Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018D1297

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1297 van de Commissie van 25 september 2018 betreffende een afwijking door Frankrijk op de wederzijdse erkenning van de toelating van biociden die creosoot bevatten, overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 5412)

C/2018/5412

PB L 243 van 27.9.2018, pp. 19–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2018/1297/oj

27.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 243/19


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1297 VAN DE COMMISSIE

van 25 september 2018

betreffende een afwijking door Frankrijk op de wederzijdse erkenning van de toelating van biociden die creosoot bevatten, overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 5412)

(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 37, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De ondernemingen Bilbaína de Alquitranes, SA, Koppers International B.V. en Rain Carbon BVBA („de aanvragers”) hebben bij Frankrijk volledige aanvragen ingediend voor de wederzijdse erkenning van drie door Zweden verleende toelatingen van drie biocidefamilies van houtbeschermingsproducten die de werkzame stof creosoot bevatten („de producten”). Zweden heeft de producten toegelaten voor de behandeling van palen voor bovengrondse elektriciteits- en telecommunicatiekabels („elektriciteitspalen”) en spoorbielzen door professionele gebruikers.

(2)

Creosoot is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2) ingedeeld als kankerverwekkende stof van categorie 1B. Creosoot voldoet ook aan de criteria om krachtens bijlage XIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) te worden aangemerkt als persistente, bioaccumulerende en toxische stof (PBT-stof) of zeer persistente en zeer bioaccumulerende stof (zPzB-stof). Daarom voldoet het aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en e), van Verordening (EU) nr. 528/2012 vastgestelde uitsluitingscriteria. Overeenkomstig artikel 5, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 moet het gebruik van biociden die creosoot bevatten, worden beperkt tot de lidstaten waar aan ten minste één van de voorwaarden van dat lid is voldaan.

(3)

Volgens Frankrijk was met betrekking tot de behandeling van elektriciteitspalen op zijn grondgebied aan geen van de voorwaarden van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldaan en was de weigering van toelating voor dit gebruik gerechtvaardigd op grond van de bescherming van het milieu en van de gezondheid en het leven van mensen, zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 528/2012. Overeenkomstig artikel 37, lid 2, van die verordening heeft Frankrijk de aanvragers dan ook geïnformeerd over zijn voornemen om de voorwaarden van de te verlenen toelatingen in Frankrijk te wijzigen door de producten niet toe te laten voor de behandeling van elektriciteitspalen („beperkt gebruik”).

(4)

Twee van de aanvragers waren het niet eens met de voorgestelde wijziging en één van hen heeft niet binnen 60 dagen na die mededeling gereageerd. Frankrijk heeft de Commissie hiervan op 22 november 2017 in kennis gesteld overeenkomstig artikel 37, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Uit de door Frankrijk aangevoerde argumenten blijkt dat het risico voor de mens of voor het milieu als gevolg van de blootstelling aan creosoot die voortvloeit uit het beperkte gebruik van de producten, niet als te verwaarlozen kan worden beschouwd. Frankrijk heeft er ook op gewezen dat andere houtverduurzamingsmiddelen die werkzame stoffen bevatten die niet voldoen aan de uitsluitingscriteria van artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voor het beperkte gebruik op de Franse markt zijn. Het niet toelaten van het beperkte gebruik zou voor de Franse samenleving dus geen onevenredig grote negatieve gevolgen hebben. Volgens Frankrijk is het beperkte gebruik niet essentieel om een ernstig gevaar voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu te bezweren.

(6)

Derhalve is voor het beperkte gebruik in Frankrijk aan geen van de voorwaarden van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldaan. Met het oog op het bereiken van een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid, diergezondheid en het milieu, bepaalt Verordening (EU) nr. 528/2012 dat de toelating van biociden met werkzame stoffen met het ongunstigste risicoprofiel wordt beperkt tot specifieke situaties. Bovendien kunnen de lidstaten op grond van artikel 37, lid 1, tweede alinea, van die verordening met name om de in de eerste alinea van dat artikel bedoelde redenen een voorstel indienen om de verlening van een toelating te weigeren of de voorwaarden van de te verlenen toelating te wijzigen voor biociden die een werkzame stof bevatten waarop artikel 5, lid 2, of artikel 10, lid 1, van die verordening van toepassing is. Creosoot voldoet aan verschillende van de uitsluitingscriteria in artikel 5, lid 1, van die verordening wat gevaarlijke eigenschappen voor het milieu en voor de gezondheid van de mens betreft.

(7)

Daarom meent de Commissie dat de door Frankrijk voorgestelde afwijking van de wederzijdse erkenning gerechtvaardigd is op de in artikel 37, lid 1, onder a) en c), van die verordening bedoelde gronden.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De door Frankrijk voorgestelde afwijking van de wederzijdse erkenning van de in lid 2 bedoelde biocidefamilies is gerechtvaardigd op grond van de bescherming van het milieu en van de gezondheid en het leven van personen, zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 528/2012, in samenhang met artikel 37, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

2.   Lid 1 is van toepassing op de biocidefamilies met de volgende in het biocidenregister vermelde nummers:

 

BC-WK024516-27;

 

BC-DQ024492-36;

 

BC-EU013041-45.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Franse Republiek.

Gedaan te Brussel, 25 september 2018.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).


Top