Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991R0317

Verordening (EEG) nr. 317/91 van de Commissie van 8 februari 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1102/89 ter vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad inzake de structurele sanering van de binnenvaart

PB L 37 van 9.2.1991, pp. 27–28 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 29/04/1999

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1991/317/oj

31991R0317

Verordening (EEG) nr. 317/91 van de Commissie van 8 februari 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1102/89 ter vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad inzake de structurele sanering van de binnenvaart

Publicatieblad Nr. L 037 van 09/02/1991 blz. 0027 - 0028


VERORDENING ( EEG ) Nr . 317/91 VAN DE COMMISSIE van 8 februari 1991 tot wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1102/89 ter vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1101/89 van de Raad inzake de structurele sanering van de binnenvaart

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1101/89 van de Raad van 27 april 1989 inzake de structurele sanering van de binnenvaart ( 1 ), gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3572/90 ( 2), en met name op artikel 6,

Gezien de adviezen die zijn uitgebracht door de Lid-Staten en de organisaties die de binnenvaart op communautair niveau vertegenwoordigen tijdens het door de Commissie op 23 november 1990 overeenkomstig artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1101/89 gepleegde overleg,

Overwegende dat de capaciteit van de binnenvaartvloot van Duitsland met de Duitse eenwording is toegenomen met het aantal op het tijdstip van de eenwording in de voormalige Duitse Democratische Republiek ingeschreven schepen; dat deze capaciteitstoeneming de voor de structurele sanering van de binnenvaart van de Lid-Staten op communautair niveau getroffen maatregelen, in gevaar dreigt te brengen;

Overwegende dat de Duitse Regering, overeenkomstig artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1101/89 bij haar mededeling van 9 november 1990 de Commissie heeft verzocht om, met het oog op vermindering van de capaciteit van dat deel van haar vloot dat tot de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek behoorde, een sloopactie te organiseren in aanvulling op die welke vanaf 1 januari 1990 krachtens genoemde Verordening ( EEG) nr . 1101/89 en krachtens Verordening ( EEG ) nr . 1102/89 van de Commissie ( 3 ), gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3685/89 ( 4), wordt gevoerd;

Overwegende dat deze sloopactie op dezelfde beginselen moet worden gegrond als die welke in de genoemde verordeningen zijn vervat, maar dat tevens rekening moet worden gehouden met de economische situatie en de structuur van de Duitse vloot die op het tijdstip van de Duitse eenwording in de voormalige Duitse Democratische Republiek was geregistreerd;

Overwegende dat ter verwezenlijking van het door de aanvullende sloopactie nagestreefde doel een vermindering in de orde van 20 % van de totale capaciteit van deze vloot noodzakelijk wordt geacht; dat het in verband met de bijzondere situatie betreffende de eigendom van de schepen van deze vloot wenselijk lijkt voor de vaststelling van de sloopuitkeringen af te zien van de toepassing van het "tendersysteem" waarin artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1102/89 voorziet, en de percentages van de uitkeringen voor de verschillende soorten en categorieën binnenschepen vast te stellen aan de hand van het gemiddelde percentage dat bij de op 1 januari 1990 aangevangen sloopactie per gesloopte ton of kW werd betaald;

Overwegende dat Verordening ( EEG ) nr . 1102/89 van toepassing is op Duitse schepen die op het tijdstip van de Duitse eenwording in de voormalige Duitse Democratische Republiek waren geregistreerd; dat het bijgevolg dienstig is genoemde verordening in die zin te wijzigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1

Verordening ( EEG ) nr. 1102/89 wordt als volgt gewijzigd :

1 . Aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd :

"3 . Wat de capaciteit van de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek betreft, geldt als doel een vermindering met 20 %. Om dit te verwezenlijken wordt een budget van in totaal 7,68 miljoen ecu noodzakelijk geacht, waarvan 6,60 miljoen ecu voor drogeladingschepen, 0,22 miljoen ecu voor tankschepen en 0,86 miljoen ecu voor duwboten.".

2 . Aan artikel 2 wordt de volgende alinea toegevoegd :

"De sloopactie wordt met betrekking tot de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek op 1 maart 1991 operationeel.".

3 . Aan artikel 5 wordt het volgende lid 3 toegevoegd :

"3 . Voor de Duitse schepen van de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek wordt het bedrag van de sloopuitkering voor de verschillende typen en categorieën schepen als volgt vastgesteld :

- droge-ladingschepen :

- motorvrachtschepen : 92 ecu/ton

- vrachtduwbakken : 46 ecu/ton

- sleepvrachtschepen : 33 ecu/ton;

- tankschepen :

- motortankschepen : 179 ecu/ton

- tankduwbakken : 89 ecu/ton

- sleeptankschepen : 32 ecu/ton;

- duwboten : 168 ecu/kW .".

4 . Aan artikel 6 wordt het volgende lid 5 toegevoegd :

"5 . In afwijking van de in de leden 1 tot en met 4 vermelde procedure dienen de eigenaren van op het tijdstip van de Duitse eenwording in de voormalige Duitse Democratische Republiek geregistreerde Duitse schepen hun aanvragen voor sloopuitkeringen tussen 1 maart en 1 april 1991 bij het Duitse fonds in .

Een door de autoriteiten van dit fonds ontvangen aanvraag voor een sloopuitkering kan niet worden ingetrokken, noch worden gewijzigd .

De op de juiste wijze ingediende aanvragen voor een sloopuitkering zullen als door het fonds aanvaard beschouwd binnen de grenzen van de in artikel 1, lid 3, bedoelde budgettaire middelen . De autoriteiten van het fonds delen de aanvragers vóór 1 juni 1991 mede of hun aanvraag werd aanvaard dan wel geweigerd .

De autoriteiten van het fonds verstrekken de Commissie vóór 1 mei 1991 een lijst van de ingediende aanvragen voor sloopuitkeringen waarop met name de bedragen van de voor de verschillende typen en categorieën binnenschepen aangevraagde sloopuitkeringen zijn vermeld .".

5 . Aan artikel 7, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd :

"Voor de Duitse schepen van de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek wordt de termijn verlengd tot en met 31 augustus 1991 .".

6 . Aan artikel 8 wordt het volgende lid toegevoegd :

"5 . Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 is niet van toepassing op de schepen van de vloot van de voormalige Duitse Democratische Republiek . Indien de financiële middelen die nodig zijn om te voldoen aan de regelmatig ingediende aanvragen voor uitkeringen voor het slopen van dergelijke schepen evenwel de in artikel 1, lid 3, bedoelde budgettaire middelen van de verschillende rekeningen overschrijden, kent het Duitse fonds prioriteit toe aan de aanvraag die het eerst werd ontvangen .". Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 8 februari 1991 . Voor de Commissie

Karel VAN MIERT

Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 116 van 28 . 4 . 1989, blz . 25 . ( 2 ) PB nr . L 353 van 17 . 12 . 1990, blz . 12 . ( 3 ) PB nr . L 116 van 28 . 4 . 1989, blz . 30 . ( 4 ) PB nr . L 360 van 9 . 12 . 1989, blz . 20 .

Top