producenten in de Unie, stijging van de grondstof- en energieprijzen en daling van het verbruik.

5.1.   Gevolgen van de invoer met dumping

(216)

Zoals uiteengezet in overweging 172, zijn de volumes van de invoer van het betrokken product uit de VRC met 25 % toegenomen, wat zich heeft vertaald in een toename van het marktaandeel van de invoer uit de VRC in de Unie met 14 procentpunt tijdens de beoordelingsperiode. Zoals uiteengezet in punt 4.4.2.2, slaagde de bedrijfstak van de Unie er in dezelfde periode niet in met de Chinese producenten-exporteurs te concurreren, waardoor zijn verkoopvolume met 23 % en zijn marktaandeel met [3-14] procentpunt daalde. Dit gebeurde in een context waarin het verbruik in de Unie al sinds 2023 sterk daalde en in de beoordelingsperiode met 12 % verminderde.

(217)

Zoals blijkt uit overweging 179, onderbood de invoer uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie in het onderzoektijdvak aanzienlijk en lagen de prijzen ervan onder de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, zelfs toen de bedrijfstak van de Unie vanaf 2023 zijn prijzen verder verlaagde dan de geringe daling van de productiekosten, als gevolg van de toegenomen aanwezigheid van laaggeprijsde Chinese invoer op de markt van de Unie. De invoer uit de VRC verhinderde prijsverhogingen in 2023 en in het onderzoektijdvak aldus sterk, waardoor de bedrijfstak van de Unie in het onderzoektijdvak zwaar verliesgevend werd.

(218)

Daarom is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden door een sterke toename van de invoer met dumping uit de VRC tegen prijzen die de prijzen van de Unie aanzienlijk onderboden en verhogingen van de prijzen van de Unie verhinderden.

5.2.   Gevolgen van andere factoren

5.2.1.   Invoer uit derde landen

(219)

Om de invoervolumes van cholinechloride uit andere derde landen vast te stellen, heeft de Commissie dezelfde methode toegepast als voor de invoer uit de VRC en heeft deze toegelicht in overweging 171. Voor andere derde landen werd het aandeel in de totale invoer van cholinechloride onder de relevante douanecodes aldus vastgesteld op basis van hun aandeel in de invoer onder Taric-code 2923 10 00 90, aangezien deze Taric-code alleen betrekking op cholinechloride heeft (87).

(220)

Ook overeenkomstig de voor de VRC gebruikte methode (zie bovenstaande tabel 4), heeft de Commissie met betrekking tot de prijzen van de invoer uit andere landen de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van de prijzen van de invoer van cholinechloride onder Taric-code 2923 10 00 90.

(221)

Het volume en de prijzen van de invoer uit andere derde landen ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 12

Invoer uit derde landen

Land

 

2021

2022

2023

OT

India

Volume (ton)

1 168

2 598

1 672

1 709

 

Index

100

222

143

146

 

Marktaandeel (%)

[1,2 -2,0 ]

[3,1 -3,8 ]

[2,3 -2,9 ]

[2,3 -2,9 ]

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 194

2 930

2 925

2 625

 

Index

100

134

133

120

Andere landen

Hoeveelheid (ton)

3 415

6 916

2 290

1 380

 

Index

100

203

67

40

 

Marktaandeel (%)

[4,3 -5 ]

[8,5 -9,8 ]

[3,0 -4,0 ]

[1,8 -2,4 ]

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 402

2 714

5 028

4 828

 

Index

100

113

209

201

Totaal van alle derde landen behalve het betrokken land

Volume (ton)

4 583

9 514

3 962

3 089

Index

100

208

86

67

Marktaandeel (%)

[5,4 -7,0 ]

[11,8 -13,2 ]

[5,4 -7,0 ]

[4,1 -5,3 ]

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 495

2 902

4 150

3 627

Index

100

116

166

145

Bron:

Eurostat.

(222)

Volgens de informatie in de klacht is van cholinechloride bekend dat het, afgezien van de in Unie en de VRC, wordt geproduceerd in de Verenigde Staten van Amerika, India en Mexico.

(223)

In de beoordelingsperiode was India het enige andere land naast de VRC met een marktaandeel van meer dan 2 %. Het bereikte in het onderzoektijdvak een marktaandeel van [2,3-2,9 %]. De prijzen van die invoer waren echter aanzienlijk hoger dan de prijzen uit de VRC en de bedrijfstak van de Unie.

