This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32025R0612
Commission Implementing Regulation (EU) 2025/612 of 24 March 2025 amending Commission Implementing Regulation (EU) 2019/159 imposing a definitive safeguard measure on imports of certain steel products
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/612 van de Commissie van 24 maart 2025 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/612 van de Commissie van 24 maart 2025 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten
C/2025/1892
PB L, 2025/612, 25.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/612/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/612 |
25.3.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/612 VAN DE COMMISSIE
van 24 maart 2025
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (1), en met name de artikelen 16 en 20,
Gezien Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (2), en met name de artikelen 13 en 16,
Overwegende hetgeen volgt:
1. Achtergrond
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 (3) (“de definitieve verordening”) heeft de Commissie een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van bepaalde staalinvoer (“de maatregel”) ingesteld. De maatregel bestaat uit tariefcontingenten voor bepaalde staalproducten (“het betrokken product”) voor 26 staalproductcategorieën. De tariefcontingenten worden vastgesteld op niveaus die de traditionele handelsstromen per productcategorie behouden. Wanneer het desbetreffende tariefcontingent is uitgeput, wordt buiten het contingent een recht van 25 % geheven. De vrijwaringsmaatregel werd ingesteld voor een aanvankelijke periode van drie jaar, d.w.z. tot en met 30 juni 2021. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1029 van de Commissie (4) (“de verordening inzake het eerste nieuwe onderzoek met het oog op verlenging”) heeft de Commissie geconcludeerd dat de maatregel nog steeds noodzakelijk was om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en dat de bedrijfstak van de Unie zich aan het aanpassen was. Zij concludeerde ook dat de verlenging van de maatregel in het belang van de Unie was. Bijgevolg besloot zij de vrijwaringsmaatregel te verlengen tot en met 30 juni 2024. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1782 van de Commissie (5) (“de verordening inzake het tweede nieuwe onderzoek met het oog op verlenging”) heeft de Commissie geconcludeerd dat de verlenging van de maatregel noodzakelijk is om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en dat deze verlenging in het belang van de Unie is. Ook heeft de Commissie geconcludeerd dat de sector bezig is zich aan te passen. Bijgevolg besloot zij de vrijwaringsmaatregel te verlengen tot en met 30 juni 2026. |
|
(4) |
In overweging 161 van de definitieve verordening zegde de Commissie toe regelmatig een beoordeling van de situatie uit te zullen voeren en ten minste op het einde van elk jaar van toepassing van de maatregelen een nieuw onderzoek te overwegen. In deze geest heeft de Commissie achtereenvolgens in 2019 (6), 2020 (7) en 2022 (8) de werking van de vrijwaringsmaatregel geëvalueerd. In juni 2023 (9) heeft zij voorts in een nieuw onderzoek beoordeeld of de maatregel voortijdig moest worden beëindigd (10). |
|
(5) |
De Commissie heeft op 29 november 2024 van dertien lidstaten een gemotiveerd verzoek om een onderzoek ter evaluatie van de werking ontvangen overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad (11) (“de basisvrijwaringsverordening van de EU”) en artikel 16 van Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (12). Het verzoek bevatte bewijsmateriaal dat de omstandigheden sinds het laatste nieuwe onderzoek van de maatregel zijn veranderd. Het verzoek bevatte met name informatie over de inkrimping van de vraag in de Unie naar staal, waardoor de kloof met het huidige niveau van de rechtenvrije contingenten groter wordt naarmate deze steeds meer zijn geliberaliseerd. Bovendien heeft de gestegen Chinese uitvoer van staal naar belangrijke regio’s de uitvoer van andere markten naar de EU verlegd. |
|
(6) |
Volgens het verzoek vergen deze recente marktontwikkelingen een herbeoordeling van de toewijzing en het beheer van de tariefcontingenten. In het licht van artikel 20 van de basisvrijwaringsverordening van de EU en artikel 8 van de definitieve verordening was de Commissie van oordeel dat de verstrekte informatie, met inbegrip van de bronnen en het bewijsmateriaal, voldoende basis vormt om een onderzoek te openen. |
|
(7) |
Dienovereenkomstig heeft de Commissie met een bericht van opening (13) (“het bericht”) dat op 17 december 2024 in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt een onderzoek ter evaluatie van de werking geopend. De Commissie heeft belanghebbenden verzocht hun standpunt kenbaar te maken en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot met name de volgende redenen voor een nieuw onderzoek:
|
2. De procedure
|
(8) |
In het bericht werden belanghebbenden verzocht bewijsmateriaal en gegevens te verstrekken om vast te stellen of het gerechtvaardigd zou zijn de werking van de vrijwaringsmaatregel aan te passen opdat de werking van de vrijwaringsmaatregel is aangepast aan de ontwikkeling van de markt en in overeenstemming is met de belangen van alle belanghebbenden. |
|
(9) |
De Commissie heeft specifieke informatie van producenten en gebruikers in de Unie opgevraagd via vragenlijsten die aan de belanghebbenden beschikbaar werden gesteld in het openbaar dossier (“TRON”) (14) en op de website van de Europese Commissie (DG TRADE) (15). |
|
(10) |
Net als bij eerdere nieuwe onderzoeken heeft de Commissie een schriftelijke procedure in twee fasen opgezet. Ten eerste hadden de partijen de mogelijkheid om hun opmerkingen en, in voorkomend geval, antwoorden op de vragenlijsten uiterlijk op 10 januari 2025 toe te zenden. De Commissie heeft deze informatie beschikbaar gesteld in het openbaar dossier en de belanghebbenden hadden 14 dagen de tijd om opmerkingen te maken (fase van weerlegging). Vervolgens heeft de Commissie de tegenargumenten in TRON beschikbaar gesteld. |
|
(11) |
De Commissie heeft 12 antwoorden op de vragenlijst, 40 opmerkingen en 22 weerleggingen ontvangen. |
Opmerkingen van belanghebbenden
|
(12) |
Meerdere belanghebbenden merkten op dat noch het verzoek van de lidstaten om een onderzoek naar de werking, noch het onderliggende bewijsmateriaal onmiddellijk ter beschikking van de belanghebbenden werd gesteld. Er is aangevoerd dat dit de mogelijkheid van belanghebbenden om het bewijsmateriaal te weerleggen ten onrechte heeft beperkt en aanzienlijke gevolgen heeft gehad voor het vermogen van belanghebbenden om zinvolle bijdragen te leveren. |
|
(13) |
Sommige belanghebbenden voerden aan dat er geen rechtsgrondslag is voor een evaluatie van de werking, en andere voerden aan dat het uitvoeren van een onderzoek naar de werking op basis van gewijzigde omstandigheden niet in overeenstemming is met het WTO-recht. Eén belanghebbende merkte op dat het uitvoeren van een herbeoordeling van de tariefcontingenten binnen zes maanden na het vorige nieuwe onderzoek neerkomt op een buitensporige frequentie van de herziening van de maatregel. |
Standpunt van de Commissie
|
(14) |
In het bericht van opening werden de partijen specifiek verzocht hun standpunt kenbaar te maken en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot vijf gronden voor een nieuw onderzoek (zie overweging 7), in plaats van opmerkingen in te dienen over het oorspronkelijke verzoek van de lidstaten. Naar aanleiding van een schriftelijk verzoek om informatie dat op 3 januari 2025 is ontvangen (16), heeft de Commissie de relevante documenten op 7 januari 2025 ter inzage op TRON beschikbaar gesteld, zoals bepaald in artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2015/478 (17). Bovendien hadden de partijen de mogelijkheid om in hun weerleggingen te reageren op het bewijsmateriaal van de bedrijfstak van de Unie, waarvoor zij 14 dagen de tijd hadden gekregen. Sommige belanghebbenden vroegen om een verlenging en in twee gevallen werd een verlenging van 10 dagen gegeven. Belanghebbenden hadden dus ruimschoots de gelegenheid om hun opmerkingen te maken. |
|
(15) |
Overeenkomstig het bericht van opening is de rechtsgrondslag voor het nieuwe onderzoek artikel 20 van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad, artikel 16 van Verordening (EU) 2015/755 en artikel 8 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie. In deze laatste wordt uitdrukkelijk bepaald dat de Commissie de maatregel bij gewijzigde omstandigheden kan herzien. De WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen sluit dergelijke (facultatieve) nieuwe onderzoeken naast het verplichte tussentijdse onderzoek niet uit. |
|
(16) |
In antwoord op de stelling dat het uitvoeren van een herbeoordeling van de tariefcontingenten binnen zes maanden na het vorige onderzoek een buitensporige frequentie is, wordt opgemerkt dat in artikel 8 geen tijdsgebonden beperkingen worden opgelegd met betrekking tot het tijdstip waarop een nieuw onderzoek kan worden ingeleid. Aangezien de evaluatie van de werking tot doel heeft de werking van de vrijwaringsclausule aangepast te houden aan de marktontwikkeling en in overeenstemming met de belangen van alle belanghebbenden te bewaren, is er geen tijdslimiet wat betreft het moment waarop een dergelijke evaluatie gerechtvaardigd is. |
|
(17) |
Daarom is het tijdstip van de huidige evaluatie van de werking volledig in overeenstemming met het rechtskader van de EU en de internationale verplichtingen uit hoofde van het WTO-recht. |
3. Beoordeling van de staalmarkt
|
(18) |
Bij het vaststellen van de noodzaak en de omvang van mogelijke aanpassingen heeft de Commissie ook de ontwikkeling van twee belangrijke elementen sinds het laatste nieuwe onderzoek beoordeeld: overcapaciteit en handelsbeschermingsmaatregelen in derde landen. |
3.1. Overcapaciteit
|
(19) |
De situatie van overcapaciteit bleef in de tweede helft van 2024 en begin 2025 verslechteren. Eind 2024 bedroeg de wereldwijd geïnstalleerde capaciteit naar schatting 2 482 miljoen ton, een stijging van meer dan 50 miljoen ton ten opzichte van 2023 (18). Deze stijging vond vooral plaats in India, Asean en het Midden-Oosten. Deze belangrijke capaciteitsverhoging vond plaats in een omgeving van een afnemende wereldwijde vraag naar staal. In 2024 daalde de wereldwijde vraag naar staal met 1 % (-18 miljoen ton) ten opzichte van 2023 (19), waardoor de kloof met de geïnstalleerde capaciteit nog breder werd. |
|
(20) |
Naar verwachting zal er in de toekomst aanzienlijke extra capaciteit bijkomen, met ongeveer 145 miljoen ton in de vorm van lopende of geplande projecten (20), terwijl de vraag in 2025 naar verwachting slechts matig zal toenemen tot het niveau van 2023, dat wil zeggen nog steeds sneller dan de aanhoudende groei van de capaciteit. Als gevolg daarvan zal de overcapaciteit naar verwachting op een zeer hoog niveau blijven. Volgens schattingen kan de kloof tussen de geïnstalleerde capaciteit en de productie in 2026 oplopen tot 630 miljoen ton (21). |
|
(21) |
De zorgen over de verslechterende situatie van overcapaciteit en de negatieve gevolgen daarvan voor staalproducenten kwamen duidelijk naar voren in de ministeriële verklaring van het Global Steel Forum van 8 oktober 2024 (22). In de verklaring werd herinnerd aan de ernstige negatieve gevolgen van de overcapaciteit voor de werkgelegenheid, de productie, de prijzen, het marktaandeel, de ontvangsten en de winstgevendheid van de bedrijfstak, en werd erkend dat het belangrijk is om concrete maatregelen te nemen om de overcapaciteit aan te pakken. |
|
(22) |
Tegen deze achtergrond van groeiende overcapaciteit bevestigde de Commissie dat de Chinese staalexport bleef stijgen en 110 miljoen ton bereikte, bijna een record (23). Aangezien de marktvooruitzichten wijzen op een verdere daling van de binnenlandse vraag in China in 2025 (24), valt te verwachten dat de trend van een hoog exportniveau, die in 2023 begon en in 2024 een piek bereikte, zal aanhouden. |
|
(23) |
Het is dus redelijk om te verwachten dat de uitvoer uit China zowel wat de volumes als wat de prijzen betreft een zeer sterke druk zal blijven uitoefenen op de markten van derde landen (25), waardoor concurrenten op die markten rechtstreeks worden benadeeld, bv. doordat zij van de markt worden verdrongen of worden gedwongen om tegen lagere prijzen te concurreren. Bovendien worden staalproducenten in bepaalde derde landen, doordat zij een verdere kloof zien ontstaan tussen de vraag en de capaciteitsgroei op hun binnenlandse markten, gedwongen om voor hun overcapaciteit alternatieve afzetmarkten te zoeken. Als gevolg daarvan zal er vanuit deze landen extra invoerdruk op de markt van de Unie ontstaan. Dit zal leiden tot een nog grotere algehele toename van het marktaandeel van de invoer op de markt van de Unie in 2024. |
|
(24) |
De Commissie bevestigde in dit verband verder dat sinds het laatste onderzoek de invoer in de markt van de Unie van sommige landen van oorsprong waar de capaciteit nog steeds toeneemt (met name Asean, India, China, het Midden-Oosten en Noord-Afrika), hoog blijft en in sommige gevallen zelfs nog is toegenomen. Uit deze gegevens bleek een correlatie tussen capaciteitsontwikkelingen en het niveau van de invoerdruk vanuit die landen van oorsprong op de markt van de Unie (26). |
|
(25) |
De Commissie bevestigde daarom dat de situatie en de vooruitzichten van de wereldwijde overcapaciteit zeer zorgwekkend blijven en verwachtte dat dit, als er geen aanpassingen zouden plaatsvinden, zou leiden tot een verdere toename van de invoerdruk in de Unie, als gevolg van de toenemende capaciteit, de ontwikkeling van de vraag en de aanhoudende druk op de markten van derde landen. |
3.2. Maatregelen van derde landen, met inbegrip van de Section 232-maatregel van de VS
|
(26) |
De Commissie heeft ook de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de door derde landen vastgestelde handelsbeschermingsmaatregelen voor de invoer van staal beoordeeld. De Commissie bevestigde dat er eind 2024 meer handelsbeschermingsmaatregelen van kracht waren dan het jaar daarvoor. |
|
(27) |
De Commissie constateerde dat de geldende tariefmaatregelen, naast de handelsbeschermingsmaatregelen, sinds het vorige nieuwe onderzoek waren toegenomen. Deze maatregelen betroffen onder andere verhoogde tarieven in Turkije (27), Colombia (28) en Canada (29). Naast vrijwaringsmaatregelen voor bepaalde staalproducten in Zuid-Afrika (30) en de inleiding van een door India ingesteld vrijwaringsonderzoek met betrekking tot bepaalde platte staalproducten (31). |
|
(28) |
Bovendien kondigden de VS op 10 februari 2025 aan dat eerdere uitsluitingen van landen, productvrijstellingen en specifieke contingentregelingen of tariefcontigentregelingen in het kader van de Section 232-maatregel zouden worden beëindigd (32). Als gevolg van deze wijziging van de maatregel zou in principe op alle landen van oorsprong een recht van 25 % van toepassing zijn. De Commissie is van mening dat deze ontwikkeling (33), gezien de omvang van de markt van de VS en de hoogte van het recht, in combinatie met de bijkomende tariefmaatregelen van andere landen, tot verdere spanningen op de staalmarkten zal leiden, waardoor het risico van extra verlegging naar de markt van de Unie toeneemt. |
3.3. Economische situatie van de staalindustrie van de Unie
|
(29) |
