Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31994D0762

94/762/EG: Besluit van de Raad van 21 november 1994 betreffende de regels voor de verspreiding van de onderzoekresultaten van de specifieke programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie van de Europese Gemeenschap

PB L 306 van 30.11.1994, pp. 5–7 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1998

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1994/762/oj

31994D0762

94/762/EG: Besluit van de Raad van 21 november 1994 betreffende de regels voor de verspreiding van de onderzoekresultaten van de specifieke programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie van de Europese Gemeenschap

Publicatieblad Nr. L 306 van 30/11/1994 blz. 0005 - 0007
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0046
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 27 blz. 0046


BESLUIT VAN DE RAAD van 21 november 1994 betreffende de regels voor de verspreiding van de onderzoekresultaten van de specifieke programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie van de Europese Gemeenschap (94/762/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 J, juncto artikel 130 O, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag (3),

Overwegende dat titel XV van het Verdrag voorziet in een samenhangend kader van voorzieningen voor een communautair beleid inzake onderzoek en technologische ontwikkeling;

Overwegende dat artikel 130 F van het Verdrag bepaalt dat de Gemeenschap de ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, de onderzoekcentra en de universiteiten stimuleert bij hun inspanningen op het gebied van hoogwaardig onderzoek en hoogwaardige technologische ontwikkeling en hun streven naar onderlinge samenwerking ondersteunt;

Overwegende dat artikel 130 I van het Verdrag bepaalt dat alle activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (hierna "OTO" genoemd) worden opgenomen in een meerjarenkaderprogramma;

Overwegende dat het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van OTO (1994-1998) is aangenomen bij Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad (4);

Overwegende dat artikel 130 J van het Verdrag bepaalt dat de Raad voor de tenuitvoerlegging van het meerjarenkaderprogramma de regels voor de verspreiding van de onderzoekresultaten vaststelt;

Overwegende dat artikel 130 I van het Verdrag bepaalt dat dit meerjarenkaderprogramma ten uitvoer wordt gelegd door middel van specifieke OTO-programma's die worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 4 van dit artikel;

Overwegende dat de activiteiten ter verspreiding van kennis die voortvloeit uit de specifieke programma's op een samenhangende en gecooerdineerde manier moeten worden uitgevoerd;

Overwegende dat een dergelijke samenhang gebaseerd moet zijn op algemene regels die de bescherming garanderen van de rechtmatige belangen van de contractsluitende partijen en van rechten in verband met het verkrijgen en exploiteren van OTO-resultaten, alsmede de benutting ervan overeenkomstig de belangen van de Gemeenschap, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de doelstellingen van vergroting van het internationale concurrentievermogen van de communautaire industrie en versterking van de economische en sociale samenhang;

Overwegende dat de Gemeenschap krachtens artikel 130 M van het Verdrag bij de tenuitvoerlegging van dit kaderprogramma kan voorzien in samenwerking inzake communautair onderzoek en communautaire technologische ontwikkeling en demonstratie met derde landen of internationale organisaties; dat het vierde kaderprogramma voor de periode van 1994 tot 1998 in dergelijke samenwerking voorziet; dat bij de vaststelling van de regels voor de verspreiding van de onderzoekresultaten daarmee rekening moet worden gehouden;

Overwegende dat de mogelijkheid moet worden geschapen om in de specifieke OTO-programma's de bij dit besluit ingestelde regels voor de verspreiding van OTO-resultaten nader uiteen te zetten, aan te vullen of aan voorwaarden of beperkingen te onderwerpen, voor zover dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen of maatregelen die specifiek zijn voor een bepaald programma;

Overwegende dat OTO-activiteiten ten uitvoer moeten worden gelegd overeenkomstig de beginselen van gezond financieel beheer en in het bijzonder van zuinigheid en kostenefficiëntie, als bedoeld in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen,

BESLUIT:

Artikel 1

Voor de uitvoering van specifieke OTO-programma's, vastgesteld overeenkomstig artikel 130 I, lid 4, van het Verdrag zijn, met inachtneming van reeds bestaande rechten, de volgende regels van toepassing op de verspreiding en exploitatie van kennis die voortvloeit uit de specifieke OTO-programma's (hierna "kennis" te noemen):

a) kennis die voortvloeit uit eigen werkzaamheden of uit acties waarvan de kosten volledig zijn gedragen door de Gemeenschap, is in principe eigendom van de Gemeenschap.