(224)

De invoer uit andere derde landen betrof voornamelijk de invoer uit de Verenigde Staten van Amerika en Vietnam. Hun geaggregeerde marktaandeel schommelde rond 3-4 %, behalve in 2022, toen de invoer uit de Verenigde Staten van Amerika als gevolg van de sterke vraag in de Unie en een tijdelijke daling van de invoer uit de VRC sterk toenam.

5.2.2.   Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie

(225)

Het uitvoervolume van de bedrijfstak van de Unie ontwikkelde zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 13

Verkoop bij uitvoer

 

2021

2022

2023

OT

Uitvoervolume (ton)

[37 000 -39 000 ]

[37 000 -39 000 ]

[25 000 -27 000 ]

[23 000 -25 000 ]

Index

100

100

69

63

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

[845 -1 033 ]

[1 285 -1 571 ]

[1 086 -1 327 ]

[875 -1 069 ]

Index

100

152

128

103

Bron:

Antwoorden op de macro-economische vragenlijst en antwoorden van de twee klagers op de vragenlijst.

(226)

De gemiddelde verkoopprijzen voor uitvoer volgden een soortgelijke trend als die van de binnenlandse verkoop, maar de daling van de verkoopprijzen vanaf 2023 was minder uitgesproken dan de daling die de binnenlandse markten van de bedrijfstak van de Unie noteerden. Als gevolg daarvan daalde de uitvoer van de bedrijfstak van de Unie, die tijdens de beoordelingsperiode [32-47 %] van het totale productievolume bedroeg, vanaf 2023 nog sterker dan zijn verkoopvolume op de markt van de Unie (met 37 % tegenover 23 %). Volgens de informatie in de klacht had de bedrijfstak van de Unie ook te lijden onder de concurrentie van laaggeprijsde Chinese invoer op zijn uitvoermarkten. Dit illustreert dat de bedrijfstak van de Unie zich in de moeilijke marktsituatie als gevolg van de invoer uit de VRC concentreerde op het behoud van zoveel mogelijk marktaandeel op zijn belangrijkste markt in omvang, d.w.z. de markt van de Unie.

(227)

Daarom heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie mogelijk hebben bijgedragen tot de vastgestelde schade, aangezien de verloren volumes aanzienlijk waren. Dit heeft het reële en subtantiële oorzakelijke verband tussen de invoer met dumping uit het betrokken land en de vastgestelde aanmerkelijke schade echter niet afgezwakt.

5.2.3.   Stijging van de grondstof- en energieprijzen

(228)

In 2022 zijn de energieprijzen aanzienlijk gestegen (88) na de internationale onrust als gevolg van geopolitieke instabiliteit, met een stijging van 35 % ten opzichte van 2021. Evenzo steeg de inflatie in 2022 en 2023 (89), wat leidde tot een stijging van de grondstofprijzen. Een dergelijke algemene prijsstijging had rechtstreekse gevolgen voor de productiekosten van de producenten in de Unie, die in 2022 stegen met 33 % ten opzichte van het voorgaande jaar. De bedrijfstak van de Unie kon de aanzienlijke kostenstijging als gevolg van deze stijging van de grondstof- en energieprijzen echter doorberekenen door de verkoopprijs aan afnemers in hetzelfde jaar met 39 % te verhogen, en boekte een gezonde winst. Vervolgens daalden de energieprijzen en de productiekosten van cholinechloride in 2023 en tijdens het onderzoektijdvak tot een niveau dat vergelijkbaar was met het begin van de beoordelingsperiode.

(229)

Daarom heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat de hogere productiekosten als gevolg van de stijging van de energie- en grondstofprijzen in de Unie, als hier al sprake van zou zijn, niet hebben bijgedragen tot de vastgestelde aanmerkelijke schade.

5.2.4.   Daling van het verbruik

(230)

Tijdens de beoordelingsperiode nam het verbruik met 12 % af. De Commissie heeft onderzocht of de bedrijfstak van de Unie schade lijdt door deze daling van het verbruik.

(231)

De Commissie heeft de ontwikkeling van het verbruik in de beoordelingsperiode grondig onderzocht en heeft vastgesteld dat de daling van het verbruik zich in 2023 voordeed en dat de bedrijfstak van de Unie in dat jaar nog steeds een winst van [6-7 %] boekte. Het was tijdens het onderzoektijdvak, toen het verbruik licht steeg, dat de financiële indicatoren van de bedrijfstak van de Unie negatief werden. Tegelijkertijd bleef de invoer uit de VRC, die in 2023 al sterk was toegenomen, in het onderzoektijdvak toenemen, met nog eens 13 %. Op basis daarvan concludeerde de Commissie dat de daling van het verbruik mogelijk heeft bijgedragen tot de vastgestelde schade, maar dat dit het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de schade niet heeft afgezwakt.

