This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62019TO0319
Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 10 december 2019.
Bruno Gollnisch tegen Europees Parlement.
Beroep tot nietigverklaring – Institutioneel recht – Regeling inzake de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement – Wijziging van de vrijwillige aanvullende pensioenregeling – Regelgevingshandeling – Beroepstermijn – Tardiviteit – Handeling waartegen beroep kan worden ingesteld – Niet-inachtneming van de vormvereisten – Niet-ontvankelijkheid.
Zaak T-319/19.
Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 10 december 2019.
Bruno Gollnisch tegen Europees Parlement.
Beroep tot nietigverklaring – Institutioneel recht – Regeling inzake de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement – Wijziging van de vrijwillige aanvullende pensioenregeling – Regelgevingshandeling – Beroepstermijn – Tardiviteit – Handeling waartegen beroep kan worden ingesteld – Niet-inachtneming van de vormvereisten – Niet-ontvankelijkheid.
Zaak T-319/19.
ECLI identifier: ECLI:EU:T:2019:861
Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 11 december 2019 –
Gollnisch/Parlement
(Zaak T‑319/19)
„Beroep tot nietigverklaring – Institutioneel recht – Regeling inzake de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement – Wijziging van de vrijwillige aanvullende pensioenregeling – Regelgevingshandeling – Beroepstermijn – Tardiviteit – Handeling waartegen beroep kan worden ingesteld – Niet-inachtneming van de vormvereisten – Niet-ontvankelijkheid”
|
1. |
Handelingen van de instellingen – Besluit tot wijziging van de regelgeving inzake de vrijwillige aanvullende pensioenregeling van de leden van het Europees Parlement – Handeling van algemene strekking – Klachtenprocedure – Niet-toepasselijkheid – Vrijwaring van de termijn voor beroep in rechte – Geen – Tardiviteit van het beroep – Niet-ontvankelijkheid (Art. 263 VWEU; besluit van het Bureau van het Europees Parlement houdende bepalingen ter uitvoering van het Statuut van de leden van het Europees Parlement, art. 72) (zie punten 24‑32) |
|
2. |
Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren – Louter informatieve handeling – Daarvan uitgesloten (Art. 263 VWEU) (zie punten 34‑38) |
|
3. |
Gerechtelijke procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten – Summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen – Geen specificatie van de bestreden handelingen – Niet-ontvankelijkheid [Statuut van het Hof van Justitie, art. 21 en art. 53, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 76, d)] (zie punten 41‑44) |
|
4. |
Gerechtelijke procedure – Kosten – Begroting – Begroting die pas mogelijk is na de beslissing waarbij een einde wordt gemaakt aan het geding – Voorbarig verzoek – Niet-ontvankelijkheid (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 133 en 170) (zie punten 46, 47) |
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van het Bureau van het Europees Parlement van 10 december 2018 tot wijziging van de bepalingen ter uitvoering van het Statuut van de leden van het Europees Parlement (PB 2018, C 466, blz. 8), van de brief van 26 maart 2019 van de voorzitter van het Parlement tot verwerping van het bezwaar tegen het besluit van het Bureau van het Parlement, en van alle handelingen die naar aanleiding van al de voornoemde besluiten zijn genomen.
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen omdat het niet-ontvankelijk is. |
|
2) |
Bruno Gollnisch zal behalve zijn eigen kosten de kosten van het Europees Parlement dragen. |