Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61995CJ0261

Samenvatting van het arrest

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

Gemeenschapsrecht - Aan particulieren toegekende rechten - Schending door Lid-Staat van verplichting richtlijn om te zetten - Verplichting om aan particulieren veroorzaakte schade te vergoeden - Modaliteiten van vergoeding - Toepassing van nationaal recht - Vervaltermijn - Toelaatbaarheid - Voorwaarden - Eerbiediging van beginsel van volle werking van gemeenschapsrecht - Eerbiediging van beginsel van gelijkwaardigheid van voorwaarden voor vergoeding met die voor gelijksoortige nationale vorderingen

(Richtlijn 80/987 van de Raad)

Samenvatting

Het gemeenschapsrecht verzet zich in zijn huidige stand niet ertegen, dat een Lid-Staat voor het instellen van een vordering tot vergoeding van de schade die is geleden ten gevolge van de te late omzetting van richtlijn 80/987 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, een vervaltermijn van een jaar vanaf de omzetting in zijn interne rechtsorde stelt, mits deze procedureregel niet ongunstiger is dan de regels die gelden voor soortgelijke nationale vorderingen.

Daar de vaststelling van redelijke beroepstermijnen op straffe van een verval van recht een toepassing vormt van het grondbeginsel van rechtszekerheid, beantwoordt zij in beginsel aan het vereiste dat de voorwaarden, inzonderheid betreffende de termijnen, die zijn vastgesteld door de nationale wettelijke regelingen ter zake van de vergoeding van schade die particulieren lijden door aan een Lid-Staat toe te rekenen schendingen van het gemeenschapsrecht, niet van dien aard mogen zijn, dat zij het verkrijgen van schadevergoeding in feite onmogelijk of uiterst moeilijk maken (beginsel van de volle werking). De betrokken termijn, waardoor de begunstigden niet enkel al hun rechten kunnen kennen, maar waardoor ook de voorwaarden voor vergoeding van de ten gevolge van de te late omzetting geleden schade nauwkeurig worden bepaald, kan niet worden geacht het instellen van de schadevordering uiterst moeilijk of a fortiori in feite onmogelijk te maken.

Het staat aan de nationale rechterlijke instanties om na te gaan, of de litigieuze termijn eveneens in overeenstemming is met het beginsel, dat de voorwaarden die zijn vastgesteld door de nationale wettelijke regelingen ter zake van de vergoeding van schade die particulieren lijden door aan een Lid-Staat toe te rekenen schendingen van het gemeenschapsrecht, niet ongunstiger mogen zijn dan die welke voor gelijksoortige nationale vorderingen gelden (beginsel van gelijkwaardigheid). Die rechterlijke instanties kunnen rekening houden met de omstandigheid, dat de vorderingen die zijn ingesteld in het kader van de uitvoering van de richtlijn, respectievelijk in het kader van de vergoedingsregeling een verschillend voorwerp hebben, zodat er geen termen aanwezig zijn om de procedureregels daarvan te vergelijken. Indien bovendien mocht blijken, dat de nationale regeling betreffende de niet-contractuele aansprakelijkheid van het gemene recht niet als grondslag kan dienen voor een vordering tegen de overheid wegens een onrechtmatige daad bij de uitoefening van het openbaar gezag en de nationale rechterlijke instanties geen andere relevante vergelijking kunnen maken tussen de betrokken termijn en de voorwaarden voor vergelijkbare nationale vorderingen, moet worden geconcludeerd, dat het beginsel van gelijkwaardigheid, noch het beginsel van de volle werking van het gemeenschapsrecht zich tegen de litigieuze vervaltermijn verzet.

Top