Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0225

2003/225/EG: Beschikking van de Commissie van 19 juni 2002 over het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen en de toepassing ervan in afzonderlijke gevallen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 2143) (Voor de EER relevante tekst)

PB L 91 van 8.4.2003, pp. 1–12 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/225/oj

32003D0225

2003/225/EG: Beschikking van de Commissie van 19 juni 2002 over het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen en de toepassing ervan in afzonderlijke gevallen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 2143) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 091 van 08/04/2003 blz. 0001 - 0012


Beschikking van de Commissie

van 19 juni 2002

over het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen en de toepassing ervan in afzonderlijke gevallen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 2143)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/225/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen(1) te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

1. PROCEDURE

(1) Bij beschikking van 27 oktober 1993 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMU-Investitions Programm des Landes Thüringen) (hierna "de regeling" genoemd)(2). In 1994 werd een gewijzigde versie aangemeld, die op 7 oktober 1994 door de Commissie werd goedgekeurd(3).

(2) In aangemelde regeling voor de periode 1994-1996 werd voorzien in steunmaatregelen voor productieve investeringen. Steunmaatregelen ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden had Duitsland uitdrukkelijk uitgesloten in zijn kennisgeving van 26 augustus die op 30 augustus 1993 geregistreerd werd. Deze uitsluiting werd uitdrukkelijk genoemd in de beschikking van de Commissie, en de goedkeuring van de regeling door de Commissie beperkte zich tot ondernemingen die niet in moeilijkheden verkeerden.

(3) Bij beschikking van 8 april 1998 heeft de Commissie de verlenging van de steunregeling voor de periode 1997-2001 onder gewijzigde voorwaarden goedgekeurd(4). Tegelijkertijd heeft de Commissie evenwel twijfel geuit over de verenigbaarheid van de wijze waarop de regeling toegepast werd, met de aangemelde en door de Commissie goedgekeurde versie. Deze twijfel was gebaseerd op gegevens van Duitsland in de verslagen over 1994 en 1995, alsmede op de gegevens over de jaren 1995 en 1996. Op basis van deze gegevens kon de Commissie niet uitsluiten dat er sprake was van verlening van reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden.

(4) Om deze reden had de Commissie Duitsland aangemaand (bevel om inlichtingen te verstrekken in de zin van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak-Italgrani(5)) haar alle informatie over te leggen aan de hand waarvan zij kon vaststellen of de steun is verleend in overeenstemming met de goedgekeurde steunregeling, inclusief de gevallen waarin steun is verleend voor ondernemingen die op het tijdstip van de toekenning van de steun als onderneming in moeilijkheden hadden moeten worden aangemerkt, alsmede de voorwaarden waarop deze steun is verleend.

(5) In zijn opmerkingen van 7 augustus 1998 bevestigde Duitsland dat het verlenen van reddings- en herstructureringssteun volgens de goedgekeurde steunregeling niet mogelijk was. Duitsland gaf echter eveneens aan dat bij de verlening van steun niet ambtshalve is gecontroleerd of de begunstigde onderneming economisch gezond was. Overigens wordt erop gewezen dat in dit schrijven noch gegevens over de desbetreffende afzonderlijke gevallen, noch over de wijze waarop de steun werd toegekend zijn voorgelegd, zoals in het bevel om inlichtingen te verstrekken was geëist.

(6) Om deze redenen kon de Commissie niet vaststellen of de steunregeling in overeenstemming met de aangemelde en goedgekeurde versie is toegepast.

(7) Bij schrijven van 4 december 1998(6) heeft de Commissie Duitsland in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag, om de toepassing van de steunregeling in het verleden en alle gevallen waarin zij werd toegepast te onderzoeken. In het besluit tot inleiding van de procedure merkt de Commissie op dat Duitsland de in de uitnodiging tot het maken van opmerkingen gevraagde gegevens over de desbetreffende afzonderlijke gevallen niet heeft verstrekt en dat de steunregeling oneigenlijk is toegepast. Gelet op voornoemd arrest van het Hof van Justitie heeft de Commissie derhalve besloten de wijze waarop de regeling tot dusver is toegepast rechtstreeks te toetsen op de verenigbaarheid ervan met het EG-Verdrag, net als bij nieuwe steun het geval zou zijn geweest. In verband hiermee heeft de Commissie Duitsland in het kader van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag verzocht een standpunt in te nemen en alle gegevens te verstrekken die relevant zijn voor de beoordeling van de steun en van de toepassing ervan in de afzonderlijke gevallen.

(8) In datzelfde schrijven heeft de Commissie Duitsland verzocht haar binnen een maand alle stukken, informatie en gegevens te doen toekomen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de verenigbaarheid van de steunregeling en de toepassing ervan in de afzonderlijke gevallen. Zij heeft de aan haar te verstrekken specifieke gegevens in detail opgesomd. Tegelijkertijd wees zij erop dat, wanneer zij deze informatie niet zou krijgen, zij een beschikking zou geven op basis van de beschikbare informatie en dat zij - bij gebreke van de voor de beoordeling van de verenigbaarheid noodzakelijke informatie - elke in het kader van de steunregeling verleende afzonderlijke steun zou aanmerken als onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(9) In datzelfde schrijven heeft de Commissie Duitsland verzocht de begunstigden van de steun onverwijld een afschrift van dat schrijven te doen toekomen.

(10) Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(7). De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken maatregelen te maken. De Commissie heeft van de belanghebbenden geen opmerkingen terzake ontvangen.

(11) Bij schrijven van 5 maart, geregistreerd op 8 maart 1999, en van 6 mei 1999, geregistreerd op 10 mei, heeft Duitsland zijn mening over de bovengenoemde procedure te kennen gegeven. Bij schrijven van 26 september, geregistreerd op 29 september 2001, heeft Duitsland, daartoe aangemaand door de Commissie, bepaalde aanvullende informatie verstrekt over het aantal door de steunregeling begunstigde ondernemingen dat in 2001 nog bestond.

2. BESCHRIJVING VAN DE STEUN

(12) Met steunregeling wordt de stimulering beoogd van de modernisering en ontwikkeling van bestaande kleine en middelgrote ondernemingen (hierna "KMO's" te noemen) die door de overgang naar de markteconomie geconfronteerd worden met economische moeilijkheden, alsmede de stimulering van nieuwe KMO's in de be- en verwerkende industrie. In die zin komen voor steun in aanmerking (overweging 11 van de oorspronkelijke aanmelding van 1 juli 1993) productieve investeringen (behalve de aankoop van gronden) en investeringen in het kader van een herstructureringsprogramma. In zijn mededeling van 26 augustus 1993 heeft Duitsland nader toegelicht dat het bovengenoemde begrip "herstructurering" niet moet worden opgevat als een reddings- en herstructureringsmaatregel voor ondernemingen in moeilijkheden, maar dat daarmee investeringen bedoeld worden in economisch gezonde ondernemingen, ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging, uitbreiding of modernisering van een bestaande vestiging of ten behoeve van een nieuwe productiemethode.

