EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R1056

Verordening (EU) 2020/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 inzake elektronische informatie over goederenvervoer (Voor de EER relevante tekst)

PE/27/2020/INIT

OJ L 249, 31.7.2020, p. 33–48 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1056/oj

31.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 249/33


VERORDENING (EU) 2020/1056 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 juli 2020

inzake elektronische informatie over goederenvervoer

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 en artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De efficiëntie van het goederenvervoer en de goederenlogistiek is van vitaal belang voor de groei en het concurrentievermogen van de economie van de Unie, de werking van de interne markt en de sociale en economische samenhang van alle regio’s in de Unie.

(2)

Deze verordening heeft tot doel de digitalisering van het goederenvervoer en de goederenlogistiek aan te moedigen om de administratieve kosten te verminderen, de handhavingscapaciteit van bevoegde instanties te verbeteren en het vervoer efficiënter en duurzamer te maken.

(3)

Het overbrengen van goederen, met inbegrip van afvalstoffen, gaat gepaard met een grote hoeveelheid informatie die nog steeds op papier wordt uitgewisseld, zowel tussen bedrijven onderling als tussen bedrijven en bevoegde instanties. Het gebruik van papieren documenten leidt tot aanzienlijke administratieve lasten voor logistieke ondernemingen en tot extra kosten voor logistieke ondernemingen en aanverwante bedrijfstakken (zoals handel en industrie), met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), en heeft een negatief effect op het milieu.

(4)

Het ontbreken van een uniform rechtskader op Unieniveau dat bevoegde instanties verplicht de bij wet vereiste relevante informatie over goederenvervoer in elektronische vorm te aanvaarden, wordt beschouwd als de belangrijkste reden waarom de vereenvoudiging en efficiëntiewinst inzake informatie-uitwisselingen die dankzij de beschikbare elektronische middelen kunnen worden gerealiseerd, grotendeels is uitgebleven. De aanvaarding door bevoegde instanties van informatie in elektronische vorm met gemeenschappelijke specificaties zou niet alleen de communicatie tussen bevoegde instanties en marktdeelnemers vergemakkelijken, maar indirect ook de totstandkoming van uniforme en vereenvoudigde elektronische communicatie tussen bedrijven in de hele Unie. Daarmee zouden ook de administratieve kosten voor marktdeelnemers, met name voor kmo’s, die de grote meerderheid van de vervoers- en logistieke ondernemingen in de Unie vormen, sterk gereduceerd worden.

(5)

Sommige onderdelen van het vervoersrecht van de Unie verplichten de instanties om gedigitaliseerde informatie te aanvaarden, maar dit geldt lang niet voor alle relevante Unierechtshandelingen. Het moet mogelijk zijn wettelijk verplichte informatie over goederenvervoer op het hele grondgebied van de Unie voor alle fasen van vervoersactiviteiten in de Unie langs elektronische weg ter beschikking te stellen van bevoegde instanties. Die mogelijkheid moet bovendien gelden voor alle wettelijk verplichte informatie en voor alle vervoerswijzen.

(6)

Bevoegde instanties moeten dan ook worden verplicht om elektronisch ter beschikking gestelde informatie te aanvaarden telkens marktdeelnemers verplicht zijn informatie ter beschikking te stellen om te bewijzen dat is voldaan aan de eisen vastgesteld in de onder deze verordening vallende Unierechtshandelingen. Dit voorschrift moet ook gelden voor de aanvullende informatie die de autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van die Unierechtshandelingen moeten verstrekken, bijvoorbeeld wanneer bepaalde informatie ontbreekt. Dit moet ook gelden wanneer volgens het nationale recht wettelijk verplichte informatie moet worden verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de informatie die moet worden verstrekt op grond van Unierechtshandelingen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. De autoriteiten moeten er ook naar streven om met betrekking tot die informatie elektronisch met de betrokken marktdeelnemers te communiceren. Die communicatie moet de relevante bepalingen van Unierechtshandelingen en nationaal recht met betrekking tot vervolgmaatregelen tijdens of na de controle van de wettelijk verplichte informatie onverlet laten. De verplichting voor bevoegde instanties om de informatie te aanvaarden die elektronisch door marktdeelnemers ter beschikking wordt gesteld, moet ook gelden wanneer bepalingen van Unierechtshandelingen of van nationaal recht die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, informatie vereisen die tevens wordt genoemd in relevante internationale verdragen zoals de verdragen betreffende de internationale vervoersovereenkomsten in de verschillende vervoerwijzen, bijvoorbeeld het VN-verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Cotif), IATA-resolutie 672 over de elektronische luchtvrachtbrief, het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal), en het Verdrag van Boedapest inzake de Overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI).

(7)

Aangezien deze verordening alleen tot doel heeft de informatieverstrekking tussen de marktdeelnemers en bevoegde instanties, via elektronische middelen, te vereenvoudigen en aan te moedigen, moet ze de bepalingen van Unierechtshandelingen of nationaal recht met betrekking tot de inhoud van wettelijk verplichte informatie onverlet laten en mag ze met name geen extra eisen inzake wettelijk verplichte informatie of taaleisen opleggen. Doel van deze verordening is het mogelijk te maken aan de eisen inzake wettelijk verplichte informatie te voldoen door die informatie langs elektronische weg te verstrekken in plaats van op papier; zij laat evenwel de mogelijkheid voor de betrokken marktdeelnemers om die informatie op papier aan te bieden, zoals bepaald in de relevante bepalingen van Unierechtshandelingen of nationaal recht, onverlet en zij moet de relevante Unievereisten inzake de voor de gestructureerde presentatie van de bewuste informatie te gebruiken documenten onverlet laten. Deze verordening moet de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) met betrekking tot procedurevoorschriften voor de overbrenging van afvalstoffen en de bepalingen betreffende controles door douanekantoren onverlet laten. Deze verordening moet ook de rapporteringsverplichtingen onverlet laten, ook in verband met de bevoegdheden van douanekantoren of de bevoegdheden van andere instanties, die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) of in uit hoofde daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen, dan wel in Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(8)

