This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32001R0449
Commission Regulation (EC) No 449/2001 of 2 March 2001 laying down detailed rules for applying Council Regulation (EC) No 2201/96 as regards the aid scheme for products processed from fruit and vegetables
Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft
Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft
PB L 64 van 6.3.2001, pp. 16–29
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL)
No longer in force, Date of end of validity: 02/09/2003; opgeheven door 32003R1535
Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft
Publicatieblad Nr. L 064 van 06/03/2001 blz. 0016 - 0029
Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2699/2000(2), en met name op artikel 1, lid 3, artikel 3, lid 2, artikel 6, artikel 6 ter, lid 3, artikel 6 quater, lid 7, artikel 25, artikel 26 en artikel 27, lid 1, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG) nr. 2201/96 is een steunregeling ingesteld enerzijds voor telersverenigingen die tomaten, perziken of peren leveren om verwerkt te worden tot een in bijlage I genoemde verordening vermeld product, en anderzijds voor de verwerkers van pruimedanten of vijgen. Deze producten moeten uit in de Gemeenschap geoogste groenten en fruit worden verkregen. (2) Met het oog op een uniforme toepassing van de regeling moeten de in artikel 6 bis, lid 1, en bijlage I van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde producten worden gedefinieerd en moeten de betrokken verkoopseizoenen en de leveringsperioden voor het basisproduct worden vastgesteld. (3) De nieuwe regeling moet vanaf het begin met een voldoende aantal telersverenigingen kunnen functioneren en daarom moet, om coherent te zijn met en naar analogie van het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad van 28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrusvruchten(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2699/2000, onder "voorlopig erkende telersverenigingen" in de zin van artikel 3, lid 1, eerste alinea, en artikel 6 bis, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 2201/96 zowel worden verstaan de krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2826/2000(5), voorlopig erkende telersverenigingen, maar ook de telersverenigingen bedoeld in artikel 13 van die verordening. (4) De productiesteunregeling is gebaseerd op contracten tussen op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende of voorlopig erkende telersverenigingen of, gedurende het verkoopseizoen 2001/2002, individuele telers enerzijds en verwerkers anderzijds. In bepaalde gevallen kunnen de telers of telersverenigingen ook als verwerker optreden. De contracttypes en de in die contracten op te nemen gegevens dienen met het oog op de toepassing van de steunregeling te worden vastgesteld. (5) Voor een vlotte toepassing van de regeling dienen de autoriteiten te weten welke telersverenigingen die de productie van hun leden, van leden van andere telersverenigingen en van individuele telers afzetten, voor de steunregeling in aanmerking wensen te komen. Ook moeten de verwerkers die contracten met deze telersverenigingen sluiten, bij de autoriteiten bekend zijn en hun de nodige gegevens meedelen om een correcte toepassing van de regeling te waarborgen. Voor tomaten, perziken en peren mogen uitsluitend erkende verwerkers contracten afsluiten. (6) Voor tomaten, perziken en peren moeten de contracten vóór een bepaalde datum en voor de overige producten moeten ze vóór het begin van elk verkoopseizoen worden gesloten. Om de regeling zo efficiënt mogelijk te maken, moet evenwel aan de contractanten worden toegestaan de oorspronkelijk in het contract vastgelegde hoeveelheden binnen bepaalde grenzen door een aanvullende overeenkomst te verhogen. (7) Het door de telersverenigingen of de verwerkers in te dienen aantal steunaanvragen moet naar gelang van het verwerkingsproces worden bepaald. In de steunaanvragen moeten alle gegevens worden vermeld die nodig zijn om de gegrondheid ervan te kunnen nagaan. In ruil voor de aan de telersverenigingen opgelegde verplichtingen moet worden bepaald dat de steun vooruitbetaald kan worden, voorzover een zekerheid gesteld wordt die de teruggave van het vooruitbetaalde steunbedrag waarborgt wanneer blijkt dat aan de voorwaarden voor de toekenning van dat bedrag niet voldaan is. (8) Om een correcte toepassing van de steunregeling te waarborgen, moeten de telersverenigingen en de verwerkers adequate informatie verstrekken en een geëigende, bijgewerkte administratie voeren, en moeten met name overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen(6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1593/2000(7), en Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2721/2000(9), de arealen voor tomaten, perziken en peren worden aangegeven, aan de hand waarvan alle nodig geachte inspecties en controles kunnen worden verricht. (9) Voor het beheer van de steunregeling dienen procedures voor fysieke controle en controle aan de hand van documenten met betrekking tot de levering en de verwerking te worden vastgesteld, dient de verificatie van een voldoende representatief aantal steunaanvragen verplicht te worden gesteld en dienen, als de voorschriften niet worden nageleefd, bepaalde sancties aan de telersverenigingen en aan de verwerkers te worden opgelegd, met name in geval van valse aangiften of als geleverde producten niet worden verwerkt. (10) De bij deze verordening vastgestelde maatregelen komen in de plaats van die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 504/97 van de Commissie van 19 maart 1997 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de productiesteunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft(10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1607/1999(11). De genoemde verordening moet derhalve worden ingetrokken. (11) Bij Verordening (EG) nr. 2699/2000 zijn met name voor tomaten de quota- en de minimumprijsregeling afgeschaft. Derhalve moeten Verordening (EEG) nr. 1709/84 van de Commissie van 19 juni 1984 betreffende de aan de telers te betalen minimumprijzen en de bedragen van de productiesteun voor bepaalde verwerkte producten op basis van groenten en fruit die voor deze steun in aanmerking komen(12), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1573/1999(13), Verordening (EEG) nr. 2022/92 van de Commissie van 20 juli 1992 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de aan de teler te betalen minimumprijs voor bepaalde tomatenleveranties aan de industrie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2036/91(14) en Verordening (EG) nr. 661/97 van de Commissie van 16 april 1997 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad met betrekking tot de quotaregeling voor verwerkte producten op basis van tomaten(15), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2807/98 van de Commissie(16), worden ingetrokken. (12) Om de overgang van de oude naar de nieuwe regeling te vergemakkelijken, moeten overgangsmaatregelen worden vastgesteld voor de gevallen waarin de verwerker in het verkoopseizoen 2000/2001 contracten met individuele telers sluit, en ten aanzien van de uiterste datum voor de ondertekening van de contracten voor tomaten en de toepassing van het geïntegreerde beheerssysteem voor de arealen. (13) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte producten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: TITEL I Definities en verkoopseizoenen Artikel 1 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a) "telersverenigingen": de in de artikelen 11 en 13 van Verordening (EG) nr. 2200/96 bedoelde telersverenigingen en de voorlopig erkende telersverenigingen in de zin van artikel 14 van die verordening; b) "groepering van telersverenigingen": een in artikel 16, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2200/96 bedoelde groepering; c) "individuele teler": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op zijn bedrijf voor verwerking bestemde basisproducten teelt en die niet bij een telersvereniging aangesloten is; d) "verwerker": een in voorkomend geval overeenkomstig artikel 3, lid 1, erkend verwerkend bedrijf dat onder eigen verantwoordelijkheid één of meer fabrieken exploiteert met installaties voor de vervaardiging van één of meer in lid 2, onder a) tot en met o), vermelde producten; e) "hoeveelheid": de in nettogewicht uitgedrukte hoeveelheid, tenzij anders aangegeven. 