Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32024R0804

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/804 van de Commissie van 7 maart 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/265 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit India en Turkije

C/2024/1363

PB L, 2024/804, 8.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/804/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/804/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/804

8.3.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/804 VAN DE COMMISSIE

van 7 maart 2024

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/265 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit India en Turkije

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 14, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   Geldende maatregelen

(1)

Na een antidumpingonderzoek (“het oorspronkelijke onderzoek”) is de invoer van keramische tegels van oorsprong uit India en Turkije onderworpen aan de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/265 van de Commissie (“de oorspronkelijke verordening”) (2). De antidumpingrechten die van toepassing zijn op de invoer uit India variëren van 6,7 % tot 8,7 %, terwijl de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer uit Turkije variëren van 4,8 % tot 20,9 %.

(2)

Lavish Granito Limited en de met haar verbonden ondernemingen hebben zich bij de opening van het onderzoek gemeld en zijn in de steekproef opgenomen. Zoals uiteengezet in de overwegingen 202 en 208 van de oorspronkelijke verordening, werd voor de Lavish-groep geen dumping vastgesteld. Daarom is in artikel 1, lid 3, van de oorspronkelijke verordening bepaald dat de antidumpingrechten niet van toepassing zijn op uitvoer door ondernemingen van de Lavish-groep.

2.   Verzoek

(3)

Op 16 februari 2023 hebben de Lavish-groep en de met haar verbonden ondernemingen (“de indieners van het verzoek”) verzocht Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP (“Silk en Luxgres”) op te nemen in de lijst van producenten-exporteurs die deel uitmaken van de Lavish-groep (aanvullende Taric-code C903).

3.   Analyse van het verzoek

(4)

Tijdens het oorspronkelijke onderzoek is vastgesteld dat de twee ondernemingen deel uitmaken van de Lavish-groep, maar aangezien de door hen vervaardigde producten in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021) niet naar de Unie waren uitgevoerd, zijn zij in artikel 1, lid 3, van de oorspronkelijke verordening niet opgenomen bij de ondernemingen van de Lavish-groep.

(5)

De Commissie heeft de door Silk en Luxgres verstrekte informatie onderzocht in het kader van het oorspronkelijke onderzoek en van het verzoek van 16 februari 2023. Zij heeft de betrokken partijen om aanvullende inlichtingen verzocht en die ook gekregen.

(6)

Op basis daarvan heeft de Commissie bevestigd dat deze twee ondernemingen verbonden zijn met Lavish Granito Pvt Ltd, Lavish Ceramics, Lakme Vitrified LLP en Liva Ceramics, en dat zij in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek geen door hen vervaardigde keramische tegels naar de Unie hebben uitgevoerd. Bovendien kon de Commissie vaststellen dat zij na het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek begonnen zijn met de uitvoer van door hen vervaardigde keramische tegels naar de Unie. De Commissie heeft ook bevestigd dat de volumes en de prijzen van de verkoop door de twee ondernemingen in de EU na het onderzoektijdvak de tijdens het onderzoek getrokken conclusies over het prijsbeleid van de Lavish-groep geenszins ondermijnden. De Commissie merkte ook op dat de twee ondernemingen aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt, de ene als binnenlandse producent/handelaar en de andere als een verbonden producent die na het onderzoektijdvak met zijn activiteiten is begonnen, en dat beide ondernemingen als onderdeel van de Lavish-groep werden beschouwd.

(7)

Gezien de overwegingen hierboven en overeenkomstig artikel 14, lid 1, van de basisverordening achtte de Commissie het passend artikel 1, lid 3, van de oorspronkelijke verordening (EU) 2023/265 te wijzigen door Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP toe te voegen aan de onder de aanvullende Taric-code C903 vermelde entiteiten van de Lavish-groep.

4.   Mededelingen van feiten en overwegingen

(8)

Op 30 augustus 2023 heeft de Commissie haar bevindingen meegedeeld aan de indieners van het verzoek en aan de bedrijfstak van de Unie.

