EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017L2455

Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen

OJ L 348, 29.12.2017, p. 7–22 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 18/08/2020

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/2455/oj

29.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 348/7


RICHTLIJN (EU) 2017/2455 VAN DE RAAD

van 5 december 2017

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (3) bevat bijzondere btw-regelingen voor niet-gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatie-, omroep- of langs elektronische weg verrichte diensten aan niet-belastingplichtigen verlenen.

(2)

Richtlijn 2009/132/EG van de Raad (4) voorziet in een vrijstelling van de btw voor de invoer van kleine zendingen met een geringe waarde.

(3)

Uit de evaluatie van de op 1 januari 2015 ingevoerde bijzondere regelingen is gebleken dat zij op een aantal punten voor verbetering vatbaar zijn. Ten eerste moeten voor micro-ondernemingen die in een lidstaat zijn gevestigd en incidenteel de diensten in kwestie in andere lidstaten verrichten, de btw-nalevingslasten in andere lidstaten dan hun lidstaat van vestiging worden verminderd of verlaagd. Daarom moet een voor de hele Gemeenschap geldende drempel worden ingevoerd waaronder deze diensten onderworpen blijven aan de btw in de lidstaat van vestiging. Ten tweede vormt de verplichte naleving van de factureringsvereisten van iedere lidstaat waar leveringen van goederen of diensten worden verricht, een zware last. Om de lasten voor het bedrijfsleven zo veel mogelijk te beperken, moeten voor de facturering derhalve de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie van de leverancier of dienstverrichter die gebruikmaakt van de bijzondere regelingen. Ten derde kunnen belastingplichtigen die niet in de Gemeenschap zijn gevestigd, maar wel voor de btw zijn geregistreerd in een lidstaat, bijvoorbeeld omdat zij incidenteel aan de btw onderworpen handelingen in die lidstaat verrichten, noch van de bijzondere regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen noch van de bijzondere regeling voor in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen gebruikmaken. Daarom moet aan deze belastingplichtigen de mogelijkheid worden geboden om gebruik te maken van de bijzondere regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.

(4)

Voorts is uit de evaluatie van de op 1 januari 2015 ingevoerde bijzondere regelingen voor de belasting van telecommunicatie-, omroep- of langs elektronische weg verrichte diensten gebleken dat het vereiste om de btw-aangifte in te dienen binnen 20 dagen na het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft, een te korte tijdslimiet is, met name voor diensten via een telecommunicatienetwerk, een interface of een portaal, in welk geval de via dat netwerk, die interface of dat portaal verrichte diensten worden geacht te zijn verricht door de exploitant van dat netwerk, die interface of dat portaal, die de gegevens voor het invullen van de btw-aangifte moet verzamelen bij elke individuele dienstverrichter. Uit de evaluatie is ook gebleken dat het voorschrift correcties aan te brengen in de btw-aangifte van het betrokken belastingtijdvak een zware last vormt voor de belastingplichtigen, omdat zij daardoor soms elk kwartaal verschillende btw-aangiften opnieuw moeten indienen. Daarom moet de termijn voor het indienen van de btw-aangifte worden verlengd van 20 dagen tot het einde van de maand na het verstrijken van het belastingtijdvak en moet aan belastingplichtigen worden toegestaan eerdere btw-aangiften te corrigeren in een volgende aangifte, in plaats van in de aangiften van de belastingtijdvakken waarop de correcties betrekking hebben.

(5)

Om te voorkomen dat belastingplichtigen die andere diensten dan telecommunicatie-, omroep- of langs elektronische weg verrichte diensten voor niet-belastingplichtigen verrichten, zich voor btw-doeleinden moeten identificeren in elke lidstaat waar deze diensten aan de btw zijn onderworpen, moeten de lidstaten belastingplichtigen die dergelijke diensten verrichten, toestaan om gebruik te maken van het IT-systeem voor de registratie en voor de aangifte en de betaling van de btw, zodat zij de btw over deze diensten in één lidstaat kunnen aangeven en betalen.