2. Als "in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde producten" gelden de volgende producten: a) perziken op siroop en/of op natuurlijk vruchtensap: perziken zonder schil, heel of in stukken, door warmte verduurzaamd, met een opgiet van suikersiroop of van natuurlijk vruchtensap, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, van de GN-codes ex20087061, ex 2008 70 69, ex 2008 70 71, ex 2008 70 79, ex 2008 70 92, ex 2008 70 94 en ex 2008 70 99; b) peren op siroop en/of op natuurlijk vruchtensap: peren van de variëteit Williams of Rocha, zonder schil, heel of in stukken, door warmte verduurzaamd, met een opgiet van suikersiroop of van natuurlijk vruchtensap, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, van de GN-codes ex20084051, ex 2008 40 59, 2008 40 71, ex 2008 40 79, ex 2008 40 91 en ex 2008 40 99; c) vruchtenmengsels: mengsels van vruchten, heel of in stukken, door warmte verduurzaamd, met een opgiet van suikersiroop of van natuurlijk vruchtensap, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, waarvan het totale uitlekgewicht van de perziken en de Williams- en Rochaperen ten minste 60 % van het totale uitlekgewicht uitmaakt, van de GN-codes ex200892 en ex 2008 99. De mengsels moeten gedurende een van de in artikel 2, lid 2, onder b) en c), bedoelde perioden rechtstreeks zijn vervaardigd van verse perziken en/of verse Williams- en Rochaperen; d) pruimedanten: gedroogde pruimen van de variëteit "prunes d'Ente", op een passende wijze behandeld of verwerkt, adequaat verpakt, van GN-code ex08132000, geschikt voor menselijke consumptie; e) gedroogde vijgen: gedroogde vijgen, inclusief vijgenpasta, op een passende wijze behandeld of verwerkt, adequaat verpakt, van GN-code ex08042090, geschikt voor menselijke consumptie; f) hele bevroren tomaten zonder schil: geschilde tomaten van langwerpige variëteiten, bevroren, adequaat verpakt, van GN-code ex07108070, waarvan ten minste 90 % van het nettogewicht bestaat uit hele tomaten zonder beschadigingen die het uiterlijk ervan aanzienlijk wijzigen. Dit percentage wordt bepaald na volledige ontdooiing van het product; g) bevroren tomaten zonder schil, in stukken: geschilde tomaten, in stukken, van langwerpige variëteiten of van ronde variëteiten die even gemakkelijk kunnen worden geschild als de voornoemde variëteiten, bevroren, adequaat verpakt, van GN-code ex07108070; h) hele verduurzaamde tomaten zonder schil: geschilde tomaten van langwerpige variëteiten, door warmte verduurzaamd, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, van GN-code ex20021010, waarvan ten minste 65 % van het uitlekgewicht bestaat uit hele tomaten zonder beschadigingen die het uiterlijk ervan aanzienlijk wijzigen; i) verduurzaamde tomaten zonder schil, in stukken: geschilde tomaten, in grove of gedeeltelijk in fijne stukken, van langwerpige variëteiten, of van ronde variëteiten die even gemakkelijk kunnen worden geschild als de voornoemde variëteiten, door warmte verduurzaamd, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, van GN-code ex20021010. De bovengenoemde producten die bestemd zijn voor de vervaardiging van de onder o) bedoelde producten, moeten adequaat worden verpakt; j) tomatenvlokken: door droging van tomaten verkregen vlokken, vooraf in schijfjes of in kleine blokjes gesneden, adequaat verpakt, van GN-code ex07129030; k) tomatensap: rechtstreeks uit verse tomaten verkregen sap, door uitlekken ontdaan van vellen, zaden en andere grove tomatenbestanddelen, met, in voorkomend geval na concentratie, een drogestofgehalte van minder dan 12 %, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, van de GN-codes ex20029011, ex 2002 90 19, 2009 50 10 en 2009 50 90. Sapbereidingen met een drogestofgehalte van ten minste 7 % mogen echter ten hoogste 4 gewichtspercenten aan vellen en zaden bevatten. De bovengenoemde producten die bestemd zijn voor de bereiding van de onder o) genoemde producten, moeten adequaat worden verpakt; l) tomatenconcentraat: het product dat is verkregen door het concentreren van tomatensap, adequaat verpakt, met een drogestofgehalte van ten minste 12 %, van de GN-codes ex20029031, ex 2002 90 39, ex 2002 90 91 en ex 2002 90 99. Concentraatbereidingen met een drogestofgehalte van ten hoogste 18 % of tussen 18 en 24 % mogen evenwel ten hoogste 4 respectievelijk 7 gewichtspercenten aan vellen en zaden bevatten; m) hele verduurzaamde tomaten met schil: hele ongeschilde tomaten van langwerpige of ronde variëteiten, door warmte verduurzaamd, met een licht gezouten opgiet (natuurlijke bereiding) of met toegevoegde tomatenpuree (bereiding met tomatenpuree of op sap), verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten, waarvan ten minste 65 % van het uitlekgewicht bestaat uit hele tomaten zonder beschadigingen die het uiterlijk ervan aanzienlijk wijzigen, van GN-code ex20021090. De bovengenoemde producten die bestemd zijn voor de bereiding van de onder o) genoemde producten, moeten adequaat worden verpakt; n) verduurzaamde tomaten met schil, in stukken: ongeschilde tomaten, in grove of gedeeltelijk in fijne stukken, van langwerpige of ronde variëteiten, licht gezeefd, al dan niet licht geconcentreerd, verpakt in een hermetisch afgesloten recipiënt, met een drogestofgehalte tussen 4,5 en 14 %, van GN-code ex20021090. De bovengenoemde producten die bestemd zijn voor de bereiding van de onder o) genoemde producten, moeten adequaat worden verpakt; o) bereide sauzen: speciale bereidingen op basis van tomaten, verkregen door één van de onder i), k), l), m) of n) bedoelde producten te mengen met andere producten van plantaardige of dierlijke oorsprong, met uitzondering van verse tomaten, door warmte verduurzaamd, verpakt in hermetisch afgesloten recipiënten waarin het nettogewicht van de onder i), k), l), m) of n) genoemde producten ten minste 60 % van het totale nettogewicht van de bereide saus uitmaakt. De sausen moeten in de in artikel 2, lid 2, bedoelde periode vervaardigd zijn in hetzelfde bedrijf als de erin verwerkte producten zoals bedoeld onder i), k), l), m) of n); p) suikersiroop: een uit water en suiker bestaande opgiet met, voor vruchten op siroop, na homogenisering een totaal suikergehalte van ten minste 14 %; q) natuurlijk vruchtensap: een opgiet van ten minste 10,5° Brix, van uitsluitend door toepassing van mechanische procédés uit vruchten verkregen sap dat vergistbaar is, doch niet heeft gegist, of van sap dat is verkregen door opnieuw de hoeveelheid water toe te voegen die bij het concentreren is onttrokken, zoals bepaald bij Richtlijn 93/77/EEG van de Raad(17), zonder toevoeging van suiker. Artikel 2 1. De in artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde verkoopseizoenen voor de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde producten lopen van: a) 15 juni tot en met 14 juni voor verwerkte producten op basis van tomaten en verwerkte producten op basis van perziken; b) van 15 juli tot en met 14 juli voor verwerkte producten op basis van peren; c) 1 augustus tot en met 31 juli voor gedroogde vijgen; d) 15 augustus tot en met 14 augustus voor pruimedanten. 