5.2.5.   Andere factoren

(232)

In dit stadium van het onderzoek heeft de Commissie geen andere relevante factoren vastgesteld die konden bijgedragen tot de vaststelling van schade voor de bedrijfstak van de Unie, of is zij daarvan op de hoogte gesteld.

5.3.   Conclusie inzake het oorzakelijke verband

(233)

Uit bovenstaande analyse blijkt dat het volume van de invoer uit de VRC vanaf 2023 aanzienlijk is gestegen. De lage prijzen van deze invoer met dumping uit de VRC leidden snel tot een aanzienlijke en voortdurende daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, ondanks het feit dat de bedrijfstak zijn verkoopprijzen tot een onhoudbaar niveau verlaagde. Dat leidde vervolgens tot een ernstige verslechtering van de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie, die daardoor in het onderzoektijdvak zeer verliesgevend werd. De Commissie heeft derhalve een reëel en substantieel oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade vastgesteld.

(234)

De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schadelijke effecten van de invoer met dumping. Deze factoren hadden echter weinig tot geen invloed op de negatieve ontwikkelingen van de bedrijfstak van de Unie.

(235)

Op basis van het voorgaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de invoer met dumping uit het betrokken land de bedrijfstak van de Unie materiële schade heeft berokkend en dat de andere factoren, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de aanmerkelijke schade niet hebben afgezwakt. De schade bestaat onder meer uit verlies van productie, verkoop, marktaandeel en winstgevendheid.

6.   NIVEAU VAN DE MAATREGELEN

(236)

Om het niveau van de maatregelen te bepalen, heeft de Commissie beoordeeld of een recht lager dan de dumpingmarge toereikend zou zijn om de door de invoer met dumping aan de bedrijfstak van de Unie berokkende schade op te heffen.

6.1.   Schademarge

(237)

De schade zou worden opgeheven indien de bedrijfstak van de Unie een nagestreefde winst zou kunnen behalen door te verkopen tegen een richtprijs in de zin van artikel 7, lid 2 quater en lid 2 quinquies, van de basisverordening.

(238)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening hield de Commissie bij de bepaling van de nagestreefde winst rekening met de volgende factoren: de mate van winstgevendheid vóór de toename van de invoer vanuit het onderzochte land, de mate van winstgevendheid die vereist is ter dekking van alle kosten en investeringen, onderzoek en ontwikkeling (O & O) en innovatie, alsmede de onder normale mededingingsvoorwaarden te verwachten mate van winstgevendheid. Die winstmarge mag niet lager zijn dan 6 %.

(239)

In eerste instantie heeft de Commissie een basiswinst vastgesteld die alle kosten onder normale mededingingsvoorwaarden dekt. Aangezien de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie werd beïnvloed door de sterke stijging van de invoer tegen lage prijzen in 2023 en het onderzoektijdvak, achtte de Commissie het passend om de gemiddelde winst in de twee voorgaande jaren, toen de invoer nog niet zo was dat zij de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie negatief beïnvloedde, als basiswinst vast te stellen. De gewogen gemiddelde winst van de twee klagers bedroeg in 2021 en 2022 7,3 %.

(240)

Een van de klagers verstrekte bewijsmateriaal waaruit bleek dat zijn niveau van investeringen, onderzoek en ontwikkeling (O & O) en innovatie tijdens de beoordelingsperiode onder normale mededingsvoorwaarden hoger zou zijn geweest. De Commissie verifieerde deze informatie op basis van investeringsplannen en uitgestelde projecten van de bedrijfstak van de Unie. De argumenten van deze onderneming werden gegrond geacht. Om hiermee rekening te houden in de nagestreefde winst, heeft de Commissie het verschil berekend tussen de uitgaven voor investeringen, O & O en innovatie onder normale mededingingsvoorwaarden zoals verstrekt door de bedrijfstak van de Unie en gecontroleerd door de Commissie, enerzijds, en de daadwerkelijke desbetreffende uitgaven tijdens de beoordelingsperiode, anderzijds. Dit verschil, uitgedrukt als percentage van de omzet, bedroeg 0,1 % voor de betrokken onderneming, dat werd opgeteld bij haar in overweging 239 genoemde basiswinst van 7,3 %, wat resulteerde in een streefwinst van 7,3 tot 7,4 %.

(241)

Op grond hiervan bedraagt de geen schade veroorzakende prijs [1 048-1 307] EUR per ton, het resultaat van de toepassing van bovengenoemde winstmarge van 7,3 tot 7,4 % op de productiekosten van de twee klagers in het onderzoektijdvak.