Om de economische situatie van de staalindustrie van de Unie te beoordelen, heeft de Commissie de haar bekende staalproducenten in de Unie vragenlijsten gestuurd om informatie te verzamelen over bepaalde schade-indicatoren voor het betrokken product in de beoordelingsperiode. De vragenlijsten werden ook beschikbaar gesteld op de website van het directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie (34). De instructies voor het invullen van de vragenlijsten zijn ook opgenomen in het bericht van opening. |
|
(30) |
De Commissie heeft antwoorden op de vragenlijst ontvangen van leden van de drie haar bekende brancheorganisaties in de Unie en van andere producenten in de Unie die geen lid zijn van een organisatie. |
|
(31) |
De Commissie heeft de rechtstreeks van de producenten in de Unie ontvangen gegevens gebundeld en de juistheid ervan tijdens specifieke kruiscontroles op afstand getoetst aan de gegevensset die de brancheorganisaties in de Unie hadden ingediend. Vervolgens heeft de Commissie de antwoorden van de leden van de organisaties en die van de producenten die geen lid zijn van een organisatie samengevoegd tot één geconsolideerde gegevensset, op basis waarvan de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie is beoordeeld. |
|
(32) |
De ontwikkeling van de schade-indicatoren tussen 2021 en 2024 wordt weergegeven in de onderstaande tabellen 1 tot en met 3: |
(a) Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
Tabel 1
Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
x 1 000 ton) |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
||
|
Productievolume van het betrokken product |
182 624 |
162 958 |
158 076 |
149 754 |
||
|
Indexcijfer 2021 = 100 |
100 |
89 |
87 |
82 |
||
|
Productiecapaciteit voor het betrokken product |
234 706 |
233 437 |
234 790 |
223 297 |
||
|
Indexcijfer 2021 = 100 |
100 |
99 |
100 |
95 |
||
|
Bezettingsgraad |
78 % |
70 % |
67 % |
67 % |
||
|
||||||
|
(33) |
Tijdens de beoordelingsperiode daalde het productievolume van de producenten in de Unie gestaag, met 11 % in 2022, met 13 % in 2023 en met 18 % in 2024 ten opzichte van 2021. De bezettingsgraad vertoonde een dalende trend, bereikte in 2023 het zeer lage niveau van 67 % en bleef in 2024 op hetzelfde niveau, ondanks een daling van de capaciteit van 5 % in 2024. |
(b) Verbruik in de Unie, binnenlandse verkoop en marktaandeel (35)
Tabel 2
Verbruik in de Unie, binnenlandse verkoop en marktaandeel
|
|
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
||
|
Verbruik (x 1 000 ton) |
166 514 |
153 082 |
144 227 |
143 858 |
||
|
Indexcijfer 2021 = 100 |
100 |
92 |
86 |
86 |
||
|
Binnenlandse verkoop (x 1 000 ton) |
132 694 |
121 559 |
115 994 |
113 606 |
||
|
Indexcijfer 2021 = 100 |
100 |
92 |
87 |
86 |
||
|
Marktaandeel in % |
79,7 % |
79,4 % |
80,5 % |
79,0 % |
||
|
||||||
|
(34) |
Het verbruik op de markt van de Unie begon in 2022 te dalen (-8 %). Deze trend zette zich in 2023 voort (-14 %) en bleef in 2024 op hetzelfde niveau ten opzichte van 2021 (-14 %). De ontwikkeling van de binnenlandse verkoop door producenten in de Unie vertoonde in de beoordelingsperiode een zeer vergelijkbare trend (-8 % in 2022, -13 % in 2023 en -14 % in 2024 ten opzichte van 2021). Tijdens de beoordelingsperiode nam het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie met 0,7 % af. |
(c) Verkoopprijs per eenheid, winstgevendheid
Tabel 3
Verkoopprijs per eenheid en winstgevendheid
|
|
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
||
|
Verkoopprijs per eenheid (EUR/ton) |
935 |
1 253 |
1 046 |
945 |
||
|
Indexcijfer 2021 = 100 |
100 |
134 |
112 |
101 |
||
|
Winstgevendheid (% van omzet) |
9,1 % |
9,9 % |
0,5 % |
–0,4 % |
||
|
||||||
|
(35) |
De verkoopprijzen per eenheid stegen in 2022 met 34 %, in 2023 met 12 % en in 2024 met 1 % ten opzichte van 2021. |
|
(36) |
Door de stijging van de prijzen en het herstel na COVID-19 was de bedrijfstak van de Unie winstgevend in 2021 (9,1 %) en nog iets winstgevender in 2022 (9,9 %). In 2023 daalde de winstgevendheid sterk, tot maar 0,5 % winst, en deze trend zette zich in 2024 voort en leidde tot een verliesgevende situatie (–0,4 %). |
Conclusie
|
(37) |
De negatieve trend in 2023 zette zich voort in 2024, waarbij de schade-indicatoren verder verslechterden of op het lagere niveau van 2023 bleven. |
Aanvullende analyse per productfamilie
|
(38) |
Zoals in het oorspronkelijke onderzoek (36) heeft de Commissie ook de ontwikkeling van de schade-indicatoren per productfamilie beoordeeld (37). De vrijwaringsmaatregel ten aanzien van staal heeft betrekking op de volgende productfamilies: platte producten, lange producten en buizen. |
|
(39) |
De tabellen 4 tot en met 6 tonen de ontwikkeling van de schade-indicatoren per productfamilie: Tabel 4 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
Tabel 5 Verbruik in de Unie, binnenlandse verkoop en marktaandeel
Tabel 6 Verkoopprijs per eenheid en winstgevendheid
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(40) |
Afgaand op de bovenstaande indicatoren, bevestigt de analyse per productfamilie de bevindingen voor het betrokken product: de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode aanzienlijk verslechterd en de bedrijfstak bevindt zich momenteel in een kwetsbare situatie. Zelfs de productfamilie buizen, die beter presteerde qua winstgevendheid en ontwikkeling van het marktaandeel, noteerde in de beoordelingsperiode een achteruitgang voor andere kernindicatoren, zoals bezettingsgraad, productieniveau en binnenlandse verkoop. |
Invoerdruk, ontwikkeling van de invoer en het marktaandeel
|
(41) |
De Commissie heeft de ontwikkeling van de invoer beoordeeld, zowel in algemene zin als in verhouding tot het verbruik, om te bepalen welke druk de invoer in de beoordelingsperiode uitoefende op de markt van de Unie. |
|
(42) |
De invoer in de Unie daalde in 2024 met 11 % ten opzichte van 2021, het jaar waarin de invoer het op één na hoogste niveau sinds 2013 had bereikt (38). Toch was er tussen 2023 en 2024 een absolute stijging van 7 %. Tabel 7 Ontwikkeling van de invoer in 1 000 ton
|
||||||||||||||||||||||
|
(43) |
De analyse op het niveau van productfamilies, met inbegrip van een relatieve toename van de invoerdruk die marktaandeel wint, bevestigde deze algemene trend, zoals blijkt uit tabel 8 hieronder. Tabel 8 Marktaandeel van de invoer per productfamilie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
4. Opmerkingen van belanghebbenden
|
(44) |
De Commissie heeft 12 antwoorden op de vragenlijst, 40 opmerkingen en 22 replieken ontvangen van belanghebbenden, waaronder staalproducenten in de Unie, gebruikers en importeurs van staal in de Unie alsook hun verenigingen, producenten-exporteurs en regeringen van derde landen. In dit punt wordt een overzicht gegeven van de opmerkingen van belanghebbenden, onderverdeeld in acht subpunten. De opmerkingen zijn gegroepeerd naar aard en inhoud. |
4.1. Huidige niveaus van tariefcontingenten
|
(45) |
De bedrijfstak van de Unie betoogde dat de bestaande tariefcontingenten niet langer in overeenstemming zijn met de vraag naar staal in de EU. De bedrijfstak voerde aan dat de contingenten ten opzichte van 2019 met meer dan 15 procentpunten zijn geliberaliseerd. Hierdoor en door de recente daling van de vraag naar staal is er een steeds grotere kloof ontstaan tussen de huidige rechtenvrije contingenten en de daadwerkelijke vraag. Als gevolg daarvan heeft de bedrijfstak van de Unie verzocht om een aanpassing van de tariefcontingenten om beter aan te sluiten bij de huidige vraag, en heeft de bedrijfstak van de Unie de Commissie verzocht om de tariefcontingenten met gemiddeld 25 % tot 50 % te verlagen. |
|
(46) |
Sommige landen van uitvoer en gebruikers voerden aan dat, hoewel de totale vraag lijkt te zijn gedaald, de vraag naar specifieke staalproducten in bepaalde sectoren toeneemt. Volgens deze partijen zou een aanscherping van de tariefcontingenten in deze categorieën een negatief effect hebben op het concurrentievermogen van downstreamsectoren in de EU. Door de contingenten flexibeler te houden, kunnen deze bedrijfstakken beter voorzien in hun behoefte aan materialen, die de producenten in de EU mogelijk niet in voldoende mate kunnen leveren. Deze partijen voerden aan dat een uniforme aanpak van de tariefcontingenten geen recht doet aan de uiteenlopende vraag in de verschillende sectoren binnen de EU. |
|
(47) |
Bovendien verwezen verschillende producent-exporteurs naar een recent verslag van WorldSteel, waarin wordt voorspeld dat de wereldwijde vraag naar staal in 2025 zal toenemen (39). Zij stellen dat dit in tegenspraak is met de prognoses van de bedrijfstak, waardoor er twijfel ontstaat over de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal van de bedrijfstak. |
4.2. Externe factoren
|
(48) |
De bedrijfstak van de Unie bevestigde dat zijn economische situatie aanzienlijk is verslechterd, met name in de laatste kwartalen. Zij stellen dat dit te zien is aan de productie, verkoop en winstgevendheid, terwijl het marktaandeel van de invoer hoog blijft of zelfs toeneemt en de prijzen van de EU-producenten hierdoor worden onderboden. |
|
(49) |
Bepaalde landen van uitvoer en gebruikers voerden aan dat externe factoren zoals hoge energiekosten en geopolitieke kwesties de staalmarkt aanzienlijk hebben beïnvloed. Deze factoren, en niet zozeer de invoerdruk, kunnen een groot deel van de problemen van de staalindustrie in de EU verklaren. |
4.3. Toewijzing en beheer van tariefcontingenten
|
(50) |
De bedrijfstak van de Unie verzocht om afschaffing van de driemaandelijkse overdracht van ongebruikte contingenten naar het volgende kwartaal, of om een beperking van de overdracht. Verschillende landen van uitvoer en gebruikers verzochten om handhaving van de overdrachtsmechanisme, en voerden daarbij aan dat dit een kernelement is van de tariefcontingentenstructuur, dat voor voorspelbaarheid zorgt en derhalve niet onder het toepassingsgebied van het nieuwe onderzoek valt. |
|
(51) |
Bepaalde landen van uitvoer en gebruikers verzochten om voor bepaalde categorieën (of zelfs voor alle categorieën) af te stappen van landspecifieke contingenten en bepaalde contingenten binnen elk kwartaal op wereldniveau toe te wijzen teneinde deze optimaal te benutten. |
|
(52) |
De bedrijfstak van de Unie en één producent-exporteur hebben de Commissie verzocht alle contingenten te herberekenen op basis van een nieuw referentietijdvak. Daarnaast ontving de Commissie verschillende verzoeken (van gebruikers en producent-exporteurs) om de contingenten in bepaalde categorieën te verhogen om tegemoet te komen aan de toenemende vraag van de downstreamsectoren in de EU. |
|
(53) |
Ook beweerde de bedrijfstak van de Unie dat Chinese staalproducten, waarop antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, tegen extreem lage prijzen op de EU-markt blijven komen, waardoor de ingestelde rechten hun doel missen. Om deze reden verzocht de bedrijfstak de Commissie om landspecifieke contingenten voor China te herstellen in categorieën waar de volumes voorheen als gevolg van de antidumpingmaatregelen werden herverdeeld. |
|
(54) |
Ten slotte hebben enkele belanghebbenden (de bedrijfstak van de Unie en enkele producenten-exporteurs) de Commissie verzocht actie te ondernemen om de verwatering van rechten als gevolg van de onmiddellijke uitputting op de eerste dag van een kwartaal van residuele contingenten te voorkomen door ofwel een maandelijkse administratie in te voeren, ofwel voor de toewijzing van contingenten een regeling in te voeren op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Sommige landen van uitvoer en producenten maakten bezwaar tegen de invoering van een toewijzingssysteem op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”, en voerden daarbij aan dat de uitvoering van het systeem onpraktisch zou zijn. |
4.4. Verdringing van traditionele handelsstromen
|
(55) |
Sommige belanghebbenden (voornamelijk producenten-exporteurs en de bedrijfstak van de Unie) voerden aan dat bepaalde exporteurs sinds het vorige nieuwe onderzoek en met name in 2024 hun uitvoer in bepaalde categorieën in het residuele contingent aanzienlijk hadden verhoogd, wat resulteerde in verdringing van andere. Sommige van hen pleitten ervoor om dit probleem aan te pakken door extra landspecifieke contingenten in te voeren of door het toepassen van plafonds in de residuele contingenten uit te breiden. |
|
(56) |
Bovendien beweerden verschillende belanghebbenden dat de huidige regeling van geen toegang moet worden uitgebreid om verdringing van het residuele contingent in bepaalde categorieën te verhinderen. Een andere belanghebbende stelde voor dat de Commissie de beperkte-toegangsregeling juist zou moeten uitbreiden. |
4.5. Actualisering van de lijst van ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en die op basis van het meest recente niveau van invoer zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de maatregel
|
(57) |
De bedrijfstak van de Unie verzocht de Commissie te overwegen geen nieuwe vrijstellingen te verlenen aan ontwikkelingslanden op basis van de recentste invoergegevens. Verscheidene belanghebbenden verzetten zich hiertegen en verzochten om actualisering van de lijst van WTO-ontwikkelingslanden die van het toepassingsgebied van de maatregel zijn uitgesloten. |
4.6. Niveau van liberalisering
|
(58) |
De bedrijfstak van de Unie beweerde dat liberalisering van de contingenten niet langer gepast is gezien de afnemende vraag en de steeds grotere kloof met het huidige niveau van de rechtenvrije contingenten. Anderzijds verzochten andere belanghebbende partijen de Commissie de mate van liberalisering te verhogen tot boven de huidige 1 %, of ten minste het huidige niveau te handhaven, hetzij voor alle productcategorieën, hetzij voor enkele specifieke productcategorieën en/of oorsprongen. |
4.7. Andere opmerkingen
|
(59) |
De bedrijfstak van de Unie verzocht de Commissie te overwegen het recht buiten het contingent van 25 % te verhogen. Een dergelijke stap zou gerechtvaardigd zijn gezien de lage prijsniveaus van de invoer als gevolg van de verslechterende wereldwijde overcapaciteit en het toenemende aantal handelsbeschermingsinstrumenten in derde landen. Er werd aangevoerd dat een recht buiten het contingent van 25 % daarom niet langer voldoende is om invoer buiten het contingent te voorkomen. |
|
(60) |
Bovendien verzochten sommige landen van uitvoer om van de maatregel te worden uitgesloten op grond van hun associatieovereenkomst met de Unie. |
4.8. Categoriespecifieke opmerkingen
|
(61) |
Verscheidene belanghebbenden hebben verzocht om het tariefcontingent voor bepaalde categorieën in twee subcategorieën op te splitsen, teneinde beter rekening te kunnen houden met de specifieke kenmerken van de producten die in de categorieën vallen. Dit werd aangevoerd voor categorie 1 door een gebruiker in de Unie, voor categorie 16 door een producent-exporteur en voor de categorieën 21 en 26 door producenten in de Unie. |
|
(62) |
Eén belanghebbende (een producent-exporteur uit Egypte) stelde dat het plafond van 15 % in categorie 1, dat in het kader van het tweede nieuwe onderzoek met het oog op de verlenging werd ingevoerd, zijn traditionele handelsstromen heeft beperkt. De belanghebbende voerde aan dat zijn historische uitvoervolumes naar de EU in aanzienlijke mate boven dit plafond uitkwamen. |
5. Beoordeling door de Commissie
|
(63) |