(13) Voor dit steunprogramma waren oorspronkelijk 24 miljoen EUR begroot, wat later werd verhoogd tot 42 miljoen EUR. Steun voor initiële investeringen wordt verleend in de vorm van een subsidie en is beperkt tot 2,5 miljoen EUR per project, met inachtneming van het voor de deelstaat Thüringen geldende regionalesteunplafond. Dit plafond ligt voor grote ondernemingen bij 35 %, te verhogen met 15 % in steungebieden ex artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag voor KMO's in de zin van de definitie uit de communautaire kaderregeling inzake steun voor het midden- en kleinbedrijf (1992)(8) die van kracht was op het ogenblik dat de steunregeling door de Commissie werd goedgekeurd.

(14) In het kader van de steunregeling zijn in totaal 62 steunmaatregelen aan 61 ondernemingen verleend(9).

(15) De regeling stelt de toekenning van steun afhankelijk van het overleggen van een bedrijfsplan voor de lange termijn.

3. REDENEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE OFFICIËLE ONDERZOEKSPROCEDURE

(16) De redenen die de Commissie hebben bewogen tot een formele toetsing aan artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag van de toepassing van de steunregeling tot dusver(10) en van alle afzonderlijke gevallen waarin de regeling is toegepast, zijn vooral gebaseerd op de constatering dat Duitsland - in strijd met de door zijn autoriteiten verstrekte gegevens - steun heeft verleend aan ondernemingen in moeilijkheden. Voorzover de steunregeling oneigenlijk is toegepast ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden, is de tenuitvoerlegging ervan om de volgende redenen onverenigbaar met het beleid van de Commissie met betrekking tot steun aan ondernemingen in moeilijkheden:

- de steunregeling in kwestie bevat geen verplichting tot het afzonderlijk aanmelden van de steunmaatregelen ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden of van ondernemingen die werkzaam zijn in de zogenoemde gevoelige sectoren;

- de regeling stelt steunverlening niet afhankelijk van het overleggen en tenuitvoerlegging van een herstructureringsplan dat het herstel van de economische levensvatbaarheid van de onderneming binnen een redelijke termijn garandeert, en

- de regeling beperkt de verleende steun niet tot een voor de verwezenlijking van dit doel noodzakelijke omvang.

De Commissie heeft in haar schrijven waarin zij Duitsland in kennis heeft gesteld van de inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag, de Bondsrepubliek ook verzocht haar mee te delen in welke gevallen in het kader van de regeling steun is verleend aan ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening als gezond waren aan te merken, of aan ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening golden als ondernemingen in moeilijkheden. De gevraagde informatie betrof vooral gegevens over de bedrijfsgrootte, de omvang van de steun (omvang en intensiteit van de steun ten opzichte van de geplande investeringen), alsmede over het totaalbedrag van de staatssteun die aan de onderneming werd verleend in de laatste drie jaar vóór het verlenen van de te onderzoeken steun, en over de financiële situatie van de onderneming op het tijdstip dat de steun werd toegekend. In haar bovengenoemd schrijven heeft de Commissie Duitsland bovendien gewezen op het feit dat zij een beschikking zou geven over de volledige steunregeling en alle afzonderlijke gevallen waarin deze werd toegepast, ongeacht of de steun werd verleend aan een onderneming in moeilijkheden of niet.

4. OPMERKINGEN VAN DUITSLAND

(17) Bij schrijven van 5 maart 1999 heeft Duitsland twee tabellen voorgelegd, volgens welke op het tijdstip van de steunverlening 30 ondernemingen als een onderneming in moeilijkheden en 31 ondernemingen als een gezonde onderneming konden worden beschouwd(11). Aangezien er aan een van de gezonde ondernemingen tweemaal steun werd verleend, neemt het aantal steunverleningen ten gunste van gezonde ondernemingen derhalve toe tot 32. Deze beoordeling is het resultaat van een onderzoek van de situatie van de ondernemingen op het tijdstip van de goedkeuring van de steun door de Duitse overheid. Bij schrijven van 26 september 2001 heeft Duitsland de bovengenoemde tabellen gecorrigeerd en verklaard dat een van de ondernemingen die eerder was aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden, moest worden beschouwd als een gezonde onderneming. Een en ander betekent dat in totaal 29 gevallen steun is verleend ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden, tegenover 33 gevallen van steunverlening ten gunste van 32 gezonde ondernemingen.

(18) De controle van de afzonderlijke gevallen waarin de regeling werd toegepast door Duitsland, vond, wat betreft de begunstigde ondernemingen die nog actief zijn, plaats op basis van een vragenlijst over het aantal werknemers, het balanstotaal, de rentabiliteit van het eigen vermogen, het jaarlijkse tekort, de omzet, het aandeel vreemd vermogen, de cashflow en de benutting van de capaciteit. De in het schrijven van Duitsland van 6 mei 1999 voorgelegde gegevens hebben ofwel betrekking op de laatste drie jaar vóór de steunverlening ofwel, in het geval van nieuw opgerichte ondernemingen, op het jaar na de steunverlening.

(19) Volgens het schrijven van 5 maart 1999 was Duitsland echter in bepaalde gevallen noch in staat om informatie te verstrekken over de intensiteit van de verleende steun, het aantal werknemers, het balanstotaal of de omzet, noch in staat om gegevens mee te delen over mogelijke staatssteun afkomstig van andere staatsmiddelen. Deze gegevens ontbreken met betrekking tot zowel de als gezond aangemerkte ondernemingen (lijst II) als de ondernemingen in moeilijkheden (lijst I). Bij bepaalde in de lijst opgenomen ondernemingen wordt als reden voor het ontbreken van deze gegevens genoemd dat het om destijds nieuwe ondernemingen ging. Bovendien heeft Duitsland niet nader aangegeven waarom het niet in staat is de door de Commissie gevraagde informatie te verstrekken.

(20) Duitsland heeft geen andere argumenten aangevoerd ten aanzien van de toepassing van de steunregeling.

(21) In zijn schrijven van 26 september 2001 heeft Duitsland de Commissie meegedeeld dat van de 32 als gezond aangemerkte ondernemingen er 23 nog steeds op de markt actief zijn. De informatie over de ondernemingen in moeilijkheden laat zien dat van de 29 begunstigde ondernemingen er nog slechts vier op de markt actief zijn.