Het gebruik van elektronische middelen om wettelijk verplichte informatie uit te wisselen, kan de administratieve kosten voor marktdeelnemers verminderen en de bevoegde instanties efficiënter maken. Zowel marktdeelnemers als bevoegde instanties zouden de nodige maatregelen moeten nemen, waaronder de aankoop van de nodige apparatuur, om elektronische uitwisselingen van wettelijk verplichte informatie over goederenvervoer (eFTI) in machineleesbare vorm via platformen die gebaseerd zijn op informatie- en communicatietechnologie (eFTI-platformen) mogelijk te maken. De betrokken marktdeelnemers moeten echter verantwoordelijk blijven voor het verstrekken van informatie in voor de mens leesbare vorm, telkens zij van bevoegde instanties het specifieke verzoek hebben gekregen hen in staat te stellen hun taken uit te voeren in situaties waarin er geen toegang is tot een eFTI-platform.

(9)

Om marktdeelnemers in staat te stellen de relevante informatie in alle lidstaten op dezelfde wijze in elektronische vorm te verstrekken, dient er te worden vertrouwd op gemeenschappelijke specificaties, die moeten worden vastgesteld door de Commissie door middel van in deze verordening bedoelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

(10)

Gemeenschappelijke specificaties over de definitie en de technische kenmerken van de gegevenselementen moeten ervoor zorgen dat de gegevens interoperabel zijn door één volledige dataset vast te stellen die voor de elektronische communicatie van de informatie moet worden gebruikt. Deze volledige dataset moet alle gegevenselementen bevatten die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de informatievereisten van de relevante bepalingen van Unierechtshandelingen en nationaal recht, en waarin elk gegevenselement dat gemeenschappelijk is voor een of meer datasubsets slechts eenmaal wordt opgenomen.

(11)

Gemeenschappelijke specificaties moeten ook gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels voor de toegang tot en de verwerking van die informatie door bevoegde instanties vaststellen, met inbegrip van alle daarmee verband houdende communicatie tussen bevoegde instanties en de betrokken marktdeelnemers, zoals verzoeken om aanvullende informatie die bevoegde instanties nodig hebben om hun respectieve bevoegdheden tot handhaving van de wettelijke verplichtingen uit te oefenen overeenkomstig de relevante bepalingen van Unierechtshandelingen en nationaal recht.

(12)

Bij het vaststellen van die gemeenschappelijke specificaties moet rekening worden gehouden met de specificaties voor gegevensuitwisseling die zijn vastgesteld in de relevante Unierechtshandelingen en in relevante Europese en internationale normen voor gegevensuitwisseling, met inbegrip van multimodale normen, en met de beginselen en aanbevelingen vastgesteld in de mededeling van de Commissie van 23 maart 2017 met als titel het “Europees interoperabiliteitskader — Implementatiestrategie”, die een aanpak biedt voor de verlening van Europese digitale openbare diensten waarover overeenstemming is bereikt door de lidstaten. Ook moet erop worden toegezien dat die specificaties technologieneutraal blijven en openstaan voor innoverende technologieën.

(13)

Om de kosten voor zowel bevoegde instanties als marktdeelnemers tot een minimum te beperken, kan worden overwogen toegangspunten voor bevoegde instanties in te stellen. Die toegangspunten zouden alleen fungeren als tussenschakels tussen de eFTI-platformen en bevoegde instanties, en mogen daarom de eFTI-gegevens waartoe zij toegang verlenen niet opslaan of verwerken, behalve metadata die verband houden met eFTI-gegevensverwerking, zoals logbestanden die nodig zijn voor monitoring of statistische doeleinden. De lidstaten kunnen ook overeenkomen gezamenlijke toegangspunten te creëren voor hun respectieve bevoegde instanties.

(14)

In deze verordening moeten de functionele eisen worden vastgesteld die van toepassing zijn op eFTI-platformen en die door marktdeelnemers moeten worden gebruikt om wettelijk verplichte informatie over goederenvervoer in elektronische vorm ter beschikking te stellen van bevoegde instanties teneinde te voldoen aan de voorwaarden voor de verplichte aanvaarding van deze informatie door bevoegde instanties, zoals bepaald in deze verordening. Ook de eisen voor derde partijen die diensten verlenen aan het platform (eFTI-dienstverleners) moeten worden vastgesteld. Die eisen moeten er met name voor zorgen dat alle eFTI-gegevens uitsluitend kunnen worden verwerkt overeenkomstig een integraal, op rechten gebaseerd systeem voor toegangscontrole dat toegewezen functionaliteiten biedt; dat alle bevoegde instanties onmiddellijk toegang hebben tot die gegevens overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden op het gebied van handhaving van de wettelijke verplichtingen; dat de elektronische verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (6) kan worden verricht, en dat de verwerking van gevoelige commerciële informatie kan worden verricht op een manier die de vertrouwelijkheid van die informatie in acht neemt.

(15)

De Commissie moet specificaties inzake de functionele eisen voor eFTI-platformen vaststellen. Bij de vaststelling van die specificaties moet de Commissie ernaar streven de interoperabiliteit van de eFTI-platformen te waarborgen om de uitwisseling van gegevens tussen dergelijke platformen te vergemakkelijken en om marktdeelnemers in staat te stellen gebruik te maken van het eFTI-platform van hun keuze. Om de uitvoering te vergemakkelijken en de kosten tot een minimum te beperken, moet de Commissie ook rekening houden met technische oplossingen en normen hieromtrent die door de bestaande ICT-systemen worden gebruikt. Tegelijkertijd moet de Commissie ervoor zorgen dat die specificaties zo veel mogelijk technologieneutraal blijven, teneinde permanente innovatie te stimuleren en technologische lock-in te vermijden.

