This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32016D0286
Commission Decision (EU) 2016/286 of 1 October 2014 on State aid No SA.20867 (12/C) (ex 12/NN) implemented by Italy in favour of Carbosulcis S.p.A. (notified under document number C(2014) 6836) (Text with EEA relevance)
Besluit (EU) 2016/286 van de Commissie van 1 oktober 2014 over staatssteun nr. SA.20867 (12/C) (ex 12/NN) ten uitvoer gelegd door Italië ten gunste van Carbosulcis SpA (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 6836) (Voor de EER relevante tekst)
Besluit (EU) 2016/286 van de Commissie van 1 oktober 2014 over staatssteun nr. SA.20867 (12/C) (ex 12/NN) ten uitvoer gelegd door Italië ten gunste van Carbosulcis SpA (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 6836) (Voor de EER relevante tekst)
PB L 59 van 4.3.2016, pp. 1–21
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
4.3.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 59/1 |
BESLUIT (EU) 2016/286 VAN DE COMMISSIE
van 1 oktober 2014
over staatssteun nr. SA.20867 (12/C) (ex 12/NN) ten uitvoer gelegd door Italië ten gunste van Carbosulcis SpA
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 6836)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),
Gezien artikel 107, lid 3, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Besluit 2010/787/EU van de Raad van 10 december 2010 betreffende staatssteun ter bevordering van de sluiting van niet-concurrentiekrachtige steenkoolmijnen (1),
Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (2), en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
|
(1) |
Na een klacht is de Commissie tot de bevinding gekomen dat Italië staatssteun in de vorm van een subsidie heeft verleend aan een mijnbouwonderneming, Carbosulcis SpA (hierna „Carbosulcis”), op grond van artikel 11, lid 14, van wet 80/2005 houdende dringende maatregelen in het kader van het actieplan voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling (3). Bij brief van 6 september 2006 (en een rappelbrief op 22 december 2006) heeft de Commissie om aanvullende informatie verzocht, die bij brief van 25 januari 2007 werd verstrekt. Bij brieven van 22 juni en 27 juli 2007 heeft de Commissie om aanvullende informatie verzocht, die in twee brieven van 15 oktober 2007 werd verstrekt. Italië diende ook informatie in op 28 november 2007. |
|
(2) |
Bij brieven van 8 september 2008 en 17 juni 2009 (met rappelbrieven op 6 oktober 2009 en 21 januari 2010) verzocht de Commissie om verdere toelichting, die werd verschaft bij brieven van 3 november 2008 en 6 mei 2010. |
|
(3) |
Op 19 september 2010 en 30 maart 2011 vonden bijeenkomsten plaats met de Italiaanse autoriteiten. |
|
(4) |
Bij e-mail van 21 oktober 2010 verzocht de Commissie om aanvullende informatie, die werd verschaft bij brieven van 18 en 23 november 2010 en 10 mei 2011. |
|
(5) |
De Commissie heeft Italië bij brief van 20 november 2012 in kennis gesteld van haar besluit om ten aanzien van de steunmaatregel voor Carbosulcis de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in te leiden. |
|
(6) |
Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (4). De Commissie heeft belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de steunmaatregel te maken. |
|
(7) |
Italië heeft zijn opmerkingen ingediend bij brief van 21 december 2012. De enige derde partij die opmerkingen bij de Commissie heeft ingediend, waren de werknemers van Carbosulcis. Bij brief van 18 maart 2013 heeft de Commissie de opmerkingen van de belanghebbenden doorgezonden aan Italië, dat in de gelegenheid werd gesteld te reageren; de Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen. |
|
(8) |
Verschillende vergaderingen en uitwisselingen van informatie vonden in 2013 plaats tussen de Commissie en de Italiaanse autoriteiten, en uiteindelijk hebben de Italiaanse autoriteiten bij brief van 9 april 2014 een definitief plan voor de sluiting van de mijn (hierna „sluitingsplan” of „plan”) voorgelegd in overeenstemming met het besluit van de Raad. Het plan werd gewijzigd op 17 juli 2014. |
|
(9) |
De Italiaanse autoriteiten hebben onderstreept dat dringend een besluit dient te worden genomen over steunmaatregelen voor de financiering van de onherroepelijke ordelijke afwikkeling van de activiteiten van de door Carbosulcis geëxploiteerde mijn van Nuraxi Figus (hierna „steunmaatregel” of „maatregel”). Het sluitingsplan moet immers dringend worden uitgevoerd om een gecontroleerde en veilige sluiting te kunnen garanderen en de sociale spanningen die in de regio zijn ontstaan, terug te dringen. Derhalve is het onderhavige besluit beperkt tot de beoordeling van de steunmaatregel als beschreven in overweging 8. |
|
(10) |
Op 2 september 2014 deed Italië afstand van zijn recht ingevolge artikel 342 VWEU, in samenhang met artikel 3 van Verordening nr. 1 (5), om het besluit in het Italiaans te doen vaststellen, en stemde ermee in dat het besluit in het Engels werd vastgesteld. |
2. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN HET SLUITINGSPLAN
|
(11) |
Carbosulcis is het enige bedrijf in Italië dat de steenkool exploiteert die in de mijn Nuraxi Figus in de regio Sulcis-Iglesiente op Sardinië wordt gedolven. Nuraxi Figus is de enige operationele kolenmijn en het enige steenkoolbekken in Italië. Het bestaat uit één productie-eenheid. De producten die in de onderneming worden verkregen, kunnen slechts op de binnenlandse markt worden verkocht voor de opwekking van elektriciteit (6). De totale output van Carbosulcis wordt aangekocht door de nabijgelegen elektriciteitscentrale van Portovesme. Steenkool van Sulcis heeft een gemiddelde calorische onderwaarde van 5 100 kcal/kg, een gemiddeld zwavelgehalte van 6,5 % en een asgehalte van 15 %. Daarom is de kool van lage kwaliteit met een lage calorische waarde. |
|
(12) |
Terwijl de mijn aanvankelijk was opgezet als onderdeel van een geïntegreerd project voor de winning van kolen en de opwekking van elektriciteit in een nieuw te bouwen kolengestookte centrale, heeft het project vertraging opgelopen. Sinds 1996 werd de mijn op tijdelijke basis geëxploiteerd in afwachting van de gunning door de regio Sardinië van een geïntegreerde concessie, die uiteindelijk nooit is verleend. |
|
(13) |
Volgens de Italiaanse autoriteiten besloot Italië het oorspronkelijke geïntegreerde project definitief stop te zetten en de mijn te sluiten in overeenstemming met het sluitingsplan. Sinds 1 januari 2011 is de activiteit in de mijn hoofdzakelijk beperkt gebleven tot het handhaven van een minimumproductie en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de installatie. Deze werkzaamheden dienen om de uitvoering van het sluitingsplan voor te bereiden. Het sluitingsplan voorziet in de beëindiging van de steenkoolwinning tegen eind 2018 en de voltooiing van veiligheidsmaatregelen voor de ontmanteling van de mijn vóór het einde van 2027. |
