Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011R1306

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1306/2011 van de Raad van 12 december 2011 tot verduidelijking van het toepassingsgebied van de bij Verordening (EG) nr. 261/2008 ingestelde definitieve antidumpingrechten op bepaalde compressoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China

PB L 332 van 15.12.2011, pp. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (HR)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/1306/oj

15.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 332/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1306/2011 VAN DE RAAD

van 12 december 2011

tot verduidelijking van het toepassingsgebied van de bij Verordening (EG) nr. 261/2008 ingestelde definitieve antidumpingrechten op bepaalde compressoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9 en artikel 14, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie („de Commissie”), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Oorspronkelijk onderzoek en antidumpingrecht

(1)

Op 21 december 2006 heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde compressoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het oorspronkelijke onderzoek”).

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 261/2008 (3) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde compressoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de betrokken maatregel” en „de definitieve verordening”). Deze maatregel verviel op 21 maart 2010 (4).

2.   Heropening van het oorspronkelijke onderzoek

(3)

Het oorspronkelijke onderzoek werd door de Commissie op eigen initiatief heropend nadat enkele importeurs van compressoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”) hun bezorgdheid hadden geuit over de antidumpingrechten op zogenaamde minicompressoren, d.w.z. compressoren zonder tank die kunnen worden aangesloten op een 12V-voeding („minicompressoren”).

(4)

Hoewel minicompressoren letterlijk gesproken binnen de definitie van het betrokken product zoals gespecificeerd in artikel 1 van de definitieve verordening vallen, duidde de informatie waarover de Commissie beschikte erop dat minicompressoren verschillen van de andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft („andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft”).

(5)

Daarom werd het juist geacht het onderzoek gedeeltelijk te heropenen teneinde de productomschrijving te verduidelijken, terwijl de conclusie eventueel terugwerkende kracht moet krijgen tot de datum waarop de betrokken maatregel werd ingesteld.

3.   Onderhavig onderzoek

(6)

Na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft de Commissie in een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) de gedeeltelijke heropening van het antidumpingonderzoek betreffende de invoer van bepaalde compressoren van oorsprong uit de VRC op grond van artikel 5 van de van de basisverordening aangekondigd.

(7)

De Commissie lichtte alle partijen die bij het oorspronkelijke onderzoek hadden meegewerkt alsmede de autoriteiten van de VRC in over de inleiding van de procedure. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord.

(8)

Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

(9)

Er werd gereageerd door vijftien belanghebbenden: elf importeurs van minicompressoren, een EU-producent, een Chinese exporteur van minicompressoren en een EU-producent van compressoren (een van de klagers in het oorspronkelijke onderzoek) en de met hem verbonden exporteur van compressoren uit de VRC.

(10)

Omdat deze heropening van het onderzoek beperkt is tot de verduidelijking van de productomschrijving in de definitieve verordening, werd voor de gedeeltelijke heropening geen onderzoektijdvak vastgesteld.

(11)

Alle belanghebbenden werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en over-wegingen die aan deze conclusies ten grondslag liggen. Overeenkomstig artikel 20, lid 5, van de basisverordening konden de partijen opmerkingen maken binnen een vastgestelde termijn na de mededeling. De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de partijen werden onderzocht en waar nodig werden de bevindingen op grond daarvan gewijzigd.

B.   ONDERZOCHT PRODUCT

(12)

Het onderzochte product is gelijk aan het product dat is gedefinieerd in artikel 1 van de definitieve verordening, namelijk zuigercompressoren (met uitzondering van de bijbehorende pompen) met een debiet van maximaal 2 kubieke meter per minuut.

(13)

Het product valt thans onder de GN-codes ex 8414 40 10 , ex 8414 80 22 , ex 8414 80 28 en ex 8414 80 51 .

(14)

Het onderzoek is heropend om vast te stellen of zogenaamde minicompressoren d.w.z. compressoren zonder tank die kunnen worden aangesloten op een 12V-voeding, onder de productomschrijving van artikel 1 van de definitieve verordening vallen.