5. BEOORDELING VAN DE STEUN

A. Rechtmatigheid van de steun

(22) In haar beschikkingen van 27 oktober 1993 en van 7 oktober 1994 heeft de Commissie de steunregeling overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag om de volgende redenen aangemerkt als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt: de deelstaat Thüringen is erkend als steungebied in de zin van artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag(12); de in de regeling voorziene steunintensiteit is, gezien de economische moeilijkheden in de regio en de noodzaak tot ondersteuning van de ontwikkeling en het scheppen van arbeidsplaatsen, vooral acceptabel in de KMO-sector; tot slot zijn slechts ondernemingen in de be- en verwerkende sector met goede vooruitzichten op voortbestaan subsidiabel.

(23) Tot slot had de Commissie zich er uitdrukkelijk van vergewist dat de steunregeling niet wordt toegepast op ondernemingen in moeilijkheden.

(24) In strijd met de verklaring van Duitsland in zijn schrijven van 26 augustus 1993 is deze steun echter in de periode 1994-1996 verleend aan ondernemingen in moeilijkheden, waarvan 86 % intussen het faillissement heeft aangevraagd, hetgeen Duitsland in zijn standpunten van 5 maart 1999, van 8 mei 1999 en van 26 september 2001(13) in het kader van de procedure overigens ook heeft bevestigd. Duitsland heeft bovendien toegegeven dat deze ondernemingen, na een ex-post controle van de economische situatie van de ondernemingen op het tijdstip van de steunverlening alsmede van hun toekomstperspectieven, als ondernemingen in moeilijkheden hadden moeten worden aangemerkt. De Commissie stelt vast dat deze controle eruit bestond de rentabiliteit, omzet, overcapaciteit, cashflow, schuldenlast en zuiver vermogen te beoordelen. Zij stelt derhalve vast dat Duitsland zijn controle heeft gebaseerd op de criteria die zijn vastgelegd in de communautaire kaderregeling van 1994 voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden. Uit deze gegevens blijkt bovendien dat Duitsland ook steun heeft verleend ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden die zijn aan te merken als grote ondernemingen volgens de definitie van de Commissie uit 1992.

(25) Bij de aanmelding van de steunregeling in de oorspronkelijke en in de gewijzigde versie van 1994 heeft Duitsland zich aanvankelijk gehouden aan zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag. Door de oneigenlijke toepassing van de steunregeling - in strijd met de goedkeuringsbeschikkingen van 1993 en 1994 - heeft Duitsland evenwel in de feiten een reeks niet-aangemelde en derhalve rechtmatige, op zichzelf staande gevallen gecreëerd.

(26) De Commissie betreurt in het bijzonder dat Duitsland zich niet heeft gehouden aan zijn uitdrukkelijke, tegenover haar afgelegde verklaring de steunregeling niet te zullen toepassen op ondernemingen in moeilijkheden. Deze steunmaatregelen zijn niet in overeenstemming met de goedkeuringsbeschikkingen van de Commissie en dienen derhalve als onrechtmatig te worden aangemerkt.

(27) Bovendien geeft Duitsland aan dat het in bepaalde gevallen niet over de noodzakelijke informatie beschikte om zich bij de toekenning van de steun ervan te kunnen vergewissen dat het regionalesteunplafond werd aangehouden, de cumulatieregels werden nageleefd en de KMO-bonus correct werd toegepast. De Commissie stelt derhalve vast dat Duitsland de correcte toepassing van de steunregeling ten gunste van gezonde ondernemingen niet kan bewijzen. Het is echter de taak van de lidstaten ervoor te zorgen dat de voorwaarden voor toekenning van steun worden nageleefd en hiervoor zo nodig het bewijs te leveren. Bij gebreke van volledige informatie is de Commissie tot de conclusie gekomen dat ook deze steunmaatregelen niet in overeenstemming zijn met de goedkeuringsbeschikkingen van de Commissie en dientengevolge als onrechtmatig moeten worden aangemerkt.

(28) De eerste taak van de Commissie was vast te stellen welke steun er buiten het kader van de regeling om is verleend. Te dien einde is er een bevel uitgevaardigd in de zin van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak-Italgrani. Op basis van de haar beschikbare informatie heeft de Commissie vervolgens besloten dat in een onbepaald aantal afzonderlijke gevallen de steun niet overeenkomstig de bepalingen van de regeling is toegekend, waarna zij ten aanzien van deze afzonderlijke gevallen de procedure heeft ingeleid. Aangezien aan de hand van de beschikbare informatie bij alle afzonderlijke steungevallen op zijn minst de mogelijkheid schijnt te bestaan dat de steun niet volgens de bepalingen van de regeling is toegekend, en bij gebreke van een definitieve lijst van de afzonderlijke steun die naar verluidt in overeenstemming met de regeling zou zijn toegekend, heeft de Commissie tegelijkertijd ook de procedure ingeleid tegen de oneigenlijk toegepaste steunregeling als geheel. De Commissie beoogde een algemene en abstracte controle van de oneigenlijk toegepaste steunregeling als geheel uit te voeren en op grond hiervan rechtstreeks de verenigbaarheid van de regeling met het EG-Verdrag vast te stellen.

(29) In de loop van de procedure heeft Duitsland de Commissie een lijst met 62 steunmaatregelen voorgelegd, die naar verluidt in overeenstemming met de regeling aan 61 ondernemingen zijn toegekend. Duitsland heeft de gevallen aangegeven waarin naar zijn mening steun is verleend ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden (29), waarmee Duitsland heeft toegegeven dat ze niet in overeenstemming waren met de steunregeling. Duitsland heeft bovendien de gevallen aangegeven waarin de steun naar zijn mening ten gunste van gezonde ondernemingen is verleend (33 steunmaatregelen voor 32 ondernemingen), en het heeft enige, zij het onvolledige, informatie verstrekt over deze 33 gevallen.

(30) Deze informatie had in antwoord op het bevel tot het verstrekken van inlichtingen moeten zijn overgelegd. De verstrekking ervan na de inleiding van de procedure heeft derhalve te laat plaatsgevonden. Alle omstandigheden van de onderhavige zaak in aanmerking genomen, heeft de Commissie evenwel, ondanks de inleiding van de procedure, besloten na te gaan of elk van de 33 door Duitsland aangegeven gevallen daadwerkelijk met de steunregeling in overeenstemming was of niet.

(31) Volgens de gegevens van Duitsland ging het in de 33 betrokken steungevallen bij de 32 begunstigde ondernemingen om de volgende ondernemingen, die op het tijdstip van de toekenning van de steun naar verluidt gezonde ondernemingen waren.

