Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017CJ0528

Arrest van het Hof (Negende kamer) van 25 oktober 2018.
Milan Božičevič Ježovnik tegen Republika Slovenija.
Prejudiciële verwijzing – Belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 143, lid 1, onder d) – Vrijstelling van btw bij invoer – Invoer gevolgd door een intracommunautaire levering – Risico van belastingfraude – Goede trouw van de belastingplichtige importeur en leverancier – Beoordeling – Zorgvuldigheidsplicht van de belastingplichtige importeur en leverancier.
Zaak C-528/17.

Court reports – general – 'Information on unpublished decisions' section

Zaak C‑528/17

Milan Božičevič Ježovnik

tegen

Republika Slovenija

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Vrhovno sodišče)

„Prejudiciële verwijzing – Belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 143, lid 1, onder d) – Vrijstelling van btw bij invoer – Invoer gevolgd door een intracommunautaire levering – Risico van belastingfraude – Goede trouw van de belastingplichtige importeur en leverancier – Beoordeling – Zorgvuldigheidsplicht van de belastingplichtige importeur en leverancier”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Negende kamer) van 25 oktober 2018

Harmonisatie van de belastingwetgeving – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Vrijstellingen – Vrijstellingen bij invoer – Invoer gevolgd door een intracommunautaire levering – Voorafgaande controle door de bevoegde autoriteiten – Vrijstelling verleend na de voorafgaande controle op basis van door de belastingplichtige importeur en leverancier aangedragen bewijzen – Latere controle waarbij blijkt dat niet was voldaan aan de materiële voorwaarden – Verplichting van de belastingplichtige om de belasting achteraf te betalen – Geen – Voorwaarde – Goede trouw van de belastingplichtige en inachtneming van de zorgvuldigheidsplicht – Toetsing door de nationale rechterlijke instantie

[Richtlijn 2006/112 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/69, art. 143, lid 1, d)]

Artikel 143, lid 1, onder d), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/69/EG van de Raad van 25 juni 2009, moet aldus worden uitgelegd dat de belastingplichtige importeur en leverancier die een vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde bij invoer genoot die door de bevoegde douaneautoriteiten na een voorafgaande controle was verleend op basis van de door hem aangedragen bewijzen, niet gehouden is de btw achteraf te betalen wanneer bij een latere controle blijkt dat niet was voldaan aan de materiële voorwaarden voor de vrijstelling, tenzij op basis van objectieve gegevens wordt vastgesteld dat de betrokken belastingplichtige wist of had moeten weten dat de op de importen in kwestie volgende leveringen deel uitmaakten van fraude door de koper, en dat die belastingplichtige niet alle hem ter beschikking staande redelijke maatregelen heeft getroffen om die fraude te voorkomen, wat door de verwijzende rechterlijke instantie moet worden nagegaan.

(zie punt 49 en dictum)

Top