This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32016R0323
Commission Implementing Regulation (EU) 2016/323 of 24 February 2016 laying down detailed rules on cooperation and exchange of information between Member States regarding goods under excise duty suspension pursuant to Council Regulation (EU) No 389/2012
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie van 24 februari 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten over goederen onder een accijnsschorsingsregeling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie van 24 februari 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten over goederen onder een accijnsschorsingsregeling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad
PB L 66 van 11.3.2016, pp. 1–82
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
12/02/2026
|
11.3.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 66/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/323 VAN DE COMMISSIE
van 24 februari 2016
tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten over goederen onder een accijnsschorsingsregeling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012 betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 2073/2004 (1), en met name artikel 9, lid 2, artikel 15, lid 5, en artikel 16, lid 3,
Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor de uitwisseling van inlichtingen zoals bedoeld in de artikelen 8, 15 en 16 van Verordening (EU) nr. 389/2012 betreffende goederen onder een accijnsschorsingsregeling moet voornamelijk worden gebruikgemaakt van een geautomatiseerd systeem. Daarom moeten de structuur en de inhoud worden vastgesteld van de documenten voor wederzijdse administratieve bijstand waarbij deze inlichtingen worden doorgeven. |
|
(2) |
Om goederen onder een accijnsschorsingsregeling doeltreffend te kunnen controleren, moet de verzoekende autoriteit een andere bevoegde autoriteit om de geschiedenis van overbrenging van goederen onder een accijnsschorsingsregeling binnen de Unie kunnen vragen door de overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad (2) toegekende administratieve referentiecode van het betreffende elektronische administratieve document te verstrekken. De aangezochte autoriteiten moeten dergelijke verzoeken automatisch kunnen beantwoorden. Het antwoord moet alle elektronische documenten en overige uitgewisselde inlichtingen overeenkomstig artikel 21 tot en met 25 van Richtlijn 2008/118/EG bevatten. |
|
(3) |
Wanneer de verzoekende autoriteit de administratieve referentiecode van het elektronische administratieve document onder dekking waarvan een overbrenging van goederen onder een accijnsschorsingsregeling binnen de Unie plaatsvindt, niet kent, moet de verzoekende autoriteit de betreffende administratieve referentiecode kunnen verkrijgen door andere relevante gegevens over de overbrenging te verstrekken. |
|
(4) |
Om te controleren of handelaren de bepalingen van hoofdstuk III en hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/118/EG naleven, moeten in sommige gevallen gegevens worden verzameld die uitsluitend buiten het geautomatiseerde systeem te vinden zijn. Om dergelijke gegevens te vinden, moet het geautomatiseerde systeem daarom de verzending van verzoeken om administratieve samenwerking en de antwoorden op deze verzoeken ondersteunen. Het geautomatiseerde systeem moet tevens het verzenden van wettelijk gerechtvaardigde weigeringen van de aangezochte autoriteiten ondersteunen. |
|
(5) |
Het geautomatiseerde systeem moet voorzien in standaardformaten voor documenten voor wederzijdse administratieve bijstand ter ondersteuning van de verplichte inlichtingenuitwisseling wanneer er vermoedelijk of daadwerkelijk een onregelmatigheid of een inbreuk op het gebied van de accijnswetgeving heeft plaatsgevonden. |
|
(6) |
Er moet voor worden gezorgd dat het geautomatiseerde systeem op dezelfde manier wordt gebruikt voor inlichtingen die facultatief worden uitgewisseld als voor inlichtingen die op verplichte basis worden uitgewisseld. In beide gevallen moeten dezelfde documenten voor wederzijdse administratieve bijstand worden gebruikt. |
|
(7) |
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op een uniforme manier rapporten kunnen ontvangen of verstrekken over de vervolgmaatregelen die op basis van de uitgewisselde inlichtingen zijn genomen. |
|
(8) |
Er moeten nadere regels worden vastgesteld voor de uitwisseling van inlichtingen ten behoeve van de administratieve samenwerking wanneer het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is en voor het opslaan van deze inlichtingen in het geautomatiseerde systeem wanneer dit weer beschikbaar is. |
|
(9) |
Er moet worden vastgesteld in welke situaties de lidstaten documenten voor wederzijdse administratieve bijstand in de noodprocedure moeten gebruiken voor de verplichte inlichtingenuitwisseling. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Accijnscomité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Met het oog op de samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten op het gebied van goederen onder een accijnsschorsingsregeling, worden in deze verordening bepalingen vastgesteld inzake:
|
a) |
de structuur en de inhoud van de documenten voor wederzijdse administratieve bijstand die worden uitgewisseld via het geautomatiseerde systeem zoals bedoeld in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) nr. 389/2012, voor de toepassing van de artikelen 8, 15 en 16 van die verordening; |
|
b) |
de structuur en de inhoud van het rapport over de vervolgmaatregelen die genomen zijn als gevolg van de samenwerking op verzoek of de facultatieve mededeling van inlichtingen; |
|
c) |
de regels en procedures die de bevoegde autoriteiten moeten volgen bij de uitwisseling van documenten voor wederzijdse administratieve bijstand; |
|
d) |
de structuur en de inhoud van de documenten voor wederzijdse administratieve bijstand in de noodprocedure en de regels en procedures voor het gebruik ervan. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) „overbrenging”: een overbrenging tussen twee of meer lidstaten van goederen onder een accijnsschorsingsregeling in de zin van hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/118/EG;
b) „CCN beveiligde e-mailsysteem”: de beveiligde e-maildienst als onderdeel van het CCN/CSI-netwerk.