De Commissie heeft de huidige situatie en vooruitzichten met betrekking tot de wereldwijde overcapaciteit, de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie en de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de door derde landen vastgestelde handelsmaatregelen voor de invoer van staal in aanmerking genomen, zoals beschreven in punt 3. Op basis hiervan heeft de Commissie bepaald dat het beheer van tariefcontingenten moet worden aangepast om de doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen en rekening te houden met het belang van de Unie. |
|
(64) |
Naar aanleiding van de opmerkingen die de Commissie van de belanghebbenden heeft ontvangen, heeft zij besloten de situatie per categorie te beoordelen voor de 26 in de vrijwaring opgenomen categorieën. Het doel van deze benadering is om de doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen in categorieën met een aanzienlijke invoerdruk zonder de toeleveringsbronnen voor verwerkende ondernemingen in de Unie in categorieën waar geen sprake is van invoerdruk, onnodig te beperken. |
|
(65) |
De Commissie heeft in haar beoordeling met name het gebruik van contingenten in het voorgaande vrijwaringsjaar, de ontwikkeling van het verbruik in de Unie en het marktaandeel van de invoer in elk van de categorieën geanalyseerd. Daarnaast werd ook rekening gehouden met de beschikbare capaciteit van de bedrijfstak van de Unie, de beschikbare leveringsbronnen en de specifieke naar voren gebrachte zorgen van de belanghebbenden met betrekking tot het gebruik van de contingenten. De Commissie heeft in 2024 bijzondere aandacht besteed aan de ontwikkelingen van deze factoren. |
|
(66) |
Op basis hiervan bleek dat de maatregel in bepaalde categorieën doeltreffend blijft, maar dat in veel andere categorieën de omvang van de invoer is toegenomen in een mate die niet in verhouding staat tot de ontwikkeling van het verbruik, wat heeft geleid tot een aanzienlijke invoerdruk, zowel wat de volumes als wat de prijzen betreft. |
|
(67) |
Bij de categorieën waar sprake is van invoerdruk, is de druk echter niet overal even groot. Bovendien verschilt de verdeling van de invoer over de beschikbare bronnen ook per categorie. In sommige categorieën was de toename van de invoer afkomstig van één bron of enkele bronnen die het grootste deel van de beschikbare volumes in het residuele contingent gebruikten en zo de traditionele leveranciers verdrongen, terwijl ze tegelijkertijd een aanzienlijke prijsdruk uitoefenden. Zo werd duidelijk dat er niet één oplossing is die alle verschillende problemen binnen de verschillende categorieën oplost. |
|
(68) |
Op basis hiervan stelde de Commissie vast in welke categorieën de doeltreffendheid van de maatregel werd ondermijnd en deelde zij deze in vier groepen in naar ernst van de situatie:
|
|
(69) |
In de volgende punten wordt elke groep gedetailleerd beschreven. De gegevens die aan deze analyses ten grondslag liggen, zijn te vinden in bijlage III. |
Groep 1
|
(70) |
Deze groep omvat de categorieën 1A, 4A, 7, 21 en 24. In deze categorieën werd een zeer aanzienlijke invoerdruk waargenomen. In al deze categorieën lag het gebruik van de contingenten gemiddeld op 84 %, terwijl het gebruik in categorie 4A boven de 100 % lag. Tussen 2021 en 2024 is het verbruik in deze categorieën aanzienlijk gedaald. Het verbruik daalde in categorie 4A met 27 %, in de categorieën 1A en 24 gemiddeld met 17 % en in de categorieën 7 en 21 gemiddeld met 7 %. In de meest recente periode heeft de Commissie dezelfde trend waargenomen. Tussen 2023 en 2024 daalde het verbruik in elke categorie, met 6 % in categorie 7 en gemiddeld met 3 % in de categorieën 1A, 4A en 24. In categorie 21 daalde het verbruik met 1 %. Tegelijkertijd steeg het aandeel van de invoer aanzienlijk in alle categorieën, met 9 % in categorie 4A en tot 3 % in de categorieën 1A, 7, 21 en 24. |
|
(71) |
Sinds 2021 is de bezettingsgraad van de Unie in alle categorieën gedaald, ook in de meest recente periode. De Commissie oordeelde dat er, gelet op de gemiddelde bezettingsgraad van slechts 68 %, in deze categorieën een aanzienlijke capaciteit beschikbaar is. |
Groep 2
|
(72) |
Deze groep omvat de categorieën 2, 5, 6, 14, 16, 17, 18, 20, 22 en 25B. In deze categorieën was de waargenomen invoerdruk, hoewel minder sterk dan in groep 1, nog steeds aanzienlijk. In al deze categorieën lag het gebruik van de contingenten gemiddeld op 90,2 %, terwijl het gebruik in de categorieën 14, 18 en 25B boven de 100 % lag. Tussen 2021 en 2024 is het verbruik aanzienlijk in elke categorie op één na gedaald. Het verbruik daalde in de categorieën 2 en 16 met 22 %, in de categorieën 6, 14 en 18 gemiddeld met 17 % en in de categorieën 5, 17, 20 en 22 gemiddeld met 8 %. Tegelijkertijd steeg het aandeel van de invoer in alle categorieën. In de meest recente periode begon het verbruik in alle categorieën, behalve in categorie 14, te stijgen. De invoerdruk bleef echter aanzienlijk gezien het hoge gebruik van de contingenten en het toegenomen marktaandeel van de invoer vanaf 2021. |
|
(73) |
Sinds 2021 is de bezettingsgraad van de Unie in alle categorieën gedaald. Deze trend zette zich voort in de meest recente periode, met uitzondering van de categorieën 5, 6 en 16, waar de bezettingsgraad licht steeg, maar nog steeds ver onder het niveau van 2022 bleef. De Commissie was van mening dat de beschikbare capaciteit in deze categorieën, met een gemiddelde bezettingsgraad van slechts 54 % en een hoogste bezettingsgraad van 70 % (categorie 5), aanzienlijk is. |
Groep 3
|
(74) |
Deze groep omvat de categorieën 3B, 13, 15 en 26. In deze categorieën werd gemiddeld 65 % van de contingenten gebruikt. Tussen 2021 en 2024 daalde in alle categorieën het verbruik, terwijl de invoer aanzienlijk steeg. Tussen 2023 en 2024 daalde in de meeste categorieën waar het verbruik daalde tevens het aandeel van de invoer (categorieën 3B, 15 en 26). Gezien het gebruik van de contingenten in elke categorie was de invoerdruk in deze groep dus matiger. |
|
(75) |
Sinds 2021 is de bezettingsgraad van de Unie in alle categorieën gedaald. Deze trend zette zich voort in de meest recente periode, met uitzondering van de categorieën 13 en 15, waar de bezettingsgraad licht steeg, maar nog steeds onder het niveau van 2022 bleef. De Commissie was van mening dat de beschikbare capaciteit in deze categorieën, met een gemiddelde bezettingsgraad van slechts 60 % en een hoogste bezettingsgraad van 67 % (categorie 26), aanzienlijk is. |
Groep 4
|
(76) |
Deze groep omvat de categorieën 1B, 3A, 4B, 8, 9, 10, 12, 19, 25A, 27 en 28. In deze groep werd geen of een minimale invoerdruk vastgesteld, aangezien de contingenten in alle categorieën op één na weinig werden gebruikt. Daarom heeft de Commissie afgezien van aanpassingen in deze categorieën om de toeleveringsbronnen voor verwerkende ondernemingen in de EU niet onnodig te beperken. Wat betreft categorie 4B hebben de belanghebbenden overtuigend aangetoond dat handhaving van de status quo in overeenstemming is met de belangen van de Unie. |
|
(77) |
Sinds 2021 is de bezettingsgraad van de Unie in alle categorieën gedaald. Deze trend zette zich voort in de meest recente periode, maar de bezettingsgraad neemt toe in de categorieën 4B, 8, 9 en 19, hoewel deze nog steeds onder het niveau van 2022 ligt. De Commissie meende dat er, gelet op de gemiddelde bezettingsgraad van 56 %, in combinatie met het lage gemiddelde gebruik van contingenten (minder dan 50 %), geen invoerdruk werd vastgesteld en dat het in het belang van de Unie is om de maatregel in deze categorieën niet aan te passen. |
6. Aanpassingen
|
(78) |
De Commissie achtte het na vaststelling van de categorieën waar de doeltreffendheid van de maatregel werd ondermijnd, noodzakelijk om het beheer van de contingenten in deze categorieën op bepaalde punten aan te passen en te verfijnen, om deze beter af te stemmen op de ontwikkeling van de markt en om de werking van de maatregel te verbeteren. Hoewel sommige van deze aanpassingen horizontaal van aard zijn, hebben de meeste specifiek betrekking op bepaalde productcategorieën. |
6.1. Productcategorie 1 — Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst
|
(79) |
Eén belanghebbende maakte opmerkingen over de verdringing van een zeer specifiek product in categorie 1 als gevolg van de invoering van het plafond van 15 % in de tweede evaluatie van de werking. |
|
(80) |
De Commissie is van mening dat het hier om zeer gespecialiseerde producten gaat met een aanzienlijk hogere waarde dan die van andere producten in categorie 1. |
|
(81) |
In haar beoordeling bevestigde de Commissie dat de invoering van het plafond van 15 % onbedoeld tot gevolg had dat het deelcontingent 09.8452 binnen het residuele contingent voor categorie 1 in alle drie de gevallen sinds de invoering in juli 2024 op de eerste dag werd uitgeput (40). (41) (42) Dit heeft ertoe geleid dat de nicheproducten van categorie 1 van GN-code 7212 60 00 helemaal niet in aanmerking kwamen voor rechtenvrij contingent. |
|
(82) |
De meest geschikte manier voor een doeltreffende aanpak van deze situatie is het opsplitsen van deze categorie in twee subcategorieën: een subtariefcontingent (categorie 1B) heeft betrekking op de bovengenoemde GN-code van het zeer specifieke product, terwijl de overige codes zijn opgenomen in categorie 1A. Een dergelijke opsplitsing lijkt geen onevenredige belasting voor de douaneautoriteiten te creëren. De traditionele handelsstromen van product 1B die worden gebruikt om passende tariefcontingenten te berekenen, zijn opgenomen in tabel 9. Tabel 9 Invoer in categorie 1B in ton
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(83) |
De voorgestelde opsplitsing zou ervoor zorgen dat de noodzakelijke volumes voor het nicheproduct in de Unie beschikbaar zijn en dat de traditionele handelsstromen wat betreft volume en oorsprong behouden blijven. |
6.2. Horizontale aanpassingen
6.2.1.
|
(84) |
Op grond van de regels van de WTO (43) en de EU (44) moet een WTO-lid dat een vrijwaringsmaatregel toepast, de maatregel een jaar na oplegging ervan tijdens de toepassingsperiode met regelmatige intervallen geleidelijk liberaliseren. De liberalisering heeft tot doel om geleidelijk meer invoerconcurrentie op de markt toe te laten naarmate de binnenlandse bedrijfstak zich aanpast aan een toename van de invoer. |
|
(85) |
Het WTO-recht bevat geen bijzondere eisen met betrekking tot de vorm of het precieze tempo van de liberalisering, behalve dat een dergelijke liberalisering tijdens de toepassingsperiode geleidelijk en met regelmatige intervallen moet plaatsvinden. |
|
(86) |
De EU-vrijwaringsmaatregel ten aanzien van staal wordt sinds 2019 jaarlijks geliberaliseerd, en het liberaliseringspercentage is verschillende malen beoordeeld en zo nodig gewijzigd (45). Het sinds juli 2024 geldende jaarlijkse liberaliseringspercentage is 1 %. |
|
(87) |
Om te bepalen of de huidige mate van liberalisering passend is, heeft de Commissie zowel een retrospectieve als een toekomstgerichte analyse uitgevoerd. |
|
(88) |
Wat de retrospectieve beoordeling betreft, blijkt uit de gegevens dat het liberaliseringspercentage hoger was dan de ontwikkeling van het verbruik. Terwijl de tariefcontingenten met bijna 25 % zijn geliberaliseerd (met inbegrip van de verhoging van 5 % die sinds februari 2019 van toepassing is), daalde het verbruik in de EU in dezelfde periode met 14 %. In 2024 daalde de wereldwijde vraag naar staal met 1 % (-18 miljoen ton) ten opzichte van 2023, in tegenstelling tot de verwachte groei van 1,7 % voor 2024. Deze tegengestelde trends hebben de kloof tussen de omvang van de tariefcontingenten en de marktvraag aanzienlijk vergroot. |
|
(89) |
Wat de toekomstgerichte beoordeling betreft, wijzen de meest recente marktvooruitzichten voor het mondiale staalverbruik, zoals uiteengezet in punt 3 hierboven, slechts op een bescheiden herstel in 2025 (tot het niveau van 2023), wat de markt van de Unie naar verwachting zal volgen. |
|
(90) |
Gezien de recente negatieve ontwikkeling en de vooruitzichten inzake het staalverbruik in de wereld en op de staalmarkt van de Unie, achtte de Commissie het niet in het belang van de Unie om de reeds grote kloof tussen het tempo waarmee het tariefcontingent wordt verhoogd en de ontwikkeling van het staalverbruik verder te vergroten. Daarom is de Commissie van mening dat handhaving of verhoging van het percentage van 1 % de doeltreffendheid van de maatregel ernstig zou ondermijnen. |
|
(91) |
Om deze redenen acht de Commissie vaststelling van het liberaliseringspercentage op 0,1 % passend om de doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen. |
|
(92) |
Bijgevolg zullen de tariefcontingenten vanaf 1 juli 2025 voor alle productcategorieën met 0,1 % stijgen. De specifieke hoeveelheden voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026 (op kwartaalbasis) worden vermeld in bijlage II bij deze verordening. |
|
(93) |
In combinatie met de andere in deze verordening voorgestelde aanpassingen zal dit liberaliseringspercentage de doeltreffendheid van de maatregel vergroten in een periode waarin de markt van de Unie te maken heeft met aanzienlijke spanningen als gevolg van de invoer, die worden teweeggebracht door de negatieve effecten van de overcapaciteit en de reacties daarop in de hele wereld, tegen de achtergrond van een zwakke vraag. Voor de gebruikers in de Unie zullen in het kader van de bestaande tariefcontingenten voldoende rechtenvrije volumes beschikbaar blijven. |
6.2.2.
|
(94) |
In punt 2 van het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij zou nagaan of de invoer uit een ontwikkelingsland dat lid is van de WTO de drempel van 3 % in de relevante periode (2024) overschreed en, indien nodig, de lijst van ontwikkelingslanden die WTO-lid zijn en die in het toepassingsgebied van de maatregel moeten worden opgenomen of daarvan moeten worden uitgesloten, zou bijwerken. |
|
(95) |
Overeenkomstig artikel 9 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 18 van de vrijwaringsbasisverordening kunnen vrijwaringsmaatregelen niet worden toegepast ten aanzien van een product van oorsprong uit een ontwikkelingsland dat lid is van de WTO zolang het aandeel van dat land in de invoer in de Unie van het betrokken product niet meer dan 3 % bedraagt. Indien de ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en waarvan het aandeel in de invoer in de Unie minder dan 3 % bedraagt, tezamen meer dan 9 % van de totale invoer in de Unie van het betrokken product vertegenwoordigen, is de vrijwaringsmaatregel van toepassing op alle ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO. De Commissie heeft de lijst van ontwikkelingslanden regelmatig geëvalueerd en bijgewerkt. |
|
(96) |
Dat deed zij voor het laatst in juni 2024, in het kader van het vorige nieuwe onderzoek waarin zij naging of de vrijwaringsmaatregel kon worden verlengd (46). Net als bij eerdere nieuwe onderzoeken heeft de Commissie de lijst van ontwikkelingslanden die onder de maatregel vallen en daarvan zijn uitgesloten, bijgewerkt op basis van een berekening van hun aandeel in de invoer aan de hand van de meest recente beschikbare geconsolideerde invoergegevens, d.w.z. invoerstatistieken over het jaar 2024. De Commissie achtte het niet nodig om de bij eerdere nieuwe onderzoeken gevolgde methode te wijzigen. |
|
(97) |
Deze bijwerking brengt de volgende, per 1 april 2025 geldende wijzigingen met zich mee (bijgewerkte tabel in bijlage I bij deze verordening):
|
6.3. Gerichte aanpassingen
6.3.1.
