Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31982R1633

Verordening (EEG) nr. 1633/82 van de Commissie van 23 juni 1982 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van vezelplaat (zogenaamde hardboardplaten) van oorsprong uit Roemenië, houdende intrekking van Besluit 80/564/EEG van de Commissie van 4 juni 1980 houdende aanvaarding van verbintenissen in verband met de procedure ten aanzien van de invoer van vezelplaat uit Tsjechoslowakije, Finland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje, Zweden en de Sowjetunie en houdende beëindiging van de procedure ten aanzien van deze landen en Bulgarije

PB L 181 van 25.6.1982, pp. 19–23 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 24/12/1982

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1982/1633/oj

31982R1633

Verordening (EEG) nr. 1633/82 van de Commissie van 23 juni 1982 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van vezelplaat (zogenaamde hardboardplaten) van oorsprong uit Roemenië, houdende intrekking van Besluit 80/564/EEG van de Commissie van 4 juni 1980 houdende aanvaarding van verbintenissen in verband met de procedure ten aanzien van de invoer van vezelplaat uit Tsjechoslowakije, Finland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje, Zweden en de Sowjetunie en houdende beëindiging van de procedure ten aanzien van deze landen en Bulgarije

Publicatieblad Nr. L 181 van 25/06/1982 blz. 0019 - 0023


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1633/82 VAN DE COMMISSIE

van 23 juni 1982

houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van vezelplaat (zogenaamde hardboardplaten) van oorsprong uit Roemenië, houdende intrekking van Besluit 80/564/EEG van de Commissie van 4 juni 1980, houdende aanvaarding van verbintenissen in verband met de procedure ten aanzien van de invoer van vezelplaat uit Tsjechoslowakije, Finland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje, Zweden en de Sowjetunie en houdende beëindiging van de procedure ten aanzien van deze landen en Bulgarije

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op de artikelen 10 en 11,

Na raadpleging van het bij de genoemde verordening ingestelde Raadgevend Comité,

Overwegende dat de Commissie op 4 juni 1980 besloten heeft de verbintenissen te aanvaarden in verband met de anti-dumpingprocedure inzake de invoer van vezelplaat van oorsprong uit Tsjechoslowakije, Finland, Noorwegen, Polen, Roemenië, Spanje, Zweden en de Sowjetunie en deze procedure te beëindigen (2);

Overwegende dat de Commissie een verzoek tot herziening van deze prijsverbintenissen ontvangen heeft, ingediend door de Europese Confederatie van de houtverwerkende industrie namens de producenten in de Gemeenschap die vrijwel de gehele produktie van het betrokken produkt in de Gemeenschap vertegenwoordigen, waarbij bewijs werd voorgelegd dat er wederom dumping ten aanzien van de invoer van hardboard en isolatieplaat uit deze landen werd gepleegd; dat deze federatie terzelfder tijd een klacht ingediend heeft over dumping bij de invoer van hardboard van oorsprong uit Bulgarije en Hongarije en dat aldus wezenlijke schade werd toegebracht aan de betrokken Gemeenschapsindustrie;

Overwegende dat de Commissie, aangezien genoemd bewijsmateriaal voldoende was om het inleiden van een procedure te rechtvaardigen, dientengevolge door een bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) heeft aangekondigd dat zij het besluit tot aanvaarding van de verbintenissen in verband met de anti-dumpingprocedure omtrent de invoer van vezelplaat van oorsprong uit genoemde landen zou herzien en deze procedure zou heropenen;

Overwegende dat de Commissie eveneens het inleiden van een anti-dumpingprocedure heeft aangekondigd voor de invoer van vezelplaat van oorsprong uit Bulgarije en Hongarije (4); dat de Commissie een onderzoek ter zake op Gemeenschapsniveau heeft aangevangen;

Overwegende dat de Commissie de exporteurs en importeurs die naar haar weten hierbij betrokken waren, alsmede de vertegenwoordigers van de uitvoerende landen en de klagers hiervan officieel in kennis heeft gesteld;

Overwegende dat de Commissie de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid gegeven heeft hun standpunten schriftelijk kenbaar te maken en deze mondeling toe te lichten;

