Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22026P01112

Resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest over de brede Horizon van Europa — open voor de beste onderzoekers, zoals vastgesteld op 30 oktober 2025

PB C, C/2026/1112, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1112/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1112/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1112

26.2.2026

Resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest over de brede Horizon van Europa — open voor de beste onderzoekers, zoals vastgesteld op 30 oktober 2025

(C/2026/1112)

DE PARLEMENTAIRE VERGADERING EURONEST,

gezien Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (1) (de Horizon Europa-verordening),

gezien Besluit (EU) 2021/764 van de Raad van 10 mei 2021 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot intrekking van Besluit 2013/743/EU (2),

gezien Verordening (EU) 2021/819 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende het Europees Instituut voor innovatie en technologie (3),

gezien het verslag van de deskundigengroep van de Commissie over de tussentijdse evaluatie van Horizon Europa van 16 oktober 2024 getiteld “Align, Act, Accelerate: Research, Technology and Innovation to boost European Competitiveness”,

gezien de analyse van het strategisch plan Horizon Europa 2025-2027,

gezien het gezamenlijke werkdocument van de diensten van de Commissie van 2 juli 2021 getiteld “Herstel, veerkracht en hervorming: prioriteiten van het Oostelijk Partnerschap na 2020” (SWD(2021)0186),

gezien zijn resolutie van 11 maart 2025 over de beoordeling van de uitvoering van Horizon Europa met het oog op de tussentijdse evaluatie ervan en aanbevelingen voor het tiende kaderprogramma voor onderzoek (4),

gezien de Mededeling van de Commissie van 22 oktober 2024 getiteld “Uitvoering van de Europese Onderzoeksruimte (EOR) — Onderzoek en innovatie in Europa versterken: reeds afgelegd en toekomstig traject van de EOR” (COM(2024)0490),

gezien de Mededeling van de Commissie van 18 mei 2021 over de totaalaanpak voor onderzoek en innovatie — De strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld (COM(2021)0252),

gezien zijn resolutie van 6 april 2022 over de totaalaanpak voor onderzoek en innovatie: de strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld (5),

gezien het advies van het Comité Europese Onderzoeksruimte en Innovatie van 26 juni 2024 getiteld “Guidance for the next Framework Programme for Research & Innovation”,

gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness”,

gezien de lopende oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma “Kies Europa voor wetenschap”,

A.

overwegende dat de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap een gemeenschappelijk belang hebben bij het bevorderen van mobiliteit en toegang tot onderzoeksfaciliteiten voor onderzoekers op gebieden van wederzijds belang;

B.

overwegende dat Horizon Europa, het grootste Europese financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie (O&I) ooit, met een budget van 93,5 miljard EUR voor de periode 2021-2027, het potentieel heeft om aanzienlijke publieke en private investeringen te stimuleren ter ondersteuning van onderzoeks- en innovatie-initiatieven van hoge kwaliteit, met aanzienlijke maatschappelijke en economische voordelen;

C.

overwegende dat investeren in mensen en kennismaatschappijen en streven naar 70 000 individuele mobiliteitsmogelijkheden voor studenten en personeel, onderzoekers, jongeren en jongerenwerkers een van de tien belangrijkste doelstellingen van het Oostelijk Partnerschap voor 2025 is;

D.

overwegende dat de EU in 2025 het programma “Kies Europa voor wetenschap” heeft gelanceerd om van de EU de aantrekkelijkste bestemming voor onderzoekers en innovatoren ter wereld te maken, hun aantrekkelijke carrières te bieden en tegelijkertijd de Europese Onderzoeksruimte een impuls te geven;

E.

overwegende dat zowel de EU als de landen van het Oostelijk Partnerschap beter moeten worden toegerust om te reageren op crises en ontwikkelingen door vooruit te kijken en zich voor te bereiden, gebruikmakend van nieuw O&I-beleid en nieuwe O&I-initiatieven die een cruciale rol spelen bij het aanpakken van huidige en toekomstige uitdagingen, het bieden van duurzame oplossingen en het stimuleren van economische groei, concurrentievermogen en transformatieve veranderingen;

F.

overwegende dat de EU nog steeds achterloopt op de Verenigde Staten, Japan en China wat betreft de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), en dat deze uitgaven aanzienlijk lager zijn in de landen van het Oostelijk Partnerschap; overwegende dat het essentieel is deze kloof aan te pakken om ervoor te zorgen dat Europa technologisch vooroploopt;

G.

overwegende dat de EU en haar lidstaten zich ten doel hebben gesteld om tegen 2030 3 % van het bbp te investeren in onderzoek en ontwikkeling, ter ondersteuning van een concurrerende Europese economie die is gebaseerd op vaardigheden en kennis;

