Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014R0174

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 174/2014 van de Commissie van 25 februari 2014 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek wat betreft de identificatie van personen in de context van overeenkomsten inzake de wederzijdse erkenning van AEO-programma's Voor de EER relevante tekst

PB L 56 van 26.2.2014, pp. 1–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/04/2016; stilzwijgende opheffing door 32016R0481

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/174/oj

26.2.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 56/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 174/2014 VAN DE COMMISSIE

van 25 februari 2014

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek wat betreft de identificatie van personen in de context van overeenkomsten inzake de wederzijdse erkenning van AEO-programma's

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1), en met name artikel 247,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie erkent de partnerschapsprogramma's met het bedrijfsleven van bepaalde derde landen, die zijn ontwikkeld in overeenstemming met het Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade van de Werelddouaneorganisatie. De Unie verleent daarom faciliteiten aan de marktdeelnemers van een derde land die deelnemen aan een partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van de douaneautoriteiten van dat derde land.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 58/2013 van de Commissie van 23 januari 2013 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2) is bepaald op welke wijze een afzender die aan een partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven deelneemt, in summiere aangiften bij binnenkomst kan worden geïdentificeerd.

(3)

Om de risicoanalyse te verbeteren, is het noodzakelijk de verplichting om een identificatienummer te verstrekken, uit te breiden tot de vervoerder, wiens identiteit in gecodeerde vorm in de summiere aangifte bij binnenkomst zal moeten worden vermeld.

(4)

Om relevante faciliteiten te bieden aan andere personen dan de afzender die zijn vermeld in een summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang of in een douaneaangifte die deze vervangt, is het noodzakelijk de bijlagen 30 bis, 37 en 38 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (3) aan te passen zodat het unieke derdeland-identificatienummer van die personen, dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld, kan worden opgegeven. Dat nummer kan worden opgegeven in plaats van het EORI-nummer van de betrokken persoon.

(5)

Een en ander moet worden verduidelijkt met betrekking tot het gebruik van namen en adressen of codenummers om partijen te identificeren in bijlage 30 bis.

(6)

Verordening (EEG) nr. 2454/93 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 4 terdecies, lid 3, worden de volgende punten toegevoegd:

„f)

hij treedt op als een vervoerder als bedoeld in artikel 181 ter in het geval van vervoer over zee, over de binnenwateren of door de lucht, tenzij hem een uniek derdeland-identificatienummer is toegekend dat is meegedeeld in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land. Dit geldt onverminderd punt b);

g)

hij treedt op als een vervoerder die is aangesloten op het douanesysteem en hij wenst een van de kennisgevingen zoals bepaald in artikel 183, leden 6 en 8, en artikel 184 quinquies, lid 2, te ontvangen.”.

2)

Bijlage 30 bis wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

3)

Bijlage 37 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

4)

Bijlage 38 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 december 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(2)   PB L 21 van 24.1.2013, blz. 19.

(3)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.


BIJLAGE I

In bijlage 30 bis bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt deel 4 „ Toelichtingen bij de gegevenselementen ” als volgt gewijzigd:

1)

De toelichting bij het gegevenselement „Afzender” wordt vervangen door:

„ Afzender

Persoon die de goederen verzendt zoals in de vervoersovereenkomst is bepaald door de persoon die het vervoer bestelt.

Summiere aangiften bij uitgang:

Dit gegeven moet worden verstrekt wanneer het verschilt van de indiener van de summiere aangifte. Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de afzender wanneer de indiener van de summiere aangifte over dit nummer beschikt. Als het EORI-nummer van de afzender niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt. Wanneer de voor een summiere aangifte bij uitgang vereiste gegevens reeds zijn opgenomen in de douaneaangifte overeenkomstig artikel 182 ter, lid 3, van het wetboek en artikel 216 van deze verordening, stemt dit gegeven overeen met de „afzender/exporteur” van die douaneaangifte.

Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.

De structuur van dit nummer is als volgt:

Veld

Inhoud

Veldtype

Formaat

Voorbeeld

1

Derdelandcode (tweeletterige ISO-landcode)

alfabetisch 2

a2

US

JP

CH

2

Uniek identificatienummer in een derde land

alfanumeriek tot maximaal 15

an..15

1234567890ABCDE

AbCd9875F

pt20130101aa

Voorbeelden: „US1234567890ABCDE” voor een afzender in de VS (landcode: US) wiens unieke identificatienummer 1234567890ABCDE is. „JPAbCd9875F” voor een afzender in Japan (landcode: JP) wiens unieke identificatienummer AbCd9875F is. „CHpt20130101aa” voor een afzender in Zwitserland (landcode: CH) wiens unieke identificatienummer pt20130101aa is.

Derdelandcode: de door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de tweeletterige ISO-normen (a2) voor zover deze verenigbaar zijn met de landcodes die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad (*1).

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een afzender wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.

Summiere aangiften bij binnenkomst:

Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de afzender wanneer de indiener van de summiere aangifte over dit nummer beschikt. Als het EORI-nummer van de afzender niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.

Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. De structuur van dit nummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij dit gegevenselement.

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een afzender wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.

(*1)   PB L 152 van 16.6.2009, blz. 23.”."