De kennis die voortvloeit uit werkzaamheden voor gezamenlijke rekening is eigendom van de contractanten - inclusief, waar van toepassing, de Gemeenschap - die de werkzaamheden uitvoeren (hierna "de contractanten" te noemen). Zij maken onderlinge afspraken over bijzondere regelingen voor zo'n eigendom;

b) kennis die in een industriële of commerciële toepassing kan worden gebruikt, wordt beschermd in iedere passende vorm die nodig is, gezien de belangen van de Gemeenschap en van de contractanten en overeenkomstig alle van toepassing zijnde wetgeving of afspraken;

c) de Gemeenschap en de contractanten worden verplicht de in hun bezit zijnde kennis te exploiteren of te laten exploiteren overeenkomstig de belangen van de Gemeenschap, waarbij met name rekening wordt gehouden met

- de beoogde versterking van de internationale concurrentiepositie van de communautaire industrie;

- de beoogde versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap;

- de behoeften op andere communautaire beleidsterreinen ter ondersteuning waarvan de OTO-activiteiten worden uitgevoerd;

- bestaande overeenkomsten voor wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Gemeenschap en derde landen of internationale organisaties;

d) kennis die eigendom is van de Gemeenschap moet ter beschikking worden gesteld aan de contractanten en belangstellende derden die zijn gevestigd in de Gemeenschap of in derde landen die door middel van een overeenkomstig artikel 130 M van het Verdrag gesloten overeenkomst met de Gemeenschap bij de uitvoering van het desbetreffende programma zijn betrokken en daaraan financieel bijdragen, en die zich ertoe verbinden die kennis te exploiteren of te laten exploiteren overeenkomstig de belangen van de Gemeenschap. Het verschaffen van kennis kan onderworpen zijn aan passende voorwaarden, in het bijzonder betreffende de betaling van vergoedingen.

De contractanten stellen de kennis waarover zij beschikken, samen met alle informatie die nodig is voor het gebruik ervan, ter beschikking van elkaar en van belangstellende derden onder contractueel vastgelegde voorwaarden, voor zover de belangen van de Gemeenschap en de rechtmatige belangen van de contractanten veilig zijn gesteld, met inbegrip van de rechtmatige belangen betreffende het gebruik van reeds verworven kennis;

e) de Commissie zorgt ervoor dat kennis die geschikt is voor verspreiding overeenkomstig de contractvoorwaarden wordt verspreid of gepubliceerd door de Commissie zelf of door de contractanten, zonder andere beperkingen dan die welke nodig zijn om de intellectuele en industriële eigendom, de vertrouwelijkheid of rechtmatige handelsbelangen te beschermen.

De cooerdinerend contractant van elk OTO-project dient een plan voor de verspreiding van kennis en informatie op te stellen, waarvan de grote lijnen worden gevoegd bij het voorstel dat in reactie op een oproep voor het indienen van voorstellen voor een communautaire OTO-actie wordt ingediend.

Artikel 2

1. De Commissie stelt de regelingen vast voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 1 vastgestelde regels.

2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

3. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van het vraagstuk. Het spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

4. a) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

b) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of bij gebreke van een advies, doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien na verloop van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van het voorstel bij de Raad, deze geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast.

Artikel 3

Voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van doelstellingen of maatregelen die specifiek zijn voor een bepaald programma, kunnen de regels van dit besluit nader worden uiteengezet, worden aangevuld of aan voorwaarden of beperkingen worden onderworpen in het besluit tot vaststelling van het specifieke programma.

Artikel 4

1. Het jaarverslag dat de Commissie overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Besluit nr. 1110/94/EG aan het Europees Parlement en de Raad voorlegt, bevat informatie over de tenuitvoerlegging van dit besluit.

2. Dit besluit is van toepassing op activiteiten die voortvloeien uit het vierde meerjarenkaderprogramma 1994-1998.

Voor het eind van het in de eerste alinea bedoelde programma dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de toepassing van dit besluit, vergezeld van passende voorstellen voor verlenging of aanpassing.

Gedaan te Brussel, 21 november 1994.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. WISSMANN

(1) PB nr. C 81 van 18. 3. 1994, blz. 15.(2) PB nr. C 295 van 22. 10. 1994, blz. 31.(3) Advies van het Europees Parlement van 5 mei 1994 (PB nr. C 205 van 25. 7. 1994, blz. 313) gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 18 juli 1994 (PB nr. C 244 van 31. 8. 1994, blz. 71) en besluit van het Europees Parlement van 27 oktober 1994 (PB nr. C 323 van 21. 11. 1994).(4) PB nr. L 126 van 18. 5. 1994, blz. 1.

Top