Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
De verordening bevat gemeenschappelijke voorschriften om te waarborgen dat op efficiënte en consistente wijze wordt gecontroleerd of bedrijven:
de duurzaamheidscriteria van de Europese Unie (EU) naleven;
accurate gegevens over broeikasgasemissiereductie verstrekken;
de criteria voor de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en brandstoffen uit biomassa met een risico op indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC)1 naleven.
KERNPUNTEN
Het bevorderen van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen is een van de doelstellingen van het energiebeleid van de EU. In 2019 heeft de EU haar energiebeleidskader herzien om fossiele brandstoffen te vervangen door schonere energie en, in het bijzonder, om te voldoen aan de Klimaatovereenkomst van Parijs waarin de EU heeft toegezegd de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Het in 2019 aangenomen pakket “Schone energie voor alle Europeanen” zal helpen het energiesysteem van de EU koolstofarm te maken. Het pakket omvat een herziene richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen: Richtlijn (EU) 2018/2001 (zie samenvatting).
Vrijwillige systemen
Vrijwillige certificeringssystemen en nationale certificeringssystemen van EU-lidstaten dragen bij tot de duurzame productie van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en brandstoffen uit biomassa, doordat de naleving van de EU-duurzaamheidscriteria wordt gecontroleerd.
Voor het proces tot certificering controleert een externe auditor of bedrijven in elk stadium van de productieketen aan de eisen voldoen — van de primaire producent (landbouwer of bosbouwer) die de grondstoffen teelt, tot de producent van of handelaar in biobrandstoffen.
Het gaat om private systemen, maar de Europese Commissie kan deze erkennen om te controleren of bedrijven aan de EU-duurzaamheidscriteria voldoen. Erkenning door de Europese Commissie waarborgt een geharmoniseerde marktbenadering door de vrijwillige en nationale certificeringssystemen en de wederzijdse erkenning van de resultaten van hun certificering.
In Richtlijn (EU) 2018/2001 worden de EU-duurzaamheidscriteria uitgebreid met biomassa voor verwarming, koeling en stroomopwekking.
Lidstaten moesten de nieuwe voorschriften uiterlijk omzetten en de vrijwillige systemen moeten hun certificeringsaanpak aanpassen om aan de nieuwe eisen te voldoen.
Deze uitvoeringsverordening bevat aanvullende voorschriften voor duurzaamheidscertificering.
Algemene voorschriften
De verordening bevat algemene voorschriften met betrekking tot:
de governancestructuur, om te waarborgen dat het systeem over de nodige juridische en technische capaciteit beschikt, en onpartijdig en onafhankelijk is;
een stelsel voor het aanpakken van non-conformiteiten in het certificeringsproces door de bedrijven die worden gecertificeerd;
interne controle, de klachtenprocedure en het documentbeheersysteem;
bekendmaking van informatie.
Audits
Om aan het vrijwillige systeem te mogen deelnemen, moeten bedrijven een eerste audit met succes doorstaan. In de verordening zijn voorschriften vastgelegd met betrekking tot:
het auditproces en de zekerheidsniveaus — partijen waarvan bij de eerste audit is vastgesteld dat zij een laag risico vormen, kunnen later aan beperkte audits worden onderworpen;
de reikwijdte van de audit, zoals de naleving van duurzaamheidsvoorschriften voor agrarische en houtachtige biomassa alsmede afvalstoffen en residuen, berekeningen van de werkelijke broeikasgasemissies en massabalanssystemen2;
kwalificaties van de auditors; en
toezicht door de Commissie en de lidstaten.
Specifieke voorschriften
De verordening bevat ook een aantal specifieke voorschriften, onder andere met betrekking tot:
de traceerbaarheid van transacties via de toeleveringsketen en een EU-databank;
de invoering van een massabalanssysteem;
de vaststelling van de broeikasgasemissies van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en brandstoffen uit biomassa;
afvalstoffen en residuen;
de naleving van de eisen voor certificering van een laag ILUC-risico.
Bijlagen
De bijlagen bevatten gedetailleerde eisen, onder andere met betrekking tot:
gegevens die via de hele toeleveringsketen worden doorgegeven en transactiegegevens;
minimuminhoud van de auditverslagen, samenvattende auditverslagen en certificaten;
informatie die vrijwillige systemen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen bij de Commissie moeten indienen;
verduidelijking van enkele van de materialen die worden beschouwd als onderdeel van bijlage IX bij de RED II-richtlijn inzake hernieuwbare energie;
de minimumvereisten voor het proces van en de methode voor de certificering van biomassa met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik;
Indirecte verandering in landgebruik. Wanneer biobrandstoffen op bestaande landbouwgrond worden geproduceerd, blijft de vraag naar voedsel- en diervoedergewassen bestaan en gaat iemand anders mogelijk meer voedsel en diervoeders produceren op een andere plaats. Dit kan leiden tot verandering in landgebruik (bijvoorbeeld het omzetten van bossen in landbouwgrond), waardoor een aanzienlijke hoeveelheid CO2-emissies in de atmosfeer vrijkomt.
Massabalanssystemen. Massabalanssystemen zijn bedoeld om de administratieve lasten in verband met het aantonen van de naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria te verlagen, door toe te staan dat grondstoffen en brandstoffen met verschillende duurzaamheidskenmerken worden gemengd en toe te staan dat duurzaamheidskenmerken flexibel worden toegekend aan leveringen die uit een dergelijk mengsel zijn gehaald.
BELANGRIJKSTE DOCUMENT
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/996 van de Commissie van betreffende de voorschriften om de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria alsmede de criteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik te controleren (PB L 168 van , blz. 1-62).
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: De Europese Green Deal (COM(2019) 640 final van ).
Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PB L 328 van , blz. 82-209).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn (EU) 2018/2001 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.