This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32013R0809
Commission Regulation (EU) No 809/2013 of 27 August 2013 initiating a ‘new exporter’ review of Council Implementing Regulation (EU) No 1389/2011 imposing a definitive anti-dumping duty on imports of trichloroisocyanuric acid originating in the People’s Republic of China, repealing the duty with regard to imports from one exporter in this country and making these imports subject to registration
Verordening (EU) nr. 809/2013 van de Commissie van 27 augustus 2013 tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van een exporteur in dat land en tot registratie van deze invoer
Verordening (EU) nr. 809/2013 van de Commissie van 27 augustus 2013 tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van een exporteur in dat land en tot registratie van deze invoer
PB L 229 van 28.8.2013, pp. 2–5
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
28.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 229/2 |
VERORDENING (EU) Nr. 809/2013 VAN DE COMMISSIE
van 27 augustus 2013
tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van een exporteur in dat land en tot registratie van deze invoer
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 4,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening,
Overwegende hetgeen volgt:
1. VERZOEK
|
(1) |
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen om op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening een nieuw onderzoek te openen ten behoeve van een nieuwe exporteur. |
|
(2) |
Het verzoek werd op 3 mei 2013 ingediend door Liaocheng City Zhonglian Industry Co. Ltd („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur van trichloorisocyanuurzuur in de Volksrepubliek China („de VRC”). |
2. PRODUCT
|
(3) |
Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op trichloorisocyanuurzuur en bereidingen daarvan („TCCA”), ook bekend onder de algemene internationale benaming (INN) „symcloseen”, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2933 69 80 en ex 3808 94 20 (Taric-codes 2933 69 80 70 en 3808 94 20 20), van oorsprong uit de Volksrepubliek China. |
3. BESTAANDE MAATREGELEN
|
(4) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 van de Raad (2) werd een definitief antidumpingrecht van 42,6 % ingesteld op het onderzochte product van oorsprong uit de VRC, dat ook van toepassing is op de indiener van het verzoek; voor verschillende in artikel 1, lid 2, van die verordening bij name genoemde ondernemingen geldt een individueel antidumpingrecht. |
4. MOTIVERING
|
(5) |
De indiener van het verzoek argumenteert dat hij op marktvoorwaarden opereert in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. |
|
(6) |
Hij voert aan het onderzochte product niet naar de Unie te hebben uitgevoerd in het onderzoektijdvak waarop de antidumpingmaatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen in de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 („het oorspronkelijke onderzoektijdvak”). |
|
(7) |
Hij verklaart verder dat hij geen banden heeft met producenten-exporteurs van het onderzochte product waarvoor de genoemde antidumpingmaatregelen gelden. |
|
(8) |
Hij beweert voorts dat hij het onderzochte product pas na het oorspronkelijke onderzoektijdvak naar de Unie is gaan uitvoeren. |
5. DE PROCEDURE
|
(9) |
De bekende betrokken producenten in de Unie zijn van het verzoek om een nieuw onderzoek in kennis gesteld en hebben daarop kunnen reageren. |
|
(10) |
Na onderzoek van het bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om een nieuw onderzoek te openen ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening, teneinde de individuele dumpingmarge voor de indiener van het verzoek vast te stellen en, indien dumping wordt geconstateerd, de hoogte van het recht vast te stellen dat op het onderzochte product moet worden geheven. Na ontvangst van het in overweging 15 vermelde argument zal worden vastgesteld of de indiener van het verzoek op marktvoorwaarden opereert in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. |
|
(11) |
Indien blijkt dat de indiener van het verzoek aan de voorwaarden voor de vaststelling van een individueel recht voldoet, kan het noodzakelijk zijn het recht te wijzigen dat momenteel van toepassing is op het onderzochte product afkomstig van ondernemingen die niet bij name zijn genoemd in artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011. |
a) Vragenlijsten
|
(12) |
Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden. |
b) Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
|
(13) |
Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. |
|
(14) |
Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. |
c) Behandeling als marktgerichte onderneming
|
(15) |
De normale waarde wordt overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening vastgesteld indien de indiener van het verzoek kan aantonen dat hij op marktvoorwaarden opereert, dat wil zeggen indien hij voldoet aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. Hiertoe moet hij een met bewijsmateriaal gestaafde aanvraag indienen binnen de in artikel 4, lid 3, van deze verordening vermelde bijzondere termijn. De Commissie zal aanvraagformulieren toezenden aan de indiener van het verzoek en aan de autoriteiten van de VRC. |
d) Selectie van het land met een markteconomie
|
(16) |
Indien de indiener van het verzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, zal een geschikt land met een markteconomie worden geselecteerd om de normale waarde voor de VRC vast te stellen overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. De Commissie is voornemens hiervoor Japan te gebruiken, zoals bij het onderzoek dat heeft geleid tot de instelling van maatregelen ten aanzien van de invoer van het onderzochte product uit de VRC. Opmerkingen over deze keuze moeten binnen de in artikel 4, lid 2, van deze verordening vermelde bijzondere termijn worden toegezonden. |
|
(17) |
Indien aan de indiener van het verzoek een behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, kan de Commissie de bevindingen over de normale waarde in het geschikte land met een markteconomie zo nodig ook voor hem gebruiken, bijvoorbeeld indien in de VRC geen betrouwbare gegevens over kosten of prijzen beschikbaar zijn voor de vaststelling van de normale waarde. De Commissie overweegt Japan ook voor dit doel te gebruiken. |
