This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31982L0603
Council Directive 82/603/EEC of 28 July 1982 amending Directive 75/130/EEC on the establishment of common rules for certain types of combined road/rail carriage of goods between Member States
Richtlijn 82/603/EEG van de Raad van 28 juli 1982 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd rail/wegvervoer van goederen tussen de Lid-Staten
Richtlijn 82/603/EEG van de Raad van 28 juli 1982 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd rail/wegvervoer van goederen tussen de Lid-Staten
PB L 247 van 23.8.1982, pp. 6–8
(DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(ES, PT)
No longer in force, Date of end of validity: 15/12/1992
Richtlijn 82/603/EEG van de Raad van 28 juli 1982 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd rail/wegvervoer van goederen tussen de Lid-Staten
Publicatieblad Nr. L 247 van 23/08/1982 blz. 0006 - 0008
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 07 Deel 3 blz. 0063
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 07 Deel 3 blz. 0063
++++ RICHTLIJN VAN DE RAAD van 28 juli 1982 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd rall/wegvervoer van goederen tussen de Lid-Staten ( 81/603/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 75 , Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) , Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) , Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) , Overwegende dat de toepassing van Richtlijn 75/130/EEG van de Raad van 17 februari 1975 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd rail/wegvervoer van goederen tussen de Lid-Staten ( 4 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 82/3/EEG ( 5 ) , een positief resultaat heeft opgeleverd ; Overwegende dat de ontwikkeling van het gecombineerd vervoer van algemeen belang is ; Overwegende dat de verschillende technieken van gecombineerd vervoer in de afgelopen jaren een opmerkelijke vooruitgang te zien hebben gegeven ; dat de huidige toename van het containervervoer en van het kangoeroevervoer reeds indrukwekkend is ; dat de positieve tendens zich niet beperkt tot de combinatie rail/weg doch eveneens betrekking heeft op de binnenscheepvaart , vooral op de Rijn ; Overwegende dat deze ontwikkeling zich nog versterkt zou kunnen voortzetten indien het gecombineerd vervoer zou worden vrijgemaakt van bepaalde administratieve beperkingen en zou worden vergemakkelijkt door stimulerende maatregelen ; Overwegende dat het gecombineerd vervoer tot een ontlasting van de wegen leidt en het derhalve logisch is dat de belasting op het gebruik of het houden van bedrijfsvoertuigen wordt verminderd voor zover deze voertuigen per spoor worden vervoerd ; Overwegende dat het zinvol is de criteria inzake het vervoer voor eigen rekening op passende wijze te versoepelen ; Overwegende dat eveneens moet worden gestreefd naar een verbetering op het gebied van de statistieken , waar nog lacunes bestaan , met name met het oog op de in de toekomst op het gebied van het gecombineerd vervoer te treffen maatregelen ; Overwegende dat , in het licht van de opgedane ervaring , een net voor gecombineerd vervoer van communautair belang dat aan de behoeften van de markt beantwoordt , ontwikkeld dient te worden ; Overwegende dat Richtlijn 75/130/EEG derhalve moet worden uitgebreid tot ander gecombineerd vervoer , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 Richtlijn 75/130/EEG wordt als volgt gewijzigd : 1 . de titel wordt als volgt gelezen : " Richtlijn van de Raad van 17 februari 1975 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten " ; 2 . aan artikel 1 , lid 1 , wordt het volgende streepje toegevoegd : " - " gecombineerd vervoer over de binnenwateren " , het vervoer van containers van 20 voet en meer over de binnenwateren tussen de Lid-Staten , waarbij het begin - of het eindvervoer plaatsvindt over de weg over een afstand van ten hoogste 50 km hemelsbreed vanaf de rivierhaven van inlading of van uitlading . " ; 3 . artikel 3 wordt als volgt gelezen : " Artikel 3 In geval van gecombineerd beroepsvervoer moet een vervoerdocument , dat ten minste voldoet aan de voorschriften van artikel 6 van Verordening nr . 11 van de Raad van 27 juni 1960 ter uitvoering van artikel 79 , lid 3 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden ( 3 ) , worden aangevuld met de opgave van de stations van in - en uitlading voor wat betreft het traject per spoor of van de rivierhavens van in - en uitlading voor wat betreft het traject over de binnenwateren . Deze vermeldingen worden aangebracht voordat het vervoer plaatsvindt en bevestigd door aanbrenging van de stempel van de spoorweg - of havenadministraties in de betrokken stations of rivierhavens , wanneer het gedeelte van het vervoer dat per spoor of over de binnenwateren wordt afgelegd , is beëindigd . " ; 4 . artikel 4 wordt als volgt gelezen : " Artikel 4 1 . De Lid-Staten kunnen bij grensoverschrijding over de weg , voorafgaand aan het spoorwegtraject of aan het traject over de binnenwateren , eisen dat de vervoerondernemer met een passend document aantoont dat een plaats is gereserveerd voor het spoorwegvervoer van de trekker , vrachtwagen , aanhangwagen , oplegger of afneembare laadbak daarvan , alsmede voor het vervoer over de binnenwateren van de container van 20 voet en meer . 