Atlasiet eksperimentālās funkcijas, kuras vēlaties izmēģināt!

Šis dokuments ir izvilkums no tīmekļa vietnes EUR-Lex.

Dokuments 31990D0186

90/186/EEG: Beschikking van de Commissie van 23 maart 1990 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/32.736 - Moosehead/Whitbread) (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

PB L 100 van 20.4.1990., 32.–37. lpp. (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dokumenta juridiskais statuss Vairs nav spēkā, Datums, līdz kuram ir spēkā: 02/06/1998

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1990/186/oj

31990D0186

90/186/EEG: Beschikking van de Commissie van 23 maart 1990 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/32.736 - Moosehead/Whitbread) (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 100 van 20/04/1990 blz. 0032 - 0037


*****

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 1990

inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag

(IV/32.736 - Moosehead/Whitbread)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(90/186/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962, eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, en met name op de artikelen 6 en 8,

Gezien de aanmelding van 2 juni 1988 van Whitbread & Co. plc en Moosehead Breweries Ltd betreffende de verlening door Moosehead aan Whitbread van een exclusieve licentie om bier te brouwen en te verkopen onder de handelsmerken van Moosehead in het Verenigd Koninkrijk,

Gezien de samenvatting van de aanmelding (2) zoals die overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening nr. 17 is bekendgemaakt,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,

Overwegende hetgeen volgt:

I. DE FEITEN

De aanmelding

(1) Op 2 juni 1988 meldden Moosehead Breweries Ltd, New Brunswick, Canada, en Whitbread & Co. plc, Londen, overeenkomstig artikel 4 van Verordening nr. 17 bij de Commissie een aantal overeenkomsten aan welke zij op 12 mei 1987 en 1 mei 1988 hadden gesloten.

(2) Zij verzochten om een negatieve verklaring en subsidiair om een vrijstelling op grond van artikel 85, lid 3, van het Verdrag.

De partijen

(3) Moosehead, met hoofdkantoor te New Brunswick, Canada, is een 100 % dochtermaatschappij van Sevenacres Holding Ltd. Moosehead houdt zich voornamelijk bezig met de produktie, de verkoop en de afzet van bier en heeft geen brouwerijbelangen in de Gemeenschap.

(4) Whitbread, een brouwerij, is een Engelse vennootschap die bijna 6 000 drankgelegenheden exploiteert die zijzelf beheert dan wel verhuurt. In 1987 bedroeg de omzet van Whitbread 1 554 miljoen pond sterling.

Het produkt en de markt

(5) De overeenkomsten hebben betrekking op de produktie in het Verenigd Koninkrijk van een bier dat door Moosehead in Canada en andere landen wordt verkocht onder het handelsmerk »Moosehead" (hierna »het produkt" genoemd). Dit bier is qua aard en alcoholgehalte vergelijkbaar met andere »non-premium lagers" die thans in het Verenigd Koninkrijk worden verkocht, zij het dat het volgens de aanmeldende partijen een bijzondere smaak heeft die typisch is voor Canadese lagerbieren.

(6) 1. Zoals is uiteengezet in Beschikking 84/381/EEG van de Commissie (1) (Carlsberg), onderscheiden de volgende factoren de Britse biermarkt van andere Europese markten:

2. In het Verenigd Koninkrijk wordt het meeste bier als tapbier in pubs verkocht; 81 % (2) van alle bier dat in het Verenigd Koninkrijk wordt gedronken, wordt verkocht in drankgelegenheden die een vergunning bezitten (on-licensed premises), 75 % van alle bier is tapbier. In 1987 vertegenwoordigde het lagerbier 45 % van de totale bierconsumptie in het Verenigd Koninkrijk (3). Om in het Verenigd Koninkrijk een nieuw bier in redelijke hoeveelheden te kunnen verkopen moet de verkoper derhalve toegang hebben tot een aantal drankgelegenheden.