(6)

De verwezenlijking van de interne markt, de mondialisering en de technologische veranderingen hebben geleid tot een explosieve groei van de elektronische handel en daarmee ook van de verkoop op afstand van goederen, zowel van de ene lidstaat naar de andere als van derdelandsgebieden of derde landen naar de Gemeenschap. De desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG moeten aan deze ontwikkeling worden aangepast, rekening houdende met het beginsel van belastingheffing in het land van bestemming en de behoefte om de belastinginkomsten van de lidstaten te beschermen, gelijke concurrentievoorwaarden voor de betrokken bedrijven te creëren en de lasten voor hen zo veel mogelijk te beperken. De bijzondere regeling voor telecommunicatie-, omroep- of langs elektronische weg verrichte diensten die worden verricht door in de Gemeenschap, doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen moet daarom worden uitgebreid tot intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, en er moet een soortgelijke bijzondere regeling worden ingevoerd voor afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen. Om duidelijk het toepassingsgebied af te bakenen van de maatregelen die betrekking hebben op intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen, moeten deze begrippen worden gedefinieerd.

(7)

Een groot deel van de afstandsverkopen van goederen, zowel van de ene lidstaat naar de andere als vanuit derdelandsgebieden of derde landen naar de Gemeenschap, wordt vergemakkelijkt door het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of vergelijkbare middelen, waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van regelingen voor fulfilment warehousing. De lidstaten kunnen weliswaar bepalen dat een andere persoon dan degene die tot voldoening van de btw is gehouden, hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de btw in dergelijke gevallen, maar dit is ontoereikend gebleken om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte inning van btw. Om dit doel te bereiken en de administratieve lasten voor verkopers, belastingdiensten en consumenten te verminderen, is het daarom noodzakelijk de belastingplichtigen die afstandsverkopen van goederen vergemakkelijken door het gebruik van een elektronische interface, te betrekken bij de inning van de btw over deze verkopen door te bepalen dat zij de personen zijn die worden geacht de betreffende verkopen te verrichten. Voor afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit een derdelandsgebied of een derde land in de Gemeenschap, dient dit te worden beperkt tot de verkoop van goederen die worden verzonden of vervoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR; boven die drempel is voor douanedoeleinden een volledige douaneaangifte bij invoer vereist.

(8)

Om de lidstaten bij te staan bij het controleren van de juistheid van de btw-aangifte voor dergelijke leveringen door belastingplichtigen, is het noodzakelijk om, via een elektronische interface zoals een marktplaats, een platform, een portaal of een soortgelijk middel, gedurende een periode van ten minste tien jaar de boekhouding over die leveringen bij te houden. De periode van tien jaar is in overeenstemming met de bestaande boekhoudkundige bepalingen. Indien in de boekhouding persoonsgegevens staan, moet dit in overeenstemming zijn met de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming.

(9)

Om de lasten te verminderen voor bedrijven die gebruikmaken van de bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, moet de verplichting om een factuur voor die verkopen uit te reiken, worden geschrapt. Om dergelijke bedrijven rechtszekerheid te bieden, moet in de definitie betreffende de levering van deze goederen duidelijk worden aangegeven dat deze ook van toepassing is wanneer de goederen voor rekening van de leverancier zijn vervoerd of verzonden, ook wanneer de leverancier indirect betrokken is bij het vervoer of de verzending van de goederen.

(10)

Het toepassingsgebied van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen, moet worden beperkt tot de verkoop van goederen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR, die rechtstreeks vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in de Unie worden verzonden; boven die drempel is voor douanedoeleinden een volledige douaneaangifte bij invoer vereist. Accijnsgoederen moeten van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten aangezien accijnzen deel uitmaken van de maatstaf van heffing voor de btw bij invoer. Om dubbele belasting te voorkomen, moet worden voorzien in een vrijstelling van btw bij invoer voor de goederen die in het kader van deze bijzondere regeling worden aangegeven.

(11)

Om te voorkomen dat de concurrentie tussen leveranciers in en buiten de Gemeenschap wordt verstoord en belastinginkomsten verloren gaan, is het verder ook nodig om de in Richtlijn 2009/132/EG vastgestelde vrijstelling voor de invoer van goederen in kleine zendingen met een geringe waarde af te schaffen.

(12)

Aan een belastingplichtige die gebruikmaakt van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van goederen die worden ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen, moet worden toegestaan om een in de Gemeenschap gevestigde tussenpersoon aan te wijzen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in zijn naam en voor zijn rekening aan de verplichtingen uit hoofde van die bijzondere regeling moet voldoen.

(13)

Om de belastinginkomsten van de lidstaten te beschermen, moet een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, worden verplicht een tussenpersoon aan te wijzen. Deze verplichting moet evenwel niet gelden indien hij is gevestigd in een land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten.