Artikel 3
Structuur en inhoud van documenten voor wederzijdse administratieve bijstand
1. De documenten voor wederzijdse administratieve bijstand worden opgesteld overeenkomstig bijlage I.
2. Wanneer er codes nodig zijn om bepaalde gegevensvelden in de documenten voor administratieve bijstand in te vullen overeenkomstig bijlage I bij deze verordening, moeten de codes in bijlage II bij deze verordening, bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 612/2013 van de Commissie (3) en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie (4) worden gebruikt zoals vermeld in de tabellen van bijlage I bij deze verordening.
HOOFDSTUK II
SAMENWERKING OP VERZOEK
AFDELING I
Verzoeken om gegevens te downloaden die in het geautomatiseerde systeem zijn opgeslagen
Artikel 4
Verzoek om gegevens te downloaden wanneer de verzoekende autoriteit kennis heeft van de administratieve referentiecode van een overbrenging
1. Wanneer de verzoekende autoriteit kennis heeft van de overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad toegekende administratieve referentiecode van het elektronische administratieve document onder dekking waarvan een overbrenging plaatsvindt, kan zij om een in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 684/2009 bedoeld document en enig ander document dat betrekking heeft op de overbrenging verzoeken.
Daartoe zendt de verzoekende autoriteit een document „Verzoek tot downloaden overbrenging”, zoals vermeld in tabel 1 van bijlage I, aan de aangezochte autoriteit in de lidstaat van verzending. Het verzoek moet de administratieve referentiecode bevatten van het elektronische administratieve document onder dekking waarvan de overbrenging plaatsvindt.
2. Wanneer de aangezochte autoriteit kennis heeft van de administratieve referentiecode, worden de overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken beantwoord door middel van een document „Antwoord downloaden overbrenging”, zoals vermeld in tabel 2 van bijlage I, waarin de status van de overbrenging wordt vermeld.
De aangezochte autoriteit stuurt tevens een document „Geschiedenis van een overbrenging”, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage I, dat een kopie bevat van het elektronische administratieve document onder dekking waarvan de overbrenging plaatsvindt en van andere documenten die betrekking hebben op die overbrenging.
3. Wanneer de aangezochte autoriteit geen kennis heeft van de administratieve referentiecode, worden de overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken beantwoord met een document „Antwoord downloaden overbrenging” waarbij voor het gegevenselement „status”„geen” is ingevuld.
Artikel 5
Verzoek om gegevens te downloaden wanneer de verzoekende autoriteit geen kennis heeft van de administratieve referentiecode
1. Wanneer de administratieve referentiecode of codes van een of meer elektronische administratieve documenten waarnaar de verzoekende autoriteit op zoek is, onbekend is of zijn, en de verzoekende autoriteit van mening is dat een andere lidstaat de lidstaat van verzending is, kan de verzoekende autoriteit de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat vragen te zoeken naar een lijst van elektronische administratieve documenten onder dekking waarvan de betreffende overbrengingen plaatsvinden.
Daartoe zendt de verzoekende autoriteit een document „Algemeen verzoek”, zoals vermeld in tabel 4 van bijlage I, aan de aangezochte autoriteit. Het verzoek moet de relevante zoekcriteria bevatten, evenals informatie waarmee de selectie van deze criteria wordt ondersteund.