1. FEFA Fenster & Fassaden Produktions GmbH, Zeulenroda

2. Thüringer Dämmstoffwerke GmbH, Bad Berka

3. Marit GmbH, Vertriebsgesellschaft für Gärtnerei- und Floristik-Artikel, Bad Salzungen

4. Schlacht- und Verarbeitungs GmbH, Jena

5. Topogramm Gesellschaft für Erderkundung und Rauminformation mbH, Altenburg

6. Konstruktion-Holz-Werk Saubert KHW GmbH & Co. KG, Serba-Trotz

7. WEMAG Werkzeuge Maschinen Kunststofftechnik GmbH, Nordhausen

8. Wilhelm Steinberg Pianofortefabrik GmbH, Eisenberg

9. Möbelwerkstätten R. Nützel, Zeulenroda

10. SAPA Leichtmetallguss Sömmerda GmbH, Sömmerda

11. WEGRA-Anlagenbau GmbH, Westenfeld

12. Metallwerk Langensalza GmbH, Bad Langensalza

13. York Travelware GmbH, Kindelbrück

14. Rhönmetall GmbH, Dermbach

15. NTI New Technology Instruments GmbH, Kahla

16. Stahl- und Anlagebau Grüssing GmbH, Kambachsmühle(14)

17. Metallgestaltung Hans Reiche, Gotha

18. Schlossbrauerei Schwarzbach GmbH

19. GEFO Folienbetrieb GmbH, Gera

20. Bike Systems GmbH & Co Thüringer Radwerk KG, Nordhausen

21. Metzgerei Holger Bennewitz

22. Meder Reed GmbH, Fux, Hof, Werlich GbR, Großbreitenbach

23. Fein-Elast Umspinnwerk GmbH, Zeulenroda

24. Bäckerei und Konditorei Bretschneider

25. Sägewerk Crawinkel GmbH

26. Wiegand GbR

27. Hausgeräte Altenburg GmbH

28. Analytik Jena GmbH

29. Oplibell Produktions GmbH

30. Apparate- und Industrieanlagenbau Grüssing GmbH

31. Kunststoffverarbeitung Tiefenort GmbH

32. Kahla/Thüringen Porzellan GmbH, Kahla(15).

(32) In de onderstaande gevallen geeft Duitsland aan niet in staat te zijn geweest de omstandigheden van de steunverlening te controleren, ofwel omdat de onderneming in liquidatie verkeert ofwel omdat de onderneming niet meer actief is ofwel omdat er geen informatie beschikbaar is. In deze gevallen kan de Commissie op basis van de haar beschikbare informatie niet beoordelen of de steun door de regeling gedekt is.

(33) Duitsland is meer bepaald niet in staat, wat betreft de categorie gezonde ondernemingen, gegevens te verstrekken over de intensiteit van de aan de beide onderstaande ondernemingen verleende steun, omdat deze informatie ontbreekt in de stukken over de steunverlening:

- Marit GmbH, Vertriebsgesellschaft für Gärtnerei- und Floristik-Artikel, Bad Salzungen,

- Topogramm Gesellschaft für Erderkundung und Rauminformation mbH, Altenburg.

Duitsland beschikt bijgevolg in deze beide gevallen niet over de informatie die nodig is om te kunnen aangeven of de in de regeling vastgelegde steunintensiteit in acht is genomen. Om deze reden kan de Commissie niet vaststellen of de steunmaatregelen in kwestie met de regeling in overeenstemming zijn.

(34) Wat de onderstaande drie ondernemingen betreft, kan Duitsland evenmin aangeven of het gaat om KMO's, omdat deze informatie ontbreekt in de stukken over de steunverlening:

- Marit GmbH, Vertriebsgesellschaft für Gärtnerei- und Floristik-Artikel, Bad Salzungen,

- Topogramm Gesellschaft für Erderkundung und Rauminformation mbH, Altenburg,

- Kahla Porzellan GmbH, Kahla.

(35) Duitsland heeft voor geen enkel steungeval aangegeven of er voor de door het programma van de deelstaat Thüringen gesubsidieerde investeringen ook steun is toegekend in het kader van een ander investeringshulpprogramma, bv. in het kader van de investeringspremieregeling. De Commissie heeft echter bij de inleiding van de procedure ook niet uitdrukkelijk om deze informatie gevraagd.

(36) Samenvattend stelt de Commissie vast dat de toepassing van de regeling ten gunste van de ondernemingen Marit, Topogramm en Kahla(16) rechtmatig was. De overige gevallen waarin de regeling toegepast werd ten gunste van ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening gezond waren, zijn volgens de Commissie in overeenstemming met de goedgekeurde regeling, mits het totaalbedrag van de staatssteun ten behoeve van de bewuste investeringen een intensiteit van 35 % bruto bij grote ondernemingen en bij ondernemingen met een onbekende status (vgl. overweging 34), en van 50 % bruto in alle overige gevallen niet overschrijdt. Steunmaatregelen die niet voldoen aan deze voorwaarde, zijn onrechtmatig. Steunmaatregelen die voldoen aan deze voorwaarde, hoeven daarentegen niet ook nog te worden onderzocht met het oog op de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt.

B. Aanwezigheid van staatssteun

(37) Wat betreft de vraag of de 29 subsidies aan de volgens Duitsland in moeilijkheden verkerende ondernemingen en aan gezonde ondernemingen die niet onder de werkingssfeer van de regeling vallen, staatssteun vormen, neemt de Commissie het volgende standpunt in.

(38) In het onderhavige geval maakt de niet-naleving van een in een steunregeling vervatte voorwaarde het voorwerp uit van de analyse van de Commissie. De analyse heeft derhalve eerder betrekking op de vraag naar de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt dan op de vraag of er al dan niet sprake is van staatssteun.

(39) De steunregeling is een instrument waarmee een lidstaat ondernemingen die voldoen aan de in de regeling vastgelegde voorwaarden, voordelen biedt. Duitsland heeft geen voordelen ad hoc verleend en heeft bij de Commissie niet elk geval afzonderlijk aangemeld. Om deze reden is de Commissie op grond van het soort maatregel zelf en op grond van haar bevoegdheid, overeenkomstig het EG-Verdrag, Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag(17) en de jurisprudentie van het Hof van Justitie(18), verplicht om een algemene en abstracte analyse uit te voeren. De Commissie gaat niet in detail na of in elk geval dat van de toepassing van de bestaande regeling uitgesloten is, sprake is van staatssteun.

(40) Duitsland heeft de steunregeling ingevoerd en toegepast om een bepaald soort, helder gedefinieerd effect te bereiken. Alle elementen die zijn vereist om te beoordelen of een steunregeling staatssteun bevat, zijn in de regeling vervat. Bovendien zou, gelet op de bijzondere omstandigheden van deze zaak, een onderzoek naar de vraag of de in het kader van de regeling verleende subsidies staatssteun vormen of niet, in een individueel geval waarschijnlijk niet tot een ander resultaat leiden, vooral niet met betrekking tot gezonde ondernemingen of ondernemingen in moeilijkheden. Wanneer het gaat om ondernemingen in moeilijkheden, zouden de subsidies normaal gesproken worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag. De lidstaat heeft de oorspronkelijke regeling als staatssteun aangemeld, en deze is door de Commissie als zodanig goedgekeurd. Vervolgens heeft de lidstaat zijn steun toegekend buiten het toepassingsgebied van de goedgekeurde steunregeling.