2. De steun wordt uitsluitend toegekend voor producten die in de onderstaande leveringsperioden aan de verwerkende bedrijven worden geleverd: a) tomaten: 15 juni - 15 november; b) perziken: 15 juni - 25 oktober; c) peren: 15 juli - 15 december; d) pruimedanten: 15 augustus - 15 januari; e) gedroogde vijgen: 1 augustus - 15 juni. 3. Vóór elk verkoopseizoen maakt de Commissie de overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde steunbedragen uiterlijk bekend op: a) 31 januari voor tomaten; b) 31 mei voor perziken en peren. TITEL II Contracten Artikel 3 1. De in de artikelen 3 en 6 bis van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde contracten worden schriftelijk gesloten en worden voorzien van een identificatienummer. Verwerkers van tomaten, perziken of peren die voor de steunregeling in aanmerking willen komen, moeten vóór een door de lidstaat bepaalde datum bij de door die lidstaat aangewezen instantie een erkenningsaanvraag indienen. De lidstaten maken ieder jaar minstens een maand vóór de uiterste datum voor het ondertekenen van de contracten de lijst van erkende verwerkers bekend. De lidstaten stellen de erkenningsvoorwaarden vast en delen deze aan de Commissie mee. 2. De contracten kunnen worden gesloten in de vorm van: a) een overeenkomst tussen een telersvereniging of een groepering van telersverenigingen enerzijds en een verwerker anderzijds; b) een verbintenis tot levering, wanneer de telersvereniging als verwerker optreedt. Tussen een telersvereniging en een verwerker kan slechts één contract worden gesloten. Voor tomaten, perziken en peren mogen uitsluitend erkende verwerkers contracten sluiten. 3. De contracten worden ieder jaar gesloten: a) voor tomaten, uiterlijk op 15 februari; b) voor perziken, uiterlijk op 15 juli en zeven werkdagen vóór het begin van de leveringen; c) voor peren, uiterlijk op 31 juli en zeven werkdagen vóór het begin van de leveringen; d) voor de overige producten, vóór het begin van het verkoopseizoen. De lidstaten mogen de onder a) genoemde datum tot 10 maart opschuiven. Wanneer het steunbedrag niet op de in artikel 2, lid 3, vastgestelde datum in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd is, wordt de onder a) genoemde datum opgeschoven tot de vijftiende dag na die waarop het bedrag daarin bekendgemaakt is. Wanneer de voor gedroogde pruimen of vijgen aan de teler te betalen minimumprijs niet 15 dagen vóór de onder d) bedoelde datum in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd is, wordt die datum opgeschoven tot de vijftiende dag na die waarop de prijs daarin bekendgemaakt is. 4. In de contracten wordt met name het volgende vermeld: a) naam en adres van de telersvereniging; b) naam en adres van de verwerker; c) de voor verwerking te leveren hoeveelheden basisproduct; d) de verplichting voor de verwerker om de in het kader van het betrokken contract geleverde hoeveelheden tot een in bijlage I van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoeld product te verwerken met inachtneming van de voorschriften van artikel 8 van die verordening; e) de voor het basisproduct aan de telersvereniging te betalen prijs, eventueel gedifferentieerd naar variëteit en/of kwaliteit en/of leveringsperiode. Voor tomaten, perziken en peren moeten in het contract ook het leveringsstadium waarvoor deze prijs geldt en de betalingsvoorwaarden worden vermeld. Elke partij moet binnen 60 dagen na de leveringsdatum zijn betaald; f) de te betalen schadevergoeding wanneer één van de partijen haar contractuele verplichtingen niet nakomt, met name ten aanzien van de betalingstermijnen en de verplichting tot levering en inontvangstneming van de contractueel vastgestelde hoeveelheden. 5. De lidstaten kunnen voor contracten aanvullende bepalingen vaststellen, met name wat de door de verwerker of de telersvereniging bij niet-nakoming van de contractuele verplichtingen te betalen schadevergoeding betreft. 6. De contractanten kunnen besluiten de oorspronkelijk in het verwerkingscontract bepaalde hoeveelheden schriftelijk bij aanvullende overeenkomst te verhogen. Dergelijke aanvullende overeenkomsten dragen het identificatienummer van het contract waarop zij betrekking hebben, en dienen uiterlijk te worden gesloten op: - 15 augustus, voor perziken; - 15 september, voor tomaten en peren; - 15 november, voor pruimedanten en gedroogde vijgen. Een aanvullende overeenkomst mag betrekking hebben op niet meer dan 30 % van de oorspronkelijk in het contract overeengekomen hoeveelheid. Tot en met het verkoopseizoen 2003/2004 mogen echter voor contracten die betrekking hebben op gedroogde vijgen bestemd voor de productie van vijgenpasta, uiterlijk op 31 mei aanvullende overeenkomsten worden gesloten voor maximaal 100 % van de oorspronkelijk in het contract overeengekomen hoeveelheden. De prijs voor de in de aanvullende overeenkomst bepaalde extra hoeveelheid mag verschillen van de in lid 4, onder e), bedoelde prijs. 7. Voor pruimedanten en vijgen geldt de in lid 4, onder e), en lid 6 bedoelde prijs exclusief met name kosten voor verpakking, laden, vervoer en lossen en belastingen; de betrokken bedragen worden in voorkomend geval apart vermeld. De prijs mag niet lager zijn dan de overeenkomstig artikel 6 ter van Verordening (EG) nr. 2201/96 bepaalde minimumprijs. Artikel 4 Bij een leveringsverbintenis in de zin van artikel 3, lid 2, onder b), wordt het contract dat de productie van de leden van de betrokken telersvereniging betreft, geacht gesloten te zijn nadat aan de bevoegde autoriteiten de volgende gegevens toegezonden zijn: a) naam en adres van iedere teler en de identificatie en de oppervlakte van de percelen waarop iedere teler het basisproduct teelt; b) een raming van de totale oogst; c) de voor verwerking bestemde hoeveelheid; d) de verbintenis van de telersvereniging om de op grond van het betrokken contract geleverde hoeveelheden te verwerken. Voor tomaten moeten de gegevens vóór 20 mei worden toegezonden en voor de overige producten binnen de in artikel 5, lid 3, bepaalde termijn. Artikel 5 1. Wat tomaten, perziken of peren betreft, zendt de telersvereniging die de contracten ondertekend heeft, een exemplaar van elk contract en, in voorkomend geval, van de aanvullende overeenkomsten aan de instantie die aangewezen is door de lidstaat waar de vereniging gevestigd is. Per product mag de totale hoeveelheid waarvoor door een bepaalde telersvereniging contracten zijn gesloten, niet groter zijn dan de voor verwerking bestemde productie die door deze telersvereniging op grond van lid 5 en artikel 4 is meegedeeld. 2. De verwerker van pruimedanten of gedroogde vijgen zendt een exemplaar van elk contract en, in voorkomend geval, van de aanvullende overeenkomsten aan de instantie die is aangewezen door de lidstaat waar de verwerking plaatsvindt. 3. Deze exemplaren moeten uiterlijk tien werkdagen na de datum waarop het contract respectievelijk de aanvullende overeenkomst is gesloten en uiterlijk vijf werkdagen vóór het begin van de leveringen door de bevoegde autoriteiten zijn ontvangen. 4. In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten de na de in lid 3 genoemde termijn ontvangen contracten nog aanvaarden, voorzover de late toezending ervan geen afbreuk doet aan de controlemogelijkheden. 