Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62020TO0160

Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 17 maart 2021.
3M Belgium tegen Europees Agentschap voor chemische stoffen.
Beroep tot nietigverklaring – REACH – Identificatie van perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) en zouten daarvan als zeer zorgwekkende stof – Opname op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om uiteindelijk in bijlage XIV bij verordening (EG) nr. 1907/2006 te worden opgenomen – Beroepstermijn – Artikel 59, lid 10, van verordening nr. 1907/2006 – Artikel 59 van het Reglement voor de procesvoering – Niet-ontvankelijkheid.
Zaak T-160/20.

ECLI identifier: ECLI:EU:T:2021:149

Zaak T‑160/20

3M Belgium

tegen

Europees Agentschap voor chemische stoffen

Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 17 maart 2021

„Beroep tot nietigverklaring – REACH – Identificatie van perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) en zouten daarvan als zeer zorgwekkende stof – Opname op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om uiteindelijk in bijlage XIV bij verordening (EG) nr. 1907/2006 te worden opgenomen – Beroepstermijn – Artikel 59, lid 10, van verordening nr. 1907/2006 – Artikel 59 van het Reglement voor de procesvoering – Niet-ontvankelijkheid”

  1. Beroep tot nietigverklaring – Termijnen – Aanvang – Datum van bekendmaking – Besluit om een zeer zorgwekkende stof op te nemen op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om uiteindelijk op de lijst van autorisatieplichtige stoffen te worden opgenomen – Begrip bekendmaking – Bekendmaking van het besluit op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) – Daaronder begrepen

    (Art. 263, zesde alinea, VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 59; verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 59, lid 10)

    (zie punten 28‑35)

  2. Beroep tot nietigverklaring – Termijnen – Aanvang – Datum van bekendmaking – Besluit van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) dat alleen op zijn website is bekendgemaakt – Toepassing van de regel inzake de verlenging van de beroepstermijn met veertien dagen – Uitgesloten

    (Art. 263, zesde alinea, VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 59, lid 1; verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 59, lid 10)

    (zie punten 50‑54, 57‑59)

Samenvatting

Op 5 augustus 2019 heeft de bevoegde Noorse autoriteit een dossier overgelegd waarin wordt voorgesteld om perfluorbutaansulfonzuur (hierna: „PFBS”) en zouten daarvan te identificeren als zeer zorgwekkende stof. ( 1 ) Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) heeft de belanghebbende partijen uitgenodigd om in het kader van een openbare raadpleging hun opmerkingen met betrekking tot dit dossier in te dienen. Daarop heeft 3M Belgium, de enige vertegenwoordiger van de vennootschap 3M voor alle invoer van een vlamvertragend additief, bestaande uit een PFBS-zout, haar opmerkingen ingediend.

Vervolgens heeft ECHA het dossier voorgelegd aan het Comité van de lidstaten. Dit Comité heeft PFBS en zouten daarvan unaniem geïdentificeerd als stof waarvan wetenschappelijk is bewezen dat deze ernstige gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu kan hebben die even zorgwekkend zijn als die welke worden veroorzaakt door het gebruik van stoffen die onder a) tot en met e) van de REACH-verordening zijn vermeld.

Op 16 januari 2020 heeft ECHA een besluit vastgesteld (hierna: „bestreden besluit”), waarbij PFBS en zouten daarvan zijn geïdentificeerd als zeer zorgwekkende stof en zijn opgenomen op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om uiteindelijk op de lijst van autorisatieplichtige stoffen te worden opgenomen (hierna: „lijst van kandidaatstoffen”).

3M Belgium heeft bij het Gerecht beroep tot nietigverklaring van het bestreden besluit ingesteld. Het Gerecht verklaart het beroep niet-ontvankelijk en spreekt zich voor het eerst sinds de herziening van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht in 2015 onder meer uit over de toepassing van de aanvullende beroepstermijn van veertien dagen op handelingen die worden bekendgemaakt op de website van ECHA.