(41) De Commissie is van mening dat zij de vraag of er sprake is van staatssteun, in elk van deze onrechtmatige gevallen slechts afzonderlijk had hoeven vast te stellen indien Duitsland daarom had verzocht. Met elk verzoek had ten minste alle noodzakelijke informatie moeten worden verstrekt om de Commissie in staat te stellen elk geval afzonderlijk te beoordelen, d.w.z. de informatie had normaliter aan de Commissie moeten worden verstrekt in het kader van een volledige aanmelding van een afzonderlijke steunmaatregel overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag. Duitsland is zich bewust van de twijfel die de Commissie met betrekking tot deze gevallen naar voren heeft gebracht. Zou Duitsland van mening zijn geweest dat bepaalde afzonderlijke gevallen, gezien de kenmerken ervan, afzonderlijk beoordeeld hadden moeten worden, dan zou het verplicht zijn geweest de Commissie over alle bijzonderheden te informeren en haar van alle informatie te voorzien die voor een afzonderlijke beoordeling noodzakelijk was.

(42) In de steunregeling wordt voorzien in steunmaatregelen ten behoeve van productieve investeringen van ondernemingen die in de deelstaat Thüringen werkzaam zijn. De verleende steun is afkomstig uit middelen van de deelstaat Thüringen. Aangezien de regeling een verbetering van de concurrentiepositie van de begunstigde ondernemingen mogelijk maakt, ongeacht of deze gezond zijn of niet, en aangezien enkele van deze maatregelen de handel tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden, vormt deze regeling staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag en lid 61, lid 1, van de EER-overeenkomst.

(43) Duitsland heeft noch naar aanleiding van het bevel tot het verstrekken van inlichtingen in de zin van de zaak-Italgrani, noch overeenkomstig de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag, informatie verstrekt waaruit kan worden opgemaakt of meerdere van de bewuste steunmaatregelen niet vallen onder het toepassingsgebied van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

C. Verenigbaarheid van de steun met de gemeenschappelijke markt

(44) De uitzonderingen en vrijstellingen voor maatregelen die vallen onder artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag, zijn vermeld in artikel 87, leden 2 en 3, van het EG-Verdrag. De uitzonderingsbepalingen uit artikel 87, lid 2, van het EG-Verdrag en in het bijzonder artikel 87, lid 2, onder b), zijn echter niet van toepassing, aangezien de steunregeling is bedoeld voor het stimuleren van de ontwikkeling van KMO's in de deelstaat Thüringen en niet voor het vergoeden van schade die is veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen, en evenmin ter compensatie van economische nadelen die zijn veroorzaakt door de deling van Duitsland. Overigens maakt Duitsland geen aanspraak op deze uitzonderingsbepalingen. Bovendien is de Commissie van mening dat de bewuste staatssteun niet valt onder de afwijking uit artikel 87, lid 3, onder b), van het EG-Verdrag, aangezien de steunmaatregelen niet zijn bestemd voor de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang of om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen. Tot slot kan de regeling ook niet overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder d), van het EG-Verdrag verenigbaar worden verklaard met de gemeenschappelijke markt, omdat zij niet is bedoeld voor de bevordering van de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed.

(45) De steunregeling is gericht op ondernemingen die zijn gevestigd in een steungebied ex artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag, met uitzondering van ondernemingen die werkzaam zijn in de zogenaamde gevoelige sectoren. Voor het bewuste steungebied heeft de Commissie in 1994(19) voor investeringssteun de maximale intensiteit vastgesteld op 35 % bruto voor grote ondernemingen en 50 % bruto voor KMO's.

(46) Voorzover er steun is verleend voor initiële investeringen, dient deze te worden beoordeeld op grond van de voor regionale steunmaatregelen geldende criteria. Indien de steun was bestemd voor de redding of herstructurering van een onderneming in moeilijkheden, wordt de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt beoordeeld aan de hand van de voorschriften die gelden voor reddings- en herstructureringssteun ten behoeve van ondernemingen in moeilijkheden.

(47) De bewuste steunregeling is toegepast in de periode van 1994 tot 1996.

a) Overeenstemming met de voorschriften over regionale steunmaatregelen

(48) In het geval van de ondernemingen Marit en Topogramm en in de andere gevallen waarin de regeling is toegepast ten gunste van ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening gezond waren maar die niet door de goedgekeurde regeling gedekt zijn omdat het totaalbedrag van de staatssteun ten behoeve van de bewuste investeringen een intensiteit had van meer dan 35 % bruto bij grote ondernemingen en bij ondernemingen met een onbekende status en van meer dan 50 % in alle overige gevallen, wordt de verenigbaarheid van de steunmaatregelen met de gemeenschappelijke markt beoordeeld op grond van de voorschriften die gelden op het tijdstip van de oneigenlijke toepassing van de regeling(20), overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende de vaststelling van regels voor de beoordeling van onrechtmatig verleende staatssteun(21). Deze beoordeling vindt plaats op basis van de informatie die de Commissie ter beschikking staat.

(49) Aangezien het gaat om steun ten behoeve van initiële investeringen, vindt de beoordeling plaats op basis van de mededeling van de Commissie inzake de wijze van toepassing van artikel 92, lid 3, onder a) en c), op regionale steunmaatregelen van 1988(22), juncto punt 18 van de bijlage bij de mededeling van de Commissie over regionale steunregelingen (1979)(23). In de genoemde bijlage is een "initiële investering" gedefinieerd als een investering in vaste activa bij vestiging van een nieuwe onderneming, de uitbreiding van een bestaande onderneming of bij inschakeling van de onderneming van een activiteit die een fundamentele wijziging met zich meebrengt van het product of van het productieproces van een bestaande onderneming (door middel van rationalisatie, diversificatie of modernisering). Een investering in vaste activa door overneming van een onderneming die gesloten is of die zou hebben moeten sluiten indien een dergelijke overneming achterwege was gebleven, kan ook worden opgevat als een initiële investering.

(50) Voor de bewuste periode, en ongeacht de bijzondere voorschriften over investeringssteun ten gunste van ondernemingen in gevoelige economische sectoren, geldt een steunregeling ten gunste van initiële investeringen in een steungebied als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt, indien de in overweging 45 genoemde maximale intensiteit (50 % voor KMO's en 35 % voor grote ondernemingen) volgens de regeling ook in het geval van cumulering met andere regionale steunmaatregelen niet wordt overschreden. In de in overweging 48 genoemde onrechtmatige gevallen is niet voldaan aan deze voorwaarde van de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt. In die gevallen kan de Commissie derhalve aan de hand van de haar beschikbare informatie niet vaststellen of de steunmaatregelen in hun totaliteit als regionale steun verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt.