H.

overwegende dat de EU moeite heeft om andere grote economieën bij te houden op het gebied van uitvoer en het scheppen van banen in kennisintensieve diensten;

I.

overwegende dat zowel de technologische output (bijvoorbeeld gemeten op basis van het aantal octrooien) als de productie van onderzoekspublicaties van hoge kwaliteit nog steeds sterk geconcentreerd zijn in een beperkt aantal gebieden en dat de regionale verschillen op het gebied van technologische innovatie zijn toegenomen;

J.

overwegende dat de EU als beleidsdoel heeft gesteld om excellentie en de technologische basis te versterken door het aantal deelnames uit partnerlanden aan Horizon Europa en EU4Innovation uit te breiden naar 700;

K.

overwegende dat de samenloop van meerdere crises tot meer onzekerheden heeft geleid en tot een dringende reflectie op de strategische autonomie en veerkracht van de EU, naast een herziening van de strategische allianties, technologische afhankelijkheid en afhankelijkheid van hulpbronnen en internationale samenwerking van de EU;

L.

overwegende dat de Russische Federatie de uitgaven voor propaganda in haar begroting voor 2026 sterk heeft verhoogd, wat voor heel Europa, zonder uitzondering, uitdagingen met zich meebrengt;

M.

overwegende dat in de Horizon Europa-verordening wordt bepaald dat, teneinde wetenschappelijke excellentie te waarborgen, en in overeenstemming met artikel 13 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het kaderprogramma de eerbiediging van de academische vrijheid moet bevorderen in alle landen die middelen uit het programma ontvangen;

1.

onderstreept dat het van groot belang is om mogelijkheden tot samenwerking en mobiliteit op het gebied van onderzoek, innovatie en mobiliteit tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap volledig te benutten, onder meer door intraregionale uitwisselingen, toereikende financiering van en betere toegang tot EU-programma’s, deelname aan EU-programma’s en gestructureerde partnerschappen gericht op het stimuleren van strategische innovatie, het concurrentievermogen en maatschappelijke impact;

2.

blijft ervan overtuigd dat samenwerking en mobiliteit op het gebied van wetenschap, onderzoek en onderwijs een aanzienlijke toegevoegde waarde hebben en een win-winsituatie creëren voor de samenleving en het algehele concurrentievermogen van Europa, en meetbare voordelen opleveren voor de samenlevingen, economieën en het mondiale leiderschap van Europa als het gaat om innovatie;

3.

herinnert aan de aanzienlijke baten van investeringen in onderzoek en innovatie, gezien het feit dat Horizon Europa volgens de evaluatie van de Commissie tegen 2045 voor elke euro die het de Europese maatschappij kost naar verwachting tot 6 EUR voor de EU-burgers en tot 11 EUR aan bbp-winst zal opleveren;

4.

benadrukt de uitdaging van ongelijkheden en de groeiende kloof in prestaties op het gebied van onderzoek en innovatie, zowel binnen de EU als in de gebieden van het Oostelijk Partnerschap, en erkent de eerste positieve signalen om deze kloof aan te pakken binnen de EU; onderstreept het potentieel van Horizon Europa en andere vormen van samenwerking om het onderzoeks- en innovatiepotentieel van de landen van het Oostelijk Partnerschap te stimuleren, met name wanneer gebruik wordt gemaakt van synergieën met het economisch en investeringsplan voor het Oostelijk Partnerschap om de innovatiekloven te verkleinen en de strategische autonomie in de EU en de partnerlanden te vergroten; wijst erop dat in innovatiebeleid rekening moet worden gehouden met de sociale dimensie en dat moet worden gezorgd voor fatsoenlijk werk, gelijke kansen en sociale duurzaamheid tijdens de overgang naar nieuwe economische modellen;

5.

wijst op de cruciale rol van wetenschap en onderzoek om de specifieke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken in onze gedeelde Europese ruimte, waaronder klimaatverandering en de energietransitie, de inzet van artificiële intelligentie, de aanpak van digitale transformatie en de bestrijding van Russische desinformatie en andere kwaadaardige buitenlandse inmenging; roept op tot dringende en effectieve actie om de verspreiding van desinformatie door de Russische regering te voorkomen en hybride aanvallen op kritieke infrastructuur en democratische instellingen te bestrijden;

6.

wijst op de belangrijke rol van wetenschap en onderzoek bij de voorkoming en bestrijding van mensenhandel, huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen dankzij de inzet van nieuwe technologieën en artificiële intelligentie;