Overwegende dat alle bekende betrokken exporteurs en verscheidene importeurs deze gelegenheid te baat hebben genomen om schriftelijk en/of mondeling hun beperkingen te kennen te geven;

Overwegende dat de Commissie, voor een voorlopige vaststelling van de dumpingmarge en schade van de betrokken Gemeenschapsproducenten, exporteurs, importeurs en agenten, alle door haar nodig geachte gegevens heeft opgevraagd; dat zij in verband met het nagaan van deze inlichtingen onderzoeken heeft uitgevoerd ten kantore van de volgende ondernemingen:

Producenten in de Gemeenschap:

Isorel SA, Paris, Frankrijk

Unalit SA, St-Jean-de-Losne, Frankrijk

Herman D. Krages, Leutkirch, West-Duitsland

H. Henselmann GmbH & Co. KG, Tiengen, West-Duitsland

Herzberger Plattenwerk GmbH & Co. KG, Herzberg, West-Duitsland

Pim Board Co. Ltd, Sunbury on Thames, Verenigd Koninkrijk

Cape Insulation Limited, Queensferry, Verenigd Koninkrijk

Orsa SpA, Mondovi, Italië

Legnochimica SpA, Mondovi, Italië

Faesite SpA, Padova, Italië

Exporteurs:

Karlit AB, Karlsholmsbruk, Zweden

AB Statens Skogsindustrier, Skinnskatteberg, Zweden Svaneholms AB, Svanskog, Zweden

Holmen AB, Norrkoeping, Zweden

Masonite Wikstroem AB, Stockholm, Zweden

Tafisa SA, Madrid, Spanje

Ahlstroem OY, Pihlava, Finland

Wilh Schauman OY, Helsinki, Finland

Enso Gutzeit OY, Helsinki, Finland

Hackman OY, Helsinki, Finland

Norsk Wallboard AS, Vennesla, Noorwegen

Treschow Fritzoee, Larvik, Noorwegen

Berger Langmoen AS, Brumunddal, Noorwegen

Importeurs/agenten:

West-Duitsland:

Mueller Szymczak & Co., Hamburg

Steinbrugge & Berninghausen GmbH & Co., Bremen

Italië:

Angelo Nicotra & Cie SpA, Acireale

Sadepan SpA, Viadana

Paganoni Importlegno SpA, Pioltello

België:

NV Unalit, Geraardsbergen

NV Beveka, Antwerpen

NV Isipan, Gent

Omniplex NV, Brussel

Verenigd Koninkrijk:

Tafinsa Board Ltd, London

Price Morgan Ltd, London

Laconite Ltd, London

Polish Timber Products Ltd, London

Frankrijk:

Konow & Smith, Paris

Sapco SA, Paris.

Overwegende dat de Commissie voor het dumpingonderzoek de periode van 1 januari 1981 tot en met 30 juni 1981 heeft gekozen;

Overwegende dat voor de vaststelling van het bestaan van dumping de Commissie de uitvoerprijzen van de betrokken exporteurs met de normale waarde gedurende de periode van onderzoek heeft vergeleken;

Overwegende dat voor Finland, Noorwegen en Spanje de normale waarde is vastgesteld volgens de prijzen op de binnenlandse markt gedurende de periode van onderzoek, bij verkopen van een soortgelijk produkt in het normale handelsverkeer voor zover deze verkopen niet tegen verlies zijn geschied;

Overwegende evenwel dat in het geval van een Finse exporteur is gebleken dat de verkoop van isolatieplaat over een aanzienlijk tijdsbestek en voor aanmerkelijke hoeveelheden is geschied tegen prijzen die lager waren dan de produktiekosten in hun geheel; dat dientengevolge de normale waarde is vastgesteld door het aanpassen van de beneden de produktiekosten uitkomende prijzen, ten einde het verlies op te heffen en een redelijke winstmarge aan te houden;

Overwegende dat in het geval van de enige Spaanse exporteur is gebleken dat de verkoop van donker hardboard van dennehout op gelijke wijze tegen verlies is geschied en dat de normale waarde is vastgesteld op grondslag van de aangenomen waarde met inbegrip van een redelijk bedrag voor algemene kosten en winst;