(9)

Naar aanleiding van een verzoek werden op 25 oktober en 1 december 2023 hoorzittingen met de bedrijfstak van de Unie gehouden (3), tijdens welke de bedrijfstak van de Unie zijn eerdere schriftelijke opmerkingen herhaalde, die hieronder worden samengevat en behandeld; de bedrijfstak diende na de hoorzitting nog schriftelijke opmerkingen in.

(10)

De Lavish-groep is in kennis gesteld van en verzocht opmerkingen in te dienen over de na de hoorzitting ingediende opmerkingen van de bedrijfstak van de Unie.

(11)

In antwoord op argumenten inzake ontoereikende motivering (zie overweging 14) heeft de Commissie op 15 december 2023 een aanvullende mededeling van feiten en overwegingen verstrekt met de rechtsgrondslag voor haar conclusies, die in de eerste mededeling van feiten en overwegingen onbedoeld ontbrak. Alle belanghebbenden werden opnieuw in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen over de mededeling van feiten en overwegingen.

(12)

De Lavish-groep heeft op 20 december 2023 opmerkingen ingediend; de bedrijfstak van de Unie heeft naar aanleiding van deze aanvullende mededeling geen opmerkingen ingediend.

(13)

Alle opmerkingen die tijdens het onderzoek zijn ontvangen, worden in het volgende deel behandeld.

5.   Opmerkingen over de mededelingen van feiten en overwegingen

(14)

In de opmerkingen van 18 september 2023 stelde de bedrijfstak van de Unie onder verwijzing naar DS505 (United States — Countervailing Measures on Supercasted Paper from Canada) (4) dat, totdat de twee met de Lavish-groep verbonden ondernemingen naar behoren konden worden onderzocht op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening, op hen het residuele recht moest worden toegepast. De bedrijfstak van de Unie verwees ook naar een van de verklaringen van de Commissie in de mededeling van feiten en overwegingen, namelijk dat “de verkoopvolumes en -prijzen in de EU na het onderzoektijdvak de tijdens het onderzoek getrokken conclusies over het prijsbeleid van de Lavish-groep geenszins ondermijnden”, en stelde dat “prijsbeleid” nergens in de basisverordening is gedefinieerd. De bedrijfstak van de Unie stelde dat de Commissie in plaats daarvan de normale waarde had moeten beoordelen voor alle zes producenten-exporteurs van de Lavish-groep, d.w.z. de vier die in het oorspronkelijke onderzoek zijn onderzocht plus Silk en Luxgres.

(15)

De Commissie was het er niet mee eens dat zij een ontoereikende motivering had gegeven. De belangrijkste feiten waarop de Commissie haar besluit heeft gebaseerd, zijn zeer duidelijk: 1) beide ondernemingen maken deel uit van de Lavish-groep; 2) in het onderzoektijdvak hebben zij niet uitgevoerd; 3) de uitvoer van de Lavish-groep valt niet onder de antidumpingmaatregelen. De Commissie heeft in de tweede mededeling van feiten en overwegingen verder verduidelijkt dat de twee ondernemingen aan het oorspronkelijke onderzoek hadden meegewerkt, de ene als binnenlandse producent/handelaar en de andere als een producent die in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek nog niet actief was. Uit de opmerkingen van 18 september blijkt trouwens duidelijk dat de bedrijfstak van de Unie de redenering van de Commissie ten volle begreep, maar dat hij het niet eens was met het feit dat het een groep ten aanzien waarvan geen dumping was vastgesteld, vrij stond om haar activiteiten naar eigen goeddunken te organiseren. Het feit dat de Lavish-groep in het licht van de conclusies van het WTO-panel voor geschillenbeslechting in de zaak Beef and Rice (5) (“Beef and Rice”) overeenkomstig artikel 9, lid 3, van de basisverordening van de maatregelen was uitgesloten, werd door de bedrijfstak van de Unie niet betwist.

