This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31994R2819
Council Regulation (EC) No 2819/94 of 17 November 1994 imposing a definitive anti-dumping duty on imports of potassium permanganate originating in the People's Republic of China
Verordening (EG) nr. 2819/94 van de Raad van 17 november 1994 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Verordening (EG) nr. 2819/94 van de Raad van 17 november 1994 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
PB L 298 van 19.11.1994, pp. 32–38
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 20/11/1999
Verordening (EG) nr. 2819/94 van de Raad van 17 november 1994 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Publicatieblad Nr. L 298 van 19/11/1994 blz. 0032 - 0038
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 33 blz. 0073
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 33 blz. 0073
VERORDENING (EG) Nr. 2819/94 VAN DE RAAD van 17 november 1994 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op de artikelen 12, 14 en 15, Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na overleg in het kader van het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) De procedure werd ingeleid met een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2). In november 1986 heeft de Commissie bij Besluit 86/589/EEG (3) onder meer een prijsverbintenis aanvaard die was aangeboden door de exporteur in de Volksrepubliek China in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van kaliumpermanganaat. (2) Aangezien de exporteur in de Volksrepubliek China zijn verbintenis niet is nagekomen, heeft de Commissie haar aanvaarding van de verbintenis ingetrokken en bij Verordening (EEG) nr. 360/88 (4) opnieuw een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld en voorts besloten (5) het anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China te heropenen. De Raad heeft op de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China bij Verordening (EEG) nr. 1531/88 (6) een definitief anti-dumpingrecht ingesteld. Het ingestelde recht was gelijk aan, hetzij, indien de nettoprijs per kilo, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, minder beliep dan 2,25 ecu, het verschil tussen de nettoprijs en dit bedrag, hetzij 20 % van die nettoprijs per kilo, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, indien dit meer zou zijn. (3) Na de bekendmaking in december 1992 van een bericht van het naderende vervallen van de geldende maatregelen (7) heeft de Commissie een namens producenten die stelden de totale produktie van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap te vertegenwoordigen, door de Europese Raad van de Bonden van de Chemische Nijverheid ( "Conseil européen des fédérations de l'industrie chimique" (CEFIC)) ingediend verzoek om een nieuw onderzoek ontvangen. (4) Daarop heeft de Commissie in een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (8) een nieuw onderzoek van de geldende anti-dumpingmaatregelen aangekondigd. (5) De Commissie heeft de haar bekende exporteur en importeurs, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de klagende producenten in de Gemeenschap hiervan in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid geboden hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken om te worden gehoord. (6) Alle klagende producenten van de Gemeenschap hebben de vragenlijst beantwoord en hun standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. (7) Noch de Chinese overheid, noch de exporteur in de Volksrepubliek China, noch de bekende verbonden importeurs in de Gemeenschap en evenmin de niet-verbonden importeurs hebben de vragenlijst beantwoord. (8) De Commissie heeft alle informatie die zij voor de vaststelling nodig achtte, verzameld en geverifieerd. De normale waarde diende te worden vastgesteld aan de hand van de binnenlandse prijzen in een vergelijkbaar land (zie overweging 29). Onderzoeken zijn derhalve ten kantore van