Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016L0798

Veiligheid op het spoor in de hele EU

Veiligheid op het spoor in de hele EU

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn (EU) 2016/798 inzake veiligheid op het spoor

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

KERNPUNTEN

De richtlijn bevat een aantal maatregelen voor het ontwikkelen en verbeteren van de veiligheid en het verbeteren van de markttoegang voor spoorwegvervoerdiensten, waaronder:

  • het aanstellen van het bureau als instantie voor de afgifte van veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen die in meer dan één EU-lidstaat opereren;
  • het vaststellen van de verantwoordelijkheden van de verschillende instanties die bij het EU-spoorwegsysteem betrokken zijn;
  • het ontwikkelen van gemeenschappelijke veiligheidsdoelen en gemeenschappelijke veiligheidsmethoden met als doel nationale voorschriften af te schaffen en daarmee belemmeringen voor de ontwikkeling van één Europese spoorwegruimte weg te nemen;
  • het vastleggen van de beginselen voor het afgeven, verlengen, wijzigen, beperken of intrekken van veiligheidscertificaten en -vergunningen;
  • het verplicht oprichten in iedere EU-lidstaat van een nationale veiligheidsinstantie en een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor;
  • het vastleggen van gemeenschappelijke beginselen voor het beheer van en het toezicht op de veiligheid op het spoor.

Toepassingsgebied

De richtlijn is van toepassing op de spoorwegsystemen in lidstaten, maar is niet van toepassing op:

  • metro’s;
  • trams en lightrailvoertuigen, en infrastructuur die uitsluitend door deze voertuigen wordt gebruikt;
  • netwerken die geen onderdeel zijn van het EU-spoorwegsysteem en die alleen bedoeld zijn voor de exploitatie van lokale, stads- of voorstadsreizigersdiensten en ondernemingen die uitsluitend op deze netwerken opereren.

Ontwikkeling en beheer van de veiligheid

  • Binnen hun bevoegdheden op grond van EU-wetgeving is het de verantwoordelijkheid van het bureau en de lidstaten om erop toe te zien dat de veiligheid op het spoor wordt gehandhaafd en in het algemeen wordt verbeterd, waarbij de prioriteit ligt bij het voorkomen van ongevallen.
  • Lidstaten hebben daarnaast de verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat:
    • bij maatregelen voor de ontwikkeling en verbetering van de veiligheid een systeemgerichte benadering wordt gevolgd;
    • de verantwoordelijkheid voor een veilige exploitatie van het EU-spoorwegsysteem en de daaraan verbonden risicobeheersing bij de infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen wordt gelegd.

Gemeenschappelijke veiligheidsmethoden en -doelen

  • Veiligheidsniveaus, het bereiken van veiligheidsdoelen en de conformiteit met andere veiligheidsvoorschriften worden beoordeeld met behulp van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden, met name voor:
    • risico-evaluatie en -beoordeling;
    • conformiteitsbeoordeling voor de afgifte van veiligheidscertificaten en -vergunningen;
    • toezicht door nationale veiligheidsinstanties en het monitoren door spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en instanties belast met onderhoud van het spoor;
    • beoordeling van het bereiken van veiligheidsdoelen op EU- en nationaal niveau.
  • Minimumveiligheidsdoelen die moeten worden bereikt door het EU-spoorwegsysteem als geheel zijn vastgelegd in gemeenschappelijke veiligheidsdoelen. Deze kunnen worden uitgedrukt in criteria voor risicoacceptatie of gewenste veiligheidsniveaus.

Uniek veiligheidscertificaat

  • Toegang tot de EU-spoorweginfrastructuur zal alleen worden verleend aan ondernemingen die in het bezit zijn van een uniek veiligheidscertificaat, afgegeven door het bureau of door de betreffende nationale veiligheidsinstanties.
  • Het uniek veiligheidscertificaat geldt als bewijs dat de betreffende onderneming haar veiligheidsbeheersysteem heeft opgezet en in staat is veilig te opereren in het beoogde exploitatiegebied.

Wijziging met betrekking tot de toepassing van de regels inzake spoorwegveiligheid en -interoperabiliteit in de Kanaaltunnel

Verordening (EU) 2020/1530 strekt tot uitbreiding van de definitie van de nationale veiligheidsinstanties met betrekking tot een orgaan dat door een lidstaat en een niet-EU-land is belast en legt de gerelateerde regelingen vast.

VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?

De richtlijn moest op in nationale wetgeving zijn omgezet. Om de spoorwegsector echter meer juridische zekerheid te geven alsmede de flexibiliteit om te kunnen omgaan met de uitzonderlijke omstandigheden die uit de COVID-19-pandemie voortvloeien, werd deze datum door Wijzigingsrichtlijn (EU) 2020/700 verder verlengd tot .

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van inzake veiligheid op het spoor (PB L 138 van , blz. 102).

Achtereenvolgende wijzigingen in Richtlijn (EU) 2016/798 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking

Naar boven