Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61999TO0033

Samenvatting van de beschikking

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Tweede kamer)

30 maart 2000

Zaak T-33/99

E. Méndez Pinedo

tegen

Europese Centrale Bank

„Oproep tot sollicitatie voor posten in juridische dienst van Europese Centrale Bank — Beroep tot nietigverklaring en tot schadevergoeding — Niet-ontvankelij kheid”

Volledige Spaanse tekst   II-273

Betreft:

Beroep tot nietigverklaring van de oproep tot sollicitatie voor posten in de juridische dienst van de Europese Centrale Bank, bekendgemaakt in Publicatieblad C 159 A van 26 mei 1998, alsmede tot schadevergoeding.

Beslissing:

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om kosteloze rechtsbijstand wordt afgewezen. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.

Samenvatting

  1. Ambtenaren – Beroep – Geschil tussen Europese Centrale Bank en particulier over oproep tot sollicitatie – Bepalingen inzake rechtsmiddelen – Arbeidsvoorwaarden van Europese Centrale Bank – Bekendmaking – Geen – Overeenkomstige toepassing van Ambtenarenstatuut

    (Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

  2. Ambtenaren – Beroep – Geschil tussen Europese Centrale Bank en particulier over oproep tot sollicitatie – Voorlegging aan ombudsman vóór instelling van beroep – Indiening van klacht bij Europese Centrale Bank en instelling van beroep bij Gerecht buiten daartoe gestelde termijnen – Niet-ontvankelijkheid

  3. Handelingen van de instellingen – Algemene verplichting, adressaten te informeren over rechtsmiddelen en termijnen – Geen – Europese ombudsman – Verplichting, indieners van klachten te informeren over rechtsmiddelen – Geen

    (Statuut van de Europese ombudsman, art. 2, lid 2)

  1.  De in de arbeidsvoorwaarden van de Europese Centrale Bank vervatte bepalingen betreffende geschillen tussen de Bank en haar personeelsleden, kunnen niet worden ingeroepen voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van een door een particulier ingesteld beroep tot nietigverklaring van een van de Bank uitgaande oproep tot sollicitatie, wanneer zij niet vóór de instelling van het beroep zijn bekendgemaakt. De gemeenschapsrechter dient een leemte in de regeling betreffende de rechtsmiddelen die onverenigbaar is met het recht op een doeltreffende rechtsbescherming, op te vullen door een overeenkomstige toepassing van de door verzoeker aangehaalde bepalingen van het Ambtenarenstatuut betreffende de rechtsmiddelen.

    (cf. punten 30-33)

    Referentie: Hof 8 februari 1996, FMC e.a., C-212/94, Jurispr. blz. I-389, punt 58

  2.  Het door een particulier ingestelde beroep tot nietigverklaring van een door de Europese Centrale Bank gepubliceerde oproep tot sollicitatie is niet-ontvankelijk wanneer de verzoeker, die zich met een klacht tot de ombudsman had gewend, de termijn voor het instellen van het beroep tot nietigverklaring, noch de termijn voor het indienen van een klacht krachtens het Ambtenarenstatuut in acht heeft genomen.

    De bij de ombudsman ingediende klachten schorsen immers niet de voor een beroep op de rechter of een administratief beroep vastgestelde termijnen.

    (cf. punten 22, 24, 26 en 34)

  3.  Wanneer een uitdrukkelijke bepaling ontbreekt, kan niet worden aanvaard dat er voor de administratieve of rechterlijke instanties van de Gemeenschap een algemene verplichting bestaat de justitiabelen te informeren over de rechtsmiddelen die hun ten dienste staan, en over de voorwaarden voor de uitoefening ervan.

    Al staat in artikel 2, lid 5, van het Statuut van de Europese ombudsman dat deze de indiener van de klacht kan adviseren zich tot een andere instantie te wenden, nergens wordt uitdrukkelijk bepaald dat hij dit moet doen.

    (cf. punt 36)

    Referentie: Hof 5 maart 1999, Guérin automobiles/Commissie, C-154/98 P, Jurispr. blz. I-1441, punten 13 en volgende

Top