de volgende ondernemingen uitgevoerd: - klagende producenten in de Gemeenschap: - Chemie AG (Duitsland) - Industrial Química del Nalón (Spanje) - referentieland: - Carus Chemical Company, Ottawa, Illinois, VSA. (9) Het dumpingonderzoek bestreek het tijdvak 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993, hierna "het onderzoektijdvak" genoemd. B. BETROKKEN PRODUKT EN SOORTGELIJK PRODUKT (10) Het produkt waarop de klacht betrekking had en waarvoor het nieuwe onderzoek werd ingeleid, is kaliumpermanganaat, vallende onder GN-code 2841 60 10 (vóór 1992 GN-code ex 2841 60 00). Dit is identiek aan het produkt waarop het voorafgaande onderzoek betrekking had en waarop het definitieve recht was ingesteld. (11) Kaliumpermanganaat is een krachtige oxidator die wordt gebruikt voor de behandeling van drink- en van afvalwater, in de chemische industrie, bij aquacultuur, bij de metaalraffinage en de oppervlaktereiniging van metalen, als ontsmettingsmiddel in de landbouw en in de veterinaire praktijk, bij de zuivering van rookgassen, bij het bleken en bij speciale behandelingen in de textielnijverheid, bij desodorisatie, bij ontsmetting van radioactieve materialen, bij reiniging van gasturbinemotoren, bij vervaardiging van printkaarten en bij de luchtzuivering in onderzeeboten. Het produkt kan in drie kwaliteiten worden vervaardigd, namelijk in technische kwaliteit, in poeder- of korrelvorm, en in farmaceutische kwaliteit. Alle kwaliteiten worden in hetzelfde produktieproces verkregen, vertonen dezelfde scheikundige eigenschappen en zijn bij elk gebruik onderling verwisselbaar. De vraag is bepalend voor de specifieke kwaliteit waarin het materiaal wordt vervaardigd nadat de nodige analyses zijn uitgevoerd. (12) Uit het onderzoek is gebleken dat het door de producenten in de Gemeenschap vervaardigde en aldaar op de markt verkochte produkt in zijn scheikundige kenmerken identiek is aan het uit de Volksrepubliek China ingevoerde kaliumpermanganaat. Daarom wordt het als een soortgelijk produkt beschouwd in de zin van artikel 2, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, hierna "basisverordening" genoemd. C. BEDRIJFSTAK VAN DE GEMEENSCHAP (13) Tot 1990 was er in de Gemeenschap slechts één producent. De andere producent, in de voormalige Duitse Democratische Republiek, is bij de Duitse eenmaking deel van de bedrijfstak van de Gemeenschap gaan uitmaken. Voor de Duitse producent maakte de eenmaking een fundamentele institutionele aanpassing aan de markteconomie noodzakelijk. Vanaf het begin van de economische, monetaire en sociale unie op 1 juli 1990 moest deze producent zich aan de marktomstandigheden aanpassen. Hij vormde een onderdeel van het voormalige conglomeraat "VEB Chemiekombinat Bitterfeld" en wordt thans door de "Treuhandanstalt", de Duitse staatsholdingmaatschappij, geprivatiseerd. Op het vlak van de Gemeenschap werden gedurende het tijdvak dat aan de formele eenmaking voorafging (1 juli 1990 tot en met 2 oktober 1990) regels voor de handel met de voormalige Duitse Democratische Republiek vastgesteld die ten doel hadden de vrije toegang van produkten uit de Gemeenschap tot de markt van de Duitse Democratische Republiek en een gelijkwaardige toegang tot de markt van de Gemeenschap voor produkten uit dit land te bevorderen (zie Verordening (EEG) nr. 1794/90 van de Raad (9)). Bij Verordening (EEG) nr. 1795/90 van de Commissie (10) werd de voormalige Duitse Democratische Republiek voor de toepassing van deze verordening geacht deel uit te maken van de Gemeenschap. Met de formele eenmaking op 3 oktober 1990 werd de voormalige Duitse Democratische Republiek deel van de Gemeenschap. Dientengevolge maken alle Duitse producenten sedert 1 juli 1990 deel uit van de bedrijfstak van de Gemeenschap. De klagende producenten vervaardigen de totale produktie van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap. Zij vormen derhalve de bedrijfstak van de Gemeenschap