This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32010R0965
Council implementing Regulation (EU) No 965/2010 of 25 October 2010 imposing a definitive anti-dumping duty and collecting definitively the provisional duty imposed on imports of sodium gluconate originating in the People’s Republic of China
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 965/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op natriumgluconaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 965/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op natriumgluconaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
PB L 282 van 28.10.2010, pp. 24–28
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
No longer in force, Date of end of validity: 20/01/2017
|
28.10.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 282/24 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 965/2010 VAN DE RAAD
van 25 oktober 2010
tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op natriumgluconaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9,
Gezien het voorstel van de Commissie („de Commissie”), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorlopige maatregelen
|
(1) |
De Commissie heeft bij Verordening (EU) nr. 377/2010 (2) („de voorlopige verordening”) een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op droog natriumgluconaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC” of „het betrokken land”). |
|
(2) |
Er zij aan herinnerd dat de procedure werd ingeleid naar aanleiding van een klacht door de European Chemical Industry Council (CEFIC) („de klager”) namens producenten die 100 % van de productie in de Unie vertegenwoordigen. |
|
(3) |
Zoals vermeld in overweging 13 van de voorlopige verordening, had het onderzoek naar dumping en schade betrekking op de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009 („het onderzoektijdvak” of „OT”). Het onderzoek van de Commissie naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2005 tot het einde van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”). |
1.2. Vervolg van de procedure
|
(4) |
Na de mededeling van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan was besloten voorlopige antidumpingmaatregelen in te stellen („mededeling van de voorlopige bevindingen”) hebben verscheidene belanghebbenden schriftelijk opmerkingen over de voorlopige bevindingen gemaakt. De partijen die verzochten te worden gehoord, zagen hun verzoek ingewilligd. De Commissie is voortgegaan met het verzamelen en controleren van alle informatie die zij voor haar definitieve bevindingen noodzakelijk achtte. Daartoe werden bij de volgende ondernemingen controles verricht: Producenten in de Unie:
|
|
(5) |
Alle partijen werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de aanbeveling zou worden gedaan definitieve antidumpingmaatregelen in te stellen op de invoer van droog natriumgluconaat van oorsprong uit de VRC en de bedragen die uit hoofde van het voorlopige recht als zekerheid waren gesteld, definitief te innen („mededeling van de definitieve bevindingen”). Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. |
|
(6) |
De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de belanghebbenden werden onderzocht en waar nodig werden de voorlopige bevindingen dienovereenkomstig gewijzigd. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(7) |
Aangezien geen opmerkingen over het betrokken product of het soortgelijke product werden ontvangen, worden de overwegingen 14 tot en met 17 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3. DUMPING
3.1. Behandeling als marktgerichte onderneming (BMO)
|
(8) |
De bedrijfstak van de Unie herhaalde zijn bedenkingen ten opzichte van de aan de Chinese producent-exporteur Shandong Kaison Biochemical toegekende BMO, maar onderbouwde deze niet met nieuwe feiten. |
|
(9) |
Voorts beweerde de bedrijfstak van de Unie, zonder daar bewijzen voor aan te voeren, dat de grondstoffen die in de VRC voor de productie van droog natriumgluconaat werden gebruikt, van btw waren vrijgesteld en dat de koper in aanmerking kwam voor terugbetaling van een „virtuele btw” van 13 tot 17 % op zijn aankopen. Er werd vastgesteld dat de grondstof voor droog natriumgluconaat, maiszetmeel, werd betrokken bij diverse industriële leveranciers die het landbouwproduct mais tot maiszetmeel verwerken. Voorts werden de prijzen van maiszetmeel in belangrijke regio’s van de wereld onderzocht, waarbij geen aanwijzingen werden gevonden dat de Chinese gebruikers van maiszetmeel dit product tegen gunstige prijzen verkregen. Daarnaast werden verscheidene aankoopfacturen voor maiszetmeel gecontroleerd; deze waren in alle gevallen inclusief btw opgemaakt. Ook bleek uit niets dat „virtuele btw” op aankopen was terugbetaald. Deze argumenten werden derhalve afgewezen. |
|
(10) |
Aangezien er geen andere opmerkingen over de BMO werden ontvangen, worden de overwegingen 18 tot en met 21 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.2. Individuele behandeling (IB)
|
(11) |
Aangezien er geen opmerkingen over de IB werden ontvangen, worden de overwegingen 22 tot en met 25 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.3. Normale waarde
3.3.1. Referentieland
|
(12) |
Aangezien er geen opmerkingen over het referentieland werden ontvangen, worden de overwegingen 26 tot en met 32 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.3.2. Methode voor de vaststelling van de normale waarde
3.3.2.1.
