Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62007CJ0290

Samenvatting van het arrest

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Hogere voorziening – Middelen – Middel inzake beoordeling door Gerecht van op instellingen rustende zorgvuldigheidsplicht – Rechtsvraag

(Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

2. Steunmaatregelen van de staten – Beschikking van Commissie houdende vaststelling van onverenigbaarheid van steunmaatregel met gemeenschappelijke markt – Beoordelingsvrijheid van Commissie

3. Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Toepassing van criterium van particulier investeerder – Beoordelingsvrijheid van Commissie

4. Steunmaatregelen van de staten – Administratieve procedure – Verplichtingen van Commissie – Zorgvuldig en onpartijdig onderzoek

(Art. 88, lid 2, EG)

5. Steunmaatregelen van de staten – Beschikking van Commissie – Beoordeling van rechtmatigheid aan hand van gegevens die beschikbaar waren op tijdstip van vaststelling van beschikking

Samenvatting

1. De vraag of het Gerecht op grond van de te beoordelen feiten terecht tot de slotsom kon komen dat de gemeenschapsinstellingen al dan niet hun zorgvuldigheidsplicht zijn nagekomen, is een rechtsvraag die in het kader van een hogere voorziening vatbaar is voor toetsing door het Hof.

(cf. punt 62)

2. De Commissie beschikt inzake staatssteun over een ruime beoordelingsvrijheid, waarvan het gebruik gepaard gaat met economische beoordelingen in de context van de Europese Unie, maar dit belet de rechter van de Unie niet de uitlegging van economische gegevens door de Commissie te toetsen.

De rechter van de Unie dient immers niet alleen de materiële juistheid van de aangevoerde bewijselementen, alsook de betrouwbaarheid en de samenhang daarvan te controleren, maar moet ook nagaan of die elementen het relevante feitenkader vormen voor de beoordeling van een complexe toestand en de daaruit getrokken conclusies kunnen schragen.

De rechter van de Unie kan in het kader van deze controle zijn economische beoordeling evenwel niet in de plaats stellen van die van de Commissie. De toetsing door de rechterlijke instanties van de Unie van de ingewikkelde economische beoordelingen door de Commissie blijft immers noodzakelijkerwijze beperkt tot de vraag, of de procedure- en motiveringsvoorschriften in acht zijn genomen, of de feiten juist zijn vastgesteld en of geen sprake is van een kennelijk onjuiste beoordeling dan wel van misbruik van bevoegdheid.

(cf. punten 64‑66)

3. Om te bepalen of de verkoop van een terrein door een overheidsinstantie aan een particulier staatssteun vormt, dient de Commissie het beginsel van de particuliere investeerder handelend in een markteconomie toe te passen om uit te maken of de door de vermeende begunstigde van steun betaalde prijs overeenkomt met de prijs die een particuliere investeerder in normale mededingingsomstandigheden had kunnen vaststellen. In het algemeen omvat de toepassing van dit criterium een ingewikkelde economische beoordeling door de Commissie.

In een dergelijk geval overschrijdt het Gerecht de grenzen van zijn rechterlijke controle door alleen te verklaren dat de Commissie haar zorgvuldigheidsplicht niet is nagekomen, zonder aan te tonen dat niet in aanmerking genomen gegevens een andere beoordeling van de raming van het steunbedrag hadden kunnen opleveren, en door niet aan te tonen dat de Commissie daarbij blijk heeft gegeven van een kennelijk onjuiste beoordeling.

(cf. punten 68‑72)

4. De Commissie is in het belang van een goede toepassing van de fundamentele bepalingen van het EG-Verdrag inzake steunmaatregelen gehouden de procedure van onderzoek van de gelaakte maatregelen zorgvuldig en onpartijdig te voeren, zodat zij haar eindbeslissing kan vaststellen op basis van gegevens die zo volledig en betrouwbaar mogelijk zijn.

De Commissie is niet gehouden rekening te houden met documenten die haar niet in de loop van de administratieve procedure zijn meegedeeld, maar haar binnen een bij wijze van uitzondering verlengde termijn, of zelfs na het verstrijken daarvan, hebben bereikt, en die overigens slechts vage gegevens bevatten, of de onderzoeksprocedure te heropenen.

(cf. punten 90, 95)

5. De rechtmatigheid van een beschikking inzake staatssteun moet door de rechter van de Unie worden beoordeeld aan de hand van de gegevens waarover de Commissie kon beschikken op het ogenblik waarop zij haar beschikking heeft gegeven.

(cf. punt 91)

Top