Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32024D3200

Besluit (EU) 2024/3200 van de Raad van 5 december 2024 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, over de wijziging van die overeenkomst door de vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 4 inzake oorsprongsregels (Voor de EER relevante tekst)

ST/15623/2024/INIT

PB L, 2024/3200, 19.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3200/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2025

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3200/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/3200

19.12.2024

BESLUIT (EU) 2024/3200 VAN DE RAAD

van 5 december 2024

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, over de wijziging van die overeenkomst door de vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 4 inzake oorsprongsregels

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de “EER-overeenkomst”) werd door de Unie bij Besluit 94/1/EG, EGKS van de Raad en de Commissie (1) gesloten en is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)

In Protocol nr. 4 bij de EER-overeenkomst (“Protocol nr. 4”) wordt het begrip “producten van oorsprong” gedefinieerd en worden methoden van administratieve samenwerking vastgelegd. Op grond van artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het bij artikel 92 van de EER-overeenkomst ingestelde Gemengd Comité (het “Gemengd Comité”) besluiten Protocol nr. 4 te wijzigen.

(3)

Op zijn volgende vergadering of via briefwisseling zal het Gemengd Comité een besluit vaststellen over de wijziging van de EER-overeenkomst door de vervanging van Protocol nr. 4.

(4)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in het Gemengd Comité moet worden ingenomen, aangezien het besluit van het Gemengd Comité rechtsgevolgen zal hebben.

(5)

De Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (de “conventie”) werd door de Unie gesloten bij Besluit 2013/94/EU van de Raad (2) en is voor de Unie op 1 mei 2012 in werking getreden. De conventie bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die uit hoofde van de desbetreffende bilaterale vrijhandelsovereenkomsten tussen de partijen bij de conventie (de “partijen”) worden verhandeld, en die bepalingen zijn van toepassing onverminderd de beginselen in die bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.

(6)

De conventie is gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (3) (de “wijziging van de conventie”).

(7)

De wijziging van de conventie treedt op 1 januari 2025 voor alle partijen, met inbegrip van de partijen bij de EER-overeenkomst, in werking.

(8)

In artikel 6 van de conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe zal het Gemengd Comité een besluit vaststellen waarbij Protocol nr. 4 wordt vervangen door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de conventie bevat, zodat altijd naar de recentste versie van de geldende conventie wordt verwezen. Zonder een dergelijke verwijzing zou de effectieve toepassing van de wijziging van de conventie niet kunnen worden gegarandeerd, waardoor een situatie zou ontstaan waarin oorsprong in de EER zou worden bepaald op basis van andere oorsprongsregels dan de oorsprongsregels die vervat zijn in de wijziging van de conventie.

(9)

Naast de opneming van een dynamische verwijzing naar de conventie moeten de bepalingen van Protocol nr. 4 die specifiek zijn voor de EER, zoals de regels inzake oorsprong in de EER, in het nieuwe protocol behouden blijven, en moeten de gezamenlijke verklaringen, die ongewijzigd moeten blijven, ook behouden blijven.

(10)

Het standpunt van de Unie in het gemengd comité moet daarom worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat werd ingesteld bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de “EER-overeenkomst”), tijdens zijn volgende vergadering, over de wijziging van de EER-overeenkomst door de vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 4 door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels bevat, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan, en het verstrijkt op 31 december 2025.

Gedaan te Brussel, 5 december 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

NAGY B.


(1)  Besluit 94/1/EG, EGKS van de Raad en de Commissie van 13 december 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte tussen de Europese Gemeenschappen, hun lidstaten en de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 1).

(2)  Besluit 2013/94/EU van de Raad van 26 maart 2012 betreffende de sluiting van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (PB L 54 van 26.2.2013, blz. 3).

(3)  Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels van 7 december 2023 over de wijziging van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (PB L, 2024/390, 19.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/390/oj).