3. De brouwerijen leveren hun bier in het Verenigd Koninkrijk grotendeels af met eigen vrachtwagens. Er bestaat in het Verenigd Koninkrijk dan ook geen groot onafhankelijk distributienet voor bier.

4. De meeste drankgelegenheden in het Verenigd Koninkrijk hebben exploitanten die er contractueel toe zijn gehouden om slechts bij één brouwer bier te kopen. Zij zijn in feite het eigendom van de brouwer waarmee zij zulk een overeenkomst sluiten. Aangezien bijna alle tapbier, dat meer dan 75 % van de totale bierverkopen voor zijn rekening neemt, in pubs wordt verkocht en 57 % van alle drankgelegenheden in het Verenigd Koninkrijk het eigendom van brouwers en »verbonden" zijn, is het voor een buitenlandse brouwer die op de Britse markt wil komen zeer nuttig, zoniet onontbeerlijk, de hulp te verwerven van een grote binnenlandse brouwer.

Het aantal exploitanten van drankgelegenheden die bij één brouwer moeten kopen zal tegen 1 november 1992 waarschijnlijk afnemen, omdat als gevolg van de toepassing van de »Supply of Beer Order" alle binnenlandse brouwers met meer dan 2 000 drankgelegenheden met een vergunning de helft van hun drankgelegenheden boven de 2 000-drempel van alle produktbanden moeten bevrijden. Ook zullen de drankgelegenheden, die ertoe gehouden zijn hun bier bij één enkele brouwer te kopen, vrij zijn om met ingang van 1 mei 1990 waar ook een ander bier of andere niet alcoholische dranken te kopen. Een aanzienlijk deel van de totale Britse bierconsumptie zal echter via »verbonden" verkooppunten blijven lopen.

5. De zes voornaamste Britse brouwers (4), die in 1987 ongeveer 82 % van de Britse biermarkt controleerden, verkopen samen talrijke biersoorten en tevens talrijke soorten lager. Whitbread controleerde in 1987 12 % van de Britse kleinhandelsverkopen aan bier.

De overeenkomsten

Algemene bepalingen

(7) 1. De betrokken overeenkomst is neergelegd in drie contracten: de Afzet- en technische overeenkomst, de Overeenkomst inzake het gebruik inzake het handelsmerk van 12 mei 1987, en de Takenovereenkomst (Assignment Agreement) van 1 mei 1988. De Commissie is van mening dat deze drie contracten deel uitmaken van één enkele overeenkomst, hierna »de Overeenkomst" genoemd.

2. In het kader van de Overeenkomst verleent Moosehead Whitbread het exclusieve recht om bier dat is geproduceerd voor verkoop onder de naam »Moosehead" in het Verenigd Koninkrijk, de Kanaaleilanden en het eiland Man (het grondgebied waarvoor de licentie geldt, hierna »het grondgebied" genoemd), te produceren, bekendheid te verschaffen, af te zetten en te verkopen met gebruikmaking van de geheime know-how van Moosehead. Whitbread betaalt Moosehead voor dit exclusieve recht een royalty.

3. Whitbread belooft dat de kwaliteit van het bier en het type en de kwaliteit van de grondstoffen in overeenstemming zullen zijn met de specificaties van Moosehead.

4. Whitbread belooft dat hij buiten het grondgebied geen klanten zal werven, noch een filiaal zal vestigen of een depot aanhouden voor de distributie van het produkt. Hij mag evenwel voldoen aan niet uitgelokte bestellingen van afnemers in de Lid-Staten.

5. Whitbread verbindt zich ertoe om, zolang de overeenkomst van toepassing is, binnen het grondgebied geen ander bier dat als Canadees bier wordt aangeduid, te produceren noch er reclame voor te maken.

