This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 61999TO0200
Samenvatting van de beschikking
Samenvatting van de beschikking
BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Eerste kamer)
17 november 2000
Zaak T-200/99
A. Martinelli
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Ambtenaren — Ontbreken van beoordelingsrapport — Beroep tot schadevergoeding — Ontvankelijkheid — Niet tijdig betwiste stilzwijgende afwijzing van verzoek — Uitdrukkelijke bevestigende afwijzing — Schade”
Volledige Italiaanse tekst II-1161
Betreft:
Beroep tot vergoeding van de morele schade die verzoeker zou hebben geleden als gevolg van het ontbreken van de beoordelingsrapporten over de referentieperioden 1993-1995 en 1995-1997.
Beslissing:
Het beroep wordt verworpen. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.
Samenvatting
Ambtenaren – Beroep – Voorafgaande administratieve klacht – Niet tijdig betwist stilzwijgend besluit tot afwijzing van verzoek – Later uitdrukkelijk besluit – Bevestigend besluit – Verval van recht
(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)
Ambtenaren – Beoordeling – Beoordelingsrapport – Opstelling – Termijnoverschrijding – Dienstfout die morele schade veroorzaakt – Voorwaarden – Ambtenaar die reeds met pensioen is op moment waarop hij ontbreken van rapport verneemt – Geen schade
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
Artikel 91, lid 3, derde alinea, van het Statuut, waarin wordt bepaald: „wanneer (...) een uitdrukkelijk besluit tot afwijzing van een klacht is afgekomen na het stilzwijgende besluit tot afwijzing, doch binnen de termijn voor het instellen van beroep, (...) gaat laatstgenoemde termijn hierdoor opnieuw in”, is niet van toepassing in de fase van het verzoek en vóór de indiening van de klacht. Deze specifieke bepaling betreffende de wijze van berekening van de beroepstermijnen moet immers strikt en naar de letter worden uitgelegd. Aangezien de uitdrukkelijke afwijzing van een verzoek na een stilzwijgend genomen besluit tot afwijzing van datzelfde verzoek een zuiver bevestigend besluit is, biedt het de belanghebbende ambtenaar niet de mogelijkheid de precontentieuze procedure voor te zetten doordat het de termijn voor het indienen van een klacht opnieuw zou doen ingaan.
(cf. punt 11)
Referentie: Hof 20 maart 1984, Razzouk en Beydoun/Commissie, 75/82 en 117/82, Jurispr. blz. 1509, punt 12; Gerecht 1 oktober 1991, Coussios/Commissie, T-38/91, Jurispr. blz. II-763; Gerecht 17 oktober 1991, Offermann/Parlement, T-129/89, Jurispr. blz. II-855, punt 32; Gerecht 10 april 1992, Bollendorff/Parlement, T-15/91, Jurispr. blz. II-1679, punten 26, 27 en 32; Gerecht 14 juli 1993, Knijff/Rekenkamer, T-55/92, Jurispr. blz. II-823, punt 34
Een ambtenaar kan morele schade lijden door het ontbreken van een beoordelingsrapport in zijn persoonsdossier, indien zijn loopbaan daardoor nadelig kan zijn beïnvloed of indien dit bij hem onzekerheid of ongerustheid omtrent zijn toekomst heeft veroorzaakt. Een ambtenaar die pas nadat hij met pensioen is gegaan, verneemt dat in zijn persoonsdossier een beoordelingsrapport ontbreekt, kan geen onzekerheid of ongerustheid omtrent zijn beroepstoekomst aanvoeren.
(cf. punten 16-18)
Referentie: Gerecht 8 juni 1995, Allo/Commissie, T-496/93, JurAmbt. blz. I-A-127 en II-405, punt 89