5. Voor tomaten, perziken of peren deelt de telersvereniging die contracten sluit, per product, de volgende gegevens mee: a) naam en adres van iedere bij het contract betrokken teler en de identificatie en oppervlakte van de percelen waarop de teler het basisproduct teelt; b) een raming van de totale oogst; c) de voor verwerking bestemde hoeveelheid; d) voor tomaten, de in de voorafgaande twee verkoopseizoenen door de telersvereniging behaalde hectareopbrengst aan ronde en/of langwerpige tomaten. Voor tomaten worden deze gegevens vóór 20 mei meegedeeld en voor perziken en peren tegelijk met de in lid 1 bedoelde toezending. 6. Wanneer een in lid 5 bedoelde telersvereniging: a) de voor verwerking bestemde productie van leden van andere telersverenigingen verkoopt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder c), punt 3, tweede en derde streepje, van Verordening (EG) nr. 2200/96, en/of b) individuele telers voor de steunregeling in aanmerking laat komen overeenkomstig artikel 3, lid 3, en artikel 6 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96, verstrekken de onder a) bedoelde telersverenigingen en de onder b) bedoelde individuele telers de in lid 5 bedoelde gegevens aan de contractsluitende telersvereniging. 7. De in lid 6, onder a) respectievelijk onder b), bedoelde telersverenigingen en individuele telers sluiten overeenkomsten met de in lid 5 bedoelde telersvereniging. Deze overeenkomsten moeten betrekking hebben op de volledige door de betrokken telersverenigingen en individuele telers voor verwerking geleverde productie en ze moeten ten minste de volgende gegevens omvatten: a) aantal verkoopseizoenen waarvoor de overeenkomst geldt; b) per teler en per product, de voor verwerking te leveren hoeveelheden; c) de consequenties als de overeenkomst niet wordt nageleefd. Een afschrift van de overeenkomsten wordt tegelijk met de contracten ingestuurd. Artikel 6 Voor de toepassing van artikel 4, wat tomaten, perziken en peren betreft, en van artikel 5, lid 5, worden de percelen geïdentificeerd door middel van het in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde geïntegreerde systeem. De oppervlakte moet worden aangegeven in hectare, afgerond op twee cijfers achter de komma. Voor de bepaling van de oppervlakte van de percelen bij de in artikel 18 voorgeschreven controles ter plaatse geldt het bepaalde in artikel 6, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 3887/92. Artikel 7 1. Ongeacht het in artikel 3, lid 2, onder b), bedoelde geval, waarin het bedrag op de rekening gecrediteerd kan worden, wordt het basisproduct a) door de verwerker aan de telersvereniging, b) door de telersvereniging aan haar leden en de in artikel 5, lid 6, bedoelde telers, en c) wanneer de leden van een telersvereniging uit telers samengestelde rechtspersonen zijn, door deze rechtspersonen aan de telers per bank- of postgiro betaald. 2. Het in lid 1, onder b) en c), bedoelde bedrag wordt binnen 15 werkdagen betaald. Voor pruimedanten en vijgen moet het in lid 1, onder a), bedoelde bedrag bovendien ineens worden betaald. TITEL III Te verstrekken informatie Artikel 8 1. Verwerkers en telersverenigingen die voor de steunregeling in aanmerking wensen te komen, melden dit uiterlijk op een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat te bepalen datum aan deze autoriteiten. Daarbij verstrekken zij alle door de betrokken lidstaat voor het beheer van en de controle op de steunregeling gevraagde gegevens. De lidstaten kunnen bepalen dat: a) slechts nieuwe gegadigden deze gegevens dienen te verstrekken, wanneer de vereiste gegevens voor de overige reeds beschikbaar zijn; b) de gegevens betrekking moeten hebben op één verkoopseizoen, op verscheidene verkoopseizoenen of op een periode van onbepaalde duur. 2. Voor elk verkoopseizoen moeten de begunstigden, telersverenigingen of verwerkers uiterlijk vijf werkdagen vóór het begin van de leveringen of van de verwerking aan de bevoegde autoriteiten meedelen in welke week zij met de levering of de verwerking van de producten beginnen. De telersverenigingen en de verwerkers worden geacht aan deze verplichting te hebben voldaan, wanneer zij het bewijs leveren dat zij de mededeling ten minste acht werkdagen vóór de genoemde termijn hebben verzonden. 3. In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten buiten de in lid 2 genoemde termijn door de telersverenigingen en de verwerkers verstrekte gegevens aanvaarden. In dergelijke gevallen wordt aan de telersverenigingen evenwel geen steun toegekend voor de hoeveelheden die reeds zijn geleverd of waarvan de levering nog loopt en waarvoor niet ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan worden nagegaan of aan de steunverleningsvoorwaarden is voldaan. 4. Verwerkers die in artikel 1, lid 2, onder c), respectievelijk onder o), bedoelde vruchtenmengsels en bereide sausen willen vervaardigen, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat vóór het begin van het verkoopseizoen de samenstelling van die producten die zij willen vervaardigen, mee met vermelding van het nettogewicht van ieder bestanddeel. De samenstelling van het product mag in de loop van het verkoopseizoen niet worden veranderd. Artikel 9 De verwerkers delen jaarlijks de volgende gegevens aan de door de lidstaten aangewezen instantie mee: 1. voor tomaten, perziken en peren, uiterlijk op 1 februari: i) de tot de in artikel 1, lid 2, genoemde eindproducten verwerkte hoeveelheid basisproduct, uitgesplitst naar: - in het kader van contracten ontvangen hoeveelheid; - zonder contract ontvangen hoeveelheid; ii) de hoeveelheid eindproducten die uit elk van de onder i) bedoelde hoeveelheden zijn verkregen. Voor producten op basis van tomaten moet, voor elke onder i) bedoelde categorie basisproduct, de mee te delen hoeveelheid eindproduct worden uitgesplitst in hoeveelheden: - tomatenconcentraat met een drogestofgehalte van ten minste 28 %, doch minder dan 30 %; - hele verduurzaamde tomaten zonder schil, van langwerpige variëteiten; - andere producten op basis van tomaten, per product. De hoeveelheid aan verduurzaamde tomaten toegevoegd tomatensap en tomatenconcentraat is begrepen in de hoeveelheden geschilde of ongeschilde tomaten; iii) voor producten op basis van tomaten, de hoeveelheden eindproduct die aan het einde van het voorgaande verkoopseizoen in voorraad waren. In deze mededelingen worden de hoeveelheden in artikel 1, lid 2, onder a), b), i), k), l), m) en n), genoemde producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van de in dat lid, onder c) en o), genoemde producten, afzonderlijk vermeld. In de onder ii) bedoelde mededelingen worden de hoeveelheden in artikel 1, lid 2, onder c) en o), genoemde producten afzonderlijk vermeld, uitgesplitst naar de erin verwerkte producten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), b), i), k), l), m) en n); 2. voor gedroogde vijgen en pruimedanten, uiterlijk op 15 mei: a) de per 1 mei gebruikte hoeveelheid basisproduct; b) de hoeveelheid eindproduct die uit het onder a) bedoelde basisproduct is verkregen, per kwaliteitsklasse uitgesplitst in hoeveelheden product waarvoor steun is verleend, respectievelijk geen steun is verleend; c) de per 1 mei in voorraad zijnde hoeveelheid producten zoals bedoeld onder a) en b). TITEL IV Basisproducten Artikel 10 1. Onverminderd de volgens de procedure van artikel 46 van Verordening (EG) nr. 2200/96 vastgestelde of vast te stellen minimumeisen inzake de kwaliteit moeten de in het kader van verwerkingscontracten aan de verwerker geleverde basisproducten van gezonde handelskwaliteit zijn en geschikt om te worden verwerkt. 