in de zin van artikel 4, lid 5, van de basisverordening. D. HUIDIGE TOESTAND OP DE MARKT VAN DE GEMEENSCHAP (14) Ten einde vast te stellen of het vervallen van de geldende maatregelen opnieuw tot schade of dreiging van schade zou leiden, was het allereerst noodzakelijk de huidige economische toestand van de bedrijfstak van de Gemeenschap te onderzoeken. Produktie (15) De totale produktie van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap daalde van 1989 tot het onderzoektijdvak met 74 %. Dit cijfer wordt beïnvloed door de aanpassing van de Duitse producent aan de marktomstandigheden, hetgeen zich grotendeels in slechts één jaar (1990 tot 1991) heeft voltrokken. Ten opzichte van 1991 blijkt de produktie van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het onderzoektijdvak met 52 % te zijn teruggevallen. Produktiecapaciteit en benuttingsgraad (16) De capaciteit bleef met 7 500 ton per jaar stabiel. De benuttingsgraad viel terug van 75,8 % in 1988 tot 33,9 % in het onderzoektijdvak. Afzet (17) De afzet van de bedrijfstak van de Gemeenschap op de markt van de Gemeenschap daalde van 1989 tot het onderzoektijdvak met bijna 50 %. Dit percentage overtreft de daling van het verbruik van 36 % in deze periode. Voorraden (18) De voorraden daalden van 1 132 ton (1989) tot 785 ton (onderzoektijdvak), na een piek van 1 349 ton in 1991. Deze daling werd veroorzaakt door verkopen uit voorraad, terwijl de bedrijfstak van de Gemeenschap in 1992 en gedurende het onderzoektijdvak in bepaalde periodes de produktie staakte. Werkgelegenheid (19) Het teruglopen van de voorraden ging dus ten koste van de werkgelegenheid, die van 1989 tot het onderzoektijdvak met 37,3 % daalde. Deze daling moet voor 70 % worden toegeschreven aan de overgangssituatie waarin het oostelijk deel van Duitsland zich toen bevond. De tijdelijke ontslagen of de werktijdverkortingen die moesten worden doorgevoerd om het stilleggen van fabrieken te compenseren, komen in deze cijfers evenwel niet tot uitdrukking. Verbruik in de Gemeenschap en marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap (20) Het zichtbare verbruik op de markt van de Gemeenschap, gebaseerd op de invoer en de omvang van de verkopen van de bedrijfstak van de Gemeenschap, is gedaald van 4 459 ton in 1989 tot 2 641 ton in het onderzoektijdvak, een terugval van 41 %. De statistieken over de periode 1989 tot en met 1991 hebben echter eveneens betrekking op "andere manganaten", die 14 % van de invoer onder het hoofd GN-code ex 2841 60 00 vertegenwoordigen. Op basis van deze aangepaste invoercijfers voor de jaren 1989-1991 bedraagt de daling van het verbruik 36 %. De daling van de afzet van de bedrijfstak van de Gemeenschap (zie overweging 17) was sterker dan de inkrimping van de markt en leidde derhalve tot een verlies van marktaandeel van 7,8 percentpunten. Prijstendensen (21) De nettoverkoopprijzen vertoonden van 1990 tot het onderzoektijdvak een stijging van gemiddeld 6,8 %. Dit cijfer werd evenwel beïnvloed door de bijzondere ontwikkelingen die zich bij de Duitse eenmaking hebben voorgedaan (zie overweging 13). De Duitse producent heeft zich sedertdien aan de omstandigheden van de markteconomie moeten aanpassen en heeft zijn prijzen, vanaf een veel lager niveau dan dat van de communautaire markt, met meer dan 12 % opgetrokken tot, in het onderzoektijdvak, de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap zich op hetzelfde niveau bevonden. De andere producent van de Gemeenschap, die dit soort invloeden niet heeft ondergaan, heeft daarentegen van 1990 tot het onderzoektijdvak een gestage prijsval van 13 % laten zien. De gevolgtrekking is derhalve dat de marktprijzen overal in de Gemeenschap zijn gedaald. Winstgevendheid (22) Als gevolg van de speciale omstandigheden bij de Duitse producent (zie overweging 13) is er voor 1989 geen gemiddelde winst-verliesmarge beschikbaar. De verliesmarge voor de producenten van de