Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995R2961

Verordening (EG) nr. 2961/95 van de Raad van 18 december 1995 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van peroxodisulfaten (persulfaten) van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige recht

PB L 308 van 21.12.1995, pp. 61–64 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 22/12/2000

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1995/2961/oj

31995R2961

Verordening (EG) nr. 2961/95 van de Raad van 18 december 1995 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van peroxodisulfaten (persulfaten) van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige recht

Publicatieblad Nr. L 308 van 21/12/1995 blz. 0061 - 0064


VERORDENING (EG) Nr. 2961/95 VAN DE RAAD van 18 december 1995 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van peroxodisulfaten (persulfaten) van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige recht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3283/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 23,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (2), inzonderheid op artikel 12,

Gezien het voorstel van de Commissie dat na overleg in het Raadgevend Comité is ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. Voorlopige maatregelen

(1) De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 1748/95 (3) (hierna "voorlopige verordening" genoemd) voorlopige anti-dumpingrechten ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van peroxodisulfaten (persulfaten), ingedeeld onder GN-code 2833 40 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Bij Verordening (EG) nr. 2677/95 (4) heeft de Commissie de geldigheidsduur van dit recht met twee maanden verlengd, waardoor het eerst op 20 januari 1996 zal vervallen.

B. Vervolg van de procedure

(2) Na de instelling van het voorlopige anti-dumpingrecht werden de belanghebbenden die hierom hadden verzocht door de Commissie gehoord. Zij hebben hun opmerkingen over de bevindingen ook schriftelijk uiteengezet.

(3) De betrokkenen werden op hun verzoek in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de aanbeveling te doen, definitieve anti-dumpingrechten in te stellen en de bedragen die uit hoofde van het voorlopige recht als zekerheid waren gesteld, definitief te innen. Tevens werd een termijn vastgesteld waarbinnen de betrokkenen, na deze mededelingen, opmerkingen konden maken.

(4) De Commissie heeft de mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de betrokkenen onderzocht en haar bevindingen op grond hiervan zo nodig gewijzigd.

C. Onderzocht produkt

(5) In het kader van de voorlopige bevindingen had de Commissie vastgesteld (punt 9 van de voorlopige verordening) dat de drie soorten persulfaat, namelijk ammonium-, natrium- en kaliumpersulfaat als één produkt zijn te beschouwen. Volgens de voorlopige vaststelling hebben de drie soorten persulfaat hetzelfde eindgebruik, namelijk als initiator en oxydator in de textiel- en chemische industrie, en zijn zij onderling verwisselbaar.

(6) De twee medewerking verlenende exporteurs stelden dat de drie soorten persulfaat niet voldoende onderling verwisselbaar zijn daar de eindgebruikers in de praktijk slechts in beperkte mate van de ene op de andere soort kunnen overschakelen. Volgens deze exporteurs is de produktie van een concurrerend eindprodukt in hoge mate afhankelijk van de prijzen van tussenprodukten zoals persulfaten. De keuze van de eindgebruikers voor een bepaald soort persulfaat wordt bepaald door de noodzaak een concurrerend eindprodukt te maken. Indien de drie soorten persulfaat onderling verwisselbaar waren, zouden alle eindgebruikers, gezien de prijsverschillen tussen de soorten, uitsluitend het goedkoopste persulfaat aankopen om de kostprijs van hun eindprodukten zo laag mogelijk te houden.

(7) Na onderzoek van de argumenten van de exporteurs en het commentaar daarop van de bedrijfstak van de Gemeenschap, bevestigt de Raad de voorlopige bevindingen dat de drie soorten persulfaat als één produkt moeten worden beschouwd, omdat:

- de drie soorten persulfaat in wezen dezelfde kenmerken hebben, daar bij alle soorten de in het persulfaat aanwezige anionen de actieve bestanddelen zijn, zodat de eindgebruikers in het algemeen van de ene op de andere soort kunnen overschakelen,

- het voornaamste eindgebruik als initiator en oxydator voor alle drie de soorten persulfaat hetzelfde is;

- de prijsverschillen van persulfaat voornamelijk veroorzaakt worden door prijsschommelingen van de grondstoffen waarvan persulfaat wordt vervaardigd, namelijk ammonium, natrium en kalium;

- de prijsniveaus van verschillende soorten persulfaat in de Gemeenschap in hoge mate onderling afhankelijk zijn;

- persulfaten als hulpmateriaal slechts een fractie van de totale produktiekosten van andere produkten uitmaken in het prijsverschil tussen de drie soorten slechts een van de factoren is die de keuze van de afnemer bepalen, daar andere overwegingen zoals de fabrieksuitrusting, de grootte van de deeltjes en milieu-overwegingen bij deze keuze een belangrijke rol spelen.

D. Soortgelijk produkt

(8) In het kader van de voorlopige bevindingen was de Commissie van oordeel dat de persulfaten die in de Volksrepubliek China, in de Gemeenschap en in Japan werden geproduceerd, een soortgelijk produkt waren, omdat al deze persulfaten dezelfde chemische samenstelling en dezelfde toepassingsmogelijkheden hebben.