|
(13) |
Er moet worden verduidelijkt dat toepassing van de methode die in de overwegingen 33 tot en met 38 van de voorlopige verordening staat beschreven, tot gevolg heeft gehad dat de normale waarde niet op de werkelijke binnenlandse prijs van alle transacties gebaseerd is, zoals in overweging 39 van die verordening staat, maar alleen op de winstgevende verkoop, aangezien deze 80 % of minder van de totale omvang van de verkoop uitmaakte. |
|
(14) |
Aangezien er geen andere opmerkingen werden ontvangen over de methode voor de vaststelling van de normale waarde voor de onderneming waaraan een BMO werd toegekend, worden de overwegingen 33 tot en met 38 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.3.2.2.
|
(15) |
Aangezien er geen opmerkingen werden ontvangen over de methode voor de berekening van de normale waarde voor de onderneming waaraan een IB werd toegekend, worden de overwegingen 40 en 41 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.4. Uitvoerprijs
|
(16) |
Aangezien er geen opmerkingen over de vaststelling van de uitvoerprijs werden ontvangen, wordt overweging 42 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.5. Vergelijking
|
(17) |
Aangezien er geen opmerkingen over de vergelijking van de normale waarde en de uitvoerprijs werden ontvangen, worden de overwegingen 43 en 44 van de voorlopige verordening bevestigd. |
3.6. Dumpingmarges
|
(18) |
Aangezien er geen opmerkingen over de dumpingmarges werden ontvangen, worden de overwegingen 45 tot en met 50 van de voorlopige verordening bevestigd. |
|
(19) |
De definitieve gewogen gemiddelde dumpingmarges, in procenten van de cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, bedragen: Tabel 1
|
4. SCHADE
4.1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(20) |
Aangezien er geen opmerkingen over de definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie werden ontvangen, worden de overwegingen 51 tot en met 53 van de voorlopige verordening bevestigd. |
4.2. Verbruik in de Unie
|
(21) |
Aangezien er geen opmerkingen over het verbruik in de Unie werden ontvangen, worden de overwegingen 54 en 55 van de voorlopige verordening bevestigd. |
4.3. Invoer in de Unie uit China
|
(22) |
Zoals in overweging 34 van deze verordening is vermeld, werden na de instelling van de voorlopige maatregelen enkele kleine correcties toegepast op de waarde van de verkoop door de bedrijfstak van de Unie. Deze hadden echter geen gevolgen voor de in overweging 59 van de voorlopige verordening vermelde onderbiedingsmarges. De overwegingen 56 tot en met 59 van de voorlopige verordening worden daarom bevestigd. |
4.4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(23) |
De voorlopige bevindingen werden, nadat zij waren meegedeeld, door een van de Chinese producenten-exporteurs betwist met het argument dat de voornaamste schade-indicatoren zich tussen 2008 en het eind van het OT positief hadden ontwikkeld. |
|
(24) |
Inderdaad ontwikkelden sommige schade-indicatoren zich tussen 2008 en het eind van het OT enigszins positief (bijv. geproduceerde hoeveelheid, marktaandeel en investeringen), maar bij andere was de ontwikkeling negatief (bijv. verkochte hoeveelheid, verkoopprijzen en winstgevendheid). In dit verband wordt erop gewezen dat in artikel 3, lid 5, van de basisverordening is bepaald dat geen van de schade-indicatoren, alleen of samen met andere, doorslaggevend is bij de beoordeling of de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden. |
|
(25) |
Daarnaast bestrijkt de beoordelingsperiode het tijdvak tussen 2005 en het eind van het OT. Tijdens deze periode ontwikkelden de meeste schade-indicatoren zich duidelijk negatief, zodat de schade tijdens het OT aanmerkelijk was. De enigszins positieve ontwikkeling van sommige schade-indicatoren tijdens het laatste jaar van deze periode deed niets af aan de vaststelling dat er aanmerkelijke schade werd geleden. |
|
(26) |
Zoals al in overweging 4 is gezegd, werden de antwoorden op de vragenlijst door twee andere verkopers van de bedrijfstak van de Unie na de instelling van de voorlopige maatregelen ter plaatse gecontroleerd. |
|
(27) |
Als gevolg van deze controles werden enkele kleine correcties toegepast op de totale waarde van de verkoop op de binnenlandse markt en op de productiekosten. Het winstgevendheidscijfer werd dienovereenkomstig aangepast. Deze correcties hebben evenwel geen gevolgen voor de voorlopig vastgestelde ontwikkelingen en indexen van de prijzen en winstgevendheid, zoals die blijken uit de overwegingen 66 en 68 en de tabellen 5 en 7 van de voorlopige verordening. |