(16)

Opdat zowel bevoegde instanties als marktdeelnemers er vertrouwen in kunnen hebben dat eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners aan die functionele eisen voldoen, moeten de lidstaten een certificeringssysteem opzetten dat gebaseerd is op accreditatie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (7). Om te profiteren van de voordelen van certificering, worden aanbieders van reeds in gebruik zijnde ICT-systemen aangemoedigd ervoor te zorgen dat die systemen voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen voor eFTI-platformen, en certificering aan te vragen. De certificering van ICT-systemen moet onverwijld plaatsvinden.

(17)

Het gebruik van eFTI-platformen biedt marktdeelnemers gegarandeerde aanvaarding van wettelijk verplichte informatie en biedt bevoegde instanties een betrouwbare en veilige toegang tot die informatie. Niettegenstaande het feit dat bevoegde instanties overeenkomstig deze verordening verplicht zijn de via een gecertificeerd eFTI-platform ter beschikking gestelde informatie te aanvaarden, moet het gebruik van andere ICT-systemen niettemin mogelijk blijven indien een lidstaat daartoe besluit. Tegelijkertijd mag deze verordening het gebruik van de eFTI-platformen tussen bedrijven of het gebruik van aanvullende functionaliteiten op eFTI-platformen niet in de weg staan, op voorwaarde dat dit niet van negatieve invloed is op de verwerking van de onder het toepassingsbied van deze verordening vallende wettelijk verplichte informatie overeenkomstig de eisen van deze verordening.

(18)

Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van de verplichting om wettelijk verplichte informatie te aanvaarden die op grond van deze verordening in elektronische vorm ter beschikking is gesteld, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De Commissie moet met name uitvoeringsbevoegdheden krijgen om voor bevoegde instanties gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels op te stellen betreffende de toegang tot en de verwerking van die wettelijk verplichte informatie wanneer de betrokken marktdeelnemers die informatie elektronisch ter beschikking stellen, met inbegrip van gedetailleerde voorschriften en technische specificaties, en om gedetailleerde specificaties vast te stellen voor de uitvoering van de eisen voor eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (8).

(19)

Om ervoor te zorgen dat deze verordening goed wordt toegepast, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van deel A van bijlage I, teneinde rekening te houden met alle door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen waarin nieuwe Unie-eisen inzake wettelijk verplichte informatie betreffende het vervoer van goederen worden vastgesteld; ten aanzien van de wijziging van deel B van bijlage I, teneinde de lijsten van eisen inzake wettelijk verplichte informatie in het nationale recht die door de lidstaten bij de Commissie overeenkomstig deze verordening zijn aangemeld, erin op te nemen, en teneinde nieuwe bepalingen van relevant nationaal recht erin op te nemen waarbij nationale eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden gewijzigd of nieuwe relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen en door de lidstaten bij de Commissie zijn aangemeld overeenkomstig deze verordening; ten aanzien van de aanvulling van deze verordening door de gemeenschappelijke dataset en datasubsets met betrekking tot de respectieve onder deze verordening vallende eisen inzake wettelijk verplichte informatie vast te stellen en te wijzigen, en ten aanzien van de aanvulling van bepaalde technische aspecten van deze verordening, namelijk wat betreft de regels inzake certificering en het gebruik van het certificeringsmerk van eFTI-platformen en wat betreft de regels inzake de certificering van eFTI-dienstverleners. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (9).

Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Voorts is de betrokkenheid van alle belanghebbenden in de geschikte fora, zoals de deskundigengroep die is opgericht bij het Besluit van de Commissie van 13 september 2018 tot oprichting van het “Digital Transport and Logistics Forum”, van belang bij de ontwikkeling en voorbereiding van die handelingen.

(20)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een uniforme aanpak bij de aanvaarding van elektronisch ter beschikking gestelde informatie over goederenvervoer door bevoegde instanties, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de behoefte om gemeenschappelijke eisen vast te stellen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(21)

Elektronische verwerking van persoonsgegevens die nodig is bij het verstrekken van de wettelijk verplichte informatie over het goederenvervoer, moet worden verricht overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.

(22)

De Commissie moet een evaluatie van deze verordening uitvoeren. Er moet informatie worden verzameld om deze evaluatie te onderbouwen en om te bezien of deze verordening voldoet aan de nagestreefde doelstelling.

(23)

Effectieve en efficiënte handhaving vereist dat alle bevoegde instanties rechtstreeks en in real time toegang hebben tot relevante wettelijk verplichte informatie in elektronische vorm. Daartoe, en in overeenstemming met het “digital by default”-beginsel zoals vermeld in de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 met als titel “EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020: Voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten”, moeten hoofdzakelijk elektronische middelen worden gebruikt voor de uitwisseling van wettelijk verplichte informatie tussen de marktdeelnemers en bevoegde instanties. Daarom moet de Commissie mogelijke initiatieven beoordelen die verplicht willen stellen dat marktdeelnemers gebruikmaken van elektronische middelen om wettelijk verplichte informatie ter beschikking te stellen van bevoegde instanties. De Commissie moet in voorkomend geval overeenkomstige initiatieven voorstellen, met inbegrip van mogelijke wijzigingen van deze verordening en andere relevante Unierechtshandelingen. Om de handhavingscapaciteiten van bevoegde instanties te verbeteren en de kosten voor zowel bevoegde instanties als de marktdeelnemers tot een minimum te beperken, moet de Commissie ook verdere maatregelen overwegen, zoals een grotere interoperabiliteit van en een gemeenschappelijk toegangspunt tot ICT-systemen en -platformen die worden gebruikt voor het registreren en verwerken van wettelijk verplichte informatie zoals bepaald in ander vervoersrecht van de Unie.