(14)

Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn te verzekeren met betrekking tot de vaststelling van de lijst van derde landen waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met Richtlijn 2010/24/EU van de Raad (5) en Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad (6), moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (7). Aangezien de vaststelling van de lijst van derde landen rechtstreeks samenhangt met de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, is het passend dat de Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking dat is ingesteld bij artikel 58 van Verordening (EU) nr. 904/2010.

(15)

Ten gevolge van de explosieve groei van de elektronische handel en de daaruit voortvloeiende toename van de invoer in de Gemeenschap van het aantal kleine zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR, dienen de lidstaten systematisch het gebruik van bijzondere regelingen voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer toe te staan. Deze regelingen kunnen worden toegepast wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen. Indien de lidstaat van invoer niet voorziet in de systematische toepassing van verlaagde btw-tarieven uit hoofde van deze speciale regeling, moet de eindafnemer de mogelijkheid hebben voor de standaardinvoerprocedure te kiezen om van een eventueel verlaagd btw-tarief gebruik te kunnen maken.

(16)

De toepassingsdatum voor de bepalingen van deze richtlijn zal, in voorkomend geval, rekening houden met de tijd die nodig is om de voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn noodzakelijke maatregelen te treffen en om de lidstaten in staat te stellen hun IT-systeem voor de registratie en voor de aangifte en de betaling van de btw aan te passen.

(17)

Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter op het niveau van Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(18)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(19)

Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG dienen derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2019

Met ingang van 1 januari 2019 wordt Richtlijn 2006/112/EG als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 58 wordt vervangen door:

„Artikel 58

1.   De plaats van de volgende diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar deze persoon gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:

a)

telecommunicatiediensten;

b)

radio- en televisieomroepdiensten;

c)

langs elektronische weg verrichte diensten, met name de in bijlage II bedoelde diensten.

Het feit dat de dienstverrichter en de afnemer langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de verrichte dienst een langs elektronische weg verrichte dienst is.

2.   Lid 1 is niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat, en

b)

de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat, en

c)

het totale bedrag van de onder b) bedoelde diensten, de btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.

3.   Wanneer de in lid 2, onder c), genoemde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, is lid 1 vanaf die datum van toepassing.

4.   De lidstaat op het grondgebied waarvan de in lid 2 bedoelde dienstverrichters zijn gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben, verlenen deze dienstverrichters het recht ervoor te kiezen dat de plaats van dienst wordt bepaald overeenkomstig lid 1, hetgeen in ieder geval geldt voor twee kalenderjaren.

5.   De lidstaten nemen passende maatregelen om erop toe te zien dat de belastingplichtige aan de in de leden 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden voldoet.

6.   De tegenwaarde in de nationale munteenheid van het in lid 2, onder c), bedoelde bedrag wordt berekend volgens de wisselkoers die op de dag van vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad (*1) door de Europese Centrale Bank bekend wordt gemaakt.

(*1)  Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en de afstandsverkopen van goederen (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 7).”."

2)

Artikel 219 bis wordt vervangen door:

„Artikel 219 bis

1.   Voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V.

2.   In afwijking van het bepaalde in lid 1 gelden voor facturering de volgende regels:

a)

de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de goederenlevering of de dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:

i)

de leverancier of dienstverrichter niet gevestigd is in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in titel V geacht wordt te zijn verricht, of zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192 bis, onder b), en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht, tenzij de afnemer zelf de factuur uitreikt („self-billing”);

ii)

de goederenlevering of de dienst wordt, overeenkomstig het bepaalde in titel V, geacht niet in de Gemeenschap te zijn verricht;

b)

de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter die gebruikmaakt van een van de bijzondere regelingen als bedoeld in hoofdstuk 6 van titel XII, is geïdentificeerd.

3.   De leden 1 en 2 van dit artikel zijn van toepassing onverminderd de artikelen 244 tot en met 248.”.

3)

In artikel 358 bis wordt punt 1 vervangen door:

„1.   „niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige”: een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;”.

4)

Artikel 361, lid 1, onder e), wordt vervangen door:

„e)

een verklaring dat de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2021

Met ingang van 1 januari 2021 wordt Richtlijn 2006/112/EG als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.   „intracommunautaire afstandsverkopen van goederen”: de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de levering van goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 3, lid 1, niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige;

b)

de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen;

2.   „afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen”: de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, met inbegrip van gevallen waarin de leverancier indirect tussenkomt is bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de levering van goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet—belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 3, lid 1, niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige;

b)

de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.”.