2. Wanneer er geen minimumkwaliteitseisen volgens de procedure van artikel 46 van Verordening (EG) nr. 2200/96 vastgesteld zijn, kunnen de lidstaten deze voor het basisproduct vaststellen, in voorkomend geval, in het kader van de uitbreiding van een brancheovereenkomst in de zin van artikel 21 van die verordening. Artikel 11 1. Voor tomaten, perziken en peren wordt bij de ontvangst van elke op grond van een contract geleverde en voor verwerking geaccepteerde partij in de verwerkingsfabriek een leveringscertificaat opgesteld met de volgende gegevens: a) datum en uur van lossing; b) de exacte identificatiegegevens van het gebruikte vervoermiddel; c) het identificatienummer van het contract waarop de partij betrekking heeft; d) het bruto- en nettogewicht; e) in voorkomend geval, het kortingspercentage dat overeenkomstig de op grond van artikel 10 vastgestelde minimumkwaliteitseisen berekend is. Het leveringscertificaat wordt ondertekend door de verwerker of zijn vertegenwoordiger en door de telersvereniging of haar vertegenwoordiger. Elk certificaat wordt voorzien van een identificatienummer. De verwerker en de telersvereniging bewaren elk een exemplaar van het leveringscertificaat. De telersvereniging zendt uiterlijk op de tweede werkdag na afloop van de leveringsweek één exemplaar voor controledoeleinden aan de instantie die aangewezen is door de lidstaat waar de telersvereniging gevestigd is, en, in voorkomend geval, aan de instantie die aangewezen is door de lidstaat waar de verwerking plaatsvindt. Voor de toepassing van dit artikel mogen in het nationale recht voorgeschreven documenten worden gebruikt, voorzover daarin de in dit lid genoemde gegevens voorkomen. 2. Indien een partij volledig of gedeeltelijk eigendom is van in artikel 5, lid 6, onder a) of b), bedoelde telers, zendt de telersvereniging een kopie van het in lid 1 bedoelde certificaat aan elk van de betrokken telersverenigingen of aan de betrokken individuele telers. TITEL V Steunaanvragen Artikel 12 1. De verenigingen van tomaten-, perziken of perentelers dienen hun steunaanvraag in bij de instantie die is aangewezen door de lidstaat waarin zij gevestigd zijn. Verwerkers van pruimedanten of vijgen dienen een steunaanvraag in bij de instantie die is aangewezen door de lidstaat waarin de verwerking plaatsvindt. 2. Voor tomaten, perziken of peren mag slechts één steunaanvraag per verkoopseizoen worden ingediend. De aanvraag moet voor elk verkoopseizoen door de bevoegde autoriteiten uiterlijk zijn ontvangen op: - 20 november voor tomaten; - 31 januari voor perziken of peren. 3. De lidstaat kan ertoe besluiten dat een aanvraag om vervroegde betaling van de steun tot en met 30 september kan worden ingediend voor de totale hoeveelheid tomaten, perziken of peren die tot en met 15 september voor verwerking geleverd is. 4. Voor pruimedanten dient de verwerker per verkoopseizoen drie steunaanvragen in: a) de eerste voor producten die vóór 15 januari zijn verwerkt; b) de tweede voor producten die in de periode van 16 januari tot en met 30 april zijn verwerkt; c) de derde voor producten die in het resterende deel van het betrokken verkoopseizoen zijn verwerkt. De onder a) en b) bedoelde steunaanvragen worden binnen 30 dagen na afloop van de verwerkingsperiode ingediend en de onder c) bedoelde steunaanvragen uiterlijk op 30 november van het volgende verkoopseizoen. 5. Voor gedroogde vijgen dient de verwerker per verkoopseizoen drie steunaanvragen in: a) de eerste voor producten die tot en met 30 november zijn verwerkt; b) de tweede voor producten die in de periode van 1 december tot en met de laatste dag van februari zijn verwerkt; c) de derde voor producten die in het resterende deel van het betrokken verkoopseizoen zijn verwerkt. De onder a) en b) bedoelde steunaanvragen worden binnen 30 dagen na afloop van de verwerkingsperiode ingediend en de onder c) bedoelde steunaanvragen uiterlijk op 31 oktober van het volgende verkoopseizoen. 6. In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten na afloop van de in dit artikel vastgestelde termijnen nog steunaanvragen aanvaarden, voorzover dit voor de productiesteunregeling geen nadelige gevolgen heeft. 7. De steun wordt met 1 % gekort per dag waarmee de in de leden 2, 4 en 5 vastgestelde termijnen voor de indiening van de aanvragen overschreden worden. Bij een overschrijding van meer dan 15 dagen wordt geen steun toegekend. Deze bepalingen zijn niet van toepassing in de in lid 6 bedoelde gevallen. Artikel 13 1. Voor tomaten, perziken en peren omvat de steunaanvraag ten minste de volgende gegevens: a) naam en adres van de telersvereniging; b) de hoeveelheid waarvoor steun gevraagd wordt; deze hoeveelheid, die wordt uitgesplitst naar contract, mag na aftrek van de toegepaste kortingen niet groter zijn dan de voor verwerking geaccepteerde hoeveelheid; c) de gemiddelde verkoopprijs voor de in het kader van contracten geleverde hoeveelheid; d) de in dezelfde periode zonder contract geleverde hoeveelheid en de gemiddelde verkoopprijs ervan. 2. Voor pruimedanten en vijgen moeten de steunaanvragen ten minste de volgende gegevens omvatten: a) naam en adres van de verwerker; b) de hoeveelheid waarvoor steun wordt gevraagd, uitgesplitst naar toepasselijk steunniveau, en de hoeveelheid die in dezelfde periode zonder steun is verwerkt; c) de hoeveelheid basisproducten die per contract zijn gebruikt voor de vervaardiging van elk van de onder b) bedoelde categorieën product; d) een verklaring van de verwerker dat de eindproducten voldoen aan de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde normen; e) de kopieën van de in artikel 7, lid 1, onder a), bedoelde betalingen. Bij een leveringsverbintenis mogen deze kopieën vervangen worden door een verklaring van de teler dat de verwerker hem gecrediteerd heeft voor een prijs die minstens gelijk is aan de minimumprijs. In deze kopieën of verklaringen worden de referenties vermeld van de contracten waarop zij betrekking hebben. De steunaanvraag wordt slechts in aanmerking genomen, wanneer de minimumprijs volledig betaald is voor de gehele hoeveelheid basisproduct die verwerkt is in het eindproduct waarvoor de steunaanvraag is ingediend. 3. De in artikel 12, lid 3, bedoelde aanvraag om vervroegde betaling van de steun omvat de in lid 1, onder a) en b), genoemde gegevens. Na verificatie van de aanvraag, met name aan de hand van de in artikel 11 bedoelde leveringscertificaten, betaalt de bevoegde instantie van de lidstaat het verschuldigde bedrag tussen 16 en 31 oktober uit. De vervroegde steun wordt eerst uitbetaald nadat een zekerheid ten bedrage van 110 % van deze steun gesteld is. Wanneer wordt vastgesteld dat het bedrag waarvoor vervroegde steun is aangevraagd, groter is dan het verschuldigde bedrag, wordt de zekerheid verbeurd voor het dubbele van het verschil tussen deze beide bedragen. Onverminderd het bepaalde in de vierde alinea, wordt de zekerheid vrijgegeven wanneer de bevoegde autoriteiten de steun op basis van de in artikel 12, lid 2, bedoelde aanvraag uitbetalen. Wanneer een aanvraag om vervroegde steun wordt ingediend, moet de in artikel 12, lid 2, bedoelde steunaanvraag betrekking hebben op het gehele verkoopseizoen en moeten de in lid 1, onder b) en d), bedoelde hoeveelheden bovendien in twee perioden worden uitgesplitst, namelijk tot en met 15 september en met ingang van 16 september. Artikel 14 1. De steun voor tomaten, perziken en peren wordt door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de contractsluitende telersvereniging gevestigd is, uitbetaald zodra deze instantie de aanvraag geverifieerd heeft en heeft vastgesteld dat de producten waarvoor de steunaanvraag is ingediend, met name op grond van de in artikel 18, lid 1, onder i), voorgeschreven controles, voor verwerking geleverd en geaccepteerd zijn. Indien de verwerking in een andere lidstaat plaatsvindt, verstrekt