Gemeenschap beliep in 1990 in doorsnee 1,8 %. Deze verliesmarge liep in het onderzoektijdvak op tot 15,1 %. De producenten van de Gemeenschap waren niet in staat opnieuw winstgevend te worden, aangezien zij van 1990 tot het onderzoektijdvak met verlies verkochten. Investeringen (23) Gedurende meer dan vijf jaar heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap slechts kleine bedragen geïnvesteerd in vervangingen en kleine verbeteringen van afzonderlijke /onderdelen in de fabrieken. Als gevolg van de stilleggingen (zie overweging 18) hebben de produktievoorzieningen minder slijtage ondergaan dan onder normale produktieomstandigheden het geval zou zijn geweest. Om de produktiviteit te verhogen diende Chemie AG, de producent in het oostelijk deel van Duitsland, gedurende het onderzoektijdvak belangrijker bedragen te investeren. Om het voormalige conglomeraat op de privatisering voor te bereiden, werd het opgesplitst en omgevormd, hetgeen tot de scheiding van voordien geïntegreerde scheikundige processen heeft geleid. Investeringen hadden ten doel deze verloren gegane interne banden te vervangen. Dit heeft evenwel wat produktiviteit of efficiëntie betreft, niets opgeleverd. Gevolgtrekking (24) De conclusie luidde derhalve dat de bedrijfstak van de Gemeenschap, ondanks de van kracht zijnde maatregelen, duidelijke tekenen van economische moeilijkheden bleef vertonen. De afzet van de communautaire bedrijfstak liep aanzienlijk terug, zowel in volume als in marktaandeel. Deze ontwikkelingen hebben, in combinatie met de voortdurend verlieslatende afzet en de lage prijzen, de produktie- en werkgelegenheidscijfers zwaar onder druk gezet. E. GEDRAG VAN DE BETROKKEN EXPORTEURS (25) Tevens was het noodzakelijk het gedrag van de betrokken exporteurs te onderzoeken. Gebrek aan medewerking van de Chinese overheid, de Chinese exporteur en alle bekende importeurs (zie overweging 7) maakte een nauwkeurige beoordeling moeilijk. Omvang en marktaandeel van de invoer uit de Volksrepubliek China (26) De invoer uit de Volksrepubliek China was gestegen van 433 ton in 1989 tot 448 ton gedurende het onderzoektijdvak. Dit staat in contrast met de ontwikkeling van het verbruik (overweging 20) dat juist sterk was gedaald. Het marktaandeel van de Chinese invoer is gestegen van 9,7 % in 1989 tot 16,9 % gedurende het onderzoektijdvak. Het is echter vrijwel zeker dat het werkelijke marktaandeel hoger lag. Uit de statistieken blijkt het bestaan van invoer uit derde landen waarin geen of slechts een zeer geringe produktie van het soortgelijke produkt bestaat. Zo is er bij voorbeeld invoer uit Noord-Korea geregistreerd terwijl er in dat land duidelijk geen produktie bestaat. Evenzo zal het merendeel van de invoer die volgens de statistieken van oorsprong uit India is, een andere oorsprong moeten hebben, aangezien de drie in India bekende fabrieken een zeer geringe capaciteit hebben, namelijk elk minder dan 40 ton per jaar, hetgeen volgens Eurostat juist 26 % van de Indiase invoer betekent. Bovendien is uit een douaneonderzoek van 1991 gebleken dat kaliumpermanganaat op frauduleuze wijze als van oorsprong uit Hong-Kong of Taiwan werd aangegeven, ofschoon werd vastgesteld dat in deze landen geen produktie bestond. De uitkomsten van dit onderzoek blijken niet uit de statistieken van Eurostat. Indien nu de invoer uit India, Noord-Korea en Taiwan, waarvan vermoed wordt dat deze andere oorsprong heeft, aan de Volksrepubliek China zou worden toegeschreven, zou in de Gemeenschap het marktaandeel voor dit land 40 % benaderen. Verkoopprijzen (27) Er werd onderzocht of de exporterende producent gedurende het onderzoektijdvak de prijzen van de producenten van de Gemeenschap heeft onderboden. Uit de gegevens van Eurostat blijkt dat de cif-prijzen voor het Chinese produkt gedurende het onderzoektijdvak 11,5 % onder de prijzen van de producenten van de Gemeenschap lagen. De bevindingen van dit onderzoek hebben