|
(14) |
Italië heeft nader gewezen op de bijzondere benadeelde economische en sociale situatie in de regio Sulcis-Iglesiente waar de werkloosheid hoger is dan in de rest van het land. Het genoemde vooruitzicht dat de mijn plotseling zou kunnen sluiten, heeft reeds gezorgd voor ernstige sociale spanningen die tot [protesten en] demonstraties leiden. |
2.1. Rechtsgrondslag en steunverlenende autoriteit
|
(15) |
De rechtsgrond voor de steunmaatregel is wet 99/2009 en resolutie nr. 53/75 van 20 december 2013 van de Raad van de autonome regio Sardinië. De Regio Sardinië en de minister van Economische Ontwikkeling zijn de autoriteiten die de steunmaatregel hebben verleend. |
2.2. Het sluitingsplan
|
(16) |
Volgens het sluitingsplan moet de buitenbedrijfstelling van de mijn in drie fasen verlopen: 1) voltooiing van de steenkoolextractie uit plaat W3 volgens de „longwall-methode”; beveiliging van de galerijen en uitvoering van extra werkzaamheden om de permanente veiligheid van de ondergrondse arbeidssites te verzekeren; 2) stimuli om pensionering te bevorderen en ontginning van platen volgens de „shortwall-methode”; 3) voltooiing van de ontginning van de platen en niveaugewijze vermindering van de productie, verdere stimuli om pensionering te bevorderen en extra maatregelen om het personeel aan een nieuwe baan te helpen. |
|
(17) |
De productie van steenkool in 2011 bedroeg 63 059 ton, terwijl de extractie voor 2018 naar verwachting slechts 30 000 ton zal bedragen. |
|
(18) |
Het doel van de steunmaatregel is de sluiting van de mijn te bewerkstelligen vóór eind 2018 en de lopende productieverliezen ten gevolge van de exploitatie van de mijn voor de periode 2011-2018 te dekken in overeenstemming met de regels van het besluit van de Raad. Voorts dient de maatregel ter dekking van de buitengewone lasten als gevolg van de definitieve sluiting van de mijn. |
|
(19) |
Het plan is bedoeld om het proces van geleidelijke uitdoving op een maatschappelijk houdbare wijze te laten verlopen. Italië voert aan dat 2018 op basis van een dergelijke aanpak de vroegste datum is waarop de mijn kan worden gesloten. Het aantal personeelsleden zal geleidelijk dalen van 467 in 2011 tot 119 in 2018. Oudere werknemers worden gestimuleerd om hun pensioen te nemen. Aanvullende maatregelen zullen nodig zijn om jongere werknemers aan een nieuwe baan te helpen. |
|
(20) |
Aan het einde van 2018 zullen de overblijvende werknemers nodig zijn om werkzaamheden inzake veiligheid en milieusanering te verrichten. Deze zullen aanvangen na voltooiing van de regionale milieueffectbeoordeling en naar verwachting voortduren tot 2027. Zodra de steenkoolwinning eindigt, zal de ondergrondse mijninfrastructuur worden gerecupereerd en zullen de verlaten tunnels gevuld worden met as van de nabijgelegen elektriciteitscentrale van Portovesme. |
|
(21) |
Voor de werknemers die in de loop van het sluitingsplan hun baan in de steenkoolindustrie zullen verliezen, is nieuwe werkgelegenheid nodig. Met dat doel voorziet het plan in beleidsmaatregelen voor de arbeidsmarkt om de omscholing van werknemers te ondersteunen en hun overdracht naar andere sectoren te vergemakkelijken. |
|
(22) |
Na de sluiting van de mijn is de termijn voor de voltooiing van het plan afhankelijk van de tijd die vereist is om de ondergrondse apparatuur te recupereren. Dit zou naar verwachting meer dan twee jaar duren. |
|
(23) |
De duur van de werkzaamheden zal ook afhangen van de tijd die nodig is voor het afdichten van de tunnels, die gevuld zullen worden met slib uit de thermische centrale in Portovesme. De duur van deze werkzaamheden wordt geraamd op ongeveer zes jaar. |
|
(24) |
Ook het milieu van de bovengrondse terreinen zal worden hersteld. De milieusanering omvat het afdichten van de residubekkens, het aanleggen van afwateringssystemen en het aanplanten van inheemse vegetatie. |
2.3. In aanmerking komende kosten, vorm van de steun en steunbedrag
|
(25) |
De maatregel voorziet in de verlening van steun ter dekking van het positieve verschil tussen lopende productiekosten en inkomsten uit de te sluiten kolenmijn (productieverliezen). De steun is ook bedoeld voor het dekken van de uit de sluiting van de mijn voortvloeiende kosten die geen verband houden met de lopende productie (buitengewone kosten). De steun voor productieverliezen is bedoeld voor het dekken van de kosten die tussen 2011 en 2018 ontstaan, en zal eindigen met de stopzetting van de productie in 2018. |
|
(26) |
Voorgesteld wordt de steun te verlenen in de vorm van een rechtstreekse subsidie, op te splitsen als volgt:
|
i)
|
(27) |
De kosten als bedoeld in punt 1, onder b), van de bijlage bij het besluit van de Raad omvatten premies om vrijwillig ontslag te stimuleren: volgens het plan wordt een salaris van twee jaar uitbetaald aan werknemers die met pensioen gaan in omstandigheden waarin zij nog steeds in dienst konden blijven, of die ervoor kiezen een eigen bedrijf te starten of die anderszins het bedrijf verlaten, na deelname aan omscholings- en werkgelegenheidsprogramma's. |
|
(28) |
Op grond van de steunmaatregel zal het maximumbedrag van dit soort mogelijk te verlenen steun voor de periode 2013-2027 maximaal 45,5 miljoen EUR bedragen. Dit maximumbedrag zou worden bereikt ingeval al het overtollige personeel dat niet tot de pensioenleeftijd in dienst kon blijven, een zelfstandige activiteit zou starten of het bedrijf op een andere manier zou verlaten. De steun zou 30 miljoen EUR belopen ingeval al het overtollige personeel in alternatieve activiteiten zou worden tewerkgesteld. |
ii)
|
(29) |
De kosten als bedoeld in punt 1, onder d), van de bijlage bij het besluit van de Raad betreffen kosten voor herscholing van personeelsleden die werkloos zijn geworden of hun baan zullen verliezen in de kolenindustrie. |
|
(30) |
Volgens dit herscholingsprogramma met een looptijd van één jaar zullen deze personeelsleden voornamelijk worden tewerkgesteld in alternatieve activiteiten op de site van Carbosulcis en/of in milieuactiviteiten voor de sanering van de voormalige mijnbouw- en industriële gebieden. Als alternatief kunnen zij hun eigen bedrijf starten of op een andere wijze het bedrijf verlaten en een ontslagpremie krijgen die overeenstemt met twee jaar salaris. De opleidingen zullen worden verstrekt in:
|
|
(31) |
Verwacht wordt dat de totale kosten voor de opleiding van personeelsleden die hun baan verliezen in de kolenindustrie, ongeveer 11,5 miljoen EUR zullen bedragen. |
|
(32) |