ONTWERP

BESLUIT Nr. … VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

van …

tot wijziging van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte door vervanging van het bijbehorende Protocol nr. 4 inzake oorsprongsregels

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 9 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de “EER-overeenkomst”) wordt verwezen naar Protocol nr. 4 bij de EER-overeenkomst (“Protocol nr. 4”), dat de oorsprongsregels bevat.

(2)

De Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1) (de “conventie”) strekt ertoe de bestaande bilaterale systemen inzake de oorsprongsregels, die zijn vastgesteld bij bilaterale vrijhandelsovereenkomsten tussen de partijen bij de conventie, in een multilateraal kader om te zetten, onverminderd de beginselen in die bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.

(3)

De Unie, het Vorstendom Liechtenstein (“Liechtenstein”) en het Koninkrijk Noorwegen (“Noorwegen”) hebben de conventie op 15 juni 2011 ondertekend, en IJsland heeft de conventie op 30 juni 2011 ondertekend.

(4)

Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en de Unie hebben ieder hun akte van aanvaarding op respectievelijk 9 november 2011, 28 november 2011, 12 maart 2012 en 26 maart 2012 bij de depositaris van de conventie neergelegd. Als gevolg daarvan en overeenkomstig artikel 10, lid 3, van de conventie, is de conventie op 1 januari 2012 voor Liechtenstein en Noorwegen, en op 1 mei 2012 voor de Unie en Ijsland, in werking getreden.

(5)

Bij Besluit nr. 1/95 van de EER-Raad (2) zijn de regels vastgesteld voor de toepassing van Protocol nr. 4 op Liechtenstein.

(6)

De conventie is gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (3) (de “wijziging van de conventie”). De wijziging van de conventie treedt op 1 januari 2025 in werking voor alle partijen.

(7)

In artikel 6 van de conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast.

(8)

Protocol nr. 4 moet daarom worden vervangen door een nieuw protocol dat een dynamische verwijzing naar de conventie bevat, zodat altijd naar de recentste versie van de geldende conventie wordt verwezen.

(9)

Naast de opneming van een dynamische verwijzing naar de conventie moeten de bepalingen van Protocol nr. 4 die specifiek zijn voor de EER, zoals de regels inzake oorsprong in de EER, in het nieuwe protocol behouden blijven, en moeten de gezamenlijke verklaringen, die ongewijzigd moeten blijven, ook behouden blijven.

(10)

Protocol nr. 4 moet daarom worden gewijzigd om die uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2025 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De artikelen 1 tot en met 39 van, en de bijlagen bij, Protocol nr. 4 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de “EER-overeenkomst”), alsook de gemeenschappelijke verklaringen over Protocol nr. 4 bij de EER-overeenkomst, worden vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit kunnen bewijzen van oorsprong achteraf worden afgegeven voor uitvoer tussen 1 januari 2025 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking zodra alle in artikel 103, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2025.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te …, …

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

De secretarissen

van het Gemengd Comité van de EER


(1)   PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.

(2)  Besluit van de EER-Raad nr. 1/95 van 10 maart 1995 over de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte voor het Vorstendom Liechtenstein (PB L 86 van 20.4.1995, blz. 58).

(3)  Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels van 7 december 2023 over de wijziging van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (PB L, 2024/390, 19.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/390/oj).

(*1)  [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]

BIJLAGE

“PROTOCOL Nr. 4

INZAKE OORSPRONGSREGELS

Artikel 1

Oorsprongsregels

1.   Voor de toepassing van de EER-overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1) (de “conventie”), zoals laatstelijk gewijzigd en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, van toepassing en mutatis mutandis in de EER-overeenkomst opgenomen, en maken ze er mutatis mutandis deel van uit.

2.   Alle verwijzingen naar de “desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie gelden als verwijzingen naar de EER-overeenkomst.

Artikel 2

Specifieke bepalingen voor de Europese Economische Ruimte

1.   Voor de toepassing van de EER-overeenkomst worden de volgende producten als van oorsprong uit de EER beschouwd:

a)

geheel en al in de EER verkregen producten;

b)

in de EER verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits die materialen in de EER een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.