bevestigd dat de prijzen van Eurostat voor de invoer van kaliumpermanganaat uit China in de Gemeenschap niet overeenkomen met de werkelijke prijzen van de Chinese goederen. De klagers hebben namelijk bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat de werkelijke prijzen van het Chinese produkt gedurende het onderzoektijdvak veel lager waren dan die van Eurostat. Tot staving hiervan deden zij de klacht vergezeld gaan van prijsopgaven voor het Chinese produkt waaruit blijkt dat de gemiddelde cif-prijzen duidelijk onder de cijfers van Eurostat lagen. Daar komt nog bij dat de toerekening aan de Chinese invoer van soortgelijke produkten waarvan wordt vermoed dat zij van Chinese oorsprong zijn, maar die volgens de statistieken uit andere landen afkomstig zijn (zie overweging 26), de prijzen van het Chinese produkt reeds op een lager niveau heeft gebracht, aangezien de gemiddelde prijzen van de invoer uit India (1,4 ecu per kilo), Thailand (1,3 ecu per kilo) en Hong-Kong (1,1 ecu per kilo) duidelijk onder de prijzen liggen die voor de invoer uit China in Eurostat staan vermeld. De conclusie luidde derhalve dat voor een berekening van de prijsonderbieding de cijfers van Eurostat in dit geval geen geschikte grondslag vormden en dat de werkelijke onderbieding groter moet zijn geweest dan uit de statistieken naar voren kwam. Gevolgtrekking (28) De Chinese invoer heeft zijn marktaandeel uitgebreid terwijl de prijsonderbieding ondanks het van kracht zijnde anti-dumpingrecht voort bleef gaan. Het werd daarom noodzakelijk geacht te onderzoeken of zich dumping voordeed die tot de hierboven beschreven verslechterde situatie van de communautaire bedrijfstak heeft bijgedragen, en of het vervallen van het anti-dumpingrecht opnieuw tot invoer met dumping en tot schade zou leiden. F. NIEUWE INVOER MET DUMPING I. Referentieland (29) De Volksrepubliek China is een land zonder markteconomie. De normale waarde moest daarom worden gegrond op gegevens uit een land dat wel een markteconomie heeft, overeenkomstig artikel 2, lid 5, van de basisverordening. De klagers hebben hiertoe de Verenigde Staten van Amerika voorgesteld. De Commissie was van mening dat het produkt uit de Verenigde Staten in alle opzichten vergelijkbaar is met het in China vervaardigde kaliumpermanganaat. Bovendien zijn de Verenigde Staten voor dit produkt de grootste afzetmarkt ter wereld. Aangezien kaliumpermanganaat een homogeen produkt is, heeft de invoer in de Verenigde Staten, die gedurende het onderzoektijdvak een marktaandeel van ongeveer 25 tot 30 % had, alsmede de aanzienlijke produktiecapaciteit in de landen van uitvoer, ervoor gezorgd dat de prijzen in een redelijke verhouding tot de produktiekosten stonden. Bovendien staat kaliumpermanganaat voor talrijke toepassingen in concurrentie met andere oxidatoren, zoals ozon en zuivere zuurstof, hetgeen op de prijzen van kaliumpermanganaat een neerwaartse druk uitoefent. Bovendien waren de Verenigde Staten in de eerste zaak reeds als referentieland gekozen. Ten slotte is de produktie in andere landen niet operationeel (Brazilië), nog niet opgestart (Japan), van geringe omvang (India), staat zij op het punt te worden beëindigd (Tsjechoslowakije) of hebben de betrokken landen geen markteconomie (de Russische Federatie en Oekraïne). De Verenigde Staten bleef derhalve de enige passende en redelijke keuze. II. Normale waarde (30) De normale waarde werd vastgesteld aan de hand van prijzen bij normale handelstransacties waartegen het kaliumpermanganaat werkelijk voor verbruik op de markt van de Verenigde Staten was verkocht. Tussen verkopen aan distributeurs en verkopen aan eindgebruikers is geen onderscheid gemaakt, aangezien er wat prijzen aangaat geen verschil bestond. De normale waarde is derhalve vastgesteld aan de hand van de gewogen gemiddelde verkopen gedurende het onderzoektijdvak. III. Prijs bij uitvoer (31) Aangezien de Chinese producent/exporteur en de