|
(98) |
Als gevolg van de overdracht van ongebruikte contingenten van kwartaal naar kwartaal binnen een vrijwaringsjaar (47), wordt het laatste kwartaal van het vrijwaringsjaar (april-juni) gewoonlijk gekenmerkt door de hoogste ongebruikte volumes. Om het gebruik van contingenten aan het eind van het vrijwaringsjaar te optimaliseren, heeft de Commissie gemeend dat het in het belang van de Unie is om in de definitieve verordening een mechanisme in te voeren dat inhoudt dat grotere exporteurs die hun landspecifieke contingent hebben uitgeput, in het laatste kwartaal ook toegang krijgen tot het residuele contingent. Dit mechanisme moet voorkomen dat het residuele tariefcontingent deels ongebruikt blijft. |
|
(99) |
In het kader van de eerste evaluatie van de werking in 2019 merkte de Commissie op dat dit systeem kan leiden tot onnodige verdringing van kleinere landen van uitvoer in de residuele contingenten. Deze trend deed zich na 2019 ook voor in andere categorieën. Daarom heeft de Commissie bij de tweede evaluatie van de werking een systeem ontwikkeld waarin de toegang van houders van een landspecifiek contingent tot het residuele contingent in het laatste kwartaal van een vrijwaringsjaar zou worden gebaseerd op het werkelijke gebruik van het residuele contingent in de voorgaande kwartalen door de landen waarvoor het residuele tariefcontingent geldt. Deze aanpassing was bedoeld ter bescherming van de handelsstromen in het laatste kwartaal van de kleinere landen van uitvoer die de logische begunstigden van residuele contingenten zijn (48). |
|
(100) |
Om de verdringing van traditionele landen van oorsprong in de residuele contingenten tot een minimum te beperken en tegelijkertijd extra toegang te blijven verlenen in die categorieën waar dat nodig was om een maximaal gebruik van de contingenten te waarborgen, heeft de Commissie een systeem opgezet waarin elke productcategorie onder een van de volgende drie verschillende groepen valt, die behoren bij drie verschillende toegangsscenario’s. Dit systeem beantwoordde aan een van de belangrijkste beginselen en doelstellingen van de vrijwaringsmaatregel, namelijk het behoud van de traditionele handelsstromen wat de landen van oorsprong betreft. |
|
(101) |
De drie momenteel geldende regelingen zijn:
|
|
(102) |
Met dit systeem werden houders van landspecifieke contingenten in staat gesteld hun traditionele handelsstromen in de meeste productcategorieën te overschrijden door in het laatste kwartaal van een periode waarin de gevestigde landen van uitvoer de contingenten niet konden opgebruiken, toegang te krijgen tot het residuele contingent. De Commissie herinnert eraan dat dit mechanisme oorspronkelijk in het belang van de Unie werd ingevoerd om te voorkomen dat de residuele contingenten deels ongebruikt zouden blijven, wat anders de toeleveringsbronnen en het aanbod voor verwerkende ondernemingen in de EU zou kunnen beperken. |
|
(103) |
Gezien de huidige context van algemene vertraging op de staalmarkt van de Unie acht de Commissie het echter niet langer passend houders van landspecifieke contingenten in het vierde kwartaal toegang te verlenen in de categorieën waar de invoer onder druk staat en het verbruik afneemt (groepen 1, 2 en 3). In deze gevallen heeft de invoer negatieve gevolgen gehad voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie, zoals beschreven in punt 3.3. |
|
(104) |
Voorts stelde de Commissie op basis van de antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst vast dat de bedrijfstak van de Unie in al deze categorieën over voldoende capaciteit beschikte om in de potentiële vraag van de gebruikers te voorzien. |
|
(105) |
Op basis hiervan moeten de toegangsregelingen per productcategorie als volgt worden aangepast (zie bijlage II bij deze verordening voor specifieke volumes):
Op de volgende categorieën zal dit systeem niet van toepassing zijn: Speciale regeling: 4B
|
|
(106) |
Met deze aanpassingen worden de belangrijkste beginselen en doelstellingen van de vrijwaringsmaatregel, namelijk het behoud van de traditionele handelsstromen wat landen van oorsprong betreft, niet ondermijnd. |
|
(107) |
De wijzigingen die voortvloeien uit deze bijwerking zijn van toepassing vanaf 1 april 2025. |
6.3.2.
|
(108) |
Na de niet-uitgelokte aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne verbood de Europese Unie de invoer van bepaalde staalproducten uit Belarus en Rusland (49). Als gevolg van deze maatregelen konden producten uit Belarus en Rusland waarop de vrijwaringsmaatregel van toepassing is niet langer in de Unie worden ingevoerd. Daarom achtte de Commissie het in het belang van de Unie om de werking van de vrijwaringsmaatregel aan te passen door de invoervolumes van oorsprong uit Rusland en Belarus (de sanctievolumes) in elke productcategorie waarvoor deze landen landspecifieke contingenten hadden, te herverdelen over andere landen van uitvoer waarop de vrijwaringsmaatregel van toepassing is op basis van hun aandeel in de totale invoer in 2021. |
|
(109) |
De Commissie herinnert eraan dat dit besluit in het belang van de Unie werd genomen, in overeenstemming met de marktvooruitzichten op dat ogenblik, om ervoor te zorgen dat deze invoerverboden er niet toe leiden dat er op de markt van de Unie in de betrokken categorieën onvoldoende aanbod is, en dat staalgebruikers in de Unie de betrokken hoeveelheden rechtenvrij uit andere bronnen kunnen blijven betrekken. Dit besluit heeft de toegang van alle handelspartners tot rechtenvrije volumes vergroot, boven op hun traditionele handelsstromen. |
|
(110) |
Gezien de huidige context van algemene vertraging op de staalmarkt van de Unie en de vooruitzichten voor de toekomst, zoals uiteengezet in punt 3 hierboven, acht de Commissie het echter niet langer in het belang van de Unie om deze volumes beschikbaar te hebben in de categorieën waarin de bedrijfstak van de Unie de sterkste invoerdruk ondervindt en waarin het verbruik aanzienlijk is gedaald. |
|
(111) |
Om de doeltreffendheid van de maatregel te behouden, acht de Commissie het daarom passend om de eerdere herverdeling in de categorieën die onder de groepen 1 en 2 vallen, geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken. |
|
(112) |
Daarom acht de Commissie het passend om deze herverdeling in categorie 24 ongedaan te maken. Deze categorie wordt gekenmerkt door een dalende trend in het verbruik in 2024 (-7 %), terwijl het marktaandeel van de invoer toeneemt (+4 %). Door de herverdeling ongedaan te maken, worden de tariefcontingenten in overeenstemming gebracht met de huidige en verwachte vraag, zonder dat hierdoor een tekort aan aanbod dreigt, aangezien er voor de verwerkende ondernemingen nog steeds voldoende rechtenvrije volumes beschikbaar zijn. |
|
(113) |
Ook voor de categorieën 1A, 7, 16 en 21 acht de Commissie het passend om de herverdeling van 65 % van de volumes ongedaan te maken. In deze categorieën daalde het verbruik in 2024, terwijl het marktaandeel van de invoer toenam. Het ongedaan maken van de herverdeling van de volledige volumes waarop sancties van toepassing zijn, zou echter het risico met zich meebrengen van een ontoereikend aanbod voor de verwerkende ondernemingen. Daarom achtte de Commissie het passend om 35 % van de volumes waarop in deze categorieën sancties van toepassing zijn, te behouden, herverdeeld over alle landen van oorsprong. |
|
(114) |
De specifieke volumes zijn opgenomen in bijlage II bij deze verordening. De wijzigingen die voortvloeien uit deze bijwerking zijn van toepassing vanaf 1 april 2025. |
6.3.3.
|
(115) |
Bij het ontwerpen van de definitieve vrijwaringsmaatregel en bij de daaropvolgende nieuwe onderzoeken heeft de Commissie getracht de traditionele handelsstromen wat betreft volume en landen van oorsprong in stand te houden. De doelstelling om de traditionele volumes in stand te houden werd bereikt door de tariefcontingenten te berekenen op basis van handelsstromen uit het verleden, terwijl de doelstelling om de traditionele landen van oorsprong te behouden, werd verwezenlijkt door landspecifieke contingenten vast te stellen. |
|
(116) |
Dit systeem heeft er echter toe geleid dat kleinere traditionele landen van uitvoer, die niet in aanmerking kwamen voor een landspecifiek contingent in bepaalde productcategorieën, mogelijk zijn blootgesteld aan een “verdringingseffect” binnen de residuele tariefcontingenten. Daarom achtte de Commissie het in het tweede nieuwe onderzoek met het oog op verlenging passend om in de categorieën 1 en 16 per land een plafond van 15 % in te voeren. |
|
(117) |
Aangezien belanghebbenden aanvoerden dat bepaalde exporteurs hun uitvoer in specifieke categorieën binnen het residuele contingent aanzienlijk hadden verhoogd, waardoor andere exporteurs werden verdrongen, heeft de Commissie de situatie in elk van de 26 categorieën beoordeeld. De analyse bevestigde dat recente marktontwikkelingen ertoe hebben geleid dat de uitvoer door traditionele landen van uitvoer naar de Unie in het kader van de residuele contingenten in bepaalde categorieën is gedaald, terwijl de uitvoer uit andere landen binnen dezelfde residuele contingenten aanzienlijk is toegenomen. Deze verandering van de handelsstromen heeft het evenwicht tussen de landen van oorsprong in de residuele tariefcontingenten verstoord, met negatieve gevolgen voor de werking van de maatregel in bepaalde categorieën. |
|
(118) |
De Commissie heeft in andere categorieën een risico van verdringing vastgesteld. Zoals uiteengezet in punt 3 dragen verschillende factoren bij aan dit risico, in de eerste plaats de laatste ontwikkelingen op het gebied van door derde landen vastgestelde handelsmaatregelen voor de invoer van staal, in combinatie met het aanhoudende probleem van wereldwijde overcapaciteit, de stijgende staaluitvoer uit China en de toegenomen wereldwijd geïnstalleerde capaciteit. Deze ontwikkelingen zouden tot verdere spanningen op de staalmarkten leiden, waardoor het dreigende risico van verdringing van traditionele handelsstromen door een verdere verlegging van de handelsstromen naar de Unie zou toenemen. |
|
(119) |
Gezien het bovenstaande acht de Commissie de instelling van een maximumhoeveelheid die een land in het kader van het residuele tariefcontingent mag uitvoeren in categorieën waar verdringing optreedt of waar een risico van verdringing is vastgesteld, passend. |
|
(120) |
De Commissie wilde de hoogte van de plafonds zodanig aanpassen dat er een evenwicht is tussen het voorkomen van (het risico van) verdringing en het behouden van voldoende toeleveringsbronnen voor verwerkende ondernemingen in de EU. |
|
(121) |
Met het oog op de bovenstaande beoordeling en na zorgvuldige afweging van alle belangen die op het spel staan, moeten de volgende plafonds voor de landen en categorieën worden toegepast:
|
|
(122) |
Deze niveaus zijn vastgesteld met het doel om gevestigde landen van uitvoer in het kader van het residuele contingent in staat te stellen hun historische (en geliberaliseerde) handelsstromen in stand te houden en tegelijkertijd de stabiliteit van de traditionele handelsstromen te handhaven voor landen die dreigden te worden verdrongen. |
|
(123) |
De Commissie is van mening dat deze aanpassingen in het algemene belang van de Unie zijn, aangezien de aangepaste plafonds de werking en doeltreffendheid van de vrijwaringsmaatregel verbeteren door het risico van onnodige verdringing zoveel mogelijk te beperken. Tegelijkertijd zorgen ze voor een voldoende gedifferentieerde voorziening voor gebruikers in de EU, zodat zij toegang blijven houden tot concurrerende en gevarieerde inkoopmogelijkheden. |
|
(124) |
De wijzigingen die voortvloeien uit deze bijwerking zijn van toepassing vanaf 1 april 2025. |
6.3.4.
|
(125) |
De Commissie achtte het in het belang van de Unie om gebruikers in de Unie in staat te stellen de rechtenvrije volumes in het kader van de tariefcontingenten ten volle te benutten en stond daarom in de definitieve verordening toe dat ongebruikte op kwartaalbasis toegewezen tariefcontingenten automatisch naar de volgende periode worden overgedragen. |
|
(126) |
In het onderhavige onderzoek heeft de Commissie echter vastgesteld dat een dergelijke overdracht van volumes in bepaalde kwartalen en bepaalde categorieën heeft bijgedragen tot een toenemende invoerdruk. |
|
(127) |
Gezien de huidige context van algemene vertraging op de staalmarkt van de Unie en de vooruitzichten voor de toekomst, achtte de Commissie het niet langer in het belang van de Unie om deze overdracht van ongebruikte contingenten toe te staan, met name niet in de categorieën waarin de bedrijfstak van de Unie de sterkste invoerdruk ondervindt en waarin het verbruik in 2024 is gedaald. |
|
(128) |
Daarom oordeelt de Commissie dat de mogelijkheid om ongebruikte contingenten van het ene naar het andere kwartaal over te dragen, moet worden ingetrokken in de categorieën waar een aanzienlijke invoerdruk wordt vastgesteld (groepen 1 en 2), namelijk in de categorieën 1A, 2, 4A, 5, 6, 7, 14, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 24 en 25B. |
|
(129) |
De Commissie oordeelt dat het overdrachtsmechanisme passend blijft in de categorieën waarin een lage invoerdruk wordt vastgesteld (groepen 3 en 4), namelijk in de categorieën 3A, 3B, 4B, 8, 9, 10, 12, 13, 15, 19, 25A, 26, 27, 28. |
|
(130) |
De wijzigingen die voortvloeien uit deze bijwerking zijn van toepassing vanaf 1 juli 2025. |
6.3.5.