2)

Het volgende artikel wordt toegevoegd:

„Artikel 14 bis

1.   Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR, faciliteert, wordt die belastingplichtige geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd.

2.   Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen binnen de Gemeenschap door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige, faciliteert, wordt de belastingplichtige die de levering faciliteert geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd.”.

3)

Artikel 33 wordt vervangen door:

„Artikel 33

„In afwijking van artikel 32:

a)

wordt de plaats van levering van intracommunautaire afstandsverkopen van goederen geacht de plaats te zijn waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;

b)

wordt de plaats van levering van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht de plaats te zijn waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, indien de invoer plaatsvindt in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer;

c)

wordt de plaats van levering van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen geacht zich in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer in die lidstaat te bevinden, indien de invoer in die lidstaat plaatsvindt, mits de btw op deze goederen moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4.”.

4)

Artikel 34 wordt geschrapt.

5)

Artikel 35 wordt vervangen door:

„Artikel 35

Artikel 33 is niet van toepassing op leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten zoals omschreven in artikel 311, lid 1, punten 1) tot en met 4), noch op leveringen van gebruikte vervoermiddelen als omschreven in artikel 327, lid 3, die aan de btw zijn onderworpen overeenkomstig de toepasselijke bijzondere regeling.”.

6)

In artikel 58 worden de leden 2 tot en met 6 geschrapt.

7)

In titel V wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:

„HOOFDSTUK 3 bis

Drempel voor belastingplichtigen die onder artikel 33, onder a), vallende goederen leveren en onder artikel 58 vallende diensten verrichten

Artikel 59 quater

1.   Artikel 33, onder a), en artikel 58 zijn niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de leverancier of dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;

b)

de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de in punt a) bedoelde lidstaat, of de goederen worden verzonden of vervoerd naar een andere dan de in punt a) bedoelde lidstaat, en

c)

het totale bedrag van de in punt b) bedoelde leveringen, de btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.

2.   Wanneer de in lid 1, onder c), genoemde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, zijn artikel 33, onder a), en artikel 58 vanaf die datum van toepassing.

3.   De lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen zich bevinden op het tijdstip van vertrek van de verzending of het vervoer of waar de belastingplichtigen zijn gevestigd die telecommunicatie-, radio- en televisieomroep- en langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, verleent de belastingplichtigen die voor lid 1 in aanmerking komende goederenleveringen of diensten verrichten, het recht ervoor te kiezen dat de plaats van levering of dienst wordt bepaald overeenkomstig artikel 33, onder a), en artikel 58, hetgeen in ieder geval geldt voor twee kalenderjaren.

4.   De lidstaten nemen passende maatregelen om erop toe te zien dat de belastingplichtige aan de in de leden 1, 2 en 3 genoemde voorwaarden voldoet.

5.   De tegenwaarde in de nationale munteenheid van het in lid 1, onder c), bedoelde bedrag wordt berekend volgens de wisselkoers die op de dag van vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/2455 door de Europese Centrale Bank bekend wordt gemaakt.”.

8)

Het volgende artikel wordt toegevoegd:

„Artikel 66 bis

In afwijking van de artikelen 63, 64 en 65 vindt met betrekking tot leveringen van goederen waarvoor de btw is verschuldigd door de persoon die de levering overeenkomstig artikel 14 bis faciliteert, het belastbare feit plaats en wordt de btw verschuldigd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.”.

9)

In artikel 143, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

„c bis)

de invoer van goederen wanneer de btw moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, en wanneer, uiterlijk bij de indiening van de invoeraangifte, het individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling van de leverancier of van de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, dat is toegekend overeenkomstig artikel 369 octodecies, aan het bevoegde douanekantoor in de lidstaat van invoer is verstrekt;”.

10)

Artikel 220, lid 1, punt 2), wordt vervangen door:

„2.

de in artikel 33 bedoelde goederenleveringen, behalve wanneer een belastingplichtige gebruik maakt van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3;”.

11)

Het volgende artikel wordt toegevoegd:

„Artikel 242 bis

1.   Indien een belastingplichtige, via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen of diensten aan een niet-belastingplichtige binnen de Gemeenschap, overeenkomstig de bepalingen van titel V, faciliteert, wordt de belastingplichtige die de levering faciliteert, verplicht een boekhouding van die leveringen bij te houden. Deze boekhouding bevat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat waarin deze goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, in staat te stellen de juistheid van de btw-aangifte te bepalen.