Beoordeling door het Gerecht

Wat allereerst het argument betreft dat het bestreden besluit had moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, merkt het Gerecht op dat in het kader van de instelling van een beroep het begrip „bekendmaking” in artikel 263 VWEU ( 2 ) niet noodzakelijkerwijs overeen hoeft te komen met het in artikel 297 VWEU ( 3 ) genoemde begrip „bekendmaking”. Ten eerste wordt deze constatering bevestigd door het feit dat uit de bewoordingen van artikel 263 VWEU blijkt dat het begrip „bekendmaking” zich niet alleen beperkt tot de bekendmaking in het Publicatieblad, maar betrekking heeft op de bekendmaking van handelingen in het algemeen. Ten tweede heeft het Hof weliswaar de artikelen 263 en 297 VWEU in onderlinge samenhang gelezen om uitlegging te geven aan het begrip „bekendmaking” in het kader van de instelling van een beroep, maar had deze rechtspraak betrekking op het subsidiaire karakter van het criterium bekendmaking ten opzichte van het criterium kennisgeving van de handeling aan de adressaat ervan, en niet, zoals in casu, op de uitlegging van uitsluitend het criterium bekendmaking.

Vervolgens merkt het Gerecht op dat de redenering dat een publicatie op de website van ECHA, in tegenstelling tot een bekendmaking in het Publicatieblad, niet verifieerbaar is, erop neerkomt dat elke andere wijze van bekendmaking die niet voldoet aan de vereisten die gelden voor een bekendmaking in het Publicatieblad, zijn nut verliest. Het feit dat de Uniewetgever de elektronische bekendmaking van het Publicatieblad heeft geregeld, betekent echter niet dat vergelijkbare vereisten moeten gelden voor een publicatie op de website van ECHA. Bovendien wijst het Gerecht erop dat het bestreden besluit geen adressaat aangeeft, zodat de ingangsdatum ervan, namelijk 16 januari 2020, niet afhing van de kennisgeving ervan aan een adressaat of aan verzoekster. Voorts geeft het Gerecht aan dat een specifieke wijze van bekendmaking is voorgeschreven voor de lijst van kandidaatstoffen. ECHA publiceert en actualiseert de lijst van kandidaatstoffen op zijn website immers zodra er een besluit over de opname van een stof op deze lijst is genomen. ( 4 ) Aangezien de besluiten waarbij de actualisering van de lijst van kandidaatstoffen wordt bevolen alleen worden bekendgemaakt op die lijst, komt de datum van bekendmaking van een dergelijk besluit overeen met die van de bekendmaking van de geactualiseerde lijst van kandidaatstoffen. Hieruit volgt ten eerste dat ECHA het bestreden besluit op zijn website mocht publiceren en ten tweede dat door die bekendmaking de beroepstermijn van twee maanden begon te lopen.

Wat voorts de termijn voor het instellen van het onderhavige beroep betreft, merkt het Gerecht ten eerste op dat die niet diende te worden berekend vanaf het einde van de veertiende dag volgend op de dag van bekendmaking van het bestreden besluit. De regel dat het begin van de beroepstermijn met veertien dagen opschuift, is immers alleen van toepassing op handelingen die zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad. ( 5 ) In dit verband wijst het Gerecht er in de eerste plaats op dat er een objectief verschil in de wijze van bekendmaking bestaat tussen de in het Publicatieblad bekendgemaakte handelingen en de handelingen die uitsluitend op internet, en in het bijzonder op de website van ECHA, worden bekendgemaakt. Het Gerecht mag derhalve in zijn Reglement voor de procesvoering specifieke regels vaststellen voor de opschuiving van de beroepstermijn die uitsluitend gelden voor de handelingen van de instellingen die zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad. In de tweede plaats is het bestreden besluit alleen op de website van ECHA bekendgemaakt, zodat voor alle potentiële verzoekers dezelfde beroepstermijn gold. In de derde plaats berust de wijze van bekendmaking van een besluit tot identificatie van een stof als zeer zorgwekkend in het Publicatieblad of op de website van ECHA, alsmede de toepassing van de regel inzake de opschuiving van de aanvang van de beroepstermijn met veertien dagen, niet op een keuze van ECHA, maar op de omstandigheid of een dergelijk besluit wordt vastgesteld door dit agentschap of door de Commissie, overeenkomstig de in artikel 59 van de REACH-verordening bedoelde gevallen.