bekende verbonden importeurs in de Gemeenschap geen medewerking verleenden aan het onderzoek, diende overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening gebruik te worden gemaakt van de beschikbare gegevens. (32) Onderzocht werd of de cijfers van Eurostat als grondslag voor de vaststelling van de prijs bij uitvoer konden dienen. De Eurostat-cijfers mochten niet in aanmerking worden genomen voor de timing ten behoeve van de vaststelling van nieuwe invoer met dumping. Zij werden namelijk beïnvloed door de wijzigingen van tariefpost en de toerekening van invoer aan derde landen met weinig of geen produktie, zoals in overweging 27 is uiteengezet. Zodoende konden de prijzen die voor de Chinese uitvoer naar de Gemeenschap zouden worden gebruikt, indien zou worden besloten het recht te laten verstrijken, niet aan de hand van deze gegevens worden berekend. De door de klagers verschafte prijsinlichtingen werden voor de vaststelling van de prijs bij uitvoer in overweging genomen. Deze gegevens werden betrouwbaar geacht. Voor de Chinese uitvoer naar Marokko werden vergelijkbare prijzen toegepast. De prijzen bij uitvoer van het Chinese produkt naar de Verenigde Staten liggen hoger aangezien deze hoogstwaarschijnlijk zijn beïnvloed door het anti-dumpingrecht van 128,9 % dat in 1991 op de Chinese invoer van het produkt in de Verenigde Staten werd ingesteld. (33) De informatie over de prijzen wordt bevestigd door aanvullende gegevens inzake de prijzen waartegen het Chinese kaliumpermanganaat werkelijk werd verkocht. Deze informatie werd op verzoek door de klagers verstrekt. Zij toont aan dat de aanvankelijk medegedeelde prijzen niet op zichzelf stonden, doch deel uitmaakten van een samenhangend prijsbeleid. De exporteur/producent in China was op de hoogte van het prijsniveau dat in de klacht werd aangevoerd en heeft de gelegenheid gehad daarop te reageren. IV. Vergelijking (34) De normale waarde werd met de uitvoerprijzen van Chinees kaliumpermanganaat affabriek vergeleken. Voor de Volksrepubliek China werden zoals voor landen zonder markteconomie gebruikelijk is, de prijzen "affabriek" als "afnationale grens" beschouwd. Met het oog op een billijke vergelijking is de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 9, onder a), van de basisverordening aangepast. Voor vrachtkosten, verpakkingskosten en salarissen van verkopers werd een aftrek toegepast. Op gelijke wijze is de prijs bij uitvoer aangepast door daarvan de geschatte bedragen voor zeevracht en verzekering af te trekken. V. Dumpingmarge (35) De vergelijking resulteerde in een dumpingmarge van 1,26 ecu per kilo. G. NIEUWE SCHADE (36) In het licht van het bovenstaande en ten einde de waarschijnlijke gevolgen van het vervallen van de geldende maatregelen te beoordelen, werd de navolgende analyse uitgevoerd. (37) Geconstateerd werd dat het produkt uit de Volksrepubliek China naar de Gemeenschap werd verkocht tegen prijzen die aanzienlijk onder die van de bedrijfstak van de Gemeenschap lagen en dat dat produkt daardoor een groter marktaandeel verwierf. I. Gevolgen van de invoer met dumping (38) Tussen de ontwikkeling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap en het marktaandeel van de Chinese invoer bestaat blijkens de statistieken een duidelijke samenhang. Terwijl de eerstgenoemde 7,8 percentpunten verloor, heeft laatstgenoemde tussen 1989 en het onderzoektijdvak ten minste 7 percentpunten gewonnen, ondanks het bestaan van anti-dumpingmaatregelen. Het is duidelijk dat deze invoer, waarvan werd geconstateerd dat hij met dumping geschiedde, de bedrijfstak van de Gemeenschap schade is blijven toebrengen, en verwacht wordt derhalve dat het vervallen van de maatregelen alleen maar tot een verdere verslechtering van een reeds verzwakte communautaire bedrijfstak zal leiden. (39) Bovendien heeft de Chinese exporteur/producent thans moeilijker toegang tot de markt van de Verenigde Staten als gevolg van de