2.   Desgevraagd moet de in lid 1 bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de betrokken lidstaten beschikbaar worden gesteld.

De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.”.

12)

De titel van hoofdstuk 6 van titel XII wordt vervangen door:

„Speciale regelingen voor belastingplichtigen die diensten leveren aan niet-belastingplichtigen of goederen op afstand verkopen”.

13)

In artikel 358 worden de punten 1, 2 en 3 geschrapt.

14)

De titel van afdeling 2 wordt vervangen door:

„Bijzondere regeling voor diensten verricht door niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen”.

15)

In artikel 358 bis wordt het volgende punt toegevoegd:

„3.   „lidstaat van verbruik”: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig titel V, hoofdstuk 3, wordt geacht te zijn verricht.”.

16)

Artikel 359 wordt vervangen door:

„Artikel 359

De lidstaten staan toe dat een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat is gevestigd of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.”.

17)

Artikel 362 wordt vervangen door:

„Artikel 362

De lidstaat van identificatie kent de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voor de toepassing van deze bijzondere regeling een individueel btw-identificatienummer toe en deelt hem dit nummer langs elektronische weg mee. Uitgaande van de voor deze identificatie gebruikte gegevens mogen de lidstaten van verbruik hun eigen identificatiesystemen gebruiken.”.

18)

Artikel 363, onder a), wordt vervangen door:

„a)

de belastingplichtige deelt die lidstaat mee dat hij niet langer diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen;”.

19)

De artikelen 364 en 365 worden vervangen door:

„Artikel 364

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet onder deze bijzondere regeling vallende diensten zijn verricht. De btw-aangifte wordt uiterlijk voor het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

Artikel 365

De btw-aangifte bevat het individueel btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het belastingtijdvak verrichte diensten die onder deze bijzondere regeling vallen, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de aangifte vermeld.

Indien een reeds ingediende btw-aangifte naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende aangifte opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig artikel 364. In die volgende btw-aangifte staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.”.

20)

Artikel 368 wordt vervangen door:

„Artikel 368

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, past geen btw-aftrek uit hoofde van artikel 168 van de onderhavige richtlijn toe. Niettegenstaande artikel 1, punt 1, van Richtlijn 86/560/EEG wordt deze belastingplichtige teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn. Artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder deze bijzondere regeling vallende diensten.

Indien de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder deze bijzondere regeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van deze richtlijn in te dienen btw-aangifte.”.

21)

De titel van afdeling 3 van hoofdstuk 6 van titel XII wordt vervangen door:

„Bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en voor diensten die worden verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen”.

22)

In artikel 369 bis wordt het volgende punt toegevoegd:

„3.   „lidstaat van verbruik”: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig titel V, hoofdstuk 3, wordt geacht te zijn verricht of, in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer.”.

23)

De artikelen 369 ter en 369 quater worden vervangen door:

„Artikel 369 ter

De lidstaten staan toe dat van deze bijzondere regeling gebruik wordt gemaakt door belastingplichtigen die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verrichten alsmede door niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen die diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen. Deze bijzondere regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap geleverde goederen of verrichte diensten.

Artikel 369 quater

Een belastingplichtige doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn onder deze bijzondere regeling vallende belastbare activiteiten, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken. Deze informatie wordt langs elektronische weg verstrekt.”.

24)

Artikel 369 sexies wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„De lidstaat van identificatie sluit een belastingplichtige van de bijzondere regeling uit in elk van de volgende gevallen:”;

b)

punt a) wordt vervangen door:

„a)

indien hij meldt dat hij niet langer intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht of diensten verleent die onder deze bijzondere regeling vallen;”.

25)

De artikelen 369 septies en 369 octies worden vervangen door:

„Artikel 369 septies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet intracommunautaire afstandsverkopen van goederen zijn verricht of diensten zijn verleend die onder deze bijzondere regeling vallen. De btw-aangifte wordt uiterlijk voor het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

Artikel 369 octies

1.   De btw-aangifte bevat het in artikel 369 quinquies bedoelde btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het belastingtijdvak verrichte intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en verleende diensten die onder deze bijzondere regeling vallen, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de aangifte vermeld. De btw-aangifte bevat ook wijzigingen met betrekking tot voorgaande belastingtijdvakken, zoals bepaald in lid 4.