Ten tweede merkt het Gerecht op dat het Hof weliswaar heeft geoordeeld dat de in het oude Reglement voor de procesvoering van het Gerecht vervatte regel dat de termijn voor het instellen van beroep tegen een handeling van een instelling moet worden berekend vanaf het einde van de veertiende dag volgend op die waarop de handeling in het Publicatieblad is bekendgemaakt ( 6 ), ook van toepassing was op de bekendmakingen van ECHA op internet, doch het wijst erop dat ten tijde van de vaststelling van het oude Reglement voor de procesvoering alleen een bekendmaking in het Publicatieblad mogelijk was, maar dat deze overweging niet kan opgaan voor de vergelijkbare regel in het huidige Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, dat is vastgesteld op 4 maart 2015, dat wil zeggen op een datum waarop een bekendmaking op internet – die verschilt van een bekendmaking, in elektronische of gedrukte vorm, in het Publicatieblad – mogelijk was. Bovendien verwijst deze laatste regel uitsluitend naar de bekendmaking in het Publicatieblad en was het Reglement voor de procesvoering juist gewijzigd om de werkingssfeer van de aanvullende termijn van veertien dagen te beperken. Voorts wijst het Gerecht erop dat zijn Reglement voor de procesvoering en dat van het Hof verschillende handelingen zijn die zijn vastgesteld door verschillende rechterlijke instanties, en dat zij verschillende procedures regelen voor verschillende rechterlijke instanties en dus niet identiek zijn. ( 7 ) Bijgevolg is er geen sprake van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling als gevolg van het verschil tussen de in elk van beide handelingen opgenomen artikelen betreffende de regel inzake de opschuiving van de beroepstermijn met veertien dagen.

Gelet op het voorgaande verklaart het Gerecht het op 27 maart 2020 ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat is ingesteld. Aangezien het bestreden besluit op 16 januari 2020 was bekendgemaakt op de website van ECHA en de beroepstermijn begon te lopen op 17 januari 2020, liep de termijn van twee maanden af op 16 maart 2020, daar een in maanden omschreven termijn afloopt aan het einde van de dag die – in de laatste maand – dezelfde cijferaanduiding heeft als de dag waarop de gebeurtenis of handeling heeft plaatsgevonden die de termijn doet ingaan. Rekening houdend met de termijn wegens afstand van tien dagen die moet worden opgeteld bij de procestermijn, liep de beroepstermijn af op 26 maart 2020, te weten de dag voordat het verzoekschrift werd ingediend.


( 1 ) Op grond van artikel 57, onder f), van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB 2006, L 396, blz. 1, met rectificatie in PB 2007, L 136, blz. 3, hierna: „REACH-verordening”).

( 2 ) Artikel 263, zesde alinea, VWEU bepaalt dat „[h]et in dit artikel bedoelde beroep moet worden ingesteld binnen twee maanden te rekenen, al naargelang van het geval, vanaf de dag van bekendmaking van de handeling, vanaf de dag van kennisgeving aan de verzoeker of, bij gebreke daarvan, vanaf de dag waarop de verzoeker van de handeling kennis heeft gekregen”.

( 3 ) Artikel 297, lid 2, tweede alinea, luidt: „De verordeningen, de richtlijnen die tot alle lidstaten gericht zijn, evenals de besluiten, wanneer deze geen adressaat aangeven, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.” De derde alinea van dat artikel bepaalt: „Van de overige richtlijnen en van de besluiten die de adressaten vermelden, wordt kennisgegeven aan hen tot wie zij zijn gericht; zij worden door deze kennisgeving van kracht.”

( 4 ) Artikel 59, lid 10, van de REACH-verordening.

( 5 ) Artikel 59 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van 4 maart 2015 luidt: „Wanneer de termijn voor het instellen van beroep tegen een handeling van een van de instellingen ingaat door de bekendmaking van die handeling in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt hij berekend [...] vanaf het einde van de veertiende dag volgend op de datum van die bekendmaking.”

( 6 ) Arrest van 26 september 2013, PPG en SNF/ECHA (C‑625/11 P, EU:C:2013:594). Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van 2 mei 1991, artikel 102, lid 1.

( 7 ) Artikel 63 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie (PB 2016, C 203, blz. 72).

Top