Wijziging van het referentietijdvak
|
(131) |
De tariefcontingenten werden, zowel de landspecifieke als de residuele, toegewezen op basis van de uitvoerprestaties in het referentietijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (50). Wijziging van dit referentietijdvak, zoals door de bedrijfstak van de Unie is geopperd, is niet mogelijk aangezien een herberekening van alle tariefcontingenten op basis van recentere stromen waarop de maatregel betrekking heeft, zou indruisen tegen de doelstelling van instandhouding van de traditionele handelsstromen. |
Verhoging van het recht buiten het contingent
|
(132) |
De Commissie merkt op dat een verhoging van het recht buiten het contingent in strijd is met de verplichting tot geleidelijke liberalisering van de maatregel op grond van artikel 19, lid 4, van de vrijwaringsbasisverordening en artikel 7, lid 4, van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. |
Toewijzing van rechten op grond van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”
|
(133) |
Met betrekking tot het verzoek inzake de evenredige verdeling van het recht op de dag van uitputting van het contingent, is in artikel 51, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (51) bepaald dat de rechten evenredig worden toegewezen. |
|
(134) |
De bedrijfstak van de Unie stelde dat de invoering van een dergelijk systeem niettemin mogelijk is. Niettegenstaande het bovenstaande oordeelt de Commissie dat de invoering van een regeling op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt” voor de toewijzing van rechten onpraktisch is. Een dergelijk systeem zou afhankelijk zijn van het vaststellen van het exacte tijdstip van invoerregistraties, wat weer beïnvloed zou worden door externe factoren zoals de efficiëntie en snelheid van de 27 nationale douaneautoriteiten bij het registreren van invoer. De Commissie oordeelt dan ook dat een dergelijke aanpak niet in het belang van de Unie zou zijn, aangezien dit tot grote rechtsonzekerheid voor importeurs in de Unie zou kunnen leiden. |
|
(135) |
Niettemin is de Commissie van mening dat het onderliggende probleem, namelijk een zeer snelle uitputting van bepaalde tariefcontingenten, dikwijls binnen één dag, zal worden aangepakt door middel van andere aanpassingen, met name de instelling van plafonds voor de maximumhoeveelheid die één land in het kader van het residuele tariefcontingent mag uitvoeren in categorieën waar een dergelijke snelle uitputting zich voordoet. |
Wereldwijd beheer van contingenten in bepaalde categorieën
|
(136) |
Sommige belanghebbenden voerden aan dat de contingenten in bepaalde categorieën moeten worden geglobaliseerd om een volledige benutting van het toegewezen volume mogelijk te maken en tegelijkertijd te zorgen voor een eerlijke verdeling over alle uitvoerende partners. |
|
(137) |
De Commissie merkt op dat in de definitieve verordening (52) werd besloten dat een landspecifiek tariefcontingentensysteem het meest geschikte systeem is om de traditionele handelsstromen te waarborgen en dat dit systeem daarom als standaard geldt. De Commissie heeft een wereldwijd beheer alleen in uitzonderlijke omstandigheden en naar aanleiding van naar behoren gerechtvaardigde verzoeken ingevoerd (53). |
|
(138) |
De Commissie is van oordeel dat de belanghebbenden niet voldoende hebben gemotiveerd waarom het standaardsysteem ongeschikt is voor de genoemde categorieën en evenmin hebben aangetoond hoe een dergelijke aanpassing het algemene belang van de Unie zou dienen. |
Herstel van landspecifieke contingenten voor landen van oorsprong die producten uitvoeren waarop antidumpingrechten van toepassing zijn
|
(139) |
De bedrijfstak van de Unie stelde dat staalproducten uit China ondanks de antidumpingmaatregelen nog steeds tegen extreem lage prijzen op de markt van de Unie terechtkomen. De Commissie merkt op dat het herstellen van landspecifieke contingenten voor China in categorieën waar deze volumes eerder werden herverdeeld als gevolg van de antidumpingmaatregelen, niet zal tegemoetkomen aan de zorgen van de bedrijfstak van de Unie, aangezien invoer uit China de markt zal blijven binnenkomen, maar dan in het kader van een landspecifiek contingent. |
6.3.6.
Door plafonds getroffen traditionele handelsstromen in categorie 1
|
(140) |
Eén belanghebbende (een producent-exporteur uit Egypte) stelde dat het plafond van 15 % in categorie 1, dat in het kader van het tweede nieuwe onderzoek met het oog op de verlenging werd ingevoerd, zijn traditionele handelsstromen heeft beperkt. De Commissie merkt op dat de belanghebbende deze stelling niet met gegevens onderbouwt. Desalniettemin is de Commissie na haar eigen analyse van oordeel dat deze bewering onjuist is. De historische uitvoervolumes van Egypte naar de EU overschrijden noch het plafond van 15 %, noch het plafond van 13 %. |
Uitsluiting van de maatregel op grond van bilaterale overeenkomsten
|
(141) |
Met betrekking tot het verzoek van bepaalde landen van uitvoer met een bilaterale overeenkomst met de Unie om van het toepassingsgebied van de maatregel te worden uitgesloten, herinnert de Commissie eraan dat de betrokken bilaterale overeenkomsten niet vereisen dat de invoer uit die landen van de vrijwaringsmaatregel wordt uitgesloten. De Commissie heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden van deze bilaterale overeenkomsten wordt voldaan om de invoer te kunnen onderwerpen aan vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. |
|
(142) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het respectievelijk bij artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2015/478 en artikel 22, lid 3, van Verordening (EU) 2015/755 ingestelde Comité vrijwaringsmaatregelen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2019/159 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1, lid 4, wordt als volgt gewijzigd: „4. Het opnemen van elk op kwartaalbasis ingesteld continent wordt beëindigd op de twintigste werkdag van de Commissie die volgt op het einde van het kwartaal. Aan het einde van elk kwartaal worden de ongebruikte delen van het tariefcontingent voor elk van de betrokken productcategorieën, met uitzondering van de productcategorieën 1A, 2, 4A, 5, 6, 7, 14, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 24 en 25B, automatisch overgedragen naar het volgende kwartaal. Aan het einde van het laatste kwartaal van elk jaar van toepassing van het definitieve tariefcontingent worden geen ongebruikte delen overgedragen.” |
|
2) |
Artikel 1, lid 5, wordt als volgt gewijzigd: „5. Indien het relevante tariefcontingent op grond van lid 2 voor een specifiek land is uitgeput, kan de invoer uit dat land voor sommige productcategorieën verdergaan op basis van het resterende deel van het tariefcontingent voor dezelfde productcategorie. Deze bepaling geldt enkel gedurende het laatste kwartaal van elk jaar van toepassing van het definitieve tariefcontingent. Voor de productcategorieën 1A, 2, 3B, 4A, 5, 6, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 25B en 26 wordt geen verdere toegang verleend tot het resterende deel van het tariefcontingent. Voor de productcategorieën 1B, 3A, 9, 10, 12, 27 en 28 wordt alleen toegang verleend tot een specifieke hoeveelheid van het aanvankelijk in het laatste kwartaal beschikbare tariefcontingent. Voor de productcategorie 4B is het geen enkel land van uitvoer toegestaan om, alleen, gebruik te maken van meer dan 30 % van het residuele tariefcontingent dat aanvankelijk beschikbaar is in het laatste kwartaal van elk jaar waarin maatregelen worden toegepast.” |
|
3) |
Artikel 1, lid 7, wordt als volgt gewijzigd: 7. Voor landen die invoeren via het contingent “Ander landen” geldt voor de categorieën 1A en 2 een invoerplafond van 13 %; voor de categorieën 16 en 17 een invoerplafond van 15 %; voor de categorieën 4B, 6, 7 en 13 een invoerplafond van 20 %; voor de categorieën 4A, 5 en 14 een invoerplafond van 25 %; voor de categorieën 3B, 20 21, 25B en 26 een invoerplafond van 30 % per land van het rechtenvrije contingent dat aan het begin van het kwartaal beschikbaar is zoals vastgesteld in bijlage IV.1 bij deze verordening. Het invoerplafond geldt voor landen zonder landspecifiek contingent en is van toepassing in alle kwartalen. |
|
4) |
Bijlage III.2 wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening; |
|
5) |
Bijlage IV wordt vervangen door bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 maart 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/478/oj).
(2) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten ( PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27, ELI:http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1029 van de Commissie van 24 juni 2021 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie teneinde de vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten te verlengen (PB L 225, 25.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/1029/oj).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1782 van de Commissie van 24 juni 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159, met inbegrip van de verlenging van de vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L, 2024/1782, 25.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1782/oj)
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1590 van de Commissie van 26 september 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1590/oj)
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/894 van de Commissie van 29 juni 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 206 van 30.6.2020, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/894/oj).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/978 van de Commissie van 23 juni 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 167 van 24.6.2022, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/978/oj).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1301 van de Commissie van 26 juni 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 161 van 27.6.2023, blz. 44, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1301/oj).
(10) Zie de website van DG Handel voor een volledige lijst van de verschillende aanpassingen van de maatregel, waaronder de aanpassing van tariefcontingenten na de Brexit en de sancties tegen Belarus en Rusland: https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/search.
(11) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/478/oj).
(12) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj).
(13) Bericht van opening van een onderzoek ter evaluatie van de werking van de vrijwaringsmaatregel die van toepassing is op de invoer van bepaalde staalproducten (PB C, C/2024/7515, 17.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7515/oj).
(14) De openbare versies van de antwoorden op de vragenlijst zijn beschikbaar voor inzage door belanghebbenden in het niet-vertrouwelijke dossier van het onderzoek: https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI (alleen toegankelijk voor geregistreerde belanghebbenden).
(15) De modellen voor de vragenlijst zijn beschikbaar op https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-history?caseId=2645.
(16) De Commissie was tussen 22 december 2024 en 2 januari 2025 gesloten wegens vakantie voor ambtenaren.
(17) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/478/oj).
(18) OESO: Latest developments in steelmaking capacity and outlook until 2027, DSTI/SC (2024) 15, oktober 2024.
(19) WorldSteel Association: Short Range Outlook (oktober 2024).
(20) OESO: Latest developments in steelmaking capacity and outlook until 2027, DSTI/SC (2024) 15, oktober 2024.
(21) https://www.oecd.org/en/events/2024/10/ministerial-meeting-of-the-global-forum-on-steel-excess-capacity.html.
(22) De ministeriële verklaring is te vinden op: https://www.oecd.org/en/events/2024/10/ministerial-meeting-of-the-global-forum-on-steel-excess-capacity.html.
(23) OESO: Steel Trade and Policy Developments (jan.-sept. ’24), DSTI/SC(2024) 16, tabel 1; Steel Orbis: https://www.steelorbis.com/steel-news/latest-news/chinas-steel-exports-up-in-december-from-november-up-227-in-2024-1374163.htm#:~:text=In%202024%2C%20China's%20finished,112%20million%20mt%20in%202015.
(24) WorldSteel Association: Short Range Outlook (oktober 2024).
(25) Zie OESO: Steel trade and trade policy developments (jan. - sept 2024), DSTI/SC(2024) 16, paragraaf 3; 28 oktober 2024. Uit tabel 3 blijkt met name dat sommige van de landen met de sterkste toename van Chinese invoer op hun binnenlandse markt, tot de landen behoren die op hun beurt hun uitvoer naar de Unie hebben verhoogd.
(26) Zie voor een bredere analyse van de correlatie tussen overcapaciteit en exportontwikkelingen GFSEC: “Steel exports, trade remedy actions and sources of excess capacity” (mei 2024).
(27) https://www.argusmedia.com/en/news-and-insights/latest-market-news/2643385-turkey-ups-some-steel-product-import-duties-correction.
(28) https://www.mincit.gov.co/normatividad/decretos/2024/decreto-1294-del-18-de-octubre-de-2024.
(29) https://www.cbsa-asfc.gc.ca/publications/cn-ad/cn24-36-eng.html.
(30) https://www.itac.org.za/upload/document_files/20240705012443_Report-730.pdf.
(31) https://www.wto.org/english/news_e/news25_e/safe_ind_07jan25_e.htm.
(32) https://www.whitehouse.gov/presidential-actions/2025/02/adjusting-imports-of-steel-into-the-united-states/.
(33) Het effect van de Section 232-maatregel van de VS op de handelsstromen naar de markt van de Unie is uitvoerig beoordeeld in de oorspronkelijke verordening tot instelling van een vrijwaringsmaatregel en in verschillende nieuwe onderzoeken.
(34) De modellen voor de vragenlijst zijn beschikbaar op https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-history?caseId=2645.
(35) Aangezien de antwoorden op de vragenlijst niet alle staalproducenten in de Unie omvatten, is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie berekend op basis van de verbruiksgegevens, invoergegevens en gegevens uit de antwoorden op de vragenlijst.
(36) Zie overweging 47 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten ( PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).
(37) Zie voor een volledige beschrijving van de productfamilies overweging 21 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten ( PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).
(38) Zie voor een breder beeld van de ontwikkeling van de invoer in voorgaande jaren tabel 2 van de definitieve verordening en tabel 9 van de verordening inzake het eerste nieuwe onderzoek met het oog op verlenging.
(39) WorldSteel Association: Short Range Outlook (oktober 2024).
(40) https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/taric/quota_tariff_details.jsp?Lang=en&StartDate=2024-07-01&Code=098452.
(41) https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/taric/quota_tariff_details.jsp?Lang=en&StartDate=2024-10-01&Code=098452.
(42) https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/taric/quota_tariff_details.jsp?Lang=en&StartDate=2025-01-01&Code=098452.
(43) Artikel 7, lid 4, van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
(44) Artikel 19, lid 4, van de vrijwaringsbasisverordening.
(45) Het liberaliseringspercentage is naar aanleiding van de eerste evaluatie van de werking in september 2019 verlaagd van 5 % tot 3 % en is naar aanleiding van de derde evaluatie van de werking in juni 2022 verhoogd van 3 % tot 4 %.
(46) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1782 van de Commissie van 24 juni 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159, met inbegrip van de verlenging van de vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L, 2024/1782, 25.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1782/oj).
(47) Een EU-vrijwaringsjaar gaat van start op 1 juli van een bepaald jaar en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar.
(48) Zie punt 3.2.3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/894 van de Commissie van 29 juni 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten.
(49) Verordening (EU) 2022/355 van de Raad van 2 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus (PB L 67 van 2.3.2022, blz. 1), en Verordening (EU) 2022/428 van de Raad van 15 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 87 I van 15.3.2022, blz. 13).
(50) Zie overweging 33 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/894 van de Commissie van 29 juni 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten PB L 206 van 30.6.2020, blz. 27: “Tot slot merkt de Commissie ook op dat het referentietijdvak dat voor het berekenen van de tariefcontingenten wordt gebruikt, al bij de definitieve verordening werd vastgesteld en bijgevolg vanaf het begin een van de pijlers bij het opstellen van de maatregelen vormt, en dat de reikwijdte van het nieuwe onderzoek zich niet uitstrekt tot substantiële wijzigingen van de basisstructuur van de maatregelen”.
(51) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).
(52) Zie overweging 146 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten ( PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).
(53) Bijvoorbeeld categorie 8. Zie overweging 53 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/894 van de Commissie van 29 juni 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 206 van 30.6.2020, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/894/oj).