Deze kosten omvatten de salarissen van de werknemers tijdens hun jaar opleiding (voor een totaalbedrag van ongeveer 8,1 miljoen EUR) en de kosten van de opleiding (ongeveer 3,4 miljoen EUR). |
iii)
|
(33) |
De kosten als bedoeld in punt 1, onder f), van de bijlage bij het besluit van de Raad betreffen de concessievergoeding voor de exploitatie van de mijn voor de jaren 2019 tot 2026, ten bedrage van ongeveer 800 000 EUR. |
iv)
|
(34) |
Na de stopzetting van de productie zullen beveiligingswerkzaamheden worden verricht zoals de afsluiting van de toegang tot de mijn of de wegvoer van de eerder voor de mijnbouw gebruikte machines. Volgens de Italiaanse autoriteiten zijn de volgende gedetailleerde veiligheidseisen van essentieel belang bij de stopzetting van de mijn: het wegnemen van de ondergrondse machines, apparaten en beveiligingssystemen; er moet mijnventilatie plaatsvinden om schadelijke gassen te verdunnen en verwijderen; het droogpompen moet voortgaan; en de verlaten tunnels worden gevuld met as van de elektriciteitscentrale van Portovesme. |
|
(35) |
Volgens Italië zal in de periode 2014-2026 nog eens 28 miljoen EUR nodig zijn om de eenmalige kosten ten gevolge van de extra beveiliging voor de sluiting van de mijn te dekken. |
|
(36) |
In de jaren waarin apparatuur wordt weggehaald en de verlaten tunnels met as worden opgevuld, zullen naast de personeelskosten andere kosten worden gemaakt, zoals het gebruik van elektriciteit voor de ventilatie en de pompinstallaties en de aankoop van diensten en materiaal die nodig zijn voor de werkzaamheden. |
|
(37) |
Volgens de Italiaanse autoriteiten kunnen de werkzaamheden voor het weghalen van de apparatuur van ondergrondse locaties en het afsluiten van de tunnels door opvulling met as niet beginnen vóór 2018 omdat het personeel en de uitrusting momenteel betrokken zijn bij de mijnbouwactiviteiten. Voor het gebruik van as voor het afdichten van de tunnels is eveneens een voorafgaande vergunning vereist. |
|
(38) |
Na de sluiting van de mijn is de termijn voor de voltooiing van het plan afhankelijk van de tijd die de recuperatie van de ondergrondse apparatuur in beslag neemt, naar verwachting meer dan twee jaar. Tot deze apparatuur behoren bijvoorbeeld:
|
|
(39) |
De duur van het plan zal ook afhangen van de tijd die nodig is voor het afdichten van de tunnels, die gevuld zullen worden met specie op basis van as uit de thermische centrale in Portovesme. Het proces van het opvullen van de tunnels verloopt in verschillende fasen, waarvan hieronder een samenvatting:
|
|
(40) |
Volgens een indicatieve raming zou het mogelijk zijn tunnels met een lengte van ongeveer 7 000 meter en een doorsnede van ongeveer 20 m2 op te vullen. Deze zullen dus circa 140 000 m3 specie kunnen opnemen, afkomstig van de thermische installatie van Portovesme en voor een deel gemengd met water tot een mengsel dat vloeibaar genoeg is om te worden gepompt. De hoeveelheid materie die in de ondergrond wordt gepompt, vult een sectie van circa 500 m3 per week. Het bedrijf kan een maximum van ongeveer 80 m3/uur verwerken, zodat per werkploeg niet meer volume kan worden ingepompt dan om één sectie te vullen. De volgende vier werkdagen zullen worden gebruikt om de pijpleiding terug te trekken en de plaats van lozing te veranderen, onderhoud te verrichten aan de bovengrondse apparatuur en de specie te ziften waarmee de volgende sectie van de tunnel moet worden opgevuld. Dit betekent dat voor elke werkdag gemiddeld circa 100 m3 specie in de ondergrond kan worden ondergebracht. Daarom wordt geschat dat de afdichting van de tunnels door opvulling met as ongeveer zes jaar in beslag zal nemen. 140 000 m3/100 m3 per werkdag = 1 400 werkdagen = 6 jaar. |
|
(41) |
Het afdichten van de tunnels door opvulling met as van de thermische installatie heeft de volgende voordelen voor het milieu:
|
|
(42) |
Het opvullen van de tunnels met as zal ook inkomsten genereren die zullen bijdragen tot de vermindering van de nodige steun. De inkomsten uit de verwijdering van het afval zijn reeds in aanmerking genomen en worden in mindering gebracht van de hoeveelheid steun die nodig zou zijn in de zin van artikel 4 van het besluit van de Raad, zoals blijkt uit bijlage 2. |
|
(43) |
De werkelijke kosten in deze rubriek zijn geraamd op ongeveer 40 miljoen EUR. |
|
(44) |
Het opvullen van de tunnels met de as van de elektriciteitscentrale zou inkomsten ten bedrage van ongeveer 12 miljoen EUR genereren, hetgeen de hoeveelheid steun die noodzakelijk is volgens punt 1, onder g), van de bijlage bij het besluit van de Raad, zou verminderen tot circa 28 miljoen EUR. |
v)
|
(45) |
Het herstel van het milieu van de bovengrondse terreinen bestaat uit het afdichten van de afvalbassins, het herstel van het milieu op de stortplaatsen van afvalgesteente en van alle door de mijnactiviteit aangetaste terreinen. |
|
(46) |
Voor de bekleding en de heraanpassing van de terreinen zullen inerte materialen van de steenkoolverwerking worden gebruikt, afgedekt met een laag teelaarde. |
|
(47) |
Zodra de morfologische sanering van de locaties is voltooid, zullen waterafvoersystemen worden gebouwd. |
|
(48) |
De herstelde terreinen zullen deels worden bestemd voor industrieel gebruik, zoals een fotovoltaïsche installatie, en deels aan de natuur worden teruggegeven door de aanplant van inheemse plantensoorten. |
|
(49) |
Andere bovengrondse werkzaamheden op het voormalige mijnterrein betreffen de renovatie en de vrijwaring van het bestaande bouwkundig erfgoed. |
|
(50) |
In de periode 2014-2026 zal de steun krachtens punt 1, onder h), van de bijlage bij het besluit van de Raad circa 8,7 miljoen EUR bedragen. |
vi)
|
(51) |
De kosten als bedoeld in punt 1, onder l), van de bijlage bij het besluit van de Raad omvatten het deel van de waardevermindering van activa die ten gevolge van de sluiting van de mijn niet volgens normale boekhoudregels konden worden afgeschreven; deze worden geraamd op 25,8 miljoen EUR. |
2.4. Plan met maatregelen ter vermindering van de milieueffecten van de steenkoolproductie
|
(52) |
Italië heeft een plan opgesteld om maatregelen te treffen ter vermindering van de milieueffecten van de steenkoolproductie door de productie-eenheden waaraan sluitingssteun wordt toegekend. |
|
(53) |
De maatregelen die gericht zijn op de beperking van de milieueffecten van steenkool, hebben betrekking op hernieuwbare energie en steenkoolontzwaveling. |
|
(54) |
Het plan voorziet in twee projecten voor hernieuwbare energie. Het eerste systeem voor hernieuwbare energie zal bestaan uit vier windmolens met een totaal vermogen van 12 MW. Het tweede systeem zal bestaan uit een fotovoltaïsche elektriciteitscentrale met een oppervlakte van ongeveer 10 ha, die een totaal vermogen van ongeveer 4 MWp zal opwekken. Deze worden gevestigd op het mijnterrein. |