die lidstaat aan de lidstaat waar de contractsluitende telersvereniging gevestigd is, het bewijs dat het product daadwerkelijk voor verwerking geleverd en geaccepteerd is. De telersvereniging betaalt de ontvangen steunbedragen binnen 15 werkdagen na de ontvangstdatum integraal per bank- of postgiro aan zijn leden door en, in voorkomend geval, aan de in artikel 5, lid 6, bedoelde telers. Bij toepassing van artikel 3, lid 2, onder b), kan het bedrag op de rekening gecrediteerd worden. Wanneer een telersvereniging geheel of gedeeltelijk uit leden bestaat die hunnerzijds uit telers samengestelde rechtspersonen zijn, betalen deze rechtspersonen de in de derde alinea bedoelde bedragen binnen 15 werkdagen aan de telers door. 2. De steun voor pruimedanten en vijgen wordt door de bevoegde instantie in de lidstaat waar het product wordt verwerkt, uitbetaald zodra deze instantie heeft vastgesteld dat de steunverleningsvoorwaarden in acht genomen zijn. Bij verwerking buiten de lidstaat waarin het product is geteeld, levert deze lidstaat aan de lidstaat die de steun uitkeert, het bewijs dat de minimumprijs aan de teler betaald is. 3. Er wordt geen steun toegekend voor hoeveelheden waarvoor de noodzakelijke controles op de inachtneming van de steunverleningsvoorwaarden niet konden worden uitgevoerd. 4. De steun wordt binnen 60 dagen na de datum waarop de aanvraag is ingediend, aan de telersverenigingen of de verwerkers uitbetaald. TITEL VI Controles en sancties Artikel 15 1. Onverminderd het bepaalde in titel VI van Verordening (EG) nr. 2200/96, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om: a) zich ervan te vergewissen dat de voorschriften van deze verordening in acht worden genomen; b) onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen en de in deze verordening voorgeschreven sancties toe te passen; c) de door onregelmatigheden of nalatigheid verloren bedragen terug te vorderen; d) de in de artikelen 16 en 17 bedoelde registers te controleren en na te gaan of zij overeenstemmen met de in het nationale recht voor de telersverenigingen en de verwerkers voorgeschreven boekhouding; e) onaangekondigd, in daarvoor geschikte perioden, de in de artikelen 18 en 19 bedoelde controles uit te voeren; f) de in artikel 18, lid 1, na de aanplant en vóór de oogst uit te voeren controles van het tomatenareaal uit te voeren. 2. De lidstaten moeten hun overeenstemmingscontroles programmeren op basis van een risicoanalyse waarbij onder andere het volgende in aanmerking wordt genomen: a) de bij de controles in de voorgaande jaren gedane constateringen; b) de ontwikkeling in vergelijking met het voorgaande jaar; c) de opbrengst aan basisproduct per homogeen productiegebied; d) de verhouding tussen de geleverde hoeveelheden en de totale oogstraming; e) de opbrengst aan basisproduct en eindproduct. De criteria voor de risicoanalyse worden geregeld bijgewerkt. 3. Bij de vaststelling van onregelmatigheden of anomalieën verhoogt de lidstaat de frequentie en het percentage van de in de artikelen 18 en 19 bedoelde controles, naar gelang van de ernst van de geconstateerde feiten. Artikel 16 1. De telersvereniging houdt voor elk in het kader van Verordening (EG) nr. 2201/96 voor verwerking geleverd product een register bij met ten minste de volgende gegevens: a) voor in het kader van contracten geleverde hoeveelheden: i) de per dag geleverde partijen en het identificatienummer van het contract waarop zij betrekking hebben; ii) de hoeveelheid van elke geleverde partij en, wat tomaten, perziken en peren betreft, de voor verwerking geaccepteerde hoeveelheid, in voorkomend geval na aftrek van de korting, en het identificatienummer van het desbetreffende leveringscertificaat; b) voor zonder contract geleverde hoeveelheden: i) de per dag geleverde partijen en de identificatie van de verwerkingsbedrijven; ii) de hoeveelheid van elke geleverde en voor verwerking geaccepteerde partij. 2. De telersvereniging houdt ten behoeve van de nationale controleautoriteiten de gegevens bij die noodzakelijk zijn om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze verordening in acht genomen zijn. Voor tomaten, perziken en peren moet voor iedere teler waarop de contracten betrekking hebben, op grond van deze gegevens het verband gelegd kunnen worden tussen de oppervlakten, de geleverde hoeveelheden, de leveringscertificaten en de uitbetaling van de steun en de betaalde prijs. 3. De lidstaten kunnen bepalen in welke vorm (schriftelijk of via computerbestanden) de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens moeten worden bijgehouden. 4. Voor de toepassing van dit artikel mogen de in het nationaal recht voorgeschreven registers of boekhouddocumenten worden gebruikt, voorzover zij de in lid 1 bedoelde gegevens omvatten. De telersvereniging moet alle door de lidstaat noodzakelijk geachte inspecties of controles toestaan en moet de aanvullende registers bijhouden die door de lidstaat zijn voorgeschreven om de noodzakelijk geachte controles te kunnen verrichten. Artikel 17 1. De verwerker houdt registers bij die ten minste de volgende gegevens bevatten: a) voor in het kader van contracten aangekochte hoeveelheden: i) de per dag door het bedrijf aangekochte en voor verwerking geaccepteerde partijen, met vermelding van het identificatienummer van het contract waarop ze betrekking hebben; ii) de hoeveelheid van elke voor verwerking geaccepteerde partij en het identificatienummer van het betrokken leveringscertificaat; b) voor de zonder contract aangekochte hoeveelheden: i) de per dag ontvangen partij en en de naam en het adres van de verkoper; ii) de hoeveelheid van elke voor verwerking geaccepteerde partij; c) de hoeveelheden van elk in artikel 1, lid 2, genoemd eindproduct die per dag zijn vervaardigd met opgave van de corresponderende hoeveelheid basisproducten en met vermelding van de hoeveelheden die zijn verkregen uit in het kader van contracten geaccepteerde partijen; d) per dag, de hoeveelheden en de prijs van elk door de verwerker aangekocht eindproduct, met vermelding van naam en adres van de verkoper. Deze gegevens mogen in het register worden opgenomen in de vorm van een verwijzing naar andere bewijsstukken, voorzover daarin de bovengenoemde gegevens zijn vermeld; e) per dag, de hoeveelheden en de prijs van elk eindproduct dat het verwerkingsbedrijf verlaat, met vermelding van naam en adres van de geadresseerde. Deze gegevens mogen in het register worden opgenomen in de vorm van een verwijzing naar andere bewijsstukken, voorzover daarin de bovengenoemde gegevens zijn vermeld. Voor pruimedanten en vijgen moet bij de onder c) bedoelde gegevens de voor de steun in aanmerking komende hoeveelheid eindproduct afzonderlijk worden vermeld. 2. Voor de in artikel 1, lid 2, onder a), b), i), k), l) m) en n), genoemde producten die gebruikt worden voor de vervaardiging van de in dat lid, onder c) en o), bedoelde vruchtenmengsels en bereide sausen, houdt de verwerker een afzonderlijk register bij waarin naast de in lid 1, onder a) tot en met d), bedoelde gegevens, worden vermeld: a) per dag, de verkregen hoeveelheden vruchtenmengsels en bereide sausen, uitgesplitst op basis van de samenstelling van deze producten in de zin van artikel 8, lid 4; b) voor elke partij afzonderlijk, de hoeveelheden en prijzen van de vruchtenmengsels en bereide sausen die het bedrijf van de verwerker verlaten, met vermelding van de geadresseerde; c) per dag, de inkomende aangekochte hoeveelheden producten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), b), i), k), l), m) en n), en de prijzen daarvan met vermelding van de verkoper. 