2.   Wanneer goederen, in het geval van intracommunautaire afstandsverkopen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-aangifte ook het totale bedrag van deze verkopen voor elke lidstaat van waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, samen met het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van die lidstaten is toegekend. De btw-aangifte bevat deze informatie voor elke andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

3.   Indien de belastingplichtige die onder deze bijzondere regeling vallende diensten verricht, behalve in de lidstaat van identificatie een of meer andere vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-aangifte, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, ook het totale bedrag van deze diensten, samen met het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer van de inrichting.

4.   Indien een reeds ingediende btw-aangifte naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende aangifte opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig artikel 369 septies. In die volgende btw-aangifte staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.”.

26)

In artikel 369 nonies, lid 1, tweede alinea, wordt de tweede zin vervangen door:

„Indien de goederenleveringen en diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, bij het invullen van de btw-aangifte de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak.”.

27)

In artikel 369 decies wordt de eerste alinea vervangen door:

„De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.”.

28)

Artikel 369 undecies wordt vervangen door:

„Artikel 369 undecies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, past met betrekking tot zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare activiteiten, geen aftrek overeenkomstig artikel 168 van deze richtlijn toe voor de in de lidstaat van verbruik betaalde voorbelasting. Niettegenstaande artikel 2, punt 1, artikel 3 en artikel 8, lid 1, onder e), van Richtlijn 2008/9/EG wordt deze belastingplichtige teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn.

Indien de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder deze bijzondere regeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van deze richtlijn in te dienen btw-aangifte.”.

29)

In artikel 369 duodecies wordt lid 1 vervangen door:

„1.   De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, voert van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-aangifte te bepalen.”.

30)

In hoofdstuk 6 van titel XII wordt de volgende afdeling ingevoegd:

„AFDELING 4

Bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen

Artikel 369 terdecies

Voor de toepassing van deze afdeling hebben afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen uitsluitend betrekking op goederen, met uitzondering van de producten die onder de accijnsheffing vallen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR.

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:

1.   „niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige”: een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;

2.   „tussenpersoon”: een in de Gemeenschap gevestigde persoon die door de belastingplichtige die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht, is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de belastingplichtige de in deze bijzondere regeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen;

3.   „lidstaat van identificatie”:

a)

wanneer de belastingplichtige niet in de Gemeenschap is gevestigd, de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren;

b)

wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken;

c)

wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

d)

wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

e)

wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken.

Voor de toepassing van de punten b) en e) is de belastingplichtige of tussenpersoon, wanneer hij meer dan één vaste inrichting in de Gemeenschap heeft, gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van vestiging gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.”;

4.   „lidstaat van verbruik”: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer.

Artikel 369 quaterdecies

1.   De lidstaten staan toe dat de volgende belastingplichtigen die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verrichten, gebruikmaken van deze bijzondere regeling:

a)

elke in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht;

b)

elke al dan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht, en die door een in de Gemeenschap gevestigde tussenpersoon is vertegenwoordigd;

c)

elke belastingplichtige die gevestigd is in een derde land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met Richtlijn 2010/24/EU van de Raad (*2) en Verordening (EU) nr. 904/2010, en die afstandsverkopen van goederen vanuit dat derde land verricht.

Die belastingplichtigen passen deze bijzondere regeling toe op al hun afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt b), kan een belastingplichtige hoogstens één tussenpersoon tegelijk aanwijzen.

3.   De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast met de lijst van de in lid 1, onder c), van dit artikel bedoelde derde landen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 bedoelde onderzoeksprocedure en het comité te dien einde is het bij artikel 58 van Verordening (EU) nr. 904/2010 ingestelde comité.

Artikel 369 quindecies

Voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen waarvan de btw wordt aangegeven in het kader van deze bijzondere regeling, vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip van levering. De goederen worden geacht te zijn geleverd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.

Artikel 369 sexdecies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, of een voor zijn rekening handelende tussenpersoon, doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit in het kader van deze bijzondere regeling, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken. Deze informatie wordt langs elektronische weg verstrekt.

Artikel 369 septdecies

1.   De mededeling die de belastingplichtige die geen beroep doet op een tussenpersoon, aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van deze bijzondere regeling gebruik begint te maken, bevat de volgende bijzonderheden:

a)

naam;

b)

postadres;

c)

elektronisch adres en websites;

d)

btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer.