Clausules inzake het handelsmerk

(8) 1. Volgens de Overeenkomst verbindt Whitbread zich ertoe om het produkt alleen te verkopen onder het handelsmerk »Moosehead" en verder het handelsmerk Moosehead alleen op of in verband met het produkt te gebruiken.

De eigendomsrechten op de handelsmerken in het Verenigd Koninkrijk zijn toegekend aan Whitbread en Moosehead te zamen. Dit is volgens partijen gedaan om Whitbread een grotere garantie te geven wat zijn recht betreft om de handelsmerken te gebruiken zolang de Overeenkomst van toepassing is. Moosehead verleent Whitbread een exclusieve licentie om zolang de Overeenkomst van toepassing is het handelsmerk met betrekking tot het produkt binnen het grondgebied te gebruiken.

2. In de Overeenkomst is bepaald dat Moosehead zonder toestemming van Whitbread geen handelsmerk dat gelijkenis vertoont of redelijkerwijze met een van de Mooseheadmerken kan worden verward, voor het grondgebied mag laten inschrijven, respectievelijk op het grondgebied mag gebruiken, en dat Whitbread evenmin daarvoor een inschrijvingsaanvraag mag indienen.

3. Voorts erkent Whitbread het recht van Moosehead op de handelsmerken en de geldigheid van de inschrijvingen van Moosehead als eigenaar. Whitbread verbindt zich ertoe alle bepalingen na te komen die in de voorwaarden van de inschrijving van de handelsmerken zijn voorgeschreven en zich tevens te onthouden van handelingen die de nietigheid van deze inschrijving van het formuleren van een verzoek of titel tot gevolg zouden kunnen hebben, en om de inschrijving van de handelsmerken te doen veranderen of schrappen.

4. De Overeenkomst bepaalt dat Whitbread Moosehead bij het aflopen van de Overeenkomst al zijn rechten, aanspraken en belangen op en in verband met het handelsmerk en de daarmee verbonden goodwill moet overdragen en met Moosehead moet samenwerken wanneer deze een verzoek indient om een inschrijving te bekomen als enige eigenaar van de handelsmerken. Vanaf dit tijdstip ziet Whitbread af van ieder gebruik van de betrokken handelsmerken.

Clausules inzake know-how

(9) 1. Moosehead verbindt zich ertoe Whitbread alle relevante know-how te verschaffen die nodig is om een produkt te produceren en voorts Whitbread alle nodige gist te leveren.

2. Whitbread verbindt zich ertoe de aanwijzingen en specificaties van Moosehead met betrekking tot de know-how te zullen opvolgen en gist alleen te kopen bij Moosehead of bij een door deze aangewezen derde.

3. Whitbread verbindt zich ertoe de know-how alleen te gebruiken voor de fabricage van het produkt en alle door Moosehead verstrekte know-how geheim te houden.

(10) De afzetstrategie ter bevordering van de verkoop van het produkt, de merkstrategie, en de verkoopprognoses op het grondgebied, moeten door partijen gemeenschappelijk worden uitgestippeld. Whitbread is evenwel alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleid en draagt er de kosten van.

Looptijd van de Overeenkomst

(11) De Overeenkomst is op 1 mei 1987 in werking getreden en is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij kan evenwel binnen de volgende grenzen worden beëindigd:

- elke partij kan de Overeenkomst met een opzeggingstermijn van één tot tien jaar beëindigen, indien door Whitbread niet de overeengekomen hoeveelheden van het produkt zijn verkocht;

- elke partij kan de Overeenkomst met een kortere opzeggingstermijn beëindigen indien de wederpartij een van haar contractuele verplichtingen niet nakomt of indien er een wezenlijke verandering komt in de eigendom of de controle van een van de partijen.