2. De aangezochte autoriteit beantwoordt de overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken door een lijst van elektronische administratieve documenten terug te sturen die voldoen aan de overeenkomstig lid 1, tweede alinea, geselecteerde zoekcriteria en die zijn aangeduid met hun administratieve referentiecodes met gebruikmaking van een document „Lijst van e-AD als gevolg van een algemene zoekopdracht”, zoals vermeld in tabel 5 van bijlage I.
3. Wanneer geen enkel document aan de overeenkomstig lid 1, tweede alinea, geselecteerde zoekcriteria voldoet of wanneer de geselecteerde zoekcriteria meer dan 99 administratieve referentiecodes opleveren, stuurt de aangezochte autoriteit de verzoekende autoriteit een document „Weigering van algemeen verzoek”, zoals vermeld in tabel 6 van bijlage I.
AFDELING II
Verzoeken om inlichtingen die niet in het geautomatiseerde systeem zijn opgenomen
Artikel 6
Verzoeken om inlichtingen en administratieve onderzoeken
1. Verzoeken om niet in het geautomatiseerde systeem vervatte inlichtingen over goederen onder een accijnsschorsingsregeling worden ingediend door een document „Algemeen verzoek tot administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 7 van bijlage I, te sturen. Voor het soort verzoek wordt „Administratieve samenwerking” opgegeven.
2. Elk overeenkomstig lid 1 ingediend verzoek kan betrekking hebben op een of meer in de lidstaat van de verzoekende autoriteit geregistreerde marktdeelnemers overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 389/2012. Het verzoek betreft maximaal één in de lidstaat van de aangezochte autoriteit geregistreerde marktdeelnemer.
3. Na afronding van alle nodige onderzoeken stuurt de aangezochte autoriteit de resultaten daarvan naar de verzoekende autoriteit via een document „Resultaten administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 10 van bijlage I.
AFDELING III
Termijnen en weigeringen
Artikel 7
Termijnen
1. Een verzoekende autoriteit kan een aangezochte autoriteit eraan herinneren dat zij nog geen antwoord heeft gegeven op een eerder verzoek om samenwerking door een document „Herinneringsbericht voor administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 9 van bijlage I te sturen.
2. Wanneer de aangezochte autoriteit niet binnen de in artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) nr. 389/2012 genoemde termijn antwoordt, stuurt zij informatie over de redenen hiervoor via een document „Antwoordbericht”, zoals vermeld in tabel 8 van bijlage I bij deze verordening.
Artikel 8
Weigering om samen te werken
Wanneer de aangezochte autoriteit weigert om een verzoek om inlichtingen te behandelen, om administratieve onderzoeken te verrichten naar de gevraagde inlichtingen of om de gevraagde inlichtingen te verstrekken, verstrekt zij de verzoekende autoriteit via het CCN beveiligde e-mailsysteem in ieder geval de volgende informatie:
|
a) |
het follow-up-correlatiekenmerk („follow-up correlation ID”) van het door de verzoekende autoriteit verstuurde desbetreffende document voor administratieve bijstand, zoals vermeld in codelijst 1 van bijlage II; |
|
b) |
de datum van het besluit tot weigering van het verzoek; |
|
c) |
de identiteit van de aangezochte autoriteit die de weigering afgeeft; |
|
d) |
de redenen voor de weigering overeenkomstig artikel 7, lid 2, artikel 21, lid 1, artikel 25 of artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 389/2012. |
Zij zendt een dergelijke kennisgeving zodra zij de beslissing heeft genomen en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek.
HOOFDSTUK III
UITWISSELING VAN INLICHTINGEN ZONDER VOORAFGAAND VERZOEK
Artikel 9
Facultatieve uitwisseling van inlichtingen
1. In andere gevallen dan die bedoeld in lid 2, vindt de facultatieve uitwisseling van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 389/2012 plaats door gebruik te maken van een document „Resultaten administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 10 van bijlage I bij deze verordening.
2. Wanneer de facultatieve uitwisseling van inlichtingen de resultaten van een documentencontrole of fysieke controle van goederen tijdens een overbrenging betreft, worden deze resultaten verstuurd via een document „Controleverslag”, zoals vermeld in tabel 11 van bijlage I.