C.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1.   Methode

(15)

Om te beoordelen of minicompressoren onder de productomschrijving van artikel 1 van de definitieve verordening vallen, werd onderzocht of minicompressoren en andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft dezelfde fysische en/of technische basiskenmerken en gebruiksdoeleinden hebben. In verband hiermee werd ere ook naar gekeken of er in de Unie sprake is van onderlinge uitwisselbaarheid van minicompressoren en andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft. Bovendien werd onderzocht of het oorspronkelijke onderzoek en de daarbij uitgevoerde analyses ook betrekking hadden op minicompressoren.

2.   Fysieke en technische basiskenmerken

(16)

In het huidige heropende onderzoek werd vastgesteld dat minicompressoren bestaan uit een elektrische motor die een pomp aandrijft die continu, maar met wisselende druk, lucht blaast door de ermee verbonden luchtslang. Minicompressoren zijn niet voorzien van een tank, hebben doorgaans geen drukregelaar en zijn werkzaam bij een gelijkstroomvoeding van 12 V. Zij zijn vrij klein en wegen gewoonlijk niet meer dan 2-3 kg, want zij moeten gemakkelijk kunnen worden vervoerd. Minicompressoren hebben een maximale bedrijfstijd (normaliter niet meer dan 20 minuten), terwijl de luchtstroom gewoonlijk 50 l/min niet overschrijdt.

(17)

Anderzijds bevat de definitieve verordening naast de definitie in artikel 1, die hierboven in overweging 12 is herhaald, uitvoerige informatie over andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft. Met name wordt in overweging 17 van de definitieve verordening gespecificeerd: „Een compressor bestaat gewoonlijk uit een pomp, die ofwel rechtstreeks ofwel via een riem door een elektrische motor wordt aangedreven. In de meeste gevallen wordt de perslucht in een vat gepompt, dat hij via een drukregelaar en een rubberslang verlaat. Compressoren, in het bijzonder de grotere modellen, kunnen met wielen zijn uitgerust, zodat zij mobiel zijn.”. De tank en de drukregelaar in dergelijke compressoren zorgen voor een gestage luchtstroom. Gewoonlijk zijn dergelijke compressoren vrij groot; zij wegen minstens 25 kg en vaak zelfs meer. Zij zijn ontworpen om te functioneren met wisselstroom van 120 V of meer, hebben een onbeperkte bedrijfstijd en zorgen voor een luchtstroom van maximaal 2 000 l/min.

(18)

Derhalve luidt de conclusie dat minicompressoren niet dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben als andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft.

3.   Gebruiksdoeleinden en uitwisselbaarheid

(19)

In dit heropende onderzoek werd vastgesteld dat minicompressoren hoofdzakelijk worden gebruikt in de automobielsector voor het oppompen van banden en dat zij vaak als deel van een bandenreparatieset worden verkocht samen met een reparatievloeistof die in een lekke band kan worden gepompt. Minicompressoren worden soms ook gebruikt voor het oppompen van speelgoed, ballen, luchtbedden of andere opblaasbare voorwerpen.

(20)

Anderzijds zegt de definitieve verordening in overweging 19: „Het betrokken product wordt gebruikt om instrumenten die op perslucht werken aan te drijven, om te spuiten, schoon te maken, dan wel om banden of andere voorwerpen op te blazen.”. Dergelijke compressoren kunnen worden gebruikt bij bepaalde semiprofessionele of doe-het-zelfactiviteiten voor het aandrijven van op perslucht werkende gereedschappen of om te spuiten, te verven of te reinigen. Die toepassingen zijn mogelijk dankzij een gestage luchtstroom die kan worden geregeld. Dit is niet mogelijk bij minicompressoren.

(21)

Uit de informatie die werd verzameld, bleek dat minicompressoren doorgaans veel goedkoper zijn dan andere compressoren. Minicompressoren zijn bestemd voor andere klanten en worden verspreid via andere kanalen dan de andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft. Terwijl minicompressoren gewoonlijk als deel van een bandenreparatieset worden verkocht (en in de plaats komen van een reservewiel), hetzij samen met een auto hetzij in gespecialiseerde winkels voor autobenodigdheden of in supermarkten (voor het oppompen van speelgoed en dergelijk alternatief gebruik), worden de andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft normaliter alleen verkocht in gespecialiseerde doe-het-zelfzaken.

(22)

Gezien bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat minicompressoren en andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft, verschillende gebruiksdoeleinden en verschillende markten hebben en in beginsel niet uitwisselbaar zijn.