(242)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2 quinquies, van de basisverordening beoordeelde de Commissie als laatste stap de toekomstige kosten voortvloeiend uit multilaterale milieuovereenkomsten en de bijbehorende protocollen waarbij de Unie partij is, en uit de in bijlage I bis vermelde Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die de bedrijfstak van de Unie tijdens de periode van toepassing van de maatregel uit hoofde van artikel 11, lid 2, zal maken. Op basis van het tijdens de controles ter plaatse gecontroleerde bewijsmateriaal heeft de Commissie voor een van de betrokken ondernemingen extra kosten van [3,5-4,5] EUR per ton vastgesteld. Deze kosten werden toegevoegd aan de in overweging 241 genoemde geen schade veroorzakende prijs.

(243)

Op basis hiervan berekende de Commissie een geen schadeveroorzakende prijs van [1 191-1 316] EUR per ton voor het soortgelijke product van de bedrijfstak van de Unie door de bovengenoemde streefwinstmarge (zie overweging 240) toe te passen op de productiekosten van de twee klagers tijdens het onderzoektijdvak, en vervolgens per productsoort de correcties op grond van artikel 7, lid 2 quinquies, toe te passen.

(244)

De Commissie heeft vervolgens de schademarge bepaald aan de hand van een vergelijking van de gewogen gemiddelde invoerprijs van de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs in het betrokken land, zoals vastgesteld bij de berekening van de prijsonderbieding, met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat gedurende het onderzoektijdvak door de twee klagers op de markt van de Unie werd verkocht. Als uit deze vergelijking een verschil naar voren kwam, werd dit uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.

(245)

De schademarge voor “andere meewerkende ondernemingen” en voor “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land” wordt op dezelfde manier vastgesteld als de dumpingmarge voor deze ondernemingen en invoer (zie de overwegingen 154, 155 en 156).

Onderneming

Dumpingmarge (%)

Schademarge (%)

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd

211,5

120,8

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd

558,2

95,4

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd

558,2

95,4

Andere meewerkende ondernemingen

392,3

99,8

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

558,2

120,8

7.   BELANG VAN DE UNIE

(246)

Gezien de beslissing van de Commissie om artikel 7, lid 2, van de basisverordening toe te passen, heeft zij onderzocht of zij duidelijk kon concluderen dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schadeveroorzakende dumping, overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening.

(247)

Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers.

7.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(248)

De twee klagers hebben volledig aan het onderzoek meegewerkt, terwijl de derde producent, Algry Quimica, aan het onderzoek heeft meegewerkt door gegevens te verstrekken voor het invullen van de macro-economische vragenlijst. Allen waren voorstander van de instelling van maatregelen.

(249)

Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade lijdt als gevolg van de invoer met dumping uit het betrokken land. Deze invoer verhinderde in aanzienlijke mate een prijsverhoging en dwong de bedrijfstak van de Unie om onder de kostprijs te verkopen. Als gevolg hiervan leed de bedrijfstak van de Unie in het onderzoektijdvak aanzienlijke verliezen. Bovendien werden de prijzen van de bedrijfstak van de Unie ernstig onderboden door de invoer uit de VRC, en de toename van het volume van deze invoer had een aanzienlijk verlies van verkoopvolumes en marktaandeel voor de bedrijfstak van de Unie tot gevolg.

(250)

De instelling van maatregelen zal leiden tot hogere invoerprijzen en het herstel van een gelijk speelveld op de markt van de Unie. Als zodanig kan worden verwacht dat de maatregelen een rem zullen zetten op de stijging van laaggeprijsde Chinese invoer. Dit zou de bedrijfstak van de Unie dan weer in staat stellen marktaandeel en daarmee ook zijn verkoopvolumes terug te winnen en zijn verkoopprijzen weer op een duurzaam niveau te brengen, waardoor de bedrijfstak van de Unie ook de noodzakelijke geplande investeringen kan doen. Zonder maatregelen zullen de verliezen van de bedrijfstak van de Unie toenemen, aangezien de huidige volumes en prijzen van de Chinese invoer zeer schadelijk zijn gebleken. De noodzakelijke investeringen kunnen in dat geval niet meer worden gedaan. De neerwaartse spiraal van dalende verkoopvolumes en stijgende kosten van de bedrijfstak van de Unie zal als gevolg daarvan worden versneld. Daardoor komt de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie, waarvan de winstgevendheid tijdens het onderzoektijdvak al onhoudbare niveaus had bereikt, op het spel te staan.

(251)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de instelling van maatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC in het belang van de bedrijfstak van de Unie is.