Artikel 10
Verplichte uitwisseling van inlichtingen — goederen onder een accijnsschorsingsregeling die onder de bepalingen van hoofdstuk III van Richtlijn 2008/118/EG vallen of goederen die door een geregistreerde geadresseerde zijn ontvangen
Wanneer een van de in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen wordt geconstateerd na een documentaire of fysieke controle van goederen in de bedrijfsruimten van een geregistreerde geadresseerde in de zin van artikel 4, punt 9, van Richtlijn 2008/118/EG (hierna „geregistreerde geadresseerde” genoemd), of van een erkend entrepothouder in de zin van artikel 4, punt 1, van deze richtlijn (hierna „erkend entrepothouder” genoemd), wordt de verplichte verzending van de nodige inlichtingen uitgevoerd door gebruik te maken van een document „Resultaten administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 10 van bijlage I bij deze verordening.
Het document „Resultaten administratieve samenwerking”, wordt binnen zeven dagen na de controle naar de bevoegde autoriteiten in de betreffende lidstaat gestuurd.
Artikel 11
Verplichte uitwisseling van inlichtingen — controleverslag
Wanneer een van de in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen wordt geconstateerd na een documentaire of fysieke controle van goederen tijdens een overbrenging, wordt voor de verplichte verzending van het controleverslag gebruikgemaakt van het document „Controleverslag”, zoals vermeld in tabel 11 van bijlage I van deze verordening.
Het document „Controleverslag”, wordt binnen zeven dagen na de controle naar de bevoegde autoriteiten in de betreffende lidstaten gestuurd.
Artikel 12
Verplichte uitwisseling van inlichtingen — definitieve onderbreking van een overbrenging
Wanneer een bevoegde autoriteit kennis neemt van de definitieve onderbreking van een overbrenging als gevolg van de in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen, wordt voor de verplichte verzending van deze inlichtingen gebruikgemaakt van het document „Onderbreking van overbrenging”, zoals vermeld in tabel 13 van bijlage I bij deze verordening.
Het document „Onderbreking van overbrenging” wordt op het moment dat de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit kennis neemt van de definitieve onderbreking, binnen één dag naar de bevoegde autoriteiten in de betreffende lidstaten gezonden.
Artikel 13
Verplichte uitwisseling van inlichtingen — waarschuwing of afwijzing kennisgeving
Wanneer een bevoegde autoriteit er kennis van neemt dat de naar de geregistreerde geadresseerde of erkende entrepothouder verzonden goederen onder een accijnsschorsingsregeling niet zijn opgevraagd, of dat de inhoud van het elektronische administratieve document betreffende naar een geregistreerde geadresseerde of erkende entrepothouder verzonden goederen onder een accijnsschorsingsregeling onjuist is, en de bevoegde autoriteit vermoedt dat dit het gevolg is van een van de in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met d), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen, zendt zij een document „Waarschuwing over of afwijzing van een AD”, zoals vermeld in tabel 14 van bijlage I bij deze verordening, naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending.
Het document „Waarschuwing over of afwijzing van een AD” wordt op het moment dat de bevoegde autoriteit kennis neemt van de in lid 1 bedoelde feiten, binnen één dag naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending verzonden.
Artikel 14
Verplichte uitwisseling van inlichtingen — voorvalverslag
Wanneer een bevoegde autoriteit kennis neemt van andere feiten dan die in de artikelen 10, 11, 12 of 13, en de bevoegde autoriteit vermoedt dat deze feiten verband houden met een van de in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen, wordt voor de verplichte verzending van de nodige inlichtingen gebruikgemaakt van het document „Voorvalverslag”, zoals vermeld in tabel 12 van bijlage I bij deze verordening.
Het document „Voorvalverslag” wordt binnen zeven dagen verzonden vanaf het tijdstip waarop de bevoegde autoriteit kennis neemt van de in lid 1 bedoelde feiten.