3. De verwerker houdt dagelijks voor elke fabriek de stand der voorraden bij voor de in lid 1, onder c), d) en e), en in lid 2, onder a), b) en c), bedoelde producten. 4. De verwerker bewaart gedurende vijf jaar na afloop van het betrokken verwerkingsseizoen het bewijs van betaling voor alle in het kader van een contract aangekochte basisproducten, alsook het bewijs van betaling van elke aan- of verkoop van eindproducten. 5. De verwerker moet alle door de lidstaat noodzakelijk geachte inspecties of controles toestaan en moet de aanvullende registers bijhouden die door de lidstaat zijn voorgeschreven om de noodzakelijk geachte controles te kunnen verrichten. 6. De lidstaten kunnen bepalen in welke vorm (schriftelijk of via computerbestanden) de in de leden 1 en 2 bedoelde registers schriftelijk of computermatig moeten worden bijgehouden. 7. Voor de toepassing van dit artikel mogen de in het nationaal recht voorgeschreven registers of boekhouddocumenten worden gebruikt, voorzover zij de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gegevens omvatten. Artikel 18 1. Bij alle telersverenigingen die tomaten, perziken of peren voor verwerking leveren, worden per product en per verkoopseizoen de volgende controles uitgevoerd: i) fysieke controles die betrekking hebben op ten minste: - 5 % van de in artikel 4 en in artikel 5, lid 5, bedoelde oppervlakten; - 5 % van de in het kader van elk contract voor verwerking geleverde hoeveelheden, om de overeenstemming met de in artikel 11 bedoelde certificaten te verifiëren en om na te gaan of de minimumkwaliteitseisen in acht genomen zijn; ii) administratieve en boekhoudcontroles die betrekking hebben op ten minste 5 % van de bij de contracten betrokken telers, om met name na te gaan of voor iedere teler de oppervlakten, de totale oogst, de door de telersvereniging verkochte hoeveelheid, de voor verwerking geleverde hoeveelheid en de in de leveringscertificaten aangegeven hoeveelheid, enerzijds, corresponderen met de overeenkomstig artikel 7, lid 1, betaalde prijzen en de overeenkomstig in artikel 14, lid l, betaalde steunbedragen, anderzijds; iii) administratieve en boekhoudcontroles om de overeenstemming na te gaan tussen de hoeveelheden die aan de telersvereniging zijn geleverd door de in artikel 5, leden 5 en 6, bedoelde telers, de voor verwerking geleverde hoeveelheden, de in artikel 11 bedoelde leveringscertificaten en de in de steunaanvraag vermelde hoeveelheden, enerzijds, en de overeenkomstig artikel 7, lid 1, betaalde prijzen en de overeenkomstig artikel 14, lid 1, betaalde steunbedragen, anderzijds; iv) administratieve en boekhoudcontroles die betrekking hebben op ten minste 5 % van de in artikel 5, lid 7, bedoelde overeenkomsten; v) verificaties die betrekking hebben op alle steunaanvragen en bewijsstukken. 2. Bij de verwerkers van tomaten, perziken of peren worden bij elke fabriek per product en per verkoopseizoen de volgende controles uitgevoerd: i) controles die betrekking hebben op ten minste 5 % van de eindproducten, om na te gaan of de verwerking werkelijk plaatsgevonden heeft en of de geldende minimumkwaliteitseisen in acht genomen zijn; ii) administratieve en boekhoudcontroles die betrekking hebben op ten minste 5 % van de eindproducten, om bij in het kader van contracten en zonder contract geleverde hoeveelheden na te gaan welke hoeveelheid eindproduct het verwerkte basisproduct heeft opgeleverd; iii) fysieke en boekhoudcontroles op het daadwerkelijk voorhanden zijn van de voorraden; ook moet minstens tweemaal per jaar voor de gehele voorraad eindproducten de overeenstemming met de vervaardigde, aangekochte en verkochte hoeveelheden eindproducten worden nagegaan. Artikel 19 1. Bij elke telersvereniging die gedroogde pruimen of vijgen levert, worden administratieve en boekhoudcontroles uitgevoerd die betrekking hebben op minstens 5 % van de bij de contracten betrokken telers, om de overeenstemming na te gaan tussen: - het door elke teler geleverde basisproduct en - de overeenkomstig artikel 7 betaalde bedragen. 2. Bij elke fabriek worden per eindproduct en per verkoopseizoen de volgende controles uitgevoerd: a) onaangekondigde fysieke controles die betrekking hebben op ten minste 5 % van de eindproducten waarvoor productiesteun kan worden aangevraagd, om de inachtneming van de geldende minimumkwaliteitseisen na te gaan. Wanneer de analyse van de officieel genomen monsters uiteindelijk andere uitkomsten oplevert dan die welke in het register van de verwerker zijn opgetekend, en uit de analyse kan worden geconcludeerd dat de in de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen vervatte minimumeisen niet in acht zijn genomen, mag voor de betrokken verwerking geen steun worden uitgekeerd; b) administratieve en boekhoudcontroles om na te gaan: i) of de bij de verwerking gebruikte hoeveelheden basisproducten corresponderen met de in de steunaanvraag aangegeven hoeveelheden; ii) of de prijs die betaald is voor de basisproducten die tot de onder a) bedoelde producten zijn verwerkt, ten minste gelijk is aan de vastgestelde minimumprijs; iii) of de betalingen overeenkomstig artikel 7 zijn verricht. Artikel 20 1. Indien wordt vastgesteld dat voor een bepaald verkoopseizoen door een telersvereniging voor een product meer steun is aangevraagd dan verschuldigd is, wordt het steunbedrag gekort, tenzij het verschil toe te schrijven is aan een kennelijke fout. De korting is gelijk aan het verschil. Wanneer de steun reeds uitgekeerd is, betaalt de begunstigde het tweevoud van het vastgestelde verschil terug, vermeerderd met een rente over de periode tussen de datum waarop de steun is uitbetaald en de datum waarop de steun door de begunstigde is terugbetaald. Als rentevoet geldt de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, reeks C, bekendgemaakte rente die door de Europese Centrale Bank voor haar voornaamste herfinancieringstransacties gehanteerd wordt en die gold op de datum waarop het onrechtmatige bedrag is uitbetaald, verhoogd met 3 procentpunten. 2. Indien het in lid 1 bedoelde verschil groter is dan 20 %, verbeurt de begunstigde het recht op steun en moet hij, wanneer de steun reeds uitgekeerd is, het volledige bedrag van de uitgekeerde steun terugbetalen, vermeerderd met een overeenkomstig lid 1 berekende rente. Indien het verschil groter is dan 30 %, wordt de telersvereniging of de verwerker bovendien voor de drie daaropvolgende verkoopseizoenen uitgesloten van de steunregeling voor het betrokken product. 3. De teruggevorderde bedragen en de rente worden overgemaakt aan het bevoegde betaalorgaan en in mindering gebracht op de uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw gefinancierde uitgaven. 4. De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat overeenkomstig de artikelen 7 en 14 wordt voldaan aan de bepalingen inzake de te betalen prijzen en steunbedragen. Zij stellen met name de ten opzichte van de verantwoordelijke personen in de telersverenigingen toe te passen sancties vast, die evenredig moeten zijn met de ernst van de fouten. 5. Wanneer bij de in artikel 18, lid 1, onder i), bedoelde areaalcontroles wordt vastgesteld dat, wat de totale gecontroleerde oppervlakte betreft, de gedeclareerde oppervlakte verschilt van de daadwerkelijk gemeten oppervlakte, wordt, tenzij dit verschil toe te schrijven is aan een kennelijke fout, de steun aan de telersvereniging gekort met: - het geconstateerde verschilpercentage, wanneer dit meer dan 5 %, doch niet meer dan 20 % van de gemeten oppervlakte bedraagt; - 30 %, wanneer het geconstateerde verschil meer dan 20 % van de gemeten oppervlakte bedraagt. 