(24)

Deze verordening kan niet effectief worden toegepast alvorens de daarin voorziene gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen in werking zijn getreden. Om die reden is de Commissie wettelijk verplicht die gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen en moet zij onmiddellijk met het opstellen daarvan beginnen opdat de relevante specificaties tijdig worden vastgesteld, indien mogelijk vóór de in deze verordening vastgestelde respectieve termijnen. De tijdige vaststelling van die gedelegeerde en uitvoeringshandelingen is van essentieel belang om de lidstaten en marktdeelnemers voldoende tijd te geven om de nodige maatregelen overeenkomstig deze verordening te nemen. Daarom moeten de verschillende toepassingsperioden in deze verordening dienovereenkomstig worden bepaald.

(25)

Evenzeer moet de kennisgevingsverplichting van de lidstaten uit hoofde van deze verordening binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervuld zijn, teneinde de Commissie in staat te stellen tijdig de eerste gedelegeerde handeling op grond van deze verordening vast te stellen.

(26)

De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (10),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt een juridisch kader vastgesteld voor de elektronische verstrekking van wettelijk verplichte informatie tussen de betrokken marktdeelnemers en bevoegde instanties met betrekking tot het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie.

Daartoe zijn in deze verordening:

a)

de voorwaarden vastgesteld waaronder bevoegde instanties informatie moeten aanvaarden wanneer die informatie elektronisch ter beschikking is gesteld door de betrokken marktdeelnemers;

b)

de regels vastgesteld voor het verlenen van diensten die betrekking hebben op de elektronische terbeschikkingstelling van wettelijk verplichte informatie door de betrokken marktdeelnemers aan bevoegde instanties.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op:

a)

eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn uiteengezet in:

i)

artikel 6, lid 1, van Verordening nr. 11 van de EEG-Raad (11);

ii)

artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad (12);

iii)

artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad (13);

iv)

artikel 16, onder c), en artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1013/2006; deze verordening doet geen afbreuk aan in desbetreffende Unierechtshandelingen voorziene controles door douanekantoren;

v)

hoofdstuk 5.4 van deel 5 van bijlage A bij de Europese Overeenkomst betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR), gesloten te Genève op 30 september 1957, zoals bedoeld in deel I.1 van bijlage I bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad (14); hoofdstuk 5.4 van deel 5 van het reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (RID), als opgenomen in bijlage C bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Cotif), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, zoals bedoeld in deel II.1 van bijlage II bij die richtlijn, en hoofdstuk 5.4 van deel 5 van de voorschriften bij de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN), gesloten te Genève op 26 mei 2000, zoals bedoeld in deel III.1 van bijlage III bij die richtlijn;

b)

eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn vastgesteld in gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen die door de Commissie zijn vastgesteld op grond van een Unierechtshandeling als bedoeld onder a) van dit lid of op grond van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (15) of Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad (16). Die gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen worden vermeld in deel A van bijlage I bij deze verordening;

c)

eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn vastgesteld in de bepalingen van nationaal recht die zijn opgenomen in deel B van bijlage I bij deze verordening.

2.   Uiterlijk op 21 augustus 2021 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de bepalingen van nationaal recht en de overeenkomstige eisen inzake wettelijk verplichte informatie krachtens welke informatie moet worden verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de informatie die moet worden verstrekt op grond van de in lid 1, onder a) en b), bedoelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie.

Na die kennisgeving stellen de lidstaten de Commissie in kennis van elke bepaling van nationaal recht die:

a)

wijzigingen aanbrengt in eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn vastgesteld in de bepalingen van nationaal recht die zijn opgenomen in deel B van bijlage I, of

b)

nieuwe relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie vaststelt krachtens welke informatie moet worden verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de informatie die moet worden verstrekt op grond van de in lid 1, onder a) en b), bedoelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie.

De lidstaten doen dergelijke kennisgevingen binnen een maand na de vaststelling van dergelijke bepalingen.

3.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van:

a)

deel A van bijlage I teneinde verwijzingen naar alle onder b) van lid 1 van dit artikel vermelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie op te nemen;

b)

deel B van bijlage I teneinde verwijzingen naar nationaal recht en eisen inzake wettelijk verplichte informatie overeenkomstig de kennisgevingen op grond van lid 2 van dit artikel op te nemen of te schrappen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“wettelijk verplichte informatie”: informatie, al dan niet in documentvorm gepresenteerd, die betrekking heeft op het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van in doorvoer zijnde goederen, die door een betrokken marktdeelnemer ter beschikking moet worden gesteld overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 2, lid 1, teneinde de naleving aan te tonen van de relevante eisen van de handelingen die die bepalingen hebben vastgesteld;

2)

“eis inzake wettelijk verplichte informatie”: een eis om wettelijk verplichte informatie te verstrekken;

3)

“bevoegde instantie”: een overheidsinstantie, overheidsagentschap of een ander orgaan die of dat bevoegd is om taken uit te voeren op grond van de in artikel 2, lid 1, bedoelde rechtshandelingen en waarvoor toegang tot wettelijk verplichte informatie vereist is, zoals controle, handhaving, validering of monitoring van de naleving op het grondgebied van een lidstaat;

4)

“elektronische informatie over goederenvervoer” of “eFTI”: een set gegevenselementen die elektronisch worden verwerkt met het oog op de uitwisseling van wettelijk verplichte informatie tussen de betrokken marktdeelnemers en tussen de betrokken marktdeelnemers en bevoegde instanties;

5)

