This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 22017D2020
Decision of the EEA Joint Committee No 70/2016 of 29 April 2016 amending Annex I (Veterinary and phytosanitary matters) to the EEA Agreement [2017/2020]
Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 70/2016 van 29 april 2016 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2017/2020]
Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 70/2016 van 29 april 2016 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2017/2020]
PB L 300 van 16.11.2017, pp. 8–9
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
16.11.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 300/8 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 70/2016
van 29 april 2016
tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2017/2020]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2304 van de Commissie van 10 december 2015 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Talaromyces versatilis sp. nov. IMI CC 378536 en Talaromyces versatilis sp. nov. DSM 26702 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor kalkoenen gehouden voor mest- en fokdoeleinden (vergunninghouder Adisseo France SAS) (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2305 van de Commissie van 10 december 2015 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-glucanase (EC 3.2.1.4) geproduceerd door Trichoderma citrinoviride Bisset (IM SD142), als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen, voor minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden en voor gespeende biggen, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2148/2004 en (EG) nr. 1520/2007 (vergunninghouder Huvepharma NV) (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(3) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2306 van de Commissie van 10 december 2015 tot verlening van een vergunning voor L-cysteïnehydrochloride-monohydraat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden en katten (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2307 van de Commissie van 10 december 2015 tot verlening van een vergunning voor menadion-natriumwaterstofsulfiet en menadion-nicotinamidewaterstofsulfiet als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten (4) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(5) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2382 van de Commissie van 17 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het preparaat van alfa-galactosidase (EC 3.2.1.22), geproduceerd door Saccharomyces cerevisiae (CBS 615.94), en endo-1,4-bèta-glucanase (EC 3.2.1.4), geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 120604), als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor legkippen en legvogels van minder gangbare pluimveesoorten (vergunninghouder Kerry Ingredients and Flavours) (5) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(6) |
Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake diervoeding. Wetgeving inzake diervoeding is niet van toepassing op Liechtenstein zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de sectorale aanpassingen bij bijlage I bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein. |
|
(7) |
Bijlage I bij de EER-overeenkomst dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk II van bijlage I bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 1zze (Verordening (EG) nr. 2148/2004 van de Commissie) en punt 1zzzzh (Verordening (EG) nr. 1520/2007 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
|
2) |
Na punt 156 (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1416 van de Commissie) worden de volgende punten ingevoegd:
|
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EU) 2015/2304, (EU) 2015/2305, (EU) 2015/2306, (EU) 2015/2307 en (EU) 2015/2382 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 30 april 2016, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 29 april 2016.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Claude MAERTEN
(1) PB L 326 van 11.12.2015, blz. 39.
(2) PB L 326 van 11.12.2015, blz. 43.
(3) PB L 326 van 11.12.2015, blz. 46.
(4) PB L 326 van 11.12.2015, blz. 49.
(5) PB L 332 van 18.12.2015, blz. 54.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.