(51) Wanneer Duitsland echter over alle noodzakelijke informatie beschikt en de maximale intensiteit of het cumuleringsplafond toch wordt overschreden, is het deel van de steun dat daar boven uitgaat onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

b) Overeenstemming met de voorschriften over herstructureringssteun

(52) Bij de beoordeling van de verenigbaarheid van de steun met de gemeenschappelijke markt in de 29 gevallen waarin Duitsland naar eigen zeggen ondernemingen in moeilijkheden heeft gesubsidieerd, houdt de Commissie rekening met de omstandigheid dat er in geen enkel geval een herstructureringsplan is voorgelegd en dat uit de informatie waarover de Commissie beschikt, niet blijkt of een dergelijk plan op het tijdstip van de steunverlening heeft bestaan.

(53) Duitsland heeft in zijn antwoorden op het bevel tot het verstrekken van inlichtingen en in zijn antwoord op het besluit tot inleiding van de procedure bevestigd dat de regeling - in strijd met zijn eerdere bindende toezegging - is toegepast op ondernemingen in moeilijkheden waarvan verscheidene moeten worden aangemerkt als grote ondernemingen. Om deze reden moet de Commissie nagaan of de bewuste investeringssteun ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden kan worden beschouwd als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(54) Volgens de tot 1999 gangbare beschikkingenpraktijk van de Commissie was het in het kader van een regionale steunregeling mogelijk om zonder voorafgaande aanmelding regionale steun te verlenen ten behoeve van initiële investeringen in ondernemingen in moeilijkheden(24). Hieraan was evenwel de voorwaarde verbonden dat deze steun mee in rekening wordt gebracht bij de beoordeling van de verenigbaarheid van een voornemen herstructureringssteun te verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden(25).

(55) In het onderhavige geval is de bewuste steun ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden niet toegekend in het kader van een goedgekeurde regionale steunregeling. Integendeel, de steun is uitdrukkelijk uitgesloten van het toepassingsgebied van de goedgekeurde regeling, zodat de Commissie niet hoefde te controleren of de bewuste investeringssteun mocht worden verleend als onderdeel van de totale herstructureringssteun. Bovendien is de Commissie - gezien het grote aantal gevallen waarin steun is verleend aan ondernemingen in moeilijkheden door de onrechtmatige toepassing van de regeling - van mening dat er voor de bewuste steun geen regionale doelstelling kan worden vastgesteld.

(56) Volgens de door Duitsland verstrekte informatie gaat het bij de onderstaande begunstigden van de steun om ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening ondernemingen in moeilijkheden waren:

1. Graf von Henneberg Porzellan GmbH

2. WEIDA Leder GmbH

3. ALPA GmbH Textilwerk Triebes

4. KMP Kunststoff und Metallproduktion GmbH, Hohleborn

5. Porzellanambiente Reichenbach GmbH

6. Thüringer Kleiderwerk Alfred Platz GmbH, Gotha

7. Bergwerksmaschinen Diellas GmbH, Diellas

8. Franz Götz KG, Gotha

9. Modedruck Gera GmbH

10. Spezialverpackungen Polymen GmbH, Gera

11. Forstbetriebsgemeinschaft Katzhütte GmbH

12. Barbarossa Brauerei GmbH, Artern

13. Zeuro Möbelwerk GmbH, Zeulenroda

14. LMG Leichtmetallgiesserei GmbH, Gera

15. Artluminare Leuchten GmbH, Stadlilm

16. Radisch Textilbetriebs-GmbH, Neustadt/orta

17. Creaplat GmbH, Schlotheim

18. Thüringer Motorenwerke und Getriebetechnik GmbH, Nordhausen

19. Hewitt Industriekeramik, Triplis

20. UNI PUSH Motoren und Getriebetechnik GmbH, Pössneck

21. Feuerverzinkerei Heldrungen GmbH, Heldrungen

22. AWA Antriebstechnik GmbH, Weimar

23. Kyffhäuser Maschinenfabrik Artem GmbH, Artem,

24. ALZI Metallveredelung GmbH, Wünschendorf

25. Göltzsch-Mühle Spezialpapierfabrik Greiz

26. TPM Pralinenmanufaktur GmbH, Issaroda

27. MAT Maschinen- und Automatisierungstechnik GmbH, Großruderstedt

28. Stentex GmbH, Gera

29. GD Gotha Druck und Verpackung GmbH & Co. KG.

(57) De Commissie is van mening dat de afzonderlijke steun ten behoeve van investeringen in ondernemingen in moeilijkheden slechts dan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden beschouwd wanneer deze overeenstemt met de uitvoeringsbepalingen voor steun aan ondernemingen in moeilijkheden. Volgens 101, onder b), van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (1999) onderzoekt de Commissie alle herstructureringssteun die zonder haar toestemming en derhalve in strijd met artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag is verleend, "op de grondslag van de ten tijde van de toekenning van de steun geldende richtsnoeren" op de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt.

(58) De onderzochte steun is toegekend in de periode 1994-1996. Beslissend voor de in strijd met artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag toegekende steun zijn derhalve de communautaire kaderregeling voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden uit het jaar 1994(26) (hierna "kaderregeling van 1994" genoemd). De Commissie is van mening dat de bovengenoemde kaderregeling in dit opzicht haar op het tijdstip van de steunverlening in het kader van de regeling gangbare praktijk met betrekking tot herstructureringssteun duidelijk weergeven.

(59) Om onderscheid te kunnen maken tussen een onderneming in moeilijkheden en een gezonde onderneming, heeft de Commissie in punt 2.1 van de kaderregeling van 1994 het begrip "onderneming in moeilijkheden" als volgt gedefinieerd: "een onderneming die niet in staat is uit deze moeilijkheden te komen, noch met eigen middelen, noch door het nodige kapitaal te verkrijgen van aandeelhouders of via leningen". De typische symptomen van een onderneming in moeilijkheden zijn "een verminderende rentabiliteit of toenemend verlies, een dalende omzet, groeiende voorraden, overcapaciteit, een geringere cashflow, een stijgende schulden- en rentelast en een lage nettowaarde van de activa". Deze definitie vormt de basis voor de onderhavige beschikking van de Commissie en bevestigt de tot dusver gehanteerde benadering van de Commissie.

(60) Op dit punt merkt de Commissie op dat Duitsland bij de ex-post controle van de begunstigde ondernemingen - waaruit naar voren kwam dat 29 ondernemingen(27) op het tijdstip van de steunverlening ondernemingen in moeilijkheden waren - zich in wezen op dezelfde indicatoren heeft gebaseerd. De Commissie stelt bovendien vast dat, indien Duitsland de steunregeling in de door de Commissie goedgekeurde vorm had toegepast en deze controle bovendien tijdig had uitgevoerd, deze gevallen afzonderlijk bij de Commissie aangemeld hadden moeten worden.