2.   De mededeling die de tussenpersoon aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van deze bijzondere regeling gebruik begint te maken voor rekening van een belastingplichtige, bevat de volgende bijzonderheden:

a)

naam;

b)

postadres;

c)

elektronisch adres;

d)

btw-identificatienummer.

3.   De informatie die de tussenpersoon moet verstrekken aan de lidstaat van identificatie voor elke belastingplichtige die hij vertegenwoordigt voordat die belastingplichtige van deze bijzondere regeling gebruik begint te maken, dient de volgende gegevens te bevatten:

a)

naam;

b)

postadres;

c)

elektronisch adres en websites;

d)

btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer;

e)

het individuele identificatienummer, toegekend overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 3.

4.   Een belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie.

Artikel 369 octodecies

1.   De lidstaat van identificatie kent de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruikmaakt van deze bijzondere regeling een individueel btw-identificatienummer toe voor de toepassing van deze bijzondere regeling en deelt hem dit nummer langs elektronische weg mee.

2.   De lidstaat van identificatie kent een tussenpersoon een individueel identificatienummer toe en deelt hem dit nummer langs elektronische weg mee.

3.   De lidstaat van identificatie kent een individueel btw-identificatienummer voor de toepassing van deze bijzondere regeling toe aan de tussenpersoon ten aanzien van iedere belastingplichtige waarvoor hij is aangesteld.

4.   Het overeenkomstig de leden 1, 2 en 2a toegekende btw-identificatienummer wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze bijzondere regeling.

Artikel 369 novodecies

1.   De lidstaat van identificatie verwijdert de niet van een tussenpersoon gebruikmakende belastingplichtige in de volgende gevallen uit het identificatieregister:

a)

de belastingplichtige deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht;

b)

er kan anderszins worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;

c)

hij vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

d)

hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling.

2.   De lidstaat van identificatie verwijdert de tussenpersoon in de volgende gevallen uit het identificatieregister:

a)

hij heeft gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet gehandeld als tussenpersoon voor rekening van een belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt;

b)

hij vervult niet langer de andere voorwaarden om als tussenpersoon te kunnen optreden;

c)

hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling.

3.   De lidstaat van identificatie verwijdert de door een tussenpersoon vertegenwoordigde belastingplichtige in de volgende gevallen uit het identificatieregister:

a)

de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat deze belastingplichtige niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht;

b)

er kan anderszins worden aangenomen dat de belastbare activiteiten van deze belastingplichtige betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;

c)

de belastingplichtige vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

d)

de belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling;

e)

de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij deze belastingplichtige niet langer vertegenwoordigt.

Artikel 369 vicies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, of zijn tussenpersoon dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-aangifte in voor elke maand, ongeacht of al dan niet afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen zijn verricht. De btw-aangifte wordt uiterlijk voor het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

Wanneer een btw-aangifte moet worden ingediend in overeenstemming met de eerste alinea, leggen de lidstaten bij invoer geen extra verplichtingen of andere formaliteiten voor btw-doeleinden op.

Artikel 369 unvicies

1.   De btw-aangifte bevat het in artikel 369 octodecies bedoelde btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen waarvoor btw gedurende het belastingtijdvak verschuldigd is geworden, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de aangifte vermeld.

2.   Indien een reeds ingediende btw-aangifte naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte overeenkomstig artikel 369 vicies moest worden ingediend in een volgende aangifte opgenomen. In die volgende btw-aangifte staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

Artikel 369 duovicies

1.   De btw-aangifte wordt in euro verricht.

De lidstaten die niet de euro als munt hebben, kunnen eisen dat de btw-aangifte in hun nationale munteenheid luidt. Indien de leveringen in een andere munteenheid luiden, hanteert de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon bij het invullen van de btw-aangifte de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak.

2.   De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 369 tervicies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.

De belasting moet worden overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro. De lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, kunnen eisen dat de betaling wordt overgemaakt naar een bankrekening in hun eigen valuta.

Artikel 369 quatervicies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, past met betrekking tot de voorbelasting die verband houdt met zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare activiteiten, geen btw-aftrek toe in de lidstaten van verbruik overeenkomstig artikel 168 van deze richtlijn. Niettegenstaande artikel 1, punt 1, van Richtlijn 86/560/EEG en artikel 2, punt 1, en artikel 3 van Richtlijn 2008/9/EG wordt deze belastingplichtige teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. Artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder deze bijzondere regeling vallende goederen.

