This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62011CJ0636
Samenvatting van het arrest
Samenvatting van het arrest
Court reports – general
Zaak C-636/11
Karl Berger
tegen
Freistaat Bayern
(verzoek van het Landgericht München I om een prejudiciële beslissing)
„Verordening (EG) nr. 178/2002 — Bescherming van consument — Voedselveiligheid — Informeren van publiek — In de handel brengen van levensmiddel dat ongeschikt is voor menselijke consumptie maar geen gezondheidsrisico inhoudt”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 april 2013
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Herformulering van onjuist geformuleerde of niet uitdrukkelijk gestelde vragen
(Art. 267 VWEU)
Bescherming van consument – Veiligheid van levensmiddelen – Verordening nr. 178/2002 – In de handel brengen van levensmiddel dat ongeschikt is voor menselijke consumptie maar geen gezondheidsrisico inhoudt – Nationale regeling op grond waarvan aan publiek naam van levensmiddel en van onderneming verantwoordelijk voor productie, bewerking of in de handel brengen ervan kan worden meegedeeld – Toelaatbaarheid
(Verordeningen van het Europees Parlement en de Raad nr. 178/2002, art. 10 en 17, lid 2, tweede alinea, en nr. 882/2004, art. 7)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punt 31)
Artikel 10 van verordening nr. 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan het publiek kan worden geïnformeerd, met vermelding van de naam van het levensmiddel en die van het bedrijf onder de naam of handelsnaam waarvan het levensmiddel is geproduceerd, bewerkt of in de handel gebracht, indien een dergelijk levensmiddel niet schadelijk is voor de gezondheid, maar wel ongeschikt is voor menselijke consumptie. Artikel 17, lid 2, tweede alinea, van deze verordening moet aldus worden uitgelegd dat de nationale autoriteiten het publiek daarover mogen informeren. Daarbij moeten de vereisten van artikel 7 van verordening nr. 882/2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn in acht worden genomen.
(cf. punt 37 en dictum)
Zaak C-636/11
Karl Berger
tegen
Freistaat Bayern
(verzoek van het Landgericht München I om een prejudiciële beslissing)
„Verordening (EG) nr. 178/2002 — Bescherming van consument — Voedselveiligheid — Informeren van publiek — In de handel brengen van levensmiddel dat ongeschikt is voor menselijke consumptie maar geen gezondheidsrisico inhoudt”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 april 2013
Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van het Hof — Herformulering van onjuist geformuleerde of niet uitdrukkelijk gestelde vragen
(Art. 267 VWEU)
Bescherming van consument — Veiligheid van levensmiddelen — Verordening nr. 178/2002 — In de handel brengen van levensmiddel dat ongeschikt is voor menselijke consumptie maar geen gezondheidsrisico inhoudt — Nationale regeling op grond waarvan aan publiek naam van levensmiddel en van onderneming verantwoordelijk voor productie, bewerking of in de handel brengen ervan kan worden meegedeeld — Toelaatbaarheid
(Verordeningen van het Europees Parlement en de Raad nr. 178/2002, art. 10 en 17, lid 2, tweede alinea, en nr. 882/2004, art. 7)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punt 31)
Artikel 10 van verordening nr. 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan het publiek kan worden geïnformeerd, met vermelding van de naam van het levensmiddel en die van het bedrijf onder de naam of handelsnaam waarvan het levensmiddel is geproduceerd, bewerkt of in de handel gebracht, indien een dergelijk levensmiddel niet schadelijk is voor de gezondheid, maar wel ongeschikt is voor menselijke consumptie. Artikel 17, lid 2, tweede alinea, van deze verordening moet aldus worden uitgelegd dat de nationale autoriteiten het publiek daarover mogen informeren. Daarbij moeten de vereisten van artikel 7 van verordening nr. 882/2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn in acht worden genomen.
(cf. punt 37 en dictum)