Overwegende dat in het geval van de Noorse exporteurs is gebleken dat van Norbit isolatieplaat, waarvan in Noorwegen niets is verkocht, een aanzienlijke hoeveelheid naar de Gemeenschap is uitgevoerd; dat de normale waarde derhalve gebaseerd werd op de lijstprijs van isolatieplaat met 20 % teer, dat als soortgelijk is erkend;

Overwegende dat de normale waarde voor hardboard voor alle exporteurs in Zweden gebaseerd werd op de aangenomen waarde, met inbegrip van een redelijk bedrag voor algemene kosten en winst, of wel omdat de verkopen van het soortgelijke produkt in Zweden niet voldoende waren om representatief geacht te worden, of wel omdat de verkopen over een aanzienlijk tijdsbestek en in aanmerkelijke hoeveelheden geschied zijn tegen prijzen welke lager waren dan de produktiekosten in hun geheel van het betrokken vezelplaat; dat de normale waarde voor de enige Zweedse exporteur van isolatieplaat die in het onderzoek werd betrokken, gebaseerd werd op de verkopen op de binnenlandse markt;

Overwegende dat de Commissie, om vast te stellen of de invoer uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië en de Sowjetunie met dumping geschied is, rekening moest houden met het feit dat deze landen geen markteconomie hebben;

Overwegende dat de Commissie derhalve haar berekeningen moest gronden op de normale waarde in een land met een markteconomie; dat de klagers in dit verband de Oostenrijkse en Spaanse markten voor hardboard en de Oostenrijkse markt voor isolatieplaat hadden

Overwegende dat de Commissie, aangezien zij de invoer uit tien landen waaronder vier landen met een markteconomie moest onderzoeken, van mening was dat de bijkomende administratieve belasting verbonden aan een onderzoek in nog een land, namelijk Oostenrijk, onverantwoord zou zijn als niet kon worden aangetoond dat het duidelijk beter en redelijker was de Oostenrijkse binnenlandse prijzen als de normale waarde aan te wenden dan de prijzen of kostprijzen in een van de in het onderzoek betrokken landen met een markteconomie; dat uit het bewijsmateriaal niet gebleken was dat de Oostenrijkse prijzen beter of redelijker waren dan die in een van de betrokken landen met een markteconomie; dat de Commissie in het licht van de uitkomst van haar onderzoekingen het redelijk en juist vond de normale waarde voor de betrokken landen met staatshandel op grond van de binnenlandse prijzen voor isolatieplaat uit Noorwegen en op grond van de aangenomen waarde van donker dennehardboard (laagste kwaliteit) uit Spanje vast te stellen; Overwegende dat tegen het gebruik van de binnenlandse prijzen in Noorwegen als de normale waarde voor isolatieplaat geen bezwaar is aangetekend; dat evenwel de Hongaarse en Roemeense exporteurs het gebruik van de Spaanse binnenlandse prijzen aangevochten hebben met als reden dat de Spaanse markt beschermd was en dat het feit dat de Spaanse exporteurs van dumping beticht waren op zichzelf al een aanwijzing was dat de binnenlandse Spaanse prijzen geen adequate grondslag opleverden voor het vaststellen van de normale waarde; dat zij geopperd hadden de normale waarde op grond van de Joegoslavische binnenlandse of uitvoerprijzen vast te stellen;

Overwegende dat volgens de Commissie het loutere feit dat een derde land ook van dumping is beticht het gebruik van de binnenlandse prijzen in dat derde land als grondslag voor het bepalen van de normale waarde in een land met een staatshandel nog niet onjuist of onredelijk maakt;

Overwegende dat, aangezien de normale waarde in ieder geval is vastgesteld op basis van de produktiekosten, met inbegrip van de algemene kosten en een redelijke winst, van een Spaanse producent die als een van de efficiënste producenten in Europa geldt, het niet nodig was na te gaan of de Spaanse hardboard- markt beschermd was;