|
(55) |
Carbosulcis is houder van een octrooi voor ontzwaveling van steenkool door uitspoeling. Bijproducten van dit proces zijn humuszuren die bruikbaar zijn in de landbouw. |
|
(56) |
Italië is derhalve voornemens maatregelen te nemen voor de ontwikkeling, eerst van een proefproject en op een later tijdstip van een industrieel proces voor de verwijdering van zwavel uit steenkool, waardoor humuszuren ontstaan. Indien het proces de verwachte resultaten geeft, en reeds tijdens de periode van geleidelijke buitendienststelling van de mijn een positieve operationele marge oplevert, zal het mogelijk worden het zwavelgehalte te verminderen van de steenkool waarmee de nabijgelegen elektriciteitscentrale van Portovesme wordt gestookt. |
|
(57) |
Aangezien het project zich nog steeds in een voorbereidend stadium bevindt, kunnen de milieuvoordelen van ontzwaveling volgens Italië momenteel alleen in kwalitatieve en nog niet in kwantitatieve termen worden geraamd, omdat deze gebonden zijn aan twee factoren die in de proeffase van het proces moeten worden onderzocht. De milieuvoordelen zijn hoofdzakelijk afhankelijk van de volgende factoren die voor hoogzwavelige steenkool gelden:
|
|
(58) |
Volgens de Italiaanse autoriteiten kan de kwantitatieve bijdrage van deze activiteit aan de beperking van de milieubelasting door de kolenproductie van Nuraxi Figus pas worden beoordeeld wanneer de proeffase is afgesloten. |
3. BEOORDELING VAN DE MAATREGEL
3.1. Is er sprake van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU?
|
(59) |
Een maatregel vormt staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU indien de volgende voorwaarden zijn vervuld: a) de maatregel verschaft de begunstigde een economisch voordeel; b) wordt bekostigd door de staat of met staatsmiddelen; c) is selectief; d) heeft gevolgen voor het handelsverkeer in de Unie en kan de mededinging binnen de Unie verstoren. |
|
(60) |
Een onderneming is bevoordeeld in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU wanneer zij een economisch voordeel geniet dat zij onder marktomstandigheden niet hadden kunnen verkrijgen. Carbosulcis is de enige begunstigde van de maatregel en zal steun ontvangen (en heeft deze reeds ontvangen) door middel van staatsmiddelen die rechtstreeks van de staat en de Regio Sardinië worden overgedragen om de exploitatieverliezen te compenseren en de sociale en de beveiligingskosten te dekken, hetgeen een economisch voordeel vormt. De markt voor steenkool is volledig voor concurrentie opengesteld. Bijgevolg versterkt de financiële steun van de staat de positie van de begunstigde onderneming ten opzichte van haar concurrenten in de EU en heeft deze potentieel verstorende effecten op de mededinging, waardoor de handel binnen de EU kan worden beïnvloed. |
|
(61) |
De Commissie concludeert derhalve dat de maatregel ten gunste van de onderneming staatssteun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU. |
3.2. Rechtmatigheid van de steun
|
(62) |
Italië heeft de maatregel deels uitgevoerd zonder voorafgaande kennisgeving en heeft dus artikel 108, lid 3, VWEU geschonden. |
3.3. Verenigbaarheid van de steun
|
(63) |
De Commissie heeft de verenigbaarheid van de maatregel beoordeeld op basis van het besluit van de Raad, waarin de criteria voor verenigbaarheid van de onderzochte staatssteun overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder e), VWEU zijn vastgesteld. |
|
(64) |
De steenkoolproductie in de mijn Nuraxi Figus valt onder de definitie van steenkool of kolen als bedoeld in artikel 1, onder a), van het besluit van de Raad, volgens welke steenkool moet worden verstaan als hoogwaardige steenkool, middelwaardige steenkool en laagwaardige „A”- en „B”-kolen, in de zin van het internationale codificatiesysteem voor kolen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties. |
|
(65) |
Artikel 2, lid 2, van het besluit van de Raad bepaalt: „De steun dekt uitsluitend de kosten met betrekking tot steenkool voor de opwekking van elektriciteit, de warmtekrachtkoppeling, de productie van cokes en de bevoorrading van hoogovens in de ijzer- en staalindustrie wanneer het gebruik daarvan binnen de Unie plaatsvindt.” Carbosulcis produceert steenkool die voor de lokale opwekking van elektriciteit wordt gebruikt. Aan dit criterium is derhalve voldaan. |
|
(66) |
Italië is voornemens sluitingssteun te verlenen in het kader van een sluitingsplan van de mijn. Zoals omschreven in artikel 1, onder c), van het besluit van de Raad moet het door de lidstaat opgestelde plan voorzien in maatregelen die tot de definitieve sluiting van steenkoolproductie-eenheden leiden. Het door Italië ingediende sluitingsplan omvat de door het land genomen wetgevende en andere maatregelen die beschreven zijn in de overwegingen 11 tot en met 61, met inbegrip van de geplande financiële maatregelen ter flankering van de definitieve en onherroepelijke sluiting van de betrokken eenheden, wat tot een ordelijke afbouw van de activiteiten van deze eenheden op de geplande data leidt. |
|
(67) |
Italië heeft overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het besluit van de Raad alle relevante gegevens ingediend die nodig zijn voor de beoordeling van het sluitingsplan, met name de identificatie van de kolenproductie-eenheid, de reële of geraamde productiekosten voor elke steenkoolproductie-eenheid per kolenjaar, de geraamde steenkoolproductie per kolenjaar van de steenkoolproductie-eenheden die onder een sluitingsplan vallen en het geraamde bedrag aan sluitingssteun per kolenjaar. |
3.3.1. Staatssteun voor dekking van productiekosten
|
(68) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van het besluit van de Raad kan steun aan een onderneming die specifiek bedoeld is om de verliezen bij de lopende productie van steenkoolproductie-eenheden te dekken, alleen verenigbaar met de interne markt worden verklaard indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: „De exploitatie van de betrokken productie-eenheden valt onder een sluitingsplan dat niet verder reikt dan 31 december 2018.”. |
|
(69) |
De Italiaanse autoriteiten hebben zich ertoe verbonden de mijn Nuraxi Figus, die slechts uit één productie-eenheid bestaat, uiterlijk op 31 december 2018 voorgoed te sluiten. De mijn wordt geëxploiteerd door Carbosulcis; deze onderneming is volledig in handen van de Regio Sardinië, die het sluitingsplan heeft opgesteld en goedgekeurd. „De betrokken steenkoolproductie-eenheden worden volgens het sluitingsplan definitief gesloten.” |
|
(70) |