HOOFDSTUK IV
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN INZAKE DE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
Artikel 15
Niet-beschikbaarheid van het geautomatiseerde systeem en het gebruik van het document voor wederzijdse administratieve bijstand in de noodprocedure
1. Voor de toepassing van artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) nr. 389/2012, kunnen de lidstaten het geautomatiseerde systeem in de volgende gevallen niet beschikbaar achten:
|
a) |
het geautomatiseerde systeem is niet beschikbaar vanwege hardware- of telecommunicatiestoringen; |
|
b) |
er treden netwerkproblemen op waar de Commissie of de betrokken lidstaat niet direct invloed op hebben; |
|
c) |
overmacht; |
|
d) |
gepland onderhoud dat ten minste achtenveertig uur vóór het voorgenomen begin van de onderhoudsperiode is aangekondigd. |
2. Voor de toepassing van artikel 9, lid 1, tweede alinea, en artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) nr. 389/2012, wordt op het document voor wederzijdse administratieve bijstand in de noodprocedure het soort document voor wederzijdse administratieve bijstand vermeld dat wordt vervangen. De vereiste inlichtingen worden opgesteld zoals vermeld in de tabellen van bijlage I bij deze verordening in de vorm van gegevenselementen, die op dezelfde manier zijn uitgedrukt als in het document voor wederzijdse administratieve bijstand. Alle gegevenselementen, gegevensgroepen en subgroepen waartoe deze gegevenselementen behoren, worden geïdentificeerd aan de hand van de nummers en letters in de kolommen A en B van de overeenstemmende tabellen van bijlage I.
Het document voor wederzijdse administratieve bijstand in de noodprocedure wordt uitgewisseld op eender welke door de betreffende bevoegde autoriteiten overeengekomen manier.
3. Zodra het geautomatiseerde systeem opnieuw beschikbaar is, worden de uitgewisselde inlichtingen overeenkomstig lid 2 via het geautomatiseerde systeem verzonden in de vorm van de toepasselijke documenten voor wederzijdse administratieve bijstand.
Artikel 16
Rapport over genomen vervolgmaatregel als gevolg van de uitwisseling van inlichtingen
1. Een verzoek om een rapport overeenkomstig artikel 8, lid 5, artikel 15, lid 2, of artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 389/2012, bevat ten minste de volgende informatie:
|
a) |
het follow-up-correlatiekenmerk („follow-up correlation ID”) van het desbetreffende document voor administratieve bijstand dat is verzonden door de bevoegde autoriteit die om het rapport vraagt, zoals vermeld in codelijst 1 van bijlage II bij deze verordening; |
|
b) |
de datum of data waarop de inlichtingen zijn verstrekt. |
2. Voor de toepassing van artikel 8, lid 5, artikel 15, lid 2, en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 389/2012, bevat een rapport over de vervolgmaatregel ten minste de volgende informatie:
|
a) |
het follow-up-correlatiekenmerk („follow-up correlation ID”) van het document voor administratieve bijstand dat is verzonden door de bevoegde autoriteit die om het rapport vraagt, zoals vermeld in codelijst 1 van bijlage II bij deze verordening; |
|
b) |
de identiteit van de bevoegde autoriteit die het rapport voorlegt; |
|
c) |
inlichtingen over de vervolgmaatregelen die zijn genomen op basis van de verstrekte inlichtingen. |
3. Het rapport wordt via het CCN beveiligde e-mailsysteem aangevraagd en verstrekt.
HOOFDSTUK V
SLOTBEPALINGEN
Artikel 17
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 februari 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 121 van 8.5.2012, blz. 1.
(2) Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 12).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 612/2013 van de Commissie van 25 juni 2013 over het beheer van het register van marktdeelnemers en belastingentrepots, daarmee verband houdende statistieken en rapportage overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (PB L 173 van 26.6.2013, blz. 9).
(4) Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns (PB L 197 van 29.7.2009, blz. 24).