Overwegende dat de uitvoerprijzen voor alle betrokken landen gebaseerd zijn op de betaalde of te betalen uitvoerprijzen voor de produkten die gedurende het onderzochte tijdvak voor uitvoer naar de Gemeenschap werden verkocht;

Overwegende dat bij de vergelijking van de normale waarde met de uitvoerprijzen de Commissie waar nodig gelet heeft op verschillen van invloed op prijsvergelijkbaarheid ten aanzien van variabele distributie- en verkoopkosten, leveringstermijnen en betalingsvoorwaarden, voor zover de aanspraken ter zake genoegzaam konden worden gestaafd;

Overwegende dat verschillende landen met staatshandel eisen naar voren hebben gebracht ten aanzien van kwaliteitsverschillen; dat evenwel niet op deze eisen kon worden ingegaan aangezien er geen kwantificeerbaar bewijsmateriaal ter staving is overgelegd;

Overwegende dat de vergelijkingen ten aanzien van de betrokken landen met een markteconomie en Hongarije gemaakt zijn voor de prijzen af-fabriek, en ten aanzien van de andere landen zonder markteconomie tegen de prijzen fob;

Overwegende dat bovengenoemd voorlopig onderzoek van de feiten het bestaan van dumping bij alle betrokken exporteurs aantoont, waarbij de dumpingmarge gelijk is aan het bedrag waarmee de normale waarde als vastgesteld de uitvoerprijzen naar de Gemeenschap overschrijdt;

Overwegende dat deze marges uiteenlopen naar gelang van de exporteur, de invoerende Lid-Staat en het soort vezelplaat waar het om gaat; dat het gewogen gemiddelde voor elk van de onderzochte exporteurs als volgt was:

Bulgarije:

22,3 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat.

Tsjechoslowakije:

11,1 % voor hardboard; 28,4 % voor isolatieplaat.

Finland:

Ahlstrom: 10,2 % voor hardboard; 14,8 % voor isolatieplaat;

Enso Gutzeit: 1,4 % voor hardboard; 25,1 % voor isolatieplaat;

Hackman: geen uitvoer van hardboard; 9,8 % voor isolatieplaat;

Schauman: 1,4 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat.

Hongarije:

12,8 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat.

Noorwegen:

Berger Langmoen: geen uitvoer van hardboard; 37,0 % voor isolatieplaat;

Norsk Wallboard: 10,9 % voor hardboard; 4,75 % voor isolatieplaat;

Treschow-Fritzoe: geen uitvoer van hardboard; 21,3 % voor isolatieplaat.

Polen:

10,3 % voor hardboard; 31,4 % voor isolatieplaat.

Roemenië:

26,9 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat.

Spanje:

Tafisa: 18,8 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat.

Zweden:

Assi: 11,3 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat;

Holmen: 19,9 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat;

Karlit:14,3 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat;

Masonite: 17,1 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat;

Svaneholms: 1,7 % voor hardboard; 13,3 % voor isolatieplaat.

Sowjetunie:

27,7 % voor hardboard; geen uitvoer van isolatieplaat. Overwegende dat ten aanzien van de schade aan de industrie in de Gemeenschap de gegevens waarover de Commissie beschikt aantonen dat, terwijl de invoer van hardboard uit de betrokken landen van een piek van 373 000 ton in 1979 welke in 1980 tot maatregelen geleid heeft, enigszins afnam tot 163 000 ton in de eerste helft van 1981, een afname in het verbruik hen in staat stelde hun marktaandeel van 32,5 % in 1979 te vergroten tot 32,7 % in de eerste helft van 1981; dat ten aanzien van isolatieplaat de invoer uit de betrokken landen van een piek van 63 000 in 1979 tot 24 000 ton in de eerste helft van 1981 geslonken is; dat hun marktaandeel tevens van 51,8 % in 1979 tot 44 % in de eerste helft van 1981 is afgenomen;

Overwegende dat de prijzen van deze invoer in de onderzoeksperiode veel lager waren dan de produktiekosten, met inbegrip van de algemene kosten en redelijke winstmarges, van de communautaire producenten van soortgelijke produkten; dat deze marge van prijsonderbieding van 8 % tot 25 % voor hardboard uit de betrokken landen met een markteconomie en van 32 tot 43 % voor hardboard uit de betrokken landen met staatshandel schommelde; dat voor isolatieplaat de marges 13 % tot 14 % voor de landen met markteconomie en 25 % tot 30 % voor de landen met staatshandel beliepen;