7.2.   Belang van niet-verbonden importeurs

(252)

De twee niet-verbonden importeurs die actief zijn in het levensmiddelensegment, Van Eeghen en Kirsch Pharma GmbH, hebben de vragenlijst beantwoord. Zij gaven aan dat zij tegen de instelling van maatregelen waren. Uit een analyse van de door hen verstrekte gegevens, met name de gerapporteerde omzet en winstgevendheid, over het geheel genomen en wat cholinechloride betrof, en het (lage) volume van hun aankopen van cholinechloride, bleek echter niet dat een van hen aanmerkelijke gevolgen zou ondervinden van de instelling van maatregelen.

(253)

Bij gebrek aan verdere, door niet-verbonden importeurs verstrekte informatie, en op grond van het bovenstaande wordt voorlopig geconcludeerd dat de instelling van antidumpingmaatregelen waarschijnlijk geen ernstige gevolgen zal hebben voor de situatie van de niet-verbonden importeurs.

7.3.   Belang van gebruikers, consumenten en leveranciers

(254)

Eén gebruiker heeft zich uitgesproken voor de instelling van maatregelen om een gelijk speelveld op de markt van de Unie voor cholinechloride te waarborgen.

(255)

De instelling van maatregelen om een gelijk speelveld te herstellen, zal zorgen voor een stabiele toeleveringsketen van cholinechloride op de markt van de Unie ten gunste van de gebruikers van de Unie.

(256)

Bij gebrek aan verdere, door gebruikers verstrekte informatie, en op grond van het bovenstaande wordt voorlopig geconcludeerd dat de instelling van antidumpingmaatregelen waarschijnlijk geen ernstige gevolgen zal hebben voor de situatie van de gebruikers.

7.4.   Conclusie inzake het belang van de Unie

(257)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen zijn om te besluiten dat het niet in het belang van de Unie zou zijn om in dit stadium van het onderzoek maatregelen in te stellen op de invoer van cholinechloride van oorsprong uit het betrokken land.

8.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(258)

Gelet op de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, oorzakelijk verband, de hoogte van de maatregelen en het belang van de Unie moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

(259)

Er moeten voorlopige antidumpingmaatregelen worden ingesteld op de invoer van het product van oorsprong uit het betrokken land, in overeenstemming met de regel van het laagste recht van artikel 7, lid 2, van de basisverordening. De Commissie heeft de schademarges en de dumpingmarges in overweging 245 vergeleken. Het bedrag van de rechten werd vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge, of van de schademarge indien deze lager is.

(260)

Gelet op het voorgaande moeten de voorlopige antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, als volgt worden vastgesteld:

Onderneming

Voorlopig antidumpingrecht (%)

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd

120,8

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd

95,4

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd

95,4

Andere meewerkende ondernemingen

99,8

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

120,8

(261)

De bij deze verordening voor de afzonderlijke ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen dan ook de situatie die bij het onderzoek voor die ondernemingen werd geconstateerd. Deze rechten zijn uitsluitend van toepassing op het betrokken product van oorsprong uit de betrokken landen en geproduceerd door de genoemde juridische entiteiten. Op de invoer van het betrokken product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat voor “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land” geldt. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(262)

Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De heffing van individuele antidumpingrechten is enkel van toepassing wanneer aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Tot een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land”.

(263)

Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle voorschriften van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving.

(264)

Als de uitvoer van een van de ondernemingen die een lager individueel recht genieten na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk in omvang zou toenemen (afhankelijk van het geval kan een percentage worden gegeven, hoewel dit niet raadzaam is), kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is een individueel recht of individuele rechten in te trekken en in plaats daarvan het voor het gehele land geldende recht in te stellen.

9.   REGISTRATIE

(265)

Zoals vermeld in overweging 3, heeft de Commissie de invoer van het betrokken product aan registratie onderworpen. De registratie vond plaats om het mogelijk te maken met terugwerkende kracht rechten te innen overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening.

(266)

In het licht van de voorlopige bevindingen moet de registratie van de invoer worden beëindigd.

(267)

In dit stadium van de procedure is geen besluit genomen over een mogelijke toepassing met terugwerkende kracht van antidumpingmaatregelen.

10.   INFORMATIE OVER VOORLOPIGE MAATREGELEN

(268)

Overeenkomstig artikel 19 bis van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden op de hoogte gebracht van de beoogde instelling van voorlopige rechten. Deze informatie is ook openbaar gemaakt op de website van DG Handel. Belanghebbenden kregen drie werkdagen de tijd om opmerkingen in te dienen over de juistheid van de berekeningen die specifiek aan hen zijn meegedeeld.