hogere anti-dumpingrechten die in 1991 door de autoriteiten van de Verenigde Staten zijn ingesteld (van 39,0 % tot 128,9 %). Indien de thans geldende maatregelen vervallen, zal de druk op de markt van de Gemeenschap onvermijdelijk toenemen, te meer omdat de Chinese exporteur/producent voldoende capaciteit bezit (ongeveer 5 000 tot 6 000 ton per jaar) om aan de totale vraag in de Gemeenschap te voldoen. II. Gevolgen van andere factoren (40) Het zichtbare verbruik van kaliumpermanganaat in de Gemeenschap is met 36 % teruggevallen. De bedrijfstak van de Gemeenschap zou zich gemakkelijker aan deze daling hebben aangepast indien hij niet, ondanks de anti-dumpingmaatregelen, verder aan de oneerlijke handelspraktijken was blootgesteld. Deze bedrijfstak heeft daarentegen aan marktaandeel ingeboet omdat de invoer van het soortgelijke produkt uit de Volksrepubliek China tegen lage prijzen is blijven doorgaan, waardoor de beoogde verbetering van de situatie geen werkelijkheid is geworden. De invoer uit andere derde landen dan de Volksrepubliek China is teruggevallen van 1 664 ton in 1989 tot 1 023 ton in het onderzoektijdvak. Het marktaandeel van deze invoer in de betrokken periode was betrekkelijk stabiel, aangezien het slechts toenam tot 38,7 %. De uit India, Hong-Kong en Taiwan ingevoerde hoeveelheden, die meer dan 23 % van het marktaandeel uitmaken, zijn hoogstwaarschijnlijk voor een groot gedeelte aan de Volksrepubliek China toe te schrijven (overweging 26). De invoer uit de Verenigde Staten vertegenwoordigt 15 % van de markt, doch met een prijspeil dat aanzienlijk boven dat van de Aziatische invoer ligt. Daarom had de invoer van kaliumpermanganaat uit andere landen dan China weinig of geen invloed op de marktomstandigheden. Slechts een zeer gering deel van de invoer uit andere landen dan China zou onder deze omstandigheden tot de moeilijke situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap kunnen hebben bijgedragen, terwijl de Chinese invoer, afzonderlijk genomen, duidelijk aan deze moeilijke situatie ten grondslag ligt. III. Gevolgtrekking (41) Gezien de nieuwe dumping- en schadebevindingen, werd geconcludeerd dat het vervallen van de thans geldende maatregelen opnieuw schade door dumping en zelfs een verergering van deze schade ten gevolge zou hebben en dat deze maatregelen in het licht van de nieuwe bevindingen inzake dumping en schade dienen te worden herzien. H. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP (42) Het doel van anti-dumpingmaatregelen is over het algemeen concurrentievervalsing door dumping op te heffen en aldus op de markt van de Gemeenschap eerlijke mededingingsvoorwaarden te herstellen. Het belang van de Gemeenschap vergt dat rekening wordt gehouden met de positie van de communautaire bedrijfstak van kaliumpermanganaat en met die van de gebruikers van dat produkt. In dit opzicht wordt er ook aan herinnerd dat in het voorafgaande onderzoek maatregelen in het belang van de Gemeenschap werden geacht. (43) De bedrijfstak van de Gemeenschap zal de vervaardiging van kaliumpermanganaat moeten stopzetten indien hij niet spoedig zijn marktaandeel en winstgevendheid kan herwinnen. Dit zal onder de huidige prijsdruk niet mogelijk zijn, terwijl die druk nog zal toenemen indien de maatregelen zouden vervallen. (44) Het voortduren van de dumping heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap ervan weerhouden in de afgelopen periode dat anti-dumpingmaatregelen van toepassing waren, opnieuw winstgevend te worden. In 1986 en 1987 heeft een inbreuk op de verbintenis tot het instellen van definitieve rechten geleid (Verordening (EEG) nr. 1531/88) en tot 1991 heeft de ontduiking van de anti-dumpingmaatregelen belet dat deze het beoogde effect sorteerden en kregen de producenten van de Gemeenschap niet de adempauze die zij nodig hadden om nieuwe markten te ontwikkelen en de voor een produktiviteitsverbetering noodzakelijke investeringen