(16)

De verwijzing van de bedrijfstak van de Unie naar rechtspraak van de WTO ter ondersteuning van zijn argument dat de twee ondernemingen van de Lavish-groep aan het residuele recht moeten worden onderworpen totdat een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur is uitgevoerd, werd irrelevant geacht omdat de feiten van de twee zaken fundamenteel verschillend zijn. De Lavish-groep is immers niet onderworpen aan de maatregelen en zowel Silk als Luxgres zijn onderzocht.

(17)

Met betrekking tot haar verklaring over het prijsbeleid van de Lavish-groep heeft de Commissie verduidelijkt dat zij wettelijk geenszins verplicht was een prijsanalyse uit te voeren om tot de conclusie in de mededeling van feiten en overwegingen te komen, namelijk dat Silk en Luxgres, als onderdeel van de Lavish-groep, uitdrukkelijk van de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde maatregelen moesten worden uitgesloten (zie overweging 15).

(18)

Bovendien werd het door de bedrijfstak van de Unie na de hoorzitting aangevoerde argument dat het algemene informatiedocument van 30 augustus 2023 geen melding maakte van de zaak Beef and Rice, onjuist bevonden. De Commissie heeft in de tweede mededeling van feiten en overwegingen de rechtsgrondslag voor de huidige wijziging van de oorspronkelijke verordening verstrekt, namelijk artikel 14, lid 1, van de basisverordening. Zoals het Hof van Justitie heeft overwogen (6), machtigt deze bepaling de Commissie om criteria met betrekking tot de inning van antidumpingrechten vast te stellen. In casu verstrekt de Commissie, door de oorspronkelijke verordening te wijzigen, de douaneautoriteiten duidelijkheid dat de antidumpingrechten niet mogen worden geïnd met betrekking tot de uitvoer van de twee betrokken ondernemingen, aangezien zij tot de Lavish-groep behoren. Bovendien wordt de dumping berekend voor groepen ondernemingen en worden de maatregelen voor alle verbonden ondernemingen tegen hetzelfde percentage toegepast. Het argument van de bedrijfstak van de Unie dat de twee ondernemingen van de Lavish-groep als nieuwe exporteurs moeten worden behandeld, werd niet alleen onjuist geacht — met name gezien het feit dat die ondernemingen in de oorspronkelijke zaak werden onderzocht — maar ook juridisch onmogelijk toe te passen omdat een nieuw onderzoek alle ondernemingen van de groep zou moeten bestrijken en, zoals vermeld in overweging 15, de Lavish-groep van de antidumpingmaatregelen is uitgesloten en niet aan een nieuw onderzoek kan worden onderworpen. De bedrijfstak van de Unie bekritiseerde het standpunt van de Commissie, maar kwam niet met een alternatief dat strookt met het huidige rechtskader.

(19)

De argumenten werden derhalve afgewezen.

(20)

Bovendien stelde de bedrijfstak van de Unie dat hij niet tijdig toegang had gekregen tot het niet-vertrouwelijke dossier.

(21)

Zoals hierboven al is vermeld, valt de Lavish-groep niet onder de antidumpingmaatregelen en was er voor de Commissie derhalve geen rechtsgrondslag om de maatregelen uit te breiden tot de twee ondernemingen van de groep. Om de transparantie te waarborgen, heeft de Commissie echter haar voornemen om de oorspronkelijke verordening te wijzigen vóór de bekendmaking ervan meegedeeld aan de bedrijfstak van de Unie. Alle relevante informatie werd, met inachtneming van de vertrouwelijkheid, aan de bedrijfstak van de Unie ter beschikking gesteld, en er werd voldoende tijd gegeven om opmerkingen in te dienen over zowel de mededelingen van feiten en overwegingen als het niet-vertrouwelijke dossier. De bedrijfstak kreeg twee formele gelegenheden om opmerkingen in te dienen over de mededelingen van feiten en overwegingen, en er zijn ook twee hoorzittingen gehouden. Al bij al had de bedrijfstak van de Unie 34 dagen, van 8 september 2023 tot en met 12 oktober 2023, om het dossier in te zien en zijn definitieve opmerkingen in te dienen, wat, gezien de aard van deze zaak, meer dan voldoende is om zijn recht van verweer volledig uit te oefenen. Dat de bedrijfstak van de Unie na de tweede mededeling van feiten en overwegingen geen opmerkingen heeft ingediend, bevestigt ook dat hij alle feiten kende en de redenen waarom de Commissie haar besluiten nam, volledig begreep. Derhalve werd het argument afgewezen.