(269)

De Commissie heeft verschillende opmerkingen ontvangen. Die opmerkingen hadden echter geen betrekking op de juistheid van de berekeningen, maar op de methoden die de Commissie heeft gebruikt om hun respectieve dumping- en schademarges vast te stellen. Die opmerkingen zullen derhalve, samen met alle andere opmerkingen, na de bekendmaking van de voorlopige maatregelen worden onderzocht.

11.   SLOTBEPALINGEN

(270)

Met het oog op een behoorlijk bestuur nodigt de Commissie de belanghebbenden uit schriftelijk te reageren en/of binnen een vaste termijn een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

(271)

De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op de invoer van clorinechloride, in alle vormen en zuiverheden, al dan niet op een drager, en preparaten met een minimumcholinechloridegehalte van 30 gewichtsprocent, met uitzondering van calciumfosforylcholinechloride-tetra-hydraat met CAS-nummer 72556-74-2, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2923 10 00 , ex 2309 90 31 , ex 2309 90 96 en ex 3824 99 96 (aanvullende Taric-codes zoals weergegeven in lid 2 en in de bijlage bij deze verordening), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   De voorlopige antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:

Onderneming

Voorlopig antidumpingrecht (%)

Aanvullende Taric-code

Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd, Liaocheng, provincie Shandong, VRC

120,8

89RB

Shandong FY Feed Technology Co., Ltd, Binzhou, provincie Shandong, VRC

95,4

89RC

Shandong Yinfeng Biological Technology Co., Ltd Zouping, provincie Shandong, VRC

95,4

89RD

Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in bijlage I

99,8

Zie bijlage

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

120,8

89YY

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: “Ondergetekende verklaart dat het (volume in ton) cholinechloride dat naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, geldt het recht dat van toepassing is op alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land.

4.   Bij het in de Unie in het vrije verkeer brengen van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

5.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1.   Belanghebbenden moeten hun schriftelijke opmerkingen inzake deze verordening binnen 15 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie indienen.

2.   Belanghebbenden die om een hoorzitting bij de Commissie willen verzoeken, moeten dit binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening doen.

3.   Belanghebbenden die willen worden gehoord door de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures, kunnen binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening hiertoe een verzoek indienen. De raadadviseur-auditeur kan buiten deze termijn ingediende verzoeken beoordelen en kan in voorkomend geval besluiten die verzoeken te aanvaarden.

Artikel 3

1.   De douaneautoriteiten wordt opgedragen de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/92 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

2.   Gegevens die zijn verzameld met betrekking tot producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor invoer ten verbruik in de EU zijn aangegeven, moeten worden bewaard tot eventuele definitieve maatregelen in werking treden of tot deze procedure is beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 juni 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(2)   PB C, C/2024/6602, 31.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6602/oj.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/92 van de Commissie van 20 januari 2025 tot onderwerping van de invoer van cholinechloride van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie (PB L, 2025/92, 21.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/92/oj.

(4)  De CFNA vertegenwoordigt in deze procedure de producenten-exporteurs: Tai’an Havay Chemicals Co., Ltd, Liaoning Biochem Co., Ltd, Shandong Aocter Feed Additives Co., Ltd. en Shandong FY Feed Technology Co., Ltd.

(5)  t24.009637.

(6)   https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2756.

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959 van de Commissie van 17 juli 2024 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op erytritol van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L, 2024/1959, 19.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1959/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180 van de Commissie van 16 oktober 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot uit Maleisië verzonden citroenzuur, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2023/2180, 17.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2180/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752 van de Commissie van 12 april 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op natriumgluconaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 100 van 13.4.2023, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/752/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2021/441 van de Commissie van 11 maart 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op sulfanilzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 85 van 12.3.2021, blz. 154, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/441/oj).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 161 en 162; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 89 en 90; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 70.

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 103 tot en met 113; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 46 tot en met 50; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 49.

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 114 tot en met 122; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 51 tot en met 55; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overwegingen 50 tot en met 54. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van ondernemingen kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie worden opgezet (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter in elk geval sinds 2016 nadrukkelijker als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs ervan.

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 123 tot en met 133; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 56 tot en met 65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overwegingen 55 tot en met 63.

(12)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 134 tot en met 138; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 66 tot en met 69; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 64.

(13)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 139 tot en met 142; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 71 en 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 65.

(14)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 143 tot en met 152; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 72 tot en met 81; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 66.

