Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62019TO0542

Beschikking van de president van het Gerecht van 2 oktober 2019.
FV tegen Raad van de Europese Unie.
Kort geding – Openbare dienst – Ambtenaren – Verlof in het belang van de dienst en pensionering – Artikel 42 quater van het Statuut – Verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging – Geen spoedeisendheid.
Zaak T-542/19 R.

Court reports – general

ECLI identifier: ECLI:EU:T:2019:718

 Beschikking van de president van het Gerecht van 2 oktober 2019 –
FV/Raad

(Zaak T‑542/19 R)

„Kort geding – Openbare dienst – Ambtenaren – Verlof in het belang van de dienst en pensionering – Artikel 42 quater van het Statuut – Verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging – Geen spoedeisendheid”

1. 

Kort geding – Opschorting van de tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Fumus boni juris – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Cumulatieve voorwaarden – Afweging van alle betrokken belangen – Volgorde van onderzoek en wijze van toetsing – Beoordelingsbevoegdheid van de rechter in kort geding

(Art. 256, lid 1, 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punten 18‑21)

2. 

Kort geding – Voorwaarden voor ontvankelijkheid – Verzoekschrift – Vormvereisten – Uiteenzetting van de middelen op grond waarvan de toekenning van de gevorderde maatregelen aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, leden 4 en 5)

(zie punten 23, 24)

3. 

Kort geding – Opschorting van de tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Bewijslast – Zuiver hypothetische schade, gebaseerd op toekomstige en onzekere gebeurtenissen – Ontoereikend ter rechtvaardiging van de spoedeisendheid

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punten 30, 31, 34‑38)

4. 

Kort geding – Opschorting van de tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Bewijslast – Financiële schade – Verplichting om concrete en nauwkeurige aanwijzingen te verstrekken, gestaafd door gedetailleerde documenten

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punten 44, 45)

5. 

Kort geding – Opschorting van de tenuitvoerlegging – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Aantasting van de reputatie van verzoeker – Immateriële schade die in het kort geding niet beter kan worden hersteld dan in de hoofdzaak – Geen spoedeisendheid

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156)

(zie punt 48)

Voorwerp

Verzoek krachtens de artikelen 278 en 279 VWEU tot opschorting van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Raad van 3 mei 2019 om verzoekster overeenkomstig artikel 42 quater van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie met ingang van 31 december 2015 op verlof in het belang van de dienst te plaatsen

Dictum

1) 

Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.

2) 

De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.

Top