Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31987R1880

Verordening (EEG) nr. 1880/87 van de Raad van 30 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 4034/86 inzake de vaststelling van de voor 1987 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden en bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften

PB L 179 van 3.7.1987, pp. 4–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1987

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1987/1880/oj

31987R1880

Verordening (EEG) nr. 1880/87 van de Raad van 30 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 4034/86 inzake de vaststelling van de voor 1987 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden en bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften

Publicatieblad Nr. L 179 van 03/07/1987 blz. 0004 - 0005


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1880/87 VAN DE RAAD

van 30 juni 1987

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 4034/86 inzake de vaststelling van de voor 1987 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden en bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), inzonderheid op artikel 11,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Raad volgens artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 170/83 het totale quotum dat per bestand of groep bestanden mag worden gevangen en het gedeelte daarvan dat voor de Gemeenschap beschikbaar is, moet vaststellen, alsmede de bijzondere voorwaarden die daarbij in acht moeten worden genomen; dat volgens artikel 4 van die verordening het bedoelde gedeelte dat voor de Gemeenschap beschikbaar is over de Lid-Staten wordt verdeeld;

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 4034/86 (2), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1365/87 (3), de voor 1987 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden zijn vastgesteld alsmede bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften; dat overeenkomstig de procedure van artikel 2 van de Visserijovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (4) de partijen, gezien de noodzaak van een rationeel beheer van de biologische rijkdommen, in het licht van de meest recente wetenschappelijke gegevens inzake de kabeljauwstand in de Noordzee nader overleg hebben gepleegd over hun wederzijdse visserijrechten voor 1987;

Overwegende dat dit overleg tot overeenstemming heeft geleid en dat als gevolg daarvan de totaal toegestane vangsten voor dit bestand en het daarvan voor de Gemeenschap beschikbare gedeelte kunnen worden verhoogd;

Overwegende dat tegelijk ook de totaal toegestane vangsten voor haring in het gebied Westen van Schotland (uitgezonderd Clyde), Rockall en Zuid-Faeroeer dienen te worden vastgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De cijfers die in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 4034/86 voor kabeljauw in gebied II a (EG-zone), IV en voor haring in gebied V b (EG-zone), VI a Noord (9), VI b en in bijlage II bij die verordening voor kabeljauw in gebied II a (EG-zone), IV zijn aangegeven, worden vervangen door de cijfers vermeld in de bijlagen I respectievelijk II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 30 juni 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

H. DE CROO

(1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1.

(2) PB nr. L 376 van 31. 12. 1986, blz. 39.

(3) PB nr. L 129 van 19. 5. 1987, blz. 15.

(4) PB nr. L 226 van 29. 8. 1980, blz. 48.

BIJLAGE I

1.2.3.4 // // // // // Soort // Gebied // TAC 1987 (in ton) // Gedeelte voor de Gemeenschap voor 1987 (in ton) // // // // // Kabeljauw // II a (EG-zone), IV // 175 000 // 158 100 // // // // // Haring // V b (EG-zone), VI a Noord (9), VI b // 49 700 // 44 600 // // // //

BIJLAGE II

1,3.4.5 // // // // Bestand // Lid-Staat // Quota 1987 (in ton) // // 1.2.3.4.5 // Soort // Geografische gebieden // Gebied // // // // // // // // Kabeljauw // Noorse Zee, Noordzee // II a (EG-zone), IV // België Denemarken Duitsland Griekenland Spanje Frankrijk Ierland Italië Luxemburg Nederland Portugal Verenigd Koninkrijk Beschikbaar voor de Lid-Staten // 5 640 32 380 20 530 6 960 18 300 74 290 // // // // Totaal EEG // 158 100 // // // // //

Top