(61) Voorzover de steunregeling is gebruikt ten behoeve van de redding en herstructurering van ondernemingen in moeilijkheden, had deze, om verenigbaar te zijn met de gemeenschappelijke markt, bepalingen in overeenstemming met bovengenoemde kaderregeling moeten bevatten. In het geval van reddingssteun had de steun, om in de onderhavige zaak als verenigbaar te kunnen worden aangemerkt, de vorm moeten aannemen van een lening onder marktvoorwaarden of van een garantie, met als doel de onderneming in staat te stellen haar voortbestaan op de markt veilig te stellen gedurende de beperkte periode die nodig is voor het opstellen van een herstructureringsplan. Er kan echter worden geconstateerd dat niet aan deze voorwaarde is voldaan, aangezien de steun de vorm had van subsidies. In het geval van herstructureringssteun had de regeling moeten voorzien in een haalbaar, coherent en ingrijpend herstructureringsplan om de levensvatbaarheid van de onderneming op lange termijn te herstellen, rekening houdend zowel met de omstandigheden die de onderneming in moeilijkheden hebben gebracht als met de situatie en vermoedelijke ontwikkeling van de markt in de desbetreffende sector. Bovendien had de regeling overeenkomstig de kaderregeling van 1994 maatregelen moeten bevatten ter voorkoming van buitensporige concurrentievervalsing, en zou vast hebben moeten staan dat de omvang en intensiteit van de steun in verhouding stond tot de kosten en baten van de herstructurering.

(62) De Commissie stelt vast dat de steunregeling een dergelijke bepaling niet bevat en dat Duitsland geen informatie heeft verstrekt over de bijzondere gevallen waarin afzonderlijke subsidies werden toegekend, zodat de Commissie had kunnen vaststellen of er was voldaan aan de diverse voorwaarden.

(63) De steunregeling behelst slechts het vooraf overleggen van een "samenhangend bedrijfsplan voor de lange termijn", zonder dat evenwel een analyse verlangd wordt van de omstandigheden die hebben geleid tot het verval van de onderneming, of realistische vooruitzichten die het herstel van de levensvatbaarheid van de onderneming op lange termijn mogelijk maken. Duitsland heeft inderdaad toegegeven zelfs geen controle te hebben uitgevoerd om zich ervan te vergewissen of de begunstigde ondernemingen op het tijdstip van de steunverlening werkelijk uitzicht hadden op een herstel van hun levensvatbaarheid binnen een redelijke termijn.

(64) Bij gebreke van bepalingen zoals de verplichting tot het afzonderlijk aanmelden van steun ten gunste van grote ondernemingen in moeilijkheden, en vooral bij gebreke van een beperking van de verleende steun tot een voor het bereiken van dit doel vereist maximum, en bij gebreke van de noodzakelijke informatie over de bijzondere gevallen, werden de voorschriften die op het tijdstip van de toekenning van de reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden golden, in het geval van de toen onderzochte steunmaatregelen niet nageleefd. Aangezien ten slotte de meerderheid van de begunstigde ondernemingen die door Duitsland met terugwerkende kracht zijn erkend als ondernemingen in moeilijkheden, intussen het faillissement heeft aangevraagd, kon het "coherente bedrijfsplan voor de lange termijn" niet volledig ten uitvoer worden gelegd, zoals de kaderregeling van 1994 voorschrijft.

(65) De Commissie herinnert eraan dat zij Duitsland had verzocht haar alle stukken, informatie en gegevens te doen toekomen die relevant zijn voor de beoordeling van de verenigbaarheid van de steun met de gemeenschappelijke markt en voor de beoordeling van alle afzonderlijke steunmaatregelen die op basis van de steunregeling zijn toegekend. Bovendien heeft zij erop gewezen dat zij deze steun bij gebreke van de voor de beoordeling van de verenigbaarheid noodzakelijke informatie onverenigbaar zal verklaren met de gemeenschappelijke markt. Om die reden is de Commissie van mening dat deze afzonderlijke steunmaatregelen onverenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt in de gevallen waarin de steunregeling de verlening van reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden mogelijk maakte.

6. CONCLUSIES

(66) Met uitzondering van de gevallen Marit en Topogramm zijn de steunmaatregelen ten gunste van ondernemingen die op het tijdstip van de steunverlening gezond waren, in overeenstemming met de bestaande steunregeling, mits het totaalbedrag van de overheidssteun die is toegekend ter bevordering van de bewuste investeringen, een intensiteit van niet meer dan 35 % heeft bij grote ondernemingen en bij ondernemingen met een onbekende status (vgl. overweging 34) of van niet meer dan 50 % in alle overige gevallen. Wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan, hoeft niet nog eens te worden nagegaan of de steunmaatregelen verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt. De overige afzonderlijke gevallen waarin de steunregeling is toegepast, inclusief de 29 steunmaatregelen ten gunste van ondernemingen die zich op het tijdstip van de steunverlening in moeilijkheden bevonden, vallen niet onder de goedgekeurde regeling.

(67) De steun die in het kader van de oneigenlijke toepassing van het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor KMO's in de periode van 1994 tot 1996 is toegekend, vormt staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

(68) De oneigenlijke toepassing van de steunregeling in de periode 1994-1996 en de daaruit voortkomende afzonderlijke gevallen waarin zij werd toegepast, zijn onrechtmatig.

(69) De gevallen waarin de regeling onrechtmatig of oneigenlijk is toegepast ten gunste van gezonde ondernemingen, zijn onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(70) Ingeval de oneigenlijke toepassing van de regeling de verlening van reddingssteun ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden mogelijk heeft gemaakt, zijn alle desbetreffende afzonderlijke steunmaatregelen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(71) Voorzover de oneigenlijke toepassing van de regeling de mogelijkheid heeft gecreëerd herstructureringssteun te verlenen ten gunste van ondernemingen in moeilijkheden, in strijd met de desbetreffende criteria - d.w.z. de verplichting tot afzonderlijke aanmelding, het vermijden van buitensporige concurrentievervalsing en de beperking tot het strikte minimum - zijn alle desbetreffende afzonderlijke steunmaatregelen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(72) Volgens vaste praktijk van de Commissie moet elke onrechtmatig verleende steun die wordt beschouwd als onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, overeenkomstig artikel 87 van het EG-Verdrag van de ontvanger worden teruggevorderd. Deze praktijk is bevestigd in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999, volgens welke de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen, waarover hij de Commissie moet informeren.

(73) De onderhavige beschikking heeft betrekking op de steunregeling in haar oneigenlijke toepassing en op alle afzonderlijke steunmaatregelen, en dient onverwijld te worden uitgevoerd, met inbegrip van de terugvordering van alle vermelde afzonderlijke steun, ongeacht of deze in het kader van de regeling is verleend.