Indien de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder deze bijzondere regeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van deze richtlijn in te dienen btw-aangifte.

Artikel 369 quinvicies

1.   De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, voert van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding. Een tussenpersoon voert voor alle door hem vertegenwoordigde belastingplichtigen een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-aangifte te bepalen.

2.   Desgevraagd moet de in lid 1 bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de lidstaat van verbruik en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld.

De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

(*2)  Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1).”."

31)

In titel XII worden de volgende hoofdstukken toegevoegd:

„HOOFDSTUK 7

Bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer

Artikel 369 sexvicies

Indien voor de invoer van goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling in hoofdstuk 6, afdeling 4, staat de lidstaat van invoer de persoon die voor rekening van de persoon voor wie de goederen zijn bestemd de goederen bij de douane aanbrengt binnen het grondgebied van de Gemeenschap toe om gebruik te maken van een bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van btw bij invoer met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in die lidstaat wordt beëindigd.

Artikel 369 septvicies

1.   Voor de toepassing van deze bijzondere regeling geldt het volgende:

a)

de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, is gehouden tot voldoening van de btw;

b)

de persoon die de goederen op het grondgebied van de Gemeenschap bij de douane aanbrengt, int de btw bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, en voldoet die btw.

2.   De lidstaten bepalen dat de persoon die de goederen op het grondgebied van de Gemeenschap bij de douane aanbrengt, passende maatregelen neemt om te garanderen dat het juiste bedrag aan belastingen wordt betaald door de persoon voor wie de goederen bestemd zijn.

Artikel 369 octovicies

In afwijking van artikel 94, lid 2, kunnen de lidstaten bepalen dat het normaal geldende btw-tarief in de lidstaat van invoer van toepassing is wanneer gebruik wordt gemaakt van deze bijzondere regeling.

Artikel 369 novovicies

1.   De lidstaten staan toe dat de in het kader van deze bijzondere regeling geïnde btw elektronisch wordt gerapporteerd in een maandelijkse aangifte. Op de aangifte wordt het totale btw-bedrag vermeld dat in de desbetreffende kalendermaand is geïnd.

2.   De lidstaten schrijven voor dat de in lid 1 bedoelde btw verschuldigd is vóór het einde van de maand volgend op de invoer.

3.   De personen die van deze bijzondere regeling gebruikmaken, houden van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding bij gedurende een periode die wordt bepaald door de lidstaat van invoer. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belasting- of douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer in staat te stellen de juistheid van de aangegeven btw te beoordelen, en moet desgevraagd langs elektronische weg aan de lidstaat van invoer beschikbaar worden gesteld.

HOOFDSTUK 8

Tegenwaarden

Artikel 369 tricies

1.   De tegenwaarde in de nationale munteenheid van de euro die in aanmerking moet worden genomen voor het in artikel 369 terdecies en artikel 369 sexvicies vermelde bedrag wordt eenmaal per jaar vastgelegd. De voor de omrekening te gebruiken koers is die van de eerste werkdag van oktober en wordt met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar van kracht.

2.   De lidstaten mogen het bedrag in nationale valuta dat voortvloeit uit de omrekening van de in euro luidende bedragen, afronden.

3.   De lidstaten mogen het ten tijde van de in lid 1 bedoelde jaarlijkse aanpassing geldende bedrag onveranderd laten, indien omrekening van het in euro uitgedrukte bedrag, vóór de in lid 2 bedoelde afronding, zou leiden tot een wijziging van het in nationale valuta uitgedrukte bedrag van minder dan 5 % of tot een verlaging van dit bedrag.”.

Artikel 3

Wijziging van Richtlijn 2009/132/EG

Met ingang van 1 januari 2021 wordt titel IV van Richtlijn 2009/132/EG geschrapt.

Artikel 4

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2018 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2020 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan de artikelen 2 en 3 van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Zij passen de bepalingen die nodig zijn om aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen, toe met ingang van 1 januari 2019.

Zij passen de bepalingen om aan de artikelen 2 en 3 van deze richtlijn te voldoen, toe met ingang van 1 januari 2021.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 5 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

T. TÕNISTE


(1)  Advies van 30 november 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB C 345 van 13.10.2017, blz. 79.

(3)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

(4)  Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (PB L 292 van 10.11.2009, blz. 5).

(5)  Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(8)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.


Top