|
(28) |
De voorlopige conclusie dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening, en de overwegingen 60 tot en met 79 van de voorlopige verordening worden derhalve bevestigd. |
5. OORZAKELIJK VERBAND
|
(29) |
Aangezien er geen opmerkingen over het oorzakelijk verband werden ontvangen, worden de overwegingen 80 tot en met 96 van de voorlopige verordening bevestigd. |
6. BELANG VAN DE UNIE
|
(30) |
Een van de medewerkende gebruikers voerde aan dat kostenstijgingen niet gemakkelijk aan de eindafnemers konden worden doorberekend; daarom zouden rechten een aanzienlijk effect hebben op zijn winstgevendheid. |
|
(31) |
Bij het onderzoek is evenwel gebleken dat deze gebruiker een hoge winstmarge had, zowel over de hele linie als voor een breed scala van zijn producten. Bij het merendeel van de door deze gebruiker geproduceerde producten bleek de verwachte kostenstijging niet aanzienlijk te zijn door het geringe aandeel van droog natriumgluconaat in de totale productiekosten; er werd dan ook van uitgegaan dat de verwachte kostenstijging in het algemeen kon worden geabsorbeerd zonder dat dit een aanzienlijk effect had op de algehele winstgevendheid. De betrokken gebruiker heeft geen nader bewijsmateriaal of aanvullende informatie ingediend om zijn bewering te staven. Dit argument moest daarom worden afgewezen. |
|
(32) |
Aangezien er geen andere opmerkingen over het belang van de Unie werden ontvangen, worden de overwegingen 97 tot en met 107 van de voorlopige verordening bevestigd. |
7. DEFINITIEVE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
7.1. Schademarge
|
(33) |
In de definitieve fase werd voor de vaststelling van de geen schade veroorzakende prijs dezelfde methode gebruikt als in de voorlopige fase (zie de overwegingen 111 tot en met 113 van de voorlopige verordening). |
|
(34) |
Zoals al vermeld in overweging 27, heeft de controle van de aanvullende gegevens van de bedrijfstak van de Unie tot enkele kleine correcties van de waarde van de totale binnenlandse verkoop, de totale productiekosten en de winstgevendheid geleid. |
|
(35) |
Aangezien er geen andere opmerkingen werden ontvangen die de conclusie over de schademarge zouden kunnen veranderen, worden de overwegingen 108 tot en met 113 van de voorlopige verordening bevestigd. |
7.2. Definitieve maatregelen
|
(36) |
Gelet op het voorgaande moet overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de basisverordening een definitief antidumpingrecht worden ingesteld op droog natriumgluconaat van oorsprong uit de VRC; dit recht moet in overeenstemming met de regel van het laagste recht worden vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge of op dat van de schademarge indien deze lager is. |
|
(37) |
De voorgestelde definitieve antidumpingrechten zijn als volgt: Tabel 2
|
|
(38) |
De bij deze verordening voor twee ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen daarom de situatie die bij dit onderzoek voor die ondernemingen werd geconstateerd. Deze rechten (in tegenstelling tot het voor het gehele land geldende recht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”) zijn dus uitsluitend van toepassing op de invoer van producten van oorsprong uit het betrokken land die vervaardigd zijn door de genoemde ondernemingen. De rechten zijn niet van toepassing op ingevoerde producten die zijn vervaardigd door andere, niet specifiek in het dispositief van deze verordening met naam en adres genoemde ondernemingen, ook al gaat het hierbij om entiteiten die verbonden zijn met de specifiek genoemde ondernemingen; op die producten is het recht van toepassing dat geldt voor „alle andere ondernemingen”. |
|
(39) |
Verzoeken in verband met de toepassing van deze specifiek voor de genoemde ondernemingen geldende antidumpingrechten (bijv. na een naamswijziging van een bedrijf of na de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie (3) te worden gericht, onder opgave van alle relevante gegevens, met name indien de naamswijziging of de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen verband houdt met wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van productie en de verkoop in binnen- en buitenland. Indien het verzoek gerechtvaardigd is, zal de verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd door bijwerking van de lijst van ondernemingen waarvoor een individueel recht geldt. |