(74) De Commissie wijst er ook op dat de onderhavige beschikking de beschikkingen onverlet laat die zij heeft gegeven of nog zal geven ten aanzien van afzonderlijke toepassingsgevallen die voorwerp zijn of waren van een procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het programma van de deelstaat Thüringen ten gunste van investeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen (hierna "de regeling" genoemd) is staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

De tenuitvoerlegging van de regeling zonder te voldoen aan de bepalingen ervan is onrechtmatig.

Artikel 2

Voorzover hierdoor ondernemingen in moeilijkheden zijn begunstigd, zijn de steunregeling en alle overeenkomstige afzonderlijke steunmaatregelen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Ingeval er initiële investeringen van economisch gezonde ondernemingen mee worden gesteund, zijn de steunregeling en alle overeenkomstige afzonderlijke steunmaatregelen verenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover de in artikel 3 vastgelegde maximale intensiteit niet wordt overschreden. Het gedeelte van de steun dat de toegestane maximale intensiteit overschrijdt, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 3

De steun voor initiële investeringen mag ook in het geval van cumulering met andere regionale steunmaatregelen de maximale intensiteit van 35 % bruto voor grote en 50 % bruto voor kleine en middelgrote ondernemingen niet overschrijden.

Artikel 4

Duitsland neemt alle nodige maatregelen om de in artikel 2 bedoelde en reeds onwettig ter beschikking gestelde steun van de begunstigden terug te vorderen.

De terugvordering geschiedt onverwijld en in overeenstemming met de nationaal-rechtelijke procedures voorzover deze procedures een onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de onderhavige beschikking toelaten. De terug te vorderen steun omvat rente vanaf de datum waarop de steun de begunstigden ter beschikking is gesteld tot de datum van de daadwerkelijke terugbetaling ervan. De rente wordt berekend op grond van de referentierentevoet welke wordt gehanteerd voor de berekening van het netto subsidie-equivalent in het kader van regionale steunregelingen.

Artikel 5

Duitsland deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 19 juni 2002.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB C 73 van 17.3.1999, blz. 10.

(2) PB C 335 van 10.12.1993, blz. 7 - steunzaak N 408/93 - SG(93) D/19245 van 26.11.1993.

(3) PB C 364 van 20.12.1994, blz. 7 - steunzaak N 480/94 - SG(94) D/14255 van 10.10.1994.

(4) Steunzaak NN 142/97 - SG(98) D/04313 van 2.6.1998.

(5) Arrest van het Hof van Justitie van 5 oktober 1994, in zaak nr. C-47/91, Italië/Commissie, Jurisprudentie 1994, blz. I-4635.

(6) SG(98) D/11285.

(7) T.a.p. (zie voetnoot 1).

(8) PB C 213 van 19.8.1992, blz. 8.

(9) Volgens de kennisgeving van 5 maart 1999, waarin Duitsland het in de jaarverslagen 1994 en 1996 genoemde aantal gevallen heeft gecorrigeerd.

(10) D.w.z. vóór 8 april 1998, de datum van goedkeuring van de steunregeling in de gewijzigde versie.

(11) Verscheidene van de in het kader van de steunregeling begunstigde ondernemingen zijn op dit moment voorwerp van een afzonderlijk onderzoek door de Commissie.

(12) PB C 373 van 29.12.1994 - steunzaak N 464/93 (voor de periode 1994-1996).

(13) Volgens de kennisgeving van de Duitse autoriteiten van 26. september 2001 waren in 2001 nog slechts 27 ondernemingen actief, waarvan er vier gelden als ondernemingen in moeilijkheden en er 23 ondernemingen als gezond zijn aan te merken.

(14) Deze onderneming heeft tweemaal steun ontvangen in het kader van de regeling.

(15) Deze onderneming stond eerst op de lijst van de ondernemingen in moeilijkheden. In zijn kennisgeving van 26 september 2001 heeft Duitsland deze lijst gecorrigeerd en verklaard dat Kahla op het tijdstip van de steunverlening diende te worden aangemerkt als een economisch gezonde onderneming. Dit afzonderlijke geval is momenteel voorwerp van een procedure overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag (C 62/2000), en de onderhavige beschikking geldt ongeacht de desbetreffende beschikking van de Commissie.

(16) Vgl. voetnoot 15.

(17) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(18) Arresten van het Hof van Justitie van 14 oktober 1987 in zaak nr. 248/84, Duitsland/Commissie, Jurisprudentie 1987, blz. 4013, rechtsoverweging 17 e.v., van 5 oktober 1994 in zaak nr. C-47/91, Italië/Commissie, Jurisprudentie 1994, blz. I-4635, rechtsoverweging 20 e.v., van 17 juni 1999 in zaak nr. C-75/97, België/Commissie, Jurisprudentie 1999, blz. I-3671, rechtsoverweging 48, van 19 oktober 2000 in gevoegde zaken C-15/98 en C-105/99, Italië en Sardegna Lines/Commissie, Jurisprudentie 2000, blz. I-8855, rechtsoverweging 51.

(19) Steunzaak N 464/1993 - SG(94) D/1551 van 4.2.1994 (PB C 373 van 29.12.1994, blz. 3).

(20) In ieder geval zou ook de toepassing van de huidige voorschriften inzake regionale steunmaatregelen niet leiden tot een beoordeling voor de begunstigden van de steun die gunstiger zou zijn dan wanneer de in deze beschikking vervatte bepalingen worden toegepast.

(21) PB C 119 van 22.5.2002, blz. 22.

(22) PB C 212 van 12.8.1988, blz. 2.

(23) PB C 31 van 3.2.1979, blz. 9.

(24) De Commissie heeft deze praktijk gewijzigd toen zij in 1999 de kaderregeling voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PB C 288 van 9.10.1999, blz. 2) goedkeurde en overeenkomstig artikel 88, lid 1, van het EG-Verdrag dienstige maatregelen voorstelde. Sindsdien dient elke investeringssteun ten gunste van een grote onderneming in moeilijkheden afzonderlijk te worden aangemeld.

(25) Vgl. in verband hiermee de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen, blz. 21 onderaan. Het onderzoek heeft vooral betrekking op het bepalen van de voor het herstel van de levensvatbaarheid van de onderneming noodzakelijke minimale omvang van de steun, waarbij elke in het kader van een herstructureringsproject verleende investeringssteun moet worden meegerekend als deel van de totale steun, en de totale steun het voor het herstel van de levensvatbaarheid noodzakelijke minimum niet mag overschrijden.

(26) PB C 368 van 23.12.1994, blz. 2.

(27) Waarvan de meeste intussen het faillissement hebben aangevraagd.

Top