“eFTI-datasubset”: een set gestructureerde gegevenselementen die overeenstemmen met de wettelijk verplichte informatie als vereist op grond van een specifieke Unierechtshandeling of specifieke bepaling van nationaal recht, als bedoeld in artikel 2, lid 1;

6)

“gemeenschappelijke eFTI-dataset”: een volledige set gestructureerde gegevenselementen die overeenstemmen met alle eFTI-datasubsets, waarbij de gemeenschappelijke gegevenselementen van de verschillende eFTI-datasubsets slechts eenmaal worden opgenomen;

7)

“gegevenselement”: de kleinste informatie-eenheid met een unieke omschrijving en exacte technische kenmerken zoals formaat, lengte en lettertype;

8)

“verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen die worden uitgevoerd op eFTI, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van eFTI;

9)

“logbestand”: een automatische registratie van de elektronische verwerking van eFTI;

10)

“eFTI-platform”: een op informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebaseerde oplossing, zoals een besturingssysteem, een besturingsomgeving of een databank die bestemd is om te worden gebruikt voor de verwerking van eFTI;

11)

“eFTI-platformontwikkelaar”: een natuurlijke of rechtspersoon die een eFTI-platform heeft ontwikkeld of verkregen, hetzij om wettelijk verplichte informatie met betrekking tot zijn eigen economische activiteiten te verwerken, hetzij om dat platform op de markt te brengen;

12)

“eFTI-dienst”: een dienst die bestaat uit eFTI-verwerking door middel van een eFTI-platform, alleen of in combinatie met andere ICT-oplossingen, met inbegrip van andere eFTI-platformen;

13)

“eFTI-dienstverlener”: een natuurlijke of rechtspersoon die een eFTI-dienst verleent aan de betrokken marktdeelnemers op basis van een overeenkomst;

14)

“betrokken marktdeelnemer”: een exploitant van vervoersactiviteiten of van logistieke activiteiten, of een andere natuurlijke of rechtspersoon, die verantwoordelijk is voor de terbeschikkingstelling van wettelijk verplichte informatie aan bevoegde instanties, overeenkomstig de betreffende eisen inzake wettelijk verplichte informatie;

15)

“voor mensen leesbare vorm”: een weergave van de gegevens in een elektronische vorm die gebruikt kan worden als informatie voor een natuurlijke persoon, zonder dat verdere verwerking noodzakelijk is;

16)

“machineleesbare vorm”: een weergave van de gegevens in een elektronische vorm die gebruikt kan worden voor automatische verwerking door een machine;

17)

“conformiteitsbeoordelingsinstantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008, die overeenkomstig die verordening is geaccrediteerd om de conformiteitsbeoordelingen van eFTI-platformen of eFTI-dienstverleners uit te voeren;

18)

“overbrenging”: het vervoer van een bepaalde reeks goederen, met inbegrip van afvalstoffen, tussen de eerste plaats van ophaling en de uiteindelijke plaats van levering, volgens de voorwaarden van één vervoersovereenkomst of van meerdere opeenvolgende vervoersovereenkomsten, in voorkomend geval met inbegrip van de overdracht tussen verschillende vervoerswijzen, ongeacht de hoeveelheid of het aantal vervoerde containers, verpakkingen of stukken.

HOOFDSTUK II

LANGS ELEKTRONISCHE WEG TER BESCHIKKING GESTELDE WETTELIJK VERPLICHTE INFORMATIE

Artikel 4

Eisen voor de betrokken marktdeelnemers

1.   Voor de toepassing van artikel 5, leden 1, 2 en 3, voldoen de betrokken marktdeelnemers aan de in dit artikel omschreven eisen.

2.   Wanneer de betrokken marktdeelnemers langs elektronische weg wettelijk verplichte informatie ter beschikking stellen van een bevoegde instantie, doen zij dit op basis van gegevens die verwerkt zijn op een gecertificeerd eFTI-platform en, indien van toepassing, door een gecertificeerde eFTI-dienstverlener. Die wettelijk verplichte informatie wordt door de betrokken marktdeelnemers in machineleesbare vorm en, op verzoek van de bevoegde instantie, in een voor mensen leesbare vorm ter beschikking gesteld.

3.   Informatie in machineleesbare vorm wordt ter beschikking gesteld via een geauthenticeerde en beveiligde verbinding met de databron van een eFTI-platform. De betrokken marktdeelnemers delen de in artikel 9, lid 1, onder e), bedoelde unieke elektronische identificatielink mee die de bevoegde instantie in staat stelt de wettelijk verplichte informatie over de overbrenging als uniek te identificeren.

4.   Door bevoegde instanties gevraagde informatie in een voor mensen leesbare vorm wordt ter plaatse ter beschikking gesteld, op een scherm van een elektronisch toestel dat eigendom is van de betrokken marktdeelnemer.

Artikel 5

Eisen voor bevoegde instanties

1.   Met ingang van 30 maanden na de datum van inwerkingtreding van de eerste van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen bedoeld in de artikelen 7 en 8, aanvaarden bevoegde instanties wettelijk verplichte informatie die overeenkomstig artikel 4 elektronisch door de betrokken marktdeelnemers ter beschikking is gesteld, dit tevens ingeval bevoegde instanties de wettelijk verplichte informatie als aanvullende informatie hebben opgevraagd.

2.   Wanneer de betrokken marktdeelnemer overeenkomstig artikel 4 van deze verordening langs elektronische weg wettelijk voorgeschreven informatie als vereist op grond van Verordening (EG) nr. 1013/2006 ter beschikking heeft gesteld, aanvaarden de betrokken bevoegde instanties die wettelijk voorgeschreven informatie ook zonder de in artikel 26, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 1013/2006 bedoelde goedkeuring.