Het sluitingsplan omvat de wetgevende en andere maatregelen van Italië en de Regio Sardinië als beschreven in de overwegingen 11 tot en met 61, die zijn getroffen ter ondersteuning van de ordelijke afbouw van de activiteiten van die eenheid binnen de geplande termijnen. „De aangemelde steun ligt niet hoger dan het verschil tussen de (te verwachten) productiekosten en de te verwachten inkomsten voor een kolenjaar. De daadwerkelijk betaalde steun wordt jaarlijks geregulariseerd op basis van de reële kosten en de reële inkomsten, uiterlijk vóór het eind van het kolenjaar dat volgt op het jaar waarvoor de steun is toegekend.” |
|
(71) |
Zoals hierboven uit tabel 1 blijkt, ligt de jaarlijkse steun voor de steenkoolproductie in de te sluiten productie-eenheid niet hoger dan het verschil tussen de (te verwachten) kosten en de (te verwachten) inkomsten. „Het steunbedrag per ton steenkoolequivalent mag er niet toe leiden dat de prijzen van kolen uit de Unie op de plaats van gebruik lager uitkomen dan de prijzen van kolen van gelijksoortige kwaliteit uit derde landen.” |
|
(72) |
Italië is van mening dat het niet mogelijk is betalingen voor steenkool van Sulcis te relateren aan een commerciële referentieprijs, zoals in de bevindingen waartoe de Commissie gekomen is in het geval van Hongarije (SA.33861 (12/N)). |
|
(73) |
Volgens Italië zijn de laagwaardige kolen van Sulcis niet verkrijgbaar in derde landen en is er geen markt voor steenkool van dergelijke lage kwaliteit. In de verkoopprijs die de thermische centrale van Portovesme aan Carbosulcis betaalt, wordt rekening gehouden met de prijsschommelingen van de steenkool die regelmatig op de wereldmarkt wordt verhandeld en met de notering van standaardwaarden van steenkool, en er worden verlagingen toegepast om rekening te houden met de aangekochte specifieke kwaliteit. Italië meent dan ook dat het onmogelijk is een referentieprijs te bepalen voor steenkool van soortgelijke kwaliteit uit derde landen. |
|
(74) |
Artikel 3 van wet nr. 351 van 27 juni 1985 houdende voorschriften voor de heropening van het steenkoolbekken van Sulcis luidt als volgt: „Steenkool uit het steenkoolbekken van Sulcis kan worden gebruikt in thermische energiecentrales en ondernemingen voor de opwekking van elektriciteit en stoom, in combinatie of anderszins, op voorwaarde dat deze uitsluitend in Sardinië zijn gelegen, of in industriële ondernemingen, die eveneens in Sardinië zijn gelegen, waarin de zwavel in het productie- of verbrandingsproces wordt gefixeerd, of gefixeerd en gecombineerd, of gecombineerd met het verkregen product.”. Steenkool van Sulcis kan dus in theorie alleen concurreren met andere kolen op Sardinië, en wat belangrijker is, kan niet op de wereldmarkt worden verkocht. |
|
(75) |
De Commissie kan niet uitsluiten dat het in feite mogelijk is een referentieprijs te berekenen voor steenkool van soortgelijke kwaliteit. Italië heeft zich bijgevolg ertoe verbonden een jaarlijkse controle te verrichten van de prijs van de steenkool van Sulcis, als berekend in het kader van de verkoop aan de thermische elektriciteitscentrale van Portovesme aan de hand van de desbetreffende formule in de aankoopovereenkomst, om na te gaan of de prijs van de steenkool van Sulcis lager ligt dan de prijzen van kolen van soortgelijke kwaliteit uit derde landen. Het bedrag van de steun per ton equivalent zal worden aangepast overeenkomstig de daadwerkelijke verkoopprijs voor elk kolenjaar. |
|
(76) |
Volgens de beslissingspraktijk van de Commissie (7) kan dan ook worden aangenomen dat aan deze voorwaarde is voldaan in het onderhavige geval. „De betrokken steenkoolproductie-eenheden waren op 31 december 2009 in bedrijf.” |
|
(77) |
De mijn Nuraxi Figus was in bedrijf in 2009. „Het totaalbedrag van de door een lidstaat verleende steun moet een dalende trend vertonen: tegen eind 2013 moet de vermindering minstens 25 %, tegen eind 2015 ten minste 40 %, tegen eind 2016 ten minste 60 %, en tegen eind 2017 ten minste 75 % belopen van de in 2011 verleende steun.” |
|
(78) |
De Commissie concludeert uit bovenstaande tabel 1 dat de te verlenen staatssteun een neerwaartse trend volgt en voldoet aan het minimale niveau van vermindering als bepaald in het besluit van de Raad. Aan het in het besluit van de Raad vastgestelde degressiviteitscriterium is derhalve voldaan. „Het totaalbedrag van door een lidstaat aan de steenkoolindustrie verleende sluitingssteun mag voor de jaren na 2010 niet hoger liggen dan het steunbedrag dat voor het jaar 2010 door die lidstaat is verleend en door de Commissie is goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 3 en 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002.” |
|
(79) |
Er is geen steun door de Commissie goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 3 en 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 voor het jaar 2010. Aangezien Verordening (EG) nr. 1407/2002 per 31 december 2010 is vervallen, zijn de specifieke bepalingen van die verordening hoe dan ook niet van toepassing op de onderhavige maatregel (8). Daarom kan voor 2010 geen steunbedrag worden gehanteerd als maatstaf voor de toepassing van artikel 3, onder g), van het besluit van de Raad en is deze voorwaarde niet van toepassing op de onderhavige zaak. „De lidstaten moeten een plan vaststellen met maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van energie-efficiëntie, hernieuwbare energie of koolstofafvang en -opslag, om de negatieve milieueffecten te beperken van de productie van steenkool door productie-eenheden waaraan overeenkomstig dit artikel steun is toegekend.” |
|
(80) |
De Italiaanse autoriteiten hebben een plan voor milieubescherming ingediend om de milieueffecten van de steenkoolproductie te beperken, onder meer door middel van installaties voor hernieuwbare energie en steenkoolontzwaveling. |
|
(81) |
In artikel 3, lid 1, onder h), van het besluit van de Raad wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van initiatieven inzake hernieuwbare energiebronnen als voorbeeld van maatregelen die in een beperkingsplan kunnen worden opgenomen. De Commissie constateert dat deze Italiaanse maatregelen rechtstreeks verband houden met de huidige activiteiten inzake steenkoolproductie van de te sluiten mijn. |
|
(82) |
Wat het project van steenkoolontzwaveling betreft, kan de Commissie rekening houdend met het feit dat de levensvatbaarheid van het project onzeker is en afhankelijk van de resultaten van het op te starten proefproject, niet vaststellen dat deze maatregel zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van de milieuomstandigheden waarin de steenkoolproductie zich in deze regio afspeelt, zoals vereist bij artikel 3, lid 1, onder h), van het besluit van de Raad. |
|
(83) |