(12) Bij de beëindiging van de Overeenkomst is Whitbread verplicht de produktie van het produkt te staken en alle know-how aan Moosehead terug te bezorgen. Hij mag deze know-how in de toekomst niet meer gebruiken. Voorts mag Whitbread na de beëindiging van de Overeenkomst de handelsmerken niet meer gebruiken en moet hij Moosehead alle rechten, aanspraken en belangen welke hij op de handelsmerken heeft verworven, overdragen. Whitbread is ook verplicht deze know-how jegens derden geheim te houden.

Het betoog van partijen

Partijen hebben de volgende argumenten aangevoerd.

(13) 1. Nu Moosehead geen filiaal in Europa heeft, en Moosehead noch een van zijn verbonden vennootschappen beschikt over een produktie-eenheid in de Gemeenschap, een distributienet voor bier, of ervaring bij de afzet van bier binnen het grondgebied, zou deze onderneming commercieel gesproken op korte termijn geen eigen produktie-eenheid voor het produkt kunnen opzetten. Gezien de aard van de detailhandel voor bier, de afstand waarover en de omvang waarin de verkopen zouden plaatsvinden, zou het voor Moosehead niet rendabel zijn een eigen distributienet op te zetten dan wel via onafhankelijke groothandelaren te verkopen.

2. Whitbread heeft maar een beperkte ervaring met Canadese lagerbieren en heeft geen toegang tot de unieke cultuurgist die Moosehead-lager de bijzondere smaak geeft die het van de andere lagerbieren onderscheidt, noch heeft het toegang tot de technische informatie in handen van Moosehead die voor de vervaardiging van het produkt waarop de Overeenkomst betrekking heeft, noodzakelijk is. Whitbread mist dus de ervaring om dit nieuwe produkt voor de Britse markt te vervaardigen zonder hulp van Moosehead. Zijn algemene brouwerijfaciliteiten en ervaring houden echter in, dat hij over de middelen beschikt om Moosehead-bier voor verkoop binnen het grondgebied te produceren indien Moosehead deze bijstand verleent. Voorts beschikt Whitbread niet over een bekend Canadees handelsmerk. 3. Partijen betogen dat de Overeenkomst, getoetst aan deze feiten, bijdraagt tot een verbetering van de produktie en de afzet van de produkten i) omdat het bier zonder de Overeenkomst niet zo snel of in zulk een groot gebied beschikbaar zou hebben kunnen komen en het produkt dus voor minder afnemers en op een later tijdstip beschikbaar zou zijn geweest; en ii) omdat de Overeenkomst de mogelijkheid schept om het produkt op het grondgebied te vervaardigen, waardoor het geleverde produkt naar mag worden aangenomen verser en goedkoper is dan anders het geval zou zijn, daar het over een kortere afstand moet worden vervoerd.

De felle mededinging in de lagerbiermarkt zal er voor zorgen dat de voordelen van de Overeenkomst aan de consumenten ten goede komen en zal voorts verhinderen dat de Overeenkomst de mededinging ten aanzien van een wezenlijk deel van het betrokken produkt uitschakelt.

De concurrentiebeperkende clausules in de Overeenkomst zijn onmisbaar om Whitbread voldoende vertrouwen te verschaffen om aanzienlijke bedragen in de introductie van een nieuw bier op een reeds concurrerende markt te investeren en om Moosehead in staat te stellen het brouwen en de verkoop van zijn produkt toe te vertrouwen aan een andere brouwerij, in de overtuiging dat de licentienemer zijn inspanningen ten aanzien van de verkoopbevordering en de verkoop van Canadese lager uitsluitend op het Moosehead-bier zal concentreren.

4. De aan Whitbread voor de duur van de Overeenkomst opgelegde verplichting om bepaalde concurrerende bieren niet te verkopen, is onmisbaar om het doel van de Overeenkomst te verwezenlijken.

(14) Na de bekendmaking overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening nr. 17, zijn er geen opmerkingen van derden binnengekomen.