te doen. De inspanningen die de bedrijfstak van de Gemeenschap zich heeft getroost, zouden niet het gewenste effect sorteren en deze zou niet in staat zijn de nodige produktiviteitsverbeteringen, die aanzienlijke investeringen vergen, te verwezenlijken indien de huidige rechten worden opgeheven en er geen maatregelen worden genomen om verdere schade ten gevolge van de bij het onderzoek vastgestelde dumping weg te nemen. (45) Voor de gebruikers van kaliumpermanganaat zal een anti-dumpingrecht beperkte gevolgen hebben, aangezien de produkten waarbij kaliumpermanganaat wordt gebruikt, daardoor nauwelijks duurder zullen worden. Zonder maatregelen zou de bedrijfstak van de Gemeenschap verdwijnen, terwijl zijn voortbestaan op de markt ervoor zal zorgen dat er mededinging tussen de producenten van de Gemeenschap en de invoer uit andere derde landen blijft, hetgeen een gunstige uitwerking op de prijsniveaus zal hebben. Aangezien het produkt thans ook voor drinkwater- en afvalwaterzuivering wordt gebruikt en de afnemers in dit geval geen grote ondernemingen maar gemeenten zijn, is de stabiliteit van de levering een belangrijke doelstelling. Daarom is het in het belang van de gebruikers en in het algemeen belang dat de bedrijfstak van de Gemeenschap als een betrouwbare leverancier van dit produkt blijft bestaan en niet van de markt wordt verdreven. (46) Na overweging van de verschillende betrokken belangen luidt de slotsom dat het in het belang van de Gemeenschap is de definitieve anti-dumpingmaatregelen te handhaven, met dien verstande dat deze moeten worden aangepast om de schadelijke gevolgen van toenemende dumping op te heffen. Deze maatregelen moeten de vorm van anti-dumpingrechten hebben. Zoals in het verleden (zie overweging 26), zijn passende maatregelen nodig om ontduiking van het recht tegen te gaan, waarbij in dit verband werd overwogen dat een vast bedrag in ecu per kilo het geschiktste type anti-dumpingrecht vormt. I. RECHT (47) Bij de berekening van het bedrag van het recht dat nodig is om de bedrijfstak van de Gemeenschap een passende bescherming te geven tegen invoer met dumping en schade, werd overwogen dat de te treffen maatregelen het die bedrijfstak van de Gemeenschap mogelijk moeten maken de produktiekosten te dekken en een redelijke winst te behalen. (48) Hiertoe werd een minimumprijsniveau vastgesteld, door bij de produktiekosten van de bedrijfstak van de Gemeenschap een winstmarge van 5 % van de produktiekosten te voegen. Dit wordt onder de huidige marktomstandigheden voor de betrokken bedrijfstak geacht een minimumopbrengst over de verkopen te zijn. Op basis van een vergelijking tussen deze minimumprijs en de gemiddelde waarde franco grens Gemeenschap van het soortgelijke Chinese invoerprodukt werd vervolgens een schademarge berekend. (49) Aangezien de geconstateerde schademarge hoger is dan de dumpingmarge dient het anti-dumpingrecht overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening op de laatstgenoemde marge te worden gebaseerd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Op de invoer van kaliumpermanganaat, vallende onder GN-code 2841 60 10, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt een definitief anti-dumpingrecht ingesteld. 2. Het recht is 1,26 ecu per kilo. 3. Tenzij anders bepaald, zijn de ten aanzien van de douanerechten geldende bepalingen op dit recht van toepassing. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 17 november 1994. Voor de Raad De Voorzitter G. O. PFEFFERMANN (1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10). (2) PB nr. C 63 van 18. 3. 1986, blz. 5. (3) PB nr. L 339 van 2. 12. 1986, blz. 32. (4) PB nr. L 35 van 9. 2. 1988, blz. 13. (5) PB nr. C 37 van 9. 2. 1988, blz. 3. (6) PB nr. L 138 van 3. 6. 1988, blz. 1. (7) PB nr. C 319 van 5. 12. 1992, blz. 4. (8) PB nr. C 248 van 11. 9. 1993, blz. 9. (9) PB nr. L 166 van 29. 6. 1990, blz. 1. (10) PB nr. L 166 van 29. 6. 1990, blz. 3.