(9) Volgens de Chinese exporteurs zijn de Chinese persulfaten en de in de Gemeenschap en Japan vervaardigde persulfaten geen soortgelijke produkten. De Chinese persulfaten zijn door een hoger ijzergehalte van minder goede kwaliteit. Bovendien is de zuiverheidsgraad van het Chinese persulfaat dikwijls slechts 98 %, terwijl dat van de producenten van de Gemeenschap 99 % is, en heeft het Chinese persulfaat een grotere viscositeit.

(10) Na onderzoek van de argumenten van de exporteurs en het commentaar daarop van de bedrijven bevestigt de Raad de voorlopige bevindingen dat het in de Gemeenschap, het in Japan en het in de Volksrepubliek China geproduceerde persulfaat soortgelijke produkten zijn, omdat:

- de drie verschillende soorten persulfaat door de Volksrepubliek China worden geproduceerd en uitgevoerd en dezelfde drie soorten persulfaat in de Gemeenschap en in Japan worden geproduceerd en verkocht,

- de kwaliteitsverschillen in zuiverheidsgraad en ijzergehalte tussen de persulfaten van verschillende oorsprong niet afdoen aan het feit dat zij als soortgelijke produkten zijn te beschouwen, omdat bij vergelijking per soort van de in de Gemeenschap en Japan geproduceerde persulfaten enerzijds en de Chinese persulfaten anderzijds blijkt dat de chemische samenstelling en de toepassingsmogelijkheden dezelfde zijn.

E. Dumping

1. Normale waarden

(11) De Commissie heeft de normale waarde vastgesteld aan de hand van de nettoverkoopprijs van het soortgelijke produkt in Japan dat als referentieland was gekozen.

(12) Gezien de economische hervormingen die in de Volksrepubliek China hebben plaatsgevonden, maakten de twee medewerking verlenende exporteurs bezwaar tegen het feit dat China nog steeds niet als een land met markteconomie werd beschouwd. Voorts maakten de exporteurs bezwaar tegen de keuze van Japan als referentieland, gezien het weinig open karakter van de Japanse markt, wat tot hoge binnenlandse prijzen zou leiden.

(13) Op grond van artikel 2, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 dient de Volksrepubliek China als een land zonder markteconomie te worden beschouwd. De normale waarde moet daarom aan de hand van een in dat artikel genoemd criterium worden vastgesteld. In onderhavig geval werd de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 5, letter a), onder i), vastgesteld.

(14) De redenen voor de keuze van Japan als referentieland zijn in de voorlopige verordening uitgebreid uiteengezet (punten 15 en 17). Bovendien hebben de betrokken exporteurs geen ander geschikt referentieland voorgesteld. De bewering dat de prijzen van het betrokken produkt in Japan hoog zijn vanwege de aard van het Japanse distributiesysteem, wat zou betekenen dat het betrokken produkt in Japan niet in het kader van normale handelstransacties wordt verkocht, is niet in overeenstemming met de resultaten van de controle bij twee onafhankelijke Japanse bedrijven, noch met de inlichtingen die bij andere bij het onderzoek betrokken producenten werden verkregen.

2. Exportprijs

(15) Over de werkwijze van de Commissie in het kader van de voorlopige bevindingen werden verder geen opmerkingen ontvangen. De bevindingen van de voorlopige verordening (punten 19 en 20) worden derhalve bevestigd.

3. Vergelijking

(16) Volgens de twee medewerking verlenende exporteurs was het Chinese persulfaat van mindere kwaliteit dan het Japanse persulfaat. Voor dit verschil in fysieke hoedanigheden zou een correctie moeten worden toegepast.

(17) De mindere kwaliteit van het in de Volksrepubliek China geproduceerde persulfaat ten opzichte van het in Japan en de Gemeenschap geproduceerde persulfaat zou het gevolg zijn van een lagere zuiverheidsgraad, een verschillend ijzergehalte en een grotere viscositeit. Er werden echter geen gegevens verstrekt waaruit bleek dat deze verschillen in fysieke hoedanigheden van invloed waren op de vergelijkbaarheid van de prijzen. Het verzoek werd daarom van de hand gewezen.

F. Dumpingmarge

(18) De twee medewerking verlenende exporteurs stelden dat de dumpingmarges berekend dienden te worden aan de hand van de exportprijzen van elke individuele exporteur en dat voor de niet-medewerkende exporteurs een aparte dumpingmarge berekend zou moeten worden aan de hand van de beschikbare gegevens.

(19) Volgens de vaste praktijk van de communautaire Instellingen kan aan de twee medewerkende exportbedrijven echter geen individuele behandeling worden toegekend, daar zij beide voor 100 % eigendom zijn van de Chinese Staat.

(20) Daar over de werkwijze van de Commissie in het kader van de voorlopige bevindingen geen andere opmerkingen werden ontvangen, wordt de gewogen gemiddelde dumpingmarge bevestigd en definitief vastgesteld op 110,1 % van de cif-prijs franco grens Gemeenschap.