3.   Wanneer wettelijk voorgeschreven informatie als vereist op grond van een specifieke Unierechtshandeling of specifieke bepaling van nationaal recht, als bedoeld in artikel 2, lid 1, officiële validering omvat, zoals stempels of certificaten, verstrekt de desbetreffende instantie die validering elektronisch, overeenkomstig de eisen die door de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld.

4.   Om te voldoen aan de in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel genoemde eisen nemen de lidstaten maatregelen opdat al hun bevoegde instanties toegang kunnen krijgen tot wettelijk verplichte informatie die door de betrokken marktdeelnemers ter beschikking is gesteld overeenkomstig artikel 4 en deze te verwerken. Die maatregelen voldoen aan de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

Artikel 6

Vertrouwelijke commerciële informatie

Bevoegde instanties, eFTI-dienstverleners en de betrokken marktdeelnemers nemen maatregelen om de vertrouwelijkheid te garanderen van de overeenkomstig deze verordening verwerkte en uitgewisselde informatie en om ervoor te zorgen dat dergelijke informatie alleen mag worden geraadpleegd en verwerkt wanneer daartoe machtiging is verleend.

Artikel 7

Gemeenschappelijke eFTI-dataset en eFTI-datasubsets

1.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling van deze verordening door de gemeenschappelijke eFTI-dataset en de eFTI-datasubsets vast te stellen en te wijzigen met betrekking tot de respectieve eisen inzake wettelijke verplichte informatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, met inbegrip van de overeenkomstige specificaties over de definitie en technische kenmerken voor elk gegevenselement dat in de gemeenschappelijke eFTI-dataset en de eFTI-datasubsets is opgenomen.

2.   Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen:

a)

houdt de Commissie rekening met relevante internationale verdragen en relevant Unierecht, en

b)

streeft de Commissie ernaar de interoperabiliteit van de gemeenschappelijke eFTI-dataset en van de eFTI-datasubsets te waarborgen met datamodellen die internationaal of op Unieniveau zijn aanvaard, met inbegrip van multimodale datamodellen.

3.   De eerste dergelijke gedelegeerde handeling omvat alle in lid 1 bedoelde elementen en wordt uiterlijk op 21 februari 2023 vastgesteld.

Artikel 8

Gemeenschappelijke procedures en regels voor toegang

1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels, waaronder gemeenschappelijke technische specificaties, inzake de toegang van bevoegde instanties tot eFTI-platformen, met inbegrip van procedures voor de verwerking van wettelijk verplichte informatie en voor communicatie tussen bevoegde instanties en de betrokken marktdeelnemers met betrekking tot die informatie.

2.   Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen streeft de Commissie ernaar de administratieve procedures efficiënter te maken en de nalevingskosten voor zowel de betrokken marktdeelnemers als de bevoegde instanties tot een minimum te beperken.

3.   Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De eerste dergelijke uitvoeringshandeling omvat alle in lid 1 van dit artikel bedoelde elementen en wordt uiterlijk op 21 februari 2023 vastgesteld.

HOOFDSTUK III

eFTI-PLATFORMEN EN eFTI-DIENSTVERLENERS

DEEL 1

Eisen voor eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners

Artikel 9

Functionele eisen voor eFTI-platformen

1.   De eFTI-platformen die worden gebruikt voor de verwerking van wettelijk verplichte informatie bevatten functies die ervoor zorgen dat:

a)

persoonsgegevens kunnen worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679;

b)

commerciële gegevens kunnen worden verwerkt overeenkomstig artikel 6;

c)

bevoegde instanties de gegevens kunnen raadplegen en verwerken overeenkomstig de specificaties die door middel van de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld;

d)

de betrokken marktdeelnemers de informatie ter beschikking kunnen stellen van bevoegde instanties overeenkomstig artikel 4;

e)

een unieke elektronische identificatielink tot stand kan worden gebracht tussen een overbrenging en de daaraan gerelateerde gegevenselementen, waaronder een gestructureerde verwijzing naar het eFTI-platform waar de gegevens ter beschikking worden gesteld, zoals een unieke referentie-identificatiecode;

f)

gegevens uitsluitend op basis van gemachtigde en geauthenticeerde toegang kunnen worden verwerkt;

g)

alle gegevensverwerkingshandelingen in logbestanden worden geregistreerd om ten minste de identificatie van elke verwerkingshandeling, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de handeling heeft verricht en de opeenvolging van de handelingen voor elke individueel gegevenselement mogelijk te maken; als een handeling het wijzigen of schrappen van een bestaand gegevenselement omvat, blijft het oorspronkelijke gegevenselement behouden;

h)

gegevens kunnen worden gearchiveerd en voor bevoegde instanties toegankelijk blijven overeenkomstig de relevante Unierechtshandelingen en het relevante nationale recht waarbij de respectieve eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld;

i)

de onder g) van dit lid bedoelde logbestanden worden gearchiveerd en voor bevoegde instanties toegankelijk blijven, voor controle gedurende de periode bepaald in de relevante Unierechtshandelingen en het relevante nationale recht waarbij de respectieve eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld en, voor toezicht, gedurende de in artikel 17 bedoelde perioden;

j)

gegevens worden beschermd tegen corruptie en diefstal;

k)

de verwerkte gegevenselementen beantwoorden aan de gemeenschappelijke eFTI-dataset en aan de eFTI-datasubsets die zijn vastgesteld door de in artikel 7 bedoelde gedelegeerde handelingen, en kunnen worden verwerkt in elk van de officiële talen van de Unie, zoals bepaald in de relevante Unierechtshandelingen en het relevante nationale recht waarbij de respectieve eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld.