(15)  Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024, SWD(2024) 91 final, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=SWD(2024)91&lang=en, met inbegrip van de eerdere versie van het document: Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the purposes of Trade Defence Investigations”, 20 december 2017, SWD(2017) 483 final/2, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=SWD(2017)483&lang=en.

(16)  Zie bladzijde 13 van de klacht (openbare versie).

(17)  Zie bladzijden 13-15 van de klacht (openbare versie).

(18)  Zie bladzijde 15 van de klacht (openbare versie).

(19)  Zie bladzijden 15-18 van de klacht (openbare versie).

(20)  Zie bladzijden 18-23 van de klacht (openbare versie).

(21)  Zie bladzijden 23-25 van de klacht (openbare versie).

(22)  Zie: http://www.aocter.net/about/495351.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(23)  Zie: https://www.goldenhighway.com/shengchanjidi-guonei.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(24)  Zie: https://www.yinfengbio.cn/ (geraadpleegd op 15 april 2025).

(25)  Zie: https://www.sinochem.com/sinochem/guwm/qygk/jj/A031002001001Gone1.html (geraadpleegd op 15 april 2025).

(26)  Zie: http://spc.sinopec.com/spc/en/pro_service/main_pro/Chemical_pro/ (geraadpleegd op 16 april 2025).

(27)  Zie: https://www.kytl.com/#page6 (geraadpleegd op 15 april 2025).

(28)  Zie: https://www.kczg.org.cn/org/orgdetail?id=276602 (geraadpleegd op 16 april 2025).

(29)  Zie: http://www.sinochemhx.com/shxschina/ywgl/zycp/A074003001Gone1.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(30)  Zie: http://ypc.sinopec.com/ypc/pro_service/pro_presentation/borm/ (geraadpleegd op 16 april 2025).

(31)  Zie: http://wap.sasac.gov.cn/n2588045/n27271785/n27271792/c14159097/content.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(32)  Zie: https://www.hl-hengsheng.com/Product/2.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(33)  Zie Shandong Hualu Hengsheng Co. Ltd., jaarverslag 2024, blz. 60, beschikbaar op: http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2025/2025-3/2025-03-29/10821388.PDF (geraadpleegd op 16 april 2025).

(34)  Zie: http://www.newsijie.com/chanye/huagong/jujiao/2019/0625/11248363.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(35)  Zie artikel 33 van de statuten van de CCP en artikel 19 van de Chinese vennootschapswet. Zie ook het rapport, hoofdstuk 3, blz. 47-50.

(36)  Zie de statuten van de CPCIF, artikel 3, beschikbaar op: http://www.cpcif.org.cn/detail/40288043661e27fb01661e386a3f0001?e=1 (geraadpleegd op 17 april 2025).

(37)  Ibid.

(38)  Zie de statuten van de CPCIF, artikel 36, beschikbaar op: http://www.cpcif.org.cn/detail/40288043661e27fb01661e386a3f0001?e=1 (geraadpleegd op 17 april 2025).

(39)  Zie: http://www.cpcif.org.cn/list/40288043661dc14701661ddbe0980010 (geraadpleegd op 17 april 2025).

(40)  Zie: http://www.chinafeed.org.cn/hyzq/ (geraadpleegd op 16 april 2025).

(41)  Zie: http://www.chinafeed.org.cn/hyzq/hytl/201912/P020191224420392181435.pdf (geraadpleegd op 16 april 2025).

(42)  Zie: https://www.chemball.cn/factory/uza7zr/detail.html (geraadpleegd op 16 april 2025).

(43)  Zie punt III.8.3 van het 14e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling en de vooruitzichten voor 2035, beschikbaar op: https://www.gov.cn/xinwen/2021-03/13/content_5592681.htm (geraadpleegd op 17 april 2025).

(44)  Zie: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-04/08/content_5683972.htm#msdynttrid=WRmyf07ph0z74SHmXoOLKjRWl09BdZ4lGdYp9fiI9xU (geraadpleegd op 17 april 2025).

(45)  Ibid., punt I.3.

(46)  Ibid., punt III.4.

(47)  Zie punt II.2.4, beschikbaar op: https://huanbao.bjx.com.cn/news/20211201/1191133.shtml (geraadpleegd op 17 april 2025).

(48)  Zie: http://xm.shandong.gov.cn/art/2024/1/4/art_105151_10332205.html?xxgkhide=1 (geraadpleegd op 17 april 2025).

(49)  Ibid., artikel 3.

(50)  Zie: http://commerce.shandong.gov.cn/art/2022/8/15/art_21475_10306981.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(51)  Zie: http://www.sdskjzx.org.cn/show-2333.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(52)  Zie: https://www.sinochem.com/sinochem/guwm/zlzz/ds/A031002002002Gone1.html, (geraadpleegd op 17 april 2025).