(22)

De bedrijfstak van de Unie voerde verder aan dat de indieners van het verzoek misleidende informatie hadden verstrekt over de precieze rol en economische activiteiten van elke verbonden onderneming binnen de Lavish-groep. Hij betoogde ook dat de conclusie van de Commissie om Silk en Luxgres op te nemen in de Taric-code die reeds van toepassing was op de vier eerder onderzochte producenten-exporteurs, onjuist was gezien de kennelijke niet-medewerking van Luxgres Ceramica LLP aan het oorspronkelijke onderzoek. Dit argument werd in de na de hoorzitting ingediende opmerkingen van 6 december 2023 herhaald, ook al had de Commissie tijdens de hoorzitting van 1 december 2023 reeds verduidelijkt dat beide ondernemingen aan het onderzoek hadden meegewerkt. De bedrijfstak van de Unie heeft ook een reeks vragen/argumenten met betrekking tot het oorspronkelijke onderzoek opgeworpen, zoals het feit dat hij niet kan begrijpen welke ondernemingen tijdens het oorspronkelijke onderzoek zijn gecontroleerd en/of welke ondernemingen deel uitmaken van de groep. In dit verband stelde de Lavish-groep dat Silk en Luxgres gedurende het gehele oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt. Silk had met name via TRON een antwoord op de vragenlijst voor exporteurs ingediend, dat door de Commissie tijdens de controle ter plaatse is gecontroleerd. Zoals de Lavish-groep heeft opgemerkt, zijn de bedrijfslokalen van Luxgres door de Commissie ook ter plaatse gecontroleerd. Bovendien heeft de Lavish-groep verklaard dat zowel Silk als Luxgres verbonden waren met de Lavish-groep.

(23)

De beoordeling van het niet-vertrouwelijke dossier door de bedrijfstak van de Unie is onjuist. De Commissie heeft in de tweede mededeling van feiten en overwegingen verduidelijkt dat beide ondernemingen als onderdeel van de Lavish-groep aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt. De Commissie kon in het kader van de controle ter plaatse de precieze activiteiten van elke onderneming van de Lavish-groep nauwkeurig beoordelen. De Commissie kon met name vaststellen dat Silk en Luxgres verbonden waren met de andere relevante entiteiten van de groep en dat zij tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek geen keramische tegels naar de Unie uitvoerden. Maar nog belangrijker is dat de Commissie heeft opgemerkt dat de huidige procedure erop gericht is het recht voor de verschillende ondernemingen van de Lavish-groep correct op te leggen en niet om de bevindingen van het oorspronkelijke onderzoek te herzien. Als de bedrijfstak van de Unie vragen had over de medewerking van de groep tijdens het oorspronkelijke onderzoek, dan had hij die tijdens de oorspronkelijke procedure aan de orde moeten stellen. Hadden de twee verbonden ondernemingen geen medewerking verleend, dan had op de Lavish-groep als geheel immers artikel 18 van de basisverordening (beschikbare gegevens) kunnen worden toegepast. De argumenten werden daarom afgewezen.

(24)

De bedrijfstak van de Unie stelde in zijn na de hoorzitting ingediende opmerkingen van 6 december 2023 verder nog dat indien de twee ondernemingen in een gewijzigde verordening zouden worden opgenomen als onderdeel van de Lavish-groep, de doeltreffendheid van de antidumpingmaatregelen van de EU aanzienlijk zou worden aangetast en dat dit derhalve de deur zou kunnen openen om een knooppunt te worden voor investeringen door andere ondernemingen en in aanmerking te komen voor een nulrecht.