II. JURIDISCHE BEOORDELING

Artikel 85, lid 1, van het Verdrag

(15) 1. De exclusieve merk- en know-howlicentie voor de produktie en de afzet van het Moosehead-bier, het verbod van actieve verkopen buiten het grondgebied en het concurrentiebeding (zie respectievelijk de laatste zin van punt 8.1, en de punten 7.2, 7.4 en 7.5) vallen onder het verbod van artikel 85, lid 1, van het Verdrag, omdat zij ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt op waarneembare wijze wordt beperkt.

In deze zaak heeft het exclusieve karakter van de licentie tot gevolg dat derden, te weten de vijf andere grote brouwers op het grondgebied, worden uitgesloten van de mogelijkheid als licentienemers het Moosehead-merk te gebruiken voor zover zij daarin belang stellen en daartoe bekwaam zijn.

Ook het verbod van actieve verkopen buiten het grondgebied door de licentienemer en het verbod op de handel in concurrerende biersoorten zijn waarneembare beperkingen van de mededinging aangezien Whitbread, gelet op zijn grote produktiecapaciteit, andere markten binnen de gemeenschappelijke markt zou kunnen bevoorraden en andere Canadese merken in de handel zou kunnen brengen.

Deze concurrentiebeperkingen kunnen de handel tussen Lid-Staten op een waarneembare wijze ongunstig beïnvloeden omdat zij tot gevolg hebben dat tussen Lid-Staten een handel ontstaat onder andere omstandigheden dan die welke zonder die beperkingen zouden hebben bestaan, en omdat de invloed van die beperkingen op de marktomstandigheden wegens omvang van de contractspartijen aanzienlijk is. Dit geldt inzonderheid voor verbod van actieve verkopen buiten het grondgebied.

2. De andere clausules van de Overeenkomst vallen niet onder artikel 85, lid 1, van het Verdrag, omdat zij ertoe strekken noch tot gevolg hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt waarneembaar wordt beperkt. Dit geldt met name voor Whitbread's verplichting om bepaalde kwalitatieve normen na te leven, bepaalde know-how-clausules en de niet-betwistingsclausule inzake het handelsmerk.

3. De know-how-clausules bedoeld in de punten 9.1, 9.2 en 9.3 vallen niet onder artikel 85, lid 1, van het Verdrag, omdat de know-how niet exclusief is verleend en de verplichtingen van de licentienemer gewoon bepalingen zijn die met de verlening van de merklicentie samenhangen en de toepassing ervan mogelijk maken.

Met name de exclusieve afnameverplichting voor gist in punt 9.2 valt niet onder artikel 85, lid 1, van het Verdrag, omdat zij noodzakelijk is voor een technisch bevredigende exploitatie van de technologie die onder de licentie valt en om de overeenstemming van het oorspronkelijke door Moosehead geproduceerde lagerbier en hetzelfde door Whitbread geproduceerde lagerbier te waarborgen.

4. De niet-betwistingsclausule ten aanzien van het handelsmerk.

a) Algemeen gesproken, kan een dergelijke clausule verwijzen naar de eigendom en/of naar de geldigheid van het merk.

- De eigendom van een handelsmerk kan met name worden aangevochten op grond van eerder gebruik of eerdere inschrijving van een identiek handelsmerk. Een clausule in een exclusieve merklicentieovereenkomst waarbij het de licentienemer wordt verboden de eigendom van een handelsmerk te betwisten zoals in de vorige alinea is beschreven, is geen concurrentiebeperking in de zin van artikel 85, lid 1, van het Verdrag. Of de licentiegever of de licentienemer de eigenaar van het handelsmerk is, is niet relevant aangezien het gebruik van het merk door derden hoe dan ook verboden is en de mededinging dan ook niet ongunstig wordt beïnvloed.

- De geldigheid van een handelsmerk kan volgens het nationale recht op vele gronden worden aangevochten en met name op grond dat het generiek of beschrijvend van aard is. In zulk een geval, en indien de vordering wordt toegewezen, valt het handelsmerk in het openbaar domein en kan het derhalve door eenieder worden gebruikt.