Op basis van de overwegingen in de overwegingen 80 en 81 is de Commissie van mening dat de installaties voor hernieuwbare energie waarin het door de Italiaanse autoriteiten ingediende milieubeschermingsplan voorziet, alleen al voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, onder h), van het besluit van de Raad. |
|
(84) |
Vermeld zij dat sommige van de door Italië genoemde maatregelen toekenning van staatssteun kunnen inhouden. Het aanvaarden van deze maatregelen als onderdeel van het milieubeschermingsplan om overeenkomstig het besluit van de Raad goedkeuring te verlenen aan de steun voor steenkoolwinning, mag niet worden opgevat als een goedkeuring van dergelijke maatregelen uit hoofde van de artikelen 107 en 108 van het VWEU. Het blijft de verantwoordelijkheid van Italië om ervoor te zorgen dat maatregelen die staatssteun kunnen vormen, naar behoren bij de Commissie worden aangemeld overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU. |
|
(85) |
Dit besluit doet geen afbreuk aan de verplichtingen van Italië uit hoofde van de Europese milieuwetgeving. |
|
(86) |
Uit de hierboven weergegeven beoordeling blijkt dat aan alle inhoudelijke criteria van artikel 3 van het besluit van de Raad met betrekking tot de volgens het sluitingsplan te verlenen productiesteun is voldaan. |
3.3.2. Staatssteun voor dekking van buitengewone kosten
|
(87) |
Volgens artikel 4, lid 1, van het besluit van de Raad kan staatssteun voor kolenmijnen ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de sluiting van steenkoolproductie-eenheden en die geen verband houden met de huidige productie, als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd indien het uitgekeerde bedrag deze kosten niet overschrijdt. |
|
(88) |
De door de Italiaanse autoriteiten aangemelde buitengewone kosten omvatten:
|
|
(89) |
De Commissie constateert dat Italië niet van plan is steun te verlenen die hoger zou zijn dan de kosten voortvloeiend uit de sluiting van steenkoolproductie-eenheden. Bovendien stemmen de geplande buitengewone kosten en de categorieën van kosten die naar verwachting zullen worden gedekt, overeen met in aanmerking komende categorieën, zoals vastgesteld in de bijlage bij het besluit van de Raad voor de toepassing van artikel 4. Volgens het sluitingsplan wordt de toekenning van de steun afhankelijk gesteld van de overlegging van bewijsstukken. |
|
(90) |
Steun ter dekking van buitengewone lasten zal ook na de stopzetting van de productie in 2018 nog noodzakelijk blijven. In elk geval zal steun worden verleend tot 2027, dus voordat de geldigheidsduur van het besluit van de Raad verstrijkt. |
|
(91) |
In theorie kunnen er opbrengsten voortkomen uit de verkoop van installaties en machines. Volgens Italië is dit echter onwaarschijnlijk gezien de ouderdom van deze posten aan het eind van 2018. Zelfs indien de installaties en machines nog een kleine restwaarde zouden hebben, zou het voorts niet mogelijk zijn deze te verkopen wegens een overeenkomst van 15 februari 1990 tussen de gemeente Gonnessa en Carbosulcis. Krachtens artikel 16 van de overeenkomst verbindt Carbosulcis zich ertoe bij de stopzetting van de exploitatie van de mijnen alle onroerende en roerende goederen (kantoren, diensten, mijninstallaties en machines, enz.) te bewaren overeenkomstig de oorspronkelijke architectuur, zodat de mijn en de installaties bewaard kunnen blijven als lokaal historisch monument. |
|
(92) |
De installaties en machines zullen derhalve allemaal buiten dienst worden genomen en gebruikt om er een museum en een site voor industriële archeologie van te maken, en blijven bewaard als plaatselijk historisch monument. |
|
(93) |
De Italiaanse autoriteiten voeren aan dat de sluiting van de mijn en de milieusanering naar verwachting niet zullen leiden tot een waardevermeerdering van het terrein, omdat de site behalve de gebieden die voor de installatie voor hernieuwbare energie worden gebruikt, uit verlaten industrieterreinen zal bestaan zonder dat verder gebruik kan worden voorzien. |
|
(94) |
Naast de terreinen die voor de installaties voor hernieuwbare energie worden gebruikt, zal het terrein na sanering in zijn huidige staat worden gehandhaafd om de herinnering aan de mijnbouwindustrie levendig te houden, zoals bepaald in de overeenkomst tussen Carbosulcis en de gemeente Gonnessa. Wat betreft de kosten bedoeld in punt 1, onder h), van de bijlage bij het besluit van de Raad, is Carbosulcis hoe dan ook niet de eigenaar van de grond en haalt zij geen voordeel uit een eventuele waardevermeerdering van de grond (9). |
|
(95) |
De Italiaanse autoriteiten bevestigen dat de kosten waarvoor de steun geldt, geen verband houden met de financiering van kosten ten gevolge van niet-nakoming van milieuregels, zoals:
|
|
(96) |
De steun zal niet worden gecombineerd met andere staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU of met andere vormen van EU-financiering voor dezelfde in aanmerking komende kosten (artikel 5 van het besluit van de Raad). De Commissie wil voorts de Italiaanse autoriteiten eraan herinneren dat in geval van medefinanciering door structuurfondsen van de Unie de op deze fondsen van toepassing zijnde regels in acht moeten worden genomen. |
|
(97) |
Verder moet alle door de mijn Nuraxi Figus ontvangen steun overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Raad in de resultatenrekening worden opgevoerd als een van de omzet gescheiden inkomstenpost. Carbosulcis moet ook een gescheiden boekhouding voeren voor de productie- en sluitingswerkzaamheden (artikel 6). Hieruit volgt dat de steun voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in het besluit van de Raad met betrekking tot cumulering en scheiding van de rekeningen van de begunstigde, in geval van andere economische activiteiten die geen verband houden met de kolenwinning. |
|
(98) |
Italië heeft zeer gedetailleerde informatie overgelegd in het kader van de aanmelding van het sluitingsplan. Met name zijn voor de mijn gedetailleerde kostenramingen ingediend, uitgesplitst naar afzonderlijke posten, voor elk jaar van het sluitingsplan. De Commissie is van oordeel dat de door Italië verstrekte gegevens (met inbegrip van de in bijlage 1 en bijlage 2 bij dit besluit verstrekte gegevens) voldoen aan de eisen van artikel 7, lid 4, van het besluit van de Raad voor de gehele looptijd van de maatregel. |
|
(99) |
Voorts hebben de Italiaanse autoriteiten overeenkomstig artikel 7, lid 5, van het besluit van de Raad zich ertoe verbonden dat de rekeningen van de mijn binnen zes maanden na het einde van elke verslagperiode aan de Europese Commissie worden meegedeeld. |
|
(100) |
Hieruit volgt dat de steun voldoet aan de desbetreffende voorwaarden die zijn vastgesteld in het besluit van de Raad. |
|
(101) |
De Commissie is derhalve tot de conclusie gekomen dat zij kan instemmen met het sluitingsplan alsmede met de reeds verleende of de voorgenomen steun. |