(25)

De Commissie herinnerde er niet alleen aan dat dit zeer speculatief was en volledig los stond van de feiten die momenteel worden beoordeeld, maar ook dat de Lavish-groep geen dumping bleek te verrichten en dat haar activiteiten derhalve juridisch niet zijn beperkt. De bewering van de bedrijfstak van de Unie dat de Lavish-groep de geldende antidumpingmaatregelen ontwijkt door producten van de twee nieuwe producenten naar de Unie uit te voeren, is onjuist: de Lavish-groep is niet aan maatregelen onderworpen en er kan dan ook geen sprake zijn van ontwijking van (niet-bestaande) maatregelen. Indien de bedrijfstak van de Unie over bewijsmateriaal beschikt dat de Lavish-groep na de oorspronkelijke maatregelen is begonnen producten met dumping op de markt van de Unie te brengen en dat dit schade toebrengt aan de bedrijfstak van de Unie, moet hij overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening een klacht indienen bij de Commissie, die de Lavish-groep opnieuw zal onderzoeken (dumping, schade en oorzakelijk verband).

(26)

Bovendien is de bewering van de bedrijfstak van de Unie dat nieuwe exporteurs die verbonden zijn met groepen die onder handelsbeschermingsmaatregelen vallen, doorgaans verplicht zijn het residuele recht te betalen, onjuist. Nieuwe exporteurs die deel uitmaken van groepen die tijdens het oorspronkelijke onderzoek in de steekproef waren opgenomen, zouden worden onderworpen aan het recht dat op de groep van toepassing is, tenzij is voldaan aan de voorwaarden voor een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening. In dat geval zou een nieuw recht worden berekend op basis van de nieuwe exportstructuur van de groep. Anderzijds zou op nieuwe exporteurs die verbonden zijn met niet in de steekproef opgenomen ondernemingen die zijn vermeld in de bijlage met medewerkende (niet in de steekproef opgenomen) producenten-exporteurs, het recht voor medewerkende ondernemingen worden toegepast nadat de Commissie had bevestigd dat zij deel uitmaakten van de groep die had meegewerkt en tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek niet naar de Unie had uitgevoerd. Hoe dan ook is geen van deze twee scenario’s van toepassing op de Lavish-groep, die, zoals hierboven uiteengezet, niet onder de betrokken antidumpingmaatregel valt.

(27)

De bovenstaande argumenten van de bedrijfstak van de Unie werden derhalve afgewezen.

(28)

De bedrijfstak van de Unie stelde ook dat de bevindingen van de Commissie, zoals die aan de partijen in deze procedure zijn meegedeeld, onverenigbaar zijn met de bevindingen in antwoord op een vermeend identiek verzoek van een andere in de steekproef opgenomen partij in het oorspronkelijke onderzoek. De bedrijfstak van de Unie merkte op dat de Commissie met betrekking tot een verzoek van de Conor-groep twee extra producenten-exporteurs, Coral Plus Ceramic Private Limited en Cyan Granito LLP, niet heeft opgenomen in de oorspronkelijke verordening. Dit argument werd herhaald in zijn na de hoorzitting ingediende opmerkingen van 6 december 2023.

(29)

Dit argument moest worden afgewezen. De situatie van de twee groepen is niet vergelijkbaar, aangezien de uitvoer van de Conor-groep onder de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde antidumpingmaatregel valt, terwijl dat voor de uitvoer van de Lavish-groep niet het geval is. Bovendien is het residuele recht dat van toepassing is op producenten-exporteurs in India gebaseerd op en gelijk aan het voor de Conor-groep vastgestelde recht. Het verzoek was met andere woorden niet ter zake dienend. Daarom werden de twee groepen verschillend behandeld.