De betrokken clausule kan een beperking van de mededinging in de zin van artikel 85, lid 1, van het Verdrag, opleveren, want zij kan bijdragen tot het behoud van een merk dat de toegang tot een bepaalde markt op een ongerechtvaardigde wijze belemmert.

Daarbij komt, dat een beperking van de mededinging om onder artikel 85, lid 1, van het Verdrag, te vallen, waarneembaar moet zijn. De eigendom van een handelsmerk op zich geeft de houder het exclusieve recht om produkten onder die naam te verkopen. Anderen zijn vrij het betrokken produkt onder een ander handelsmerk of een andere handelsnaam te verkopen. Alleen indien het gebruik van een zeer goed gekend handelsmerk een belangrijk voordeel zou opleveren voor een onderneming die op een bepaalde markt komt of de concurrentie aangaat, en het ontbreken van zulk een merk een belangrijke hindernis zou opleveren om op een markt door te dringen, zou de betrokken clausule tot een waarneembare beperking van de mededinging in de zin van artikel 85, lid 1, leiden.

b) In het onderhavige geval kan Whitbread de eigendom noch de geldigheid van het handelsmerk betwisten.

Omtrent de geldigheid van het merk moet worden opgemerkt, dat het handelsmerk op de markt voor lager in het grondgebied betrekkelijk nieuw is. Het behoud van het »Moosehead"-handelsmerk is in dit geval geen aanzienlijke drempel voor een andere onderneming die op de biermarkt binnen het grondgebied komt of de concurrentie aangaat. De Commissie is dan ook van mening dat het verbod om de geldigheid van het handelsmerk te betwisten (punt 15.4, onder a), tweede streepje) geen waarneembare beperking van de mededinging oplevert en niet valt onder artikel 85, lid 1, van het Verdrag.

Het verbod om de eigendom van het merk te betwisten beperkt de mededinging niet in de zin van artikel 85, lid 1, van het Verdrag, omwille van de in punt 15.4, onder a), eerste streepje, genoemde gronden.

Artikel 85, lid 3, van het Verdrag

(16) 1. De in Verordening (EEG) nr. 556/89 van de Commissie (1) voorziene groepsvrijstelling is van toepassing op overeenkomsten die een know-how- en een handelsmerklicentie combineren, indien, zoals in artikel 1, lid 1, van het Verdrag is bepaald, de handelsmerklicentie slechts een aanvulling is van de know-how-licentie. In onderhavig geval is het belang van partijen veeleer gelegen in het gebruik van het handelsmerk dan in dat van de know-how. De Canadese oorsprong van het merk is volgens partijen bepalend voor het succes van de marketingcampagne waarin Moosehead als een Canadees bier wordt aangeprezen.

Gelet op een en ander is de bepaling in de Overeenkomst die het handelsmerk betreft, geen aanvullende bepaling en is Verordening (EEG) nr. 556/89 niet van toepassing.

2. In het licht van de bijzonderheden van de Britse biermarkt die onder de punten 6.1 tot en met 6.5 zijn beschreven, meent de Commissie dat de Overeenkomst kan bijdragen tot de verbetering van de produktie en de verdeling van Moosehead-bier op het grondgebied en tot de bevordering van de economische vooruitgang. Te deze zijn inzonderheid de volgende overwegingen van belang:

- De thans met Moosehead bereikte omzet zou de investeringen voor de bouw van produktie-eenheden voor verkopen op het grondgebied niet rechtvaardigen. Nu de Overeenkomst erin voorziet dat Whitbread het bier in bestaande installaties brouwt, kan zij de produktie van het produkt binnen de gemeenschappelijke markt verbeteren. Voorts zal worden geproduceerd waar de verkoop moet plaatsvinden, en moet het bier niet langer uit Canada worden geïmporteerd. De transportkosten worden dus verlaagd, wat tot economische vooruitgang bijdraagt.