2.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde specificaties betreffende de in lid 1 van dit artikel vastgestelde eisen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Bij het vaststellen van die specificaties:

a)

streeft de Commissie ernaar de interoperabiliteit van de eFTI-platformen te waarborgen;

b)

houdt de Commissie rekening met de relevante bestaande technische oplossingen en normen;

c)

zorgt de Commissie ervoor dat de specificaties zo veel mogelijk technologieneutraal blijven.

De eerste dergelijke uitvoeringshandeling omvat alle in lid 1 van dit artikel bedoelde elementen en wordt uiterlijk op 21 augustus 2023 vastgesteld.

Artikel 10

Eisen voor eFTI-dienstverleners

1.   eFTI-dienstverleners zorgen ervoor dat:

a)

de gegevens alleen worden verwerkt door gemachtigde gebruikers en overeenkomstig duidelijk gedefinieerde en toegewezen verwerkingsrechten in het eFTI-platform, overeenkomstig de relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie;

b)

de gegevens bewaard worden en toegankelijk zijn overeenkomstig de Unierechtshandelingen en het nationale recht waarin de respectieve eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld;

c)

bevoegde instanties onmiddellijk toegang hebben tot wettelijk verplichte informatie over een goederenvervoersactiviteit die wordt verwerkt via hun eFTI-platformen, zonder kosten of vergoedingen;

d)

de gegevens adequaat worden beveiligd, onder meer tegen niet-gemachtigde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.

2.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde regels betreffende de in lid 1 van dit artikel vastgestelde eisen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De eerste dergelijke uitvoeringshandeling omvat alle in lid 1 van dit artikel bedoelde elementen en wordt uiterlijk op 21 augustus 2023 vastgesteld.

DEEL 2

Certificering

Artikel 11

Conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties worden geaccrediteerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 met het oog op de certificering van eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners, zoals uiteengezet in de artikelen 12 en 13 van deze verordening.

2.   Met het oog op de accreditatie voldoen conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de eisen in bijlage II. Nationale accreditatie-instanties stellen de overeenkomstig lid 3 van dit artikel aangewezen nationale autoriteit in kennis van het adres van de website waar zij de informatie over de geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties openbaar maken, met inbegrip van een actuele lijst van die instanties.

3.   Elke lidstaat wijst een autoriteit aan die een bijgewerkte lijst bijhoudt van de geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties, de eFTI-platformen en de eFTI-dienstverleners die beschikken over een geldige certificering op basis van de op grond van lid 2 van dit artikel, artikel 12, lid 2, en artikel 13, lid 2, verstrekte informatie. Die aangewezen nationale autoriteiten maken die lijst openbaar op een officiële overheidswebsite.

4.   Uiterlijk op 31 maart van elk jaar stellen die aangewezen nationale autoriteiten de Commissie in kennis van de in lid 3 bedoelde lijst, samen met het adres van de website waarop die lijst is gepubliceerd. De Commissie publiceert dat websiteadres op haar officiële website.

Artikel 12

Certificering van eFTI-platformen

1.   Op aanvraag van een eFTI-platformontwikkelaar beoordeelt een conformiteitsbeoordelingsinstantie of het eFTI-platform voldoet aan de eisen van artikel 9, lid 1. Als het resultaat van de beoordeling positief is, geeft de conformiteitsbeoordelingsinstantie een certificaat van conformiteit voor dat eFTI-platform af. Als het resultaat van de beoordeling negatief is, verstrekt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de aanvrager de redenen voor die negatieve beoordeling.

2.   Elke conformiteitsbeoordelingsinstantie houdt een bijgewerkte lijst bij van de eFTI-platformen die zij heeft gecertificeerd en waarvoor zij de certificering heeft ingetrokken of geschorst. Zij maakt die lijst openbaar op haar website en deelt het adres van die website mee aan de in artikel 11, lid 3, bedoelde aangewezen nationale autoriteit.

3.   Informatie die via een gecertificeerd eFTI-platform ter beschikking van bevoegde instanties wordt gesteld, gaat vergezeld van een certificeringsmerk.

4.   De eFTI-platformontwikkelaar vraagt een nieuwe beoordeling van zijn eFTI-platform aan als de technische specificaties in de in artikel 9, lid 2, bedoelde uitvoeringshandelingen worden herzien.

5.   De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 14 teneinde deze verordening aan te vullen met regels inzake de certificering van eFTI-platformen en inzake het gebruik van het certificeringsmerk, met inbegrip van regels inzake de vernieuwing, de schorsing en de intrekking van certificering.

Artikel 13

Certificering voor eFTI-dienstverleners

1.   Op aanvraag van een eFTI-dienstverlener beoordeelt een conformiteitsbeoordelingsinstantie of de eFTI-dienstverlener voldoet aan de eisen van artikel 10, lid 1. Als het resultaat van de beoordeling positief is, geeft de conformiteitsbeoordelingsinstantie een certificaat van conformiteit af. Als het resultaat van de beoordeling negatief is, verstrekt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de aanvrager de redenen voor die negatieve beoordeling.

2.   Elke conformiteitsbeoordelingsinstantie houdt een bijgewerkte lijst bij van de eFTI-dienstverleners die zij heeft gecertificeerd en waarvoor zij de certificering heeft ingetrokken of geschorst. Zij maakt die lijst openbaar op haar website en deelt het adres van die website mee aan de in artikel 11, lid 3, bedoelde aangewezen nationale autoriteit.

3.   De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 14 teneinde deze verordening aan te vullen met regels inzake de certificering van eFTI-dienstverleners, met inbegrip van regels inzake de vernieuwing, de schorsing en de intrekking van certificering.