7.

wijst erop dat de maatschappelijke re-integratie van mensen die door oorlog zijn getroffen, met name veteranen, personen met een handicap en intern ontheemden, moet worden opgenomen in de onderzoeks- en onderwijsprogramma’s die in het kader van het Oostelijk Partnerschap worden uitgevoerd;

8.

merkt op dat landen die zich op toetreding tot de EU voorbereiden zich moeten aanpassen aan het onderzoeks- en innovatie-ecosysteem van de EU en de Europese Onderzoeksruimte door hun voorbereidingen en daarmee samenhangende hervormingen te vervroegen; wijst erop dat dit zou leiden tot een snellere, geleidelijke integratie in EU-programma’s en de interne markt; roept daarom op tot gerichte programma’s om tijdige voorbereidingen op dit vlak te vergemakkelijken;

9.

is ingenomen met de rol van de nationale contactpunten en roept op tot verdere innovatie om de deelname van partners uit het gebied van het Oostelijk Partnerschap aan Horizon Europa te vergemakkelijken; onderstreept de noodzaak om de braindrain aan te pakken en dit om te zetten in een strategische kans voor innovatief leiderschap van de EU en regionale kenniscohesie; roept op tot een grotere deelname van vrouwen, jongeren en personen met een handicap aan gezamenlijke onderwijs- en wetenschapsprogramma’s, waarbij de beginselen van gendergelijkheid en inclusie worden nageleefd;

10.

is ingenomen met de oprichting van de universitaire cluster van het Oostelijk Partnerschap die tot doel heeft de interuniversitaire samenwerking op het gebied van onderwijs, wetenschap en onderzoek te bevorderen onder de paraplu van de 4EU+-alliantie van Europese universiteiten; merkt op dat dit model kan worden gekopieerd om andere universiteiten in soortgelijke samenwerkingsverbanden op te nemen, met name universiteiten uit landen met Horizon-associatieovereenkomsten;

11.

moedigt entiteiten uit het Oostelijk Partnerschap die hiervoor in aanmerking komen aan hun slag te slaan uit het nieuwe initiatief “Kies Europa voor wetenschap”, dat een aanvullende mogelijkheid biedt om Europese onderzoeksloopbanen aantrekkelijker te maken door uitstekende, voorspelbare arbeidsvoorwaarden te bieden, en om de braindrain in de onderzoeks- en innovatiesector om te zetten in een braingain, in overeenstemming met de strategische prioriteiten van de EU op het gebied van innovatie en concurrentievermogen;

12.

is van mening dat verschillende belangrijke gebeurtenissen en crises gevolgen hebben voor onderzoekers in het gebied van het Oostelijk Partnerschap, die hierdoor gevaar lopen; is ingenomen met de inspanningen van de Europese Commissie, de lidstaten, academische netwerken en het maatschappelijk middenveld om iets te doen aan de situatie van deze onderzoekers; concludeert echter dat de EU in het kader van het huidige programma niet over voldoende financiering beschikt om onderzoekers die gevaar lopen te ondersteunen en dat de inspanningen van sommige lidstaten en het maatschappelijk middenveld versnipperd blijven;

13.

wijst op de sociale gevolgen van oorlog en conflicten in het gebied van het Oostelijk Partnerschap, die van invloed zijn op de werkgelegenheid, het welzijn van de bevolking en de arbeidsmobiliteit, en ondersteunt de ontwikkeling van gerichte programma’s om de sociale veerkracht in het gebied te vergroten;

14.

herhaalt het standpunt van het Parlement dat het komende tiende EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP10) een nieuw Europees fellowshipprogramma voor onderzoekers in risicosituaties moet omvatten, waarin de getrokken lering uit de lopende voorbereidende werkzaamheden is verwerkt; wijst erop dat dit ook gericht moet zijn op het gebied van het Oostelijk Partnerschap, met inbegrip van Belarus;

15.

beveelt aan de samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap op het gebied van sociaal beleid en inclusie te versterken door ervaringen uit te wisselen, deel te nemen aan gezamenlijk onderzoek naar sociale processen en programma’s uit te voeren om de sociale cohesie te vergroten;

16.

verzoekt de covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Voorzitter van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de commissaris voor Uitbreiding, de Europese Dienst voor extern optreden en de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten en de landen van het Oostelijk Partnerschap.


(1)   PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj.

(2)   PB L 167I van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/764/oj.

(3)   PB L 189 van 28.5.2021, blz. 61, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/819/oj.

(4)   PB C, C/2025/3147, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3147/oj.

(5)   PB C 434 van 15.11.2022, blz. 23.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1112/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top