BIJLAGE I
“BIJLAGE III.2
Lijst van productcategorieën uit ontwikkelingslanden ten aanzien waarvan de definitieve maatregelen gelden
|
Lijst van productcategorieën uit ontwikkelingslanden ten aanzien waarvan de definitieve maatregelen gelden |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Land/Productgroep |
1A |
1B |
2 |
3A |
3B |
4A |
4B |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
24 |
25A |
25B |
26 |
27 |
28 |
|
Albanië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
X |
|
Brazilië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
China |
|
X |
|
X |
X |
|
X |
|
X |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
X |
X |
X |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Egypte |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
India |
X |
X |
X |
X |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
X |
X |
X |
|
X |
X |
|
|
Indonesië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Kazachstan |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Maleisië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Moldavië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Noord-Macedonië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
X |
X |
|
X |
|
|
|
|
|
|
Oman |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Saudi-Arabië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
|
Zuid-Afrika |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Thailand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Tunesië |
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Turkije |
X |
|
X |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
|
X |
|
X |
X |
|
|
X |
X |
|
X |
X |
X |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Oekraïne |
X |
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
X |
|
|
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
X |
X |
|
Verenigde Arabische Emiraten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
X |
|
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
Vietnam |
X |
|
X |
|
X |
X |
X |
X |
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
Alle andere ontwikkelingslanden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
BIJLAGE II
“BIJLAGE IV
IV.1 — Omvang tariefcontingenten
|
Productnummer |
Productcategorie |
GN-codes |
Toewijzing per land (indien van toepassing) |
Jaar 7 |
Jaar 8 |
Aanvullend recht |
Volgnummers |
|||
|
Van 1.4.2025 t/m 30.6.2025 |
Van 1.7.2025 t/m 30.9.2025 |
Van 1.10.2025 t/m 31.12.2025 |
Van 1.1.2026 t/m 31.3.2026 |
Van 1.4.2026 t/m 30.6.2026 |
||||||
|
|
Omvang tariefcontingent (ton netto) |
|||||||||
|
1.A |
Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst |
7208 10 00 , 7208 25 00 , 7208 26 00 , 7208 27 00 , 7208 36 00 , 7208 37 00 , 7208 38 00 , 7208 39 00 , 7208 40 00 , 7208 52 10 , 7208 52 99 , 7208 53 10 , 7208 53 90 , 7208 54 00 , 7211 13 00 , 7211 14 00 , 7211 19 00 , 7225 19 10 , 7225 30 10 , 7225 30 30 , 7225 30 90 , 7225 40 15 , 7225 40 90 , 7226 19 10 , 7226 91 20 , 7226 91 91 , 7226 91 99 |
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8966 |
|
Turkije |
397 957,38 |
402 732,86 |
402 732,86 |
393 977,80 |
398 355,33 |
25 % |
09.8967 |
|||
|
India |
225 080,70 |
227 781,67 |
227 781,67 |
222 829,89 |
225 305,78 |
25 % |
09.8968 |
|||
|
Korea (Republiek) |
161 143,97 |
163 077,70 |
163 077,70 |
159 532,53 |
161 305,12 |
25 % |
09.8969 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
139 271,98 |
140 943,25 |
140 943,25 |
137 879,26 |
139 411,25 |
25 % |
09.8976 |
|||
|
Servië |
142 378,99 |
144 087,54 |
144 087,54 |
140 955,20 |
142 521,37 |
25 % |
09.8970 |
|||
|
Andere landen |
856 769,76 |
867 051,00 |
867 051,00 |
848 202,07 |
857 626,53 |
25 % |
||||
|
1.B |
7212 60 00 |
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8854 |
|
|
Japan |
674,43 |
682,52 |
682,52 |
667,68 |
675,10 |
25 % |
09.8855 |
|||
|
Verenigde Staten |
553,70 |
560,35 |
560,35 |
548,17 |
554,26 |
25 % |
09.8874 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
253,92 |
256,97 |
256,97 |
251,38 |
254,18 |
25 % |
09.8875 |
|||
|
Andere landen |
253,87 |
256,91 |
256,91 |
251,33 |
254,12 |
25 % |
||||
|
2 |
Niet-gelegeerde en ander gelegeerde koudgewalste platen |
7209 15 00 , 7209 16 90 , 7209 17 90 , 7209 18 91 , 7209 25 00 , 7209 26 90 , 7209 27 90 , 7209 28 90 , 7209 90 20 , 7209 90 80 , 7211 23 20 , 7211 23 30 , 7211 23 80 , 7211 29 00 , 7211 90 20 , 7211 90 80 , 7225 50 20 , 7225 50 80 , 7226 20 00 , 7226 92 00 |
India |
163 094,09 |
165 051,22 |
165 051,22 |
161 463,15 |
163 257,18 |
25 % |
09.8801 |
|
Korea (Republiek) |
94 591,31 |
95 726,40 |
95 726,40 |
93 645,39 |
94 685,90 |
25 % |
09.8802 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
87 423,10 |
88 472,18 |
88 472,18 |
86 548,87 |
87 510,53 |
25 % |
09.8977 |
|||
|
Oekraïne |
72 623,12 |
73 494,60 |
73 494,60 |
71 896,89 |
72 695,75 |
25 % |
09.8803 |
|||
|
Servië |
41 176,66 |
41 670,78 |
41 670,78 |
40 764,89 |
41 217,84 |
25 % |
09.8805 |
|||
|
Andere landen |
334 369,98 |
338 382,42 |
338 382,42 |
331 026,28 |
334 704,35 |
25 % |
||||
|
3.A |
Elektroplaten (andere dan met gerichte korrels) |
7209 16 10 , 7209 17 10 , 7209 18 10 , 7209 26 10 , 7209 27 10 , 7209 28 10 |
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8808 |
|
Verenigd Koninkrijk |
553,35 |
559,99 |
559,99 |
547,82 |
553,91 |
25 % |
09.8978 |
|||
|
Iran (Islamitische Republiek) |
165,95 |
167,94 |
167,94 |
164,29 |
166,11 |
25 % |
09.8809 |
|||
|
Korea (Republiek) |
254,14 |
257,19 |
257,19 |
251,60 |
254,39 |
25 % |
09.8806 |
|||
|
Andere landen |
849,52 |
859,72 |
859,72 |
841,03 |
850,37 |
25 % |
||||
|
3.B |
7225 19 90 , 7226 19 80 |
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8811 |
|
|
Korea (Republiek) |
35 180,17 |
35 602,33 |
35 602,33 |
34 828,37 |
35 215,35 |
25 % |
09.8812 |
|||
|
China |
30 938,09 |
31 309,34 |
31 309,34 |
30 628,71 |
30 969,03 |
25 % |
09.8813 |
|||
|
Taiwan |
24 196,73 |
24 487,09 |
24 487,09 |
23 954,77 |
24 220,93 |
25 % |
09.8814 |
|||
|
Andere landen |
8 627,70 |
8 731,24 |
8 731,24 |
8 541,43 |
8 636,33 |
25 % |
||||
|
4.A |
Metallisch beklede bladen |
GN-code: 7212 50 20 Taric-codes: 7210410020 , 7210410030 , 7210490020 , 7210490030 , 7210610020 , 7210610030 , 7210690020 , 7210690030 , 7212300020 , 7212300030 , 7212506120 , 7212506130 , 7212506920 , 7212506930 , 7225920020 , 7225920030 , 7225990011 , 7225990022 , 7225990023 , 7225990041 , 7225990045 , 7225990091 , 7225990092 , 7225990093 , 7226993010 , 7226993030 , 7226997011 , 7226997013 , 7226997091 , 7226997093 , 7226997094 |
Korea (Republiek) |
37 523,24 |
37 973,52 |
37 973,52 |
37 148,01 |
37 560,77 |
25 % |
09.8816 |
|
India |
53 636,33 |
54 279,97 |
54 279,97 |
53 099,97 |
53 689,97 |
25 % |
09.8817 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
35 354,86 |
35 779,12 |
35 779,12 |
35 001,31 |
35 390,22 |
25 % |
09.8979 |
|||
|
Andere landen |
472 049,81 |
477 714,40 |
477 714,40 |
467 329,31 |
472 521,86 |
25 % |
||||
|
4.B |
GN-codes: 7210 20 00 , 7210 30 00 , 7210 90 80 , 7212 20 00 , 7212 50 30 , 7212 50 40 , 7212 50 90 , 7225 91 00 , 7226 99 10 Taric-codes: 7210410080 , 7210490080 , 7210610080 , 7210690080 , 7212300080 , 7212506180 , 7212506980 , 7225920080 , 7225990025 , 7225990095 , 7226993090 , 7226997019 , 7226997096 |
China |
128 220,12 |
129 758,76 |
129 758,76 |
126 937,91 |
128 348,34 |
25 % |
09.8821 |
|
|
Korea (Republiek) |
166 407,43 |
168 404,32 |
168 404,32 |
164 743,36 |
166 573,84 |
25 % |
09.8822 |
|||
|
India |
76 582,33 |
77 501,32 |
77 501,32 |
75 816,51 |
76 658,91 |
25 % |
09.8823 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
35 354,86 |
35 779,12 |
35 779,12 |
35 001,31 |
35 390,22 |
25 % |
09.8980 |
|||
|
Andere landen |
104 779,40 |
106 036,75 |
106 036,75 |
103 731,61 |
104 884,18 |
25 % |
||||
|
5 |
Organisch beklede platen |
7210 70 80 , 7212 40 80 |
India |
78 591,62 |
79 534,72 |
79 534,72 |
77 805,70 |
78 670,21 |
25 % |
09.8826 |
|
Korea (Republiek) |
71 028,39 |
71 880,73 |
71 880,73 |
70 318,10 |
71 099,42 |
25 % |
09.8827 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
34 872,35 |
35 290,82 |
35 290,82 |
34 523,63 |
34 907,23 |
25 % |
09.8981 |
|||
|
Taiwan |
22 764,27 |
23 037,44 |
23 037,44 |
22 536,63 |
22 787,04 |
25 % |
09.8828 |
|||
|
Turkije |
15 716,47 |
15 905,06 |
15 905,06 |
15 559,30 |
15 732,18 |
25 % |
09.8829 |
|||
|
Andere landen |
42 860,67 |
43 375,00 |
43 375,00 |
42 432,07 |
42 903,53 |
25 % |
||||
|
6 |
Blik |
7209 18 99 , 7210 11 00 , 7210 12 20 , 7210 12 80 , 7210 50 00 , 7210 70 10 , 7210 90 40 , 7212 10 10 , 7212 10 90 , 7212 40 20 |
China |
110 919,70 |
112 250,74 |
112 250,74 |
109 810,50 |
111 030,62 |
25 % |
09.8831 |
|
Verenigd Koninkrijk |
40 458,37 |
40 943,87 |
40 943,87 |
40 053,79 |
40 498,83 |
25 % |
09.8982 |
|||
|
Servië |
22 264,76 |
22 531,93 |
22 531,93 |
22 042,11 |
22 287,02 |
25 % |
09.8832 |
|||
|
Korea (Republiek) |
16 105,32 |
16 298,58 |
16 298,58 |
15 944,27 |
16 121,42 |
25 % |
09,8833 |
|||
|
Taiwan |
13 390,40 |
13 551,08 |
13 551,08 |
13 256,49 |
13 403,79 |
25 % |
09.8834 |
|||
|
Andere landen |
37 107,31 |
37 552,60 |
37 552,60 |
36 736,24 |
37 144,42 |
25 % |
||||
|
7 |
Kwartoplaten van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal |
7208 51 20 , 7208 51 91 , 7208 51 98 , 7208 52 91 , 7208 90 20 , 7208 90 80 , 7210 90 30 , 7225 40 12 , 7225 40 40 , 7225 40 60 , 7225 99 00 |
Oekraïne |
253 901,50 |
256 948,32 |
256 948,32 |
251 362,49 |
254 155,41 |
25 % |
09.8836 |
|
Andere landen |
550 190,08 |
556 792,36 |
556 792,36 |
544 688,18 |
550 740,27 |
25 % |
||||
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
5 240,78 |
5 303,67 |
5 303,67 |
5 188,38 |
5 246,02 |
25 % |
09.8498 |
|||
|
8 |
Roestvrije warmgewalste platen en banden |
7219 11 00 , 7219 12 10 , 7219 12 90 , 7219 13 10 , 7219 13 90 , 7219 14 10 , 7219 14 90 , 7219 22 10 , 7219 22 90 , 7219 23 00 , 7219 24 00 , 7220 11 00 , 7220 12 00 |
Andere landen |
109 697,12 |
111 013,49 |
111 013,49 |
108 600,15 |
109 806,82 |
25 % |
|
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
13,30 |
13,46 |
13,46 |
13,16 |
13,31 |
25 % |
09.8491 |
|||
|
9 |
Roestvrije koudgewalste platen en banden |
7219 31 00 , 7219 32 10 , 7219 32 90 , 7219 33 10 , 7219 33 90 , 7219 34 10 , 7219 34 90 , 7219 35 10 , 7219 35 90 , 7219 90 20 , 7219 90 80 , 7220 20 21 , 7220 20 29 , 7220 20 41 , 7220 20 49 , 7220 20 81 , 7220 20 89 , 7220 90 20 , 7220 90 80 |
Korea (Republiek) |
49 636,30 |
50 231,94 |
50 231,94 |
49 139,94 |
49 685,94 |
25 % |
09.8846 |
|
Taiwan |
46 029,41 |
46 581,76 |
46 581,76 |
45 569,11 |
46 075,44 |
25 % |
09.8847 |
|||
|
India |
30 764,51 |
31 133,69 |
31 133,69 |
30 456,87 |
30 795,28 |
25 % |
09.8848 |
|||
|
Zuid-Afrika |
26 770,10 |
27 091,34 |
27 091,34 |
26 502,40 |
26 796,87 |
25 % |
09.8853 |
|||
|
Verenigde Staten |
25 030,05 |
25 330,41 |
25 330,41 |
24 779,75 |
25 055,08 |
25 % |
09.8849 |
|||
|
Turkije |
20 828,13 |
21 078,07 |
21 078,07 |
20 619,85 |
20 848,96 |
25 % |
09.8850 |
|||
|
Maleisië |
12 943,01 |
13 098,32 |
13 098,32 |
12 813,58 |
12 955,95 |
25 % |
09.8887 |
|||
|
Andere landen |
53 183,34 |
53 821,54 |
53 821,54 |
52 651,51 |
53 236,52 |
25 % |
||||
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
31,15 |
31,53 |
31,53 |
30,84 |
31,18 |
25 % |
09.8492 |
|||
|
10 |
Roestvrije warmgewalste kwartoplaten |
7219 21 10 , 7219 21 90 |
China |
4 915,73 |
4 974,72 |
4 974,72 |
4 866,58 |
4 920,65 |
25 % |
09.8856 |
|
India |
2 085,29 |
2 110,32 |
2 110,32 |
2 064,44 |
2 087,38 |
25 % |
09.8857 |
|||
|
Zuid-Afrika |
1 427,89 |
1 445,03 |
1 445,03 |
1 413,62 |
1 429,32 |
25 % |
09.8859 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
860,24 |
870,56 |
870,56 |
851,63 |
861,10 |
25 % |
09.8984 |
|||
|
Taiwan |
794,21 |
803,74 |
803,74 |
786,26 |
795,00 |
25 % |
09.8858 |
|||
|
Andere landen |
1 042,04 |
1 054,55 |
1 054,55 |
1 031,62 |
1 043,09 |
25 % |
||||
|
12 |
Niet-gelegeerd en ander gelegeerd staafstaal, waaronder lichte profielen |
7214 30 00 , 7214 91 10 , 7214 91 90 , 7214 99 31 , 7214 99 39 , 7214 99 50 , 7214 99 71 , 7214 99 79 , 7214 99 95 , 7215 90 00 , 7216 10 00 , 7216 21 00 , 7216 22 00 , 7216 40 10 , 7216 40 90 , 7216 50 10 , 7216 50 91 , 7216 50 99 , 7216 99 00 , 7228 10 20 , 7228 20 10 , 7228 20 91 , 7228 30 20 , 7228 30 41 , 7228 30 49 , 7228 30 61 , 7228 30 69 , 7228 30 70 , 7228 30 89 , 7228 60 20 , 7228 60 80 , 7228 70 10 , 7228 70 90 , 7228 80 00 |
China |
140 266,19 |
141 949,39 |
141 949,39 |
138 863,53 |
140 406,46 |
25 % |
09.8861 |
|
Verenigd Koninkrijk |
117 182,50 |
118 588,69 |
118 588,69 |
116 010,68 |
117 299,69 |
25 % |
09.8985 |
|||
|
Turkije |
105 975,73 |
107 247,44 |
107 247,44 |
104 915,97 |
106 081,70 |
25 % |
09.8862 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8863 |
|||
|
Zwitserland |
68 110,56 |
68 927,89 |
68 927,89 |
67 429,45 |
68 178,67 |
25 % |
09.8864 |
|||
|
Belarus |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8865 |
|||
|
Andere landen |
60 691,28 |
61 419,58 |
61 419,58 |
60 084,37 |
60 751,97 |
25 % |
||||
|
13 |
Betonstaal |
7214 20 00 , 7214 99 10 |
Turkije |
94 398,76 |
95 531,55 |
95 531,55 |
93 454,78 |