|
(40) |
Om een goede toepassing van het antidumpingrecht te garanderen, moet het voor het gehele land geldende recht niet alleen van toepassing zijn op niet-medewerkende producenten-exporteurs, maar ook op producenten die het betrokken product in het OT niet naar de Unie hebben uitgevoerd. |
7.3. Definitieve inning van de voorlopige rechten
|
(41) |
Gezien de hoogte van de vastgestelde dumpingmarges en de ernst van de schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, wordt het noodzakelijk geacht de bedragen die als zekerheid zijn gesteld uit hoofde van het bij de voorlopige verordening ingestelde voorlopige antidumpingrecht, definitief te innen tot het bedrag van de ingestelde definitieve rechten. Wanneer het definitieve recht lager is dan het voorlopige recht, moeten de voorlopige, als zekerheid gestelde bedragen die het bedrag van het definitieve recht overschrijden, worden vrijgegeven. |
7.4. Speciaal toezicht
|
(42) |
Om, gelet op het grote verschil tussen de hoogte van de rechten, het gevaar van ontwijking zoveel mogelijk te beperken, moeten in dit geval bijzondere maatregelen worden genomen om een goede toepassing van de antidumpingrechten te garanderen. Daaronder vallen de hieronder beschreven maatregelen. |
|
(43) |
De overlegging aan de douaneautoriteiten van de lidstaten van een geldige handelsfactuur die voldoet aan de vereisten die zijn vermeld in de bijlage bij deze verordening. Voor invoer die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaat, geldt het residuele antidumpingrecht dat van toepassing is op alle andere producenten. |
|
(44) |
Indien de omvang van de uitvoer door ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is de individuele rechten in te trekken en in plaats daarvan een voor het gehele land geldend recht te heffen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op droog natriumgluconaat met CUS-nummer 0023277-9 (Customs Union and Statistics) en CAS-nummer 527-07-1 (Chemical Abstracts Service), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2918 16 00 (Taric-code 2918 16 00 10).
2. Het definitieve antidumpingrecht, dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, voor de in lid 1 omschreven producten die door onderstaande ondernemingen worden geproduceerd, is als volgt:
|
Onderneming |
Antidumpingrecht (%) |
Aanvullende Taric-codes |
|
Shandong Kaison Biochemical Co. Ltd, Wulian County, Rizhao City |
5,6 |
A972 |
|
Qingdao Kehai Biochemistry Co. Ltd, Jiaonan City |
27,1 |
A973 |
|
Alle andere ondernemingen |
53,2 |
A999 |
3. De individuele rechten voor de in lid 2 genoemde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur, opgesteld conform de voorwaarden in de bijlage, wordt overgelegd. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het antidumpingrecht dat voor alle andere ondernemingen geldt, toegepast.
4. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
De bedragen die als zekerheid zijn gesteld uit hoofde van de bij Verordening (EU) nr. 377/2010 ingestelde voorlopige antidumpingrechten op droog natriumgluconaat met CUS-nummer 0023277-9 (Customs Union and Statistics) en CAS-nummer 527-07-1 (Chemical Abstracts Service), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2918 16 00 (Taric-code 2918 16 00 10) worden definitief geïnd tot het bedrag van het bij artikel 1 ingestelde definitieve recht. De bedragen die als zekerheid zijn gesteld en die het bedrag van het definitieve antidumpingrecht overschrijden, worden vrijgegeven.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2010.
Voor de Raad
De voorzitter
S. VANACKERE
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 111 van 4.5.2010, blz. 5.
(3) Commissie, Directoraat-generaal Handel, Directoraat H, Kamer N105 04/092, 1049 Brussel, BELGIË.
BIJLAGE
De in artikel 1, lid 3, bedoelde geldige handelsfactuur moet een verklaring, ondertekend door een daartoe bevoegde werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft, bevatten met de volgende gegevens:
|
1. |
de naam en functie van de bevoegde werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft; |
|
2. |
de volgende verklaring: „Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) droog natriumgluconaat die naar de Europese Unie is uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”; |
|
3. |
datum en handtekening. |