2 . De Lid-Staten kunnen de toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheid verlenen te eisen dat het document inzake spoorwegvervoer of vervoer over de binnenwateren na beëindiging van het traject per spoor of over de binnenwateren door het gecombineerd vervoer wordt getoond . " ; 5 . artikel 7 wordt als volgt gelezen : " Artikel 7 1 . De Commissie brengt voor 31 december 1984 en vervolgens om de twee jaar verslag uit aan de Raad over : - de economische ontwikkeling van het gecombineerd vervoer ; - de toepassing van het Gemeenschapsrecht op dat gebied ; - de uitwerking , in voorkomend geval , van nieuwe acties ter bevordering van het gecombineerd vervoer . 2 . Bij de opstelling van het in lid 1 genoemde verslag wordt de Commissie bijgestaan door de vertegenwoordigers van de Lid-Staten om de daartoe nodige gegevens te verzamelen . Dit verslag bevat een analyse van de gegevens en het statistische materiaal over met name : - de verkeersverbindingen waarbij van gecombineerd vervoer gebruik wordt gemaakt ; - het aantal verzendingen , alsmede het aantal voertuigen , afneembare kisten en containers , dat is vervoerd over de verschillende verkeersverbindingen ; - de vervoerde hoeveelheden ; - de verrichte prestaties in ton/km . In dit verslag worden , in voorkomend geval , voorstellen gedaan voor oplossingen waardoor het statistisch materiaal later kan worden verbeterd . " ; 6 . de volgende artikelen worden ingevoegd : " Artikel 8 1 . De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 3 vermelde belastingen op de wegvoertuigen ( vrachtwagens , trekkers , aanhangwagens of opleggers ) , wanneer zij een traject afleggen in gecombineerd vervoer , binnen de grenzen , onder de voorwaarden en overeenkomstig de modaliteiten die zij na overleg met de Commissie vaststellen , vanaf 1 januari 1985 of wel forfaitair , of wel in verhouding tot het door deze voertuigen per spoor afgelegde traject , worden verminderd of terugbetaald . De in de eerste alinea bedoelde verminderingen of terugbetalingen worden door de Staat waar de voertuigen zijn geregistreerd , toegekend op basis van het in deze Staat per spoor afgelegde traject . De Lid-Staten mogen deze verminderingen of terugbetalingen echter toestaan met inachtneming van de trajecten per spoor die gedeeltelijk dan wel volledig zijn afgelegd buiten de Lid-Staat waar de voertuigen zijn geregistreerd . 2 . Onverminderd de bepalingen die voortvloeien uit een eventuele aanpassing op communautair vlak van de nationale stelsels inzake belastingen op bedrijfsvoertuigen , mogen de voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor de tractie over de weg op begin - of eindtrajecten van een gecombineerd vervoer , wanneer zij afzonderlijk worden belast , vrijgesteld worden van de in lid 3 genoemde belastingen . 3 . De in de leden 1 en 2 bedoelde belastingen zijn de volgende : - België : verkeersbelasting op de autovoertuigen/taxe de circulation sur les véhicules automobiles ; - Denemarken : vaegtafgift af motorkoeretoejer m.v . ; - Duitsland : Kraftfahrzeugsteuer ; - Frankrijk : taxe spéciale sur certains véhicules routiers ; - Griekenland : !*** - Ierland : vehicle excise duties ; - Italië : a ) tassa di circolazione sugli autoveicoli , b ) addizionale del 5 % sulla tassa di circolazione ; - Luxemburg : taxe sur les véhicules automoteurs ; - Nederland : motorrijtuigenbelasting ; - Verenigd Koninkrijk : vehicle excise duties . Artikel 9 Wanneer een aanhangwagen of een oplegger , toebehorende aan een onderneming die voor eigen rekening gecombineerd vervoer verricht , op het eindtraject wordt gesleept door een trekker , toebehorende aan een onderneming die beroepsvervoer verricht , wordt dit vervoer vrijgesteld van het in artikel 3 bedoelde document ; het moet echter vergezeld gaan van een ander document waaruit het per spoor afgelegde traject blijkt . Artikel 10 Uiterlijk 31 december 1984 neemt de Raad op voorstel van de Commissie de nodige maatregelen om een net van spoorlijnen en overslagcentra van communautair belang vast te stellen met het oog op de ontwikkeling van het gecombineerd vervoer . " ; 7 . artikel 9 wordt artikel 11 . Artikel 2 De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om voor 1 april 1983 aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan in kennis . Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 28 juli 1982 . Voor de Raad De Voorzitter O . MOELLER ( 1 ) PB nr . C 351 van 31 . 12 . 1980 , blz . 37 . ( 2 ) PB nr . C 260 van 12 . 10 . 1981 , blz . 123 . ( 3 ) PB nr . C 310 van 30 . 11 . 1981 , blz . 18 . ( 4 ) PB nr . L 48 van 22 . 2 . 1975 , blz . 31 . ( 5 ) PB nr . L 5 van 9 . 1 . 1982 , blz . 12 .