BIJLAGE I
STRUCTUUR VAN GEMEENSCHAPPELIJKE BERICHTEN
Elektronische berichten die worden gebruikt voor de uitwisseling van inlichtingen over accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling
TOELICHTING
|
1. |
De gegevenselementen van de elektronische berichten die worden gebruikt voor de uitwisseling van inlichtingen over accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling met behulp van het in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2008/118/EG en in artikel 2, punt 17, van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde geautomatiseerde systeem, zijn gestructureerd in gegevensgroepen en, in voorkomend geval, gegevenssubgroepen. In de tabellen van deze bijlage zijn bijzonderheden opgenomen over de gegevens en het gebruik ervan, waarbij:
|
|
2. |
In de tabellen van deze bijlage worden de volgende afkortingen gebruikt:
Tabel 1 Verzoek tot downloaden overbrenging (als bedoeld in artikel 4)
Tabel 2 Antwoord downloaden overbrenging (als bedoeld in artikel 4)
Tabel 3 Geschiedenis van een overbrenging (als bedoeld in artikel 4)
Tabel 4 Algemeen verzoek (als bedoeld in artikel 5)
Tabel 5 Lijst e-AD als gevolg van een algemene zoekopdracht (als bedoeld in artikel 5)
Tabel 6 Weigering van algemeen verzoek (als bedoeld in artikel 5)
Tabel 7 Algemeen verzoek tot administratieve samenwerking (als bedoeld in artikel 6)
Tabel 8 Antwoordbericht (als bedoeld in artikel 7)
Tabel 9 Herinneringsbericht voor administratieve samenwerking (als bedoeld in artikel 7)
Tabel 10 Resultaten administratieve samenwerking (als bedoeld in artikel 6, artikel 9 en artikel 10)
Tabel 11 Controleverslag (als bedoeld in artikel 9 en artikel 11)
Tabel 12 Voorvalverslag (als bedoeld in artikel 14)
Tabel 13 Onderbreking van een overbrenging (als bedoeld in artikel 12)
Tabel 14 Waarschuwingen over of afwijzingen van een e-AD (als bedoeld in artikel 13)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(2) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(3) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(4) Een bestaande<Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(5) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*1) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: zij is facultatief.
(6) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(7) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(8) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(9) Een bestaande<Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(10) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*2) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
(11) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(12) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(13) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(14) Een bestaande <Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(15) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*3) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
(16) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(17) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(18) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(19) Een bestaande <Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(20) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot> in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*4) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
(21) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(22) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(23) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(24) Een bestaande <Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(25) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*5) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
(26) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(27) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(28) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(29) Een bestaande<Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(30) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(31) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
(32) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(33) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(34) De soort marktdeelnemer van de geadresseerde is „erkende entrepothouder” of „geregistreerd geadresseerde”. Een bestaand identificerend kenmerk <Accijnsnummer handelaar> in de reeks <HANDELAAR VERGUNNING>;
(35) Een bestaande<Referentie tijdelijke machtiging> in de reeks <TIJDELIJKE MACHTIGING>;
(36) Een bestaand identificerend kenmerk <Referentie belastingentrepot > in de reeks <BELASTINGENTREPOT>;
(*6) Voor de plaats van levering houdt „Elke identificatie” een btw-nummer of een ander kenmerk in: het is facultatief.
BIJLAGE II
Codelijsten
Codelijst 1: Follow-up-correlatiekenmerk
|
Veld |
Inhoud |
Veldtype |
Voorbeelden |
|
1 |
Jaar |
Numeriek 2 |
05 |
|
2 |
Identificerend kenmerk van de lidstaat waar het bericht oorspronkelijk is ingediend |
Alfabetisch 2 |
ES |
|
3 |
Vrije nationaal toegekende code |
Alfanumeriek 21 |
ARC |
|
4 |
Aanvulling |
Alfanumeriek 3 |
123 |
Veld 1 geeft de laatste twee cijfers van het jaar weer.
Veld 2 bevat een code uit de lijst van <LIDSTATEN> (zie Code lijst 3 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 684/2009).
Veld 3 moet worden ingevuld met een nationaal toegekend identificatienummer. In bepaalde gevallen kan dit voor het follow-up-correlatiekenmerk een ARC zijn.
Veld 4 bevat een aanvulling op veld 3 en de velden samen vormen een uniek identificatienummer (bijvoorbeeld in het geval van een follow-up-correlatiekenmerk waarbij verschillende vervolgberichten op dezelfde ARC betrekking hebben).
Codelijst 2: Nummer voorvalverslag/Referentie controleverslag
|
Veld |
Inhoud |
Veldtype |
Voorbeelden |
|
1 |
Identificerend kenmerk van de lidstaat waar het verslag oorspronkelijk is ingediend |
Alfabetisch 2 |
ES |
|
2 |
Nationaal toegekende unieke code |
Alfanumeriek 13 |
2005YTE17UIC2 |
|
3 |
Controlecijfer |
Numeriek 1 |
9 |
Veld 1 bevat een code uit de lijst van <LIDSTATEN> (zie Code lijst 3 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 684/2009)
Veld 2 moet worden ingevuld met een unieke code per verslag. De wijze waarop dit veld wordt gebruikt, valt onder de verantwoordelijkheid van de lidstaat, maar elk verslag moet een uniek nummer bevatten. Het is mogelijk, maar niet verplicht dat het het jaar bevat waarop het verslag oorspronkelijk is ingediend (zoals in het voorbeeld).