Overwegende dat dit voor de industrie in de Gemeenschap, waarvan de produktie van hardboard van 638 000 ton in 1979 tot 280 000 ton in de eerste helft van 1981 en van isolatieplaat van 56 000 ton tot 21 000 ton over dezelfde periode was gedaald, geleid heeft tot een neerwaartse druk op de prijzen, welke zich niet evenredig aan de produktiekosten hebben kunnen ontwikkelen, waardoor deze kosten onmogelijk gedekt konden worden; dat bovendien de verkopen van hardboard in de Gemeenschap door de communautaire producenten tussen 1979 en de eerste helft van 1981 met 18 % zijn teruggevallen en de voorraden in hetzelfde tijdvak bijna vertweevoudigd zijn; dat de verkopen en voorraden van isolatieplaat in dezelfde tijd tamelijk stabiel gebleven zijn;

Overwegende dat bijna alle producenten in de Gemeenschap dientengevolge aanzienlijke verliezen op hun produktie van vezelplaat boeken met daaruit voortvloeiend verlies van werkgelegenheid;

Overwegende dat de Commissie heeft onderzocht of er schade is toegebracht door andere factoren welke afzonderlijk of te zamen de betrokken tak van de industrie in de Gemeenschap negatief beïnvloed konden hebben, zoals de omvang en de prijzen van andere invoer of een slinken van de vraag; dat evenwel het feit dat in 1980 en eerste helft van 1981 de invoer met dumping van oorsprong uit de betrokken landen voor meer dan twee derde van de totale invoer stond, en dat de Commissie thans een anti-dumpingprocedure tegen invoer van hardboard in de Gemeenschap uit Brazilië voert, welke evenwel minder dan 10 % van de gehele invoer uitmaakt, de Commissie heeft doen concluderen dat de invoer met dumping van de betrokken vezelplaat aanzienlijke schade aan de betrokken nijverheid in de Gemeenschap heeft toegebracht;

Overwegende dat de Commissie in deze omstandigheden haar aanvaarding van de bestaande verbintenissen moet intrekken;

Overwegende dat na ingelicht te zijn over de voornaamste bevindingen van het onderzoek de volgende exporteurs verbintenissen voor hun toekomstige prijsstelling hebben aangeboden:

Karlit AB, Zweden; AB Statens Skogsindustrier, Zweden; Svaneholms AB, Zweden; Holmen AB, Zweden; Masonite Wikstroem, Zweden; Stora Kopparberg, Zweden; Tafisa SA, Spanje; Ahlstroem OY, Finland; Wilh Schauman OY, Finland; Enso Gutzeit OY, Finland; Hackman OY, Finland; Norsk Wallboard AS, Noorwegen; Treschow Fritzoë, Noorwegen; Berger Langmoen AS, Noorwegen; Lingnimpex, Hongarije; Paged, Polen; Exportles Sowjetunie; Ligna, Tsjechoslowakije;

Overwegende dat al deze verbintenissen zowel de dumping als de schade opheffen; dat de Commissie ze derhalve aanvaardbaar acht;

Overwegende dat de invoer uit Bulgarije nooit een marktaandeel van 0,7 % te boven is gegaan en in de onderzoeksperiode slechts 0,2 % bedroeg; dat in deze omstandigheden beschermende maatregelen tegen deze invoer niet nodig geacht worden;

Overwegende evenwel dat de invoer uit Roemenië traditioneel hoger geweest is en in de eerste helft van 1981 een marktaandeel van 0,8 % omvatte, hetgeen tot de aan de Gemeenschapsindustrie toegebrachte schade heeft bijgedragen;

Overwegende dat, ofschoon de mogelijkheid van een opbouwende oplossing met de Roemeense uitvoeronderneming besproken is, er geen verbintenis werd aangeboden;