4. CONCLUSIE
|
(102) |
De Commissie betreurt dat Italië de maatregel in strijd met artikel 108, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedeeltelijk ten uitvoer heeft gelegd. |
|
(103) |
De Commissie heeft echter besloten dat de van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2027 aan Carbosulcis toegekende steun op grond van het besluit van de Raad verenigbaar met de interne markt kan worden geacht. |
|
(104) |
De Commissie herinnert de Italiaanse autoriteiten eraan dat, overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU, voornemens om deze regeling anders te financieren of te wijzigen bij de Commissie moeten worden aangemeld krachtens Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie (15). Voorts moeten kennisgevingen krachtens artikel 7, lid 3, van het besluit van de Raad worden ingediend indien het sluitingsplan wordt gewijzigd. Overeenkomstig artikel 7, lid 4, moet ook kennisgeving worden gedaan indien de steun die Italië voornemens is toe te kennen aan de kolenindustrie, in een kolenjaar hoger is dan de bedragen die in het onderhavige besluit zijn toegestaan, of indien de informatie met betrekking tot de berekening van de voorzienbare productiekosten waarvoor voorgenomen steun wordt verleend volgens het sluitingsplan, verschilt van die welke in de onderhavige kennisgeving is vermeld. Italië moet afzonderlijke jaarlijkse kennisgevingen indienen wanneer er zich verschillen voordoen tussen de jaarlijkse maatregelen en het goedgekeurde sluitingsplan. Het stelt de Commissie op passende wijze in kennis van het bedrag en de berekeningswijze van de elk jaar daadwerkelijk betaalde steun tot het einde van het sluitingsplan, zoals bepaald in artikel 7, lid 5, van het besluit van de Raad. |
|
(105) |
De Commissie herinnert de Italiaanse autoriteiten er ook aan dat zij de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 5, van het besluit van de Raad in kennis moeten stellen van het bedrag en de berekeningswijze van de tijdens een kolenjaar daadwerkelijk uitgekeerde steun, uiterlijk zes maanden na de afsluiting van dat jaar. Indien er correcties worden aangebracht in de oorspronkelijk in een bepaald kolenjaar betaalde bedragen, delen de Italiaanse autoriteiten deze mee aan de Commissie vóór de afsluiting van het volgende kolenjaar. |
|
(106) |
Volgens artikel 3, lid 3, van het besluit van de Raad vordert Italië alle steun terug die verleend is ten aanzien van de volledige periode waarop het sluitingsplan betrekking heeft, indien de mijn waarvoor steun wordt verleend, niet gesloten is op het in het sluitingsplan vastgestelde tijdstip, zoals goedgekeurd door de Commissie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De staatssteun die door Italië aan Carbosulcis SpA is verleend in overeenstemming met het op 9 april 2014 ingediende sluitingsplan, zoals gewijzigd op 17 juli 2014, is verenigbaar met de interne markt in de zin van Besluit 2010/787/EU.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel, 1 oktober 2014.
Voor de Commissie
Joaquín ALMUNIA
Vicevoorzitter
(1) PB L 336 van 21.12.2010, blz. 24 (hierna „besluit van de Raad”). Vanaf 1 december 2009 zijn de artikelen 87 en 88 VEG respectievelijk de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) geworden. De bepalingen in beide Verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van dit besluit moeten verwijzingen naar de artikelen 107 en 108 VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 87 en 88 VEG. Bij het VWEU zijn ook enkele wijzigingen in de terminologie aangebracht, zoals de vervanging van „Gemeenschap” door „Unie” en van „gemeenschappelijke markt” door „interne markt”. In dit besluit wordt de terminologie van het VWEU gehanteerd.
(2) PB C 20 van 23.1.2013, blz. 1.
(3) Bekendgemaakt in Supplemento Ordinario van de Gazzetta Ufficiale nr. 111 van 14 mei 2005.
(4) Zie voetnoot 2.
(5) Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385/58).
(6) Artikel 3 van wet nr. 351 van 27 juni 1985 houdende voorschriften voor de heropening van het steenkoolbekken „norme per la riattivazione del bacino carbonifero del Sulcis: è consentito impiegare il carbone del bacino carbonifero del Sulcis nelle centrali termoelettriche e negli impianti di produzione combinata e non di energia elettrica e vapore esclusivamente ubicati in Sardegna, nonché negli impianti industriali, pure ubicati in Sardegna nei quali durante il processo produttivo o di combustione lo zolfo viene fissato, fissato e combinato ovvero combinato con il prodotto che si ottiene”.
(7) Zaak SA.18869 (N 92/05) — Staatssteun aan de steenkoolindustrie — Hongarije, zaak SA.33033 Nationale steenkoolonderneming Petrosani — Roemenië, en zaak SA.33861 (12/N) — Steun ter bevordering van de sluiting van kolenmijnen — Hongarije.
(8) Mededeling van de Commissie betreffende de vaststelling van regels voor de beoordeling van onrechtmatig verleende staatssteun (PB C 119 van 22.5.2002, blz. 22).
(9) Momenteel is Carbosulcis eigenaar van 200 ha grond waarop kantoren en installaties gevestigd zijn, terwijl de mijn zich uitstrekt over 5 940 ha.
(10) Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG — Verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 15).
(11) Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56).
(12) Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
(13) Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).
(14) Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40).
(15) Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1).
BIJLAGE 1
|
Land: ITALIË |
|
|||||||||
|
|
||||||||||
|
Steenkoolveld: SULCIS |
||||||||||
|
|
||||||||||
|
Onderneming: CARBOSULCIS SPA |
||||||||||
|
|
||||||||||
|
Ondergrondse productie-eenheid: NURAXI FIGUS - Monte Sinni mine |
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
Gegegens 2011 |
Gegegens 2012 |
Geraamde gegevens 2013 |
Geraamde gegevens 2014 |
Geraamde gegevens 2015 |
Geraamde gegevens 2016 |
Geraamde gegevens 2017 |
Geraamde gegevens 2018 |
||
|
|
||||||||||
|
|
|||||||||
|
[…] (*1) |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
|
||||||||||
|
|
|||||||||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
|
||||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
|
|
|
|
|
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
|
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
|
|
[…] |
|
|
|
|
|
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
|
||||||||||
|
|
|||||||||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
[…] |
||
|
N.B. De gegevens in het rood komen voort uit de herclassificatie van de winst-en-verliesrekeningen voor 2011 en 2012. |
||||||||||
(*1) Bedrijfsgevoelige informatie.
