Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R1012

Verordening (EG) nr. 1012/2001 van de Commissie van 23 mei 2001 tot vaststelling van bijzondere maatregelen houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1370/95, Verordening (EG) nr. 800/1999 en Verordening (EG) nr. 1291/2000 in de sector varkensvlees

PB L 140 van 24.5.2001, pp. 37–38 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 06/02/2009

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1012/oj

32001R1012

Verordening (EG) nr. 1012/2001 van de Commissie van 23 mei 2001 tot vaststelling van bijzondere maatregelen houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1370/95, Verordening (EG) nr. 800/1999 en Verordening (EG) nr. 1291/2000 in de sector varkensvlees

Publicatieblad Nr. L 140 van 24/05/2001 blz. 0037 - 0038


Verordening (EG) nr. 1012/2001 van de Commissie

van 23 mei 2001

tot vaststelling van bijzondere maatregelen houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1370/95, Verordening (EG) nr. 800/1999 en Verordening (EG) nr. 1291/2000 in de sector varkensvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1365/2000(2), en met name op artikel 8, lid 2, artikel 13, lid 12, en artikel 22,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Wegens uitbraken van mond- en klauwzeer in verschillende lidstaten van de Europese Unie is een aantal beschermende maatregelen vastgesteld op grond van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG(4), en met name van artikel 10, en op grond van Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG, en met name van artikel 9.

(2) Bij Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad(6), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2026/83(7), zijn algemene voorschriften vastgesteld betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten.

(3) Bij Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 90/2001(9), zijn gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen vastgesteld van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten.

(4) Bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commisie(10) zijn gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen vastgesteld inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten.

(5) Bij Verordening (EG) nr. 1370/95 van de Commissie(11), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2898/2000(12), zijn de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de invoer-, en uitvoercertificatenregeling in de sector varkensvlees.

(6) De sanitaire maatregelen die, nadat gevallen van mond- en klauwzeer waren geconstateerd, door de autoriteiten van bepaalde derde landen zijn getroffen ten aanzien van de uitvoer van varkensvlees, hebben de economische belangen van de exporteurs ernstig geschaad. De daardoor ontstane situatie heeft de mogelijkheden om nog uit te voeren overeenkomstig de voorwaarden van de Verordeningen (EG) nr. 1370/95, (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1291/2000 zeer nadelig beïnvloed.

(7) Bijgevolg moeten de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt en moeten bijzondere maatregelen worden vastgesteld, met name de annulatie van de afgegeven uitvoercertificaten en de verlenging van bepaalde in de Verordeningen (EG) nr. 1370/95, (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1291/2000 vastgestelde termijnen voor bepaalde uitvoertransacties die ten gevolge van bovengenoemde omstandigheden niet konden worden voltooid. Met name moet ervoor worden gezorgd dat marktdeelnemers die reeds de douaneformaliteiten bij uitvoer hebben vervuld of de goederen onder douanetoezicht hebben geplaatst, van de verlenging van de geldigheidsduur van de certificaten kunnen profiteren door de bij Verordening (EG) nr. 800/1999 vastgestelde reistijd te verlengen.

(8) Voor deze afwijkende regelingen mogen alleen marktdeelnemers in aanmerking komen die, met name aan de hand van de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad(13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3235/94(14), bedoelde documenten, kunnen aantonen dat zij de uitvoertransacties niet binnen de vastgestelde termijnen hebben kunnen verrichten als gevolg van bovengenoemde omstandigheden.

(9) Gezien de verdere ontwikkelingen dient deze verordening onmiddellijk van kracht te worden.

(10) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor varkensvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Deze verordening is van toepassing op de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 genoemde producten.

2. Deze verordening is alleen van toepasing wanneer de betrokken exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aantoont dat hij de uitvoertransacties niet heeft kunnen verrichten als gevolg van sanitaire maatregelen die, in verband met de ontdekking van gevallen van mond- en klauwzeer in de Gemeenschap, zijn vastgesteld overeenkomstig de regelgeving van de Gemeenschap of door de autoriteiten van de derde landen van bestemming.