Veld 3 bevat het controlecijfer voor het hele identificerende kenmerk waardoor bij het versleutelen van dit identificerende kenmerk een fout op te sporen is.
Codelijst 3: Redenen voor laattijdig resultaat
|
Code |
Omschrijving |
|
1 |
Informatie niet beschikbaar |
|
2 |
Vertrouwelijke informatie |
|
3 |
Lopend onderzoek |
Codelijst 4: Geschiedenis weigeringsgronden
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Vertrouwelijke informatie |
|
2 |
Informatie niet beschikbaar |
|
3 |
Openbaarmaking strijdig met de openbare orde van de staat |
Codelijst 5: Waarschuwing over of afwijzing van e-AD redenen
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Het ontvangen e-AD heeft geen betrekking op de ontvanger |
|
2 |
Het accijnsgoed komt /de accijnsgoederen komen niet met de bestelling overeen |
|
3 |
De hoeveelheid komt /de hoeveelheden komen niet met de bestelling overeen |
Codelijst 6: Soorten bewijs
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Beëdigde verklaring |
|
2 |
Politierapport |
|
3 |
Ander rapport dan dat van de politie |
Codelijst 7: Verklaringen vertragingen
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Geannuleerde handelstransactie |
|
2 |
Lopende handelstransactie |
|
3 |
Lopend onderzoek door ambtenaren |
|
4 |
Slechte weersomstandigheden |
|
5 |
Staking |
|
6 |
Ongeval |
Codelijst 8: Redenen verzoek administratieve samenwerking
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Bericht van ontvangst/uitvoer niet teruggegeven aan afzender |
|
2 |
Meer- of minderbevindingen geconstateerd bij aankomst van goed |
|
4 |
Indiening van een e-AD werd afgewezen omdat de registratie van de geadresseerde in SEED niet overeenkomt — het verzoek is om meer informatie op te vragen |
|
6 |
Zijn de in het e-AD gespecificeerde goederen/hoeveelheden ingeschreven in de voorraadadministratie van de geadresseerde? |
|
7 |
Controleer of de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten (datum waarop de uitvoer door de douane is gecertificeerd) |
|
8 |
Plaatsing van goederen onder een douanerechtelijke schorsingsregeling (douane-entrepot, bevoorradingsdepot, passieve veredeling enz.) |
|
9 |
Gevraagde terugbetaling van accijns |
|
10 |
Controles ter plaatse |
Codelijst 9: Maatregelen administratieve samenwerking
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
2 |
Administratieve controle |
|
3 |
Fysieke controle |
|
4 |
Bevestig inschrijving in de administratie van de handelaar |
|
5 |
Bevestig ontvangen hoeveelheid |
|
6 |
Bevestig vergunning van handelaar |
|
7 |
Bevestig de gegevens in vak nr(s) |
|
11 |
Bevestiging de identiteit van de vervoerder en het nummer van het voertuig |
|
12 |
Bevestig betaling van rechten |
|
14 |
Bevestig verzonden hoeveelheid |
|
15 |
Bevestig soort verzonden goederen |
Codelijst 10: Personen die het voorval melden
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Afzender |
|
2 |
Geadresseerde |
|
3 |
Vervoerder |
|
4 |
Accijnsambtenaar |
|
5 |
Andere ambtenaar |
Codelijst 11: Reden waarom administratieve samenwerking niet mogelijk is
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Ontbrekende informatie |
|
2 |
Vertrouwelijke informatie |
|
3 |
Ontbrekende tijd |
Codelijst 12: Redenen voor niet-conforme ontvangst of niet-conform controleverslag
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Meerbevinding |
|
2 |
Minderbevinding |
|
3 |
Goederen beschadigd |
|
4 |
Verzegeling verbroken |
|
5 |
Gemeld door ECS |
|
7 |
Grotere hoeveelheid dan waarvoor tijdelijke machtiging is verleend |
Codelijst 13: Redenen voor de onderbreking
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Vermoeden van fraude |
|
2 |
Goederen vernietigd |
|
3 |
Goederen verloren of gestolen |
|
4 |
Bij controle gevraagd om onderbreking |
Codelijst 14: Soorten voorval
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Ongeval |
|
2 |
Goederen vernietigd |
|
3 |
Goederen gestolen |
|
6 |
Voertuig en goederen gestolen |
|
7 |
Overlading van goederen |