4.   Tijdens het oorspronkelijke onderzoek onderzochte product

(23)

Geen van de partijen die aan het oorspronkelijke onderzoek meewerkten (drie producenten in de EU, veertien producenten-exporteurs in de VRC en een niet-verbonden importeur in de EU) was betrokken bij de vervaardiging van en/of handel in minicompressoren. Het is duidelijk dat de informatie ter zake bij het oorspronkelijke onderzoek niet werd verzameld voor minicompressoren.

(24)

Het lijkt er dus op dat minicompressoren weliswaar niet uitdrukkelijk waren uitgesloten, maar dat het destijds niet de bedoeling was dat het onderzoek betrekking had op minicompressoren.

(25)

Dit wordt ook bevestigd door de verklaring van een van de klagers in het oorspronkelijke onderzoek. Naar aanleiding van een verzoek van de Commissie verklaarde deze dat het zijns inziens niet de bedoeling was dat de klacht en de hieruit voortvloeiende antidumpingprocedure zich ook uitstrekten tot minicompressoren.

(26)

Gezien bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat minicompressoren in het oorspronkelijke onderzoek niet werden onderzocht.

D.   CONCLUSIE INZAKE DE PRODUCTOMSCHRIJVING

(27)

Bovenstaande bevindingen tonen aan dat minicompressoren niet dezelfde fysieke en technische basiskenmerken en gebruiksdoeleinden hebben als andere compressoren waarop de maatregel betrekking heeft. De gebruiksdoeleinden van beide soorten compressoren zijn verschillend, zij zijn bestemd voor verschillende markten en in beginsel zijn zij niet uitwisselbaar. Bovendien werden minicompressoren bij het oorspronkelijke onderzoek niet onderzocht. Op grond daarvan luidt de conclusie dat minicompressoren en andere compressoren twee verschillende producten zijn.

(28)

Bijna alle partijen die zich in dit heropende onderzoek meldden, vroegen minicompressoren van de productomschrijving van de oorspronkelijke maatregel uit te sluiten.

(29)

Anderzijds voerde de meewerkende EU-producent van minicompressoren aan dat de oorspronkelijke maatregel ook betrekking had op zijn producten en zijn belangen rechtmatig bescherming bood. Bijgevolg vroeg hij om met terugwerkende kracht en ook in de toekomst antidumpingrechten op minicompressoren te innen daar er nog steeds sprake is van schade veroorzakende dumping van minicompressoren.

(30)

Opgemerkt zij in dit verband dat noch deze producent noch andere producenten van minicompressoren aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt. Bovendien strekte, zoals in overweging 26 is geconcludeerd, het oorspronkelijke onderzoek zich niet uit tot minicompressoren. Bij dit heropende onderzoek is voorts vastgesteld dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen minicompressoren en de in het oorspronkelijke onderzoek onderzochte compressoren. Bijgevolg is het standpunt van de bedoelde EU-producent van minicompressoren niet van invloed op de bevindingen in dit heropende onderzoek.

(31)

Wat de klacht over voortdurende schade veroorzakende dumping van minicompressoren en de mogelijke instelling van antidumpingmaatregelen betreft, moet worden opgemerkt dat, zoals in de overwegingen 23 tot en met 26 is uiteengezet, minicompressoren in het oorspronkelijke onderzoek niet werden onderzocht en dat in dit heropende onderzoek niet kan worden vastgesteld of er sprake was of is van schade veroorzakende dumping, omdat dit onderzoek beperkt is tot de productomschrijving van de oorspronkelijke maatregel.

(32)

Na de mededeling van feiten en overwegingen herhaalde de EU-producent van minicompressoren zijn standpunt en voerde hij aan dat het feit dat minicompressoren met terugwerkende kracht van de maatregelen worden uitgesloten, ertoe leidt dat zijn concurrenten in de VRC met terugwerkende kracht worden versterkt zodat de mededinging wordt verstoord.

(33)

In dit verband wordt herhaald dat in het heropende onderzoek geen analyse werd gemaakt van de marktsituatie voor minicompressoren en dat dit ook niet de bedoeling was. Het ging er alleen om te verduidelijken of minicompressoren al dan niet verschillen van de in het oorspronkelijke onderzoek onderzochte compressoren. Het resultaat zou ook niet tot marktverstoringen mogen leiden, maar duidelijkheid moeten bieden ten aanzien van toepasselijke rechten.