(30)

De bedrijfstak van de Unie heeft een subsidiair verzoek ingediend om Silk en Luxgres op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening opnieuw te onderzoeken, waarbij hij aanvoerde dat tijdens het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld dat zij geen deel uitmaakten van de Lavish-groep. De Commissie merkte ten eerste op dat het onjuist is dat de ondernemingen werden geacht geen deel uit te maken van de Lavish-groep. Zij werden niet als producenten-exporteurs beschouwd omdat zij in het onderzoektijdvak niet naar de Unie hadden uitgevoerd. Zij werden niet alleen als onderdeel van de Lavish-groep beschouwd, maar ook werden gegevens (winstmarge op verhandelde keramische tegels) van een van de ondernemingen (een handelaar tijdens het onderzoektijdvak) gebruikt bij de berekening van de dumpingmarge van de groep. In de tweede plaats kunnen er volgens artikel 11, lid 4, vierde alinea, geen nieuwe onderzoeken op grond van artikel 11, lid 4, plaatsvinden wanneer rechten overeenkomstig artikel 9, lid 6, zijn ingesteld, dus wanneer een steekproef heeft plaatsgevonden. De door de bedrijfstak van de Unie voorgestelde oplossing zou derhalve onverenigbaar zijn met de basisverordening.

(31)

Tot slot merkte de Commissie op dat de bedrijfstak van de Unie in zijn na de hoorzitting ingediende opmerkingen een aantal van de verduidelijkingen die hij van de diensten van de Commissie heeft ontvangen, verkeerd heeft weergegeven.

(32)

Ten eerste stelde de bedrijfstak van de Unie dat de Commissie tijdens de hoorzitting onjuiste informatie heeft verstrekt over de methode die gewoonlijk wordt gebruikt voor de berekening van dumping. De bedrijfstak van de Unie stelde verder dat de diensten hem hebben gevraagd waarom de klagers de berekening van de dumpingmarge van de Lavish-groep niet hebben betwist toen deze werd verricht. Hij voerde ook aan dat hij niet op de hoogte was van het bestaan van de twee ondernemingen en de berekening van de dumping niet had kunnen betwisten.

(33)

Aangaande de methode die gewoonlijk voor de berekening van de dumping wordt gebruikt, merkte de Commissie op dat de bedrijfstak van de Unie bij het betwisten van de juistheid van de verklaring van de diensten het zeer uitzonderlijke voorbeeld heeft gebruikt dat de diensten tijdens de hoorzitting hebben gegeven. Zoals de diensten hebben uitgelegd, wordt de dumpingmarge van een groep immers in beginsel berekend per rechtspersoon en wordt de definitieve dumpingmarge vervolgens gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de marges van elk daarvan. In uitzonderlijke gevallen, zoals die waarin sommige ondernemingen van een groep alleen op de binnenlandse markt verkopen en andere alleen uitvoeren, zal de normale waarde van de groep echter worden vergeleken met de totale uitvoerprijzen van de groep. De verordening inzake ferrosilicium (7), waarnaar de bedrijfstak van de Unie in zijn na de hoorzitting ingediende opmerkingen verwijst, bevestigt in feite de juistheid van de tijdens de hoorzitting ontvangen verduidelijking. In dat geval was de wijziging van methode immers gerechtvaardigd door de nieuwe groepsstructuur waardoor binnen de groep kan worden vastgesteld welke individuele producenten een product hebben verkocht of geproduceerd, zodat aggregatie niet langer nodig was. De weergave van de tijdens de hoorzitting verstrekte verduidelijking door de bedrijfstak van de Unie is derhalve onjuist en misleidend en werd daarom afgewezen.

(34)

Ten tweede hebben de diensten van de Commissie niet gevraagd waarom de bedrijfstak van de Unie de dumpingmarge niet had betwist. In antwoord op argumenten die tijdens de hoorzitting werden aangevoerd, verklaarden de diensten van de Commissie namelijk dat de methode voor de berekening van de dumpingmarge tijdens het oorspronkelijke onderzoek had moeten worden aangevochten tijdens dat onderzoek, en niet in de huidige procedure. Hoe dan ook is het argument dat de bedrijfstak de dumpingberekening in de oorspronkelijke zaak niet had kunnen betwisten omdat hij tot de mededeling van feiten en overwegingen in deze procedure niet op de hoogte was van het bestaan van de twee ondernemingen, onjuist, aangezien verschillende documenten waarin de twee ondernemingen van de Lavish-groep worden genoemd al vanaf 14 december 2021, één dag na de opening van het oorspronkelijke onderzoek, in het niet-vertrouwelijke dossier daarvan te vinden waren.