Voor de toepassing van de EER-oorsprong worden de grondgebieden van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst waarop de overeenkomst van toepassing is, als een enkel grondgebied beschouwd.

2.   Niettegenstaande lid 1 wordt het grondgebied van het Vorstendom Liechtenstein voor het bepalen van de oorsprong van de in de tabellen I en II van Protocol nr. 3 bedoelde producten geacht geen deel uit te maken van de EER. Die producten worden uitsluitend als van oorsprong uit de EER beschouwd indien zij geheel en al verkregen zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partijen of indien ze aldaar een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan (2).

3.   Niettegenstaande de definitie van het begrip “gebied” in aanhangsel I van de conventie omvat “gebied” het grondgebied, de binnenwateren en de territoriale zee van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst waarop de EER-overeenkomst van toepassing is.

4.   Met het oog op de toepassing van de EER-overeenkomst heeft de term “EER” geen betrekking op Ceuta en Melilla. Voor de toepassing van Protocol nr. 49 bij de EER-overeenkomst betreffende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van bijlage V bij de conventie.

Artikel 3

Aanvullende cumulatiebepalingen

1.   De partijen komen overeen de toepassing van artikel 7, lid 3, van de conventie over de invoer van producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, te verlengen.

2.   De partijen bij de EER-overeenkomst komen overeen af te zien van de eis om in het bewijs van oorsprong de in artikel 8, lid 3, van de conventie bedoelde vermelding “CUMULATION APPLIED WITH (naam van het land/de landen in het Engels)” op te nemen.

GEZAMENLIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE AANVAARDING VAN BEWIJZEN VAN OORSPRONG DIE IN HET KADER VAN DE IN ARTIKEL 7 VAN DE CONVENTIE BEDOELDE OVEREENKOMSTEN WERDEN AFGEGEVEN VOOR PRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE EUROPESE UNIE, IJSLAND OF NOORWEGEN

1.

Bewijzen van oorsprong die werden afgegeven in het kader van de overeenkomsten als bedoeld in artikel 7 van aanhangsel I van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels voor producten van oorsprong uit de Europese Unie, IJsland of Noorwegen, worden aanvaard voor de toekenning van een preferentiële tariefbehandeling waarin de EER-overeenkomst voorziet.

2.

Dergelijke producten worden als van oorsprong uit de EER beschouwd indien zij in een aldaar verkregen product zijn verwerkt. De materialen hoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan.

3.

Wanneer dergelijke producten onder de EER-overeenkomst vallen, worden zij bij wederuitvoer naar een andere overeenkomstsluitende partij van de EER als van oorsprong uit de EER beschouwd.

GEZAMENLIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET VORSTENDOM ANDORRA

1.

Producten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem van oorsprong uit het Vorstendom Andorra worden door IJsland, Liechtenstein en Noorwegen behandeld als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van deze overeenkomst.

2.

Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

GEZAMENLIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE REPUBLIEK SAN MARINO

1.

Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door IJsland, Liechtenstein en Noorwegen behandeld als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van deze overeenkomst.

2.

Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

GEZAMENLIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE OPZEGGING VAN DE REGIONALE CONVENTIE BETREFFENDE DE PAN-EURO-MEDITERRANE PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS DOOR EEN OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJ

1.

Indien een overeenkomstsluitende partij bij de EER-overeenkomst de depositaris van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels schriftelijk te kennen geeft de conventie overeenkomstig artikel 9 te willen opzeggen, onderhandelt de terugtrekkende overeenkomstsluitende partij onmiddellijk met alle andere overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst over oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst.

2.

Tot de inwerkingtreding van deze nieuw overeengekomen oorsprongsregels blijven de op het moment van opzegging geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, indien passend, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels van overeenkomstige toepassing tussen de terugtrekkende overeenkomstsluitende partij en de andere overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I en, indien passend, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie echter zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen de terugtrekkende overeenkomstsluitende partij en de andere overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst toestaan.”.

(1)   PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.

(2)   PB L 86 van 20.4.1995, blz. 58.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3200/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top