94 493,16 |
25 % |
09.8866 |
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09,8867 |
|||
|
Oekraïne |
43 947,40 |
44 474,77 |
44 474,77 |
43 507,93 |
43 991,35 |
25 % |
09.8868 |
|||
|
Bosnië en Herzegovina |
33 960,06 |
34 367,58 |
34 367,58 |
33 620,45 |
33 994,02 |
25 % |
09.8869 |
|||
|
Moldavië (Republiek) |
28 382,93 |
28 723,53 |
28 723,53 |
28 099,10 |
28 411,32 |
25 % |
09.8870 |
|||
|
Andere landen |
137 840,68 |
139 494,77 |
139 494,77 |
136 462,27 |
137 978,52 |
25 % |
||||
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
2 154,40 |
2 180,25 |
2 180,25 |
2 132,85 |
2 156,55 |
25 % |
09.8493 |
|||
|
14 |
Staven en lichte profielen van roestvrij staal |
7222 11 11 , 7222 11 19 , 7222 11 81 , 7222 11 89 , 7222 19 10 , 7222 19 90 , 7222 20 11 , 7222 20 19 , 7222 20 21 , 7222 20 29 , 7222 20 31 , 7222 20 39 , 7222 20 81 , 7222 20 89 , 7222 30 51 , 7222 30 91 , 7222 30 97 , 7222 40 10 , 7222 40 50 , 7222 40 90 |
India |
31 733,56 |
32 114,36 |
32 114,36 |
31 416,22 |
31 765,29 |
25 % |
09.8871 |
|
Verenigd Koninkrijk |
4 637,47 |
4 693,12 |
4 693,12 |
4 591,10 |
4 642,11 |
25 % |
09.8986 |
|||
|
Zwitserland |
4 564,73 |
4 619,51 |
4 619,51 |
4 519,09 |
4 569,30 |
25 % |
09.8872 |
|||
|
Oekraïne |
3 525,59 |
3 567,89 |
3 567,89 |
3 490,33 |
3 529,11 |
25 % |
09.8873 |
|||
|
Andere landen |
5 149,72 |
5 211,52 |
5 211,52 |
5 098,23 |
5 154,87 |
25 % |
||||
|
15 |
Walsdraad van roestvrij staal |
7221 00 10 , 7221 00 90 |
India |
7 380,66 |
7 469,23 |
7 469,23 |
7 306,86 |
7 388,04 |
25 % |
09.8876 |
|
Taiwan |
4 758,76 |
4 815,86 |
4 815,86 |
4 711,17 |
4 763,52 |
25 % |
09.8877 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
3 823,13 |
3 869,01 |
3 869,01 |
3 784,90 |
3 826,95 |
25 % |
09.8987 |
|||
|
Korea (Republiek) |
2 375,88 |
2 404,39 |
2 404,39 |
2 352,12 |
2 378,26 |
25 % |
09.8878 |
|||
|
China |
1 595,66 |
1 597,26 |
1 597,26 |
1 562,53 |
1 579,89 |
25 % |
09.8889 |
|||
|
Japan |
1 596,90 |
1 616,06 |
1 616,06 |
1 580,93 |
1 598,50 |
25 % |
09.8880 |
|||
|
Andere landen |
817,48 |
844,85 |
844,85 |
826,48 |
835,66 |
25 % |
||||
|
16 |
Niet-gelegeerde en ander gelegeerde walsdraad |
7213 10 00 , 7213 20 00 , 7213 91 10 , 7213 91 20 , 7213 91 41 , 7213 91 49 , 7213 91 70 , 7213 91 90 , 7213 99 10 , 7213 99 90 , 7227 10 00 , 7227 20 00 , 7227 90 10 , 7227 90 50 , 7227 90 95 |
Verenigd Koninkrijk |
162 973,44 |
164 929,12 |
164 929,12 |
161 343,70 |
163 136,41 |
25 % |
09.8988 |
|
Oekraïne |
112 213,96 |
113 560,52 |
113 560,52 |
111 091,82 |
112 326,17 |
25 % |
09.8881 |
|||
|
Zwitserland |
115 086,98 |
116 468,02 |
116 468,02 |
113 936,11 |
115 202,07 |
25 % |
09.8882 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8883 |
|||
|
Turkije |
98 054,96 |
99 231,62 |
99 231,62 |
97 074,41 |
98 153,02 |
25 % |
09.8884 |
|||
|
Belarus |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8885 |
|||
|
Moldavië (Republiek) |
59 018,48 |
59 726,70 |
59 726,70 |
58 428,30 |
59 077,50 |
25 % |
09.8886 |
|||
|
Andere landen |
100 498,90 |
101 704,89 |
101 704,89 |
99 493,91 |
100 599,40 |
25 % |
||||
|
17 |
Walsdraad, staven en profielen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal |
7216 31 10 , 7216 31 90 , 7216 32 11 , 7216 32 19 , 7216 32 91 , 7216 32 99 , 7216 33 10 , 7216 33 90 |
Oekraïne |
31 287,14 |
31 662,59 |
31 662,59 |
30 974,27 |
31 318,43 |
25 % |
09.8891 |
|
Andere landen |
67 479,69 |
68 289,44 |
68 289,44 |
66 804,89 |
67 547,17 |
25 % |
||||
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
14 085,96 |
14 254,99 |
14 254,99 |
13 945,10 |
14 100,05 |
25 % |
09.8499 |
|||
|
18 |
Damwandprofielen |
7301 10 00 |
China |
6 999,05 |
7 083,04 |
7 083,04 |
6 929,06 |
7 006,05 |
25 % |
09.8901 |
|
Verenigde Arabische Emiraten |
3 463,87 |
3 505,44 |
3 505,44 |
3 429,23 |
3 467,33 |
25 % |
09,8902 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
898,26 |
909,03 |
909,03 |
889,27 |
899,15 |
25 % |
09,8990 |
|||
|
Andere landen |
336,38 |
340,42 |
340,42 |
333,02 |
336,72 |
25 % |
||||
|
19 |
Spoorwegmateriaal |
7302 10 22 , 7302 10 28 , 7302 10 40 , 7302 10 50 , 7302 40 00 |
Verenigd Koninkrijk |
5 108,58 |
5 169,88 |
5 169,88 |
5 057,49 |
5 113,68 |
25 % |
09.8991 |
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8906 |
|||
|
Turkije |
1 556,54 |
1 575,22 |
1 575,22 |
1 540,98 |
1 558,10 |
25 % |
09.8908 |
|||
|
China |
1 505,68 |
1 523,75 |
1 523,75 |
1 490,62 |
1 507,19 |
25 % |
09.8909 |
|||
|
Andere landen |
789,03 |
798,49 |
798,49 |
781,14 |
789,82 |
25 % |
||||
|
20 |
Gasbuizen |
7306 30 41 , 7306 30 49 , 7306 30 72 , 7306 30 77 |
Turkije |
49 432,86 |
50 026,06 |
50 026,06 |
48 938,53 |
49 482,29 |
25 % |
09.8911 |
|
India |
19 023,32 |
19 251,60 |
19 251,60 |
18 833,09 |
19 042,34 |
25 % |
09,8912 |
|||
|
Noord-Macedonië |
7 026,16 |
7 110,48 |
7 110,48 |
6 955,90 |
7 033,19 |
25 % |
09.8913 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
6 683,72 |
6 763,93 |
6 763,93 |
6 616,89 |
6 690,41 |
25 % |
09.8992 |
|||
|
Andere landen |
11 107,36 |
11 240,65 |
11 240,65 |
10 996,29 |
11 118,47 |
25 % |
||||
|
21 |
Holle profielen |
7306 61 10 , 7306 61 92 , 7306 61 99 |
Turkije |
83 949,07 |
84 956,46 |
84 956,46 |
83 109,58 |
84 033,02 |
25 % |
09.8916 |
|
Verenigd Koninkrijk |
48 032,51 |
48 608,90 |
48 608,90 |
47 552,18 |
48 080,54 |
25 % |
09.8993 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8917 |
|||
|
Noord-Macedonië |
26 210,46 |
26 524,99 |
26 524,99 |
25 948,36 |
26 236,67 |
25 % |
09.8918 |
|||
|
Oekraïne |
19 518,22 |
19 752,44 |
19 752,44 |
19 323,04 |
19 537,74 |
25 % |
09.8919 |
|||
|
Zwitserland |
15 684,38 |
15 872,59 |
15 872,59 |
15 527,53 |
15 700,06 |
25 % |
09.8920 |
|||
|
Belarus |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8921 |
|||
|
Andere landen |
18 533,09 |
18 755,49 |
18 755,49 |
18 347,76 |
18 551,63 |
25 % |
||||
|
22 |
Naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal |
7304 11 00 , 7304 22 00 , 7304 24 00 , 7304 41 00 , 7304 49 83 , 7304 49 85 , 7304 49 89 |
India |
5 880,42 |
5 950,99 |
5 950,99 |
5 821,62 |
5 886,31 |
25 % |
09.8926 |
|
Oekraïne |
3 682,10 |
3 726,29 |
3 726,29 |
3 645,28 |
3 685,78 |
25 % |
09.8927 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
1 869,03 |
1 891,46 |
1 891,46 |
1 850,34 |
1 870,90 |
25 % |
09.8994 |
|||
|
Korea (Republiek) |
1 157,50 |
1 171,39 |
1 171,39 |
1 145,92 |
1 158,66 |
25 % |
09.8928 |
|||
|
Japan |
1 076,42 |
1 089,33 |
1 089,33 |
1 065,65 |
1 077,49 |
25 % |
09.8929 |
|||
|
China |
923,55 |
934,63 |
934,63 |
914,31 |
924,47 |
25 % |
09.8931 |
|||
|
Andere landen |
2 687,10 |
2 719,34 |
2 719,34 |
2 660,23 |
2 689,78 |
25 % |
||||
|
24 |
Andere naadloze buizen |
7304 19 10 , 7304 19 30 , 7304 19 90 , 7304 23 00 , 7304 29 10 , 7304 29 30 , 7304 29 90 , 7304 31 20 , 7304 31 80 , 7304 39 50 , 7304 39 82 , 7304 39 83 , 7304 39 88 , 7304 51 81 , 7304 51 89 , 7304 59 82 , 7304 59 83 , 7304 59 89 , 7304 90 00 |
China |
34 392,91 |
34 805,63 |
34 805,63 |
34 005,05 |
34 427,30 |
25 % |
09.8936 |
|
Oekraïne |
26 898,30 |
27 221,08 |
27 221,08 |
26 572,26 |
26 925,19 |
25 % |
09.8937 |
|||
|
Belarus |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8938 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
10 891,54 |
11 022,24 |
11 022,24 |
10 773,65 |
10 902,43 |
25 % |
09.8995 |
|||
|
Verenigde Staten |
7 655,89 |
7 747,76 |
7 747,76 |
7 570,85 |
7 663,55 |
25 % |
09.8940 |
|||
|
Andere landen |
42 197,03 |
42 703,39 |
42 703,39 |
41 739,30 |
42 239,23 |
25 % |
||||
|
25.A |
Grote gelaste buizen |
7305 11 00 , 7305 12 00 |
Andere landen |
120 259,74 |
121 702,85 |
121 702,85 |
119 057,14 |
120 380,00 |
25 % |
|
|
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
13,87 |
14,04 |
14,04 |
13,74 |
13,89 |
25 % |
09.8494 |
||
|
25.B |
Grote gelaste buizen |
7305 19 00 , 7305 20 00 , 7305 31 00 , 7305 39 00 , 7305 90 00 |
Turkije |
14 931,71 |
15 110,89 |
15 110,89 |
14 782,39 |
14 946,64 |
25 % |
09.8971 |
|
China |
8 451,72 |
8 553,14 |
8 553,14 |
8 367,21 |
8 460,18 |
25 % |
09.8972 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8973 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
6 133,95 |
6 207,56 |
6 207,56 |
6 072,61 |
6 140,09 |
25 % |
09.8996 |
|||
|
Korea (Republiek) |
2 889,59 |
2 924,27 |
2 924,27 |
2 860,70 |
2 892,48 |
25 % |
09.8974 |
|||
|
Andere landen |
6 494,73 |
6 572,67 |
6 572,67 |
6 429,79 |
6 501,23 |
25 % |
||||
|
26 |
Andere gelaste buizen |
7306 11 00 , 7306 19 00 , 7306 21 00 , 7306 29 00 , 7306 30 12 , 7306 30 18 , 7306 30 80 , 7306 40 20 , 7306 40 80 , 7306 50 21 , 7306 50 29 , 7306 50 80 , 7306 69 10 , 7306 69 90 , 7306 90 00 |
Zwitserland |
48 079,28 |
48 656,23 |
48 656,23 |
47 598,49 |
48 127,36 |
25 % |
09.8946 |
|
Turkije |
38 078,79 |
38 535,74 |
38 535,74 |
37 698,01 |
38 116,87 |
25 % |
09.8947 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
11 628,30 |
11 767,84 |
11 767,84 |
11 512,01 |
11 639,92 |
25 % |
09.8997 |
|||
|
Taiwan |
9 009,70 |
9 117,82 |
9 117,82 |
8 919,60 |
9 018,71 |
25 % |
09.8950 |
|||
|
China |
8 072,85 |
8 169,72 |
8 169,72 |
7 992,12 |
8 080,92 |
25 % |
09.8949 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8952 |
|||
|
Andere landen |
20 051,24 |
20 291,85 |
20 291,85 |
19 850,72 |
20 071,29 |
25 % |
||||
|
27 |
Staven van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, door koud nabewerken verkregen |
7215 10 00 , 7215 50 11 , 7215 50 19 , 7215 50 80 , 7228 10 90 , 7228 20 99 , 7228 50 20 , 7228 50 40 , 7228 50 61 , 7228 50 69 , 7228 50 80 |
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8956 |
|
Zwitserland |
42 166,22 |
42 672,21 |
42 672,21 |
41 744,55 |
42 208,38 |
25 % |
09.8957 |
|||
|
Verenigd Koninkrijk |
25 437,75 |
25 743,00 |
25 743,00 |
25 183,37 |
25 463,18 |
25 % |
09.8998 |
|||
|
China |
26 909,98 |
27 232,90 |
27 232,90 |
26 640,88 |
26 936,89 |
25 % |
09.8958 |
|||
|
Oekraïne |
30 371,86 |
30 736,32 |
30 736,32 |
30 068,14 |
30 402,23 |
25 % |
09.8959 |
|||
|
Andere landen |
31 550,19 |
31 928,79 |
31 928,79 |
31 234,69 |
31 581,74 |
25 % |
||||
|
28 |
Draad van niet-gelegeerd staal |
7217 10 10 , 7217 10 31 , 7217 10 39 , 7217 10 50 , 7217 10 90 , 7217 20 10 , 7217 20 30 , 7217 20 50 , 7217 20 90 , 7217 30 41 , 7217 30 49 , 7217 30 50 , 7217 30 90 , 7217 90 20 , 7217 90 50 , 7217 90 90 |
Belarus |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8961 |
|
China |
78 959,10 |
79 906,61 |
79 906,61 |
78 169,51 |
79 038,06 |
25 % |
09.8962 |
|||
|
Russische Federatie |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
25 % |
09.8963 |
|||
|
Turkije |
51 381,35 |
51 997,93 |
51 997,93 |
50 867,54 |
51 432,73 |
25 % |
09.8964 |
|||
|
Oekraïne |
38 748,44 |
39 213,42 |
39 213,42 |
38 360,95 |
38 787,19 |
25 % |
09.8965 |
|||
|
Andere landen |
49 399,36 |
49 992,15 |
49 992,15 |
48 905,36 |
49 448,76 |
25 % |
||||
|
Verenigd Koninkrijk (naar Noord-Ierland vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk) |
189,86 |
192,14 |
192,14 |
187,96 |
190,05 |
25 % |
09.8495 |
|||
IV.2 — Omvang globale en residuele tariefcontingenten per kwartaal
|
Productnummer |
Toewijzing per land (indien van toepassing) |
Jaar 7 |
Jaar 8 |
|||
|
Van 1.4.2025 t/m 30.6.2025 |
Van 1.7.2025 t/m 30.9.2025 |
Van 1.10.2025 t/m 31.12.2025 |
Van 1.1.2026 t/m 31.3.2026 |
Van 1.4.2026 t/m 30.6.2026 |
||
|
|
Omvang tariefcontingent (ton netto) |
|||||
|
1.A |
Andere landen |
856 769,76 |
867 051,00 |
867 051,00 |
848 202,07 |
857 626,53 |
|
1.B |
Andere landen |
253,87 |
256,91 |
256,91 |
251,33 |
254,12 |
|
2 |
Andere landen |
334 369,98 |
338 382,42 |
338 382,42 |
331 026,28 |
334 704,35 |
|
3.A |
Andere landen |
849,52 |
859,72 |
859,72 |
841,03 |
850,37 |
|
3.B |
Andere landen |
8 627,70 |
8 731,24 |
8 731,24 |
8 541,43 |
8 636,33 |
|
4.A |
Andere landen |
472 049,81 |
477 714,40 |
477 714,40 |
467 329,31 |
472 521,86 |
|
4.B |
Andere landen |
104 779,40 |
106 036,75 |
106 036,75 |
103 731,61 |
104 884,18 |
|
5 |
Andere landen |
42 860,67 |
43 375,00 |
43 375,00 |
42 432,07 |
42 903,53 |
|
6 |
Andere landen |
37 107,31 |
37 552,60 |
37 552,60 |
36 736,24 |
37 144,42 |
|
7 |
Andere landen |
550 190,08 |
556 792,36 |
556 792,36 |
544 688,18 |
550 740,27 |
|
8 |
Andere landen |
109 697,12 |
111 013,49 |
111 013,49 |
108 600,15 |
109 806,82 |
|
9 |
Andere landen |
53 183,34 |
53 821,54 |
53 821,54 |
52 651,51 |
53 236,52 |
|
10 |
Andere landen |
1 042,04 |
1 054,55 |
1 054,55 |
1 031,62 |
1 043,09 |
|
12 |
Andere landen |
60 691,28 |
61 419,58 |
61 419,58 |
60 084,37 |
60 751,97 |
|
13 |
Andere landen |
137 840,68 |
139 494,77 |
139 494,77 |
136 462,27 |
137 978,52 |
|
14 |
Andere landen |
5 149,72 |
5 211,52 |
5 211,52 |
5 098,23 |
5 154,87 |
|
15 |
Andere landen |
817,48 |
844,85 |
844,85 |
826,48 |
835,66 |
|
16 |
Andere landen |
100 498,90 |
101 704,89 |
101 704,89 |
99 493,91 |
100 599,40 |
|
17 |
Andere landen |
67 479,69 |
68 289,44 |
68 289,44 |
66 804,89 |
67 547,17 |
|
18 |
Andere landen |
336,38 |
340,42 |
340,42 |
333,02 |
336,72 |
|
19 |
Andere landen |
789,03 |
798,49 |
798,49 |
781,14 |
789,82 |
|
20 |
Andere landen |
11 107,36 |
11 240,65 |
11 240,65 |
10 996,29 |
11 118,47 |
|
21 |
Andere landen |
18 533,09 |