2)

In de toelichting bij het gegevenselement „Indiener van de summiere aangifte” wordt de eerste alinea vervangen door:

„Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de indiener van de summiere aangifte; zijn naam en adres dienen niet te worden verstrekt.”.

3)

De toelichting bij het gegevenselement „Indiener van het verzoek om uitwijking” wordt vervangen door:

„ Indiener van het verzoek om uitwijking

Verzoek om uitwijking: de persoon die het verzoek om uitwijking bij binnenkomst indient. Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de indiener van het verzoek om uitwijking; zijn naam en adres dienen niet te worden verstrekt.”.

4)

De toelichting bij het gegevenselement „Geadresseerde” wordt vervangen door:

„ Geadresseerde

Persoon aan wie de goederen worden verzonden.

Summiere aangiften bij uitgang: in gevallen als bedoeld in artikel 789 moet deze informatie in de vorm van de volledige naam en adres van de afzender worden verstrekt wanneer zij beschikbaar is. Wanneer de goederen worden vervoerd onder dekking van een verhandelbaar cognossement „aan order blanco geëndosseerd”, is de geadresseerde onbekend en worden zijn gegevens vervangen door de volgende code in vak 44 van een aangifte ten uitvoer:

Rechtsgrondslag

Onderwerp

Vak

Code

Bijlage 30 bis

Situatie van verhandelbare cognossementen „aan order blanco geëndosseerd”, in het geval van summiere aangiften bij uitgang, waarin de gegevens van de geadresseerde onbekend zijn.

44

30600

Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de geadresseerde wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de geadresseerde niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.

Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. De structuur van dit nummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij het gegevenselement „ Afzender ”.

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een geadresseerde wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.

Summiere aangiften bij binnenkomst: dit gegeven moet worden verstrekt wanneer de summiere aangifte door een andere persoon wordt ingediend. Wanneer de goederen worden vervoerd onder dekking van een verhandelbaar cognossement „aan order blanco geëndosseerd”, is de geadresseerde onbekend en worden zijn gegevens vervangen door de volgende code 10600:

Rechtsgrondslag

Onderwerp

 

Code

Bijlage 30 bis

Situatie van verhandelbare cognossementen „aan order blanco geëndosseerd”, in het geval van summiere aangiften bij binnenkomst, waarin de gegevens van de geadresseerde onbekend zijn.

 

10600

Wanneer dit gegeven moet worden verstrekt, bestaat het uit het EORI-nummer van de geadresseerde wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de geadresseerde niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.

Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. De structuur van dit nummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij het gegevenselement „ Afzender ”.

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een geadresseerde wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.”.

5)

De toelichting bij het gegevenselement „Vervoerder” wordt vervangen door:

„ Vervoerder

Dit gegeven dient niet te worden verstrekt wanneer het gelijk is aan de persoon die de summiere aangifte bij binnenkomst indient, behalve wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land. In dat geval kan dit gegeven worden verstrekt, met name in de vorm van een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. De structuur van dit nummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij het gegevenselement „ Afzender ”.

Wanneer dit gegeven verschilt van de indiener van de summiere aangifte bij binnenkomst, wordt het verstrekt in de vorm van de volledige naam en adres van de vervoerder.

Het bestaat uit het EORI-nummer of unieke derdeland-identificatienummer van de vervoerder:

—

wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt en/of

—

in het geval van vervoer over zee, over de binnenwateren of door de lucht.

Het bestaat uit het EORI-nummer van de vervoerder indien deze is aangesloten op het douanesysteem en een van de kennisgevingen zoals bepaald in artikel 183, leden 6 en 8, en artikel 184 quinquies, lid 2, wenst te ontvangen.

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een vervoerder wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.”.

6)

In de toelichting bij het gegevenselement „Te informeren partij” wordt de eerste alinea vervangen door:

„Persoon aan wie bij binnenkomst mededeling moet worden gedaan van de aankomst van de goederen. Deze informatie moet indien van toepassing worden verstrekt. Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de te informeren partij wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de te informeren partij niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.

Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. De structuur van dit nummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij het gegevenselement „ Afzender ”.

Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een te informeren partij wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.”.


(*1)   PB L 152 van 16.6.2009, blz. 23.”.”


BIJLAGE II

In bijlage 37, titel II, deel A, vak 8 „ Geadresseerde ”, bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt na de tweede alinea de volgende alinea ingevoegd:

„Wanneer een identificatienummer vereist is en de aangifte de in bijlage 30 bis vastgestelde gegevens voor een summiere aangifte bij uitgang bevat en faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dat identificatienummer bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. De structuur van dit unieke derdeland-identificatienummer komt overeen met de structuur zoals omschreven in het deel „Summiere aangiften bij uitgang” in de toelichting bij het gegevenselement „ Afzender ” in bijlage 30 bis.”.


BIJLAGE III

In bijlage 38, titel II, vak 8 „ Geadresseerde ”, bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

„Wanneer een identificatienummer vereist is en de aangifte de in bijlage 30 bis vastgestelde gegevens voor een summiere aangifte bij uitgang bevat, kan een uniek derdeland-identificatienummer, dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld, worden gebruikt.”.


Top