De bevoegde autoriteiten baseren hun oordeel met name op de handelsdocumenten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89.

Artikel 2

1. Op grond van Verordening (EG) nr. 1370/95 afgegeven uitvoercertificaten die uiterlijk op 30 maart 2001 zijn aangevraagd, met uitzondering van de certificaten waarvan de geldigheidsduur vóór 20 februari 2001 is verstreken, worden op verzoek van de titularis geannuleerd, waarbij de zekerheden worden vrijgegeven.

2. Op verzoek van de exporteur geldt voor producten:

- waarvoor uiterlijk op 30 maart 2001 de douaneformaliteiten bij uitvoer waren vervuld of die uiterlijk op die datum onder een van de in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 vastgelegde regelingen waren geplaatst, dat de bij artikel 32, lid 1, onder b), punt i), van Verordening (EG) nr. 1291/2000, alsmede bij artikel 7, lid 1, en artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 vastgestelde termijn van 60 dagen voor het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap wordt verlengd tot 150 dagen;

- waarvoor uiterlijk op 30 maart 2001 de douaneformaliteiten bij uitvoer waren vervuld maar die op die datum het grondgebied van de Gemeenschap nog niet hadden verlaten of die uiterlijk op die datum onder een van de bij de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 vastgestelde regelingen waren geplaatst, dat de exporteur de eventueel vooruitbetaalde restitutie terugbetaalt en dat de verschillende voor de transacties gestelde zekerheden worden vrijgegeven;

- waarvoor uiterlijk op 30 maart 2001 de douaneformaliteiten bij uitvoer waren vervuld en die vóór die datum het douanegebied van de Gemeenschap hadden verlaten, dat zij weer in het douanegebied van de Gemeenschap mogen worden binnengebracht en in de Gemeenschap in het vrije verkeer mogen worden gebracht. In dat geval betaalt de exporteur alle vooruitbetaalde restituties terug en worden de verschillende voor de betrokken transacties gestelde zekerheden vrijgegeven;

- waarvoor uiterlijk op 30 maart 2001 de douaneformaliteiten bij uitvoer waren vervuld en die vóór die datum het douanegebied van de Gemeenschap hadden verlaten, dat zij weer in het douanegebied van de Gemeenschap mogen worden binnengebracht om daar gedurende ten hoogste 120 dagen te worden geplaatst onder een schorsingsregeling in een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot, om vervolgens hun eindbestemming te bereiken, zonder dat de betaling van de restitutie voor de werkelijke eindbestemming en het vrijgeven van de voor het certificaat gestelde zekerheid hierdoor in gevaar komen.

Artikel 3

1. Het bepaalde in artikel 18, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999, de vermindering met 20 % zoals bedoeld in artikel 18, lid 3, onder b), tweede streepje, van die verordening, en de verhogingen met 10 % en met 15 % als bedoeld in respectievelijk artikel 25, lid 1, en artikel 35, lid 1, tweede alinea, van diezelfde verordening, gelden niet voor uitvoer onder dekking van certificaten die uiterlijk op 30 maart 2001 zijn aangevraagd.

2. Indien het recht op de restitutie verloren is gegaan, is de sanctie waarin artikel 51, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999 voorziet, niet van toepassing.

Artikel 4

Voor elk van de in artikel 2 bedoelde situaties delen de lidstaten elke donderdag mee voor welke hoeveelheden product de desbetreffende bepalingen in de voorafgaande week zijn toegepast, met vermelding van de datum van afgifte van de certificaten en de betrokken categorie.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 282 van 1.11.1975, blz. 1.

(2) PB L 156 van 29.6.2000, blz. 5.

(3) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(4) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.

(5) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(6) PB L 62 van 7.3.1980, blz. 5.

(7) PB L 199 van 22.7.1983, blz. 12.

(8) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

(9) PB L 14 van 18.1.2001, blz. 22.

(10) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.

(11) PB L 133 van 17.6.1995, blz. 9.

(12) PB L 336 van 30.12.2000, blz. 32.

(13) PB L 388 van 30.12.1989, blz. 18.

(14) PB L 338 van 28.12.1994, blz. 16.

Top