18 755,49 |
18 755,49 |
18 347,76 |
18 551,63 |
|
22 |
Andere landen |
2 687,10 |
2 719,34 |
2 719,34 |
2 660,23 |
2 689,78 |
|
24 |
Andere landen |
42 197,03 |
42 703,39 |
42 703,39 |
41 739,30 |
42 239,23 |
|
25.A |
Andere landen |
120 259,74 |
121 702,85 |
121 702,85 |
119 057,14 |
120 380,00 |
|
25.B |
Andere landen |
6 494,73 |
6 572,67 |
6 572,67 |
6 429,79 |
6 501,23 |
|
26 |
Andere landen |
20 051,24 |
20 291,85 |
20 291,85 |
19 850,72 |
20 071,29 |
|
27 |
Andere landen |
31 550,19 |
31 928,79 |
31 928,79 |
31 234,69 |
31 581,74 |
|
28 |
Andere landen |
49 399,36 |
49 992,15 |
49 992,15 |
48 905,36 |
49 448,76 |
IV.3 — Maximumomvang van het residuele contingent waartoe landen met een landspecifiek contingent in de laatste kwartalen toegang hebben
|
Productcategorie |
Nieuw toegewezen contingent (in ton) |
|
|
Van 1.4.2025 t/m 30.6.2025 |
Van 1.4.2026 t/m 30.6.2026 |
|
|
1.A |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
1.B |
253,87 |
254,12 |
|
2 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
3.A |
849,52 |
850,37 |
|
3.B |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
4.A |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
4.B |
Speciale regeling |
Speciale regeling |
|
5 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
6 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
7 |
Niet van toepassing. |
Niet van toepassing. |
|
8 |
Niet van toepassing. |
Niet van toepassing. |
|
9 |
53 183,34 |
53 236,52 |
|
10 |
1 042,04 |
1 043,09 |
|
12 |
60 691,28 |
60 751,97 |
|
13 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
14 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
15 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
16 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
17 |
Niet van toepassing. |
Niet van toepassing. |
|
18 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
19 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
20 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
21 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
22 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
24 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
25.A |
Niet van toepassing. |
Niet van toepassing. |
|
25.B |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
26 |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal |
|
27 |
31 550,19 |
31 581,74 |
|
28 |
49 399,36 |
49 448,76 |
(1) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8601
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8602
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Egypte: 09.8450, voor Vietnam: 09.8451, voor Japan: 09.8452, voor Taiwan: 09.8453, voor Australië: 09.8454, voor Zwitserland: 09.8455, voor de Verenigde Staten: 09.8456, voor Libië: 09.8457 en voor Canada: 09.8458
(2) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8661
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8662
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Egypte: 09.8470, voor Vietnam: 09.8471, voor Taiwan: 09.8472, voor Australië: 09.8473, voor Zwitserland: 09.8474, voor Libië: 09.8475 en voor Canada: 09.8476
(3) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8603
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8604
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Turkije: 09.8410, voor Vietnam: 09.8411, voor Taiwan: 09.8412 en voor Japan: 09.8413
(4) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8605
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8606
Van 1.4 t/m 30.6: Voor Korea (Republiek)*, het Verenigd Koninkrijk* en Iran (Islamitische Republiek)*: 09.8568 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(5) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8607
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8608
Van 1.7 t/m 30.6: Voor India: 09.8420 en voor Japan: 09.8421
(6) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8609
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8610
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Turkije: 09.8430, voor Vietnam: 09.8431 en voor Taiwan: 09.8432
(7) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8611
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8612
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Turkije: 09.8433, voor Vietnam: 09.8434 en voor Japan: 09.8435
Van 1.4 t/m 30.6: Voor China*: 09.8581, voor Korea (Republiek)*: 09.8582, voor India*: 09.8583, en voor het Verenigd Koninkrijk*: 09.8584 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(8) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8613
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8614
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Vietnam: 09.8414
(9) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8615
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8616
Van 1.7 t/m 30.6: Voor India: 09.8423 en voor Turkije: 09.8424
(10) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8617
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8618
Van 1.7 t/m 30.6: Voor India: 09.8425, voor Indonesië: 09.8426 en voor Korea (Republiek): 09,8427
(11) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8619
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8620
(12) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8621
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8622
Van 1.4 t/m 30.6: Voor Korea (Republiek)*, Taiwan*, India*, Zuid-Afrika*, de Verenigde Staten*, Maleisië* en Turkije* 09.8510 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(13) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8623
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8624
Van 1.4 t/m 30.6: Voor China*, het Verenigd Koninkrijk*, India*, Zuid-Afrika* en Taiwan*: 09.8591 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(14) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8625
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8626
Van 1.4 t/m 30.6: Voor China*, het Verenigd Koninkrijk*, Turkije* en Zwitserland*: 09.8592 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(15) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8627
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8628
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Algerije: 09.8428 en voor Egypte: 09.8429
(16) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8629
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8630
Van 1.7 t/m 30.6: Voor China: 09.8436 en voor Taiwan: 09.8437
(17) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8631
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8632
(18) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8633
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8634
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Maleisië: 09.8460, voor Algerije: 09.8461, voor Egypte: 09.8462, voor Bosnië en Herzegovina: 09.8463, voor Korea (Republiek): 09.8464, voor Japan: 09.8466, voor Indonesië: 09.8465 en voor Servië: 09.8467
(19) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8635
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8636
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Turkije: 09.8438, en voor het Verenigd Koninkrijk*: 09.8439
(20) Van 1.7 t/m 31.3: 09,8637
Van 1.4 t/m 30.6: 09,8638
(21) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8639
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8640
(22) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8641
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8642
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Verenigde Arabische Emiraten: 09.8440 en voor Korea (Republiek): 09.8441
(23) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8643
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8644
Van 1.7 t/m 30.6: Voor China: 09.8442 en voor Servië: 09.8443
(24) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8645
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8646
(25) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8647
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8648
(26) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8657
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8658
(27) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8659
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8660
Van 1.7 t/m 30.6: Voor Algerije: 09.8444
(28) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8651
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8652
Van 1.7 t/m 30.6: Voor India: 09.8445, voor Servië: 09.8446 en voor Korea (Republiek): 09.8447
(29) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8653
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8654
Van 1.4 t/m 30.6: Voor Zwitserland*, het Verenigd Koninkrijk* en China*: 09.8539 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
(30) Van 1.7 t/m 31.3: 09.8655
Van 1.4 t/m 30.6: 09.8656
Van 1.4 t/m 30.6: Voor Turkije* en China*: 09.8598 *In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.
BIJLAGE III
Tabel met voor analyse gebruikte indicatoren
|
Productcategorie |
Tariefcontingent beschikbaar in ton (*1) |
Gebruik van tariefcontingenten |
Verbruik (ton) |
|
Aandeel in invoer |
|
Capaciteitsgebruik |
|||||||||||
|
juli 2023-juni 2024 |
juli 2023-juni 2024 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|||
|
8 782 516 |
84,20 % |
33 436 733 |
29 934 732 |
29 715 229 |
28 868 354 |
|
29 % |
27 % |
29 % |
31 % |
|
80 % |
70 % |
69 % |
72 % |
||
|
2 861 921 |
75,2 % |
9 741 619 |
8 212 679 |
7 486 110 |
7 637 696 |
29 % |
30 % |
32 % |
35 % |
79 % |
70 % |
64 % |
59 % |
||||
|
7 239 |
1,4 % |
158 511 |
145 867 |
100 871 |
100 091 |
2 % |
1 % |
0 % |
2 % |
68 % |
66 % |
53 % |
48 % |
||||
|
392 929 |
63,6 % |
1 050 960 |
1 182 587 |
875 142 |
760 993 |
24 % |
38 % |
35 % |
30 % |
67 % |
62 % |
59 % |
58 % |
||||
|
2 377 064 |
100,06 % |
5 830 849 |
4 830 685 |
4 341 046 |
4 227 371 |
60 % |
61 % |
54 % |
63 % |
90 % |
81 % |
86 % |
86 % |
||||
|
2 030 689 |
96,9 % |
20 945 768 |
19 046 509 |
19 988 918 |
19 324 231 |
13 % |
12 % |
10 % |
11 % |
83 % |
76 % |
80 % |
80 % |
||||
|
1 055 699 |
85,7 % |
6 103 053 |
5 726 378 |
5 032 084 |
5 813 504 |
16 % |
21 % |
17 % |
18 % |
85 % |
73 % |
67 % |
70 % |
||||
|
954 083 |
85,0 % |
3 324 838 |
3 423 145 |
2 653 655 |
2 746 445 |
19 % |
25 % |
33 % |
32 % |
83 % |
78 % |
57 % |
69 % |
||||
|
2 288 209 |
80,20 % |
10 110 858 |
10 273 614 |
10 460 381 |
9 856 349 |
20 % |
17 % |
19 % |
21 % |
74 % |
76 % |
72 % |
66 % |
||||
|
435 638 |
45,0 % |
1 218 891 |
937 417 |
893 257 |
910 136 |
25 % |
33 % |
20 % |
28 % |
72 % |
61 % |
61 % |
63 % |
||||
|
1 053 122 |
40,7 % |
4 067 350 |
4 291 175 |
3 275 707 |
3 444 122 |
22 % |
30 % |
16 % |
17 % |
79 % |
70 % |
67 % |
67 % |
||||
|
44 182 |
62,2 % |
271 468 |
260 909 |
225 433 |
257 360 |
7 % |
9 % |
11 % |
13 % |
71 % |
73 % |
68 % |
67 % |
||||
|
1 954 766 |
60,0 % |
12 270 397 |
11 815 726 |
10 879 708 |
9 983 439 |
13 % |
15 % |
13 % |
12 % |
68 % |
62 % |
61 % |
57 % |
||||
|
1 169 868 |
82,3 % |
12 205 247 |
12 261 413 |
11 287 285 |
12 111 996 |
10 % |
12 % |
9 % |
10 % |
65 % |
62 % |
58 % |
59 % |
||||
|
183 018 |
109,7 % |
660 260 |
656 108 |
575 298 |
537 123 |
29 % |
35 % |
36 % |
38 % |
58 % |
55 % |
46 % |
42 % |
||||
|
88 752 |
49,3 % |
440 506 |
414 711 |
299 926 |
286 610 |
16 % |
20 % |
20 % |
18 % |
79 % |
66 % |
49 % |
57 % |
||||
|
2 490 114 |
68,0 % |
22 018 577 |
19 232 158 |
16 569 575 |
17 149 245 |
12 % |
15 % |
13 % |
15 % |
81 % |
69 % |
59 % |
63 % |
||||
|
267 980 |
95,1 % |
6 153 701 |
5 552 488 |
5 479 582 |
5 526 924 |
5 % |
5 % |
6 % |
5 % |
76 % |
65 % |
72 % |
65 % |
||||
|
46 251 |
117,9 % |
703 143 |
586 335 |
553 190 |
591 510 |
5 % |
8 % |
10 % |
7 % |
81 % |
66 % |
65 % |
60 % |
||||
|
35 582 |
100,2 % |
1 504 831 |
1 543 626 |
1 586 904 |
1 609 229 |
2 % |
1 % |
2 % |
2 % |
91 % |
86 % |
89 % |
90 % |
||||
|
370 415 |
89,1 % |
1 841 789 |
1 694 769 |
1 683 136 |
1 717 187 |
22 % |
21 % |
20 % |
22 % |
58 % |
53 % |
49 % |
44 % |
||||
|
860 174 |
82,01 % |
4 857 017 |
4 385 340 |
4 414 969 |
4 385 500 |
22 % |
18 % |
18 % |
20 % |
67 % |
62 % |
60 % |
54 % |
||||
|
53 986 |
70,3 % |
98 659 |
99 067 |
86 656 |
88 555 |
50 % |
52 % |
61 % |
60 % |
42 % |
50 % |
45 % |
40 % |
||||
|
412 886 |
73,70 % |
2 396 378 |
2 204 762 |
1 971 570 |
1 912 046 |
14 % |
18 % |
23 % |
23 % |
72 % |
78 % |
71 % |
63 % |
||||
|
477 585 |
10,4 % |
265 558 |
129 027 |
-39 841 |
327 978 |
84 % |
26 % |
- 108 % |
26 % |
14 % |
23 % |
29 % |
18 % |
||||
|
154 489 |
105,8 % |
283 301 |
338 230 |
282 653 |
508 954 |
30 % |
28 % |
44 % |
38 % |
38 % |
45 % |
41 % |
33 % |
||||
|
535 805 |
67,9 % |
2 471 414 |
2 266 304 |
2 170 638 |
2 165 579 |
20 % |
20 % |
18 % |
18 % |
74 % |
72 % |
69 % |
67 % |
||||
|
500 635 |
23,9 % |
702 773 |
442 497 |
269 938 |
244 190 |
75 % |
68 % |
57 % |
51 % |
90 % |
90 % |
73 % |
71 % |
||||
|
713 796 |
57,1 % |
927 240 |
730 951 |
658 731 |
752 138 |
76 % |
76 % |
74 % |
81 % |
90 % |
49 % |
41 % |
35 % |
||||
|
||||||||||||||||||
(*1) Volume zonder volumes van Oekraïne
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/612/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)