This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 61998CJ0452
Samenvatting van het arrest
Samenvatting van het arrest
Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Verordening van Raad tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van invoer van rijst van oorsprong uit landen en gebieden overzee - Beroep ingesteld door Nederlandse Antillen - Niet-ontvankelijkheid
[EG-Verdrag, art. 173, vierde alinea (thans, na wijziging, art. 230, vierde alinea, EG); verordening nr. 1036/97 van de Raad]
$$Willen natuurlijke of rechtspersonen kunnen worden geacht individueel te zijn geraakt door een handeling van algemene strekking van een gemeenschapsinstelling, dan moeten zij in hun rechtspositie worden getroffen uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als een geadresseerde.
De Nederlandse Antillen worden niet individueel geraakt door verordening nr. 1036/97 tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van rijst van oorsprong uit de landen en gebieden overzee (LGO).
Om te beginnen kan het algemene belang dat een LGO, als bevoegde entiteit voor de economische en sociale vraagstukken op zijn grondgebied, kan hebben bij de verkrijging van een voor de economische welvaart van dit grondgebied gunstig resultaat, op zich niet volstaan om het als door de bepalingen van verordening nr. 1036/97 in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 230, vierde alinea, EG) geraakt - noch a fortiori individueel geraakt - te beschouwen.
Daarbij komt, dat ook al behoorde de Raad ten tijde van de vaststelling van verordening nr. 1036/97, voorzover de omstandigheden dit toelieten, rekening te houden met de negatieve gevolgen die deze verordening kon hebben voor de economie van de betrokken LGO en de belanghebbende ondernemingen, dit de Nederlandse Antillen geenszins ontslaat van de noodzaak om aan te tonen dat zij door die verordening worden geraakt uit hoofde van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert. Dat de Nederlandse Antillen veruit de meeste rijst van oorsprong uit de LGO naar de Gemeenschap uitvoerden, onderscheidt hen niet van elke andere LGO. Zelfs indien het juist zou zijn dat de bij verordening nr. 1036/97 vastgestelde vrijwaringsmaatregelen grote sociaal-economische gevolgen voor de Nederlandse Antillen konden hebben, dan nog hadden de overige LGO met soortgelijke gevolgen te maken. De economische activiteit van bewerking van rijst uit derde landen in de LGO, is een handelsactiviteit die op elk willekeurig moment door elke willekeurige marktdeelnemer in elke willekeurige LGO kan worden uitgeoefend. Deze economische activiteit karakteriseert de Nederlandse Antillen dus niet ten opzichte van elke andere LGO.
( cf. punten 60, 64, 72-74, 76 )