(53)  Zie: https://www.sinochem.com/sinochem/dzyjj/dj11/A031007001Gone1.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(54)  Zie: http://www.sinopecgroup.com/group/gsglc/index.shtml, (geraadpleegd op 17 april 2025).

(55)  Zie: http://www.sinopecgroup.com/group/000/000/041/41878.shtml (geraadpleegd op 17 april 2025).

(56)  Rapport, deel III, hoofdstuk 16.

(57)  Ibid., punt 16.3.

(58)  Zie punt IV.1.3, beschikbaar op: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/29/content_5665166.htm (geraadpleegd op 6 december 2024).

(59)  Zie: https://www.goldenhighway.com/id49442987.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(60)  Zie: http://www.scio.gov.cn/xwfb/dfxwfb/gssfbh/sd_13840/202504/t20250414_890548.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(61)  Zie: https://shandong.chinatax.gov.cn/art/2023/8/21/art_23_809595.html (geraadpleegd op 18 april 2025).

(62)  Zie: https://cpnn.com.cn/news/dfny/202502/t20250218_1773301.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(63)  Ibid.

(64)  Zie: https://www.hl-hengsheng.com/zcxx_dt/378.html (geraadpleegd op 17 april 2025).

(65)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1959, overwegingen 153 tot en met 157, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180, overwegingen 82, 83 en 84; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/752, overweging 67.

(66)  Zie punt VIII.16, beschikbaar op: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-04/08/content_5683972.htm#msdynttrid=WRmyf07ph0z74SHmXoOLKjRWl09BdZ4lGdYp9fiI9xU (geraadpleegd op 18 april 2025).

(67)  Deel I van het rapport.

(68)  Deel II van het rapport.

(69)  Zie de overwegingen 8 tot en met 22 van de verordening.

(70)  Zie de overwegingen 14 tot en met 17 en 24 tot en met 30 van de verordening.

(71)  Zie overweging 33 van de verordening.

(72)  World Bank Open Data — Upper Middle Income (https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income).

(73)   https://rshiny.ilo.org/dataexplorer40/?lang=en&id=BRA_A.

(74)   https://www.globalpetrolprices.com/Brazil/.

(75)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(76)  Ibid.

(77)   https://rshiny.ilo.org/dataexplorer40/?lang=en&id=BRA_A.

(78)  Zie arrest van 7 maart 2024, AO Nevinnomysskiy Azot en AO Novomoskovskaya Aktsionernaya Kompania NAK “Azot”/Europese Commissie, C-725/22 P, ECLI:EU:C:2024:217, punten 67 en 72.

(79)  Arrest van 14 maart 1990, Gestetner Holdings plc/Raad en Commissie van de Europese Gemeenschappen, C-156/87, ECLI:EU:C:1990:116, punt 31.

(80)  Arrest van 14 september 2022, AO Nevinnomysskiy Azot en AO Novomoskovskaya Aktsionernaya Kompania NAK “Azot”/Europese Commissie, T-865/19, ECLI:EU:T:2022:559, punt 99.

(81)  Arrest van 7 maart 2024, AO Nevinnomysskiy Azot en AO Novomoskovskaya Aktsionernaya Kompania NAK “Azot”/Europese Commissie, C-725/22 P, ECLI:EU:C:2024:217, punt 66.

(82)  Arrest van 14 september 2022, AO Nevinnomysskiy Azot en AO Novomoskovskaya Aktsionernaya Kompania NAK “Azot”/Europese Commissie, T-865/19, ECLI:EU:T:2022:559, punt 117.

(83)  Zaak C-478/21 P, CCCME e.a./Commissie, punten 167, 168 en 169.

(84)  Bijlage 10 bij de klacht (openbare versie).

(85)  Details zijn te vinden in de mededeling in het dossier t25.005185.

(86)  Ibid.

(87)  Details zijn te vinden in de mededeling in het dossier t25.005185.

(88)   Bron: Internationaal Energieagentschap — https://www.iea.org/reports/electricity-2025/prices.

(89)   Bron: Europese Centrale Bank — https://www.ecb.europa.eu/stats/macroeconomic_and_sectoral/hicp/html/index.en.html.


BIJLAGE

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs in de VRC

Naam

Aanvullende Taric-code

Liaoning Biochem Co., Ltd

89RE

Be-Long (North) Corporation

89RF

Shandong Jujia Biotech Co., Ltd

89RG

Taian Havay Chemicals Co., Ltd

89RH


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1288/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top