(34)

Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde een meewerkende importeur aan dat een minicompressor in feite slechts een pomp is en dat rechten op compressoren per definitie niet van toepassing zijn op pompen, die expliciet van de productomschrijving van de oorspronkelijke maatregel waren uitgesloten.

(35)

In dit verband moet worden opgemerkt dat dit heropende onderzoek geen steun biedt voor een dergelijke interpretatie en dat minicompressoren, technisch gezien, duidelijk compressoren zijn omdat zij, evenals pompen, lucht verplaatsen, maar de lucht tevens samenpersen in het object waarop zij zijn aangesloten.

(36)

Gezien bovenstaande overwegingen wordt geconcludeerd dat minicompressoren (d.w.z. compressoren zonder tank die kunnen worden aangesloten op een 12 V-voeding) niet gelijk zijn aan de in het oorspronkelijke onderzoek onderzochte compressoren.

(37)

Aangezien minicompressoren niet onder het toepassingsgebied van het oorspronkelijke onderzoek vallen, had het antidumpingrecht niet op minicompressoren mogen worden toegepast. Bijgevolg moet het toepassingsgebied van de betrokken maatregel met terugwerkende kracht worden verduidelijkt door de definitieve verordening te wijzigen.

E.   TOEPASSING MET TERUGWERKENDE KRACHT

(38)

Aangezien dit heropende onderzoek beperkt is tot de verduidelijking van de productomschrijving en minicompressoren niet onder het oorspronkelijke onderzoek en de daaruit voortvloeiende antidumpingmaatregel vielen, moeten de bevindingen worden toegepast vanaf de datum van inwerkingtreding van de definitieve verordening.

(39)

Daarom moeten alle definitieve antidumpingrechten die naar aanleiding van Verordening (EG) nr. 261/2008 op minicompressoren van oorsprong uit de VRC werden betaald of geboekt, worden terugbetaald of kwijtgescholden. De terugbetaling of kwijtschelding moet overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten worden aangevraagd. Om te vermijden dat de betrokken importeurs geen terugbetaling kunnen vorderen wegens de in die wetgeving genoemde termijnen, in gevallen waarin die termijnen voor of op de datum van bekendmaking van deze verordening zijn afgelopen of aflopen, of indien de termijnen binnen zes maanden na die datum aflopen, worden die termijnen verlengd tot zes maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 261/2008 wordt vervangen door:

„1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op zuigercompressoren (met uitzondering van de bijbehorende pompen) met een debiet van maximaal 2 kubieke meter per minuut, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, ingedeeld onder de GN-codes ex 8414 40 10 , ex 8414 80 22 , ex 8414 80 28 en ex 8414 80 51 (Taric-codes 8414 40 10 10, 8414 80 22 19, 8414 80 22 99, 8414 80 28 11, 8414 80 28 91, 8414 80 51 19 en 8414 80 51 99). Het definitieve antidumpingrecht is niet van toepassing op zogenaamde minicompressoren, d.w.z. compressoren zonder tank die kunnen worden aangesloten op een 12 V-voeding en die onder bovengenoemde GN-codes vallen.”.

Artikel 2

Het ingevolge artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 261/2008 in de oorspronkelijke versie betaalde of geboekte definitieve antidumpingrecht voor goederen die niet onder artikel 1, lid 1, van de bij deze verordening gewijzigde Verordening (EG) nr. 261/2008 vallen, worden terugbetaald of kwijtgescholden.

De terugbetaling of kwijtschelding wordt overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten aangevraagd. In gevallen waarin de in artikel 236, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (6) bedoelde termijnen voor of op de datum van bekendmaking van deze verordening afgelopen zijn of aflopen, of indien de termijnen binnen zes maanden na die datum aflopen, worden die termijnen verlengd tot zes maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie en is met terugwerkende kracht vanaf 21 maart 2008 van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 december 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

S. NOWAK


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)   PB C 314 van 21.12.2006, blz. 2.

(3)   PB L 81 van 20.3.2008, blz. 1.

(4)   PB C 73 van 23.3.2010, blz. 39.

(5)   PB C 98 van 30.3.2011, blz. 22.

(6)   PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.


Top