6. Bij recidive van een telersvereniging trekt de lidstaat de erkenning van de telersvereniging respectievelijk de voorlopige erkenning van een voorlopig erkende telersvereniging in. Artikel 21 1. Wanneer wordt vastgesteld dat de in het kader van contracten voor verwerking geaccepteerde hoeveelheid tomaten, perziken of peren niet volledig verwerkt is tot één van de in artikel 1, lid 2, genoemde producten, betaalt de verwerker, behoudens overmacht, een bedrag dat gelijk is aan tweemaal het steunbedrag, vermenigvuldigd met de niet-verwerkte hoeveelheid basisproduct, vermeerderd met een overeenkomstig artikel 20, lid 1, berekende rente. Bovendien wordt de in artikel 3, lid 1, bedoelde erkenning van de verwerker geschorst: - voor het op de constatering volgende verkoopseizoen, wanneer het in de eerste alinea bedoelde verschil niet meer dan 10 % bedraagt; - voor de twee op de constatering volgende verkoopseizoenen, wanneer het verschil meer dan 10 %, maar niet meer dan 20 % bedraagt; - voor de drie op de constatering volgende verkoopseizoenen, wanneer het verschil meer dan 20 % bedraagt. Voor de toepassing van de eerste en de tweede alinea worden hoeveelheden eindproduct die niet aan de minimumkwaliteitseisen beantwoorden, gelijkgesteld met niet-verwerkte hoeveelheden, waarbij een tolerantie van 5 % geldt. 2. Bovendien wordt de in artikel 3, lid 1, bedoelde erkenning van de verwerker door de lidstaat ingetrokken, wanneer: - de telersvereniging met de medeplichtigheid van de betrokken verwerker valse aangiften indient; - de verwerker de in artikel 3, lid 4, onder e), bedoelde prijs niet betaalt; - de verwerker het in lid 1 bedoelde als sanctie toegepaste bedrag niet betaalt. De lidstaat bepaalt naar gelang van de ernst van de overtreding hoe lang de verwerker moet wachten voordat hij een nieuwe erkenningsaanvraag mag indienen. 3. De teruggevorderde bedragen en de rente worden aan het bevoegde betaalorgaan overgemaakt en op de uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw gefinancierde uitgaven in mindering gebracht. Artikel 22 1. Bij het onderzoek naar de inachtneming van de communautaire en nationale drempels wordt voor tomaten uitgegaan van de hoeveelheden waarvoor steun gevraagd is en voor perziken en peren van de hoeveelheden waarvoor steun verleend is, een en ander in elke betrokken lidstaat. 2. De lidstaten treffen de nodige maatregelen met het oog op hun onderlinge administratieve samenwerking om de correcte toepassing van deze verordening te waarborgen. TITEL VII Mededelingen aan de Commissie Artikel 23 Elke betrokken lidstaat deelt de Commissie de volgende gegevens mee: 1. vóór het begin van ieder verkoopseizoen, in voorkomend geval, dat het bepaalde in artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 wordt toegepast en welke de hoeveelheden van de twee betrokken subdrempels zijn; 2. uiterlijk op 10 december: a) de totale hoeveelheid tomaten waarvoor steun is gevraagd, in voorkomend geval, uitgesplitst naar subdrempel; b) een raming van de hoeveelheid gedroogde pruimen, niet-verwerkte gedroogde vijgen, perziken en peren, die bestemd zijn voor verwerking tot één van de in artikel 1, lid 2, genoemde producten; 3. uiterlijk op 1 maart voor tomaten, uiterlijk op 15 april voor perziken of peren en uiterlijk op 1 juni voor pruimedanten en gedroogde vijgen, uitgesplitst naar hoeveelheden waarvoor steun verleend is en hoeveelheden waarvoor geen steun verleend is: a) de hoeveelheid in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met o), genoemde eindproducten; b) de hoeveelheid basisproduct die voor de vervaardiging van elk van de onder a) bedoelde producten is gebruikt; c) de hoeveelheid onder a) bedoelde producten die, wat de producten op basis van tomaten, perziken of peren betreft, aan het einde van het vorige verkoopseizoen en, wat pruimedanten en gedroogde vijgen betreft, op 1 mei voorradig was, waarbij voor tomaten de hoeveelheid uitgesplitst wordt in verkochte en niet-verkochte producten; d) voor tomaten: - het in het verkoopseizoen aangeplante totale areaal in hectare; - de gemiddelde opbrengst voor het verkoopseizoen, uitgedrukt in ton/hectare; - het areaal en de opbrengst, uitgesplitst naar langwerpige en ronde variëteiten; - het gemiddelde gehalte aan oplosbare drogestof van de voor de bereiding van tomatenconcentraat bestemde tomaten; e) de onder a) tot en met c) bedoelde gegevens moeten ook de hoeveelheden van de in artikel 1, lid 2, onder a), b), i), k) l), m) en n), genoemde producten omvatten die zijn gebruikt voor de vervaardiging van de in dat lid, onder c) en o), genoemde producten; f) de in totaal vervaardigde hoeveelheid van de in artikel 1, lid 2, onder c) en o), genoemde producten, uitgesplitst naar de bij de vervaardiging ervan gebruikte producten zoals bedoeld in dat lid, onder a), b), i), k), l), m) of n); 4. uiterlijk op 1 juni een verslag over de resultaten van de in het lopende verkoopseizoen verrichte controles, met vermelding van het aantal controles en de uitkomsten daarvan per categorie vastgestelde feiten; 5. voor tomaten, uiterlijk 60 dagen na afloop van de termijn voor het sluiten van de contracten, de hoeveelheden waarvoor een contract is gesloten. TITEL VIII Overgangs- en slotbepalingen Artikel 24 1. Wanneer op grond van artikel 3, lid 1, tweede alinea, en artikel 6 bis, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2201/96 contracten worden gesloten tussen individuele telers en verwerkers, zijn de artikelen 3 tot en met 7, 10 tot en met 15, 18 tot en met 20 en 22 mutatis mutandis van toepassing voor het verkoopseizoen 2001/2002. 2. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om na te gaan of het bepaalde in artikel 3, lid 1, tweede alinea, en artikel 6 bis, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2201/96 in acht genomen is. 3. Voor het verkoopseizoen 2001/2002 geldt voor tomaten het volgende: - verwerkingsbedrijven waarvoor in het verkoopseizoen 2000/2001 de steunregeling is toegepast en nieuwe bedrijven die hun werkzaamheden beginnen, worden geacht erkend te zijn, tenzij de lidstaat dit anders besluit; - in afwijking van artikel 6, wordt de kadastrale omschrijving van de percelen of elke andere door de controle-instantie als gelijkwaardig erkende aanduiding aanvaard als referentiegegeven voor de percelen; - in afwijking van artikel 3, lid 3, wordt de uiterste datum voor het sluiten van contracten op 31 maart 2001 vastgesteld. 4. Tot 1 januari 2003 wordt voor perziken en peren, in afwijking van artikel 6, de kadastrale omschrijving van de percelen of elke andere door de controle-instanties als gelijkwaardig erkende aanduiding als referentiegegeven voor de percelen aanvaard. Artikel 25 De Verordeningen (EEG) nr. 1709/84, (EG) nr. 504/97 en (EG) nr. 661/97 worden ingetrokken met ingang van het einde van het verkoopseizoen 2000/2001 voor elk van de betrokken producten. Verordening (EEG) nr. 2022/92 wordt ingetrokken. Artikel 26 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 2 maart 2001. Voor de Commissie Franz Fischler Lid van de Commissie (1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. (2) PB L 311 van 12.12.2000, blz. 9. (3) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49. (4) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. (5) PB L 328 van 23.12.2000, blz. 2. (6) PB L 355 van 5.12.1992, blz. 1. (7) PB L 182 van 21.7.2000, blz. 4. (8) PB L 391 van 31.12.1992, blz. 36. (9) PB L 314 van 14.12.2000, blz. 8. (10) PB L 78 van 20.3.1997, blz. 14. (11) PB L 190 van 23.7.1999, blz. 11. (12) PB L 162 van 20.6.1984, blz. 8. (13) PB L 187 van 20.7.1999, blz. 27. (14) PB L 207 van 23.7.1992, blz. 9. (15) PB L 100 van 17.4.1997, blz. 41. (16) PB L 349 van 24.12.1998, blz. 34. (17) PB L 244 van 30.9.1993, blz. 23.