G. Schade

4. Factoren die verband houden met de invoer met dumping

(21) Volgens de twee medewerkende exporteurs diende bij de berekening van de prijsonderbieding rekening te worden gehouden met de mindere kwaliteit (zuiverheidsgraad, ijzergehalte, viscositeit) van het Chinese persulfaat ten opzichte van het in de Gemeenschap vervaardigde persulfaat.

(22) Er werd echter geen materiaal voorgelegd waaruit bleek dat het kwaliteitsverschil tussen het in de Gemeenschap en het in China geproduceerde persulfaat van invloed was op de prijzen van deze produkten. Persulfaat is in het algemeen kleverig. Er werd niet aangetoond dat oorsprong of kwaliteit van invloed was op deze eigenschap van het produkt.

(23) De voorlopige bevindingen inzake onderbieding worden derhalve bevestigd. Daar geen andere opmerkingen over de voorlopige bevindingen inzake schade zijn ontvangen, is de definitieve conclusie van de Raad dat de industrie van de Gemeenschap schade heeft geleden.

H. Oorzakelijk verband

5. Gevolgen van andere factoren

(24) De twee exporteurs stelden dat de producenten van de Gemeenschap vroeger hoge prijzen hebben kunnen vragen omdat zij gezamenlijk een dominante positie op de markt innamen. Deze prijzen moesten dalen toen de conjunctuur achteruitging.

(25) Er werd echter geen materiaal voorgelegd waaruit bleek dat de producenten van de Gemeenschap schade hebben geleden omdat zij hun dominante positie op de markt niet hebben kunnen handhaven. Bij het onderzoek van de Commissie is daarentegen gebleken dat de onderzochte bedrijven een verschillend marketing- en prijsbeleid voerden en dat zij bij het lage prijsniveau in de Gemeenschap geen winst konden maken. Bovendien is de markt voor persulfaten steeds concurrerend gebleven, mede omdat op die markt steeds voldoende hoeveelheden aanwezig waren uit niet bij de procedure betrokken derde landen.

(26) Zoals in de punten 25 en 35 van de voorlopige verordening vermeld, vielen de prijsdaling in de Gemeenschap en de inkrimping van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap samen met de invoer van het laaggeprijsde persulfaat uit China. Hierdoor zijn de winsten van de producenten van de Gemeenschap aanzienlijk gedaald of leden zij zelfs verlies. Het is duidelijk dat de aanmerkelijke schade die de producenten van de Gemeenschap hebben geleden in de eerste plaats aan de invoer met dumping is te wijten, hoewel een inkrimping van de vraag ook tot de schade kan hebben bijdragen.

(27) De voorlopige bevindingen ten aanzien van dumping worden derhalve bevestigd.

I. Belang van de Gemeenschap

(28) Daar geen andere argumenten naar voren werden gebracht, worden de bevindingen in de punten 40 en 41 van de voorlopige verordening bevestigd.

J. Recht

(29) De twee medewerkende Chinese exporteurs hebben verzocht om een afzonderlijke berekening van de schademarges voor elk van drie soorten persulfaat, omdat deze niet onderling verwisselbaar zouden zijn en daarom niet als een soortgelijk produkt konden worden beschouwd.

(30) Om de in punt 7 genoemde redenen dienen de drie soorten persulfaat als één produkt te worden beschouwd. De claim van de exporteurs wordt daarom van de hand gewezen. De werkwijze van de Commissie voor het vaststellen van de hoogte van het voorlopige recht, zoals in de punten 42, 43 en 44 van de voorlopige verordening uiteengezet, wordt bevestigd.

(31) Daar de vastgestelde dumpingmarge hoger is dan het percentage waarmee de bestaande exportprijzen moeten stijgen om de door de producenten van de Gemeenschap geleden schade ongedaan te maken, dient het definitieve recht op de schademarge te worden afgestemd, wat neerkomt op een recht van 83,3 %.

K. Inning van het voorlopige recht

(32) Gezien de vastgestelde dumpingmarge en de schade die de producenten van de Gemeenschap hebben geleden, dienen de bedragen die uit hoofde van het voorlopige anti-dumpingrecht als zekerheid zijn gesteld definitief te worden geïnd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een definitief anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van peroxodisulfaten (persulfaten), ingedeeld onder GN-code ex 2833 40 00 (Taric-code 2833 44 00 * 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2. Het recht bedraagt 83,3 % van de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring.

3. De bepalingen inzake de douanerechten zijn van toepassing, tenzij anders vermeld.

Artikel 2

De bedragen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1748/85 uit hoofde van het voorlopige anti-dumpingrecht als zekerheid zijn gesteld, worden definitief geïnd tot het bedrag van het definitieve recht.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 december 1995.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. BORRELL FONTELLES

(1) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1251/95 (PB nr. L 122 van 2. 6. 1995, blz. 1).

(2) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10).

(3) PB nr. L 169 van 19. 7. 1995, blz. 15.

(4) PB nr. L 275 van 18. 11. 1995, blz. 21.

Top