(35)

In de opmerkingen van 20 december 2023 herhaalde de Lavish-groep dat de opname van Silk en Luxgres als onderdeel van de Lavish-groep strookt met de basisverordening en dat de Commissie de voorgestelde wijziging moet bekendmaken en Silk en Luxgres moet opnemen als onderdeel van de Lavish-groep. De Lavish-groep heeft de Commissie verzocht snel te werk te gaan om elk ongemak voor importeurs en gebruikers in de Unie te voorkomen.

(36)

Zoals gemotiveerd in de voorgaande overwegingen, was de Commissie het met het standpunt van de Lavish-groep eens.

6.   Wijziging van artikel 1, lid 3, van de oorspronkelijke verordening

(37)

Gezien de overwegingen hierboven achtte de Commissie het passend artikel 1, lid 3, van de oorspronkelijke verordening te wijzigen door Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP toe te voegen aan de onder de aanvullende Taric-code C903 vermelde entiteiten van de Lavish-groep.

(38)

De aanvullende Taric-code C903, die eerder is toegekend aan Lavish Granito Pvt Ltd, Lavish Ceramics, Lakme Vitrified LLP. en Liva Ceramics, moet vanaf 11 februari 2023 ook van toepassing zijn op Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP.

(39)

Het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht over de in deze verordening vervatte maatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Artikel 1, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/265 wordt als volgt gewijzigd:

“Antidumpingrechten zijn niet van toepassing op de Indiase producent-exporteur de Lavish-groep, bestaande uit Lavish Granito Pvt Ltd, Lavish Ceramics, Lakme Vitrified LLP. en Liva Ceramics (aanvullende Taric-code C903), en zijn niet van toepassing op de Turkse producent-exporteur Vitra Karo Sanayi ve Ticaret A.Ș. (aanvullende Taric-code C902).”

wordt vervangen door

“Antidumpingrechten zijn niet van toepassing op de Indiase producent-exporteur de Lavish-groep, bestaande uit Lavish Granito Pvt Ltd, Lavish Ceramics, Lakme Vitrified LLP, Liva Ceramics, Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP (aanvullende Taric-code C903), en zijn niet van toepassing op de Turkse producent-exporteur Vitra Karo Sanayi ve Ticaret A.Ș. (aanvullende Taric-code C902).”.

2.   De aanvullende Taric-code C903, die eerder is toegekend aan de Indiase producenten-exporteurs Lavish Granito Pvt Ltd, Lavish Ceramics, Lakme Vitrified LLP en Liva Ceramics, is vanaf 11 februari 2023 ook van toepassing op Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP.

3.   Alle definitieve rechten die sinds 11 februari 2023 zijn betaald op de invoer van door Silk Ceramics en Luxgres Ceramica LLP vervaardigde producten worden terugbetaald of kwijtgescholden overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/265 van de Commissie van 9 februari 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit India en Turkije (PB L 41 van 10.2.2023, blz. 1).

(3)  De bedrijfstak van de Unie werd wegens technische problemen tijdens de eerste hoorzitting, waardoor hij zijn presentatie niet kon afronden, in de gelegenheid gesteld een tweede keer te worden gehoord. De Lavish-groep werd in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen over de presentatie die de bedrijfstak van de Unie op 1 december 2023 had gehouden.

(4)  WT/DS505/ARB, 13 juli 2022, punt 8.274 (blz. 138).

(5)  Panelverslag, punten 7.248 en 7.251 (WT/DS295/R, 6.6.2005).

(6)  Arrest van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, punt 60.

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 360/2014 van de Commissie van 9 april 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ferrosilicium van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 107 van 10.4.2014, blz. 13).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/804/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top