- Moosehead-bier zal dankzij de Overeenkomst automatisch profiteren van het omvattende distributienet van Whitbread. Daar de betrokken markt wordt gekenmerkt door een klein aantal onafhankelijke distributiefaciliteiten, zal de Overeenkomst volgens de Commissie waarschijnlijk tot de verbetering van de verdeling van Moosehead-bier op het grondgebied bijdragen.

- Whitbread bezit een aantal »verbonden etablissementen". De Overeenkomst maakt het mogelijk Moosehead-bier onmiddellijk in een groter aantal etablissementen op het niveau van de detailhandel aan te bieden zonder dat tijd en kosten moeten worden geïnvesteerd om een groot aantal onafhankelijke distributeuren aan te spreken. Volgens de Commissie zal de Overeenkomst op deze wijze waarschijnlijk tot de verbetering van de verdeling van Moosehead- bier op het grondgebied bijdragen.

De consumenten zullen voordeel halen uit de Overeenkomst omdat zij, met de komst van een nieuw bier op de binnen het grondgebied bestaande markt, een veel grotere keuzemogelijkheid zullen krijgen.

Rekening houdend met het bestaan van een groot aantal soortgelijke concurrerende bieren en de mogelijkheid voor partijen om het bier aan derden te verkopen voor uitvoer naar andere communautaire markten, hebben de contractspartijen niet de mogelijkheid om de mededinging voor een wezenlijk deel van de betrokken produkten uit te schakelen.

Bij de toetsing of de Overeenkomst met deze twee vereisten van artikel 85, lid 3, van het Verdrag in overeenstemming was, heeft de Commissie bijzondere aandacht geschonken aan de vrijmakingsmaatregelen welke de Britse Regering ten aanzien van de Britse biermarkt overweegt. Verwacht wordt, dat deze maatregelen onder vigeur van de bij deze beschikking gegeven vrijstelling, volledig van kracht worden.

Na de gunstige gevolgen voor de produktie en de afzet van bier die uitgaan van de concurrentiebeperkende bepalingen, en inzonderheid van het concurrentiebeding, te hebben onderzocht, is de Commissie tot de overtuiging gekomen dat zij onmisbaar moeten worden geacht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 85, lid 3, van het Verdrag. Mitsdien kan een beschikking op grond van artikel 85, lid 3, worden gegeven.

3. De Overeenkomst blijft van kracht tot zij door een van partijen wordt beëindigd. De Overeenkomst is bij de Commissie aangemeld op 2 juni 1988. Het lijkt aangewezen om ingevolge artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 1, van Verordening nr. 17 zulk een beschikking te geven voor een periode van tien jaar,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag wordt krachtens artikel 85, lid 3, voor de periode van 3 juni 1988 tot en met 2 juni 1998 buiten toepassing verklaard voor de Overeenkomst welke op 2 juni 1986 door Moosehead Breweries Ltd en Whitbread & Co. plc bij de Commissie is aangemeld.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot:

1. Moosehead Breweries Ltd,

89, Main Street,

Saint John West,

New Brunswick, E2M 3M2,

Canada;

2. Whitbread & Co. plc,

The Brewery,

Chiswell Street,

London EC1Y 6SD,

United Kingdom.

Gedaan te Brussel, 23 maart 1990.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. 13 van 21. 2. 1962, blz. 204/62.

(2) PB nr. C 179 van 15. 7. 1989, blz. 13.

(1) PB nr. L 207 van 2. 8. 1984, blz. 26.

(2) De cijfergegevens in deze afdelingen zijn ramingen van Whitbread plc.

(3) MMC Report, blz. 10.

(4) Allied, Bass, Elders, Grand-Metropolitan, Scottish & Newcastle en Whitbread.

(1) PB nr. L 61 van 4. 3. 1989, blz. 1.

Augša