6. INTREKKING VAN HET RECHT EN REGISTRATIE VAN DE INVOER
|
(18) |
Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van het onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Unie wordt uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd zodat eventueel met terugwerkende kracht antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van opening van dit nieuwe onderzoek, indien bij het onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek het betrokken product met dumping naar de Unie uitvoert. In dit stadium kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn. |
7. TERMIJNEN
|
(19) |
Met het oog op behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen: |
|
(20) |
belanghebbenden zich bij de Commissie kenbaar kunnen maken, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en alle gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten, kunnen indienen; |
|
(21) |
belanghebbenden schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord; |
|
(22) |
belanghebbenden op- of aanmerkingen kunnen maken over de keuze van Japan als geschikt derde land met een markteconomie voor de vaststelling van de normale waarde, ingeval aan de indiener van het verzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend; |
|
(23) |
de indiener van het verzoek de met bewijsmateriaal gestaafde aanvraag om als marktgerichte onderneming te worden behandeld, moet indienen. |
|
(24) |
De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de in artikel 4 van deze verordening vermelde termijn bij de Commissie kenbaar maakt. |
8. NIET-MEDEWERKING
|
(25) |
Indien een belanghebbende geen toegang verleent tot de nodige gegevens, deze niet binnen de vastgestelde termijn verstrekt, dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken. |
|
(26) |
Indien blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, worden deze buiten beschouwing gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt. |
|
(27) |
Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend. |
9. TIJDSCHEMA VAN HET ONDERZOEK
|
(28) |
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen negen maanden na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten. |
10. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(29) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3). |
11. RAADADVISEUR-AUDITEUR
|
(30) |
Belanghebbenden kunnen vragen dat de raadadviseur-auditeur van DG Handel wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende organiseren en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbende zijn recht van verweer ten volle kan uitoefenen. |
|
(31) |
Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden organiseren waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht. |
|
(32) |
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/hearing-officer/index_en.htm), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 wordt een nieuw onderzoek geopend ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 teneinde vast te stellen of en zo ja in welke mate trichloorisocyanuurzuur en bereidingen daarvan, ook bekend onder de algemene internationale benaming (INN) „symcloseen”, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2933 69 80 en ex 3808 94 20 (Taric-codes 2933 69 80 70 en 3808 94 20 20), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, vervaardigd en naar de Unie uitgevoerd door Liaocheng City Zhonglian Industry Co. Ltd (aanvullende Taric-code A998), moet worden onderworpen aan het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 ingestelde antidumpingrecht.
Artikel 2
Het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1389/2011 ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product.
Artikel 3
De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 de opdracht gegeven de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie van de in artikel 1 van deze verordening omschreven goederen te registreren.
De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
Artikel 4
1. Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders bepaald, binnen 37 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt schriftelijk uiteenzetten, de in overweging 12 van deze verordening bedoelde vragenlijst beantwoorden alsmede andere informatie waarmee rekening moet worden gehouden, verstrekken.
Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
2. Opmerkingen over de keuze van Japan als derde land met een markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de VRC, dienen binnen tien dagen na de inwerkingtreding van deze verordening te worden toegezonden.
3. Aanvragen om als marktgerichte onderneming te worden beschouwd moeten, vergezeld van bewijsmateriaal, binnen 37 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.
4. Belanghebbenden moeten alle opmerkingen en verzoeken elektronisch (niet-vertrouwelijke opmerkingen via e-mail, vertrouwelijke op cd-r/dvd) indienen onder opgave van hun naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummers. Volmachten en ondertekende verklaringen, die bij de antwoorden op de vragenlijst worden gevoegd, alsmede bijwerkingen daarvan moeten echter op papier, d.w.z. per post of in persoon, op onderstaand adres worden ingediend. Volgens artikel 18, lid 2, van de basisverordening moet een belanghebbende de Commissie onmiddellijk op de hoogte brengen als hij niet in staat is zijn opmerkingen en verzoeken elektronisch in te dienen. Nadere informatie over de correspondentie met de Commissie vinden belanghebbenden op de volgende pagina van de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/trade-defence).
Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (4) en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H |
|
Kamer N105 4/92 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax + 32 22962219 |
|
E-mail: trade-tcca-review@ec.europa.eu |
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 augustus 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 346 van 30.12.2011, blz. 6.
(3) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(4) Een „Limited”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).