HOOFDSTUK IV

BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN UITVOERINGSBEPALINGEN

Artikel 14

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 2, lid 3, artikel 7, artikel 12, lid 5, en artikel 13, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar, met ingang van 20 augustus 2020. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met dezelfde termijnen verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 3, artikel 7, artikel 12, lid 5, en artikel 13, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een op grond van artikel 2, lid 3, artikel 7, artikel 12, lid 5, en artikel 13, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 15

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 16

Evaluatie

1.   Uiterlijk op 21 februari 2029 voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit en brengt zij over de belangrijkste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

De Commissie beoordeelt ook mogelijke initiatieven, met name teneinde:

a)

te voorzien in de verplichting voor marktdeelnemers om elektronisch verstrekte wettelijk verplichte informatie ter beschikking van bevoegde instanties te stellen, overeenkomstig deze verordening;

b)

verdere interoperabiliteit en interconnectiviteit tot stand te brengen tussen enerzijds de eFTI-omgeving en anderzijds de verschillende ICT-systemen en -platformen voor het registreren en verwerken van wettelijk verplichte informatie zoals bepaald in ander vervoersrecht van de Unie.

Die beoordelingen betreffen met name de wijziging van deze verordening en de wijziging van andere relevante Unierechtshandelingen, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie de in artikel 17 omschreven informatie die nodig is voor de opstelling van het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag.

Artikel 17

Monitoring

Uiterlijk op 21 augustus 2027, en elke vijf jaar daarna, verstrekken de lidstaten de Commissie, op basis van de in artikel 9, lid 1, onder g) en i), bedoelde logbestanden, informatie over het aantal malen dat bevoegde instanties de door de betrokken marktdeelnemers overeenkomstig artikel 4 elektronisch ter beschikking gestelde wettelijk verplichte informatie hebben geraadpleegd en verwerkt.

Die informatie wordt verstrekt voor elk jaar van de rapporteringsperiode.

Artikel 18

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing met ingang van 21 augustus 2024.

3.   Artikel 2, lid 2, artikel 5, lid 4, artikel 7, artikel 8, artikel 9, lid 2, en artikel 10, lid 2, zijn echter van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 juli 2020.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitster

J. KLOECKNER


(1)  PB C 62 van 15.2.2019, blz. 265.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 maart 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 7 april 2020 (PB C 157 van 8.5.2020, blz. 1). Standpunt van het Europees Parlement van 8 juli 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 64).

(6)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

(8)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(9)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(10)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(11)  Verordening nr. 11 van de EEG-Raad ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoersvoorwaarden (PB P 52 van 16.8.1960, blz. 1121).

(12)  Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen lidstaten (PB L 368 van 17.12.1992, blz. 38).

(13)  Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72).

(14)  Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PB L 260 van 30.9.2008, blz. 13).

(15)  Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).

(16)  Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72).


BIJLAGE I

WETTELIJK VERPLICHTE INFORMATIE DIE ONDER HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE VERORDENING VALT

DEEL A — In artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie

Lijst van in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen:

1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie (1) tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart: bijlage, punt 6.3.2.6, onder a), b), c), d), e), f) en g).

DEEL B — Nationaal recht

De relevante bepalingen van nationaal recht waarvoor informatie moet worden verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de in artikel 2, lid 1, onder a) en b), gespecificeerde informatie, worden hierna vermeld.

[Lidstaat]

1)

Rechtshandeling: [bepaling]


(1)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie van 5 november 2015 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (PB L 299 van 14.11.2015, blz. 1).


BIJLAGE II

EISEN MET BETREKKING TOT CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES

1.   

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

2.   

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, eFTI-platformen of eFTI-platformdienstverleners.

Een instantie die lid is van een vereniging van ondernemers of een beroepsorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de montage, het gebruik of het onderhoud van het door haar beoordeelde eFTI-platform of de door haar beoordeelde eFTI-platformdienstverlener, kan als een dergelijke instantie worden beschouwd mits aangetoond kan worden dat zij onafhankelijk is en geen belangenconflicten heeft.

3.   

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhoudsverantwoordelijke van het door hen beoordeelde eFTI-platform of de door hen beoordeelde eFTI-platformdienstverlener, noch de vertegenwoordiger van een van die partijen.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken, zijn niet rechtstreeks betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van dat eFTI-platform of die eFTI-platformdienstverlener, noch vertegenwoordigen zij de bij die activiteiten betrokken partijen. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn geaccrediteerd, in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten niet aantasten.

4.   

Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel verrichten de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten met de hoogste mate van professionele integriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied, zonder druk of aansporing, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van die activiteiten.

5.   

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in de artikelen 12 en 13 van deze verordening aan haar zijn toegewezen, ongeacht of die taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over:

a)

het nodige personeel met technische kennis en voldoende relevante ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)

de nodige beschrijvingen van de procedures in overeenstemming waarmee de conformiteitsbeoordeling wordt uitgevoerd;

c)

de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten, waarin voldoende rekening wordt gehouden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, en de relatieve complexiteit van de technologie in kwestie.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren.

6.   

Het personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken, beschikt over:

a)

een gedegen technische en beroepsopleiding die alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat;

b)

voldoende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het uitvoert en voldoende autoriteit om die beoordelingen uit te voeren;

c)

gepaste kennis over en inzicht in de in de artikelen 9 en 10 van deze verordening uiteengezette eisen;

d)

de bekwaamheid om conformiteitscertificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn uitgevoerd.

7.   

De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, van hun hoogste leidinggevenden en van het personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken, wordt gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en van het personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken van een conformiteitsbeoordelingsinstantie, hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

8.   

Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

9.   

Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie die hun ter kennis komt bij het verrichten van hun taken uit hoofde van de artikelen 12 en 13 van deze verordening of de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, behalve ten opzichte van de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de activiteiten worden uitgevoerd. Eigendomsrechten worden beschermd.

10.   

Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun personeel dat verantwoordelijk is voor het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken op de hoogte is van, relevante normalisatieactiviteiten en relevante regelgevende activiteiten.


Top