Overwegende dat aldus de belangen van de Gemeenschap onmiddellijke maatregelen vergen om te voorkomen dat het door deze verbintenissen gestelde prijspeil door invoer uit Roemenië wordt ondermijnd;

Overwegende dat derhalve een voorlopig recht op de invoer van vezelplaat uit Roemenië dient te worden opgelegd;

Overwegende dat voor de vaststelling van het bedrag van het recht de Commissie in het bestek van deze procedure van mening is dat de meest juiste oplossing zou bestaan uit het bepalen van een minimumprijs gelijk aan de normale waarde op fob-basis vermeerderd met de gemiddelde vervoerskosten van Roemenië naar de verschillende markten in de Gemeenschap; Overwegende dat er een tijdsbestek dient te worden vastgesteld waarin de betrokken partijen na het instellen van het voorlopig recht hun standpunten bekend kunnen maken en dit mondeling bij de Commissie kunnen toelichten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het besluit van de Commissie van 4 juni 1980, houdende aanvaarding van de verbintenissen door exporteurs uit Tsjechoslowakije, Finland, Noorwegen, Polen, Roemenië, Spanje, de Sowjetunie en Zweden in het kader van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van vezelplaat van oorsprong uit deze landen, wordt hierbij ingetrokken.

2. De nieuwe verbintenissen als aangeboden door

Karlit AB, Zweden; AB Statens Skogsindustrier, Zweden; Svaneholms AB, Zweden; Holmen AB, Zweden; Masonite Wikstroem, Zweden; Stora Kopparberg, Zweden; Tafisa SA, Spanje; Ahlstroem OY, Finland; Wilh Schauman OY, Finland; Enso Gutzeit OY, Finland; Hackman OY, Finland; Norsk Wallboard AS, Noorwegen; Treschow Fritzoee, Noorwegen; Berger Langmoen AS, Noorwegen; Lingnimpex, Hongarije; Paged, Polen; Exportles, Sowjetunie; Ligna, Tsjechoslowakije,

worden hierbij aangenomen, en de procedure ten aanzien van de invoer uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Finland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje, de Sowjetunie en Zweden wordt bij dezen beëindigd.

Artikel 2

1. Er wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer van vezelplaat met een gewicht van meer dan 0,8 g/cm3 (zogenaamd hardboard), van post ex 44.11 van het gemeenschappelijk douanetarief overeenkomend met NIMEXE-codes 44.11-10 en 20, van oorsprong uit Roemenië.

2. Het bedrag van het recht is gelijk aan het verschil tussen de nettoprijs per m2, franco-grens van de Gemeenschap, niet-ingeklaard en 0,79 Ecu voor hardboard met een dikte gelijk aan of meer dan 2,8 mm en minder dan 3,5 mm. Voor andere diktes geldt de volgende tabel:

- minder dan of gelijk aan 2,0 mm 0,86

- meer dan 2,0 mm maar minder dan 2,8 mm 0,925

- gelijk aan of meer dan 3,5 mm maar

minder dan 5,0 mm 1,45

- gelijk aan of meer dan 5,0 mm maar minder

dan 7,0 mm 1,90

- gelijk aan of meer dan 7,0 mm 2,40.

3. Het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen van de in lid 1 bedoelde produkten is onderworpen aan een zekerheidstelling ter hoogte van het bedrag van het voorlopig recht.

4. De voor de toepassing van de douanerechten geldende bepalingen zijn op dit recht van toepassing.

Artikel 3

Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, sub b) en c), van Verordening (EEG) nr. 3017/79 kunnen de betrokken partijen binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt kenbaar maken en verzoeken mondeling door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3017/79 zijn de beschikkingen van deze verordening die betrekking hebben op het voorlopige recht van toepassing voor een periode van vier maanden of tot op het ogenblik waarop de Raad definitieve maatregelen vaststelt, voor zover deze van kortere duur zijn.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 juni 1982.

Voor de Commissie

Wilhelm HAFERKAMP

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 145 van 11. 6. 1980, blz. 39.

(3) PB nr. C 164 van 4. 7. 1981, blz. 3.

(4) PB nr. C 164 van 4. 7. 1981, blz. 2.

Top