BIJLAGE 2
|
|
2013 |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
Totaal |
|
|
|
|||||||||||||||||
|
b) |
Andere buitengewone uitgaven voor werknemers die hun baan hebben verloren of verliezen |
7 804 000 |
3 852 000 |
2 180 000 |
9 080 000 |
692 000 |
9 920 000 |
6 212 000 |
960 000 |
404 000 |
96 000 |
212 000 |
308 000 |
96 000 |
96 000 |
3 660 000 |
45 572 000 |
|
b1) |
Aansporing tot pensionering (leidinggevende functies) |
160 000 |
160 000 |
160 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
480 000 |
|
b2) |
Aansporing tot pensionering (leidinggevende functies) |
3 132 000 |
812 000 |
580 000 |
696 000 |
116 000 |
4 640 000 |
232 000 |
0 |
116 000 |
0 |
116 000 |
116 000 |
0 |
0 |
0 |
10 556 000 |
|
b3) |
Aansporing tot pensionering (leidinggevende functies) |
4 512 000 |
2 880 000 |
1 440 000 |
1 632 000 |
576 000 |
5 280 000 |
576 000 |
960 000 |
288 000 |
96 000 |
96 000 |
192 000 |
96 000 |
96 000 |
96 000 |
18 816 000 |
|
b4) |
Stimulansen voor het opzetten van een eigen bedrijf (technici) |
0 |
0 |
0 |
4 640 000 |
0 |
0 |
1 276 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 740 000 |
7 656 000 |
|
b5) |
Stimulansen voor het opzetten van een eigen bedrijf (arbeiders) |
0 |
0 |
0 |
2 112 000 |
0 |
0 |
4 128 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 824 000 |
8 064 000 |
|
|
|||||||||||||||||
|
d) |
Uitgaven van ondernemingen voor de omscholing van hun werknemers met het oog op het gemakkelijker vinden van een nieuwe baan buiten de steenkoolindustrie, met name opleidingskosten |
0 |
0 |
0 |
4 764 800 |
0 |
0 |
3 911 600 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 793 600 |
11 470 000 |
|
d1) |
Vergoeding van technici tijdens de opleiding |
0 |
0 |
0 |
2 320 000 |
0 |
0 |
638 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
995 000 |
3 953 000 |
|
d2) |
Vergoeding van arbeiders tijdens de opleiding |
0 |
0 |
0 |
1 056 000 |
0 |
0 |
2 064 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 037 000 |
4 157 000 |
|
d3) |
Kosten van de opleiding (verenigbaar met het ESF-vademecum betreffende kosten) |
0 |
0 |
0 |
1 388 800 |
0 |
0 |
1 209 600 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
761 600 |
3 360 000 |
|
|
|||||||||||||||||
|
f) |
Nog resterende kosten voortvloeiend uit voorschriften op administratief, juridisch of fiscaal gebied die specifiek zijn voor de steenkoolindustrie |
|
|
|
|
|
|
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
0 |
800 000 |
|
f1) |
Exploitatierechten van de mijn |
|
|
|
|
|
|
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
100 000 |
0 |
800 000 |
|
|
|||||||||||||||||
|
g) |
Kosten in verband met bijkomende veiligheidsmaatregelen ondergronds in verband met de sluiting van steenkoolproductie-eenheden |
0 |
0 |
200 000 |
0 |
0 |
0 |
4 480 800 |
3 836 800 |
3 495 800 |
3 370 800 |
3 363 800 |
3 237 800 |
3 127 800 |
3 086 800 |
0 |
28 200 400 |
|
g1) |
Project en milieueffectbeoordeling van het project van opvulling van mijngangen met as |
0 |
0 |
200 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
200 000 |
|
g2) |
Secundaire schachten veiligstellen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
70 000 |
74 000 |
0 |
0 |
0 |
144 000 |
|
g3) |
Hoofdschachten veiligstellen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
65 000 |
72 000 |
0 |
137 000 |
|
g4) |
Kosten van de werkzaamheden — technici |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 160 000 |
1 044 000 |
1 015 000 |
986 000 |
957 000 |
899 000 |
870 000 |
870 000 |
0 |
7 801 000 |
|
g5) |
Kosten van de werkzaamheden — arbeiders |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 160 000 |
1 632 000 |
1 320 000 |
1 224 000 |
1 176 000 |
1 104 000 |
1 032 000 |
984 000 |
0 |
10 632 000 |
|
g6) |
Kosten van de materialen voor mijninfrastructuur en diensten |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
950 000 |
0 |
7 600 000 |
|
g7) |
Kosten van materialen en diensten voor het opvullen van mijngangen met as |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
500 000 |
0 |
4 000 000 |
|
g8) |
Kosten van elektriciteit (ventilatie, drainage, enz.) |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
1 250 000 |
0 |
10 000 000 |
|
g9) |
Potentiële inkomsten uit het verwijderen van as |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
– 1 539 200 |
0 |
– 12 313 600 |
|
|
|||||||||||||||||
|
h) |
Mijnschade, voor zover die is toe te schrijven aan steenkoolproductie-eenheden die zijn gesloten of worden gesloten |
|
998 931 |
1 198 931 |
1 198 931 |
798 931 |
798 931 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
|
|
|
|
8 687 898 |
|
h1) |
Beveiliging van het gebied en de gebouwen en het milieuherstel van de Seruci-site |
0 |
798 931 |
798 931 |
798 931 |
798 931 |
798 931 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
3 994 656 |
|
h2) |
Milieukenmerken van de site Nuraxi Figus |
0 |
200 000 |
400 000 |
400 000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 000 000 |
|
h3) |
Beveiliging van het gebied en de gebouwen en het milieuherstel van de Nuraxi Figus-site |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
738 648 |
0 |
0 |
0 |
0 |
3 693 242 |
|
|
|||||||||||||||||
|
l) |
Uitzonderlijke intrinsieke waardeverminderingen, voor zover die door de sluiting van steenkoolproductie-eenheden zijn veroorzaakt |
|
5 169 143 |
5 169 143 |
5 169 143 |
5 169 143 |
5 169 143 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
25 845 714 |
|
l1) |
Bijzonder afschrijvingspercentage voor materiële vaste activa |
0 |
4 071 036 |
4 071 036 |
4 071 036 |
4 071 036 |
4 071 036 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
20 355 179 |
|
l2) |
Speciaal afschrijvingspercentage voor immateriële vaste activa |
0 |
1 098 107 |
1 098 107 |
1 098 107 |
1 098 107 |
1 098 107 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
5 490 535 |
|
|
|||||||||||||||||
|
Algemeen totaal |
7 804 000 |
10 020 074 |
8 748 074 |
20 212 874 |
6 660 074 |
15 888 074 |
15 443 048 |
5 635 448 |
4 738 448 |
4 305 448 |
4 414 448 |
3 645 800 |
3 323 800 |
3 282 800 |
6 453 600 |
120 576 012 |
|